Scheppach CSH2400-160E Handleiding

Scheppach Zaagmachine CSH2400-160E

Bekijk gratis de handleiding van Scheppach CSH2400-160E (64 pagina’s), behorend tot de categorie Zaagmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 22 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Scheppach CSH2400-160E of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/64
DE
Kettensäge
Originalbetriebsanleitung
8-20
GB
Chainsaw
Translation from the original instruction manual
21-32
FR
Tronçonneuse
Traduction du manuel d’origine
33-45
NL
Kettingzaag
Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing
46-58
CSH2400-160E
Art.Nr.
5910201901
AusgabeNr.
5910201850
Rev.Nr.
21/03/2017

Beoordeel deze handleiding

4.8/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Scheppach
Categorie: Zaagmachine
Model: CSH2400-160E

Handleiding Scheppach CSH2400-160E – volledige tekst

47NLNLWaarschuwing! Bij niet naleven levensgevaar, risico op letsel of beschadiging van het ge-reedschap mogelijk.NLDraag oogbescherming!NLGereedschap tegen vocht beschermen.NLVoor ingebruikname gebruiksaanwijzing en veiligheidsinstructies lezen en naleven!NLDraag gehoorbescherming!NLWanneer de stroomkabel beschadigd of gescheurd is, moet het onmiddellijk worden losgekop-peld van het stroomnet.Verklaring van de symbolen op het instrumentNLBeschermingsklasse II

48 NL2. Technische gegevens (Abb. 1-3)1. Handgreep achter2. Handgreep voor3. Voorste handbescherming / kettingrem4. Zaagketting5. Borgmoer/SDS-systeem6. Tandwielafdekking7. Zwaard (geleidingsrail)8. Achterste handbescherming9. Stroomkabel10. Klauwaanslag11. Inschakelblokkering12. Trekontlasting13. Aan-/uit-schakelaar14. Afsluitdop olietank15. Oliepeilindicator16. Tandwiel17. Boutgeleider3. Levering omvatOpen de verpakking en haal het apparaat er voorzich-tig uit. Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpak-kings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden). Controleer of de inhoud van de levering volledig is. Controleer het apparaat en de hulpstukken op trans-portschade. Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het ver-strijken van de garantietijd. LET OPHet apparaat en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed.

Kinderen mogen niet metkunststof zakken, folies en kleine onderdelen spelen. Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsge-vaar. • Elektrische kettingzaag• Gebruiksaanwijzing• Ketting• Zwaard (kettinggeleider)• Beschermhoes voor zwaard4. Gebruik volgens de voorschriftenDe machine voldoet aan de geldige EG-machinerichtlijn. Voor werkbegin moeten alle beschermings- en veiligheidsinrichtingen aan de machine zijn gemonteerd. • De bedienende persoon is op de werkplek verantwoordelijk tegenover derden. • De machine is ontworpen om door één persoon te worden bediend. • Alle veiligheids- en gevaarinstructies aan de machine naleven. • Alle veiligheids- en gevaarinstructies aan de machine voltallig in leesbare toestand houden. • Machine alleen in technisch perfecte staat en 1.

ADVIES:• Volgens de van toepassing zijnde wet voor product-aansprakelijkheid is de producent van dit apparaat niet aansprakelijk voor schade die ontstaat door of door middel van dit apparaat in geval van:• Onjuist gebruik,• Niet-naleving van de gebruiksinstructies,• Reparaties door derden, niet-erkende getrainde werklui,• Installatie en vervanging van niet-originele reserve-onderdelen,• Ongepast gebruik, falen van het elektronisch sys-teem ten gevolge van niet-naleving van de elektri-sche specicaties en de VDE 0100, DIN 57113 / VDE 0113 voorschriften. Aanbevelingen:Lees de volledige handleiding voor de montage en besturing van het apparaat. Deze handleiding is be-doeld om het gebruik van het apparaat gemakkelijker te maken voor u en om vertrouwd te geraken met het gebruik van het apparaat.

De handleiding bevat belangrijke nota’s over hoe vei-lig, goed en economisch gebruik te maken van uw apparaat, en over hoe u gevaar kan vermijden, re-paratiekosten kann besparen, downtime kan vermin-deren en de betrouwbaarheid en levensduur van uw apparaat kan vergroten. Bovenop de veiligheidsvoor-schriften in deze handleiding, moet u ook voldoen aan de geldende voorschriften van uw land in verband met het gebruik van het apparaat. Plaats de gebruiks-aanwijzing in een doorzichtig plastic map om deze te beschermen tegen vuil en vocht, en bewaar ze in de nabijheid van het apparaat. De instructies moeten ge-lezen en nauw gevolgd worden door iedereen vooral-eer het apparaat te gebruiken. Enkel getrainde perso-nen die op de hoogte gebracht zijn van de mogelijkegevaren en risico’s mogen het apparaat gebruiken. De vereiste minimumleeftijd moet worden voldaan.

Als aanvulling op de veiligheidsvoorschriften in deze handleiding en de speciale voorschriften van uw land, moeten ook de algemeen erkende technische regels voor het gebruik van houtverwerkende apparaten in acht genomen worden.

49NLhout op een zaagbok) en vraag uitleg aan een ervaren gebruiker of een vakman i. v. m. het functioneren, werkwijze en zaagtechnieken. Neem de plaatselijke voorschriften m. b. t. houtkappen in acht. Algemene veiligheidsinstructies voor elektrisch gereedschap1. Veiligheid. op. de. werkplaats:Houd uw werkterrein netjes en goed. verlicht. Wanorde of onverlichte werkterreinen kunnen tot ongevallen leiden. Werk met de elektrische kettingzaag niet in een explosieve omgeving, waarin er zich brandbare vloeistoffen, gassen of stoffen bevinden. Elektrisch gereedschap produceert vonken, die het stof of de dampen kunnen doen ontsteken. Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van de elektrische kettingzaag op een veilige afstand. Bij aeiding kunt u de controle over het apparaat verliezen. 2. Elektrische.

veiligheid:Opgepast: zo vermijdt u ongevallen en verwondingen door een elektrische schok:De aansluitstekker van de elektrische kettingzaag moet in het stopcontact passen. De stekker mag op geen enkele manier veranderd worden. Gebruik geen adapterstekkers samen met elektrisch gereedschap met randaarde. Ongewijzigde stekkers en passende stopcontacten verlagen het risico op een elektrische schok. Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlakken zoals van buizen, verwarmingsinstallaties, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico door een elektrische schok als uw lichaam geaard is. Houd de elektrische kettingzaag op een veilige afstand van regen of nattigheid. Het binnendringen van water in elektrisch gereedschap verhoogt het risico op een elektrische schok.

Gebruik de kabel niet voor een verkeerd doeleinde om de elektrische kettingzaag te dragen, op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de kabel op een veilige afstand van hitte, olie, scherpe kanten of bewegende apparaatonderdelen. Beschadigde of verstrikt geraakte kabels verhogen het risico op een elektrische schok.

Als u met de elektrische kettingzaag in de open lucht werkt, gebruikt u enkel verlengsnoeren, die ook voor buiten geschikt zijn. Het gebruik van een voor buiten geschikt verlengsnoer verlaagt het risico op een elektrische schok. Indien de werking van de elektrische kettingzaag in een vochtige omgeving niet vermijdbaar is, maakt u gebruik van een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar verlaagt het risico op een elektrische schok. Maak gebruik van een aardlekschakelaar met een uitschakelstroom van 30 mA of minder. 3. Veiligheid. van. personen:doelmatig, veiligheids- en gevaarbewust onder naleving van de gebruiksaanwijzing gebruiken. • Vooral storingen die afbreuk kunnen doen aan de veiligheid, per omgaande (laten) verhelpen.

• De veiligheids-, werk- en onderhoudsvoorschriften van de fabrikant, alsmede de in de technische gegevens vermelde afmetingen, moeten worden nageleefd. • De van toepassing zijnde ongevalpreventievoorschriften en de overige algemeen erkende veiligheidstechnische regels moeten worden nageleefd. • De machine mag alleen door deskundige personen worden gebruikt, onderhouden of gerepareerd, die daarmee vertrouwd en over de gevaren onderricht zijn. Eigenmachtige veranderingen aan de machine sluiten aansprakelijkheid van de fabrikant voor de daaruit resulterende schade uit. • De machine mag alleen worden gebruikt met originele accessoires en gereedschappen van de fabrikant. • Elk ander gebruik wordt beschouwd als ondoelmatig. Voor de daaruit resulterende schade is de fabrikant niet aansprakelijk, het risico daarvoor draagt enkel de gebruiker.

• Het apparaat mag niet worden gebruikt voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. • Wanneer u niet zeker bent of een werkvoorwaarde veilig of onveilig is, werk niet met de machine. • De kettingzaag is ontworpen voor het snijden van hout en kleinere bomen, met een diameter niet groter dan de kettingzwaardlengte. WAARSCHUWING. Lees a. u. b.

voor ingebruikname van het apparaat voor uw eigen veiligheid deze handleiding en de algemene veiligheidsinstructies grondig. Wanneer u het apparaat aan derden overlaat, leg deze gebruiksaanwijzing altijd bij. 5. VeiligheidsvoorschriftenLees a. u. b. alle instructies voordat u met dit gereedschap begint te werken. WAARSCHUWING: Wanneer u elektrogereedschappen gebruikt, dient u onderstaande fundamentele veiligheidsvoorzieningen na te leven, om zo het risico op brand, elektrische schokken en persoonlijk letsel te beperken. Lees a. u. b. alle instructies en waarschuwingen nauwkeurig. Het niet naleven van instructies en waarschuwingen kan leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel. Bewaar a. u. b. de instructies en de waarschuwingen goed.

50 NLControleer, of beweegbare onderdelen foutloos functioneren en niet klemmen, of er onderdelen gebroken of zodanig beschadigd zijn, dat de wer-king van de elektrische kettingzaag in negatieve zin beïnvloed wordt. Laat beschadigde onderdelen vóór het gebruik van het apparaat repareren. Tal van ongevallen zijn aan slecht onderhouden elek-trisch gereedschap te wijten. • Houd snoeigereedschap scherp en netjes. Zorgvuldig onderhouden snoeigereedschap met scherpe snoeikanten gaat minder klemmen en is gemakkelijker te bedienen. • Gebruik de elektrische kettingzaag, toebehoren, inzetgereedschap, enz in overeenstemming met deze aanwijzingen. Neem daarbij de arbeidsom-standigheden en de uit te voeren werkzaamheid in acht. Het gebruik van de elektrische kettingzaag voor ande-re dan de voorziene toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden.

• Het product voldoet aan de eisen van EN 61000-3-11 en valt onder speciale aansluitingsvoorwaarden. Dat betekent, dat gebruik op een willekeurig vrij te kiezen aansluitpunt niet toegestaan is. • Het apparaat kan bij ongunstige elektriciteitsnet-omstandigheden tijdelijke spanningsschommelingen opleveren. • Het product is uitsluitend bestemd voor gebruik op de aansluitpunten diea) een maximaal toelaatbare netimpedantie “Z” (Zmax = 0. 382 Ω) niet overschrijden, of b) een belastbaarheid voor onafgebroken stroom van het net van minstens 100 A per fase hebben. • Als gebruiker moet u ervoor zorgen, indien nodig in overleg met uw energiebedrijf, dat uw aansluitpunt, waarmee u uw product gebruiken wilt, aan een van beide genoemde eisen a) of b) voldoet.

Service:• Laat uw elektrisch gereedschap uitsluitend door gekwaliceerd, vakkundig geschoold personeel en uitsluitend met originele reserveonderdelen repareren. Daardoor wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het elektrische gereedschap gehandhaafd blijft. • Volg nauwgezet de in deze gebruiksaanwijzing vermelde onderhouds-, controle- en serviceinstructies op.

Beschadigde beschermingsinrichtingen en onder-delen moeten vakkundig dor ons servicecenter gere-pareerd of uitgewisseld worden, voor zover er niets anders in de gebruiksaanwijzing vermeld is. 4. Veiligheidsinstructies voor kettingzagen:• Houd bij een draaiende zaag alle lichaamsdelen op een veilige afstand van de zaagketting. Verge-wis u vóór de start van de zaag dat de zaagketting niets raakt. Bij het werken met een kettingzaag kan één mo-ment van onoplettendheid ertoe leiden dat kleding of lichaamsdelen door de zaagketting vastgegrepen worden. • Houd de kettingzaag altijd met uw rechterhand aan de achterste handgreep en uw linkerhand aan de voorste handgreep vast.

Het vasthouden van de kettingzaak in een omge-Opgepast: zo vermijdt u ongevallen en verwondingen:• Wees aandacht, let erop wat u doet en ga met ver-stand aan het werk met de elektrische kettingzaag Gebruik de elektrische kettingzaag niet wanneer u moe bent of onder invloed van drugs, alcohol of medicijnen staat. Eén moment van onoplettendheid bij het gebruik van de elektrische kettingzaag kan tot ernstige verwondi-ngen leiden. • Draag een persoonlijke beschermingsuitrusting en altijd een beschermbril. Het dragen van een persoonlijke beschermingsuitru-sting, zoals slipvrije veiligheidsschoenen, bescher-mende helm of gehoorbescherming, verlaagt het risico op verwondingen. • Vermijd een onopzettelijke ingebruikname. Verge-wis u dat de elektrische kettingzaag uitgeschakeld is voordat u ze op de stroomvoorziening aansluit, opraapt of draagt.

Indien u bij het dragen van de elektrische kettingzaag uw vinger op de schakelaar houdt of het apparaat ingeschakeld op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot ongevallen leiden. • Verwijder het instellingsgereedschap of schro-efsleutels voordat u de elektrische kettingzaag inschakelt. Gereedschap of een sleutel, die zich in een draaiend apparaatonderdeel bevindt, kan tot verwondingen leiden. • Vermijd een abnormale lichaamshouding.

Zorg voor een veilige stand en houd te allen tijde het evenwicht. Daardoor kunt u de elektrische kettingzaag in onver-wachte situaties beter controleren. • Draag geschikte kledij. Draag geen wijde kleding of sieraden. Houd haar, kledij en handschoenen op een veilige afstand van bewegende onder-delen. Loszittende kledij, sieraden of lang haar kunnen door bewegende onderdelen vastgegrepen worden. Gebruik. en. behandeling van. de. elektrische. ketting-zaag:• Overbelast het apparaat niet. Gebruik voor uw werk het daarvoor bestemde elektrische ge-reedschap. Met het passende elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger in het aangegeven vermogensge-bied. • Gebruik geen elektrisch gereedschap, waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap, dat niet meer in- of uit-geschakeld kan worden, is gevaarlijk en moet gerepa-reerd worden.

• Trek de stekker uit het stopcontact voordat u ap-paraatinstellingen doorvoert, toebehoren wisselt of het apparaat weglegt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt een onopzette-lijke start van de elektrische kettingzaag. • Bewaar de ongebruikte elektrische kettingzaag buiten het bereik van kinderen. Laat personen, die met het apparaat niet vertrouwd zijn of deze aanwijzingen niet gelezen hebben, het. apparaat niet gebruiken. Elektrisch gereedschap is gevaarlijk als het door oner-varen personen gebruikt wordt. • Onderhoud de elektrische kettingzaag met zorg.

51NLOpgepast terugslag. Let tijdens het werken op terugslag van de machine. Er bestaat verwondinggevaar. U kan terugslag ver-mijden door behoedzaamheid en de juiste zaagtechniek. • Terugslag kan zich voordoen wanneer het uiteinde van de geleiderail een voorwerp raakt of wanneer het hout kromt en de kettingzaag in de snede vastklemt. • Een aanraking met het uiteinde van de rail kan in sommige gevallen tot een onverwachte, achterwaarts gerichte reactie leiden, waarbij de geleiderail op-waarts en in de richting van de met de bediening bela-ste persoon geslagen wordt. • Het vastzitten van de kettingzaag aan de bovenkant van de geleiderail kan de rail fel in de richting van de operator terugstoten. • Iedere van deze reacties kan ertoe leiden dat u de controle over de zaag verliest en u zich mogelijkerwijs ernstig verwondt.

Vertrouw niet uitsluitend op de in de kettingzaag ingebouwde veiligheidsvoorzieningen. • Als gebruiker van een kettingzaag dient u verschil-lende maatregelen te treffen om vrij van gevaar voor ongevallen en verwondingen te kunnen werken. • Een terugslag is het gevolg van een verkeerd of ont-brekend gebruik van het elektrische gereedschap. De terugslag kan door gepaste voorzorgsmaatregelen, zoals hierna beschreven, verkomen worden:• Houd de zaag met beide handen vast, waarbij duim en vinger de handgrepen van de kettingzaag omsluiten (Abb. L). Breng uw lichaam en armen in een positie, waarin u tegen de terugslagkrachten bestand kunt zijn. • Als er gepaste maatregelen getroffen worden, kan de met de bediening belaste persoon de terugslagkrach-ten meester zijn. Noot de kettingzaag loslaten. • Vermijd een abnormale lichaamshouding en zaag niet boven schouderhoogte.

• Daardoor wordt een onopzettelijk contact met het uiteinde van de rail vermeden en een betere controle van de kettingzaag in onverwachte situaties mogelijk gemaakt. • Gebruik steeds door de fabrikant voorgeschreven reserverails en zaagkettingen.

• Verkeerde reserverails en zaagkettingen kunnen tot een scheur van de ketting en/of tot een terugslag leiden. • Houd u aan de aanwijzingen vanwege de fabrikant voor het scherpen en het onderhouden van de zaag-ketting. Aanvullende veiligheidsinstructiesFig. 1akeerde arbeidshouding verhoogt het risico op verwon-dingen en mag niet toegepast worden. • Het elektrisch apparaat alleen bij de geïsoleerde handgrepen houden, omdat de zaagketting ver-borgen leidingen zou kunnen raken. Wanneer het snijgereedschap een onder stroom staande leiding raakt, kan dit ertoe leiden dat de vrijliggende metalen delen van het apparaat onder spanning worden gezet, wat wederom bij de gebruiker een elektrische schok veroorzaken kan. • Draag beschermbril en gehoorbescherming. Een bijkomende beschermingsuitrusting voor hoofd, handen, benen en voeten wordt aanbevolen.

Passende beschermende kledij vermindert het gevaar voor verwondingen door rondvliegend spaanmateriaal en een toevallige aanraking van de zaagketting. • Werk met de kettingzaag niet op een boomBij de werking van een kettingzaag op een boom bestaat er gevaar voor verwondingen. • Let altijd op een vaste stand en gebruik de ket-tingzaag enkel wanneer u op een vaste, veilige en effen grond staat. Een glibberige ondergrond of instabiele standvlakken, zoals op een ladder, kunnen tot het verlies van het evenwicht of tot het verlies van de controle over de kettingzaag leiden. • Houd er bij het snoeien van een onder spanning staande tak rekening mee dat deze terugveert. Als de spanning in de houtvezels vrijkomt, kan de gespannen tak de operator raken en/ of de kettingzaag doen verliezen. • Wees uiterst voorzichtig bij het snoeien van on-derhout en jonge bomen.

Bij transport of bewaring van de kettingzaag steeds de beschermende afdekking opzetten. Een zorgvuldige omgang met de kettingzaag verlaagt de waarschijnlijkheid dat er per vergissing contact met de draaiende zaagketting plaatsvindt. • Volg de aanwijzingen voor de smering, de ketting-spanning en de wissel van toebehoren op. Een onoordeelkundig gespannen of gesmeerde ketting kan ofwel breken, ofwel het risico op terugslag verhogen. • Houd handgrepen droog, netjes en vrij van olie en vet. Vettige, olieachtige handgrepen zijn glibberig en leiden tot het verlies van de controle. • Enkel hout zagen. De kettingzaag niet gebruiken voor werkzaamheden, waarvoor ze niet bestemd is - voorbeeld: gebruik de kettingzaag niet voor het zagen van plastic, metselwerk of bouwmateri-alen, die niet van hout zijn.

Het gebruik van de kettingzaag voor niet reglementair voorgeschreven werkzaamheden kan tot gevaarlijke situaties leiden. Veiligheidsmaatregelen tegen terugslag.

52 NL• Afhankelijk van de manier, waarop het elektrische ge-reedschap gebruikt wordt, kan de trilingemissiewaar-de tijdens het effectieve gebruik van het elektrische gereedschap van de aangegeven waarde verschillen. • De noodzaak bestaat, veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de operator vast te leggen, die op een inschatting van de blootstelling in de effectieve gebruiksomstandigheden gebaseerd zijn (hierbij moet er met alle aandelen van de bedrijfscyclus rekening gehouden worden, zo bijvoorbeeld met tijden, tijdens dewelke het elektrische gereedschap uitgeschakeld is, en tijden, tijdens dewelke het weliswaar ingescha-keld is, maar zonder belasting functioneert). 7. Montage en bedieningWAARSCHUWING. Draag altijd een veiligheidsbril, oorkappen, veiligheidshandschoenen en stevige werkkleding.

De kettingzaag alleen gebruiken met goedgekeurde verlengkabels (met rubberen ommanteling), de voorgeschreven sterkte en met voor het buitenbereik goedgekeurde aansluitingen, die bij de stekker van de zaag passen. De kettingzaag is voorzien van een veiligheidsschakeling. De zaag werkt alleen als u met één hand schakelaar 11 en 13 tegelijk bediend. Wanneer de kettingzaag niet draait, moet de kettingrem met de voorste handbescherming (3) worden vrijgegeven. Aanzetten• De kettingrem (3) losmaken, de inschakelblokkering (11) drukken en de aan-/uit-schakelaar (13) drukken. • De onderste klauw van de klauwaanslag (afb. 2, J) op het hout zetten. De kettingzaag aan de achterste handgreep (1) tillen en in het hout zagen. De ketting-zaag iets naar achteren bewegen en dan de klauwa-anslag iets dieper aanzetten. • Wees voorzichtig met gespleten hout, omdat stukken hout af kunnen breken. LET OP.

Na het inschakelen draait de kettingzaag onmiddellijk op volle snelheid. Uitzetten• Voor het uitzetten moet de aan-/uit-schakelaar (13) aan de achterste handgreep worden losgemaakt.

• Bij het uitschakelen met de aan-/uit-schakelaar stopt de kettingzaag binnen 1 seconde, met hevige vonkvorming. Dit is echter heel normaal, en het doet geen afbreuk aan de goede werking van de kettingzaag. • Na het werk met de kettingzaag: altijd de zaagketting en het zwaard reinigen en de kettingbescherming weer aanbrengen. • Bij het bedienen van de kettingrem wordt de kettingzaag onmiddellijk gedeactiveerd. 8. Ingebruikname• Wanneer de netaansluitleiding van dit apparaat beschadigd raakt, moet zij worden vervangen door een speciale aansluitleiding, die verkrijgbaar is bij de fabrikant of bij uw klantenservice. • Leg de aansluitleiding zodanig, dat zij tijdens het za-gen niet wordt gegrepen door takken en dergelijke. • Gebruik een aardlekschakelaar met een uitschakel-stroom van 30 mA of minder.

• Volg zorgvuldig de onderhouds-, controle- en service-instructies in deze gebruiksaanwijzing op. • Beschadigde beschermingsvoorzieningen en onder-delen moeten vakkundig door ons service-center wor-den gerepareerd of vervangen, tenzij anders vermeld in de gebruiksaanwijzing. • Voordat u met de elektrokettingzaag begint te werken, maak u goed vertrouwd met alle bediendelen. Oefen de omgang met de zaag (rondhout op een zaagblok op maat snijden) en laat u zich functie, werking, zaag-technieken en personenbeschermingsuitrusting door een ervaren gebruiker of deskundige uitleggen. 6. Technische gegevensCSH2400-160ETechnische gegevensSnijgegevens kettingzaagSnijlengte mm375Zwaardlengte mm400Olietankcapaciteit l0,15Type olieslijtvaste olieToerental max. min-17200AandrijvingMotor V / Hz230-240V~ / 50HZMaximaal nominaal nettovermogen W1800Gewicht kg4,8Technische wijzigingen voorbehouden.

De blootstelling aan lawaai kan gehoorverlies veroorz-aken. Vibratie Ahv (handgreep voor) = 3,707 m/s2Vibratie Ahv (handgreep achter) = 3,597 m/s2Meetonzekerheid KPA = 1,5 m/s2• De aangegeven trillingemissiewaarde werd volgens een genormaliseerd testmethode gemeten en kan ter vergelijking van een stuk elektrisch gereedschap met een ander gebruikt worden. • De aangegeven trillingemissiewaarde kan ook voor een inleidende inschatting van de blootstelling benut worden. Waarschuwing:.

53NLWAARSCHUWING. Bij alle werkzaamheden aan de kettingzaag het ap-paraat altijd van tevoren loskoppelen van het stroomnet. Bij alle werkzaamheden aan de ketting altijd bescherm-handschoenen dragen. De zaagketting (4) moet per se in de geleidingsrail (7) liggen. De buitenste knop rechtsom draaien (5a/afb. 3) tot de zaagketting goed is gespannen, dan de binnenste knop (van 5) draaien om de geleidingsrail in deze positie vast te maken. Terwijl de binnenste knop vastgedraaid wordt, moet de geleidingsrail omhoog worden geduwd. Controleer dan de spanning van de zaagketting opnieuw. De ketting mag niet te strak zijn gespannen. Bij koud weer moet het mogelijk zijn, de ketting in het midden van de geleidingsrail ongeveer 5 mm op te tillen. De borgmoer (5) stevig vastdraaien. Bij warm weer breidt de ketting zich uit en zit dan soepe-ler.

Hier bestaat dan het gevaar dat de ketting van de geleidingsrail aoopt. Daarom moet zij indien nodig op tijd worden vastgezet. Wanneer een verwarmde zaagketting werd vastgezet, moet zij aan het einde van het werk weer los worden ge-maakt. Anders zou de kettingspanning bij het afkoelen en het daarmee verbonden inkrimpen van de zaagket-ting te groot worden. Een nieuwe zaagketting moet ongeveer 5 minuten inlopen. Hier is de smering van de ketting bijzonders be-langrijk. Na het inlopen moet de kettingspanning worden gecontroleerd en indien nodig worden bijgesteld. 9. Aanwijzingen voor het werkVERVOER VAN DE KETTINGZAAGVoordat de kettingzaag mag worden vervoerd, altijd de stekker uit het stopcontact trekken en de kettingbe-scherming over de rail en ketting aanbrengen. Wanneer met de kettingzaag meerdere sneden dienen te worden uitgevoerd, moet de zaag tussen de sneden worden uitgeschakeld.

VerlengkabelEr mogen alleen verlengkabels worden gebruikt die voor buitenshuis gebruik zijn ontworpen. De kabeldoorsnede (max. lengte van de verlengkabel: 75 m) moet minstens 1,5 mm² bedragen.

De verlengkabel moet voor de veilig-heid in een lus eindigen die door de trekontlasting aan de behuizing wordt gevoerd. Verlengkabels van meer dan 30 m lengte hebben een nadelig effect op het vermogen van de kettingzaag. Smeren van de kettingTer bescherming tegen overmatige slijtage moeten zaagketting en geleidingsrail tijdens het gebruik gelijk-matig worden gesmeerd. De smering gebeurt automa-tisch. Nooit zonder kettingsmering werken. Wanneer de ketting droog loopt, wordt de gehele snijvoorziening binnen korte tijd sterk beschadigd. Daarom voor elk werkbegin de kettingsmering en het oliepeil controleren (afb. 4). De zaag niet in gebruik nemen wanneer het oliepeil onder de markering “Min. ” ligt. • Min. : Wanneer het oliepeil op de display (15) nog De spanning en de aard van de stroomverzorging moe-ten overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje.

Voor aanvang van de werkzaamheden moet altijd de goede en veilige werking van de kettingzaag worden gecontroleerd. Controleer ook of de ketting goed gesmeerd wordt, en of het oliepeil voldoende hoog is (zie afb. 4). Wanneer het oliepeil ongeveer 5 mm boven de onderste markering ligt, moet olie worden bijgevuld. Wanneer het oliepeil hoger is, kunt u beginnen te werken. • De kettingzaag aanzetten en boven de grond houden. De kettingzaag mag de grond niet raken. Om veilig-heidsredenen moet hier een minimale afstand van 20 cm in acht worden genomen. Wanneer u toenemende oliesporen ontdekt, betekent dit dat het smeersysteem voor de ketting goed werkt. Wanneer u geen tekenen van olie kunt vaststellen, reinig eerst de olie-uitlaat (afb. 2, C), het bovenste boorgat van de kettingspan-ner (afb. 3, E) en de olieleiding. Raadpleeg indien nodig een gespecialiseerd bedrijf. (Lees a. u. b.

• Controleer de goede werking van de kettingrem (zie ook paragraaf „Kettingrem vrijgeven“). MONTAGEGeleidingsrail en ketting aanbrengen (afb. 1, 2, 3). WAARSCHUWING: Wanneer de zaag reeds is aan-gesloten aan de stroomverzorging: altijd eerst het apparaat loskoppelen van het stroomnet. Bij alle werk-zaamheden met/aan de zaag beschermhandschoenen dragen. Belangrijke opmerking: De voorste handbescherming (3) moet altijd in de bovenste (verticale) positie zijn (afb. 5). De geleidingsrail en de zaagketting worden afzonderlijk, dus niet gemonteerd geleverd. Bij de montage eerst de borgmoer (SDS-systeem/5) losmaken en dan de afdek-king van het tandwiel (6) verwijderen. De boutgeleider (17) moet zich in het midden van de geleiding bevinden. Indien nodig de kettingspanning met het instelwiel (5a/afb. 3) bijstellen. WAARSCHUWING.

Om letsel door de scherpe randen te voorkomen, moeten bij de montage, het spannen en controleren van de ketting altijd beschermhandschoe-nen gedragen worden. Voor de montage van de geleidingsrail met de zaagketting de snijrichting van de tanden controleren. De looprichting wordt aangegeven met een pijl op de afdekking van het tandwiel (6). Om de richting van het snijden vast te leggen kan het nodig zijn de zaagketting (4) om te draaien. Houd de geleidingsrail (7) verticaal met de punt naar boven en breng de zaagketting (4) aan; begin aan het uiteinde van de geleidingsrail. Aansluitend wordt de geleidingsrail met de zaagketting als volgt gemonteerd:• De geleidingsrail met de zaagketting aan het tandwiel (16) en boutgeleider (17) aanbrengen. Let op dat de justeerplaat (7a/afb. 3) naar u wijst. • De zaagketting om het tandwiel (16) geleiden en controleren of zij correct ligt (zie afb. 3).

• De afdekking van het tandwiel (6) boven aanbrengen en voorzichtig met de borgmoer (5) vastmaken. • Nu moet de zaagketting nog juist worden gespannen. Zaagketting spannen.

54 NLmoeten door een gespecialiseerd bedrijf volgens de voorschriften worden gerepareerd of vervangen; tenzij andersluidende bepalingen kunnen worden gevonden in deze gebruiksaanwijzing. Informatie voor praktisch gebruikTerugslagU voorkomt zaagongelukken wanneer u niet met de punt van de geleidingsrail zaagt, omdat de zaag dan plotseling omhoog en terug kan slaan. Bij het werken met de zaag altijd de complete bescher-muitrusting en stevige werkkleding dragen. Een terugslag is een opwaartse en/of achterwaart-se beweging van de geleidingsrail, die optreden kan wanneer de zaagketting op het punt van het zwaard op een obstakel (voorwerp) stuit. Beveilig uw werkstuk altijd goed. Gebruik spanvoorzie-ningen om het werkstuk vast te houden. Dit vergemak-kelijkt de veilige bediening van de kettingzaag met beide handen.

Een terugslag veroorzaakt een ongecontroleerd gedrag van de zaag, dit gevaar bestaat bijzonders bij een soe-pele of stompe zaagketting. Een onvoldoende geslepen ketting verhoogt het terugslaggevaar. Nooit boven schouderhoogte zagen. Tips voor praktisch gebruik van de zaagm Belangrijke instructies• Gebruik het apparaat uitsluitend voor het zagen van hout. Bewerk geen metaal, plastic, muurwerk, bouw-materiaal dat niet uit hout bestaat enz. • Zet de motor af wanneer de zaag in contact komt met een vreemd voorwerp. Controleer de zaag en repareer ze indien nodig. • Bescherm de ketting tegen vuil en zand. Zelfs kleine hoeveelheden vuil kunnen de ketting snel afstompen en het risico op een terugslagreactie verhogen. • Begin ter oefening met het zagen van kleinere boomstammen, om een gevoel voor uw apparaat te krijgen, voordat u moeilijkere taken aanpakt.

• Om na de uittreding van de ketting uit het hout niet de controle over het apparaat te verliezen, dient u aan het einde van de snede geen druk op de zaag uit te oefenen. Bomen kappen – alleen met dienovereenkomstige opleidingm Let op. : Let op gebroken of afgestorven takken die tijdens het zagen naar beneden vallen en ernstig letsel kunnen veroorzaken. Zaag niet in de buurt van gebou-wen of stroomleidingen, als u niet weet in welke richting de gekapte boom valt. Werk niet s‘ nachts, omdat u dan slechter ziet, of bij regen, sneeuw of storm, omdat de richting van de val van de boom onvoorspelbaar is. • Plan uw werk met de kettingzaag vooruit. • De werkomgeving om de boom dient vrij te zijn, zodat u een veilige stand heeft. • Bij zaagwerkzaamheden op een helling dient de ma-maar 5 mm boven de onderste markering ligt, moet olie worden bijgevuld. • Max.

: Met olie aanvullen tot de hoogste stand op de display (15) bereikt is. KettingsmeermiddelDe houdbaarheid van zaagketting en geleidingsrail wordt grotendeels ook bepaald door de kwaliteit van het gebruikte smeermiddel. Geen afgewerkte olie gebru-iken. Alleen milieuvriendelijk smeermiddel gebruiken. Het kettingsmeermiddel mag alleen in opbergboxen worden bewaard die aan de relevante voorschriften voldoen. ZwaardHet zwaard (7) wordt bijzonders op de punt (neus) en beneden zwaar belast. Om een eenzijdige slijtage te vermijden, draai de geleidingsrail om wanneer u de ketting slijpt. TandwielHet tandwiel (16) wordt bijzonders hoog belast. Wanne-er u aan de tanden diepe slijtagesporen vindt, moet het tandwiel worden vervangen. Een versleten tandwiel verkort de houdbaarheid van de zaagketting.

Het ver-vangen van het tandwiel moet bij de vakhandel of door een gespecialiseerd bedrijf worden uitgevoerd. KettingbeschermingDe kettingbescherming moet onmiddellijk na het einde van het werk en bij vervoer over de ketting en gelei-dingsrail worden aangebracht.

KettingremBij een terugslag van de zaag wordt de kettingrem in werking gesteld (3) over de voorste handbescherming (3). De voorste handbescherming (3) wordt met de handrug naar voren gedrukt. Daardoor wordt door de kettingrem de kettingzaag, ofwel de motor binnen 0,15 sec. tot stilstand gebracht. (afb. 5, H). Kettingrem vrijgeven (afb. 5)Om de zaag weer gebruiksklaar te maken, moet de blokkering van de zaagketting weer worden losgemaakt. Daarvoor eerst de kettingzaag uitschakelen. Dan de voorste handbescherming (3) in zijn verticale uitgangs-positie terugklappen, totdat hij vastklikt (afb. 5, I). Daar-mee is de kettingrem weer volledig functioneel. Bescherming van de kettingzaagDe kettingzaag mag niet bij regen of onder vochtige omstandigheden worden gebruikt. WAARSCHUWING: Wanneer het verlengkabel be-schadigd is, onmiddellijk de stekker uit het stopcontact trekken.

Er mag niet worden gewerkt met een bescha-digde kabel. • Controleer de kettingzaag op schade. Voor hergebruik van het apparaat de beschermvoorzieningen of even-tuele licht beschadigde onderdelen zorgvuldig op hun perfecte en doelmatige functie controleren. • Controleer de beweegbare onderdelen op goede werking. • Alle onderdelen moeten juist zijn gemonteerd en aan alle voorwaarden voldoen, om de perfecte werking van de kettingzaag te garanderen. • Beschadigde veiligheidsvoorzieningen en -onderdelen.

55NL• Zaag loodrecht op de richting van de val een kerf met een diepte van 1/3 van de boomdoorsnede. Eerst de onderste horizontale kerfsnede (afb. B, pos. 1) door-voeren. Daardoor wordt het inklemmen van de zaag-ketting of geleidingsrail bij het zetten van de tweede kerfsnede (afb. B, pos. 2) vermeden. Verwijder nu de uitgesneden wig. • Aansluitend kunt u op de tegenoverliggende boomkant de valsnede (afb. B, pos. 3) uitvoeren. Zet daarvoor ongeveer 5 cm boven het midden van de kerf aan. De valsnede parallel met de horizontale kerfsnede uit-voeren. De valsnede (pos. 3) maar zo diep inzagen, dat nog een verbindingsstuk (pos. 4) (valrand) staan blijft die als scharnier kan fungeren. Het verbindings-stuk voorkomt dat de boom draait en in de verkeerde richting valt. Zaag het verbindingsstuk niet door.

m Let op: Bij het naderen van de valsnede naar het ver-bindingsstuk dient de boom beginnen te vallen. Wanneer blijkt dat de boom mogelijk niet in de gewenste richting valt of terughelt en de zaagketting vastklemt, de vals-nede onderbreken en voor de opening van de snede en voor het vellen van de boom in de gewenste vallijn wig-gen uit hout, kunststof of aluminium gebruiken. Wanneer de boom begint te vallen, de kettingzaag uit de snede halen, uitschakelen, aeggen en de gevarenzone via de geplande vluchtweg verlaten. Op vallende takken letten en niet struikelen. • Let op signalen die aantonen dat de boom begint te vallen: krakende geluiden, een groter wordende vals-nede of bewegingen in de bovenste takken. • Snijd geen deels gekapte bomen met uw zaag, om letsel te vermijden. Let bijzonders op deels gekapte bomen die niet gesteund zijn.

Wanneer een boom niet helemaal valt, leg de zaag neer en gebruik een lier, een takel of een tractor als hulp. Zagen van een gekapte boom (stamsplitsing)De term “stamsplitsing” duidt op het splitsen van een ge-kapte boom in stammen met de telkens gewenste leng-te. m Let op. : Ga niet op de stam staan die u net snijdt.

De stam zou kunnen wegrollen en u verliest uw stand en de controle over het apparaat. Voer de zaagwerkzaamhe-den nooit op hellende grond uit. Let op uw veilige stand en de gelijkmatige verdeling van uw lichaamsgewicht op beide voeten. Indien mogelijk dient de stam door takken, balken of wiggen ondersteund en gesteund te worden. Belangrijke instructies• Zaag altijd maar één stam of tak. • Wees voorzichtig bij het snijden van gesplinterd hout. U zou door scherpe stukjes hout kunnen worden getroffen. • Snijd kleine stammen of takken op een zaagblok. Bij het snijden van stammen mag geen andere persoon de stam vasthouden. Beveilig de stam ook niet met uw been of voet. • Gebruik de zaag niet voor plekken, waarin stammen, wortels en andere boomdelen met elkaar zijn verbon-den. Trek de stammen naar een vrije plek en neem daarbij het eerst de vrijgelegde stammen.

Verschillende sneden voor stamsplitsing (afb. D)chinevoerder zich altijd op het hoger gelegen niveau van de werkomgeving op te houden, omdat de boom na het kappen vermoedelijk naar beneden rolt ofwel glijdt. • Let op afgebroken of dode takken die naar beneden vallen en zwaar letsel veroorzaken kunnen. De volgende voorwaarden kunnen de richting van de val van een boom beïnvloeden:• Windrichting en -snelheid. • Neiging van de boom. De neiging is op grond van one-ffen of hellend terrein niet altijd herkenbaar. Bepaal de neiging van de boom met behulp van een lood of een waterpas. • Takkengroei (en dus gewicht) aan slechts één kant. • Omringende bomen of obstakels. Wordt door twee of meer personen tegelijk bijgesneden en gekapt, dan dient de afstand tussen de kappende en bijsnijdende personen minstens de dubbele hoogte van de te kappen boom bedragen.

Bij het kappen van bomen is erop te letten dat andere personen niet worden bloot-gesteld aan gevaar, geen verzorgingsleidingen getroffen en geen materiële schade veroorzaakt worden.

Wanneer een boom in contact komt met een verzorgingsleiding, dan is het verzorgingsbedrijf onmiddellijk in te lichten. Let op vernielde en verrotte boomdelen. Wanneer de stam verrot is, kan hij plotseling breken en op u vallen. Zorg ervoor dat voldoende plaats voor de vallende boom voorhanden is. Houd een afstand van 2 1/2 boomlengten tot de volgende persoon ofwel andere objecten. Motorla-waai kan boven waarschuwroepen uitkomen. Verwijder vuil, stenen, losse schors, spijkers, nieten en draad van de zaagplek. m Houd een vluchtweg vrij (afb. A)Voor het kappen dient een vluchtweg te worden gepland en indien nodig vrijgemaakt. De vluchtweg dient vanuit de verwachte vallijn schuin naar achteren weg te voeren (afb. A).

Positie 1: VluchtwegPositie 2: Richting van de val van de boomKappen van grote bomen – alleen met dienovereen-komstige opleiding(vanaf 15 cm doorsnede)Voor het kappen van grote bomen gebruikt men de on-dersnijmethode. Daarbij wordt zijdelings een wig uit de boom gesneden, overeenkomstig de gewenste richting van de val. Nadat de valsnede aan de andere kant van de boom werd verricht, valt de boom in de richting van de wig. m Let op: Wanneer de boom grote steunwortels ver-toont, dienen deze te worden verwijderd, voordat de kerf ingesneden wordt. Indien de zaag voor de verwijdering van de steunwortels gebruikt wordt, dient de zaagketting niet de grond te raken, zodat de ketting niet stomp wordt. Ondersnede en kappen van de boom (afb. B-C).

56 NL• Werk langzaam en houd de zaag met beide handen vast. Let op een veilig staande positie en evenwicht. • Let op terugschietende boomdelen. Wees bij het snij-den van kleine boomdelen extreem voorzichtig. Buig-zaam materiaal kan in de zaagketting vastraken en u tegemoet schieten of u uit het evenwicht brengen. • Let op terugschietende boomdelen. Dit geldt bijzon-ders voor gebogen of belaste takken. Vermijd met de tak of zaag in contact te komen, wanneer de spanning van het hout nageeft. • Houd uw werkomgeving vrij. Ruim de weg vrij van tak-ken om niet over ze te struikelen. Snoeien (afb. J)• Snoeien betekent het afscheiden van de takken van de gekapte boom. • Laat de grotere takken onder de gekapte boom liggen en gebruik ze als steun, terwijl u doorwerkt. • Begin aan de voet van de gekapte boom en werk naar de punt toe.

Verwijder kleinere boomdelen met een snede in de groeirichting (pijlen afb. J). • Let daarbij op, de boom altijd tussen u en de zaag te laten. • Verwijder grotere, steunende takken met de methodes in paragraaf “Stamsplitsing zonder steunen”. • Takken die onder spanning staan, altijd van beneden naar boven zagen om vastklemmen van de zaag te voorkomen. • Verwijder kleine vrijhangende boomdelen altijd met een bovensnede. Door een ondersnede zouden ze in de zaag kunnen vallen ofwel deze inklemmen. Aftoppen (afb. I)m Let op. : Top alleen takken af onder ofwel gelijk aan schouderhoogte. Snijd nooit takken boven schouderh-oogte. Laat zulke werkzaamheden over aan een deskun-dige. • Snijd bij de eerste snede (pos. 1) 1/3 in het onderste takdeel. • Snijd dan met de tweede snede (pos. 2) helemaal door de tak heen. De derde snede (pos.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Scheppach CSH2400-160E stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden