Sabo 47-VARIO E Handleiding

Sabo Grasmaaier 47-VARIO E

Bekijk gratis de handleiding van Sabo 47-VARIO E (100 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 13 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Sabo 47-VARIO E of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/100
47-VARIO / 47-VARIO E
Rasenmäher
BETRIEBSANLEITUNG
Tondeuse à gazon
LIVRET D'ENTRETIEN
Lawn mower
OPERATOR'S MANUAL
Grasmaaier
BEDIENINGSHANDLEIDING
Cortacésped
MANUAL DEL OPERADOR
TagliaerbaMANUALE DELL'OPERATORE
SAU17236

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Sabo
Categorie: Grasmaaier
Model: 47-VARIO E

Handleiding Sabo 47-VARIO E – volledige tekst

21 INLEIDINGBeste tuinliefhebber,als bij de trots op een verzorgd gazon ook nog het plezier aan het werk in de tuin komt,dan weet men pas wat men aan zijn tuingereedschappen heeft. Met uw nieuwegrasmaaier heeft u een goede keuze getroffen. Hij verenigt de sterke prestaties vaneen merk met een rijke traditie met de innovaties van moderne high-tech snufjes. Datmerkt u als u ermee werkt, en dat verheugt u als u het wonderlijke resultaat ziet. Maar voordat u een begin maakt met de verzorging van uw gazon, hier wat belangrijkeinformatie, waarmee u absoluut rekening moet houden. Voordat u de maaier voor de eerste keer in gebruik neemt, leest u dezegebruiksaanwijzing aandachtig door om u vertrouwd te maken met de correctebediening en het onderhoud van de machine en om verwondingen en schadeaan uw grasmaaier te vermijden. Gebruik de grasmaaier voorzichtig.

De op het apparaat aangebrachte pictogrammenwijzen u op de belangrijkste voorzorgsmaatregelen. De betekenis van de pictogrammenis uitgelegd op deze pagina. De veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing zijn gekenmerkt met symbolen. Deverklaring van de symbolen vindt u in de tabel op de volgende pagina. De benamingen links en rechts hebben altijd betrekking op de in rijrichting gezienelinker- of rechterkant van het apparaat. Als de technische aanwijzingen zorgvuldig in acht worden genomen, zal uw grasmaaierbetrouwbaar werken. Wij wijzen erop dat schade aan de maaier als gevolg vanbedieningsfouten niet onder de garantieplicht vallen. Wij wensen u veel plezier bij de verzorging van gazon en terrein.

2 VERKLARING VAN HET OP DE MACHINE AANGEBRACHTETYPEPLAATJE1Model2Productidentificatienummer3Nominaal vermogen4Gewicht5Gecontroleerde veiligheid (afhankelijk van het model)6Nominaal toerental motor7Bouwjaar8CE-conformiteitsteken9Handgeleide grasmaaier10Gegarandeerd geluidsdrukniveau11SerienummerDeze gebruiksaanwijzing geldt voor de volgende modellen:47-VARIO (SA224521 subsidiair SA226521): met LONCIN Motor V200 en erbij teschakelen VARIO-aandrijving met snelheidsregeling47-VARIO E (SA226621): met LONCIN Motor V200-E met elektrischestart en erbij te schakelen VARIO-aandrijving met snelheidsregelingGelieve de correcte modelbenaming van uw apparaat en het serienummer af te leidenvan het typeplaatje. De paragraaf onder een opschrift in tekst cursief en onderlijnd geldt tot aan hetvolgende zo gemarkeerde opschrift voor het betreffende model.

De gebruiksaanwijzing bewaren om hem tekunnen raadplegen. Tot het doelmatig gebruik behoort ook de naleving van de door defabrikant voorgeschreven operationele, onderhouds- eninstandhoudingsvoorwaarden. WAARSCHUWINGDerden uit de gevaarszone verwijderd houden. Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware letsels leiden. Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware letsels veroorzaken. Maai nooit, terwijl personen, bijzonder kinderen, of dieren in deomgeving zijn.

3Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt totveiligheidsrelevante gebreken. WAARSCHUWINGHet contact met de roterende mesbalk kan tot ernstige verwondingenaan handen en voeten leiden. Omhoog geslingerde voorwerpenkunnen zware verwondingen veroorzaken. De motor afzetten en wachten tot het snijgereedschap stilstaat, decontactsleutel, indien aanwezig, eruit trekken:–wanneer de maaier opgetild of gekanteld moet worden, bijv. voorhet transport;–bij het rijden buiten het gazon op wegen of straten;–wanneer de machine, ook slechts korte tijd, onbeheerd wordtachtergelaten;–voordat de snijhoogte wordt ingesteld;–voordat de grasvangzak wordt verwijderd;–voordat de mulch-stop wordt verwijderd;–voordat wordt bijgetankt. Alleen tanken wanneer de motor koudis. VOORZICHTIGHet contact met de scherpe kanten van de messenbalk en met anderescherpe kanten van het toestel kan tot letsels leiden.

Bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden steedsveiligheidshandschoenen dragen. VOORZICHTIGGevaar voor geluid -Oorbescherming aanbevolen bij langdurige blootstelling. 5 GEBRUIK CONFORM DE VOORSCHRIFTEN•Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor het maaien van gras en gazon in hetkader van de tuin- en landschapsverzorging ("Doelmatig gebruik"). Elke daarbovenuitgaande inzet geldt als niet doelmatig; voor hieruit resulterende schade is defabrikant niet aansprakelijk; het risico hiervoor draagt alleen de gebruiker. Tot hetdoelmatig gebruik behoort ook de naleving van de door de fabrikantvoorgeschreven operationele, onderhouds- en instandhoudingsvoorwaarden. •Bij de inzet in publieke plantsoenen, parken, op sportterreinen, straten en inagrarische en bosbouwbedrijven is bijzondere voorzichtigheid vereist.

•De maaier mag met name niet worden ingezet voor het snoeien van struikgewas,heggen en struiken, voor het snoeien van rankende klimplanten of van begroeiingop daken en balkons, noch voor het afzuigen en/of vrij blazen van stoepen.

•Het gebruik van alle door de fabrikant niet vrijgegeven aanvullende enaanbouwapparaten is niet toegelaten. Bij gebruik van zulke aanvullende enaanbouwapparaten komen de CE-conformiteit en het recht op garantie tevervallen. Eigenmachtige veranderingen aan deze grasmaaier sluiten eenaansprakelijkheid van de fabrikant voor daaruit resulterende schade uit. 6 ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOORHANDMATIG BESTUURDE CIRKELMAAIERS (BENZINE)Algemene veiligheidsinstructiesLees voor uw eigen veiligheid en om een goede werking te garanderenzorgvuldig de gebruiksaanwijzing. Maak u vertrouwd met debedieningselementen en het juiste gebruik van de machine. Degebruiksaanwijzing bewaren om hem te kunnen raadplegen. •Denk eraan dat de bediener van de machine of de gebruiker verantwoordelijk isvoor ongevallen met andere personen of hun eigendom.

•Deze gebruiksaanwijzing hoort bij de machine en moet in het geval vandoorverkoop aan de koper van het apparaat worden overhandigd. •Sta nooit toe dat kinderen en personen onder 16 jaar, noch andere personen diede gebruiksaanwijzing niet kennen, de machine gebruiken. Plaatselijkevoorschriften kunnen de minimumleeftijd van de gebruiker vastleggen. •Geef iedereen die met het apparaat moet werken uitleg over de mogelijkgevaarlijke momenten, en over hoe ongevallen kunnen worden vermeden. Ditapparaat mag alleen door personen gebruikt, onderhouden en gerepareerdworden, die hiermee vertrouwd en over de gevaren onderricht zijn.

•Dit apparaat is niet ervoor bedoeld om te worden gebruikt door personen metbeperkte fysieke, sensorische of mentale vermogens en/of bij gebrek aan kennis,tenzij een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon op hen toeziet en henaanwijzingen geeft hoe het apparaat gebruikt moet worden. Deze toezichthouderWAARSCHUWINGBenzine is licht ontvlambaar en uiterst explosief. Uitlopende benzine en olie op de hete motor zijn licht ontvlambaar. Brand en explosies kunnen zware letsels en materiële schadeveroorzaken.

Terwijl de motor loopt of bij hete machine mag de tankdop nietgeopend en geen benzine bijgevuld worden. Bij lopende motor moet de oliepeilstaaf steeds vast ingeschroefd zijn. WAARSCHUWINGBenzine is licht ontvlambaar en uiterst explosief. Brand en explosies kunnen zware letsels en materiële schadeveroorzaken. Roken en open vuur zijn bij het tanken verboden. WAARSCHUWINGLet op voor scherpe messen. Het contact met de roterendemessenbalk kan tot zware voetletsels leiden. De motor alleen achter de maaier staand starten. Er op letten, dat de voeten niet onder de behuizing komen. WAARSCHUWINGLet op voor scherpe messen. Het contact met de roterendemessenbalk kan tot zware hand- en voetletsels leiden. Bij lopende motor/messen de door de lengte van de stuurboomgeboden veiligheidsafstand aanhouden. Er op letten, dat handen en voeten niet onder de behuizing komen.

WAARSCHUWINGOmhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware verwondingenveroorzaken. Vóór het maaien, met name bij met loof bedekte vlakken, alle stenen,stokken, draden, speelgoed en andere vreemde voorwerpenverwijderen van het gazon. Het apparaat nooit gebruiken met beschadigde of ontbrekendebescherminrichtingen. Ontbrekende of beschadigde veiligheids- en bescherminrichtingenbrengen uw veiligheid en de veiligheid van andere personen ingevaar. Vóór de eerste inbedrijfstelling de bevestiging van de messchroefcontroleren, daarna de mesbalk vóór elk maaien onderzoeken opgoede bevestiging, slijtage en schade. Een versleten of beschadigdmes door een geautoriseerde werkplaats laten vervangen. De schroefvan het mes door een geautoriseerde vakwerkplaats latenvastdraaien. Vóór het starten van de motor controleren of de gereedschappenverwijderd zijn.

VOORZICHTIGUitlaat en motor bereiken bij het gebruik zeer hoge temperaturen. Verbrandingsgevaar. Voor onderhouds- en reinigingswerkzaamheden de machinetenminste 15 minuten laten af-koelen. Het toestel nooit metbeschadigd of zonder veiligheidsrooster van de uitlaat gebruiken.

WAARSCHUWINGElektrische schok kan zware verwondingen veroorzaken. Rijd nooit met ingeschakeld snijgereedschap over stroomvoerendekabels. Controleer voor en tijdens het maaien het terrein op stroomvoerendekabels en verwijder deze indien mogelijk. Bij beschadiging van een stroomvoerende kabel het apparaatuitzetten en de kabel van het voedingsnet loskoppelen. VOORZICHTIGAls bij werkzaamheden aan het apparaat de bougiestekker en decontactsleutel niet worden uitgetrokken, zou de motor gestart kunnenworden en kunnen ernstige verwondingen het gevolg zijn. Vóór onderhouds- en reparatiewerkzaamheden de motor afzetten, debougiestekker uittrekken en de contactsleutel, indien voorhanden,eruit halen. Bougie nooit bij lopende motor eraf trekken. Gevaar:elektrische schok. Voor reinigings- of onderhoudsinstructies de gebruiksaanwijzingraadplegen.

4moet van tevoren beslissen of de persoon met beperkte fysieke, sensorische ofmentale vermogens voor deze activiteit geschikt is. Maai nooit als er personen, met name kinderen, of dieren in de buurt zijn. •Berg uw machine veilig op. Ongebruikte apparaten moeten in een droge,afgesloten ruimte en ontoegankelijk voor kinderen bewaard worden. •Veiligheids- en bescherminrichtingen van de machine mogen niet gemanipuleerdof gedeactiveerd worden. •De kabelinstallering mag niet worden gemanipuleerd, bijv. door verwijderen vankabelklemmen of aanbrengen van extra kabelbinders. De kabels moeten zodanigtegen de buitenkant van de boom liggen dat ze bij het neerklappen van de boomniet verpletterd of overbelast worden. Een beschadigde kabel kan tot eentechnisch defect van de machine leiden.

Voorbereidende maatregelen•Tijdens het maaien moet altijd stevig, gesloten, antislip schoeisel of werkschoenenen een lange broek worden gedragen. Vermijd het dragen van losse kleding ofkleding met hangende touwen of riemen. Maai niet op blote voeten of in sandalen. Ter bescherming van de ogen draagt u een veiligheidsbril. •Luide geluiden kunnen tot gehoorschade leiden. Gehoorbescherming dragen. Controleer vóór en tijdens het maaien het terrein waarop het apparaatwordt ingezet volledig, en verwijder alle stenen, stokken, draden,speelgoed en andere vreemde voorwerpen die gegrepen enweggeslingerd kunnen worden. Controleer voor en tijdens het maaien het terrein op stroomvoerendekabels en verwijder deze indien mogelijk. Rijd nooit met ingeschakeld snijgereedschap over stroomvoerende kabels. Gevaar: elektrische schok.

•Wanneer u voor het onderhoud van uw gazon ook een maairobot gebruikt, moetende volgende veiligheidsinstructies met betrekking tot werkoppervlak van demaairobot in acht worden genomen:–Vóór het maaien op deze oppervlakken moet altijd het bereik van debegrenzingskabel worden gecontroleerd. –Wanneer de kabels in de aarde zijn gelegd, moeten deze wordengecontroleerd, er mogen geen kabels te zien zijn, speciale aandacht isgeboden voor het laadstation. –Wanneer de begrenzingskabels bovengronds zijn gelegd, moeten deze directop de ondergrond gespannen verlopen en niet slap rondslingeren in het gras. De kabels moeten voldoende door begrenzingsnagels gefixeerd zijn, ziegebruiksaanwijzing. –De begrenzingsnagels mogen niet uitsteken, anders moeten ze ingedruktworden. –Rondslingerende kabelresten voor het maaien verwijderen.

Bij de hierboven beschreven omstandigheden bestaat het gevaar dat de kabeldoor het werkgereedschap naar binnen getrokken en opgewikkeld wordt, wat kanleiden tot ernstige verwondingen. •Naar beneden hangende takken en soortgelijke hindernissen kunnen degebruiker verwonden of het maaien belemmeren. Vóór het maaien op mogelijkehindernissen zoals bijv. naar beneden hangende takken letten en deze snoeien ofverwijderen. WAARSCHUWING–Benzine is licht ontvlambaar en uiterst explosief. Brand en explosies kunnen zware letsels en materiële schadeveroorzaken. –Benzine alleen in een goedgekeurde jerrycan en voor kinderenontoegankelijk bewaren. –Tank niet in het voertuig, op een laadvloer of een aanhanger metkunststofbekleding vullen. Tank voor het vullen met brandstof niet inde nabijheid van het voertuig en steeds op de bodem afzetten. –Tank alleen in de open lucht met een koude motor.

Tijdens hettanken zijn roken en open vuur verboden. –Met benzine aangedreven apparaten die zich op een laadvlak of eenaanhanger bevinden, niet vanuit de pomp voltanken, maar voltankenmet een draagbare jerrycan. –Tank benzine voor u de motor start.

–Open de tankdop niet en tank geen benzine bij een draaiende motorof als het apparaat heet is. –Probeer de motor niet te starten als u benzine heeft gemorst. Verwijder in plaats daarvan het apparaat van de met benzinevervuilde plek en veeg de overgelopen brandstof van de motor af. Probeer de motor niet te starten voordat de benzinedampen zijnvervlogen. –Sluit benzinetank en jerrycan om veiligheidsredenen weer volledig af. –Vervang bij beschadiging de benzinetank en de tankdop. •Vóór het gebruik moet altijd door een zichtcontrole gecontroleerd worden of hetsnijgereedschap, bevestigingsschroeven en de hele snijeenheid versleten ofbeschadigd zijn. Ter vermijding van onbalans moeten versleten of beschadigdemessen en bevestigingsschroeven door een geautoriseerde vakwerkplaats wordenvervangen. •De toestand van de pictogrammen moet bij elke inzet gecontroleerdworden.

Versleten of beschadigde pictogrammen moeten worden vervangen. Gebruik•Het machine mag niet in explosiegevaarlijke omgeving worden gebruikt. •Laat de verbrandingsmotor niet draaien in afgesloten ruimten waarin zichgevaarlijke verbrandingsgassen kunnen ophopen. Gevaar voor vergiftiging. •Dragers van pacemakers mogen bij draaiende motor geenmotoronderdelen aanraken die onder spanning staan. •Opgelet. Apparaat niet voor aanzuigopeningen van ruimtebeluchtingstoestellenlaten lopen. •Maai niet bij slecht weer, als het gevaar van blikseminslag bestaat. •Bougiestekker nooit bij lopende motor eraf trekken. Gevaar: elektrische schok. •Koppel de bougiestekker alleen los als de motor is afgekoeld. Verbrandingsgevaar. •Geen koptelefoon dragen om naar de radio of muziek te luisteren. Veiligheid bij hetonderhoud en het bedrijf vereisen onbeperkte aandacht.

Verhoog de snelheidlangzaam totdat u de juiste snelheid heeft bereikt en schakel eventueel derijaandrijving uit. •Bijzonder voorzichtig zijn als onoverzichtelijke hoeken, struiken, bomen ofandere hindernissen het zicht kunnen beïnvloeden. •niet te dicht bij gaten, sloten en taluds rijden. De machine kan plotseling over dekop gaan als een wiel over de rand van een gat of talud rijdt of als een randplotseling meegeeft. •Voorzichtig bij het maaien onder speeltoestellen (bv. schommels). Het apparaatzou in een onveilige positie kunnen komen. Er bestaat gevaar voor letsel. •De machine niet tijdens ziekte, moeheid of onder invloed van alcohol, medicijnenof drugs bedienen. •Indien mogelijk moet het gebruik van het toestel bij nat weer wordenvermeden. Er bestaat gevaar voor uitglijden. •Zorg ervoor dat u op hellingen altijd stevig staat.

Maai op een helling indwarsrichting, nooit naar boven of naar beneden. Wees bijzonder voorzichtig als uop een helling van rijrichting verandert. •Maai niet op al te steile hellingen. Het maaien op hellingen brengt extra gevarenmet zich mee. Uw grasmaaier is zo krachtig, dat hij nog kan maaien op hellingendie tot 46% (25° helling) aflopen. Om veiligheidsredenen raden wij u echterdringend aan om dit theoretische potentieel niet te volle te benutten. Zorg altijdvoor een stabiele stand. In principe mogen met de hand geleide grasmaaiers bijhellingen steiler dan 26% (15° helling) niet worden ingezet. Het gevaar dreigt datde stabiliteit verloren gaat. •Wees bijzonder voorzichtig als u de machine omkeert of deze naar u toetrekt. •Bij achterwaartse bewegingen met de machine kunt u struikelen. Vermijdachteruitlopen. Vermijd abnormale lichaamshoudingen.

5•Neem voor het optillen of dragen het gewicht van de machine in acht (zietechnische gegevens). Het optillen van grote gewichten kan leiden tot problemenmet de gezondheid. •Til de machine nooit op en draag deze nooit met draaiende motor. •Gebruik de machine nooit met beschadigde of ontbrekende veiligheids- enbescherminrichtingen. Ontbrekende of beschadigde veiligheids- en bescherminrichtingen brengen uwveiligheid en de veiligheid van andere personen in gevaar. Veiligheidsinrichtingen zijn (zie hoofdstuk Beschrijving van de componenten):–Veiligheidsschakelbeugel motorstop (1)De grasmaaier is uitgerust met een motorstop-inrichting. In het lopende bedrijf en op een moment van gevaar wordt door debeugel voor de motorstop los te laten de verbrandingsmotor afgezet. De verbrandingsmotor en het mes moeten binnen 3 seconden totstilstand komen.

De beugel moet na het loslaten in elk geval weer in de in deafbeelding „Beschrijving van de componenten“ getoonde positieterugspringen. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door eengeautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden. Verwondingsgevaar. Als de nalooptijd van het apparaat groter is, het apparaat niet meergebruiken en naar een geautoriseerde vakwerkplaats brengen. Meten van de nalooptijdNa het starten van de verbrandingsmotor draait het mes en is eenwindgeluid hoorbaar. De nalooptijd komt overeen met de duur van het windgeluid na hetafzetten van de verbrandingsmotor, en deze kan met een stopwatchworden gemeten. De functie van de veiligheidsschakelbeugel mag in geen geval buitenwerking worden gesteld. Men moet controleren of de veiligheidsschakelbeugel werkt zoalsvoorgeschreven. Als dat niet het geval is, moet hij door een erkendvakbedrijf gerepareerd worden.

Bescherminrichtingen zijn (zie hoofdstuk Beschrijving van de componenten):–Behuizing, grasopvangzak, uitwerpklep (13) (bij 47-VARIO,47-VARIO E), botsbeveiligingDeze bescherminrichtingen beschermen tegen verwondingen dooromhoog geslingerde voorwerpen. Het apparaat mag niet met beschadigde behuizing resp. zonder zoalsvoorgeschreven bevestigde grasvangzak resp. stootbescherming oftegen de behuizing aan liggende uitwerpklep worden ingezet. –BehuizingDeze beveiligingsvoorziening beschermt tegen letsel door contactmet de roterende mesbalk. Het apparaat mag niet met beschadigde behuizing worden gebruikt. Erop letten dat handen en voeten niet onder de behuizing komen. –Afdekkingen bij riemaandrijving (11), motorafdekkingen (5) (bij 47-VARIO, 47-VARIO E). Deze bescherminrichtingen beschermen tegen letsel doorbeweeglijke delen. Het apparaat mag niet met beschadigde behuizing resp.

zonder zoalsvoorgeschreven bevestigde afdekkingen worden ingezet. –Uitlaatbeschermingsrooster (10) (bij 47-VARIO, 47-VARIO E)De motor/uitlaat wordt zeer heet. Het beschermrooster beschermttegen verbrandingen. Apparaat niet gebruiken zonder uitlaatrooster. De bescherminrichtingen mogen niet veranderd worden. •Wijzig de basisafstelling van de motor niet of jaag hem niet over zijn toeren. •Tijdens het startproces de aandrijving, indien voorhanden, niet inschakelen. Let er bij het in bedrijf nemen op dat uw voeten op een veilige afstand vanhet maaisysteem staan. Bij het starten van de motor mag de machine niet omhoog wordengekanteld, maar, indien vereist, door de duwboom omlaag te duwenslechts zo schuin worden gezet, dat het maaimes in de van de gebruikerafgewende richting wijst, maar niet verder dan absoluut noodzakelijk is.

Bij apparaten met zijdelingse uitwerp mag u de motor niet starten, als uvoor het uitwerpkanaal staat of als er zich personen of dieren in hetuitwerpbereik bevinden. Houd handen en voeten altijd uit de buurt van draaiende onderdelen. Zorgervoor dat handen en voeten niet onder de behuizing komen. Houd u altijdverwijderd van de uitwerpopening. Zet de motor af door de beugel voor de motorstop los te laten, trek debougie eraf, en vergewis u ervan dat alle bewogen delen volkomenstilstaan en de contactsleutel, indien voorhanden, is uitgetrokken,–als de machine wordt verlaten;–voordat u de machine controleert, reinigt of werkzaamheden eraanuitvoert;–voordat u blokkeringen losmaakt of verstoppingen in hetuitwerpkanaal elimineert;–als er een vreemd voorwerp werd geraakt;–als de machine ongewoon begint te trillen. •Wanneer er een vreemd voorwerp werd getroffen en als de machineblokkeert, bijv.

als u tegen een hard voorwerp rijdt, moet u een vakhandelaar latencontroleren of er onderdelen van de machine beschadigd of vervormd zijn. Ook demogelijk noodzakelijke reparaties steeds door een geautoriseerde vakwerkplaatslaten uitvoeren. •Als de machine ongewoon sterk begint te trillen of abnormale geluiden begint temaken, dan is een onmiddellijke controle door een geautoriseerde vakwerkplaatsvereist. Hoge trillingen op uw handen kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid. Wend uals er sterke trillingen optreden meteen tot een geautoriseerde vakwerkplaats. •WAARSCHUWINGDe in deze bedieningshandleiding vermelde geluids- en trillingsniveaus zijn demaximum waarden voor de inzet van het apparaat. De inzet van een snij-element in onbalans, overmatige bewegingssnelheid ofgebrekkig onderhoud zijn van aanzienlijke invloed op geluidsemissie en trillingen.

Onderhoud het apparaat goed, draag een gehoorbescherming, en neem pauzestijdens het werk. De in deze bedieningshandleiding opgesomde onderhoudswerkzaamhedenuitvoeren en het apparaat regelmatig door een geautoriseerde werkplaats latencontroleren en onderhouden. Zet de motor af door de beugel voor de motorstop los te laten, en vergewisu ervan dat alle bewogen delen volkomen stilstaan en de contactsleutel,indien voorhanden, is uitgetrokken,–als u de maaier moet optillen of kantelen, bijv. voor het transport;–als u de machine naar het maaivlak toe en weer weg transporteert;–bij het rijden buiten het gazon;–als u de machine korte tijd verlaat;–als u de snijhoogte wilt verstellen;–voordat u de grasvangzak eraf neemt;–voordat u de mulchstop verwijdert;–voordat u bijtankt. Alleen bijtanken bij koude motor. •Indien de motor een benzinekraan bezit, dient deze na het maaien dicht teworden gedraaid.

Onderhoud en opslag•Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken. •Zorg ervoor dat alle schroefverbindingen goed zijn vastgeschroefd en dathet toestel in een veilige arbeidstoestand is. U mag alleen bij uitgeschakelde motor de uitwerpklep openen en degrasopvangzak verwijderen of de mulchprop verwijderen. Bewaar de machine nooit met benzine in de tank in een gesloten ruimtewaarin eventueel benzinedampen met open vuur of vonken in contactkunnen komen of kunnen ontvlammen. Uitlaat en motor bereiken tijdens het gebruik zeer hoge temperaturen. Voor onderhouds- en reinigingswerkzaamheden de machine tenminste 15minuten laten afkoelen.

6•Houd, om brandgevaar te vermijden, de motor, uitlaat en brandstoftank vrij vangras, bladeren en lekkende olie (vet). Bij het omhoog kantelen of op de zijkant leggen erop letten dat er geen olie ofbenzine uitloopt. Brandgevaar. Laat de motor eerst afkoelen, voordat u de machine in een afgesloten ruimtewegzet. De machine in geen geval in de nabijheid van open vuur of warmtebronnen zoalsboilers of verwarmingen wegzetten. Controleer elke keer voordat u gaat maaien of de grasopvangbak nietversleten is en of die nog goed functioneert. Controleer elke keer voordat u gaat maaien de toestand en de goedebevestiging van het mes. De bevestigingsschroef van het mes moet altijddoor een geautoriseerde vakwerkplaats worden aangedraaid. Als demesschroef te los of te vast wordt aangedraaid, dan kunnenmeskoppeling en mesbalk beschadigd worden of loskomen, hetgeenzware verwondingen kan veroorzaken.

Een versleten of beschadigd mesmoet absoluut worden vervangen. Het vervangen, bijslijpen en uitbalanceren van het mes moet wordenuitgevoerd door een erkend vakbedrijf. Door een foutief gemonteerde meskoppeling kan de mesbalk losraken,wat tot ernstige verwondingen kan leiden. Een ondeskundig geslepen en niet uitgebalanceerd mes kan sterketrillingen veroorzaken en de grasmaaier beschadigen. •Vervang om veiligheidsredenen versleten of beschadigde onderdelen. Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijdveiligheidshandschoenen. •Bij de omgang met bedrijfsmiddelen, zoals motorolie en brandstof, moet geschiktepersoonlijke beschermingsmiddelen (bijv. geschikte veiligheidshandschoenen)worden gedragen. De gegevensbladen van de bedrijfsmiddelen moeten in acht worden genomen.

Onderhouds- en reinigingswerkzaamheden mogen alleen wordenuitgevoerd op vlakke ondergronden bij uitgeschakelde motor enuitgetrokken bougiestekker. Een regelmatig onderhoud is onontbeerlijkvoor de veiligheid en het behoud van het prestatievermogen. •Bougiestekker nooit bij lopende motor eraf trekken.

Gevaar: elektrische schok. •Koppel de bougiestekker alleen los als de motor is afgekoeld. Verbrandingsgevaar. •Op goede zitting van de bougiestekker letten. Gevaar: elektrische schok. •Indien de tank geledigd dient te worden, dan moet dit in open lucht en bijkoude motor te gebeuren. Er op letten, dat er geen brandstof wordt gemorst. Om garantie- en veiligheidsredenen mogen er alleen originele onderdelen wordengebruikt. Niet gelijkwaardige onderdelen kunnen de machine beschadigen en uw veiligheidin gevaar brengen.

7 BESCHRIJVING VAN DE COMPONENTEN47-VARIO, 47-VARIO E1Veiligheidsschakelbeugel motorstop2Varioactivering3Aandrijfschakelbeugel (afhankelijk van het model)4Tankafsluiting5Motorafdekking6Snijhoogte-instelling7Luchtfilter8Bougie9Draaggreep10Uitlaatrooster11Afdekkingen van de riemaandrijving12Olievulopening met peilstok13Uitwerpklep14Snelspanner (afhankelijk van model)15Startkabelgreep16Startsleutel (afhankelijk van het model)Alle modellen8 VOORBEREIDENDE WERKZAAMHEDENVoor de montage van de maaier zitten de volgende onderdelen in de verpakking:•Maaier met voorgemonteerde duwboom•Vangdoek, vangzakframe•Gereedschapszak met de volgende inhoud:–Bedieningshandleiding met Conformiteitsverklaring–Garantiebepalingen (afhankelijk van het model)–Diverse montageonderdelen. Als er onverwacht een deel ontbreekt, gelieve dan contact op te nemen met uw specialist.

OPGELETVóór montage van de duwboom en van de startkabelhouder en bij het openen van hetduwboom altijd de bougiestekker uittrekken. Na montage, ten laatste vóór het startenvan de motor de bougiestekker weer erop drukken. Duwboom omhoog zetten (Afbeelding A1 + B1 + V4 )BELANGRIJKLet erop, dat de bowdenkabels bij optillen van de duwboom niet geknikt worden ofbekneld raken. BELANGRIJK Let erop, dat de kabel bij het uit elkaar- en dichtklappen van destuurbomen niet ingeklemd, bekneld, verdraaid of overstrekt kan worden. De kabelaltijd aan van de buitenkant van de boomverbinding leiden.

Een beschadigde kabelkan tot een technisch defect van de machine leiden. De Z-vormig ingeklapte duwboom in onderstaande volgorde naar boven uit elkaar trekken:–Eerst het onderstuk van de duwboom omhoog tillen A1 , dan de uiteinden van hetonderstuk zo ver uit elkaar duwen, dat de aan beide kanten naar binnen wijzendearrêteringsnokken inklikken in de bijhorende boringen B1. Er kunnen drie verschillende hoogtes van de duwboom worden ingesteld.

7–De vleugelmoeren aan beide kanten met de hand stevig aandraaien B1. –Het bovenste deel van de duwboom zover optillen tot het bovenstuk enonderstuk op één niveau liggen. Alle modellen(Afbeelding V4 )–De snelspanner voor het bevestigen van het bovenstuk en onderstuk vande boom wordt vooraf in de fabriek ingesteld. 1. Snelspanner naar boven tegen de boom trekken. 2. Schroeven handvast aandraaien. 3. Snelspanner openen. 4. Schroeven een kwart tot halve omwenteling vastdraaien. 5. De snelspanner weer naar boven trekken en controleren of debomen stevig met elkaar verbonden zijn, anders nogmaalscorrigeren. –De instelling noteren. Wanneer de spanning te zijner tijd verslaptmoeten de schroeven opnieuw worden aangedraaid.

VOORZICHTIGBij de activering van de hoogteverstelling van de duwboom kan het gebeurendat de boom ongewild omslaat bij het losdraaien van de vleugelmoeren B1voor de bevestiging van het onderstuk aan de behuizing (maar zo verlosdraaien, dat de boom vrij kan worden bewogen) en het losspringen van devergrendelingsnokken uit de boringen in de behuizing. Bovendien kunnen ertussen onderstuk van de duwboom en behuizing plaatsen ontstaan waar uzich kunt kneuzen. Er bestaat verwondingsgevaar. Montage van de startstang (Afbeelding L1 )–Startkabelhouder (1) uit de gereedschapszak nemen. –Schroef zover eruit draaien dat de beide helften over de sloof kunnenworden geschoven. –Op de bovenste duwboom zit een sticker (2) voor depositionering van de startkabelhouder. OPGELETOm veiligheidsredenen mag de startkabelhouder alleen in deopgegeven positie worden gemonteerd.

–Schakelbeugel motorstop (3) op het bovenstuk van de duwboom (4)indrukken en vasthouden, de startkabel (5) uittrekken en in destartkabelhouder leiden. –De beide helften samenvoegen (6), schroef weer vastdraaien. Zo wordtverhinderd dat de startkabel eruit springt. De startkabelhouder moet zo gemonteerd/uitgericht worden, dat destartkabel vrij loopt en niet tegen andere delen aanwrijft.

Opvangzak aan de maaier hangen (Afbeelding R1 + S1 )–Het vangzakframe met de beugel vooraan in de vangdoek zetten. Debovenste naden van de vangdoek aan de beugel uitrichten. –De bevestigingsprofielen op het raam van het vangzakframe drukken R1. –De uitwerpklep van de maaier naar boven openen. –De grasvangzak aan de draagbeugel optillen, de schans (1) R1 aande vangzakopening in de uitwerpopening zetten en de grasvangzakmet zijn beide zijdelingse haken boven aan de maaierbehuizinginhangen S1. –De uitwerpklep op de grasvangzak klappen. Instellen van de maaihoogte (Afbeelding I )Veiligheidsinstructie. Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3De door u gewenste maaihoogte wordt ingesteld met de hendel (1) op delinkerkant van de maaimachine. –De hendel uit de inkeping trekken en na verschuiving naar de zijkantweer fixeren in de gewenste positie.

–De markering links op het huis geeft de maaihoogte aan. BELANGRIJKHet maaien op de laagste snijhoogte mag alleen gebeuren op vlakkeen gladde gazons. Gelieve er rekening mee te houden dat de onderste snijhoogte-instellingenalleen bij optimale omstandigheden gebruikt mogen worden. Als u desnijhoogte te laag kiest, dan kan de grasnerf beschadigd en onder bepaaldeomstandigheden zelfs vernield worden. Behalve de snijhoogte beïnvloedt ook de rijsnelheid het snijbeeld enopvangresultaat. Snijhoogte en rijsnelheid aanpassen aan de hoogte van het te snijdengras, indien nodig de rijaandrijving niet inschakelen. Montage van de geladen startaccu (alleen bij elektro-start)(Afbeelding V1 + U1 )–Achter de motor eerst de twee schroeven (1) verwijderen, waarmee deaccuhouder is bevestigd V1. –Accudeksel (2) en vleugelschroeven (3) uit de gereedschapszak nemen.

–De beide schroeven (1) door het accudeksel (2) steken en samen met deaccuhouder vastschroeven. –De kabelboom rond de accu, tussen accu en uitwerpkanaal resp. tussen accu en motor,leggen U1. –De accustekker vóór het maaien verbinden met de contrastekker van dekabelboom U1. Laden van de accu zie paragraaf „Starteraccu laden“. 9 VOOR DE EERSTE INGEBRUIKNEMINGVeiligheidsinstructie. Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3Alle schroefverbindingen en de bougiestekker controleren op goede bevestiging. De schroeveneventueel aandraaien. Met name de bevestiging van de mesbalk moet gecontroleerd worden(zie hiervoor hoofdstuk „Onderhoud van de mesbalk“). De bevestigingsschroef van het mes moet altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats wordenaangedraaid.

Als de messchroef te los of te vast wordt aangedraaid, dan kunnen meskoppelingen mesbalk beschadigd worden of loskomen, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken. De grasmaaier is uitgerust met een motorstop-inrichting. Vóór de eerste inbedrijfstelling controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de motorstopfoutloos functioneert. Als de schakelbeugel wordt losgelaten, dan moeten motor en mesbalkbinnen drie seconden tot stilstand komen. De beugel moet na het loslaten in elk geval weer in de in de afbeelding „Beschrijving van decomponenten“ getoonde positie terugspringen. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerdevakwerkplaats gecontroleerd worden. Verwondingsgevaar. Als de nalooptijd van het apparaat groter is, het apparaat niet meer gebruiken en naar eengeautoriseerde vakwerkplaats brengen.

Meten van de nalooptijdNa het starten van de verbrandingsmotor draait het mes en is een windgeluid hoorbaar. Denalooptijd komt overeen met de duur van het windgeluid na het afzetten van deverbrandingsmotor, en deze kan met een stopwatch worden gemeten. Veiligheids- en bescherminrichtingen van de machine mogen niet gemanipuleerd ofgedeactiveerd worden.

Erop letten dat alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigdzijn. Startaccu laden (alleen bij elektro-start)–De startaccu is een onderhoudsvrije droge accu– Vóór de eerste inbedrijfstelling moet deze ca. 24 uur met het origineleoplaadapparaat worden opgeladen. Om veiligheidsredenen en om schade aan de accu te vermijden mag de accu alleenbinnen in een gebouw en in droge ruimtes en niet in direct zonlicht geladenworden. –Om onnodig stroomverbruik te voorkomen na het opladen de netstekker van hetoplaadapparaat uittrekken en de accu loskoppelen van het oplaadapparaat. –Het moet worden voorkomen dat lege accu's langere tijd ongeladen blijven. –Om zeker te stellen dat de batterij altijd gereed voor gebruik is, moet deze regelmatigworden opgeladen zodra de startprestatie nalaat. Wij raden aan om voor en na elkmaaiseizoen of langere tussenpozen de batterij ca.

24 uur op te laden. Voorkom dat debatterij te leeg raakt, aangezien hij daardoor uit kan vallen. –Om onbevoegd gebruik van de maaier vooral door kinderen te voorkomen moet decontactsleutel uitgetrokken zijn en dient de kabel van de accu naar de startmotor altijdonderbroken te worden door de accustekker uit de contrastekker van de kabelboom tetrekken, als u de grasmaaier wegzet tot u opnieuw gaat maaien. Dit dient op zijn minstechter te gebeuren, voordat u de maaier voor de winterpauze opslaat. –Sla de accu in een droge, koele en vorstvrije ruimte op.

8AANWIJZINGU kunt de accu zowel in ingebouwde als in uitgebouwde toestand opladen. Laadapparaat (Afbeelding R4 )Het laadapparaat bestaat uit twee delen en moet vóór het eerste gebruik ineenworden gestoken. De landspecifieke stekker (1) op het laadapparaat (2) steken en naar voorschuiven, tot hij inklikt. BELANGRIJKGebruik het meegeleverde oplaadapparaat alleen voor de accu die bijde grasmaaier hoort. Probeer eveneens nooit om uw maaier op teladen met een ander oplaadapparaat. U zou uzelf in gevaar kunnenbrengen of uw apparaat kunnen beschadigen. Om veiligheidsredenen en om schade aan het laadapparaat te vermijdenmag het laadapparaat alleen binnen in een gebouw en in droge ruimtesgebruikt en niet in direct zonlicht geladen worden. Doorgeschuurde of geknikte aansluitkabels aan de stekkerlader kunnenoverbelasting van de kabel tot gevolg hebben.

Laders met eenbeschadigde kabel moeten worden vervangen. Opladen in ingebouwde toestand (Afbeelding X1 )–Trek de accukabel van de kabelboom los. –Sluit de accukabel aan op een originele lader en steek de stekker van delader in een stopcontact met 230V-netspanning. Opladen van de accu in uitgebouwde toestand (Afbeelding W1 )Accu demonteren–Om de accu te demonteren de accukabel van de kabelboom aftrekken, vleugelschroeven verwijderen. –Accu samen met het accudeksel 90° naar voor draaien en naarboven eruit nemen. –Accukabel verbinden met het originele laadapparaat en in eencontactdoos met 230 V steken. BELANGRIJKLaadapparaat niet aan de stekkerverbinding van de kabelboom aansluiten,omdat anders het laadapparaat kan worden beschadigd. AANWIJZINGDe rode controlelamp aan het oplaadapparaat brandt tijdens het opladenen dooft pas na beëindiging van het oplaadproces.

AANWIJZINGWanneer de accu wegens mechanische beschadiging of slijtagevervangen moet worden, moet de oude accu als giftig afval bij deplaatselijke verzamelcentra van de gemeente of bij uw geautoriseerdevakwerkplaats worden afgegeven om een correcte verwerking tewaarborgen. Olie bijvullen (Afbeelding Y1 )BELANGRIJKSchade vermijden. De motor wordt zonder olie geleverd. De motor moetvoor het starten met olie worden gevuld. Vóór de eerste start motorolie (hoeveelheid en kwaliteit zie technischegegevens) met een trechter na de peilstok eraf te hebben geschroefd in dezeopening gieten. –De maaier parkeren op vlakke ondergrond. –Olie langzaam in de vulopening gieten. Niet overvullen. Na het vullenvan de olie eerst enkele minuten wachten en dan pas het oliepeilcontroleren. De oliepeilstok aanbrengen en vastschroeven. –Oliepeil controlerenMeetstaaf eruit nemen.

De peilstok afvegen met een schone doek, weererin steken en vastschroeven. Dan de peilstok weer uitnemen en hetoliepeil aflezen. De olie moet tot boven aan de Vol-markering (pijl) staan. Eventueel olie bijvullen. Het oliepeil mag echter niet boven de Vol-markering liggen. Meetstaaf weer erin zetten en vastdraaien. –Na de eerste vulling het bord „NO OIL“ (GEEN OLIE) boven aan de motorverwijderen. Brandstof invullenVeiligheidsinstructie. Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3–Gebruik als tankvulling alleen verse en schone loodvrije standaard brandstof. Brandstof met maximaal 10% ethanol is acceptabel. –Benzinedop losdraaien. –Brandstof m. b. v. een trechter tot max. onderkant van de vulpijp invullen. –Benzinedop weer aanbrengen en vastdraaien. 10 STARTEN VAN DE MOTORVeiligheidsinstructie.

Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3De motor alleen starten als u achter de maaier staat. De maaier in elk geval op een vlak, niet met hoog gras begroeide ondergrond zetten (te hooggras remt de aanloop van de mesbalk en bemoeilijkt het startproces).

Bij het starten van demotor mag de machine niet omhoog worden gekanteld, maar, indien vereist, door de duwboomomlaag te duwen slechts zo schuin worden gezet, dat het snijgereedschap in de van degebruiker afgewende richting wijst, maar niet verder dan absoluut noodzakelijk is. Voordat hetapparaat weer op de grond staat, moeten beide handen zich aan het bovenste deel van deduwboom bevinden. VOORZICHTIGStartkabelgreep tijdens het starten stevig vastpakken. De greep zou anders uit de handkunnen glijden. Verwondingsgevaar. BELANGRIJKDe motor loopt alleen wanneer de veiligheidsschakelbeugel op het bovenste deel van deduwboom wordt gedrukt. Op het moment, dat u de schakelbeugel loslaat, dan klapt dezedoor veerdruk weer terug omhoog naar zijn uitgangspositie, de motorrem wordtgeactiveerd en binnen drie seconden komen de motor en de messenbalk tot stilstand.

Handmatige start zonder elektro-start (Afbeelding D + E )–De veiligheidsschakelbeugel (1) op het bovenstuk van de boom (2) drukken envasthouden D. –De startkabel (3) langzaam uittrekken tot er een weerstand merkbaar wordt, dan sneluittrekken E , – de motor begint te lopen, de kabel langzaam terugvoeren. AANWIJZINGDeze motor heeft een temperatuurgeregelde automatische choke. De motor loopt automatischbij optimaal max. toerental, dat vereist is voor een zuiver snijbeeld (motortoerental =mestoerental). Elektro-start-modellen (Afbeelding D + P4 + E )–De veiligheidsschakelbeugel (1) op het bovenstuk van de boom (2) drukken envasthouden D. –De contactsleutel (4) net zolang tot aan de aanslag naar rechts draaien totdat de motoraanspringt P4. AANWIJZINGOm te zorgen voor een lange levensduur van accu en starter dient het starten nooit langerdan 5 secondfen te bedragen.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Sabo 47-VARIO E stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden