Seat Arona (2017) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Seat Arona (2017) (101 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 27 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Seat Arona (2017) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Seat |
| Categorie: | Auto |
| Model: | Arona (2017) |
Handleiding Seat Arona (2017) – volledige tekst
Over dit boekjeDit instructieboekje beschrijft de uitrusting van de wagen op het moment van het ter per-se gaan. Sommige uitrustingsdelen die hier-na worden beschreven, zullen later worden geïntroduceerd of zijn slechts beschikbaar op bepaalde afzetmarkten. Dit is een algemeen instructieboekje voor het model ARONA. Daarom maken sommige van de hier beschreven uitrustingen of functies geen deel uit van alle types of varianten van dit model. Deze kunnen verschillen of gewij-zigd worden, al naargelang de technische vereisten of marktomstandigheden. Deze verschillen kunnen onder geen beding be-schouwd worden als misleidende reclame. De afbeeldingen zijn een standaardweergave en kunnen enigszins afwijken ten opzichte van uw wagen.
De richtingaanduidingen (links, rechts, voor, achter) die in dit instructieboekje genoemd worden, zijn gerelateerd aan de rijrichting van de wagen, tenzij anders aangegeven. Het audiovisuele materiaal heeft enkel tot doel de gebruikers te helpen om een aantal functies van de wagen beter te begrijpen. Het dient niet ter vervanging van de handleiding. Raadpleeg de handleiding voor complete in-formatie en waarschuwingen. De met een asterisk gemarkeerde uit-rustingen worden alleen in bepaalde uitvoeringen van het model standaard ingebouwd, worden alleen voor som-mige uitvoeringen als optie geleverd, of worden alleen in bepaalde landen aangeboden. ® De registreerde handelsmerken zijn aangegeven met ®. Wordt dit symbool niet aangegeven, dan houdt dit niet in dat het geen geregistreerd merk betreft. >> Geeft aan dat het onderwerp op de vol-gende bladzijde doorgaat.
VOORZICHTIGTeksten met dit symbool attenderen u op mo-gelijke schade aan uw wagen. Milieu-aanwijzingIn teksten met dit symbool staan aanwijzingen over milieubescherming. Let opIn teksten met dit symbool staat extra infor-matie. Dit boek is onderverdeeld in de volgende zes grote delen:1. De essentie2. Veiligheid3. Noodgevallen4. Besturing5. Tips6. Technische gegevensAan het eind van de handleiding vindt u een alfabetische inhoudsopgave waarmee u snel de gewenste informatie kunt vinden.
VoorwoordLees dit instructieboekje en de bijbehorendebijlagen aandachtig door zodat u snel met debediening van uw wagen vertrouwd raakt.Naast regelmatig onderhoud en verzorgingvan de wagen, draagt ook een correcte be-diening ertoe bij dat de wagen zijn waardebehoudt.Om veiligheidsredenen dient u altijd reke-ning te houden met de informatie over acces-soires, wijzigingen en vervanging van onder-delen.Bij verkoop van de wagen dient u de comple-te boorddocumentatie aan de nieuwe eige-naar te overhandigen. Deze hoort bij de wa-gen.
In deze handleiding heeft u toegang tot deinformatie via:●Thematische inhoudsopgave met de alge-mene structuur van de handleiding perhoofdstuk.●Visuele inhoudsopgave, waar grafisch staataangegeven op welke pagina de "essentiële"informatie gevonden kan worden en diewordt uitgebreid in de overeenkomstigehoofdstukken.●Alfabetische inhoudsopgave, met tal vantermen en synoniemen die het zoeken naarinformatie vergemakkelijkt.ATTENTIEHoud rekening met de belangrijke veilig-heidswaarschuwingen met betrekking totde voorairbag van de bijrijder ››› pag.91, Belangrijke aanwijzingen over devoorairbag van de bijrijder. Bedankt voor uw vertrouwen.Wij wensen u veel plezier metuw wagen en een goede reis.SEAT, S.A.
244 Achteruitrijsysteem "Rear View Camera"*. 250Trekhaak voor aanhangwagen en aanhangwa- gen. 253 Trekhaak voor aanhangwagen*. 253 Rijden met een aanhangwagen. 259 Aanwijzingen. 265 Verzorging en onderhoud. 265 Accessoires en technische wijzigingen. 265 Verzorging en schoonmaak. 266 Verzorging van de wagen, buitenzijde. 267 Verzorging van de wagen, binnenzijde. 272 Controleren en bijvullen. 275 Tanken. 275 Brandstof. 276 Werkzaamheden in de motorruimte. 278 Motorolie. 281 Koelsysteem. 284 Remvloeistof. 285 Reservoir ruitensproeiervloeistof. 287 Wagenaccu. 287 Wielen. 289 Wielen en banden. 289 Reservewiel (noodloopwiel)*. 294 Winterservice. 295 Technische gegevens. 296 Technische kenmerken. 296 Wat u moet weten. 296 Gegevens inzake het brandstofverbruik. 297 Rijden met een aanhangwagen. 298 Wielen. 298 Motorgegevens. 299 Afmetingen. 301 Trefwoordenlijst. 3036.
De essentieWerkingOpenen en sluitenGerelateerde video Afb. 1 Openen en sluitenPortieren Afb. 2 Sleutel met afstandsbediening: toet-sen. Afb. 3 Middenconsole: drukknoppen voorcentrale vergrendeling.Ver- en ontgrendelen met de sleutel●Vergrendelen: druk op de knop ››› afb. 2.●Ontgrendelen: druk op de knop ››› afb. 2.●Achterklep ontgrendelen: druk op de knop ››› afb. 2 tot alle knipperlichten van de au-to even knipperen.Ver- en ontgrendelen met de schakelaar vande centrale vergrendeling●Vergrendelen: druk op de knop ››› afb. 3.Het symbool gaat geel branden om aan tegeven dat deze is ingeschakeld. Geen enkelportier wordt geopend van buitenaf. U kuntde portieren van binnen ontgrendelen doortweemaal aan de slotgreep te trekken.●Ontgrendelen: druk opnieuw op de knop ››› afb. 3. Het symbool brandt weer in de nor-male kleur. ››› in Beschrijving op pag. 130››› pag.
129Ontgrendelen en vergrendelen vanhet bestuurdersportier Afb. 4 Greep van het bestuurdersportier: slot-c ilinder verborgen.Als de centrale vergrendeling uitvalt, kan hetbestuurdersportier via de slotcilinder wordenvergrendeld en ontgrendeld.Bij het handmatig vergrendelen van het por-tier, zullen alle andere portieren automatischvergrendelen. Bij het handmatig ontgrende-len zal uitsluitend het portier van de bestuur-der worden ontgrendeld. Volg de instructiesm.b.t. de inbraakbeveiliging ››› pag.136 op. »15
De essentie●De sleutelbaard van de wagensleutel uit-klappen ››› pag. 127. ●Steek de sleutelbaard in de onderste ope-ning van de klep op de portiergreep aan be-stuurderzijde ››› afb. 4 (pijl) en licht de klepop. ●Voer de sleutelbaard in de slotcilinder enontgrendel of vergrendel de wagen. Bijzonderheden●Het alarmsysteem blijft geactiveerd bij ont-grendelde wagens. Het alarm zal echter nogniet afgaan ››› pag. 136. ●Na het openen van portier aan bestuur-derszijde heeft u 15 sec. om het contact in teschakelen. Daarna gaat het alarm af. ●Contact inschakelen. De elektronische weg-rijblokkering herkent een geldige sleutel enschakelt het alarmsysteem uit. Let opHet alarmsysteem wordt niet geactiveerdwanneer de wagen met de sleutelbaard ver-grendeld wordt ››› pag. 136. Noodvergrendeling van de portierenzonder slotcilinder Afb. 5 Portier noodvergrendelen.
Als de centrale vergrendeling uitvalt, moetende portieren zonder slotcilinder apart wordenvergrendeld. Aan de voorzijde van het bijrijdersportier ziteen noodvergrendeling (alleen zichtbaar bijgeopend portier). ●Afdekkap uit de opening trekken. ●De sleutel in de gleuf in de binnenkant ste-ken en naar rechts (rechterportier) resp. naarlinks (linkerportier) draaien tot tegen de aan-slag. Nadat het portier is vergrendeld, kan het por-tier niet meer van buitenaf worden geopend. Het portier kan van binnenuit worden ont-grendeld en geopend door eenmaal aan deslotgreep te trekken. Achterklep Afb. 6 Achterklep: greepDe werking van de achterklepontgrendelingis elektrisch*. Deze wordt geactiveerd doorlicht te drukken op de greep ››› afb. 6. Dit systeem is al dan niet operationeel naar-gelang de status van de wagen.
De essentiede achterklep open gaat, klinkt een extrawaarschuwingssignaal*.●De achterklep openen: druk lichtjes op degreep ››› afb. 6. De klep wordt automatischgeopend.●De achterklep sluiten: houd de klep bij eenvan de handgrepen van de binnenbekledingvast en sluit de klep door hem zachtjes aante duwen. ››› in Openen en sluiten op pag. 139››› pag. 17Noodontgrendeling van achterklep Afb. 7 Noodontgrendeling van achterklep.Maakt openen mogelijk ingeval de centralevergrendeling niet werkt (bijvoorbeeld bijeen lege batterij).In de bekleding van de bagageruimte zit eengleuf die toegang geeft tot het mechanismevoor noodopenen.Openen van de achterklep vanaf de binnen-zijde van de bagageruimte●Steek de sleutelbaard in de gleuf en ont-grendel het sluitsysteem door de sleutellinksom te draaien, zoals de pijl aangeeft››› afb. 7.Gerelateerde video Afb. 8 MotorkapMotorkap Afb.
11 Detail van het bestuurdersportier: be-dienin gselementen voor de ruiten.●De ruit openen: druk op de knop .●De ruit sluiten: trek aan de knop .Knoppen in het bestuurdersportierRuit van het portier linksvoorRuit van het portier rechtsvoorRuit van het portier linksachter (alleen bijwagens met elektrische ruitbedieningachter)Ruit van het portier rechtsachter (alleenbij wagens met elektrische ruitbedieningachter)Veiligheidsschakelaar voor het uitschake-len van de ruitbedieningsknoppen in deachterportieren (alleen bij wagens metelektrische ruitbediening achter) ››› in De ruiten elektrisch openen ensluiten* op pag. 139››› pag. 13912345Vóór elke ritGerelateerde video Afb. 12 Interieur van deautoVoorstoelen handmatig verstellen Afb.
De essentieRugleuning schuiner zetten: draai aanhet bedieningsknop. ››› in Voorstoelen verstellen oppag. 151Hoofdsteun verstellen Afb. 14 Voorstoel: hoofdsteun verstellen.●Druk om de hoofdsteun hoger of lager tezetten op de knop aan de zijkant 1, schuifhem omhoog of omlaag tot hij in de gewen-ste stand vastklikt. ››› in Voorste hoofdsteunen verstellenop pag. 151››› pag. 76, ››› pag. 1513Veiligheidsgordel verstellen Afb. 15 De slotgesp van de veiligheidsgordelaanbrengen en verwijderen. Afb. 16 Juist verloop van de gordelband eneen juiste stand van de hoofdsteun van vorenen opzij gezien.Om de veiligheidsgordel te verstellen bij deschouder, regelt u de hoogte van de stoelen.Het schoudergedeelte goed in het midden,nooit over de hals. De veiligheidsgordel ligtvlak en strak op het bovenlichaam.Het heupgedeelte loopt over het bekken,nooit over de buik.
De essentieGordelspannersBij een botsing worden de veiligheidsgordelsvan de voorste zitplaatsen automatisch strakgetrokken.De gordelspanner kan slechts eenmaal wor-den geactiveerd. ››› in Onderhoud en afvoer van de gor-delspanners op pag. 83››› pag. 83Buitenspiegels verstellen Afb. 17 Detail van het bestuurdersportier: be-dieningsel ement voor buitenspiegel.Buitenspiegels verstellen: knop naar de ge-wen ste stand draaien:Door de knop naar de juiste stand tebrengen, stelt u de buitenspiegel aan dezijde van de bestuurder (L, links) en aande zijde van de bijrijder (R, rechts) in degewenste richting in.Spiegels inklappen. ››› in Elektrisch bediende buitenspie-gels* op pag. 150››› pag. 150Stuur verstellen Afb. 18 Hendel linksonder aan de stuurko-lom.●Positie van het stuur verstellen: trek dehendel ››› afb.
18 1 omlaag, plaats het stuurin de gewenste positie en breng de hendelopnieuw omhoog tot het sluitpunt.L/R ››› in Stand van het stuurwiel verstel-len op pag. 74AirbagsGerelateerde video Afb. 19 Interieur van deauto20
De essentieVoorairbags Afb. 20 Bestuurdersairbag in het stuurwiel. Afb. 21 Bijrijdersairbag in het dashboard.De voorairbag van de bestuurder bevindt zichin het stuurwiel ››› afb. 20 en die van de bijrij-der in het dashboard ››› afb. 21. De airbagszijn gemarkeerd met het opschrift "AIRBAG".De airbagafdekkingen worden bij het active-ren van de bestuurders- en bijrijdersairbaggeopend en blijven aan het stuurwiel en hetdashboard zitten ››› afb. 20, ››› afb. 21.Het voorairbagsysteem biedt in combinatiemet de veiligheidsgordels extra beschermingop hoofd- en borsthoogte van de bestuurderen bijrijder in geval van zware frontale bot-singen.De speciaal ontwikkelde airbag maakt hetmogelijk dat het gas onder het gewicht vande inzittende gericht wegstroomt.
Op dezewijze worden het hoofd en het bovenlichaambeschermd en door de airbag opgevangen.Na een aanrijding is de luchtzak derhalve zover leeggelopen dat het zicht naar voren weervrij is.››› pag. 87Voorairbag van de bijrijder buitenwerking stellen* Afb. 22 Schakelaar voorairbag aan bijrijders-zijde.Om de voorairbag van de bijrijder buitenwerking te stellen:●Open het portier aan de voorpassagierszij-de. »21
De essentie●De sleutel in de overeenkomstige gleuf vande schakelaar voor deactivering steken. ●De sleutel blijft ongeveer ¾ van zijn lengtezitten (maximaal). ●Draai de sleutel in stand. Niet te veelkracht uitoefenen. Indien u moeilijkhedenondervindt, controleert u of de sleutel tot deaanslag is ingestoken. ●Kijk tot slot naar het controlelampje op hetdashboard, waar staataangegeven, moet het opschrift verschij-nen. ››› in Voorairbag van de voorpassagierbuiten werking stellen* op pag. 89››› pag. 89Zij-airbags* Afb. 23 Zij-airbag in de bestuurdersstoel. Afb. 24 Zij-airbag volledig opgeblazen in hetlinkerdeel van de wagen. De zij-airbags zitten in de rugleuningvullingvan de bestuurdersstoel ››› afb. 23 en van debijrijdersstoel. De inbouwplaatsen zijn ge-markeerd door het opschrift "AIRBAG" boven-aan de rugleuningen.
De zij-airbags bieden in aanvulling op de vei-ligheidsgordels extra bescherming voor hetbovenlichaam van de inzittenden bij zwarebotsingen van opzij. Bij botsingen van opzij wordt door de zij-air-bags het gevaar op lichamelijk letsel voor deinzittenden gereduceerd aan de zijde waarde impact plaatsvindt. Behalve hun gewonebeschermende functie hebben de veilig-heidsgordels ook de taak om de inzittendenop de stoelen voorin en op de buitenste zit-plaatsen achterin bij een aanrijding van opzijzo op hun plaats te houden dat de zij-airbagsmaximale bescherming kunnen bieden. ››› in Zij-airbags* op pag. 87Hoofdairbags* Afb. 25 Plaats en gebied van openvouwenv an de hoofdairbag. Aan elke zijde van de binnenruimte boven dedeuren bevindt zich een hoofdairbag ››› afb. 25. Deze plek wordt aangeduid met hetwoord "AIRBAG".
De essentieDe hoofdairbags zorgen voor een daling vanhet risico op letsels aan de lichaamsdelendie het sterkst getroffen worden door de bot-sing bij de inzittenden voor- en achterin. ››› in Hoofdairbags* op pag. 88KinderzitjesGerelateerde video Afb. 26 Interieur van deautoBelangrijke aanwijzingen over devoorairbag van de bijrijder Afb. 27 Airbagstickers - versie 1: op de zonne-klep aan bijrijderszijde en op het achtersteframe van het bijrijdersportier . Afb. 28 Airbagstickers - versie 2: op de zonne-klep aan bijrijderszijde en op het achtersteframe van het bijrijdersportier .Op de zonneklep van de bijrijder en/of ach-terste omlijsting van het bijrijdersportier ziteen sticker met belangrijke informatie overde airbag aan de bijrijderszijde. ››› in Belangrijke aanwijzingen over devoorairbag van de bijrijder op pag. 91››› pag. 9023
De essentieBevestiging van het kinderzitje Afb. 29 Op de achterbank: mogelijkhedenvoor inbouw van het kinderzitje.Afbeelding ››› afb. 29 A toont de basisbe-vestiging van het kinderzitje met de bevesti-gingsringen onderaan en de bevestigings-gordel bovenaan. Afbeelding ››› afb.
29 Btoont de bevestiging van het kinderzitje metde veiligheidsgordel van de wagen.Kinderzitjes met het opschrift opuniverseelhet oranje label mogen met de veiligheids-gordel worden bevestigd op de zitplaatsendie in onderstaand overzicht met een ge-Umarkeerd zijn.●Bij bijrijdersstoel zonder hoogteregeling:de bijrijdersstoel moet zo ver mogelijk naarachteren geplaatst worden1).●Bij bijrijdersstoel met hoogteregeling: debijrijdersstoel moet zo ver mogelijk naar ach-teren en naar boven geplaatst worden1).Voor het juiste gebruik van de kinderzitjes opde plaatsen achterin moeten de rugleunin-gen voorin worden afgesteld tot er geen con-tact meer is met het zitje indien die tegen derijrichting in geplaatst is.
Bij zitjes in de rij-richting moet de rugleuning voorin wordenafgesteld tot er geen contact meer is met devoeten van het kind.Om de stoel van de bijrijder aan te passenaan het kinderzitje en de veiligheidsgordel inde ideale stand te zetten, zet u de rugleuningvan de bijrijdersstoel zo ver mogelijk naar vo-ren1).Indien u een semi-universeel zitje wenst in tebouwen, waarbij het zitje aan de auto wordtbevestigd met de veiligheidsgordel en desteun, mag het nooit in het midden van deachterbank worden gemonteerd, aangeziende afstand tot de vloer daar lager is dan deoverige plaatsen en de steun het zitje zo nietvoldoende stabiel kan houden.1) De wettelijke bepalingen van elk land en de nor-men van de fabrikant voor het gebruik en de monta-ge van kinderzitjes moeten worden nageleefd.24
De essentieGewichtsklasseZitplaatsBijrijdersstoela) Zitplaats links- of rechts-achterZitplaats midden achter-aanb) airbag on airbag off Klasse 0 tot 10 kg X U* U U Klasse 0+ tot 13 kg X U* U U Klasse I 9 t/m 18 kg X U* U U Klasse II 15 t/m 25 kg X UF* UF UF Klasse III 22 t/m 36 kg X UF* UF UFa) De wettelijke bepalingen van elk land en de normen van de fabrikant voor het gebruik en de montage van kinderzitjes moeten worden nageleefd.b) Semi-universele zitjes, waarbij de bevestiging gebeurt met de veiligheidsgordel van de auto en de steun, mogen niet gebruikt worden centraal achterin.niet compatibel voor inbouw van zitjesmet deze configuratie.Geschikt voor universele bevestigings-systemen voor gebruik in deze gewichts-klasse.Geschikt voor naar voren gerichte uni-versele bevestigingssystemen die zijngoedgekeurd voor deze gewichtsklasse.X:U:UF:de zitjes hoogteregeling moetenzonderzo ver mogelijk naar achteren geplaatstworden.
De essentieBevestiging van het kinderzitje met het systeem ISOFIX/iSize en Top Tether* Afb. 30 ISOFIX/iSize-bevestigingsbeugels. Afb. 31 Stand van de Top Tether-ringen aande achterzijde van de achterbank.Kinderzitjes met het "ISOFIX"- en Top Tether*-systeem kunnen snel, eenvoudig en veilig opde buitenste zitplaatsen achterin worden be-vestigd.De buitenste zitplaatsen zijn elk van twee"ISOFIX"-bevestigingsbeugels voorzien. Bijsommige wagens zijn de beugels aan hetstoelframe vastgezet en bij andere wagensop het achtergedeelte van de bodem. De"ISOFIX"-bevestigingsbeugels ››› afb. 30 be-vinden zich tussen de rugleuning en het kus-sen van de achterbank. De Top Tether*-beu-gels bevinden zich op de rugleuningen vande achterstoelen (achterzijde van de rugleu-ning of in de bagageruimte) ››› afb.
De essentieBevestiging van het kinderzitje met het systeem "ISOFIX/iSize" Afb. 32 ISOFIX/iSize-bevestigingsbeugels.De instructies van de fabrikant van het zitjemoeten verplicht nageleefd worden.●Haak het kinderzitje vast in de bevesti-gingsogen achter de gleuven gemarkeerdmet het logo "ISOFIX/iSize" ››› afb. 32 tot hethoorbaar vastklikt. Als het kinderzitje metTop Tether*-verankering is uitgerust, moet udit op de desbetreffende bevestigingbeugelaansluiten ››› afb. 34. Volg de aanwijzingenvan de fabrikant.●Trek het kinderzitje aan beide zijden omh-oog om zeker te zijn van een goede veranke-ring.De kinderzitjes met het "ISOFIX"- en Top Te-ther*-bevestigingssysteem zijn bij de Erken-de Seat Werkplaatsen verkrijgbaar.
De essentieBevestiging van het kinderzitje metde Top Tether-bevestigingsbanden* Afb. 33 Bevestigingsband: afstelling en mon-tage volgens de Top Tether-gordel. Afb. 34 Stand van de Top Tether-ringen aande achterzijde van de achterbank.De kinderzitjes met Top Tether-systeem zijnvoorzien van een bevestigingsband, waar-mee het kinderzitje kan worden bevestigdaan een verankeringspunt aan de achterzijdevan de achterbank.Het doel van deze band is het verminderenvan de voorwaartse beweging van het kinder-zitje bij een botsing, om zo bij te dragen aaneen vermindering van het risico op verwon-dingen aan het hoofd door het stoten tegeneen onderdeel in het interieur van de wagen.Gebruik van Top Tether voor zitjes die naarachter wijzend worden gemonteerdEr zijn momenteel slechts enkele kinderzitjesdie tegengesteld aan de rijrichting moetenworden gemonteerd en gebruik maken vanTop Tether.
Lees de instructies van de fabri-kant van het zitje grondig door en volg dezenauwgezet op voor een correcte montage vande Top Tether gordel.Bevestigingsband vastmaken●Vouw de bevestigingsband van de Top Te-ther van het kinderzitje uit volgens de aanwij-zingen van de fabrikant.●Breng de band onder de hoofdsteun van dezitplaats achterin ››› afb. 33 (volgens de in-structies van het zitje tilt u de hoofdsteun zonodig op of verwijdert u hem).●Schuif de band erdoor en maak hem goedvast met het verankeringspunt aan de achter-zijde van de rugleuning ››› afb. 34.●Trek de band strak aan volgens de aanwij-zingen van de fabrikant.Bevestigingsband losmaken●Verminder de spanning van de band vol-gens de aanwijzingen van de fabrikant.●Druk het slot in en haal de band uit de ver-ankeringssteun. ››› in Veiligheidsaanwijzingen oppag. 9229
De essentieDe auto startenContactslot Afb. 35 Standen van de contactsleutel.Het contact inschakelen: steek de sleutel inhet contact en start de motor.Stuur ver- en ontgrendelen●Het stuur vergrendelen: verwijder de con-tactsleutel uit het contact en draai het stuurtot het blokkeert. Bij wagens met automati-sche versnellingsbak zet u voordat u de sleu-tel verwijdert de keuzehendel in stand . ZoPnodig drukt u op de toets voor keuzehendel-vergrendeling en laat u die daarna los.●Het stuur ontgrendelen: steek de sleutel inhet contact en draai de sleutel en gelijktijdighet stuur in de richting van de pijl.
Indien hetstuur niet gedraaid kan worden, komt dit mo-gelijk omdat de blokkering actief is.Contact inschakelen/uitschakelen, voor-gloeien●Het contact inschakelen: draai sleutel instand 2.●Het contact uitschakelen: draai sleutel instand 1.●Auto's met dieselmotor : bij ingescha-keld contact wordt voorgegloeid.Starten van de motor●Handgeschakelde versnellingsbak: trap hetkoppelingspedaal helemaal in en zet de ver-snellingshendel in de vrijstand.●Automatische versnellingsbak: trap hetrempedaal in en zet de keuzehendel in standP N of .●Sleutel naar stand 3 draaien. De contact-sl eutel keert automatisch terug naar stand2. Hierbij geen gas geven.Start-stopsysteem*Bij het stoppen en loslaten van het koppe-lingspedaal, zet het start-stopsysteem* demotor uit. Het contact blijft ingeschakeld. ››› in Standen van de contactsleutel oppag. 174››› pag. 173Lichten en zichtGerelateerde video Afb.
38 Knipperlicht- en grootlichthendel.Hendel in de gewenste stand zetten:Rechter knipperlicht: rechter parkeerlicht(contact uitgeschakeld).Linker knipperlicht: linker parkeerlicht(contact uitgeschakeld).Grootlicht ingeschakeld: controlelampje brandt in het instrumentenpaneel.Grootlichtsignaal: brandt met ingedruktehendel. Controlelampje brandt.Hendel in basisstand voor uitgeschakeld. ››› in Knipperlicht- en grootlichthendelop pag. 144››› pag. 1431234Alarmlichten Afb. 39 Dashboard: schakelaar voor alarm-lichten.Ingeschakeld, bijvoorbeeld:●Bij het naderen van een file●In een noodsituatie●Wagen staat stil wegens pech●Bij het slepen of gesleept worden ››› in Alarmlichten op pag. 147››› pag. 14631
De essentieBinnenverlichting Afb. 40 Deel van de hemelbekleding: binnen-verlichting voorin. Knop FunctieDe binnenverlichting in- of uitschakelen.De portierschakeling in- of uitschakelen.De binnenverlichting gaat automatischaan wanneer de wagen ontgrendeld, eenportier geopend of de sleutel uit het con-tactslot genomen wordt.De verlichting gaat na een paar secon-den uit nadat alle portieren gesloten zijn,de wagen vergrendeld is of het contact inwordt geschakeld. / Het leeslampje in- en uitschakelen.Afhankelijk van de versie van de wagen kun-nen de bedieningsknoppen van het licht ver-schillen.››› pag. 147Ruitenwisser voor en achter Afb. 41 Bediening van de ruitenwisser en rui-t ensproeier.Hendel in de gewenste stand zetten:0Ruitenwissers uit.Hendel in de gewenste stand zetten:1Intervalwissen van de ruitenwissers.Met de knop ››› afb.
41 A de intervalni-veaus (bij wagens zonder regensensor) ofde gevoeligheid van de regensensor in-stellen.2Langzaam wissen.3Snel wissen.4Tipwissen. Kort indrukken, kort wissen.5Wis-/was-automaat. Door de hendel naarvoren te verplaatsen, wordt de ruiten-sproeifunctie geactiveerd; de ruitenwis-sers gaan ook werken.6Intervalwissen bij de achterruit. De achter-ruitwisser werkt ongeveer om de 6 secon-den.7Door de hendel in te drukken, wordt deruitensproeifunctie geactiveerd; de ruiten-wisser gaat ook werken. ››› in Ruitenwisser voor en achter oppag. 148››› pag. 148››› pag. 7032
De essentieEasy ConnectInstellingen van het CAR-menu Afb. 42 Easy Connect: Hoofdmenu. Easy Connect: Menu WAGENAfb. 43Om de instelmenu's te selecteren, drukt unaargelang de uitvoering op de toets EasyConnect en de functietoets SETUP , OFWELop de toets en dan op SETUP .Het aantal beschikbare menu's en de bena-ming van de verschillende opties voor de me-nu's hangt af van de elektronica en de uitrus-ting van de wagen.●Contact inschakelen.●Indien het is uitgeschakeld, zet dan het in-fotainmentsysteem aan.●Druk op de toets van het systeem endaarna op de functieknop Wagen ››› afb. 42 ofde toets van het systeem om naar hetmenu Wagen ››› afb. 43 te gaan.●Druk op de functieknop SETUP om het me-nu Wageninstellingen ››› afb.
43 te ope-nen.●Om binnen het menu een functie te selec-teren, de betreffende knop indrukken.Door te drukken op de menutoets wordt altijdhet laatst geselecteerde menu geactiveerd.Als het selectievakje van de functietoets isgemarkeerd , is de functie actief.De wijzigingen in de instelmenu's worden au-tomatisch opgeslagen bij het verlaten van demenu's TERUG . Menu Submenu Instelling mogelijk Beschrijving ESC-systeem: – Activering van het programma voor de Elektronische Stabiliserings Controle (ESC) ››› pag. 182»33
De essentie Menu Submenu Instelling mogelijk Beschrijving Service –Chassisnummer, datum volgende SEAT Controleservice, datum volgende Onderhouds-service ››› pag. 41Fabrieksinstellingen –Alle instellingen, hulpsystemen voor de bestuurder, parkeren en manoeuvreren, ver-lichting, ruitenwissers, openen en sluiten, multifunctie-scherm kunnen teruggezetworden– ››› in Menu WAGEN op pag. 121››› pag. 120BestuurdersinformatiesysteemInleidingBij ingeschakeld contact is het mogelijk deverschillende functies van het display teraadplegen door te navigeren door de me-nu's. Bij wagens met multifunctiestuurwiel kan demultifunctie-indicatie uitsluitend worden be-diend via de knoppen aan dat stuurwiel. Het aantal menu's dat weergegeven wordt ophet display van het instrumentenpaneel vari-eert naargelang de elektronica en uitvoeringvan de wagen.
Bij een gespecialiseerde dealer kunnen func-ties geprogrammeerd of gewijzigd wordenvolgens de uitvoering van de wagen. Geadvi-seerd wordt om naar de werkplaats van eenofficiële SEAT dealer te gaan. Een aantal opties van het menu kan enkel ge-raadpleegd worden wanneer het voertuig stil-staat. Zolang een waarschuwing met hoogste prio-riteit 1 weergegeven wordt op het scherm,kunnen de menu's niet getoond worden››› pag. 39. Bepaalde waarschuwingen kun-nen worden bevestigd via de ruitenwisser-hendel of de knop op het multifunctiestuur-wiel; deze verdwijnen dan. Het informatiesysteem biedt ook de volgendeinformatie en aanwijzingen (volgens de uit-rusting van de wagen):Ritgegevens ››› pag. 37■Multifunctie-indicatie vanaf het vertrek■Multifunctie-indicatie vanaf het tanken■Multifunctie-indicatie berekening totaalAssistenten ››› pag.
De essentieBediening menu's in het instrumen-tenpaneel Afb. 44 Ruitenwisserhendel: bedieningstoet-sen. Afb. 45 Rechterdeel van het multifunctiestuur-wiel: bedieningstoetsen. Het informatiesysteem voor de bestuurderwordt bediend met de knoppen van het mul-tifunctiestuurwiel ››› afb. 45 of met de ruiten-wisserhendel ››› afb. 44 (indien de wagenniet is uitgerust met multifunctiestuurwiel). Hoofdmenu oproepen●Contact inschakelen. ●Indien een bericht of het pictogram van dewagen verschijnt, drukt u op toets ››› afb. 441 op de ruitenwisserhendel of op toets van het multifunctiestuurwiel ››› afb. 45. ●In geval van bediening met de ruitenwisser-hendel: om naar het hoofdmenu te gaan››› pag. 36 of om terug te keren naar hethoofdmenu vanuit een ander menu, drukt uop de tuimelschakelaar ››› afb. 44 2.
●In geval van bediening met het multifunc-tiestuurwiel: de lijst van het hoofdmenuwordt niet weergegeven. Om door het hoofd-menu te stappen, drukt u een aantal kerenop toets of ››› afb. 45. Een submenu selecteren●Duw de tuimelschakelaar ››› afb. 44 2 vande ruitenwisserhendel naar voren of achter ofdraai aan het kartelwieltje van het multifunc-tiestuurwiel ››› afb. 45 totdat de gewenstemenuoptie oplicht. ●De aangeduide optie wordt weergegevenmet een horizontale lijn eronder. ●Om de optie in het submenu op te vragen,drukt u op toets ››› afb. 44 1 van de ruiten-wis serhendel of de toets van het multi-functiestuurwiel ››› afb. 45. Instellingen uitvoeren naargelang het menu●Met de tuimelschakelaar van de ruitenwis-serhendel of het kartelwieltje van het multi-functiestuurwiel voert u de gewenste veran-deringen uit.
Keuzemenu Menu FunctieRitgege-vensInformatie en configuratiemogelijkhe-den van de multifunctie-indicatie(MFA) ››› pag. 37, ››› pag. 120. Assisten-tenInformatie over en mogelijke configu-raties van de systemen ter ondersteu-ning van de bestuurder ››› pag. 38. Navigatie*Informatie van het geactiveerde navi-gatiesysteem: met de routegeleidinggeactiveerd, worden de afslagpijlen ende balken getoond. De weergave ver-loopt via het Easy Connect-systeem. Indien de routegeleiding niet geacti-veerd is, wordt de rijrichting aangege-ven (kompas) en de naam van destraat waar men rijdt ››› brochure Navi-gatiesysteem. 36.
De essentie Menu FunctieAudioInformatie over de radiozender,naam van de track op de cdof naam van de track in Media-stand››› brochure Radio of ››› brochure Navi-gatiesysteem. TelefoonInformatie en configuratiemogelijkhe-den van de mobiele-telefoonvoorberei-ding ››› brochure Radio of ››› brochureNavigatiesysteem. Staat vande wagenWeergave van de actuele waarschu-wingen of informatie en andere onder-delen van het systeem afhankelijk vanhet uitrustingsniveau ››› pag. 120. RitgegevensDe multifunctie-indicatie geeft de afgelegdeafstand en het brandstofverbruik weer. Wisselen tussen de weergavefuncties op demultifunctie-indicatie●Bij wagens zonder multifunctiestuurwiel:druk op de tuimelschakelaar van de rui-tenwisserhendel ››› afb. 44. ●Bij wagens met multifunctiestuurwiel: draaiaan het kartelwieltje ››› afb. 45.
Geheugen van de multifunctie-indicatieDe multifunctie-indicatie is voorzien van driegeheugen die automatisch werken: Multi-functie-indicatie vanaf het vertrek, Multifunc-tie-indicatie vanaf het tanken, Multifunctie-indicatie berekening totaal. Op het displaykunt u aflezen welk geheugen momenteelwordt getoond. Wisselen tussen geheugens met ingescha-keld contact en getoond geheugenDruk op de toets van de ruitenwisser-hendel of de toets op het multifunctie-stuurwiel. Menu FunctieMultifunc-tie-indica-tie vanafhet vertrekWeergave en opslag in het geheu-gen van de afgelegde afstand en hetbrandstofverbruik vanaf het momentdat de ontsteking werd ingescha-keld totdat deze weer werd uitge-schakeld. Als u binnen 2 uur na uitschakelenvan het contact weer gaat rijden,worden de nieuwe gegevens toege-voegd aan de opgeslagen gegevens.
Bij een ritonderbreking van meerdan twee uur wordt het geheugenautomatisch gewist. Multifunc-tie-indica-tie vanafhet tankenAanduiding en in geheugen opslaanvan waarden van afgelegd traject enbrandstofverbruik.
Na brandstof tan-ken wordt geheugen automatischgewist. Menu FunctieMultifunc-tie-indica-tie bereke-ning totaalIn het geheugen worden de waardenvan een bepaald aantal deeltrajec-ten geregistreerd, tot een totaal van19 uur en 59 minuten of 99 uur en59 minuten ofwel 1. 999,9 kmof 9. 999 km, afhankelijk van het mo-del van het instrumentenpaneel. Bijhet bereiken van deze limietwaar-dena), wordt het geheugen automa-tisch gewist en telt het systeem op-nieuw vanaf 0. a) Dit is afhankelijk van het model van het instrumentenpaneel. Een geheugen handmatig wissen●Selecteer het geheugen dat u wenst te wis-sen. ●Houd de toets van de ruitenwisser-hendel of de toets op het multifunctie-stuurwiel ca. 2 seconden ingedrukt.
De aanwijzingen personaliserenIn het Easy Connect-systeem kunt u instellenwelke gegevens voor de multifunctie-indica-tie (MFA) moeten worden weergegeven ophet display in het instrumentenpaneel; ge-bruik hiertoe de toets en de functietoetsS ETUP ››› pag. 120. »37.
De essentieOverzicht van gegevens Menu FunctieHuidig brand-stofverbruikHet actueel verbruik wordt tijdenshet rijden gemeten in liters per100 km; met de motor in werkingen de wagen in stilstand, in li-ters/uur. Gemiddeld ver-bruikHet gemiddelde brandstofver-bruik wordt na het inschakelenvan het contact al na ca. 300 me-ter in liters per 100 km weergege-ven. Tot dan worden streepjes ge-toond. De aangegeven waardewordt ongeveer om de 5 secon-den bijgewerkt. ActieradiusGeschatte afstand in km die nogafgelegd kan worden met de res-terende brandstof in de tank alsdezelfde rijstijl aangehoudenwordt. Deze waarde wordt o. a. be-rekend op basis van het actuelebrandstofverbruik. RijtijdGeeft de uren (h) en minuten(min) weer die verstreken zijnsinds het contact werd ingescha-keld. Afgelegde af-standAfgelegde afstand in km sinds hetcontact werd ingeschakeld.
Menu FunctieGemiddeldesnelheidDe gemiddelde snelheid wordt nainschakeling van het contact al naongeveer 100 meter weergege-ven. Tot dan worden streepjes ge-toond. De aangegeven waardewordt ongeveer om de 5 secon-den bijgewerkt. Digitale indi-catie van desnelheidActuele snelheid digitaal weerge-geven. Snelheidswaar-schuwing bij--- km/u ofSnelheidswaar-schuwing bij--- mphIndien de opgeslagen snelheid(tussen 30-250 km/u of 19-155mijl per uur) wordt overschreden,klinkt een akoestisch signaal enverschijnt een visuele waarschu-wing. Olietempera-tuurDigitale weergave van de actuelemotorolietemperatuur. Koelvloeistof-temperatuurDigitale indicatie van actuelekoelvloeistoftemperatuur. Een snelheid opslaan met de snelheidswaar-schuwing●Selecteer de weergave Snelheidswaar-schuwing bij --- km/u.
●Druk op de toets van de ruitenwis-serhendel of de toets van het multifunc-tiestuurwiel om de actuele snelheid op teslaan in het geheugen en de snelheidswaar-schuwing te activeren. ●Inschakelen: in dat geval moet u binnen 5sec.
de gewenste snelheid instellen via detuimelschakelaar van de ruitenwisser-hendel of door aan het kartelwieltje van hetmultifunctiestuurwiel te draaien. Druk vervol-gens opnieuw op de toets of , ofwacht een paar seconden. De snelheid wordtopgeslagen en de snelheidswaarschuwingwordt geactiveerd. ●Uitschakelen: druk op de toets of detoets . De in het geheugen opgeslagensnelheid wordt gewist. Menu Assistenten Menu FunctieACCWeergave van de automatischeafstandsregeling (ACC) ››› pag. 217. Front Assist Het bewakingssysteem in- of uit-schakelen ››› pag. 211. Vermoeidheids-detectie*Vermoeidheidsdetectie in- en uit-schakelen (aanbeveling om tepauzeren) ››› pag. 235. 38.
De essentieAanwijzingen op het schermMotorkap, achterklep en portieren ge-opend Afb. 46 A: motorkap open; B: achterklepopen; C: portier link svoor open; D: portierrechtsvoor open (alleen bij wagens met 5 por-tieren). Als het contact wordt ingeschakeld resp. tij-dens het rijden worden in het display in hetinstrumentenpaneel de portieren, de motor-kap en de achterklep weergegeven als dezeopen zijn; in dat geval wordt tevens eenakoestisch signaal gegeven. Afhankelijk vande uitvoering van het instrumentenpaneel,kan de voorstelling variëren. Afbeel-ding Legenda van ››› afb. 46A Niet verder rijden. De motorkap staat open of is niet goedgesloten ››› pag. 278. B Niet verder rijden. De achterklep staat open of is niet goedgesloten ››› pag. 16. C D, Niet verder rijden. Een portier van de wagen staat open ofis niet goed gesloten ››› pag. 129. ››› pag.
116Waarschuwings- en informatieberich-t enBij het inschakelen van het contact of tijdenshet rijden worden enkele functies en wagen-componenten gecontroleerd op hun toe-stand. De storingen in de werking wordenweergegeven op het display door middel vanrode en gele symbolen, alsook door berich-ten op het display van het instrumentenpa-neel (››› pag. 119 ››› pag. 45) en in be-paalde gevallen door middel van akoestischesignalen. Afhankelijk van de uitvoering vanhet instrumentenpaneel, kan de voorstellingvariëren. Waarschuwing met prioriteit 1 (rode symbolen)Symbool knippert of brandt; deels in combinatie met ge-luidssignalen. Zet de wagen stil. Gevaar ››› in Waarschuwings-symbolen op pag. 120. De functie met de storing controleren en de storing ver-helpen. Roep indien nodig de hulp in van gespeciali-seerd personeel.
De essentieIndicatie van de versnellingen Afb. 47 Instrumentenpaneel: indicatie van deversnellingen (schakelbak). Aanbevolen versnellingTijdens het rijden kan op het display van hetinstrumentenpaneel de aanbevolen versnel-ling worden getoond om brandstof te bespa-ren ››› pag. 196. BuitentemperatuurmeterWanneer de buitentemperatuur lager is dan+4°C (+39°F), wordt naast deze temperatuurhet symbool (waarschuwing risico op ijzel)weergegeven. Aanvankelijk knippert dit sym-bool en dan blijft het continu branden tot debuitentemperatuur hoger is +6°C (+43°F)››› in Elementen op het display oppag. 117. Wanneer de wagen stilstaat of bij het rijdenmet zeer lage snelheid, is het mogelijk dat deaangegeven temperatuur iets hoger is dan dewerkelijke buitentemperatuur, vanwege dewarmte die de motor afgeeft. Het meetbereik van de temperatuur gaat van-40°C tot +50°C (-40°F tot +122°F).
MotorolietemperatuurmeterDe motor heeft onder normale rijomstandig-heden de bedrijfstemperatuur bereikt als demotorolietemperatuur tussen (178°F)80°Cen (248°F) ligt. Bij een hoge motorbe-120°Clasting of een hoge omgevingstemperatuurkan de motorolietemperatuur toenemen. Ditheeft verder geen consequenties zolanggeen melding verschijnt op het display via decontrolelampjes ››› Tab. op pag. 47 of ››› Tab. op pag. 47. In wagens zonder multifunctiestuurwiel●Druk op de tuimelschakelaar ››› afb. 44 2totdat het hoofdmenu verschijnt. Ga naarRijgegevens. Gebruik de toets 2 om naarde motorolietemperatuurindicatie te gaan. In wagens met multifunctiestuurwiel●Ga naar het submenu enRijgegevensdraai aan het kartelwieltje tot de indicatievan de olietemperatuur verschijnt. Extra verbruikers●Bediening met de ruitenwisserhendel*:druk op de tuimelschakelaar ››› afb. 44 2 tothet hoofdmenu verschijnt.
●Bediening met het multifunctiestuurwiel*:beweeg met de toets 1 of 2 tot Rijgege-vens en bevestig met. Draai aan hetOKrechter kartelwieltje totdat de weergave Com-fortverbruikers verschijnt. Het actuele verbruik van alle extra verbrui-kers samen wordt bovendien grafisch weer-gegeven. BesparingstipsIn omstandigheden waarin het brandstofver-bruik toeneemt, worden besparingstips ge-geven. Volg ze op om uw verbruik te beper-ken. Deze indicaties verschijnen automatischen worden uitsluitend weergegeven in het ef-ficiencyprogramma. Na een tijdje verdwijnende tips automatisch. Als u een besparingstip wilt verbergen zodradeze verschijnt, drukt u op een willekeurigetoets op de ruitenwisserhendel* / het multi-functiestuurwiel*. 40.
De essentieLet op●Als een besparingstips is verborgen, wordtdeze weer weergegeven zodra het contactweer wordt ingeschakeld. ●De besparingstips worden niet voortdurendweergegeven, maar incidenteel. SnelheidswaarschuwingssysteemHet snelheidswaarschuwingssysteem geefteen waarschuwing als de bestuurder de op-geslagen maximumsnelheid overschrijdt metongeveer 3 km/u (2 mph). Er klinkt eenakoestisch waarschuwingssignaal en op hetdisplay in het instrumentenpaneel verschij-nen gelijktijdig het controlelampje en deaanwijzing voor de bestuurder ingesteldesnelheid bereikt. Het controlelampje gaat weer uit zodra de snelheid wordt ver-laagd tot onder de opgeslagen limietsnel-heid.
De programmering van de snelheidswaar-schuwing wordt aanbevolen indien men eenbepaalde maximumsnelheid wenst aan tehouden, zoals bij het rijden in een land metverschillende snelheidslimieten of bij eenmaximumsnelheid voor de winterbanden. Waarschuwingslimiet instellenDe waarschuwingslimiet kan worden gepro-grammeerd, gewijzigd en gewist via de radioof het Easy Connect*-systeem. ●Wagens met radio: druk op de knop SETUP> bedieningsknop Assistentie voorde bestuurder Snelheidswaarschu- > wing. ●Wagens met Easy Connect: druk op de be-dieningsknop of Systemen Wagensyste-men Assistentie voor de bestuur- > der Snelheidswaarschuwing >. De limiet voor snelheidswaarschuwing kanworden ingesteld van 30 tot 240 km/u (20tot 149 mph). De instelling vindt plaats instappen van telkens 10 km/u (5 mph).
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Seat Arona (2017) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto Seat
Handleiding Auto
Nieuwste handleidingen voor Auto