Scheppach kgz 216s Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Scheppach kgz 216s (176 pagina’s), behorend tot de categorie Zaagmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 16 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Scheppach kgz 216s of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/176
DE
Zug-, Kapp- und Gehrungssäge
Originalbetriebsanleitung
6-17
GB
Sliding cross cut mitre saw
Translation from the original instruction manual
18-28
FR
Scie à onglet
Traduction du manuel d’origine
29-40
CZ
Kapovací a pokosová pila s pojezdem
Překlad originálního návodu k obsluze
41-52
SK
Tesárska, kapovacia a pokosová píla
Preklad originálu návodu na obsluhu
53-64
SI
Potezna, čelilna in zajerala žaga
Prevod originalnih navodil za uporabo
65-76
HU
Vonó-, fejező és sarkaló fűrész
Az eredeti használati útmutató fordítása
77-89
HR
Vlačna, presječna i kutna pila
Prijevod originalnog priručnika za uporabu
90-101
RO
Ferăstrău-joagăr, pentru retezare şi
pentru îmbinări de colţ
Traducere din manualul de exploatare original
102-113
BG
Циркулярен трион с изтегляне и герунг
Превод на оригиналното ръководство за експлоатация
114-126
FI
Katkaisu- ja jiirisaha
Käännös alkuperäisestä käyttöohjeesta
127-137
BE-VLG
Trek-, kap- en verstekzaag
Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing
138-149
PL
Piła ukośna
umaczenie oryginalnej instrukcji obsługi
150-161
IT
Sega circolare per tagli obliqui
Traduzioni del manuale d‘uso originale
162-173
Art.Nr.
4901201901; 4901201903
4901201850 | 02/2017
kgz 216s

Beoordeel deze handleiding

4.9/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Scheppach
Categorie: Zaagmachine
Model: kgz 216s

Handleiding Scheppach kgz 216s – volledige tekst

BE-VLGVoor de ingebruikneming de gebruiksaanwijzing en veiligheidsinstructies lezen en naleven!BE-VLGDraag een veiligheidsbril!BE-VLGOpgelet! Gevaar voor letsels! Grijp niet in het draaiende zaagblad!0BE-VLGOpgelet! Laserstraling!BE-VLGVeiligheidsklasse IIBE-VLGDraag gehoorbescherming!BE-VLGDraag adembescherming bij stofontwikkeling!Verklaring van de symbolen op het toestel

140 BE-VLG1. InleidingFABRIKANT:scheppachFabrikation von Holzbearbeitungsmaschinen GmbHGünzburger Straße 69D-89335 IchenhausenBESTE KLANT,Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe machine. OPMERKING:De fabrikant van dit apparaat is conform de geldende wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade, die aan of door dit apparaat ontstaat bij:• ondeskundig gebruik,• niet-naleving van de gebruiksaanwijzing,• reparaties door derden, door onbevoegde personen,• inbouw en vervanging van niet originele reserveon-derdelen,• niet-reglementair gebruik,• het uitvallen van de elektrische installatie bij niet-naleving van de elektrische voorschriften en VDE-bepalingen 0100, DIN 57113 / VDE0113. Wij adviseren u het volgende:Lees voor de montage en ingebruikneming aandach-tig de volledige gebruiksaanwijzing.

Dankzij deze gebruiksaanwijzing leert u uw machine en de reglementaire gebruiksmogelijkheden ervan kennen. U vindt hier belangrijke instructies over hoe u de ma-chine veilig, vakkundig en rendabel gebruikt, over hoe u risico‘s vermijdt, reparatiekosten voorkomt, de stil-standtijd beperkt en de betrouwbaarheid en levensdu-ur van de machine verhoogt. Bovenop de veiligheidsvoorschriften van deze ge-bruiksaanwijzing moet u in elk geval ook de nationa-le bepalingen inzake het gebruik van deze machine respecteren. Bewaar de gebruiksaanwijzing in de buurt van de ma-chine in een plastiek omhulsel als bescherming tegen vuil en vocht. Elke gebruiker moet deze handleiding voor het begin van de werkzaamheden lezen en zorg-vuldig naleven. Enkel personen, die over het gebruik van de machine en de daarmee verbonden gevaren zijn geïnstrueerd, mogen de machine bedienen.

Schakelaar om het toerental te wijzigena) 90° aanslaghoek (niet in leveringsomvang)b) 45° aanslaghoek (niet in leveringsomvang)c) Inbussleutel, 6 mm3. Leveringsomvang• Open de verpakking en haal de machine er voor-zichtig uit. • Verwijder het verpakkingsmateriaal, evenals de be-schermingen bij de verpakking en voor het transport (indien voorhanden). • Controleer of de leveringsomvang volledig is. • Controleer de machine en de bijbehorende onderde-len op transportschade. • Bewaar de verpakking indien mogelijk tot het einde van de garantieperiode.

141BE-VLGOPGELETDe machine en het verpakkingsmateriaal zijn ge-en speelgoed voor kinderen. Kinderen mogen niet met plastic zakken, folie en kleine onderde-len spelen. Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikking. • Trek-, kap- en verstekzaag• 1x spaninrichting (8)• 2x werkstuksteun (9)• Spaanopvangzak (21)• Inbussleutel (c)• 3x LR44 knoopcelbatterijen • Gebruiksaanwijzing4. Reglementair gebruikDe trek-, kap- en verstekzaag dient om hout, houtach-tig materiaal, kunststof en non-ferrometalen, behalve magnesium en magnesiumhoudende legeringen, af te korten overeenkomstig de grootte van de machine. De zaag is niet geschikt voor het snijden van brandhout. De machine mag enkel voor de bedoelde toepassin-gen gebruikt worden. Elk verdergaand gebruik is niet reglementair.

Voor daaruitvoortvloeiende schade of letsels, van welke aard dan ook, is de gebruiker/bediener aansprakelijk en niet de fabrikant. Enkel voor de machine gepaste zaagbladen mogen gebruikt worden. Het gebruik van snijschijven, van welke soort dan ook, is verboden. Het naleven van de veiligheidsinstructies, van de montage-instructies en de aanwijzingen aangaande de werking, vermeld in deze gebruiksaanwijzing, maakt eveneens deel uit van het reglementaire gebruik. Personen, die de machine bedienen en onderhouden, moeten hiermee vertrouwd zijn en van de mogelijke gevaren op de hoogte zijn. Bovendien moeten de geldende voorschriften inzake ongevallenpreventie strikt worden opgevolgd. Andere algemene regels op het gebied van arbeids-geneeskunde en veiligheid moeten in acht genomen worden.

Veranderingen aan de machine stellen de fabri-kant volledig vrij van aansprakelijkheid voor daaruit voortvloeiende schade. Ondanks reglementair gebruik kunnen bepaalde restrisico‘s niet volledig uitgesloten worden. Door de constructie en bouw van de machine kunnen de vol-gende gevolgen optreden:• Raken van het zaagblad in het niet afgedekte zaag-gebied. • Grijpen in het draaiende zaagblad (snijwonden).

• Terugstoot van werkstukken en werkstukdelen. • Zaagbladbreuken. • Wegslingeren van defecte hardmetalen stukken van het zaagblad. • Gehoorschade bij niet-gebruik van de nodige ge-hoorbescherming. • Bij gebruik in gesloten vertrekken komt houtstof vrij, dat schadelijk is voor de gezondheid. Houd er rekening mee dat onze toestellen overeen-komstig hun bestemming niet voor commercieel, am-bachtelijk of industrieel gebruik ontworpen zijn. Wij zijn niet aansprakelijk als de machine in industriële of ambachtelijke bedrijven of in soortgelijke activiteiten wordt gebruikt. 5. Belangrijke opmerkingenOpgelet. Bij het gebruik van elektrisch gereedschap moet u als bescherming tegen elektrische schokken, gevaar voor letsels en brand de volgende fundamente-le veiligheidsinstructies opvolgen: Lees alle instructies vooraleer u het elektrische gereedschap gebruikt en bewaar deze goed.

Veilig werken1 Houd uw werkomgeving in orde. – Wanorde in de werkomgeving kan tot ongevallen leiden. 2 Houd rekening met de omgevingsomstandigheden. – Stel het elektrische gereedschap niet bloot aan regen. – Gebruik het elektrische gereedschap niet in een vochtige of natte omgeving. – Zorg voor een goede verlichting van de werkzone. – Gebruik het elektrische gereedschap niet in om-gevingen met brand- of explosiegevaar. 3 Bescherm u tegen elektrische schokken. – Vermijd lichamelijk contact met geaarde onderde-len (bijv. buizen, radiatoren, elektrische fornuizen, koeltoestellen). 4 Houd andere personen uit de buurt. – Laat andere personen, vooral kinderen, het elek-trische gereedschap of de kabel niet aanraken. Houd hen op een afstand van uw werkomgeving. 5 Bewaar ongebruikt elektrisch gereedschap op een veilige plaats.

– Ongebruikt elektrisch gereedschap bewaart u op een droge, hoge of afgesloten plaats, buiten het bereik van kinderen. 6 Overbelast het elektrische gereedschap niet. – U werkt beter en veiliger in het vermelde vermo-gensbereik.

7 Gebruik het juiste elektrische gereedschap. – Gebruik geen zwak elektrisch gereedschap voor zwaar werk. – Gebruik het elektrische gereedschap niet voor toepassingen, waarvoor het niet voorzien is. Ge-bruik bijv. geen handcirkelzagen om boomtakken of houtblokken door te snijden. – Gebruik het elektrische gereedschap niet om brandhout te zagen. 8 Draag geschikte kleding. – Draag geen ruimzittende kleding of juwelen, die in bewegende delen kunnen vastzitten. – Bij werkzaamheden in openlucht is slipvrij schoei-sel aan te bevelen. – Draag een haarnetje als u lang haar hebt. 9 Gebruik een beschermende uitrusting. – Draag een veiligheidsbril.

142 BE-VLG – Gebruik een ademmasker bij werkzaamheden, waarbij stof vrijkomt. 10 Sluit de stofafzuiginrichting aan als u hout, houtachtig materiaal of kunststof bewerkt. OP-GELET. Bij bewerking van metaal mag de stofafzuiging niet aangesloten worden. Brand- en explosiegevaar door hete spaanders of rondspattende vonken. Verwijder bij het bewer-ken van metaal ook de spaanopvangzak (21). – Als er aansluitingen voor de stofafzuiging en een opvanginrichting voorhanden zijn, controleer dan of deze aangesloten zijn en juist gebruikt worden. – Het gebruik in gesloten ruimtes is bij het bewer-ken van hout, houtachtig materiaal en kunststof enkel met een geschikte afzuiginrichting toege-laten. 11 Gebruik de kabel niet voor toepassingen, waarvoor deze niet voorzien is. – Trek nooit aan een kabel om de stekker uit het stopcontact te halen. Bescherm de kabel tegen hitte, olie en scherpe kanten.

12 Beveilig het werkstuk. – Gebruik de spaninrichtingen of een schroefstok om het werkstuk vast te klemmen. Zo zit het veiliger vast dan als u het met uw hand vast-houdt en kunt u de machine met beide handen bedienen. – Bij lange werkstukken is een extra steun (tafel, schraag,. ) nodig om te vermijden dat de machi-ne kantelt. – Druk het werkstuk altijd vast tegen het werkblad en de aanslag om te verhinderen dat het heen en weer beweegt of omdraait. 13 Vermijd een ongewone lichaamshouding. – Sta stevig en bewaar altijd uw evenwicht. – Vermijd een onhandige positie van uw handen, waarbij een of beide handen het zaagblad kun-nen aanraken als deze plots wegschuiven. 14 Onderhoud uw gereedschap zorgvuldig. – Houd het snijgereedschap scherp en schoon om beter en veiliger te werken. – Volg de instructies voor het smeren en vervan-gen van het gereedschap.

– Controleer regelmatig de aansluitleiding van het elektrische gereedschap en laat deze bij beschadiging door een erkende specialist ver-vangen. – Controleer regelmatig de verlengsnoeren en vervang deze bij beschadiging.

– Houd de handgrepen droog, zuiver en vrij van olie en vet. 15 Trek de stekker uit het stopcontact. – Verwijder nooit losse splinters, spaanders of geklemde stukken hout als het zaagblad draait. – Bij het niet gebruiken van het elektrische gereedschap, voor het onderhoud en bij het vervangen van onderdelen, bijv. zaagblad, boor, frees. – Als het zaagblad bij het snijden door een te grote vooruitstuwende kracht blokkeert, schakel dan de machine uit en koppel deze los van het elekt-riciteitsnet. Verwijder het werkstuk en controleer of het zaagblad vrij kan draaien. Schakel de machine in en begin opnieuw te snijden, maar met minder vooruitstuwende kracht. 16 Laat geen gereedschapssleutels zitten. – Controleer voor het inschakelen dat instelge-reedschap of schroefsleutels verwijderd zijn. 17 Vermijd een onopzettelijke start.

– Wanneer u de stekker in het stopcontact steekt, controleer dan eerst of de schakelaar op ‚uit‘ staat. 18 Gebruik verlengsnoeren voor buiten. – Gebruik in openlucht enkel daarvoor toegelaten en zo aangeduide verlengsnoeren. – Gebruik een kabelhaspel enkel in uitgerolde toestand. 19 Wees steeds aandachtig. – Let goed op wat u doet. Ga verstandig te werk. Gebruik het elektrische gereedschap nooit wan-neer u niet geconcentreerd bent. 20 Controleer het elektrische gereedschap op eventu-ele schade. – Controleer voor een verder gebruik van het elek-trische gereedschap beveiligingsinrichtingen of licht beschadigde onderdelen zorgvuldig op een vlekkeloze en reglementaire werking. – Controleer of de bewegende onderdelen onberis-pelijk functioneren, niet klemmen en of er geen onderdelen beschadigd zijn.

Alle onderdelen moeten juist gemonteerd zijn en aan alle voor-waarden voldoen om een correcte werking van het elektrische gereedschap te garanderen. – De bewegende beschermkap mag in geopende toestand niet vastgeklemd worden.

– Beschadigde beveiligingsinrichtingen en onderdelen moeten reglementair, door een erkende klanten-service gerepareerd of vervangen worden, tenzij in deze gebruiksaanwijzing anders is vermeld. – Beschadigde schakelaars moeten door de klan-tenservice worden vervangen. – Gebruik geen defecte of beschadigde aansluitlei-dingen. – Gebruik geen elektrisch gereedschap waarbij de schakelaar niet in- en uitgeschakeld kan worden. 21 OPGELET. – Wees bijzonder voorzichtig bij dubbele versteks-neden. 22 OPGELET. – Het gebruik van andere inzetstukken en toebe-horen kan letsels veroorzaken. 23 Laat uw elektrisch gereedschap door een elektrici-en repareren. – Dit elektrische gereedschap voldoet aan de desbetreffende veiligheidsbepalingen. Enkel een elektricien mag reparaties uitvoeren en moet daarbij originele reserveonderdelen gebruiken; anders kan dat tot ongevallen voor de gebruiker leiden.

143BE-VLGBIJKOMENDE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES1 Veiligheidsvoorzieningen – Waarschuwing. Gebruik geen beschadigde of vervormde zaagbladen. – Vervang een versleten tafelinzetstuk. – Gebruik enkel zaagbladen die door de fabrikant zijn aanbevolen en aan EN 847-1 voldoen. – Kies een zaagblad, dat geschikt is voor het te snijden materiaal. – Draag geschikte persoonlijke beschermende uitrusting. Deze omvat: – gehoorbescherming om het risico op gehoor-schade te verminderen, – adembescherming om het risico op het inade-men van gevaarlijk stof te verminderen, – handschoenen bij de omgang met zaagbla-den en ruwe materialen. Draag zaagbladen, als het mogelijk is, in een doos. – Draag een veiligheidsbril. Vonken die tijdens de werkzaamheden ontstaan of splinters, spaanders en stoffen, die uit de machine komen, kunnen zichtverlies veroorzaken.

– Sluit het elektrische gereedschap op een stof-vanginrichting aan als u hout zaagt. De hoeveel-heid vrijgekomen stof wordt o. a. door het soort van het bewerkte materiaal en de juiste instelling van kappen/geleideplaten/geleidingen beïnvloed. – Gebruik geen zaagbladen van hooggelegeerd snelstaal (HSS). 2 Onderhoud en instandhouding – Trek bij alle afstel- en onderhoudswerkzaamhe-den de stekker uit het stopcontact. – De geluidsbelasting wordt beïnvloed door verschillen-de factoren, o. a. door de kwaliteit van de zaagbladen, de toestand van het zaagblad en het elektrische gereedschap. Gebruik indien mogelijk zaagbladen die voor een vermindering van de geluidsontwikke-ling ontworpen werden. Onderhoud het elektrische gereedschap en inzetstukken regelmatig en herstel deze indien nodig, om het geluid te beperken.

3 Veilig werken – Gebruik enkel zaagbladen, waarvan het maxima-le toegelaten toerental niet kleiner is dan het ma-ximale toerental van de aandrijfspil van de zaag en die voor het te snijden materiaal geschikt zijn. – Vergewis u ervan dat het zaagblad in geen enke-le positie de draaitafel aanraakt door – terwijl de stekker uit het stopcontact is – met de hand het zaagblad in de 45°- en 90°-positie te plaatsen. Stel de zaagkop indien nodig opnieuw in. – Gebruik bij het transport van het elektrische ge-reedschap enkel de transportinrichtingen. Gebruik nooit de beveiligingsinrichtingen voor het dragen of transporteren. – Zorg ervoor dat tijdens het transport het onderste deel van het zaagblad afgedekt is, bijv. door de beveiligingsinrichting. – Gebruik enkel afstandsschijven en spilringen die ge-schikt zijn voor het door de fabrikant vermelde doel.

– De bodem rond de machine moet vlak, schoon en vrij van losse deeltjes, zoals spaanders en afvalmateriaal, zijn. – Werk steeds aan de zijkant van het zaagblad. – Verwijder geen snijmateriaal of overige onder-delen uit het snijbereik zolang de machine draait en het zaagaggregaat zich nog niet in ruststand bevindt. – Zorg ervoor dat – indien mogelijk – de machine altijd op een werkbank of een tafel is bevestigd. – Beveilig lange werkstukken op het einde van het snijden tegen kantelen (bijv. met een afrolstan-daard of rolbok). Waarschuwing. Tijdens de werking creëert dit elek-trisch gereedschap een elektromagnetisch veld. In bepaalde omstandigheden kan dat veld actieve of passieve medische implantaten beïnvloeden.

Om het gevaar voor ernstige of dodelijke letsels te verhinderen, adviseren wij personen met medische implantaten om hun arts en de fabrikant van het medisch implantaat te raadplegen, vooraleer zij het elektrisch gereedschap bedienen. VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOOR DE OMGANG MET ZAAGBLADEN1 Gebruik enkel inzetstukken als u hiermee kunt werken. 2 Let op het maximale toerental.

Het op het elektri-sche gereedschap vermelde maximale toerental mag niet overschreden worden. Respecteer het toerentalbereik, als dat vermeld is. 3 Houd rekening met de draairichting van de motor/het zaagblad. 4 Gebruik geen inzetstukken met scheuren. Gooi ge-scheurde inzetstukken weg. Het is niet toegelaten om deze te repareren. 5 Reinig de spanoppervlakken van vuil, vet, olie en water. 6 Gebruik geen reduceerringen of -bussen om booropeningen bij cirkelzaagbladen te reduceren. 7 Zorg ervoor dat bevestigde reduceerringen voor het vastzetten van het inzetstuk dezelfde diameter en ten minste 1/3 van de snedediameter hebben. 8 Bevestig reduceerringen parallel ten opzichte van elkaar. 9 Gebruik de inzetstukken voorzichtig. Bewaar deze bij voorkeur in de originele verpakking of in spe-ciale dozen.

Draag beschermende handschoenen voor een beter houvast en om het risico op letsels nog te verminderen. 10 Zorg vóór het gebruik van inzetstukken dat alle be-veiligingsinrichtingen reglementair bevestigd zijn. 11 Controleer voor het gebruik dat het gebruikte inzetstuk aan de technische vereisten van het elektrische gereedschap voldoet en reglementair bevestigd is.

144 BE-VLG12 Gebruik het meegeleverde zaagblad enkel voor het zagen van hout, houtachtig materiaal, kunststof en non-ferrometalen (behalve magnesium en magne-siumhoudende legeringen). 13 Gebruik de zaag nooit om ander dan het vermelde materiaal te snijden. 14 Zorg ervoor dat de machine voor alle zaagwerk-zaamheden stevig staat. Opgelet: LaserstralingNiet in de straal kijkenLaserklasse 20Bescherm uzelf en uw omgeving tegen ongevallen door gepaste veiligheidsmaatregelen. • Kijk nooit direct met onbeschermde ogen in de la-serstraal. • Kijk nooit direct in de stralengang. • Richt de laserstraal nooit op reecterende opperv-lakken, op personen of dieren. Ook een laserstraal met een klein vermogen kan schade aan de ogen veroorzaken. • Voorzichtig. Als andere handelingen worden uitge-voerd, dan hier beschreven, kan dat een gevaarlijke blootstelling aan straling veroorzaken.

• Open nooit de lasermodule. Dat zou tot een onver-wachte blootstelling aan straling kunnen leiden. • Verwijder de batterijen als de kapzaag gedurende een lange periode niet gebruikt wordt. • Vervang de laser niet door een laser van een ander type. • Enkel de fabrikant van de laser of een erkende ver-tegenwoordiger mogen reparaties aan de laser uit-voeren. Veiligheidsinstructies voor de omgang met batte-rijen1 Zorg er altijd voor dat u de batterijen met de juis-te pool (+ en -) plaatst, zoals aangegeven op de batterij. 2 Veroorzaak geen kortsluiting op de batterijen. 3 Laad nooit niet-herlaadbare batterijen op. 4 Ontlaad de batterijen niet te veel. 5 Meng geen oude en nieuwe batterijen of batterijen van een verschillend type. Vervang alle batterijen van een set gelijktijdig. 6 Verwijder lege batterijen onmiddellijk uit de machine en bezorg ze bij het juiste afval.

7 Verwarm de batterijen niet. 8 Las of soldeer niet in de buurt van de batterijen. 9 Haal de batterijen niet uit elkaar. 10 Vervorm de batterijen niet. 11 Gooi de batterijen niet in het vuur.

12 Bewaar batterijen buiten het bereik van kinderen. 13 Laat niet toe dat kinderen zonder toezicht batterijen vervangen. 14 Bewaar batterijen niet in de buurt van vuur, open haard of andere warmtebronnen. Leg batterijen niet in direct zonlicht, gebruik of bewaar deze niet in voertuigen bij hitte. 15 Bewaar ongebruikte batterijen in de originele ver-pakking en houd deze uit de buurt van metalen voor-werpen. Vermeng uitgepakte batterijen niet. Dat kan tot kortsluiting in de batterij en bijgevolg tot schade, brandwonden of zelfs brandgevaar leiden. 16 Verwijder batterijen uit de machine als deze voor langere tijd niet wordt gebruikt, tenzij de machine voor noodgevallen dient. 17 Raak uitgelopen batterijen NOOIT zonder gepaste bescherming aan. Als de uitgelopen vloeistof in con-tact komt met de huid, spoelt u die plek onmiddellijk met stromend water af.

Verhinder in elk geval dat ogen en mond met de vloeistof in contact komen. Raadpleeg in dergelijk geval onmiddellijk een arts. 18 Reinig de contacten op de batterij en in de machine vooraleer u de batterijen plaatst. 6. Technische gegevensWisselstroommotor 230 - 240 V~ 50HzVermogen 1700 WattWerkmodus S6 20% 5 Min. *Toerental bij leegloop 3800 / 5000 min -1Hardmetaal zaagblad ø 216 x ø 30 x 2,8 mmAantal tanden 40Draaibereik -45° / 0°/ +45°Versteksnede 0° tot 45° naar linksZaagbreedte bij 90° 305 x 65 mmZaagbreedte bij 45° 215 x 65 mmZaagbreedte bij 2 x 45° (dubbele versteksnede)215 x 36 mmBeschermingsklasse II Gewicht 12,2 kgLaserklasse 2Golengte laser 650 nmVermogen laser ≤ 1 mWStroomvoorziening laser-module3x LR44 knoopcelbat-terijen * Werkmodus S6, ononderbroken periodiek bedrijf. De werking bestaat uit een opstarttijd, een tijd met cons-tante belasting en een leeglooptijd.

De cyclusduur be-draagt 5 min, de relatieve inschakelduur bedraagt 20% van de cyclusduur. Het werkstuk moet minstens een hoogte van 3 mm en een breedte van 10 mm hebben.

145BE-VLGGeluidsniveau LpA95 dB(A)Onzekerheid KpA3 dBGeluidsvermogensniveau LWA108 dB(A)Onzekerheid KWA3 dBDraag gehoorbescherming. De gevolgen van geluid kunnen gehoorverlies ver-oorzaken. Totale vibratiewaarden (vectorsom van drie richtingen) bepaald volgens EN 61029. Restrisico‘sHet elektrische gereedschap is volgens de stand van de techniek en de erkende veiligheidstech-nische regels gebouwd. Toch kunnen zich bij het werken ermee bepaalde restrisico‘s voordoen. • Gevaar voor de gezondheid door elektriciteit bij ge-bruik van ongeschikte elektrische aansluitleidingen. • Ondanks alle voorzorgsmaatregelen blijven er toch onzichtbare restrisico‘s bestaan. • U kunt restrisico‘s minimaliseren door de veiligheids-instructies, het reglementaire gebruik en de gebruik-saanwijzing na te leven. • Belast de machine niet onnodig: een te sterke druk bij het zagen beschadigt het zaagblad snel.

Dat kan een lager vermogen van de machine bij de verwerking en een slechtere snijnauwkeurigheid veroorzaken. • Gebruik bij het snijden van plastic altijd klemmen: be-vestig de onderdelen die gezaagd moeten worden, altijd tussen de klemmen. • Vermijd het onopzettelijke opstarten van de machine: druk niet op de activeringstoets als u de stekker in het stopcontact steekt. • Gebruik het gereedschap, dat in deze gebruiksaanwi-jzing wordt aanbevolen. Zo functioneert uw kapzaag optimaal. • Houd uw handen uit de werkzone als de machine in werking is. • Laat de startknop los en trek de stekker uit vooraleer u instel- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert. 7. Vóór de ingebruikneming• De machine moet stabiel opgesteld worden, d. w. z. vastgeschroefd op een werkbank, het onderstel e. d. Gebruik daartoe de booropeningen in het voetstuk van de machine.

• Let op vreemde voorwerpen, zoals nagels of schroeven, in al bewerkt hout. • Vooraleer u de in-/uit-schakelaar activeert, controle-ert u of het zaagblad juist gemonteerd is en bewe-gende onderdelen soepel lopen. • Controleer voor het aansluiten van de machine of de gegevens op het typeplaatje met de gegevens van het elektriciteitsnet overeenkomen. 8. Opbouw en bediening8. 1 Zaag monteren (afb. 1 - 6)• Om de draaitafel (16) anders af te stellen, drukt u de vastzetgreep (13) naar beneden en trekt u de on-derste grendelstandhefboom (12) met uw wijsvinger naar boven. • Draai de draaitafel (16) en wijzer (14) op de ge-wenste hoekmaat van de schaal (15) en xeer door de vastzetgreep (13) naar omhoog te zetten. • De zaag wordt uit de onderste stand vrijgezet door de machinekop (5) lichtjes omlaag te drukken en tegelijk de borgbout (24) uit de motorhouder te trekken.

• Zwenk de machinekop (5) omhoog tot de ontgren-delhefboom (3) vastklikt. • De spaninrichting (8) kan zowel links als rechts op de vaststaande zaagtafel (17) bevestigd worden. Steek de spaninrichting (8) in de daartoe voorziene opening aan de achterzijde van de aanslagrail (18) en borg deze met de schroef. • Breng de werkstuksteun (9) op de vaststaande zaag-tafel (17) aan, zoals weergegeven in afbeelding 6a, b en c, en schuif volledig door. Beveilig de assen met de borgveren tegen onopzettelijk uitschuiven. Bevestig daarna met de schroef (10) in de gewenste positie. • De machinekop (5) kan door de vastzetschroef (22) los te draaien naar links tot max. 45° schuin worden gesteld. 8. 2 Nauwkeurig afstellen van de aanslag voor de kapsnede 90° (afb. 3,5,18)• Aanslagwinkelhaak (a) niet in de leveringsom-vang aanwezig. • Doe de machinekop (5) naar beneden en bevestig met de borgbout (24).

Draai de justeerschro-ef (30) tot de hoek tussen zaagblad (7) en draaitafel (16) 90° bedraagt. • Haal de contramoer (d) weer aan om deze afstelling te xeren. • Controleer tot slot de stand van de hoekweergave. Draai indien nodig de wijzer (20) met een kruis-kopschroevendraaier los, breng naar de 0°-stand van de schaal (19) en haal de vastzetschroef terug aan. 8. 3 Nauwkeurig afstellen van de aanslag voor de versteksnede 45° (afb. 1, 3, 5, 19)• Aanslagwinkelhaak (b) niet in de leveringsom-vang aanwezig. • Doe de machinekop (5) naar beneden en bevestig met de borgbout (24). • Fixeer de draaitafel (16) in de 0°-stand. • Draai de vastzetschroef (22) los en neig met de handgreep (1) de machinekop (5) helemaal naar links, tot 45°. • Leg de aanslagwinkelhaak (b) tussen het zaagblad (7) en de draaitafel (16).

146 BE-VLG• Maak de contramoer (c) los. Draai de justeerschro-ef (31) tot de hoek tussen zaagblad (7) en draaitafel (16) exact 45° bedraagt. • Haal de contramoer (c) weer aan om deze afstelling te xeren. 8. 4 Kapsnede 90° en draaitafel 0° (afb. 1, 2, 6, 7)Bij snijbreedten tot ca. 100 mm kan de trekfunctie van de zaag in de achterste positie worden gexeerd d. m. v. de vastzetschroef (23). In deze positie kan de machine voor kapwerking worden gebruikt. Mocht de snijbreedte meer dan 100 mm bedragen, dient erop te worden gelet dat de vastzetschroef (23) los en de ma-chinekop (5) beweeglijk is. Opgelet. De verschuifbare aanslagrail (28) moet voor 90°-kapsneden in de binnenste stand gexeerd worden. Open de vastzetschroef (29) van de verschuifbare aanslagrail (28) en schuif de verschuifbare aanslagrail (28) naar binnen.

• De verschuifbare aanslagrail (28) moet zo ver voor de binnenste stand vergrendeld worden, dat de af-stand tussen de aanslagrail (28) en het zaagblad (7) max. 5 mm bedraagt. • Controleer vóór het snijden dat er geen botsing moge-lijk is tussen de aanslagrail (28) en het zaagblad (7). • Trek de vastzetschroef (29) weer aan. • Breng de machinekop (5) naar de bovenste stand. • Schuif de machinekop (5) aan de handgreep (1) naar achteren en xeer indien nodig in deze stand (afhankelijk van de snijbreedte). • Leg het te zagen hout op de aanslagrail (18) en op de draaitafel (16). • Zet het materiaal met de spaninrichting (8) op de vaststaande zaagtafel (17) vast zodat het tijdens het zagen niet kan verschuiven. • Druk op de ontgrendelhefboom (3) om de machine-kop (5) vrij te zetten. • Druk de aan-/uit-schakelaar in om de motor in te schakelen.

Be-weeg de handgreep (1) gelijkmatig en met lichte druk helemaal omlaag. Schuif de machinekop (5) langzaam en gelijkmatig helemaal naar achteren tot het zaagblad (7) het werkstuk volledig heeft doorge-sneden. Breng na het zagen de machinekop weer naar de bo-venste ruststand en laat de aan-/uit-schakelaar (2) los. Opgelet. Door de terughaalveer slaat de machine automatisch naar boven. Laat de handgreep (1) aan het einde van de zaagsnede niet los, maar beweeg de machinekop langzaam en onder lichte tegendruk omhoog. 8. 5 Kapsnede 90° en draaitafel 0° - 45° (afb. 1, 6, 7)Met de kapzaag kunnen diagonaalsneden naar links en rechts van 0°-45° ten opzichte van de aanslagrail worden uitgevoerd. Opgelet. De verschuifbare aanslagrail (28) moet voor 90°-kapsneden in de binnenste stand gexeerd worden.

• Open de vastzetschroef (29) van de verschuifbare aanslagrail (28) en schuif de verschuifbare aanslag-rail (28) naar binnen. • De verschuifbare aanslagrail (28) moet zo ver voor de binnenste stand vergrendeld worden, dat de af-stand tussen de aanslagrail (28) en het zaagblad (7) max. 5 mm bedraagt. • Controleer vóór het snijden dat er geen botsing moge-lijk is tussen de aanslagrail (28) en het zaagblad (7). • Trek de vastzetschroef (29) weer aan. • Druk de vastzetgreep (13) naar beneden en trek de onderste grendelstandhefboom (12) met uw wijsvin-ger naar boven. • Stel met de vastzetgreep (13) de draaitafel (16) op de gewenste hoek in. De wijzer (14) op de draaitafel (16) moet met de gewenste hoekmaat van de schaal (15) op de vaststaande zaagtafel (17) overeenkomen. • Zet de vastzetgreep (13) opnieuw naar boven om de draaitafel (16) te xeren.

De verschuifbare aanslagrail (28) moet voor versteksneden (gebogen zaagkop) in de buitenste stand gexeerd worden. • Open de vastzetschroef (29) van de verschuifbare aanslagrail (28) en schuif de verschuifbare aanslag-rail (28) naar buiten. • De verschuifbare aanslagrail (28) moet zo ver voor de binnenste stand vergrendeld worden, dat de af-stand tussen de aanslagrail (28) en het zaagblad (7) min. 5 mm bedraagt. • Controleer vóór het snijden dat er geen botsing moge-lijk is tussen de aanslagrail (28) en het zaagblad (7). • Trek de vastzetschroef (29) weer aan. • Breng de machinekop (5) naar de bovenste stand. • Fixeer de draaitafel (16) in de 0°-stand. • Draai de vastzetschroef (5) los en neig m. b. v. de hand-greep (1) de machinekop (5) naar links tot de wijzer (20) de gewenste hoekmaat op de schaal (19) aangeeft. • Haal de vastzetschroef (22) opnieuw aan.

• Voer de zaagsnede uit zoals beschreven onder punt 8. 3. 8. 7 Versteksnede 0°- 45° en draaitafel 0°- 45° (afb. 1, 2, 6, 9)Met de kapzaag kunnen versteksneden naar links van 0°-45° ten opzichte van het werkvlak en tegelijk 0° - 45 ° ten opzichte van de aanslagrail worden uitgevoerd (dubbele versteksnede). Opgelet. De verschuifbare aanslagrail (28) moet voor versteksneden (gebogen zaagkop) in de buitenste stand gexeerd worden.

147BE-VLG• Open de vastzetschroef (29) van de verschuifbare aanslagrail (28) en schuif de verschuifbare aanslag-rail (28) naar buiten. • De verschuifbare aanslagrail (28) moet zo ver voor de binnenste stand vergrendeld worden, dat de af-stand tussen de aanslagrail (28) en het zaagblad (7) min. 5 mm bedraagt. • Controleer vóór het snijden dat er geen botsing mo-gelijk is tussen de aanslagrail (28) en het zaagblad (7). • Trek de vastzetschroef (29) weer aan. • Breng de machinekop (5) naar de bovenste stand. • Druk de vastzetgreep (13) naar beneden en trek de onderste grendelstandhefboom (12) met uw wijsvin-ger naar boven om de draaitafel los te maken. • Stel met de vastzetgreep (13) de draaitafel (16) op de gewenste hoek in (zie ook punt 8. 4). • Zet de vastzetgreep (13) opnieuw naar boven om de draaitafel (16) te xeren. • Maak de vastzetschroef (22) los.

• Neig met de handgreep (1) de machinekop (5) naar links, op de gewenste hoekmaat (zie ook punt 8. 6). • Haal de vastzetschroef (22) opnieuw aan. • Voer de zaagsnede uit zoals beschreven onder punt 8. 3. 8. 8 Snijdieptebegrenzing (afb. 3)• Met de schroef (26) kan de snijdiepte traploos af-gesteld worden. Draai daartoe de kartelmoer op de schroef (26) los. Stel de gewenste snijdiepte in door de schroef (26) in of uit te draaien. Haal daarna de kartelmoer op de schroef (26) weer aan. • Controleer de afstelling aan de hand van een pro-efsnede. 8. 9 Spaanopvangzak (afb. 2)De zaag is voorzien van een spaanopvangzak (21) voor spanen. Druk de metalen bevestigingsring van de stofzak in en plaats deze op de uitlaatopening bij de motor. U kunt de spaanopvangzak (21) met de rits aan de on-derkant leegmaken. 8. 10 Zaagblad vervangen (afb. 11-15) Trek de stekker uit. Opgelet.

• Druk de zaagasvergrendeling (4) hard in en draai de ensschroef (32) langzaam met de wijzers van de klok mee. Na maximaal één slag klikt de zaagasver-grendeling (4) vast. • Draai nu met meer kracht de ensschroef (32) met de wijzers van de klok mee. • Draai de ensschroef (32) er helemaal uit en neem de buitenens (33) af. • Druk op de ontgrendelhefboom (3) om de zaagbla-dafdekking (6) terug te schuiven, neem daarna het zaagblad (7) van de binnenens (39) af en trek het naar beneden eruit. • Reinig de ensschroef (32), de buitenens (33) en de binnenens (39) zorgvuldig. • Het nieuwe zaagblad (7) in omgekeerde volgorde monteren en aanhalen. • Zet de stuurbeugel (40) weer op de bout en beveilig met de veer (41). • Opgelet. De afschuining van de tanden, d. w. z. de draairichting van het zaagblad (7), moet overeenko-men met de richting van de pijl op het huis.

• Controleer of de veiligheidsinrichtingen naar beho-ren werken vooraleer u met de zaag verder werkt. • Opgelet. Controleer telkens na het vervangen van het zaagblad of het zaagblad (7) in loodrechte stand en op 45° gekanteld vrij in het tafelinzetstuk (11) draait. • Opgelet. Het vervangen en richten van het zaagblad (7) dient naar behoren te worden uitgevoerd. 8. 11 Werking laser (afb. 16,17)• Inschakelen: Breng de aan-/uit-schakelaar laser (35) in de stand ‚1‘. Op het te bewerken stuk wordt een laserlijn geprojecteerd, die exact aanduidt langs waar u moet snijden. • Uitschakelen: Breng de aan-/uit-schakelaar laser (35) in de stand ‚0‘. • Batterij vervangen: Schakel de laser (34) uit. • Verwijder het deksel van het batterijvak (37). Verwij-der de batterijen en vervang door nieuwe (3x LR44). Let op de juiste polen bij het plaatsen van de batteri-jen. Sluit het batterijvak (36) opnieuw. 8.

2)De zaag beschikt over twee toerentalbereiken:langsam schnellvitesse lente vitesse rapideslow fastPomalu rychlePomalý rýchlyPočasnegahitregalassú gyorsбавно бързоNopea hidas• om de zaag met het toerental 3800 1/min (metaal) te gebruiken, zet u de schakelaar (42) op stand I;• om de zaag met het toerental 5000 1/min (hout) te gebruiken, zet u de schakelaar (42) op stand II. 9. Transport (afb. 1,2)• Om de draaitafel (16) te vergrendelen, moet de vast-zetgreep omhoog staan. • Bedien de ontgrendelhefboom (3), druk de machine-kop (5) omlaag en zet vast met de borgbout (24). De zaag is nu in de onderste stand vergrendeld. • Fixeer de trekfunctie van de zaag in de achterste stand m. b. v. de vastzetschroef voor trekgeleiding (23). • Draag de machine aan de vaststaande zaagtafel (17). • Om de machine opnieuw op te bouwen, gaat u te werk zoals beschreven in punt 7. 1.

148 BE-VLG10. Onderhoudm Waarschuwing. Trek de stekker uit vóór elke afstel-ling, reparatie of onderhoud. Algemene onderhoudsmaatregelenVeeg af en toe met een doek spaanders en stof van de machine. Smeer de draaiende onderdelen maandeli-jks in om de levensduur van de machine te verlengen. Olie de motor niet. Gebruik geen bijtende middelen om de kunststof te reinigen. Controle van de borstelsControleer de koolborstels na de eerste 50 werkuren bij een nieuwe machine of na de montage van nieuwe borstels. Controleer deze daarna om de 10 werkuren. Vervang beide borstels wanneer de koolstof tot een lengte van 6 mm is versleten of wanneer de veer of de shuntkabel verbrand of beschadigd is. Als de borstels na de demontage geschikt voor gebruik zijn, kunt u deze opnieuw monteren. 11. OpslagBewaar de machine en de toebehoren in een donkere, donkere en vorstvrije plaats, buiten bereik van kinde-ren.

De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 en 30 °C. Bewaar het elektrische gereedschap in de originele verpakking. Bedek het elektrische gereedschap om het te bescher-men tegen stof en vocht. Bewaar de gebruiksaanwijzing bij het elektrische ge-reedschap. 12. Elektrische aansluitingDe geïnstalleerde elektromotor is gebruiksklaar aangesloten. De aansluiting voldoet aan de geldige VDE- en DIN-bepalingen. De netaansluiting bij de klant en het gebruikte verlengsnoer moeten evene-ens aan deze bepalingen voldoen. Belangrijke opmerkingenBij overbelasting van de motor schakelt deze automa-tisch uit. Na een (verschillende) afkoeltijd kunt u de motor opnieuw inschakelen. Beschadigde elektrische aansluitleidingDe isolatie van elektrische aansluitleidingen wordt vaak beschadigd.

Oorzaken hiervoor kunnen zijn:• plaatsen waar aansluitleidingen door venster- of deuropeningen worden gebracht;• knikken door ondeskundige bevestiging of plaatsing van de aansluitleiding;• sneden door over de aansluitleiding te rijden;• beschadigde isolatie door de kabel uit het stopcon-tact te trekken;• scheuren door veroudering van de isolatie. Gebruik dergelijke beschadigde elektrische aansluitleidin-gen niet, door de beschadigde isolatie zijn deze levensge-vaarlijk. Controleer elektrische aansluitleidingen regelmatig op scha-de. Zorg ervoor dat bij de controle de aansluitleiding niet op het elektriciteitsnet is aangesloten. Elektrische aansluitleidingen moeten aan de geldende VDE- en DIN-bepalingen voldoen. Gebruik enkel aansluit-leidingen met aanduiding H05VV-F. De type-omschrijving moet verplicht op de aansluitleiding vermeld zijn.

Wisselstroommotor• De netspanning moet 230 V~ bedragen. • Verlengsnoeren moeten tot een lengte van 25 m een diameter van 1,5 mm² hebben. De elektrische uitrusting mag enkel door een elektrici-en aangesloten en gerepareerd worden. Vermeld bij vragen de volgende gegevens:• stroomtype van de motor• gegevens op het typeplaatje van de machine• gegevens op het typeplaatje van de motor13. Afvalverwijdering en recyclageDe machine bevindt zich in een verpakking om trans-portschade te voorkomen. Deze verpakking is een grondstof en bijgevolg herbruikbaar of kan terug in de grondstofkringloop worden gebracht. De machine en de toebehoren bestaan uit verschil-lende materialen, zoals metaal en kunststoffen. Breng defecte onderdelen naar een inzamelplaats voor ge-vaarlijk afval. Vraag informatie aan uw vakhandel of gemeentebestuur.

149BE-VLG14. Verhelpen van storingenStoring Mogelijke oorzaak OplossingMotor functioneert niet. Motor, kabel of stekker defect, zekeringen doorgebrand.Machine door vakman laten controleren. Repareer de motor nooit zelf! Gevaar! Zekeringen controleren, evt. vervangen.De motor draait langzaam en bereikt de bedrijfsnelheid niet.Spanning te laag, wikkelingen beschadigd, condensator doorgebrand.Laat de spanning door een elektricien controleren. Laat de motor door een vakman controleren. Laat de motor door een vakman vervangen.Motor maakt te veel lawaai. Wikkelingen beschadigd, motor defect. Laat de motor door een vakman controleren.Motor haalt volledige vermogen niet.Stroomcircuits in het netwerk overbelast (lampen, andere motoren,...)Gebruik geen andere machines of motoren in hetzelfde stroomcircuit.Motor oververhit snel.

Overbelasting van de motor, onvoldoende koeling van de motor.Verhinder overbelasting van de motor tijdens het zagen, verwijder stof van de motor zodat deze optimaal gekoeld wordt.Verminderd snijvermogen bij het zagen.Zaagblad te klein (te vaak geslepen). Stel de eindaanslag van het zaagaggregaat opnieuw in.Zaagsnede is ruw of gebogen.Zaagblad stomp, tandvorm niet geschikt voor de materiaaldikte.Slijp het zaagblad resp. gebruik een geschikt zaagblad.Werkstuk scheurt of splintert.Snijdruk te hoog resp. zaagblad niet geschikt voor de toepassing.Gebruik een geschikt zaagblad.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Scheppach kgz 216s stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden