SAVS SA5MA Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van SAVS SA5MA (50 pagina’s), behorend tot de categorie Rookmelder. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 18 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over SAVS SA5MA of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | SAVS |
| Categorie: | Rookmelder |
| Model: | SA5MA |
Handleiding SAVS SA5MA – volledige tekst
Gebruiksvoorschriften WAARSCHUWINGNegeer nooit een alarm. Als u niet reageert, kan dat ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben. De melder wordt pas geactiveerd nadat de melder volledig op de montageplaat is gemonteerd. LET OP ● Controleer vóór gebruik of de stroomvoorziening goed werkt. ● Gebruik deze melder naar gelang de gebruiksomgeving. ● Gebruik deze melder alleen binnen het nominale vermogensbereik. ● Vervoer, gebruik en bewaar deze melder onder de toegestane vochtigheids- en temperatuuromstandigheden. ● Voorkom dat er vloeistoen op deze melder spatten of druppelen. Voorkom dat vloeistof in deze melder komt door ervoor te zorgen dat er geen vloeistof houdende voorwerpen op deze melder worden geplaatst. ● Deze rookmelder is alleen ontworpen om de aanwezigheid van rook te detecteren en aan te geven. Deze melder kan geen gas, hitte of vlammen detecteren.
Installatievoorschriften WAARSCHUWING ● De melder MAG NIET worden gevoed door een lichtdimmercircuit. ● De melder MAG NIET worden aangesloten als de isolatie van de bedrading van het huis wordt gecontroleerd met hoogspanning, d. w. z.
- 24 -- 25 - ● Vóór installatie en demontage moet de netvoeding worden ontkoppeld en afgesloten. ● Deze melder moet door een bevoegd persoon worden geïnstalleerd. Deze melder bevat geen repareerbare onderdelen. ● Houd u strikt aan de plaatselijke elektrische veiligheidsvoorschriften en -normen en controleer of de voeding correct is voordat u deze melder gebruikt. ● Sluit deze melder niet aan op twee of meer soorten voedingen, tenzij anders aangegeven, om schade aan deze melder te voorkomen. ● Deze melder moet worden geïnstalleerd door een professional lopen. Dit om te voorkomen dat niet-professionals gewond raken tijdens het gebruik van de melder. De installateur moet volledig op de hoogte zijn van de veiligheidsvoorschriften en waarschuwingen die voor dit type melder gelden.
● Om letsel te voorkomen, moet de melder stevig aan het plafond/de wand worden bevestigd, overeenkomstig de installatie-instructies. LET OP ● Neem alle veiligheidsprocedures in acht en draag de verplichte beschermingsmiddelen die voor u voorzien zijn wanneer u op hoogte werkt. ● Stel deze melder niet bloot aan direct zonlicht of warmtebronnen. ● Bewaar het originele verpakkingsmateriaal goed. U hebt dit misschien nodig om deze melder in te pakken en terug te sturen voor reparatie. ● Zorg ervoor dat het toepassingsscenario overeenstemt met de installatievoorschriften. Neem bij problemen contact op met uw plaatselijke verkoper of de klantenservice. ● Alle installatie- en bedieningshandelingen moeten in overeenstemming zijn met de plaatselijke voorschriften wat betreft elektrische veiligheid, brandbeveiliging en andere relevante voorschriften. ● Het alarm hoeft niet te worden geaard.
Deze melder is een klasse II elektrisch apparaat. ● Deze melder moet worden geïnstalleerd door een erkend elektricien, conform de lokale regelgeving. Onderhoudsvereisten ● Reinig deze melder nooit met reinigingsmiddelen. ● Breng geen verf aan op deze melder.
Verf sluit de ventilatieopeningen af en belemmert het vermogen van de sensor om rook te detecteren. 2. ProductinformatieDeze rookmelder met netvoeding (hierna te noemen "de melder") is ontworpen om continu de rookconcentraties in de omgeving te monitoren. Dankzij de geavanceerde split-spectrum, dubbel detecterende foto-elektrische sensor en een ingebouwd alarm met hoog volume biedt de melder een snelle en betrouwbare rookdetectie met minimale kans op valse alarmen. Wanneer de rookconcentratie de vooraf ingestelde alarmdrempel bereikt, activeert de melder direct een visueel en akoestisch alarmsignaal om gebruikers te waarschuwen en hen aan te sporen om onmiddellijk actie te ondernemen. Er kunnen maximaal 24 melders onderling worden verbonden. Zodra één melder alarm geeft, worden alle melders in het netwerk automatisch gealarmeerd en zullen ze gelijktijdig een alarmsignaal afgeven. NL NL.
Voor de Nederlandse markt wordt geadviseerd de installatie uit te voeren volgens de NEN 1010-norm en de Nederlandse bouwregelgeving. Raadpleeg de geldende normen voor meer informatie. ● Netgevoede alarmsystemen:Deze moeten worden geïnstalleerd en onderling verbonden door een gekwaliceerde elektricien volgens de NEN 1010-norm. Onjuiste installatie kan leiden tot schok- of brandgevaar en schade aan het product. ● Voeding van de melder:Zorg ervoor dat de melder constant van stroom wordt voorzien. Sluit deze niet aan op een schakelbaar circuit dat kan worden uitgeschakeld. ● Installatieplanning:Vermijd installatie in nieuwbouw- of renovatieprojecten totdat alle bouwwerkzaamheden zijn afgerond om schade aan de melder te voorkomen.4.2 Installatieplaats LET OPDeze melder is ontworpen voor gebruik in standaard binnenruimten van residentiële accommodaties.
- 30 -- 31 -Afbeelding 4-1 Optimale locaties voor rookmelders in huisInstallatie aan een vlak plafond: ● Als deze melder aan het plafond wordt geïnstalleerd, zorg er dan voor dat deze minimaal 500 mm (20 inch) van de hoeken van de kamer wordt geplaatst. ● Houd een minimale afstand van 300 mm tot verlichtingsarmaturen, decoratieve objecten of andere obstakels die het binnendringen van rook in de melder kunnen belemmeren. Door deze afstanden aan te houden, wordt een optimale rookdetectie verzekerd.Afbeelding 4-2 Installatiepositie (1)Afbeelding 4-3 Installatiepositie (2)Installatie aan een schuin dak: ● Als de helling van het dak minder dan 45° bedraagt, moet de melder worden geïnstalleerd op een minimale afstand van 500 mm vanaf de hoogste punt van het dak.
Dit zorgt ervoor dat rook zich vrij kan verspreiden naar de melder voor een betrouwbare detectie.Afbeelding 4-4 Installatiepositie (3)4.3 Installatie stappenVolg de onderstaande stappen voor de juiste installatie van deze melder.Stap 1 Ontkoppel de AC-netstroomvoeding van de groep die gebruikt gaat worden.Stap 2 Kies een geschikte plaats om de montageplaat te monteren volgens het advies in de vorige hoofdstukken.Afbeelding 4-5 Installatie (1)Stap 3 Gebruik een schroevendraaier om het bedradingsdeksel eraf te wippen.SLAAPKAMERSLAAPKAMER SLAAPKAMERBEGANE GRONDKELDERGARAGEKEUKEN500 mmPlafondSlechte locatieVoorkeur locatieWandidealiter in het midden van het plafond300mm (min)Ruimten met stilstaande luchtNooit binnen 300mm van een wand/hoekθθBeste installatiegebiedmontageplaatzelftappende schroevenNL NL
- 32 -- 33 -De bedrading moet als volgt worden aangesloten op het klemmenblok van de montageplaat: ● L (Fase - spanningvoerend): Sluit deze aan op de bruine draad of de draad die is gemarkeerd met "L". ● N (Nul): Sluit deze aan op de blauwe draad of de draad die is gemarkeerd met "N". ● IC (Interconnect - onderlinge verbinding): Sluit deze aan op de aansluitklemmen voor de onderlinge verbinding van het alarm. Raadpleeg hoofdstuk 5: Onderlinge verbinding voor meer informatie. ● De bedrading moet worden geïnstalleerd volgens de geldende Europese norm NEN 1010. ● Controleer met een tweepolige spanningstester of de aansluitingen correct zijn voor fase (L - spanningvoerend) en nul (N). ● Gebruik een spanningstester of een neontester om te controleren of er spanning op de draden staat voordat u begint met de installatie.
● Zorg ervoor dat de draad voor onderlinge verbinding (IC) NIET wordt aangesloten op fase (L) of nul (N). Gebruik geen aardedraad voor de aansluiting van de klem voor onderlinge verbinding (IC). Het verwisselen of onjuist aansluiten van de fase (L)- en nul (N)-aansluitingen tijdens het onderling verbinden kan ernstige schade veroorzaken aan alle melders. Zorg ervoor dat in het hele gebouw draden met dezelfde kleurcodering worden gebruikt voor de fase (L)-, nul (N)- en onderlinge verbinding (IC)-draden om verwarring en installatieproblemen te voorkomen. Afbeelding 4-6 Installatie (2)Stap 4 Sluit de voedingskabels aan op het klemmenblok en draai de schroeven stevig vast. 1. Verzonken bedrading:Als de netvoedingsdraden verzonken zijn, steek deze dan door het achterste gat in de montageplaat. Afbeelding 4-7 Installatie (3)2.
Opbouwbedrading:Als de netvoedingsdraden niet verzonken zijn, verwijder dan het uitneembare deel voor de bedrading. Gebruik een schroevendraai-er om het bedradingsdeksel voorzichtig omhoog te wippen en het eraf te halen.
- 34 -- 35 -Belangrijk: Bij verzonken bedrading moet het uitneembare deel op zijn plaats blijven voor elektrische veiligheid.Afbeelding 4-8 Installatie (4)Stap 5 Plaats het bedradingsdeksel, noteer de installatiedatum en zorg ervoor dat de melder correct is uitgelijnd met de montageplaat. Schuif de melder op de montageplaat volgens de aangegeven richting.Afbeelding 4-9 Installatie (5)Stap 6 Schakel de netvoeding in en controleer of het groene LED-lampje aan de voorkant van de melder gaat branden.Stap 7 Test de melder:1. Houd de Test/Pauze-knop 10 seconden ingedrukt. Het alarm moet nu een pieptoon geven.2. Controleer of andere onderling verbonden melders ook binnen deze periode een pieptoon geven.3. Laat de Test/Pauze-knop los.
De zoemer stopt onmiddellijk met piepen.4.4 Verwijderen van de melderDe gleuf bevindt zich recht boven deze pijlStap 1 Steek een platte schroevendraaier horizontaal ongeveer 10 mm in het midden van de verwijderingsgleuf.Afbeelding 4-10 VerwijderenStap 2 Duw voorzichtig de onderste helft van de melder weg van de schroevendraaier terwijl de schroevendraaier op zijn plaats blijft.Stap 3 Houd de onderste helft van de melder stevig vast en verwijder deze door de melder naar beneden te laten zakken van de montageplaat.De melder is nu los van de montageplaat. Zorg ervoor dat u de melder goed vasthoudt om te voorkomen dat deze op de grond valt.NL NL
- 36 -- 37 -5. Melders koppelen (verbinden)Wanneer één melder een alarm activeert, zullen alle onderling verbonden melders ook een alarm afgeven. Deze melder kan onderling verbonden worden met SAVS-melders om een hybride systeem te vormen van koolmonoxide-, hitte- en rookmelders. U kunt maximaal 24 melders (hitte-/rook-/koolmonoxidemelders) met elkaar verbinden. Voorwaarden voor een goede verbinding:1. Zorg ervoor dat alle bedrading stevig is aangesloten. Slechte bedrading kan storingen veroorzaken of de verbinding laten falen. 2. Voer alle installatie- en bedieningshandelingen uit volgens de lokale voorschriften voor elektrische veiligheid en brandbeveiliging. 3. Gebruik alleen melders van hetzelfde type en merk. Verbinden met melders van andere fabrikanten kan schade veroorzaken en leiden tot risico's zoals elektrische schokken of brand. Hoe maakt u een onderlinge verbinding.
Sluit de IC-aansluitingen van alle melders aan op elkaar. ● Gebruik een verbindingsdraad met een minimale dikte van 0,75 mm² en behandel deze draad alsof deze spanningvoerend is. Zorg ervoor dat de draad goed geïsoleerd en ommanteld is. ● Zorg dat de bedrading voldoet aan de Europese norm NEN 1010 (norm voor elektrische installaties). ● Gebruik niet meer dan 250 meter aansluitdraad per circuit. Afbeelding 5-1 Onderlinge verbinding6. Testen en onderhoudNa de installatie of na onderhoud dient u deze melder te testen om te bevestigen dat deze correct functioneert. Ontdekt u tijdens het testen een defect. Raadpleeg dan de hoofdstukken "Veelgestelde vragen" en "Onderhoud" en voer de test opnieuw uit. Blijft de melder niet goed functioneren. Neem dan contact op met de fabrikant voor reparatie. 6. 1 Testen en pauzeren van één melderTestenDruk op de Test/pauze-knop knop.
Het alarm dempen/pauzerenWanneer de rookconcentratie een vooraf ingestelde drempel bereikt, begint de LED-indicator te knipperen en klinkt de zoemer met een geluidsniveau van 85 dB. ● Druk op de Test/pauze-knop knop om het alarmgeluid tijdelijk te dempen. ● De melder schakelt vervolgens 9 minuten over naar de pauzestand. L-LIVEN-NEUTRALIC-INTERCONNECTNL NL.
- 38 -- 39 - WAARSCHUWINGNEGEER NOOIT EEN ALARM. Als het alarm afgaat, waarschuwt dit voor een mogelijk gevaarlijke situatie. Negeer het alarm nooit, aangezien dit kan leiden tot letsel of de dood. Indien het alarm klinkt en u niet zeker bent van de oorzaak, verlaat dan onmiddellijk het gebouw en zorg ervoor dat iedereen in veiligheid wordt gebracht. 6. 2 Testen en pauzeren van onderling verbonden meldersTestenHoud de Test/pauze-knop knop op een onderling verbonden rookmelder ingedrukt totdat andere onderling verbonden rookmelders in het netwerk beginnen te piepen. Het initiërende apparaat piept continu en de rode led-indicator knippert. Na ontvangst van een signaal beginnen andere onderling verbonden melders in het netwerk te piepen, waarbij de indicatielampjes afwisselend rood en groen knipperen. Laat de Test/pauze-knop knop los bij het initiëren van de onderling verbonden melder.
De initiërende melder stopt met knipperen en piepen en andere onderling verbonden melders stoppen daarna spoedig met testen. Het alarm dempen/pauzerenZodra de initiërende melder een alarm activeert, piept deze melder en knippert de rode led-indicator eenmaal per seconde. Na enkele seconden ontvangen andere onderling verbonden melder een alarmsignaal en knippert de rode LED-indicator en piept de zoemer. ● Druk op de Test/pauze-knop knop op de initiërende onderling verbonden melder. Alle onderling verbonden melders worden tijdelijk gedempt. ● Druk op de knop Test/pauze-knop op een ander onderling verbonden apparaat. Deze melder die is ingedrukt, wordt tijdelijk gedempt, maar de initiërende onderling verbonden melder blijft piepen. 6. 3 Onderhoud en schoonmakenOm uw melder in goede staat te houden, volgt u onderstaande richtlijnen. 1.
Regelmatig testen ● Test de melder wekelijks door op de Test/pauze-knop knop te drukken. ● Controleer of de melder normaal werkt. Bij een storing: los het probleem op, reinig indien nodig de melder en test deze opnieuw. 2.
Reiniging van de melder ● Reinig de melder minstens één keer per jaar (aanbevolen). ● Verwijder stof, vuil en insecten voorzichtig met een stofzuiger met zacht borstelhulpstuk. ● Gebruik geen schoonmaakmiddelen om schade aan de sensor te voorkomen. ● Breng geen verf aan op de melder. Verf kan de ventilatieopeningen blokkeren en de werking van de sensor verstoren. 3. Batterijcontrole ● Wanneer de batterijspanning te laag is, knippert de LED-indicator en klinkt er elke minuut een pieptoon. ● Vervang de batterij of melder onmiddellijk. Neem indien nodig contact op met de technische ondersteuning voor advies. Als de melder niet correct werkt, neem dan contact op met uw plaatselijke dealer of verkoper voor verdere ondersteuning. NL NL.
- 40 -- 41 -7.Batterij vervangenDeze rookmelder kan twee verschillende soorten back-upbatterijen hebben:1.Netvoeding met een oplaadbare back-upbatterij – type SA5MA ● Deze batterij wordt gedurende de hele levensduur van de melder opgeladen en kan niet worden vervangen.2. Netvoeding met een 9V-alkaline back-upbatterij – type SA5MB ● Deze batterij moet worden vervangen nadat de melder een waarschuwing geeft dat de batterij bijna leeg is. ● Het wordt aanbevolen om de batterij elk jaar te vervangen.Gebruik alleen de aanbevolen batterij.
Het gebruik van andere batterijen kan de werking van de melder negatief beïnvloeden.Aanbevolen batterij: 6LR61 (9V-alkalinebatterij of 9V lithium 1200mAh).Stappenplan batterij vervangen1.Schakel de netvoeding naar de melder uit.2.Steek een platte schroevendraaier in het midden van de verwijderingsgleuf en houd de schroevendraaier horizontaal (parallel aan het plafond).3.Schuif de melder voorzichtig van de montageplaat.4.Vervang de batterij aan de achterkant van de melder door een nieuwe 9V-alkalinebatterij.Let goed op de positieve (+) en negatieve (-) polariteitsmarkeringen bij het plaatsen van de batterij.1.Schuif de melder terug op de montageplaat.2.Schakel de netvoeding weer in.
De rode LED-indicator knippert eenmaal.3.Test het alarm door de testknop in te drukken en controleer of de melder correct werkt.8.Veelgestelde vragen (FAQ)Probleem OplossingenDe rookmelder gaat niet af tijdens het testen ● Wacht enkele seconden na het inschakelen van de melder voordat u de test uitvoert. ● Zorg ervoor dat u de testknop stevig indrukt.Uw rookmelder tjirpt met tussenpozen ● Controleer de locatie van uw rookmelder (zie "Installatieplaats"). ● Reinig de rookmelder (zie "Testen en onderhoud").De LED knippert geel en de melder piept elke 60 seconden ● De batterij is bijna leeg. Vervang de batterij onmiddellijk. ● Neem contact op met de technische ondersteuning voor advies.NL NL
1 Normaal bedrijf en alarmmodusModus Status ActieGroen LED(Voeding)Gele LED(Storing)Rode LEDAlarmZoemerNormale werkingIngeschakeldSchuif opmontageplaat- -Eén keer knipperenEén keer piepenStand-by -Constant aan- - -Testen Druk op de Test/pauze-knop knopConstant aan-Drie keer knipperen (1 sec interval, 2 cycli)Drie keer piepen (1 sec intervalOnderlinge-verbindingstestHoud de Test/pauze-knop knop ingedruktConstant aan-Om de seconde één keer knipperenOm de seconde één keer piepenOnderlinge-verbindingstestgeactiveerd door een andere melder in een onderling verbonden netwerkGeactiveerd via onderlinge verbindingConstant aanOm de seconde rood en geel knipperenOm de seconde rood en geel knipperenOm de seconde één keer piepenAlarmAlarm -Constant aan-Om de seconde één keer knipperenOm de seconde één keer piepenAlarm geactiveerd door een andere rookmelder in een onderling verbonden netwerk-Constant aan-Om de 3seconden drie keer knipperen met een interval van 1 secondeOm de 3seconden drie keer piepen met een interval van 1secondeModus Status ActieGroen LED(Voeding)Gele LED(Storing)Rode LEDAlarmZoemerAlarm geactiveerd door een andere hittemelder in een onderling verbonden netwerk-Constant aan-Om de 2seconden knipperen met een interval van 1 secondeOm de 2seconden piepen met een interval van 1secondeAlarm geactiveerd door een koolmonoxidemelder in een onderling verbonden netwerk-Constant aan-4x knipperen (interval van 6 sec)4x piepen (interval van 6 sec)Druk op de Test/pauze-knop knop op de initiërende rookmelder-Constant aan-Om de seconde één keer knipperen9 minute stilOnderlinge verbindingDruk 4x op de Test/pauze-knop knop- - -Langzaam knipperendEén keer piepenDruk 2x op de Test/pauze-knop knop- - -Knippert snelEén keer piepenonderling verbinden is gelukt- - - -Eén keer piepenKoppelen met gatewayDruk 3x op de Test/pauze-knop knop- - - -Eén keer piepenKoppelen geslaagd- - - -Eén keer piepenNL NL.
● De gele LED-indicator knippert één keer per minuut.Stappen om dit probleem op te lossen:1.Controleer of de groene LED-voedingindicator continu brandt.Als de groene LED uit is of elke minuut knippert, betekent dit dat de melder niet gevoed wordt door de standaard 230 V AC-netvoeding en alleen werkt op de back-upbatterij.2.Controleer de oorzaak van de stroomonderbreking: ● Controleer de zekeringen, zekeringsautomaten en de bedrading. ● Raadpleeg bij twijfel een gekwaliceerde elektricien.3.Zodra de netvoeding is hersteld, wordt de back-upbatterij opgeladen en stopt het "batterij bijna leeg" alarm binnen 2 uur.Let op: ● Blijft de zoemer langer dan 2 uur piepen terwijl het groene LED-lampje continu brandt? Dan is er mogelijk een ander probleem met de melder. Repareer of vervang de melder.
- 46 -- 47 -10. Verantwoord weggooien van productenAfgedankte elektrische producten mogen niet met ander huishoudelijk afval worden afgevoerd. Voer het elektrische apparaat op een milieuvriendelijke manier af en leef daarbij de plaatselijke voorschriften over het afvoeren of recycleren van elektrisch apparaten strikt na. WAARSCHUWINGNiet verbranden of in vuur werpen. 11. Garantie en contactNeem contact op met uw plaatselijke dealer of verkoper als u after-sales service nodig hebt. Importeur: DAHUA EUROPE BV. Louis Braillelaan 80, 2719EK Zoetermeer, The Netherlandsservice: support@savs. mewww. savs. meScan voor meer informatie de QR-code hieronder of ga naar savs. me 1. Wichtige SicherheitshinweiseDieses Handbuch wird Ihnen helfen, diesen Rauchmelder richtig zu verwenden.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met SAVS SA5MA stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Rookmelder SAVS
Handleiding Rookmelder
Nieuwste handleidingen voor Rookmelder