Sabo 54-VARIO B Handleiding

Sabo Grasmaaier 54-VARIO B

Bekijk gratis de handleiding van Sabo 54-VARIO B (80 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 14 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Sabo 54-VARIO B of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/80
54-VARIO B
DE
FR
EN
RASENMÄHER
BETRIEBSANLEITUNG
TONDEUSE À GAZON
LIVRET D'ENTRETIEN
LAWN MOWER
OPERATOR'S MANUAL
NL
ES
IT
GRASMAAIER
BEDIENINGSHANDLEIDING
CORTACÉSPED
MANUAL DEL OPERADOR
TAGLIAERBA
MANUALE DELL'OPERATORE
SABO-Maschinenfabrik GmbH
Auf dem Höchsten 22
51645 Gummersbach
+ 49 (0) 2261 704 0
post@sabo-online.com
www.SABO-online.com
SAU22743
06/2025

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Sabo
Categorie: Grasmaaier
Model: 54-VARIO B

Handleiding Sabo 54-VARIO B – volledige tekst

NL 1 1 Inleiding. 2 2 Verklaring van het op de machine aangebrachte typeplaatje. 2 3 Verduidelijking van de pictogrammen. 2 4 Verklaring van de symbolen. 2 5 Gebruik conform de voorschriften. 3 6 Algemene veiligheidsvoorschriften voor handmatig bestuurde cirkelmaaiers (benzine). 3 Algemene veiligheidsinstructies. 3 Voorbereidende maatregelen. 3 Gebruik. 4 Onderhoud en opslag. 5 7 Beschrijving van de componenten. 5 8 Voorbereidende werkzaamheden. 5 Geleidestangen omhoog plaatsten (Afbeelding A1 + B1 + E1 ). 5 Montage van de startstang (Afbeelding L1 ). 6 Opvangzak aan de maaier hangen (Afbeelding R1 + S1 ). 6 Instellen van de maaihoogte (Afbeelding I ). 6 9 Voor de eerste ingebruikneming. 6 Olie bijvullen (Afbeelding Y1 ). 6 Brandstof invullen. 6 10 Starten van de motor (Afbeelding A + C + E ). 6 11 Inschakelen van het maaisysteem (Afbeelding H3).

6 12 Uitschakelen van het maaisysteem (Afbeelding I3). 7 13 Uitschakelen van de motor (Afbeelding I3 + G3 + A ). 7 14 Stoppen in geval van nood. 7 15 Rijaandrijving. 7 Bediening van de achterwielaandrijving (Afbeelding G ). 7 Regelen van de snelheid (Afbeelding H ). 7 16 Grasopvanginrichting. 7 Gebruik met grasopvangzak. 7 Turbosignaal (vulstandsindicatie van de grasopvangzak) (Afbeelding J + K ) 7 Leegmaken van de opvangzak (Afbeelding I3 + L ). 7 Gebruik zonder opvangzak. 7 17 Het maaien. 7 Maaien op hellingen. 7 Oliepeilcontrole. 7 Controle van de bedrijfsveiligheid. 7 Tijdelijke beperkingen. 8 Tips voor de verzorging van het gazon. 8 Maaien (Afbeelding M ). 8 Mulchen. 8 Ombouw naar achteruitworp (Afbeelding U2 + S1 ). 8 18 Onderhoudsintervallen. 8 19 Verzorging en onderhoud van de maaier. 8 Reiniging (Afbeelding A + O ). 8 Opbergen.

NL 2 1 INLEIDING Beste tuinliefhebber, als bij de trots op een verzorgd gazon ook nog het plezier aan het werk in de tuin komt, dan weet men pas wat men aan zijn tuingereedschappen heeft. Met uw nieuwe grasmaaier heeft u een goede keuze getroffen. Hij verenigt de sterke prestaties van een merk met een rijke traditie met de innovaties van moderne high-tech snufjes. Dat merkt u als u ermee werkt, en dat verheugt u als u het wonderlijke resultaat ziet. Maar voordat u een begin maakt met de verzorging van uw gazon, hier wat belangrijke informatie, waarmee u absoluut rekening moet houden. Voordat u de maaier voor de eerste keer in gebruik neemt, leest u deze gebruiksaanwijzing aandachtig door om u vertrouwd te maken met de correcte bediening en het onderhoud van de machine en om verwondingen en schade aan uw grasmaaier te vermijden. Gebruik de grasmaaier voorzichtig.

De op het apparaat aangebrachte pictogrammen wijzen u op de belangrijkste voorzorgsmaatregelen. De veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing zijn gekenmerkt met symbolen. De betekenis van de pictogrammen en symbolen wordt in de volgende hoofdstukken uitgelegd. De benamingen links en rechts hebben altijd betrekking op de in rijrichting geziene linker- of rechterkant van het apparaat. Als de technische aanwijzingen zorgvuldig in acht worden genomen, zal uw grasmaaier betrouwbaar werken. Wij wijzen erop dat schade aan de maaier als gevolg van bedieningsfouten niet onder de garantieplicht vallen. Wij wensen u veel plezier bij de verzorging van gazon en terrein.

2 VERKLARING VAN HET OP DE MACHINE AANGEBRACHTE TYPEPLAATJE 1 Model 2 Productidentificatienummer 3 Nominaal vermogen 4 Gewicht 5 Gecontroleerde veiligheid (afhankelijk van het model) 6 Nominaal toerental motor 7 Bouwjaar 8 CE-conformiteitsteken 9 Handgeleide grasmaaier 10 Gegarandeerd geluidsdrukniveau 11 Serienummer Deze gebruiksaanwijzing is van toepassing op het volgende model: 54-VARIO B (SA222725): met mesrem, met inschakelbare rijaandrijving en snelheidsregeling met draaigreep Raadpleeg het typeplaatje voor de juiste modelaanduiding van uw apparaat en het serienummer. 3 VERDUIDELIJKING VAN DE PICTOGRAMMEN Vóór inbedrijfstelling de gebruiksaanwijzing en veiligheidsinstructies lezen en in acht nemen. Gevaar door weggeslingerde delen bij lopende motor - veiligheidsafstand aanhouden / derden uit de gevarenzone houden. Opgelet voor scherpe messen. Contact met roterende mesbalk vermijden.

Erop letten dat handen en voeten niet onder de behuizing komen. – Vóór reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de motor afzetten en de bougiestekker uittrekken. Mesbalk STOP Aandrijving inschakelen Gevaar voor geluid - Oorbescherming aanbevolen bij langdurige blootstelling. Waarschuwing voor hete oppervlakken - Raak de motor en de uitlaat niet aan. Gevaar voor brandwonden. Uitlaatgassen zijn giftig - laat de motor niet draaien in gesloten ruimtes. Gevaar voor vergiftiging. Benzine is licht ontvlambaar - houd vonken en vlammen uit de buurt, rook niet. Brandgevaar. Dit toestel hoort niet bij het huisvuil; breng apparaat, toebehoren en verpakking naar een milieuvriendelijk recyclagepunt. 4 VERKLARING VAN DE SYMBOLEN WAARSCHUWING Gebruiksaanwijzing en algemene veiligheidsvoorschriften zorgvuldig lezen en in acht nemen. De gebruiksaanwijzing bewaren om hem te kunnen raadplegen.

Tot het doelmatig gebruik behoort ook de naleving van de door de fabrikant voorgeschreven operationele, onderhouds- en instandhoudingsvoorwaarden. WAARSCHUWING Derden uit de gevaarszone verwijderd houden.

Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware letsels leiden. Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware letsels veroorzaken. Maai nooit, terwijl personen, bijzonder kinderen, of dieren in de omgeving zijn. WAARSCHUWING Benzine is licht ontvlambaar en uiterst explosief. Uitlopende benzine en olie op de hete motor zijn licht ontvlambaar. Brand en explosies kunnen zware letsels en materiële schade veroorzaken. Terwijl de motor loopt of bij hete machine mag de tankdop niet geopend en geen benzine bijgevuld worden. Bij lopende motor moet de oliepeilstaaf steeds vast ingeschroefd zijn. WAARSCHUWING Benzine is licht ontvlambaar en uiterst explosief. Brand en explosies kunnen zware letsels en materiële schade veroorzaken. Roken en open vuur zijn bij het tanken verboden. WAARSCHUWING Let op voor scherpe messen. Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware voetletsels leiden.

De motor alleen achter de maaier staand starten. Er op letten, dat de voeten niet onder de behuizing komen. WAARSCHUWING Let op voor scherpe messen. Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware hand- en voetletsels leiden. Bij lopende motor/messen de door de lengte van de stuurboom geboden veiligheidsafstand aanhouden. Er op letten, dat handen en voeten niet onder de behuizing komen. WAARSCHUWING Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware verwondingen veroorzaken. Vóór het maaien, met name bij met loof bedekte vlakken, alle stenen, stokken, draden, speelgoed en andere vreemde voorwerpen verwijderen van het gazon. Het apparaat nooit gebruiken met beschadigde of ontbrekende bescherminrichtingen. Ontbrekende of beschadigde veiligheids- en bescherminrichtingen brengen uw veiligheid en de veiligheid van andere personen in gevaar.

NL 3 WAARSCHUWING Elektrische schok kan zware verwondingen veroorzaken. Rijd nooit met ingeschakeld snijgereedschap over stroomvoerende kabels. Controleer voor en tijdens het maaien het terrein op stroomvoerende kabels en verwijder deze indien mogelijk. Bij beschadiging van een stroomvoerende kabel het apparaat uitzetten en de kabel van het voedingsnet loskoppelen. VOORZICHTIG Uitlaat en motor bereiken bij het gebruik zeer hoge temperaturen. Verbrandingsgevaar. Voor onderhouds- en reinigingswerkzaamheden de machine tenminste 15 minuten laten af-koelen. Het toestel nooit met beschadigd of zonder veiligheidsrooster van de uitlaat gebruiken. VOORZICHTIG Als bij werkzaamheden aan het apparaat de bougiestekker niet wordt uitgetrokken, zou de motor gestart kunnen worden en kunnen zware verwondingen het gevolg zijn.

Vóór onderhouds- en reparatiewerkzaamheden de motor afzetten, de bougiestekker uittrekken en de contactsleutel, indien voorhanden, eruit halen. Bougie nooit bij lopende motor eraf trekken. Gevaar: elektrische schok. Voor reinigings- of onderhoudsinstructies de gebruiksaanwijzing raadplegen. Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken. WAARSCHUWING Contact met de roterende mesbalk kan ernstige verwondingen aan handen en voeten veroorzaken. Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware verwondingen veroorzaken. Het maaiwerk uitschakelen en wachten tot het snijgereedschap stilstaat: − bij het rijden buiten het gazon op wegen of straten; − voordat de snijhoogte wordt ingesteld; − voordat de grasopvangzak eraf wordt genomen; − voordat de mulchstop wordt verwijderd. Bovendien de motor afzetten: − als de maaier opgetild of gekanteld moet worden, bijv.

voor het transport; − als de machine korte tijd zonder toezicht blijft; − vóór het bijtanken. Alleen bijtanken bij koude motor. VOORZICHTIG Het contact met de scherpe kanten van de messenbalk en met andere scherpe kanten van het toestel kan tot letsels leiden.

Bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden steeds veiligheidshandschoenen dragen. VOORZICHTIG Gevaar voor geluid - Oorbescherming aanbevolen bij langdurige blootstelling. 5 GEBRUIK CONFORM DE VOORSCHRIFTEN • Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor het maaien van gras en gazon in het kader van de tuin- en landschapsverzorging ("Doelmatig gebruik"). Elke daarboven uitgaande inzet geldt als niet doelmatig; voor hieruit resulterende schade is de fabrikant niet aansprakelijk; het risico hiervoor draagt alleen de gebruiker. Tot het doelmatig gebruik behoort ook de naleving van de door de fabrikant voorgeschreven operationele, onderhouds- en instandhoudingsvoorwaarden. • Bij de inzet in publieke plantsoenen, parken, op sportterreinen, straten en in agrarische en bosbouwbedrijven is bijzondere voorzichtigheid vereist.

• De maaier mag met name niet worden ingezet voor het snoeien van struikgewas, heggen en struiken, voor het snoeien van rankende klimplanten of van begroeiing op daken en balkons, noch voor het afzuigen en/of vrij blazen van stoepen. • Het gebruik van alle door de fabrikant niet vrijgegeven aanvullende en aanbouwapparaten is niet toegelaten. Bij gebruik van zulke aanvullende en aanbouwapparaten komen de CE-conformiteit en het recht op garantie te vervallen. Eigenmachtige veranderingen aan deze grasmaaier sluiten een aansprakelijkheid van de fabrikant voor daaruit resulterende schade uit. 6 ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR HANDMATIG BESTUURDE CIRKELMAAIERS (BENZINE) Algemene veiligheidsinstructies Lees voor uw eigen veiligheid en om een goede werking te garanderen zorgvuldig de gebruiksaanwijzing. Maak u vertrouwd met de bedieningselementen en het juiste gebruik van de machine.

• Deze gebruiksaanwijzing hoort bij de machine en moet in het geval van doorverkoop aan de koper van het apparaat worden overhandigd. • Sta nooit toe dat kinderen en personen onder 16 jaar, noch andere personen die de gebruiksaanwijzing niet kennen, de machine gebruiken. Plaatselijke voorschriften kunnen de minimumleeftijd van de gebruiker vastleggen. • Geef iedereen die met het apparaat moet werken uitleg over de mogelijk gevaarlijke momenten, en over hoe ongevallen kunnen worden vermeden. Dit apparaat mag alleen door personen gebruikt, onderhouden en gerepareerd worden, die hiermee vertrouwd en over de gevaren onderricht zijn.

• Dit apparaat is niet ervoor bedoeld om te worden gebruikt door personen met beperkte fysieke, sensorische of mentale vermogens en/of bij gebrek aan kennis, tenzij een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon op hen toeziet en hen aanwijzingen geeft hoe het apparaat gebruikt moet worden. Deze toezichthouder moet van tevoren beslissen of de persoon met beperkte fysieke, sensorische of mentale vermogens voor deze activiteit geschikt is. Maai nooit als er personen, met name kinderen, of dieren in de buurt zijn. • Berg uw machine veilig op. Ongebruikte apparaten moeten in een droge, afgesloten ruimte en ontoegankelijk voor kinderen bewaard worden. • Veiligheids- en bescherminrichtingen van de machine mogen niet gemanipuleerd of gedeactiveerd worden. • De kabelinstallering mag niet worden gemanipuleerd, bijv. door verwijderen van kabelklemmen of aanbrengen van extra kabelbinders.

De kabels moeten zodanig tegen de buitenkant van de boom liggen dat ze bij het neerklappen van de boom niet verpletterd of overbelast worden. Een beschadigde kabel kan tot een technisch defect van de machine leiden. Voorbereidende maatregelen • Tijdens het maaien moet altijd stevig, gesloten, antislip schoeisel of werkschoenen en een lange broek worden gedragen. Vermijd het dragen van losse kleding of kleding met hangende touwen of riemen.

Maai niet op blote voeten of in sandalen. Ter bescherming van de ogen draagt u een veiligheidsbril. • Luide geluiden kunnen tot gehoorschade leiden. Gehoorbescherming dragen. Controleer vóór en tijdens het maaien het terrein waarop het apparaat wordt ingezet volledig, en verwijder alle stenen, stokken, draden, speelgoed en andere vreemde voorwerpen die gegrepen en weggeslingerd kunnen worden. Controleer voor en tijdens het maaien het terrein op stroomvoerende kabels en verwijder deze indien mogelijk. Rijd nooit met ingeschakeld snijgereedschap over stroomvoerende kabels. Gevaar: elektrische schok. Bij beschadiging van een stroomvoerende kabel het apparaat uitzetten en de kabel van het voedingsnet loskoppelen.

Als u ook een robotmaaier gebruikt voor gazononderhoud, moeten de volgende veiligheidsinstructies in acht worden genomen met betrekking tot het werkgebied van de robotmaaier: – Controleer altijd het gebied van de grensdraad voordat u deze gebieden bewerkt (maaien, verticuteren, enz. ). – Als de kabels in de grond zijn gelegd, moeten ze worden gecontroleerd, er mogen geen kabels zichtbaar zijn en er moet speciale zorg worden besteed aan het laadstation. – Als de grensdraden boven de grond worden gelegd, moeten ze direct over de grond worden gespannen en niet slap in het gras liggen. De kabels moeten goed worden vastgezet met grenspinnen, zie de gebruiksaanwijzing. – de omtreknagels mogen niet uitsteken, anders moeten de nagels naar beneden worden gedrukt. – Verwijder rondslingerende kabelresten voordat je gaat maaien.

In de hierboven beschreven omstandigheden bestaat het risico dat de kabel naar binnen wordt getrokken en door het uitrustingsstuk wordt opgerold, wat tot ernstig letsel kan leiden. • Naar beneden hangende takken en soortgelijke hindernissen kunnen de gebruiker verwonden of het maaien belemmeren. Vóór het maaien op mogelijke hindernissen zoals bijv. naar beneden hangende takken letten en deze snoeien of verwijderen.

WAARSCHUWING − Benzine is licht ontvlambaar en uiterst explosief. Brand en explosies kunnen zware letsels en materiële schade veroorzaken. − Benzine alleen in een goedgekeurde jerrycan en voor kinderen ontoegankelijk bewaren. − Tank niet in het voertuig, op een laadvloer of een aanhanger met kunststofbekleding vullen. Tank voor het vullen met brandstof niet in de nabijheid van het voertuig en steeds op de bodem afzetten. − Tank alleen in de open lucht met een koude motor. Tijdens het tanken zijn roken en open vuur verboden. − Met benzine aangedreven apparaten die zich op een laadvlak of een aanhanger bevinden, niet vanuit de pomp voltanken, maar voltanken met een draagbare jerrycan. − Tank benzine voor u de motor start.

NL 4 − Open de tankdop niet en tank geen benzine bij een draaiende motor of als het apparaat heet is. − Probeer de motor niet te starten als u benzine heeft gemorst. Verwijder in plaats daarvan het apparaat van de met benzine vervuilde plek en veeg de overgelopen brandstof van de motor af. Probeer de motor niet te starten voordat de benzinedampen zijn vervlogen. − Sluit benzinetank en jerrycan om veiligheidsredenen weer volledig af. − Vervang bij beschadiging de benzinetank en de tankdop. • Vóór het gebruik moet altijd door een zichtcontrole gecontroleerd worden of het snijgereedschap, bevestigingsschroeven en de hele snijeenheid versleten of beschadigd zijn. Ter vermijding van onbalans moeten versleten of beschadigde messen en bevestigingsschroeven door een geautoriseerde vakwerkplaats worden vervangen. • De toestand van de pictogrammen moet bij elke inzet gecontroleerd worden.

Versleten of beschadigde pictogrammen moeten worden vervangen. Gebruik • Het machine mag niet in explosiegevaarlijke omgeving worden gebruikt. • Laat de verbrandingsmotor niet draaien in afgesloten ruimten waarin zich gevaarlijke verbrandingsgassen kunnen ophopen. Gevaar voor vergiftiging. • Dragers van pacemakers mogen bij draaiende motor geen motoronderdelen aanraken die onder spanning staan. • Opgelet. Apparaat niet voor aanzuigopeningen van ruimtebeluchtingstoestellen laten lopen. • Maai niet bij slecht weer, als het gevaar van blikseminslag bestaat. • Bougiestekker nooit bij lopende motor eraf trekken. Gevaar: elektrische schok. • Koppel de bougiestekker alleen los als de motor is afgekoeld. Verbrandingsgevaar. • Geen koptelefoon dragen om naar de radio of muziek te luisteren. Veiligheid bij het onderhoud en het bedrijf vereisen onbeperkte aandacht.

Verhoog de snelheid langzaam totdat u de juiste snelheid heeft bereikt en schakel eventueel de rijaandrijving uit. • Bijzonder voorzichtig zijn als onoverzichtelijke hoeken, struiken, bomen of andere hindernissen het zicht kunnen beïnvloeden. • niet te dicht bij gaten, sloten en taluds rijden. De machine kan plotseling over de kop gaan als een wiel over de rand van een gat of talud rijdt of als een rand plotseling meegeeft. • Voorzichtig bij het maaien onder speeltoestellen (bv. schommels). Het apparaat zou in een onveilige positie kunnen komen. Er bestaat gevaar voor letsel. • De machine niet tijdens ziekte, moeheid of onder invloed van alcohol, medicijnen of drugs bedienen. • Indien mogelijk moet het gebruik van het toestel bij nat weer worden vermeden. Er bestaat gevaar voor uitglijden. • Zorg ervoor dat u op hellingen altijd stevig staat.

Maai op een helling in dwarsrichting, nooit naar boven of naar beneden. Wees bijzonder voorzichtig als u op een helling van rijrichting verandert. • Maai niet op al te steile hellingen. Het maaien op hellingen brengt extra gevaren met zich mee. Uw grasmaaier is zo krachtig, dat hij nog kan maaien op hellingen die tot 48% (26° helling) aflopen. Om veiligheidsredenen raden wij u echter dringend aan om dit theoretische potentieel niet te volle te benutten. Zorg altijd voor een stabiele stand. In principe mogen met de hand geleide grasmaaiers bij hellingen steiler dan 26% (15° helling) niet worden ingezet. Het gevaar dreigt dat de stabiliteit verloren gaat. • Wees bijzonder voorzichtig als u de machine omkeert of deze naar u toe trekt. • Bij achterwaartse bewegingen met de machine kunt u struikelen. Vermijd achteruitlopen. Vermijd abnormale lichaamshoudingen.

• Om een afglijden van het toestel tijdens het dragen te verhinderen, dient u het toestel steeds vast te nemen met de daarvoor voorziene grijpinrichtingen (draaggreep, behuizing, duwstangeinden of onderste gedeelte van de duwstang). Niet vastnemen aan de uitwerpklep. • Neem voor het optillen of dragen het gewicht van de machine in acht (zie technische gegevens). Het optillen van grote gewichten kan leiden tot problemen met de gezondheid. • Til de machine nooit op en draag deze nooit met draaiende motor. • Gebruik de machine nooit met beschadigde of ontbrekende veiligheids- en bescherminrichtingen. Ontbrekende of beschadigde veiligheids- en bescherminrichtingen brengen uw veiligheid en de veiligheid van andere personen in gevaar.

Veiligheidsinrichtingen zijn (zie hoofdstuk Beschrijving van de componenten): − Veiligheidsschakelbeugel messtop (1) De grasmaaier is uitgerust met een messtop-inrichting. In het lopende bedrijf en op een moment van gevaar wordt door de beugel los te laten het mes van de mesbalk gestopt. De mesbalk moet binnen 3 seconden tot stilstand komen. De beugel moet na het loslaten in elk geval weer in de in de afbeelding „Beschrijving van de componenten“ getoonde positie terugspringen. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden. Verwondingsgevaar. Als de nalooptijd van het apparaat groter is, het apparaat niet meer gebruiken en naar een geautoriseerde vakwerkplaats brengen. Meten van de nalooptijd Na het inschakelen van het maaiwerk draait het mes en is een windgeluid hoorbaar.

De nalooptijd komt overeen met de duur van het windgeluid na het stoppen van de mesbalk, en deze kan met een stopwatch worden gemeten. De functie van de veiligheidsschakelbeugel mag in geen geval buiten werking worden gesteld. Men moet controleren of de veiligheidsschakelbeugel werkt zoals voorgeschreven. Als dat niet het geval is, moet hij door een erkend vakbedrijf gerepareerd worden.

Om de goede werking van de veiligheidsinrichting te garanderen moet de schakelbeugel, het schakelhuis met bowdenkabel en de mesrem regelmatig, echter ten minste eenmaal per maaiseizoen, door een erkend vakbedrijf gecontroleerd worden. Bescherminrichtingen zijn (zie hoofdstuk Beschrijving van de componenten): − Behuizing, grasopvangzak, uitwerpklep (14) Deze bescherminrichtingen beschermen tegen letsels door omhoog geslingerde voorwerpen. Het apparaat mag niet worden gebruikt met een beschadigde behuizing of zonder een goed bevestigde graszak of uitwerpklep aan de behuizing. − Behuizing Deze beveiligingsvoorziening beschermt tegen letsel door contact met de roterende mesbalk. Het apparaat mag niet met beschadigde behuizing worden gebruikt. Erop letten dat handen en voeten niet onder de behuizing komen.

− Afdekkingen van de riemaandrijving (12), motorafdekkingen (5) Deze beveiligingsvoorzieningen beschermen tegen letsel door bewegende onderdelen. Het apparaat mag niet met beschadigde c. q. zonder op de voorgeschreven wijze bevestigde afdekkingen worden gebruikt. − Veiligheidsrooster voor de uitlaat (11) De motor/uitlaat wordt zeer heet. Het veiligheidsrooster beschermt tegen verbrandingen. Het toestel niet zonder veiligheidsrooster voor de uitlaat gebruiken. – Isolatie-elementen (bowdenkabelscheiding (19), isolatieschalen (18)) Deze beveiligingen bieden extra bescherming tegen letsel door elektrische schokken. Het apparaat mag niet worden gebruikt met beschadigde isolatie-elementen. Zorg ervoor dat je handen zich tijdens het gebruik alleen op de daarvoor bestemde plaatsen bevinden (bovenste deel van het stuur). • De bescherminrichtingen mogen niet veranderd worden.

• Wijzig de basisafstelling van de motor niet of jaag hem niet over zijn toeren. • Tijdens het startproces de aandrijving, indien voorhanden, niet inschakelen. Let er bij het in bedrijf nemen op dat uw voeten op een veilige afstand van het maaisysteem staan.

Bij het inschakelen van het maaiwerk mag de machine niet omhoog worden gekanteld, maar, indien vereist, door de duwboom omlaag te duwen slechts zo schuin worden gezet, dat het snijgereedschap in de van de gebruiker afgewende richting wijst, maar niet verder dan absoluut noodzakelijk is. Voordat het apparaat weer op de grond staat, moeten beide handen zich aan het bovenste deel van de duwboom bevinden. Houd handen en voeten altijd uit de buurt van draaiende onderdelen. Zorg ervoor dat handen en voeten niet onder de behuizing komen. Houd u altijd verwijderd van de uitwerpopening.

Stop de motor, trek de bougiestekker eraf, vergewis u ervan dat alle bewogen delen volledig stilstaan en dat de contactsleutel, indien voorhanden, uitgetrokken is: − als de machine verlaten wordt; − voordat u de machine controleert, reinigt of er werkzaamheden aan uitvoert; − voordat u blokkeringen loswerkt of verstoppingen in het uitwerpkanaal elimineert; − als er een vreemd voorwerp werd geraakt; − als de machine abnormaal begint te trillen. • Wanneer er een vreemd voorwerp werd getroffen en als de machine blokkeert, bijv. als u tegen een hard voorwerp rijdt, moet u een vakhandelaar laten controleren of er onderdelen van de machine beschadigd of vervormd zijn. Ook de mogelijk noodzakelijke reparaties steeds door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren.

NL 5 Hoge trillingen op uw handen kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid. Wend u als er sterke trillingen optreden meteen tot een geautoriseerde vakwerkplaats. • WAARSCHUWING De in deze bedieningshandleiding vermelde geluids- en trillingsniveaus zijn de maximum waarden voor de inzet van het apparaat. De inzet van een snij-element in onbalans, overmatige bewegingssnelheid of gebrekkig onderhoud zijn van aanzienlijke invloed op geluidsemissie en trillingen. Daarom is het noodzakelijk om voorzorgsmaatregelen te treffen, zodat eventuele schade als gevolg van hoge geluidsniveaus en belasting door trilling wordt vermeden. Onderhoud het apparaat goed, draag een gehoorbescherming, en neem pauzes tijdens het werk. De in deze bedieningshandleiding opgesomde onderhoudswerkzaamheden uitvoeren en het apparaat regelmatig door een geautoriseerde werkplaats laten controleren en onderhouden.

Schakel het maaiwerk uit door de beugel voor de messtop los te laten, en vergewis u ervan dat het snijgereedschap stilstaat: − bij het rijden buiten het gazon op wegen of straten; − als u de snijhoogte wilt verstellen; − voordat u de grasvangzak eraf neemt; − voordat u de mulchstop verwijdert. • Zet de motor af en controleer of de contactsleutel, indien voorhanden, uitgetrokken is: − als u de maaier moet optillen of kantelen, bijv. voor het transport; − als u de machine korte tijd verlaat; − voordat u bijtankt. Alleen bijtanken bij koude motor. • Indien de motor een benzinekraan bezit, dient deze na het maaien dicht te worden gedraaid. Onderhoud en opslag • Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken. • Zorg ervoor dat alle schroefverbindingen goed zijn vastgeschroefd en dat het toestel in een veilige arbeidstoestand is.

Bewaar de machine nooit met benzine in de tank in een gesloten ruimte waarin eventueel benzinedampen met open vuur of vonken in contact kunnen komen of kunnen ontvlammen. Uitlaat en motor bereiken tijdens het gebruik zeer hoge temperaturen. Voor onderhouds- en reinigingswerkzaamheden de machine tenminste 15 minuten laten afkoelen. • Houd, om brandgevaar te vermijden, de motor, uitlaat en brandstoftank vrij van gras, bladeren en lekkende olie (vet). Bij het omhoog kantelen of op de zijkant leggen erop letten dat er geen olie of benzine uitloopt. Brandgevaar. Laat de motor eerst afkoelen, voordat u de machine in een afgesloten ruimte wegzet. De machine in geen geval in de nabijheid van open vuur of warmtebronnen zoals boilers of verwarmingen wegzetten. Controleer elke keer voordat u gaat maaien of de grasopvangbak niet versleten is en of die nog goed functioneert.

Controleer elke keer voordat u gaat maaien de toestand en de goede bevestiging van het mes. De bevestigingsschroef van het mes moet altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats worden aangedraaid. Als de messchroef te los of te vast wordt aangedraaid, dan kunnen meskoppeling en mesbalk beschadigd worden of loskomen, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken. Een versleten of beschadigd mes moet absoluut worden vervangen. Het vervangen, bijslijpen en uitbalanceren van het mes moet worden uitgevoerd door een erkend vakbedrijf. Door een foutief gemonteerde meskoppeling kan de mesbalk losraken, wat tot ernstige verwondingen kan leiden. Een ondeskundig geslepen en niet uitgebalanceerd mes kan sterke trillingen veroorzaken en de grasmaaier beschadigen. • Vervang om veiligheidsredenen versleten of beschadigde onderdelen.

• Bij de omgang met bedrijfsmiddelen, zoals motorolie en brandstof, moet geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen (bijv. geschikte veiligheidshandschoenen) worden gedragen. De gegevensbladen van de bedrijfsmiddelen moeten in acht worden genomen.

Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd veiligheidshandschoenen. Onderhouds- en reinigingswerkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd op vlakke ondergronden bij uitgeschakelde motor en uitgetrokken bougiestekker. Een regelmatig onderhoud is onontbeerlijk voor de veiligheid en het behoud van het prestatievermogen. • Bougiestekker nooit bij lopende motor eraf trekken. Gevaar: elektrische schok. • Koppel de bougiestekker alleen los als de motor is afgekoeld. Verbrandingsgevaar. • Op goede zitting van de bougiestekker letten. Gevaar: elektrische schok. • Indien de tank geledigd dient te worden, dan moet dit in open lucht en bij koude motor te gebeuren. Er op letten, dat er geen brandstof wordt gemorst. Om garantie- en veiligheidsredenen mogen er alleen originele onderdelen worden gebruikt.

Als er onverwacht een deel ontbreekt, gelieve dan contact op te nemen met uw specialist. OPGELET Vóór montage van de duwboom en van de startkabelhouder en bij het openen van het duwboom altijd de bougiestekker uittrekken.

Na montage, ten laatste vóór het starten van de motor de bougiestekker weer erop drukken. Geleidestangen omhoog plaatsten (Afbeelding A1 + B1 + E1 ) BELANGRIJK Let erop, dat de bowdenkabels bij optillen van de duwboom niet geknikt worden of bekneld raken. BELANGRIJK Let erop, dat de kabel bij het uit elkaar- en dichtklappen van de stuurbomen niet ingeklemd, bekneld, verdraaid of overstrekt kan worden. De kabel altijd aan van de buitenkant van de boomverbinding leiden. Een beschadigde kabel kan tot een technisch defect van de machine leiden.

NL 6 De Z-vormig ineengeklapte duwboom in onderstaande volgorde naar boven uit elkaar trekken: − Eerst het onderstuk van de duwboom omhoog tillen A1 , dan de uiteinden van het onderstuk zo ver uit elkaar duwen, dat de aan beide kanten naar binnen wijzende arrêteringsnokken inklikken in de bijhorende boringen B1. Er kunnen drie verschillende hoogtes van de duwboom worden ingesteld. − De vleugelmoeren/gerande moeren aan beide kanten met de hand stevig aandraaien B1. − Nu het bovenste deel van de duwboom omhoog tillen (6). Als het bovenste en onderste deel op één niveau liggen, de gerande moeren (7) met de hand vastdraaien E1.

VOORZICHTIG Bij de activering van de hoogteverstelling van de duwboom kan het gebeuren dat de boom ongewild omslaat bij het losdraaien van de geribde moeren B1 voor de bevestiging van het onderstuk aan de behuizing (maar zo ver losdraaien, dat de boom vrij kan worden bewogen) en het losspringen van de vergrendelingsnokken uit de boringen van de boombevestiging. Bovendien kunnen er tussen onderstuk van de duwboom en boombevestiging/behuizing plaatsen ontstaan waar u zich kunt kneuzen. Er bestaat verwondingsgevaar. Montage van de startstang (Afbeelding L1 ) − Startkabelhouder (1) uit de gereedschapszak nemen. − Moer zo ver eruit draaien, dat de beide helften over de duwboom kunnen worden geschoven. − Op de bovenste duwboom zit een sticker (2) voor de positionering van de startkabelhouder. OPGELET Om veiligheidsredenen mag de startkabelhouder alleen in de opgegeven positie worden gemonteerd.

− De activeringshendel (3) in stand „STOP“ (4) schuiven, de startkabel (5) uittrekken en in de startkabelhouder leiden. − De beide helften samenvoegen (6), moer weer vastdraaien. Zo wordt verhinderd dat de startkabel eruit springt. De startkabelhouder moet zo gemonteerd/uitgericht worden, dat de startkabel vrij loopt en niet tegen andere delen aanwrijft.

Opvangzak aan de maaier hangen (Afbeelding R1 + S1 ) − Het frame van de opvangzak met de beugel vooraan in het opvangdoek plaatsen. Erop letten dat de beschermhoeken van het opvangdoek de achterste hoeken van het frame van de opvangzak omhullen. De bovenste naden van het opvangdoek aan de beugel uitlijnen. − De profielen van de opvangzak op de stangen van het frame drukken R1. − De uitwerpklep van de maaier naar boven openen. − Til de opvangzak op met de draaggreep, plaats de schans (1) R1 aan de opening van de opvangzak en hang deze met zijn beide zijdelingse haken boven in de maaierbehuizing S1. − De uitwerpklep op de opvangzak klappen. Instellen van de maaihoogte (Afbeelding I ) Veiligheidsinstructie. Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 2 De door u gewenste maaihoogte wordt ingesteld met de hendel (1) op de linkerkant van de maaimachine.

− De hendel uit de inkeping trekken en na verschuiving naar de zijkant weer fixeren in de gewenste positie. − De markering links op het huis geeft de maaihoogte aan. BELANGRIJK Het maaien op de laagste snijhoogte mag alleen gebeuren op vlakke en gladde gazons. Gelieve er rekening mee te houden dat de onderste snijhoogte-instellingen alleen bij optimale omstandigheden gebruikt mogen worden. Als u de snijhoogte te laag kiest, dan kan de grasnerf beschadigd en onder bepaalde omstandigheden zelfs vernield worden. Behalve de snijhoogte beïnvloedt ook de rijsnelheid het snijbeeld en opvangresultaat. Snijhoogte en rijsnelheid aanpassen aan de hoogte van het te snijden gras, indien nodig de rijaandrijving niet inschakelen. 9 VOOR DE EERSTE INGEBRUIKNEMING Veiligheidsinstructie.

De bevestigingsschroef van het mes moet altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats worden aangedraaid. Als de messchroef te los of te vast wordt aangedraaid, dan kunnen meskoppeling en mesbalk beschadigd worden of loskomen, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken. De grasmaaier is uitgerust met een messtop-inrichting. Vóór de eerste inbedrijfstelling controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de messtop foutloos functioneert. Als de schakelbeugel wordt losgelaten, dan moet de mesbalk binnen drie seconden tot stilstand komen. De beugel moet na het loslaten in elk geval weer in de in de afbeelding „Beschrijving van de componenten“ getoonde positie terugspringen. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden. Verwondingsgevaar.

Als de nalooptijd van het apparaat groter is, het apparaat niet meer gebruiken en naar een geautoriseerde vakwerkplaats brengen. Meten van de nalooptijd Na het inschakelen van het maaiwerk draait het mes en is een windgeluid hoorbaar. De nalooptijd komt overeen met de duur van het windgeluid na het stoppen van de mesbalk, en deze kan met een stopwatch worden gemeten. Veiligheids- en bescherminrichtingen van de machine mogen niet gemanipuleerd of gedeactiveerd worden. Erop letten dat alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn. Olie bijvullen (Afbeelding Y1 ) Veiligheidsinstructie. Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 2 BELANGRIJK Schade vermijden. De motor wordt zonder olie geleverd. De motor moet voor het starten met olie worden gevuld.

Vóór de eerste start motorolie (hoeveelheid en kwaliteit zie technische gegevens) met een trechter na de meetstaaf eraf te hebben geschroefd in deze opening gieten. − De maaier parkeren op vlakke ondergrond. − Olie langzaam in de vulopening gieten. Niet overvullen. − Oliepeil controleren Meetstaaf eruit nemen.

De meetstaaf afvegen met een schone doek, weer erin steken, maar niet vastschroeven. Dan de meetstaaf weer uit nemen en het oliepeil aflezen. De olie moet tussen de markeringen „L" en „H" staan. Eventueel olie bijvullen. Het oliepeil mag echter de max. -markering „H“ van de meetstaaf niet overschrijden. Overvullen leidt tot beschadigingen aan de motor. Meetstaaf weer erin zetten en vastdraaien. − Na de eerste vulling het bord „NO OIL“ (GEEN OLIE) boven aan de motor verwijderen. Brandstof invullen Veiligheidsinstructie. Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 2 − Gebruik als tankvulling alleen verse en schone loodvrije standaard brandstof. In geen geval alkylaatbenzine gebruiken. Brandstof met maximaal 10% ethanol of 15% MTBE is acceptabel.

Nooit benzine met een ethanolgehalte van meer dan 10% of een MTBE-gehalte van meer dan 15% gebruiken, omdat daardoor schade aan de motor of het brandstofsysteem kan ontstaan. − Brandstofkraan moet gesloten zijn A. − Tankdeksel eraf schroeven. − Brandstof met een trechter erin doen tot max. onderkant van de vulopening. − Tankdeksel erop zetten en vastschroeven. 10 STARTEN VAN DE MOTOR (AFBEELDING A + C + E ) Veiligheidsinstructie. Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 2 VOORZICHTIG Startkabelgreep tijdens het starten stevig vastpakken. De greep zou anders uit de hand kunnen glijden. Verwondingsgevaar. De motor mag alleen achter de maaier staande worden gestart. − Brandstofkraan (1) openen A. − De activeringshendel (2) in stand "MAX" (3) schuiven C. − De startkabel (4) langzaam uittrekken, tot er een weerstand merkbaar wordt.

− Om de grasvangzak leeg te maken kan de hendel (2) in stand (5) worden geschoven C. 11 INSCHAKELEN VAN HET MAAISYSTEEM (AFBEELDING H3) Veiligheidsinstructie. Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 2 Het maaisysteem alleen achter de maaier staande inschakelen. De maaier in elk geval op een vlak, niet met hoog gras begroeide ondergrond zetten (te hoog gras remt de aanloop van de mesbalk en bemoeilijkt het startproces). Bij het starten van de motor mag de machine niet omhoog worden gekanteld, maar, indien vereist, door de duwboom omlaag te duwen slechts zo schuin worden gezet, dat het.

NL 7 snijgereedschap in de van de gebruiker afgewende richting wijst, maar niet verder dan absoluut noodzakelijk is. Voordat het apparaat weer op de grond staat, moeten beide handen zich aan het bovenste deel van de duwboom bevinden. − De veiligheidsschakelbeugel (1) op het bovenste deel van de stuurboom drukken en vasthouden. − De hendel (2) tot aan de aanslag vlot naar voren schuiven en loslaten. De hendel komt automatisch terug in zijn uitgangspositie. BELANGRIJK Langzaam inschakelen van het maaisysteem leidt tot een overmatige slijtage van de rem- en koppelingvoeringen en een oververhitting van het volledige remkoppelingsysteem. Voor een onberispelijke functie van het startsysteem is het noodzakelijk, dat het maaisysteem overeenkomstig de bovenstaand beschreven volgorde wordt gestart.

12 UITSCHAKELEN VAN HET MAAISYSTEEM (AFBEELDING I3) − Veiligheidsbedieningshendel voor de messenrem vlot loslaten. BELANGRIJK Op het moment dat de veiligheidsbedieningshendel wordt losgelaten, klapt deze door veerkracht weer terug in zijn uitgangspositie, de messenrem is nu geactiveerd en binnen drie seconden komt het messenbalk tot stilstand. 13 UITSCHAKELEN VAN DE MOTOR (AFBEELDING I3 + G3 + A ) − Veiligheidsbedieningshendel voor de messenrem vlot loslaten I3. − De bedieningshendel in de stand STOP schuiven G3. − Brandstofkraan sluiten A. 14 STOPPEN IN GEVAL VAN NOOD Veiligheidsschakelbeugel en aandrijfschakelbeugel loslaten. − De maaier stopt. − Het mes komt tot stilstand. OPGELET Vóór elk maaien controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de mesrem en de schakelbeugel voor de rijaandrijving foutloos functioneren.

− als de veiligheidsschakelbeugel wordt losgelaten, dan moet de mesbalk binnen drie seconden blijven stilstaan. − als de schakelbeugel voor de rijaandrijving wordt losgelaten, dan moet de machine meteen tot stilstand komen. Anders de dichtstbijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats opzoeken.

15 RIJAANDRIJVING Bediening van de achterwielaandrijving (Afbeelding G ) De achterwielaandrijving wordt via de schakelbeugel (1) aan de bovenste duwboom (2) bij lopende motor in- en uitgeschakeld: − Aan de schakelbeugel trekken en vasthouden = maaier rijdt. − Schakelbeugel loslaten = maaier blijft staan (0-stand). AANWIJZING De achterwielen klikken, als de maaier voorwaarts wordt geschoven. Regelen van de snelheid (Afbeelding H ) BELANGRIJK Het regelen van de snelheid mag alleen geschieden als de motor draait, om beschadigingen te voorkomen. De rijsnelheid wordt ingesteld met de links aangebrachte greep. – Om de snelheid aan te passen, draai je de hendel in de gewenste richting om de gewenste rijsnelheid in te stellen. De pijl op de draaigreep geeft de rijsnelheid aan. − Stand „Haas” = snel (max. snelheid). − Stand „Schildpad” = langzaam (min. snelheid).

AANWIJZING Maaien met te hoge snelheid leidt tot een slecht snijbeeld resp. Opvangresultaat. Pas de snelheid altijd aan aan de omstandigheden. Bij langere afgesneden grassprieten moet een langzamere rijsnelheid worden gekozen. 16 GRASOPVANGINRICHTING Veiligheidsinstructie. Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 2 Gebruik met grasopvangzak WAARSCHUWING Bij gebruik van de grasvangzak moet deze volledig gemonteerd en in perfecte technische staat zijn. BELANGRIJK Men moet erop letten dat bij het hanteren met de opvangzak de schans (1) R1 niet verbogen wordt. Let er bij het maaien op, dat de opvangzak op tijd wordt leeggemaakt. Het turbosignaal op de opvangzak geeft het juiste tijdstip aan om de zak leeg te maken.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Sabo 54-VARIO B stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden