Samsung AE160AXEDEH Handleiding

Samsung Warmtepomp AE160AXEDEH

Bekijk gratis de handleiding van Samsung AE160AXEDEH (49 pagina’s), behorend tot de categorie Warmtepomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 200 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Samsung AE160AXEDEH of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/49
Air to Water Heat Pump
Installation manual
Outdoor Unit AE***AXED*H
Thank you for purchasing this Samsung Product.
Before operating this unit, please read this manual carefully and retain it for future reference.

Beoordeel deze handleiding

4.9/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Samsung
Categorie: Warmtepomp
Model: AE160AXEDEH

Foutcodes Samsung AE160AXEDEH

Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.

Code Betekenis Oplossing
101 Communicatiefout tussen Hydro Unit en Outdoor Unit 1. Controleer de verbindingen tussen de Hydro Unit en Outdoor Unit. 2. Verifieer dat alle kabels correct zijn aangesloten. 3. Controleer op beschadigde draden. 4. Herstart het systeem. 5. Neem contact op met een geautoriseerde technicus als het probleem aanhoudt.
120 Kortsluiting of onderbreking van de kamerthermostaat sensor van Zone 2 (alleen bij gebruik van thermostaat) 1. Controleer de thermostaat sensor van Zone 2 op beschadigingen. 2. Verifieer de verbindingen van de sensor. 3. Meet de weerstandswaarde van de sensor. 4. Vervang de sensor indien defect. 5. Raadpleeg een geautoriseerde technicus.
121 Kortsluiting of onderbreking van de kamerthermostaat sensor van Zone 1 (alleen bij gebruik van thermostaat) 1. Controleer de thermostaat sensor van Zone 1 op beschadigingen. 2. Verifieer de verbindingen van de sensor. 3. Meet de weerstandswaarde van de sensor. 4. Vervang de sensor indien defect. 5. Raadpleeg een geautoriseerde technicus.
122 EVA Inlaattemperatuur sensor kortsluiting of onderbreking 1. Controleer de EVA inlaattemperatuur sensor op beschadigingen. 2. Verifieer de sensorverbindingen. 3. Meet de weerstandswaarde. 4. Vervang de sensor indien nodig. 5. Neem contact op met een geautoriseerde technicus.
123 EVA Uitlaattemperatuur sensor kortsluiting of onderbreking 1. Controleer de EVA uitlaattemperatuur sensor op beschadigingen. 2. Verifieer de sensorverbindingen. 3. Meet de weerstandswaarde. 4. Vervang de sensor indien nodig. 5. Neem contact op met een geautoriseerde technicus.
162 EEPROM fout in Hydro Unit 1. Controleer de stroomtoevoer naar de Hydro Unit. 2. Herstart het systeem volledig. 3. Controleer de EEPROM chip op beschadigingen. 4. Voer een fabrieksreset uit indien mogelijk. 5. Neem contact op met de servicedienst voor vervanging van het onderdeel.
198 Fout van thermische zekering van het terminalblok (open) 1. Controleer de thermische zekering op het terminalblok. 2. Verifieer of deze open of beschadigd is. 3. Controleer op overbelasting. 4. Vervang de thermische zekering. 5. Raadpleeg een geautoriseerde technicus.
201 Communicatiefout tussen Hydro Unit en Outdoor Unit (afstemfout) 1. Zet het systeem uit en wacht 10 seconden. 2. Zet het systeem weer aan. 3. Controleer de verbindingen tussen units. 4. Verifieer dat beide units correct zijn ingesteld. 5. Neem contact op met de servicedienst.
202 Communicatiefout tussen Hydro Unit en Outdoor Unit (3 minuten) 1. Controleer alle verbindingskabels. 2. Zet het systeem uit en opnieuw aan. 3. Verifieer de busstellingen. 4. Controleer op losse connectoren. 5. Neem contact op met een geautoriseerde technicus.
203 Communicatiefout tussen inverter en hoofdmicrocomputer (4 minuten) 1. Controleer de verbinding tussen inverter en hoofdmicrocomputer. 2. Inspecteer de kabels op beschadigingen. 3. Herstart het systeem. 4. Controleer de componentwaarden. 5. Neem contact op met de servicedienst.
221 Outdoor Unit luchttemperatuur sensor fout 1. Controleer de luchttemperatuur sensor op beschadigingen. 2. Reinig de sensor zachtjes. 3. Verifieer alle verbindingen. 4. Meet de weerstandswaarde. 5. Vervang de sensor indien defect.
231 Condensor temperatuur sensor fout 1. Controleer de condensor temperatuur sensor. 2. Verifieer de verbindingen. 3. Reinig de sensor voorzichtig. 4. Meet de weerstandswaarde. 5. Vervang de sensor indien nodig.
251 Uitblaas temperatuur sensor fout 1. Inspecteer de uitblaas temperatuur sensor. 2. Controleer op beschadigingen of vervuiling. 3. Verifieer de bedrading. 4. Meet de sensorweerstand. 5. Vervang de sensor indien defect.
320 OLP sensor fout 1. Controleer de OLP sensor op beschadigingen. 2. Verifieer de verbindingen. 3. Reinig de sensorpunten. 4. Meet de weerstandswaarde. 5. Vervang de sensor indien nodig.
403 Detectie van bevriering (tijdens koelbedrijf) 1. Controleer de buitenluchttemperatuur (mag niet onder 9°C). 2. Verifieer de temperatuursenor. 3. Controleer de warmtewisselaar op ijsvorming. 4. Zet het systeem uit en laat het ontdooien. 5. Raadpleeg de servicedienst.
404 Overbelasting beveiliging Outdoor Unit (bij veilige start of normaalwerking) 1. Controleer de omgevingstemperatuur. 2. Verifieer de spanningstoevoer. 3. Controleer op blokkades in ventilatie. 4. Zet het systeem uit en laat het afkoelen. 5. Herstart en neem contact op met servicedienst.
407 Compressor afzetting door hoge druk 1. Controleer de koudemiddelhoeveelheid. 2. Verifieer of de condensator schoon is. 3. Zet het systeem uit. 4. Controleer op onderdrukcondities. 5. Neem contact op met een geautoriseerde technicus.
416 Uitblaas compressor is oververhit 1. Controleer de koudemiddelhoeveelheid. 2. Verifieer de condensator schoonheid. 3. Controleer de ventilatorwerking. 4. Zet het systeem uit en laat afkoelen. 5. Neem contact op met servicedienst.
419 OUTDOOR UNIT EEV bedieningsfout 1. Controleer de EEV aandrijving. 2. Verifieer de verbindingen. 3. Controleer op klemming of blokkade. 4. Herstart het systeem. 5. Vervang de EEV indien nodig.
425 Stroomtoevoer ontbreekt (alleen voor 3-fase model) 1. Controleer of alle drie fasen aanwezig zijn. 2. Verifieer de elektrische bedrading. 3. Controleer de zekeringen/schakelaars. 4. Controleer de spanning met een multimeter. 5. Neem contact op met een elektricien.
440 Verwarmingsbedrijf geblokkeerd (buitentemperatuur hoger dan 35°C) 1. Dit is een veiligheidskenmerk. 2. Wacht tot de buitentemperatuur onder 35°C daalt. 3. Controleer de temperatuursensor. 4. Verifieer dat er geen zon direct op de sensor schijnt. 5. Dit is normaal gedrag.
441 Koelbedrijf geblokkeerd (buitentemperatuur lager dan 9°C) 1. Dit is een veiligheidskenmerk. 2. Wacht tot de buitentemperatuur boven 9°C stijgt. 3. Controleer de temperatuursensor. 4. Verifieer dat er geen ijsvorming is. 5. Dit is normaal gedrag.
458 OUTDOOR UNIT ventilator 1 fout 1. Controleer de ventilator op blokkades. 2. Verifieer de ventilatormotor werking. 3. Controleer de bedrading en verbindingen. 4. Controleer op beschadigde ventilatorblaadjes. 5. Vervang de ventilator indien nodig.
461 Compressor startstoring (Inverter) 1. Controleer de inverterconnecties. 2. Verifieer de voedingsspanning. 3. Controleer op kortsluiting. 4. Herstart het systeem. 5. Vervang de inverter indien nodig.
462 Totaalstroom fout/PFC overcurrent fout (Inverter) 1. Controleer de stroomtoevoer. 2. Verifieer de voedingsspanning. 3. Controleer op overbelasting. 4. Inspecteer de bedrading. 5. Neem contact op met servicedienst.
463 OLP is oververhit 1. Controleer de OLP temperatuur. 2. Verifieer de ventilatie omgeving. 3. Zet het systeem uit en laat afkoelen. 4. Controleer op blokkades. 5. Neem contact op met servicedienst.
464 IPM overcurrent fout (Inverter) 1. Controleer de stroomtoevoer. 2. Verifieer de IPM aansluiting. 3. Controleer op kortsluiting. 4. Herstart het systeem. 5. Vervang de IPM module indien nodig.
465 Compressor overbelastingsfout 1. Controleer de koudemiddelhoeveelheid. 2. Verifieer de stroomtoevoer. 3. Controleer de compressortemperatuur. 4. Zet het systeem uit. 5. Neem contact op met een geautoriseerde technicus.
466 DC LINK over/lage spanning fout 1. Controleer de stroomtoevoer. 2. Verifieer de voedingsspanning. 3. Controleer de gelijkrichter. 4. Inspecteer de condensatoren. 5. Neem contact op met servicedienst.
467 Compressor rotatiefouten (Inverter) 1. Controleer de compressor rotatie. 2. Verifieer de motorverbindingen. 3. Controleer op klemming. 4. Zet het systeem uit. 5. Vervang de motor of inverter indien nodig.
468 Stromsensor fout (Inverter) 1. Controleer de stromsensor bedrading. 2. Verifieer de sensorverbinding. 3. Controleer de sensorwaarden. 4. Reinig de sensorklemmen. 5. Vervang de sensor indien defect.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Samsung AE160AXEDEH stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden