Sabo 43-DRIVE Handleiding

Sabo Grasmaaier 43-DRIVE

Bekijk gratis de handleiding van Sabo 43-DRIVE (88 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 15 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Sabo 43-DRIVE of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/88
43-DRIVE / 43-VARIO
DE
FR
EN
RASENMÄHER
BETRIEBSANLEITUNG
TONDEUSE À GAZON
LIVRET D'ENTRETIEN
LAWN MOWER
OPERATOR'S MANUAL
NL
ES
IT
GRASMAAIER
BEDIENINGSHANDLEIDING
CORTACÉSPED
MANUAL DEL OPERADOR
TAGLIAERBA
MANUALE DELL'OPERATORE
SABO-Maschinenfabrik GmbH
Auf dem Höchsten 22
51645 Gummersbach
+ 49 (0) 2261 704 0
post@sabo-online.com
www.SABO-online.com
SAU22227
04/2024

Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Sabo
Categorie: Grasmaaier
Model: 43-DRIVE

Handleiding Sabo 43-DRIVE – volledige tekst

7 Bediening van de achterwielaandrijving (alleen bij bijschakelbare rijaandrijving) (Afbeelding G ). 7 Snelheidsinstelling (alleen bij VARIO-aandrijving) (Afbeelding H ). 7 14 Grasopvanginrichting. 8 Gebruik met grasopvangzak. 8 Turbosignaal (vulstandsindicatie van de grasopvangzak) (Afbeelding J + K ) 8 Leegmaken van de opvangzak (Afbeelding L ). 8 Gebruik zonder opvangzak. 8 15 Het maaien. 8 Maaien op hellingen. 8 Oliepeilcontrole. 8 Controle van de bedrijfsveiligheid. 8 Tijdelijke beperkingen. 8 Tips voor de verzorging van het gazon. 8 Maaien (Afbeelding M ). 8 Mulchen. 8 Ombouw naar achteruitworp (Afbeelding U2 + S1 ). 9 16 Onderhoudsintervallen. 9 17 Verzorging en onderhoud van de maaier. 9 Reiniging (Afbeelding O ). 9 Opbergen. 9 Neerklappen van de geleidestangen (Afbeelding A1 ). 9 Transport en beveiliging van het apparaat. 9 Onderhoud van de messenbalk.

NL 2 1 INLEIDING Beste tuinliefhebber, als bij de trots op een verzorgd gazon ook nog het plezier aan het werk in de tuin komt, dan weet men pas wat men aan zijn tuingereedschappen heeft. Met uw nieuwe grasmaaier heeft u een goede keuze getroffen. Hij verenigt de sterke prestaties van een merk met een rijke traditie met de innovaties van moderne high-tech snufjes. Dat merkt u als u ermee werkt, en dat verheugt u als u het wonderlijke resultaat ziet. Maar voordat u een begin maakt met de verzorging van uw gazon, hier wat belangrijke informatie, waarmee u absoluut rekening moet houden. Voordat u de maaier voor de eerste keer in gebruik neemt, leest u deze gebruiksaanwijzing aandachtig door om u vertrouwd te maken met de correcte bediening en het onderhoud van de machine en om verwondingen en schade aan uw grasmaaier te vermijden. Gebruik de grasmaaier voorzichtig.

De op het apparaat aangebrachte pictogrammen wijzen u op de belangrijkste voorzorgsmaatregelen. De betekenis van de pictogrammen is uitgelegd op deze pagina. De veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing zijn gekenmerkt met symbolen. De verklaring van de symbolen vindt u in de tabel op de volgende pagina. De benamingen links en rechts hebben altijd betrekking op de in rijrichting geziene linker- of rechterkant van het apparaat. Als de technische aanwijzingen zorgvuldig in acht worden genomen, zal uw grasmaaier betrouwbaar werken. Wij wijzen erop dat schade aan de maaier als gevolg van bedieningsfouten niet onder de garantieplicht vallen. Wij wensen u veel plezier bij de verzorging van gazon en terrein.

2 VERKLARING VAN HET OP DE MACHINE AANGEBRACHTE TYPEPLAATJE 1 Model 2 Productidentificatienummer 3 Nominaal vermogen 4 Gewicht 5 Gecontroleerde veiligheid (afhankelijk van het model) 6 Nominaal toerental motor 7 Bouwjaar 8 CE-conformiteitsteken 9 Handgeleide grasmaaier 10 Gegarandeerd geluidsdrukniveau 11 Serienummer Deze gebruiksaanwijzing geldt voor de volgende modellen: 43-DRIVE (SA216324): met LONCIN Motor 1P65FE-2 en inschakelbare aandrijving zonder snelheidsregeling 43-VARIO (SA226324): met LONCIN Motor 1P65FE-2 en inschakelbare VARIO-aandrijving met snelheidsregeling Gelieve de correcte modelbenaming van uw apparaat en het serienummer af te leiden van het typeplaatje. 3 VERDUIDELIJKING VAN DE PICTOGRAMMEN Vóór inbedrijfstelling de gebruiksaanwijzing en veiligheidsinstructies lezen en in acht nemen.

Gevaar door weggeslingerde delen bij lopende motor - veiligheidsafstand aanhouden / derden uit de gevarenzone houden. Opgelet voor scherpe messen. Contact met roterende mesbalk vermijden. Erop letten dat handen en voeten niet onder de behuizing komen. – Vóór reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de motor afzetten en de bougiestekker uittrekken. Gevaar voor geluid - Oorbescherming aanbevolen bij langdurige blootstelling. Motor STOP Aandrijving inschakelen Waarschuwing voor hete oppervlakken - motor en uitlaat niet aanraken. Verbrandingsgevaar. Uitlaatgassen zijn giftig - motor niet in gesloten ruimtes laten lopen. Vergiftigingsgevaar. Benzine is licht ontvlambaar - vonken en vlammen uit de buurt houden, niet roken. Brandgevaar. Dit toestel hoort niet bij het huisvuil; breng apparaat, toebehoren en verpakking naar een milieuvriendelijk recyclagepunt.

Tot het doelmatig gebruik behoort ook de naleving van de door de fabrikant voorgeschreven operationele, onderhouds- en instandhoudingsvoorwaarden. WAARSCHUWING Derden uit de gevaarszone verwijderd houden. Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware letsels leiden. Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware letsels veroorzaken. Maai nooit, terwijl personen, bijzonder kinderen, of dieren in de omgeving zijn. WAARSCHUWING Benzine is licht ontvlambaar en uiterst explosief. Uitlopende benzine en olie op de hete motor zijn licht ontvlambaar. Brand en explosies kunnen zware letsels en materiële schade veroorzaken. Terwijl de motor loopt of bij hete machine mag de tankdop niet geopend en geen benzine bijgevuld worden. Bij lopende motor moet de oliepeilstaaf steeds vast ingeschroefd zijn. WAARSCHUWING Benzine is licht ontvlambaar en uiterst explosief.

NL 3 De motor alleen achter de maaier staand starten. Er op letten, dat de voeten niet onder de behuizing komen. WAARSCHUWING Let op voor scherpe messen. Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware hand- en voetletsels leiden. Bij lopende motor/messen de door de lengte van de stuurboom geboden veiligheidsafstand aanhouden. Er op letten, dat handen en voeten niet onder de behuizing komen. WAARSCHUWING Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware verwondingen veroorzaken. Vóór het maaien, met name bij met loof bedekte vlakken, alle stenen, stokken, draden, speelgoed en andere vreemde voorwerpen verwijderen van het gazon. Het apparaat nooit gebruiken met beschadigde of ontbrekende bescherminrichtingen. Ontbrekende of beschadigde veiligheids- en bescherminrichtingen brengen uw veiligheid en de veiligheid van andere personen in gevaar.

Vóór de eerste inbedrijfstelling de bevestiging van de messchroef controleren, daarna de mesbalk vóór elk maaien onderzoeken op goede bevestiging, slijtage en schade. Een versleten of beschadigd mes door een geautoriseerde werkplaats laten vervangen. De schroef van het mes door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vastdraaien. Vóór het starten van de motor controleren of de gereedschappen verwijderd zijn. VOORZICHTIG Uitlaat en motor bereiken bij het gebruik zeer hoge temperaturen. Verbrandingsgevaar. Voor onderhouds- en reinigingswerkzaamheden de machine tenminste 15 minuten laten af-koelen. Het toestel nooit met beschadigd of zonder veiligheidsrooster van de uitlaat gebruiken. WAARSCHUWING Elektrische schok kan zware verwondingen veroorzaken. Rijd nooit met ingeschakeld snijgereedschap over stroomvoerende kabels.

Controleer voor en tijdens het maaien het terrein op stroomvoerende kabels en verwijder deze indien mogelijk. Bij beschadiging van een stroomvoerende kabel het apparaat uitzetten en de kabel van het voedingsnet loskoppelen.

VOORZICHTIG Als de bougiestekker niet is losgekoppeld tijdens werkzaamheden aan het apparaat, kan de motor starten, wat ernstig letsel tot gevolg kan hebben. Vóór onderhouds- en reparatiewerkzaamheden de motor afzetten, de bougiestekker uittrekken en de contactsleutel, indien voorhanden, eruit halen. Bougie nooit bij lopende motor eraf trekken. Gevaar: elektrische schok. Voor reinigings- of onderhoudsinstructies de gebruiksaanwijzing raadplegen. Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken. WAARSCHUWING Het contact met de roterende mesbalk kan tot ernstige verwondingen aan handen en voeten leiden. Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware verwondingen veroorzaken. Schakel de motor uit en wacht tot het snijgereedschap tot stilstand is gekomen: – wanneer de maaier opgetild of gekanteld moet worden, bijv.

voor het transport; – bij het rijden buiten het gazon op wegen of straten; – wanneer de machine, ook slechts korte tijd, onbeheerd wordt achtergelaten; – voordat de snijhoogte wordt ingesteld; – voordat de grasvangzak wordt verwijderd; – voordat de mulch-stop wordt verwijderd; – voordat wordt bijgetankt. Alleen tanken wanneer de motor koud is. VOORZICHTIG Het contact met de scherpe kanten van de messenbalk en met andere scherpe kanten van het toestel kan tot letsels leiden. Bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden steeds veiligheidshandschoenen dragen. VOORZICHTIG Gevaar voor geluid - Oorbescherming aanbevolen bij langdurige blootstelling. 5 GEBRUIK CONFORM DE VOORSCHRIFTEN • Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor het maaien van gras en gazon in het kader van de tuin- en landschapsverzorging ("Doelmatig gebruik").

Elke daarboven uitgaande inzet geldt als niet doelmatig; voor hieruit resulterende schade is de fabrikant niet aansprakelijk; het risico hiervoor draagt alleen de gebruiker.

Tot het doelmatig gebruik behoort ook de naleving van de door de fabrikant voorgeschreven operationele, onderhouds- en instandhoudingsvoorwaarden. • Bij de inzet in publieke plantsoenen, parken, op sportterreinen, straten en in agrarische en bosbouwbedrijven is bijzondere voorzichtigheid vereist. • De maaier mag met name niet worden ingezet voor het snoeien van struikgewas, heggen en struiken, voor het snoeien van rankende klimplanten of van begroeiing op daken en balkons, noch voor het afzuigen en/of vrij blazen van stoepen. • Het gebruik van alle door de fabrikant niet vrijgegeven aanvullende en aanbouwapparaten is niet toegelaten. Bij gebruik van zulke aanvullende en aanbouwapparaten komen de CE-conformiteit en het recht op garantie te vervallen. Eigenmachtige veranderingen aan deze grasmaaier sluiten een aansprakelijkheid van de fabrikant voor daaruit resulterende schade uit.

6 ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR HANDMATIG BESTUURDE CIRKELMAAIERS (BENZINE) Algemene veiligheidsinstructies Lees voor uw eigen veiligheid en om een goede werking te garanderen zorgvuldig de gebruiksaanwijzing. Maak u vertrouwd met de bedieningselementen en het juiste gebruik van de machine. De gebruiksaanwijzing bewaren om hem te kunnen raadplegen. • Denk eraan dat de bediener van de machine of de gebruiker verantwoordelijk is voor ongevallen met andere personen of hun eigendom. • Deze gebruiksaanwijzing hoort bij de machine en moet in het geval van doorverkoop aan de koper van het apparaat worden overhandigd. • Sta nooit toe dat kinderen en personen onder 16 jaar, noch andere personen die de gebruiksaanwijzing niet kennen, de machine gebruiken. Plaatselijke voorschriften kunnen de minimumleeftijd van de gebruiker vastleggen.

Dit apparaat mag alleen door personen gebruikt, onderhouden en gerepareerd worden, die hiermee vertrouwd en over de gevaren onderricht zijn. • Dit apparaat is niet ervoor bedoeld om te worden gebruikt door personen met beperkte fysieke, sensorische of mentale vermogens en/of bij gebrek aan kennis, tenzij een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon op hen toeziet en hen aanwijzingen geeft hoe het apparaat gebruikt moet worden. Deze toezichthouder moet van tevoren beslissen of de persoon met beperkte fysieke, sensorische of mentale vermogens voor deze activiteit geschikt is. Maai nooit als er personen, met name kinderen, of dieren in de buurt zijn. • Berg uw machine veilig op. Ongebruikte apparaten moeten in een droge, afgesloten ruimte en ontoegankelijk voor kinderen bewaard worden.

• Veiligheids- en bescherminrichtingen van de machine mogen niet gemanipuleerd of gedeactiveerd worden. • De kabelinstallering mag niet worden gemanipuleerd, bijv. door verwijderen van kabelklemmen of aanbrengen van extra kabelbinders. De kabels moeten zodanig tegen de buitenkant van de boom liggen dat ze bij het neerklappen van de boom niet verpletterd of overbelast worden. Een beschadigde kabel kan tot een technisch defect van de machine leiden. Voorbereidende maatregelen • Tijdens het maaien moet altijd stevig, gesloten, antislip schoeisel of werkschoenen en een lange broek worden gedragen. Vermijd het dragen van losse kleding of kleding met hangende touwen of riemen. Maai niet op blote voeten of in sandalen. Ter bescherming van de ogen draagt u een veiligheidsbril. • Luide geluiden kunnen tot gehoorschade leiden. Gehoorbescherming dragen.

Controleer vóór en tijdens het maaien het terrein waarop het apparaat wordt ingezet volledig, en verwijder alle stenen, stokken, draden, speelgoed en andere vreemde voorwerpen die gegrepen en weggeslingerd kunnen worden.

NL 4 Controleer voor en tijdens het maaien het terrein op stroomvoerende kabels en verwijder deze indien mogelijk. Rijd nooit met ingeschakeld snijgereedschap over stroomvoerende kabels. Gevaar: elektrische schok. Bij beschadiging van een stroomvoerende kabel het apparaat uitzetten en de kabel van het voedingsnet loskoppelen. • Wanneer u voor het onderhoud van uw gazon ook een maairobot gebruikt, moeten de volgende veiligheidsinstructies met betrekking tot werkoppervlak van de maairobot in acht worden genomen: – Vóór het maaien op deze oppervlakken moet altijd het bereik van de begrenzingskabel worden gecontroleerd. – Wanneer de kabels in de aarde zijn gelegd, moeten deze worden gecontroleerd, er mogen geen kabels te zien zijn, speciale aandacht is geboden voor het laadstation.

– Wanneer de begrenzingskabels bovengronds zijn gelegd, moeten deze direct op de ondergrond gespannen verlopen en niet slap rondslingeren in het gras. De kabels moeten voldoende door begrenzingsnagels gefixeerd zijn, zie gebruiksaanwijzing. – De begrenzingsnagels mogen niet uitsteken, anders moeten ze ingedrukt worden. – Rondslingerende kabelresten voor het maaien verwijderen. Bij de hierboven beschreven omstandigheden bestaat het gevaar dat de kabel door het werkgereedschap naar binnen getrokken en opgewikkeld wordt, wat kan leiden tot ernstige verwondingen. • Naar beneden hangende takken en soortgelijke hindernissen kunnen de gebruiker verwonden of het maaien belemmeren. Vóór het maaien op mogelijke hindernissen zoals bijv. naar beneden hangende takken letten en deze snoeien of verwijderen. WAARSCHUWING – Benzine is licht ontvlambaar en uiterst explosief.

Brand en explosies kunnen zware letsels en materiële schade veroorzaken. – Benzine alleen in een goedgekeurde jerrycan en voor kinderen ontoegankelijk bewaren. – Tank niet in het voertuig, op een laadvloer of een aanhanger met kunststofbekleding vullen.

Tank voor het vullen met brandstof niet in de nabijheid van het voertuig en steeds op de bodem afzetten. – Tank alleen in de open lucht met een koude motor. Tijdens het tanken zijn roken en open vuur verboden. – Met benzine aangedreven apparaten die zich op een laadvlak of een aanhanger bevinden, niet vanuit de pomp voltanken, maar voltanken met een draagbare jerrycan. – Tank benzine voor u de motor start. – Open de tankdop niet en tank geen benzine bij een draaiende motor of als het apparaat heet is. – Probeer de motor niet te starten als u benzine heeft gemorst. Verwijder in plaats daarvan het apparaat van de met benzine vervuilde plek en veeg de overgelopen brandstof van de motor af. Probeer de motor niet te starten voordat de benzinedampen zijn vervlogen. – Sluit benzinetank en jerrycan om veiligheidsredenen weer volledig af. – Vervang bij beschadiging de benzinetank en de tankdop.

• Vóór het gebruik moet altijd door een zichtcontrole gecontroleerd worden of het snijgereedschap, bevestigingsschroeven en de hele snijeenheid versleten of beschadigd zijn. Ter vermijding van onbalans moeten versleten of beschadigde messen en bevestigingsschroeven door een geautoriseerde vakwerkplaats worden vervangen. • De toestand van de pictogrammen moet bij elke inzet gecontroleerd worden. Versleten of beschadigde pictogrammen moeten worden vervangen. Gebruik • Het machine mag niet in explosiegevaarlijke omgeving worden gebruikt. • Laat de verbrandingsmotor niet draaien in afgesloten ruimten waarin zich gevaarlijke verbrandingsgassen kunnen ophopen. Gevaar voor vergiftiging. • Dragers van pacemakers mogen bij draaiende motor geen motoronderdelen aanraken die onder spanning staan. • Opgelet. Apparaat niet voor aanzuigopeningen van ruimtebeluchtingstoestellen laten lopen.

• Koppel de bougiestekker alleen los als de motor is afgekoeld. Verbrandingsgevaar. • Geen koptelefoon dragen om naar de radio of muziek te luisteren. Veiligheid bij het onderhoud en het bedrijf vereisen onbeperkte aandacht. • Maai alleen bij daglicht of met voldoende licht. Bestuur de machine stapvoets. • Pas de rijsnelheid aan de persoon en het terrein aan. Verhoog de snelheid langzaam totdat u de juiste snelheid heeft bereikt en schakel eventueel de rijaandrijving uit. • Bijzonder voorzichtig zijn als onoverzichtelijke hoeken, struiken, bomen of andere hindernissen het zicht kunnen beïnvloeden. • niet te dicht bij gaten, sloten en taluds rijden. De machine kan plotseling over de kop gaan als een wiel over de rand van een gat of talud rijdt of als een rand plotseling meegeeft. • Voorzichtig bij het maaien onder speeltoestellen (bv. schommels).

Het apparaat zou in een onveilige positie kunnen komen. Er bestaat gevaar voor letsel. • De machine niet tijdens ziekte, moeheid of onder invloed van alcohol, medicijnen of drugs bedienen. • Indien mogelijk moet het gebruik van het toestel bij nat weer worden vermeden. Er bestaat gevaar voor uitglijden. • Zorg ervoor dat u op hellingen altijd stevig staat. Maai op een helling in dwarsrichting, nooit naar boven of naar beneden. Wees bijzonder voorzichtig als u op een helling van rijrichting verandert. • Maai niet op al te steile hellingen. Het maaien op hellingen brengt extra gevaren met zich mee. Uw grasmaaier is zo krachtig, dat hij nog kan maaien op hellingen die tot 46% (25° helling) aflopen. Om veiligheidsredenen raden wij u echter dringend aan om dit theoretische potentieel niet te volle te benutten. Zorg altijd voor een stabiele stand.

In principe mogen met de hand geleide grasmaaiers bij hellingen steiler dan 26% (15° helling) niet worden ingezet. Het gevaar dreigt dat de stabiliteit verloren gaat. • Wees bijzonder voorzichtig als u de machine omkeert of deze naar u toe trekt.

• Bij achterwaartse bewegingen met de machine kunt u struikelen. Vermijd achteruitlopen. Vermijd abnormale lichaamshoudingen. Zorg ervoor dat u stevig staat en niet uw evenwicht verliest. • Houd de door de lengte van de stuurboom bepaalde veilige afstand aan. • Om een afglijden van het toestel tijdens het dragen te verhinderen, dient u het toestel steeds vast te nemen met de daarvoor voorziene grijpinrichtingen (draaggreep, behuizing, duwstangeinden of onderste gedeelte van de duwstang). Niet vastnemen aan de uitwerpklep. • Neem voor het optillen of dragen het gewicht van de machine in acht (zie technische gegevens). Het optillen van grote gewichten kan leiden tot problemen met de gezondheid. • Til de machine nooit op en draag deze nooit met draaiende motor. • Gebruik de machine nooit met beschadigde of ontbrekende veiligheids- en bescherminrichtingen.

Ontbrekende of beschadigde veiligheids- en bescherminrichtingen brengen uw veiligheid en de veiligheid van andere personen in gevaar. Veiligheidsinrichtingen zijn (zie hoofdstuk Beschrijving van de componenten): – Veiligheidsschakelbeugel motorstop (1) De grasmaaier is uitgerust met een motorstop-inrichting. In het lopende bedrijf en op een moment van gevaar wordt door de beugel voor de motorstop los te laten de verbrandingsmotor afgezet. De verbrandingsmotor en het mes moeten binnen 3 seconden tot stilstand komen. De beugel moet na het loslaten in elk geval weer in de in de afbeelding „Beschrijving van de componenten“ getoonde positie terugspringen. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden. Verwondingsgevaar.

Als de nalooptijd van het apparaat groter is, het apparaat niet meer gebruiken en naar een geautoriseerde vakwerkplaats brengen. Meten van de nalooptijd Na het starten van de verbrandingsmotor draait het mes en is een windgeluid hoorbaar.

De nalooptijd komt overeen met de duur van het windgeluid na het afzetten van de verbrandingsmotor, en deze kan met een stopwatch worden gemeten. De functie van de veiligheidsschakelbeugel mag in geen geval buiten werking worden gesteld. Men moet controleren of de veiligheidsschakelbeugel werkt zoals voorgeschreven. Als dat niet het geval is, moet hij door een erkend vakbedrijf gerepareerd worden.

NL 5 Bescherminrichtingen zijn (zie hoofdstuk Beschrijving van de componenten): – Behuizing, grasopvangzak, uitwerpklep (13), deflector Deze bescherminrichtingen beschermen tegen letsels door omhoog geslingerde voorwerpen. Het toestel mag niet met beschadigde behuizing c. q. zonder reglementair bevestigde opvangzak resp. deflector of tegen de behuizing aanliggende uitwerpklep worden gebruikt. – Behuizing Deze beveiligingsvoorziening beschermt tegen letsel door contact met de roterende mesbalk. Het apparaat mag niet met beschadigde behuizing worden gebruikt. Erop letten dat handen en voeten niet onder de behuizing komen. – Afdekkingen van de riemaandrijving (11), motorafdekkingen (5) Deze beveiligingsvoorzieningen beschermen tegen letsel door bewegende onderdelen. Het apparaat mag niet met beschadigde c. q. zonder op de voorgeschreven wijze bevestigde afdekkingen worden gebruikt.

– Veiligheidsrooster voor de uitlaat (7) De motor/uitlaat wordt zeer heet. Het veiligheidsrooster beschermt tegen verbrandingen. Het toestel niet zonder veiligheidsrooster voor de uitlaat gebruiken. – Isolationselemente (Bowdenzugtrennung (4), Isolationsschalen (14)) Diese Schutzeinrichtungen bieten zusätzlichen Schutz vor Verletzungen durch elektrischen Schlag. Das Gerät darf nicht mit beschädigten Isolationselementen betrieben werden. Darauf achten, dass sich die Hände während der Nutzung nur in den dafür vorgesehenen Bereichen befinden (Holm-Oberteil). De bescherminrichtingen mogen niet veranderd worden. • Wijzig de basisafstelling van de motor niet of jaag hem niet over zijn toeren. • Tijdens het startproces de aandrijving, indien voorhanden, niet inschakelen. Let er bij het in bedrijf nemen op dat uw voeten op een veilige afstand van het maaisysteem staan.

Bij het starten van de motor mag de machine niet omhoog worden gekanteld, maar, indien vereist, door de duwboom omlaag te duwen slechts zo schuin worden gezet, dat het maaimes in de van de gebruiker afgewende richting wijst, maar niet verder dan absoluut noodzakelijk is. Voordat het apparaat weer op de grond staat, moeten beide handen zich aan het bovenste deel van de duwboom bevinden. Start de motor niet, als er personen of dieren voor de maaier staan. Bij apparaten met zijdelingse uitwerp mag u de motor niet starten, als u voor het uitwerpkanaal staat of als er zich personen of dieren in het uitwerpbereik bevinden. Houd handen en voeten altijd uit de buurt van draaiende onderdelen. Zorg ervoor dat handen en voeten niet onder de behuizing komen. Houd u altijd verwijderd van de uitwerpopening.

Schakel de motor uit door de motorstophendel los te laten, koppel de bougiestekker los en zorg ervoor dat alle bewegende delen volledig tot stilstand zijn gekomen, – als de machine wordt verlaten; – voordat u de machine controleert, reinigt of werkzaamheden eraan uitvoert; – voordat u blokkeringen losmaakt of verstoppingen in het uitwerpkanaal elimineert; – als er een vreemd voorwerp werd geraakt; – als de machine ongewoon begint te trillen. • Wanneer er een vreemd voorwerp werd getroffen en als de machine blokkeert, bijv. als u tegen een hard voorwerp rijdt, moet u een vakhandelaar laten controleren of er onderdelen van de machine beschadigd of vervormd zijn. Ook de mogelijk noodzakelijke reparaties steeds door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren.

• Als de machine ongewoon sterk begint te trillen of abnormale geluiden begint te maken, dan is een onmiddellijke controle door een geautoriseerde vakwerkplaats vereist. Hoge trillingen op uw handen kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid. Wend u als er sterke trillingen optreden meteen tot een geautoriseerde vakwerkplaats.

• WAARSCHUWING De in deze bedieningshandleiding vermelde geluids- en trillingsniveaus zijn de maximum waarden voor de inzet van het apparaat. De inzet van een snij-element in onbalans, overmatige bewegingssnelheid of gebrekkig onderhoud zijn van aanzienlijke invloed op geluidsemissie en trillingen. Daarom is het noodzakelijk om voorzorgsmaatregelen te treffen, zodat eventuele schade als gevolg van hoge geluidsniveaus en belasting door trilling wordt vermeden. Onderhoud het apparaat goed, draag een gehoorbescherming, en neem pauzes tijdens het werk. De in deze bedieningshandleiding opgesomde onderhoudswerkzaamheden uitvoeren en het apparaat regelmatig door een geautoriseerde werkplaats laten controleren en onderhouden.

Schakel de motor uit door de motorstopbeugel los te maken en zorg ervoor dat alle bewegende delen volledig tot stilstand zijn gekomen, – als u de maaier moet optillen of kantelen, bijv. voor het transport; – als u de machine naar het maaivlak toe en weer weg transporteert; – bij het rijden buiten het gazon; – als u de machine korte tijd verlaat; – als u de snijhoogte wilt verstellen; – voordat u de grasvangzak eraf neemt; – voordat u de mulchstop verwijdert; – voordat u bijtankt. Alleen bijtanken bij koude motor. • Indien de motor een benzinekraan bezit, dient deze na het maaien dicht te worden gedraaid. Onderhoud en opslag • Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken. • Zorg ervoor dat alle schroefverbindingen goed zijn vastgeschroefd en dat het toestel in een veilige arbeidstoestand is.

U mag alleen bij uitgeschakelde motor de uitwerpklep openen en de grasopvangzak verwijderen of de mulchprop verwijderen. Bewaar de machine nooit met benzine in de tank in een gesloten ruimte waarin eventueel benzinedampen met open vuur of vonken in contact kunnen komen of kunnen ontvlammen. Uitlaat en motor bereiken tijdens het gebruik zeer hoge temperaturen.

Voor onderhouds- en reinigingswerkzaamheden de machine tenminste 15 minuten laten afkoelen. • Houd, om brandgevaar te vermijden, de motor, uitlaat en brandstoftank vrij van gras, bladeren en lekkende olie (vet). Bij het omhoog kantelen of op de zijkant leggen erop letten dat er geen olie of benzine uitloopt. Brandgevaar. Laat de motor eerst afkoelen, voordat u de machine in een afgesloten ruimte wegzet. De machine in geen geval in de nabijheid van open vuur of warmtebronnen zoals boilers of verwarmingen wegzetten. Controleer elke keer voordat u gaat maaien of de grasopvangbak niet versleten is en of die nog goed functioneert. Controleer elke keer voordat u gaat maaien de toestand en de goede bevestiging van het mes. De bevestigingsschroef van het mes moet altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats worden aangedraaid.

Als de messchroef te los of te vast wordt aangedraaid, dan kunnen meskoppeling en mesbalk beschadigd worden of loskomen, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken. Een versleten of beschadigd mes moet absoluut worden vervangen. Het vervangen, bijslijpen en uitbalanceren van het mes moet worden uitgevoerd door een erkend vakbedrijf. Door een foutief gemonteerde meskoppeling kan de mesbalk losraken, wat tot ernstige verwondingen kan leiden. Een ondeskundig geslepen en niet uitgebalanceerd mes kan sterke trillingen veroorzaken en de grasmaaier beschadigen. • Vervang om veiligheidsredenen versleten of beschadigde onderdelen. Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd veiligheidshandschoenen. • Bij de omgang met bedrijfsmiddelen, zoals motorolie en brandstof, moet geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen (bijv. geschikte veiligheidshandschoenen) worden gedragen.

De gegevensbladen van de bedrijfsmiddelen moeten in acht worden genomen. Onderhouds- en reinigingswerkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd op een vlakke ondergrond met uitgeschakelde motor en verwijderde bougiedop.

NL 6 • Op goede zitting van de bougiestekker letten. Gevaar: elektrische schok. • Indien de tank geledigd dient te worden, dan moet dit in open lucht en bij koude motor te gebeuren. Er op letten, dat er geen brandstof wordt gemorst. • De machine altijd in schone toestand in een gesloten, droge ruimte, buiten het bereik van kinderen wegzetten. Om garantie- en veiligheidsredenen mogen er alleen originele onderdelen worden gebruikt. Niet gelijkwaardige onderdelen kunnen de machine beschadigen en uw veiligheid in gevaar brengen.

OPGELET Vóór montage van de duwboom en van de startkabelhouder altijd de bougiestekker uittrekken. Na montage, ten laatste vóór het starten van de motor de bougiestekker weer erop drukken. Duwboom omhoog zetten (Afbeelding A1 + B1 + V4 ) BELANGRIJK Let erop, dat de bowdenkabels bij optillen van de duwboom niet geknikt worden of bekneld raken. BELANGRIJK Let erop, dat de kabel bij het uit elkaar- en dichtklappen van de stuurbomen niet ingeklemd, bekneld, verdraaid of overstrekt kan worden.

De kabel altijd aan van de buitenkant van de boomverbinding leiden. Een beschadigde kabel kan tot een technisch defect van de machine leiden. De Z-vormig ingeklapte duwboom in onderstaande volgorde naar boven uit elkaar trekken: – Eerst het onderstuk van de duwboom omhoog tillen A1 , dan de uiteinden van het onderstuk zo ver uit elkaar duwen, dat de aan beide kanten naar binnen wijzende arrêteringsnokken inklikken in de bijhorende boringen B1. Er kunnen drie verschillende hoogtes van de duwboom worden ingesteld. – De gerande moeren aan beide kanten met de hand stevig aandraaien B1. Hiervoor de gerande moeren afwisselend links en rechts aandraaien. Alleen zo kunnen de arrêteringsnokken even ver in de boringen worden vastgeklikt en kunnen beide duwboom-einden gelijkmatig vast aan de behuizing van de maaier worden bevestigd.

– Het bovenste deel van de duwboom zover optillen tot het bovenstuk en onderstuk op één niveau liggen. – De snelspanner voor het bevestigen van het bovenstuk en onderstuk van de boom wordt vooraf in de fabriek ingesteld V4. 1. Snelspanner naar boven tegen de boom trekken. 2. Schroeven handvast aandraaien. 3. Snelspanner openen. 4. Schroeven een kwart tot halve omwenteling vastdraaien. 5. De snelspanner weer naar boven trekken en controleren of de bomen stevig met elkaar verbonden zijn, anders nogmaals corrigeren. – De instelling noteren. Wanneer de spanning te zijner tijd verslapt moeten de schroeven opnieuw worden aangedraaid.

VOORZICHTIG Bij de activering van de hoogteverstelling van de duwboom kan het gebeuren dat de boom ongewild omslaat bij het losdraaien van de geribde moeren B1 voor de bevestiging van het onderstuk aan de behuizing (maar zo ver losdraaien, dat de boom vrij kan worden bewogen) en het losspringen van de vergrendelingsnokken uit de boringen van de boombevestiging. Bovendien kunnen er tussen onderstuk van de duwboom en boombevestiging/behuizing plaatsen ontstaan waar u zich kunt kneuzen.

Er bestaat verwondingsgevaar. Montage van de startstang (Afbeelding L1 ) – Startkabelhouder (1) uit de gereedschapszak nemen. – Moer zo ver eruit draaien, dat de beide helften over de duwboom kunnen worden geschoven. – Op de bovenste duwboom zit een sticker (2) voor de positionering van de startkabelhouder. OPGELET Om veiligheidsredenen mag de startkabelhouder alleen in de opgegeven positie worden gemonteerd. – Schakelbeugel motorstop (3) op het bovenstuk van de duwboom (4) indrukken en vasthouden, de startkabel (5) uittrekken en in de startkabelhouder leiden. – De beide helften samenvoegen (6), moer weer vastdraaien. Zo wordt verhinderd dat de startkabel eruit springt. De startkabelhouder moet zo gemonteerd/uitgericht worden, dat de startkabel vrij loopt en niet tegen andere delen aanwrijft.

Opvangzak aan de maaier hangen (Afbeelding R1 + S1 ) – Het vangzakframe met de beugel vooraan in de vangdoek zetten. De bovenste naden van de vangdoek aan de beugel uitrichten. – De bevestigingsprofielen op het raam van het vangzakframe drukken R1. – De uitwerpklep van de maaier naar boven openen. – De grasvangzak aan de draagbeugel optillen, de schans (1) R1 aan de vangzakopening in de uitwerpopening zetten en de grasvangzak met zijn beide zijdelingse haken boven aan de maaierbehuizing inhangen S1. – De uitwerpklep op de grasvangzak klappen. Instellen van de maaihoogte (Afbeelding I ) Veiligheidsinstructie. Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3 De door u gewenste maaihoogte wordt ingesteld met de hendel (1) op de linkerkant van de maaimachine. – De hendel uit de inkeping trekken en na verschuiving naar de zijkant weer fixeren in de gewenste positie.

NL 7 BELANGRIJK Het maaien op de laagste snijhoogte mag alleen gebeuren op vlakke en gladde gazons. Gelieve er rekening mee te houden dat de onderste snijhoogte-instellingen alleen bij optimale omstandigheden gebruikt mogen worden. Als u de snijhoogte te laag kiest, dan kan de grasnerf beschadigd en onder bepaalde omstandigheden zelfs vernield worden. Behalve de snijhoogte beïnvloedt ook de rijsnelheid het snijbeeld en opvangresultaat. Snijhoogte en rijsnelheid aanpassen aan de hoogte van het te snijden gras, indien nodig de rijaandrijving niet inschakelen. 9 VOOR DE EERSTE INGEBRUIKNEMING Veiligheidsinstructie. Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3 Alle schroefverbindingen en de bougiestekker controleren op goede bevestiging. De schroeven eventueel aandraaien. Met name de bevestiging van de mesbalk moet gecontroleerd worden (zie hiervoor hoofdstuk „Onderhoud van de mesbalk“).

De bevestigingsschroef van het mes moet altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats worden aangedraaid. Als de messchroef te los of te vast wordt aangedraaid, dan kunnen meskoppeling en mesbalk beschadigd worden of loskomen, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken. De grasmaaier is uitgerust met een motorstop-inrichting. Vóór de eerste inbedrijfstelling controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de motorstop foutloos functioneert. Als de schakelbeugel wordt losgelaten, dan moeten motor en mesbalk binnen drie seconden tot stilstand komen. De beugel moet na het loslaten in elk geval weer in de in de afbeelding „Beschrijving van de componenten“ getoonde positie terugspringen. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden. Verwondingsgevaar.

Als de nalooptijd van het apparaat groter is, het apparaat niet meer gebruiken en naar een geautoriseerde vakwerkplaats brengen. Meten van de nalooptijd Na het starten van de verbrandingsmotor draait het mes en is een windgeluid hoorbaar.

De nalooptijd komt overeen met de duur van het windgeluid na het afzetten van de verbrandingsmotor, en deze kan met een stopwatch worden gemeten. Veiligheids- en bescherminrichtingen van de machine mogen niet gemanipuleerd of gedeactiveerd worden. Erop letten dat alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn. Olie bijvullen (Afbeelding Y1 ) Veiligheidsinstructie. Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3 BELANGRIJK Schade vermijden. De motor wordt zonder olie geleverd. De motor moet voor het starten met olie worden gevuld. Vóór de eerste start motorolie (hoeveelheid en kwaliteit zie technische gegevens) met een trechter na de peilstok eraf te hebben geschroefd in deze opening gieten. – De maaier parkeren op vlakke ondergrond. – Olie langzaam in de vulopening gieten. Niet overvullen.

Na het vullen van de olie eerst enkele minuten wachten en dan pas het oliepeil controleren. De oliepeilstok aanbrengen en vastschroeven. – Oliepeil controleren Meetstaaf eruit nemen. De peilstok afvegen met een schone doek, weer erin steken en vastschroeven. Dan de peilstok weer uitnemen en het oliepeil aflezen. De olie moet tot boven aan de Vol-markering (pijl) staan. Eventueel olie bijvullen. Het oliepeil mag echter niet boven de Vol-markering liggen. Meetstaaf weer erin zetten en vastdraaien. – Na de eerste vulling het bord „NO OIL“ (GEEN OLIE) boven aan de motor verwijderen. Brandstof invullen Veiligheidsinstructie. Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3 – Gebruik als tankvulling alleen verse en schone loodvrije standaard brandstof. Brandstof met maximaal 10% ethanol is acceptabel. – Benzinedop losdraaien. – Brandstof m. b. v. een trechter tot max.

De maaier in elk geval op een vlak, niet met hoog gras begroeide ondergrond zetten (te hoog gras remt de aanloop van de mesbalk en bemoeilijkt het startproces). Bij het starten van de motor mag de machine niet omhoog worden gekanteld, maar, indien vereist, door de duwboom omlaag te duwen slechts zo schuin worden gezet, dat het snijgereedschap in de van de gebruiker afgewende richting wijst, maar niet verder dan absoluut noodzakelijk is. Voordat het apparaat weer op de grond staat, moeten beide handen zich aan het bovenste deel van de duwboom bevinden. VOORZICHTIG Startkabelgreep tijdens het starten stevig vastpakken. De greep zou anders uit de hand kunnen glijden. Verwondingsgevaar. BELANGRIJK De motor loopt alleen wanneer de veiligheidsschakelbeugel op het bovenste deel van de duwboom wordt gedrukt.

Op het moment, dat u de schakelbeugel loslaat, dan klapt deze door veerdruk weer terug omhoog naar zijn uitgangspositie, de motorrem wordt geactiveerd en binnen drie seconden komen de motor en de messenbalk tot stilstand. – De veiligheidsschakelbeugel (1) op het bovenstuk van de boom (2) drukken en vasthouden D. – De startkabel (3) langzaam uittrekken tot er een weerstand merkbaar wordt, dan snel uittrekken E , – de motor begint te lopen, de kabel langzaam terugvoeren. AANWIJZING Deze motor heeft een temperatuurgestuurde automatische choke. De motor draait automatisch op de optimale maximumsnelheid die vereist is voor een zuivere zaagsnede (snelheid van de motor = snelheid van het mes). 11 UITSCHAKELEN VAN DE MOTOR (AFBEELDING F + P4 ) – Veiligheidsschakelbeugel (1) loslaten F. 12 STOPPEN IN GEVAL VAN NOOD Veiligheidsschakelbeugel en aandrijfschakelbeugel loslaten. – De maaier stopt.

– als de veiligheidsschakelbeugel wordt losgelaten, dan moeten motor en mesbalk binnen drie seconden blijven stilstaaan. – als de schakelbeugel voor de rijaandrijving wordt losgelaten, dan moet de machine meteen tot stilstand komen. Anders de dichtstbijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats opzoeken. 13 RIJAANDRIJVING Bediening van de achterwielaandrijving (alleen bij bijschakelbare rijaandrijving) (Afbeelding G ) De achterwielaandrijving wordt door de aandrijfschakelbeugel (1) aan het bovenstuk van de duwboom (2) bij lopende motor in- en uitgeschakeld: – Aandrijfschakelbeugel aantrekken en vasthouden = maaier rijdt. – Aandrijfschakelbeugel loslaten = maaier blijft staan (0-stand). De aandrijfschakelbeugel moet altijd strak tegen het bovenstuk van de duwboom aan getrokken worden. Een ondeskundige bediening leidt tot slijtage van de transmissie.

De hogere weerstand van de beugel in de begintoestand is gewenst om een verkeerde bediening te bemoeilijken. AANWIJZING De achterwielen klikken als de maaier vooruit wordt geschoven. Snelheidsinstelling (alleen bij VARIO-aandrijving) (Afbeelding H ) BELANGRIJK Het regelen van de snelheid mag alleen geschieden als de motor draait, om beschadigingen te voorkomen. De rijsnelheid wordt ingesteld met de links aangebrachte greep. – Om de snelheid in te stellen de greep in beide richtingen draaien en aldus de gewenste snelheid instellen. De pijl op de draaigreep geeft de rijsnelheid aan. – Stand „Haas” = snel (max. snelheid).

NL 8 – Stand „Schildpad” = langzaam (min. snelheid). AANWIJZING Maaien met te hoge snelheid leidt tot een slecht snijbeeld resp. Opvangresultaat. Pas de snelheid altijd aan aan de omstandigheden. Bij langere afgesneden grassprieten moet een langzamere rijsnelheid worden gekozen. 14 GRASOPVANGINRICHTING Veiligheidsinstructie. Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3 Gebruik met grasopvangzak WAARSCHUWING Bij gebruik van de grasvangzak moet deze volledig gemonteerd en in perfecte technische staat zijn. BELANGRIJK Men moet erop letten dat bij het hanteren met de opvangzak de schans (1) R1 niet verbogen wordt. Let er bij het maaien op, dat de opvangzak op tijd wordt leeggemaakt. Het turbosignaal op de opvangzak geeft het juiste tijdstip aan om de zak leeg te maken.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Sabo 43-DRIVE stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden