Rowenta RWAC1900C Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Rowenta RWAC1900C (112 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 185 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Rowenta RWAC1900C of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Rowenta |
| Categorie: | Airco |
| Model: | RWAC1900C |
Foutcodes Rowenta RWAC1900C
Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.
| Code | Betekenis | Oplossing |
|---|---|---|
| E1 | Fout in de temperatuursensor van de kamer | Ontkoppel het apparaat en sluit het opnieuw aan. Als de fout aanhoudt, neem contact op met de technische ondersteuning. |
| E2 | Fout in de temperatuursensor van de verdamper | Ontkoppel het apparaat en sluit het opnieuw aan. Als de fout aanhoudt, neem contact op met de technische ondersteuning. |
| E3 | Fout in de temperatuursensor van de condensator | Ontkoppel het apparaat en sluit het opnieuw aan. Als de fout aanhoudt, neem contact op met de technische ondersteuning. |
| E4 | Fout in het communicatiepaneel van het display | Ontkoppel het apparaat en sluit het opnieuw aan. Als de fout aanhoudt, neem contact op met de technische ondersteuning. |
| P1 | Waterreservoir vol - intern wateropslagvat is gevuld | Leeg het interne wateropslagvat. Dit gebeurt wanneer het condenseermechanisme water heeft verzameld dat moet worden verwijderd voordat het apparaat verder kan functioneren. |
Handleiding Rowenta RWAC1900C – volledige tekst
WAARSCHUWINGEN NLLEES DE VOLGENDE INSTRUCTIES AANDACH G DOOR TIALVORENS HET APPARAAT TE GEBRUIKEN EN BEWAAR DEZE GEBRUIKSAANWIJZING VOOR LATERE RAADPLEGING.• Dit apparaat is all nee bestemd voor huishoudelijk gebruik en mag niet voor andere doeleinden of toepassingen worden gebruikt, zoals niet-huishoudelijk gebruik of in een commerciële omgeving.• Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en ouder of personen met beperkte fysische, visuele of mentale mo lijkhedge en, of d enie e gebrek hebben aan ervaring en kennis, als ze onder toezicht staan of instructies h ekrebben g egen over het ve g gebrili uik van het apparaat en varen d de ge ie het gebruik van het apparaat met zich m brengen rijee beg pen. Laat kinderen nooit met het a araat spelpp en.
Kind n mere ogen het apparaat niet zonder toe chzi t reinigen of onderhouden.• Als het snoer beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant, zijn reparat oeur f een ander va kwaamkbe persoon om el vaak ge r t jden.e vermi• Voor details over de reinigin mgs ethode, zie de rubriek "Reiniging en onderhoud” op paginas 44&45.• Haal de batterijen uit het appar voaat ordat u het afdankt.• Gooi de gebruikte batter en ij weg op een juiste manier.• Plaats de batterijen volgens de juiste polariteit.• Haal de gebruikte bat rijente uit het product.• Voer de batterijen op een mil uvrie iendelijke manier af. Gooi geen lege batterijen in het huishoudelijk afval. Neem contact op met uw han lde aar om het milieu te beschermen.• Stel de batterijen (geïnstalleerde batterijen) niet bloot aan over matige hitte zoals zonlic uht, v ur, etc.NL35
en bijdragen tot de verwarming van de planeet indien zij in de atmosfeer terechtkomen. Koelmiddel type: R290 Aardopwarmingspotentieel (GWP): 3• Koelvloeistof lekkage draagt bij aan klimaatveran dering. Koelmiddel met lager aardopwarmingspo tentieel (GWP) draagt minder bij aan de opwarming van de aarde dan een koelmiddel met een hoger GWP, wanneer dit vrijkomt in de atmosfeer.• Dit product bevat een koelvloeistof met een GWP gelijk aan 3. Dit houdt in dat wanneer er 1 kg van deze koelvloeistof lekt in de atmosfeer, de impact op de opwarming van de aarde 3 maal hoger is dan 1 kilo CO2, gedurende een periode van 100 jaar. Probeer nooit het koelcircuit zelf te repareren of zelf het product uit elkaar te halen.
Laat dit over aan een professional.• Het apparaat afdanken: Om mogelijke schade aan het milieu of aan de menselijke gezondheid te voorkomen door het ongecontroleerd verwijderen van afval, recycle het apparaat op een verantwoordelijke wijze, om het duurzame hergebruik van grondstoen, koudemiddelen en de ontvlambare isolat ie-blaasgassen te bevorderen. Lever het apparaat in bij een inzamelpunt in uw gemeente. Neem contact op met het inzamelpunt in uw buurt voor meer informatie over de juiste verwijderingsprocedure.• Voor installatie, onderhoud: Plaats het apparaat op een horizontaal oppervlak en zorg voor voldoende ventilatie. Vervang of repareer de onderdelen niet zelf. Raadpleeg indien nodig het servicecentrum.• Hantering: Ga altijd met de nodige voorzichtigheid om met het apparaat om schade te voorkomen.NL36
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIESNL• Gebruik het apparaat alleen in een rechtopstaande positie op een vlak, een oppervlak en op een afstand van minstens 30 cm van muren of andere voorwerpen.• Lees alle instructies.• Om het risico op brand, elektrische schok of persoonlijk letsel te voorkomen, dompel het snoer, stekker of het apparaat niet in water of een andere vloeistof.• Schakel het apparaat uit en haal de stekker uit het stopcontact wan neer het apparaat niet wordt gebruikt en voor reiniging.• Vervoer en berg het apparaat alleen op in rechtopstaande positie.• Plaats het apparaat altijd op een stabiel en vlak oppervlak.• Dek de luchtinlaat en/of -uitlaat niet af en steek er geen voorwerpen in.• Gebruik het apparaat niet in een vochtige ruimte, zoals een badkamer of een waskamer om het risico op elektrische schokken te vermijden.• Plaats geen voorwerpen op het apparaat.• Gebruik het apparaat niet met vochtige of natte handen.• Gebruik het apparaat niet in de aan wezigheid van brandbare stoen of dampen zoals alcohol, insecticiden, benzine, etc.• Gebruik de stekker niet om het apparaat in of uit te schakelen.
Gebruik ALTIJD het bedieningspaneel om het apparaat in of uit te schakelen.• De lter moet altijd samen met het apparaat worden gebruikt.• Voer het water af met de afvoerbuis die op het middelste afvoerpunt is aangesloten wanneer het apparaat in de verwarmingsmodus wordt gebruikt.37
BEDIENINGSPANEELKnoppen:+/-Oscillatie Timer instellen Modus instellen Temperatuur of tijd instellenVentilatorsnelheid instellen Slaapstandmodus AAN/ UITControlelampjes:Timer aan Timer uitOntvochtigingsmodus AUTO VentilatormodusKoelmodusTemperatuur in CelsiusHoge ventilatorsnelheidMedium ventilatorsnelheidTemperatuur in FahrenheitLage ventilatorsnelheidSlaapstandmodus InschakelenAFSTANDSBEDIENINGKnoppen:Temperatuur regelenModus instellen AAN/ UIT Ventilatorsnelheid instellenOscillatieTimer aan instellenSlaapstandmodusAchtergrondverlichting in-/uitschakelen TerugzettenTimer uit instellenDe batterijen plaatsen: Verwijder het deksel aan de achterkant van de afstandsbediening en installeer twee batterijen met het “+” en “-“ teken in de juiste richting.Opgelet: Haal de batterijen uit de afstandsbediening als u deze gedurende een lange periode niet zult gebruiken.De knoppen op de afstandsbediening hebben dezelfde functie als de knoppen op het bedieningspaneel van het apparaat.NL40
INSTALLATIEDit apparaat is een draagbare airconditioner die naar andere ruimten verplaatst kan worden.NL Installatiekit voor vensters 1. Installeer de apparaatadapter en vensterschuifadapter op beide zijden van de uitlaatslang. 2. Sluit de uitlaatslangconstructie aan op de achterzijde van het apparaat. Schuif de slang in totdat deze op zijn plaats vergrendeld is. 3. Pas de vensterschuiven aan volgens de breedte of hoogte van uw venster en breng de meegeleverde bout aan om op de gewenste positie vast te maken. Er is een opening waar de uitlaatslang wordt ingebracht. Zorg dat deze opening niet geblokkeerd wordt. 4.
Knip de schuimafdichtingen A en B af op de gewenste lengte en bevestig ze aan het vensterframe.INSTALLATIEUitlaatslangApparaatadapterHaakApparaatadapterOpening Vensterschuif A Vensterschuif BBoutOnderste groef Zorg dat de apparaatadapter ingebracht is in de onderste groef van de luchtuitlaat. HaakgroefVensterschuifadapterUitlaatslangconstructie Schuimafdichting B (korter)Schuimafdichting A Schuimafdichting AOFSchuimafdichting B (korter)Opmerking: De raamkit is alleen ontworpen om met schuiframen te worden geïnstalleerd. De raamkit is niet ontworpen voor gebruik met stolpramen. 41
NL 5. Sluit de vensterschuifconstructie aan op het venster. 6. Knip de niet-klevende schuimafdichting C zodat deze overeenstemt met de breedte (of hoogte) van het venster. Steek de dichting tussen het glas en het vensterframe om te voorkomen dat er lucht en insecten in de kamer terechtkomen. 7. Bevestig indien gewenst de veiligheidssteun met de 2 meegeleverde schroeven. 8. Steek de vensterschuifadapter in de opening van de vensterschuif. OFOFOFOF Vensterschuif A Vensterschuif B42
NLWandinstallatiekit1. Installeer de apparaatadapter en wanduitlaatadapter A op beide zijden van de uitlaatslang. UitlaatslangApparaatadapter 2. Sluit de uitlaatslangconstructie aan op de achterzijde van het apparaat.3. Snij een gat van 125 mm in de muur voor wanduitlaatadapter B. 4. Bevestig wanduitlaatadapter B in de wand met de meegeleverde pluggen en schroeven.5. Verbind de gemonteerde uitlaatslang met wanduitlaatadapter B. Wanduitlaatadapter AUitlaatslangconstructiePositie plugWanduitlaatadapter BAdapterdopOPMERKING: Buig de uitlaatslang niet. OPMERKING: Dek het gat in de muur af met de adapterdop wanneer het niet in gebruik is. 43
Druk op om het apparaat in te schakelen. Druk opnieuw op om het apparaat uit te schakelen. WERKINGSteek de stekker in het stopcontact. Een zoemer gaat af en alle controlelampjes branden eventjes. IN-/UITSCHAKELENDruk herhaaldelijk op om de gewenste werkingsmodus te selecteren: automatisch, koelen, verwarmen, ontvochtigen of ventilator. Het controlelampje van uw gekozen modus brandt. De modus selecterenWanneer de modus Ventilator ( ) of Ontvochtigen ( ) is geselecteerd, geeft het scherm de kamertemperatuur weer. Druk herhaaldelijk op +/- op het bedieningspaneel of / op de afstandsbediening om de temperatuur in te stellen. Het scherm geeft de temperatuur weer die in u de modus Automatisch ( ) of Koelen ( ). Instelbaar temperatuurbereik:30°C (86°F) max. 17°C (62°F) min. De temperatuur kan in graden Fahrenheit of graden Celsius worden weergegeven.
Om de eenheid te wijzigen, druk en houd + en - op het bedieningspaneel gedurende circa 3 seconden tegelijkertijd ingedrukt. De temperatuur instellenDruk herhaaldelijk op om de ventilatorsnelheid te selecteren. Het snelheidscontrolelampje brandt om aan te geven welke snelheidsinstelling in gebruik is. Als het apparaat zich in de modus Automatisch ( ) of Ontvochtigen ( ) bevindt, is het niet mogelijk om de ventilatorsnelheid te selecteren. De ventilatorsnelheid instellenU kunt de timer zowel voor een uitgestelde start als uitgestelde stop instellen. PDe timer voor inschakeling programmeren - wanneer het apparaat uitgeschakeld is. Druk op op het bedieningspaneel of op de afstandsbediening. Het Timer aan-controlelampje brandt op het bedieningspaneel.
Druk herhaaldelijk of houd +/ op het bedieningspaneel of op de afstandsbediening ingedrukt om de tijd in stappen van een half uur (tot 10 uur) en vervolgens in stappen van 1 uur (tot 24 uur) te wijzigen. De ingestelde tijd wordt na circa 5 seconden bevestigd, waarna de uitgestelde starttimer start. Het apparaat wordt automatisch ingeschakeld zodra de ingestelde tijd wordt bereikt.
Automatische oscillatieDe timerinstelling annulerenDruk of houd +/ op het bedieningspaneel of op de afstandsbediening ingedrukt totdat het scherm op de afstandsbediening of het scherm op het bedieningspaneel “0. 0” weergeeft. Oscillatiefunctie Op het bedieningspaneel Op de afstandsbedieningDruk herhaaldelijk of houd +/ op het bedieningspaneel of op de afstandsbediening ingedrukt om de tijd in stappen van een half uur (tot 10 uur) en vervolgens in stappen van 1 uur (tot 24 uur) te wijzigen. De ingestelde tijd wordt na circa 5 seconden bevestigd, waarna de uitgestelde stoptimer start. Het apparaat wordt automatisch uitgeschakeld eenmaal de ingestelde tijd wordt bereikt. SlapenDe slaapstandfunctie past de ingestelde temperatuur van het apparaat aan naargelang de warmtebehoeften van een lichaam dat in slaap valt. Druk op om de slaapstandmodus in te schakelen. Het slaapcontrolelampje brandt.
Na circa 30 minuten wordt de ingestelde temperatuur met 1°C/2°F verhoogd (koelmodus) of verlaagd (verwarmingsmodus). Na nogmaals 30 minuten wordt de ingestelde temperatuur opnieuw met 1°C/2°F verhoogd of verlaagd. Deze nieuwe temperatuur wordt gedurende circa 7 uur gehandhaafd waarna het apparaat naar de oorspronkelijk ingestelde temperatuur teruggaat. OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar in de modus Ventilator of Ontvochtigen. Om de functie te annuleren, druk op. Het slaapcontrolelampje dooft. Als u het apparaat inschakelt, oscilleert de luchtstroomregeling en stopt op een bepaalde hoek. U kunt op drukken om de luchtstroomregeling automatisch te laten oscilleren.
Reset (alleen afstandsbediening)Eenmaal de pennengat-knop is ingedrukt, worden alle instellingen geannuleerd en worden de standaardinstellingen op de afstandsbediening teruggezet. AFVOERHet scherm geeft "P1” weer wanneer het intern waterreservoir vol is. Om het waterreservoir te legen, voer het volgende uit:1. Schakel het apparaat uit en haal de stekker uit het stopcontact. 2. Plaats een waterbak (niet meegeleverd) op de vloer onder het onderste afvoerpunt. 3. Verwijder de afvoerdop en rubber plug van de afvoer en laat het water wegstromen. 4. Plaats de rubber plug en afvoerdop terug, steek de stekker in het stopcontact en schakel het apparaat in. • “P1” verdwijnt van het scherm. Rubber plug en afvoerdopNL45.
Als u het apparaat wilt gebruiken zonder het waterreservoir te moeten legen, voer het volgende uit:• Haal de afvoe dopr en r lubber p ug a nf e bew r dezaa e v roo lat rer geb uik.• Sluit één uiteinde van m ver de eegele de afvoerbuis aan op het onderste afvo unt e perp n laats h anet der uit neinde i een afvoerbak.Continue afvoerWanneer u dit apparaat in een ruimte met een hoge vochtigheidsgraad gebruikt, sluit de afvoerbuis aan op dit apparaat wanneer u het apparaat in de gebruikte ontvochtigings- of koelmodus.• Verwijder de afvoerdop van het bovenste afvoerpunt.• Sluit een uiteinde van de afvoerbuis aan op het afvoerpunt en verleng indien nodig met een extra waterbuis (niet meegeleverd).• Plaats het ander uiteinde van de afvoerbuis in een normale afvoerbak.
Zorg dat de buis niet gebogen of vervormd is.OPMERKING: De afvoer dient zich op dezelfde hoogte of onder de uitlaat te bevinden.RE EN D H DINIGING ON ER OUSchakel het apparaat uit en haal de stekker uit het stopcontact voor reiniging.Maak het apparaat regelmatig schoon voor het beste resultaat.De behuizing reinigenMaak de behuizing schoon met een licht bevochtigde doek.Gebruik geen schurende of chemische schoonmaakmiddelen.OPMERKING: Gebruik de airconditioner nooit zonder de • Voer alle water in het apparaat af en laat het apparaat vervolgens enkele uren in de Ventilatormodus werken om de binnenkant van het apparaat volledig te drogen.• Wikkel het snoer rond de haken en steek de stekker vervolgens in de stekkerhouder achteraan het apparaat.• Haal de batterijen uit de afstandsbediening.• Berg het apparaat op in een droge ruimte.Verwijder de schroef en haal StekkerhouderNL46
PROBLEEMOPLOSSINGProbeer nooit om de airconditioner zelf te repareren of te demonterenGooi de gebruikte batterijen weg op een juiste en veilige manier.Gebruik geen verschillende soorten batterijen of oude met nieuwe batterijen door elkaar.Gebruik alleen batterijen van het aanbevolen of een gelijkwaardig type.Plaats de batterijen volgens de juiste polariteit.Haal de gebruikte batterij uit het product.Voer de batterijen op een milieuvriendelijke manier af.Gooi geen lege batterijen in het huishoudelijk afval. Neem contact op met uw handelaar om het milieu te beschermen.Stel de batterijen (geïnstalleerde batterijen) niet bloot aan overmatige hitte zoals zonlicht, vuur, etc.
Probleem Mogelijke oorzaak Mogelijke oplossingDe airconditioner werkt niet.Geen voeding.P1” wordt op het scherm weergegeven.De kamertemperatuur is lager dan de geselecteerde temperatuur.Steek de stekker in een werkend stopcontact en schakel apparaat in.Leeg het intern waterreservoir.Stel een andere temperatuur in.De airconditioner lijkt on-voldoende koelvermogen te hebben.In direct zonlicht.Ramen of deuren zijn open, veel mensen of een warmtebron in de kamer.Vuile lters.De kamertemperatuur is lager dan de geselecteerde temperatuur.Luchtinlaat of -uitlaat belemmerd.Doe de gordijnen dicht.Sluit deuren en ramen, verwijder de warmtebronnen en plaats een extra airconditioner.Maak de lters schoon.Stel een andere temperatuur in.Verwijder de belemmeringDe airconditioner maakt veel lawaai.Het apparaat staat niet vlak.
Plaats het apparaat op een vlak en stevig oppervlak (minder trillingen).De afstandsbediening werkt niet.De afstand is te groot.Het signaal van de afstandsbediening wordt niet door het bediening-spaneel gedetecteerd.De batterijen zijn leegZorg dat de afstandsbediening juist naar het bedieningspaneel is gericht.Vervang de batterijen.NL47
FoutcodesScherm Oorzaak OplossingE1E2E3E4De kamertempe tuursensor is defect.raDe tempe tuursensor van de verdamper rawerkt niet goed.De tempe tuursensor van de condensator rawerkt niet goed.De communicatie van het bedieningspaneel werkt niet goed.Haal stekker uit stopcontact en steek vervolgens opnieuw in. Indien de fout opnieuw optreedt, neem contact op met onze klantenservice.TECH H GEGEVENSNISC E NLZekering Type: 4T, Spanning: 250V, Stroom: 3,15AType: 334, Spanning: 250V, Stroom: 3,15A48
VE DE NGRWIJ RI Als verantwoordelijke handelaar dragen we zorg voor het milieu.We moedigen u aan om de juiste verwijderingsprocedure voor uw apparaat en verpakkingsmateriaal te volgen. Dit draagt bij tot het behoud van de natuurlijke rijkdommen door deze te recyclen zodat zowel de menselijke gezondheid en het milieu worden beschermd.Gooi dit apparaat en de verpakking weg in overeenstemming met de geldende wetgeving en voorschriften.Aangezien dit apparaat elektronische componenten bevat moet het apparaat en toebehoren aan het einde van hun levensdu-ur afzonderlijk van het huisafval worden weggegooid.Neem contact op met uw gemeente voor informatie over afdanking en recycling.Lever het apparaat in bij het inzamelpunt van uw gemeente voor recycling.
Bij sommige inzamelpu en kunt u het apparaat ntgratis inleveren.Hotline Vanden Borre De dienst na verkoop is bereikbaar van maandag tot zaterdag op+32 2 334 00 00 Hulplijn Nederland Hiervoor kunt u contact opnemen met het BCC Service Center: 020 334 88 88. Op werkdagen van 08.00 tot 21.00 uur en op zaterdag van 09.00 tot 17.00 uur.We verontschuldigen ons voor enig ongemak veroorzaakt door kleine inconsistenties in deze gebruikershandleiding, die kunnen ontstaan door productverbetering of –ontwikkeling.Etablissements Darty & fils ©, 129 Avenue Gallieni, 93140 Bondy, France 01/11/201950
Si des compresseurs ou des huiles de compresseur doivent être retirés, s'assurer qu'ils ont été évacués à un niveau acceptable pour être certain qu'il ne reste pas de uide frigorigène in ammable dans le lubri ant. Le processus d'évacuation doit être réalisé avant de retourner le compr seur à son fournisseur. Seul un chau age électrique doit être utilisé sur le corps du compr seur pour es esaccélérer ce processus. Lorsque de l'huile est extraite d'un système, cela doit être réalisé en toute sécurité. Servicewerkzaamheden Symbolen WAARSCHUWINGInstallatie (ruimte). dat de installatie van de leidingen tot een minimum wordt beperkt;. dat de leidingen moeten worden beschermd tegen fysieke schade en niet mag worden geïnstalleerd in een ongeventileerde ruimte;. dat de naleving van de nationale gasregelgeving moet worden nageleefd;.
Het apparaat moet worden opgeslagen in een ruimte zonder continu werkende ontstekingsbronnen (bijvoorbeeld open vuur, een werkend gastoestel of een werkende elektrische verwarming). Niet doorboren of verbranden. Houd er rekening mee dat koelmiddelen mogelijk geen geur bevatten. Het apparaat moet worden geïnstalleerd, gebruikt en opgesla-gen in een ruimte met een vloeroppervlak van meer dan 10 m2. 94.
Een ongeventil rde ruimte w r het a ar t dat bran are koelmi elen gebruikt is geïnstall rd, oet zodanig zijn ee aa pp aa db dd ee mgeconstru rd dat bij le age van het koelmi el dit niet zal stagneren o brand- of explosiegev r te veroorzaken. Dit omvat: ee kk dd m aa – het a araat moet worden opg lagen in n goed geventileerde ruimte w r de gr e van de ruimte over nkomt met de pp es ee aa oott eeruimte z ls g pecific rd or het gebruik; oa es ee vo – het a araat moet worden opg lagen in n ruimte zonder continu open vuur (bijvoorb ld n in bedrijf jnde gasto tel) pp es ee ee ee zi es en ontstekingsbronnen (bij rb ld voo ee een bedrijf in zijnde elektrische verwarming). – Het a araat moet op n dergelijke manier worden opg lagen om mechanische schade te voorkomen. pp ee es Informatie er het onderhoud ov Informatie er de referenties v gekwalic rd serviceperson l als t.
ov an ee ee volg – Iedereen die betro en is bij het rken aan of de egang tot n koelmi elcircuit oet in het bezit zijn van n geldig kk we to ee dd m eecertificaat van n door de bedrijfstak gea rediteerde be rdelingsautoriteit, die to temming g ft om koelmi elen veilig te ee cc oo es ee ddverwerken over nstemming met n door de dustrie erkende beoordel g pecificatie. in ee ee in in ss – Onderhoud ag a n worden uitge erd zoals aanbevolen d r de fabrikant van de apparat r. Onderhoud en reparati m llee vo oo uu esw rv r de assistentie n ander bekw m personeel nodig is, moeten worden uitge erd onder toe cht van de persoon die aa oo va aa vo zibevoe is r het gebruik van on lambare koelmi elen.
gd voo tv dd Cont anrole v de omgeving Alvorens et werkz mheden aan systemen met bran are koelmi elen te beginnen, zijn veiligheidscontroles nodig o ervoor m aa db dd m te zorgen dat het ontstek gsrisico tot n minimum wordt beperkt. or reparati n het koelsyst oeten de volgende in ee Vo es aa eem mv rzorgsmaatregelen worden etroffen al rens werkzaamheden n het systeem it te voeren.
oo g vo aa u Werkprocedure De werkz mheden moeten worden uitge erd volgens n gecontrol rde procedure om het risico te minimali ren dat n aa vo ee ee se eeontvlamb r gas of damp aan zig is terwijl de rkzaamhedeaa we we n worden itgevoerd. u A em n werkgebied lg eeAl het onderhoudsperson l en anderen die in de omgeving rkzaam jn, moeten worden ge stru rd over de rd van het ee we zi ïn ee aawerk dat wordt itge erd Werk in b loten ruimten oet worden vermeden. Het gebied rond de rkruimte moet worden u vo. es m weafg cheiden. Zorg er r dat de omstandigheden in het gebied veilig jn gem kt door het beheer n van on lambaar es voo zi aa se tvmateriaal. Cont aanroleren op wezigheid van koelmi el ddHet gebied oet vóór en tijdens de werkzaamheden worden gecontrol rd et n g chikte koelmiddeldetector, om te m ee m ee esverzekeren dat de tec cus op de hoogte is van potentieel ontvlambare stoffen.
Zorg er r dat de gebruikte hni voolekdetectieapparat r g chikt is or gebruik met ontvlambare koelmi elen, dat wil ze en niet- nkend, adequaat verzegeld uu es vo dd gg voof intrinsiek veilig. Aanwezigheid v een an bran usser dblAls er h t rk moet worden itgevoerd aan de koelapparatuur of daarm menhangende onderdelen, moet geschikte ee we u ee sabran lusapparatuur ter b chi ing staan. Houd n droge poeder- of 2 bran lu er bij de hand naast het laadgebied. db es kk ee CO db ss G n ontstekingsbronnen eeNiemand die rkzaamheden itvoert met betre ing tot een koelsyst m waarbij aan leidingen wordt ewerkt die bran aar we u kk ee g db. Maximale hoeveelheid koelmiddelvulling ( ): 0. 2kg M. Voer het koelmiddel af op basis van de plaatselijke voorschriften, goed verwerkt;. Minimale vloeroppervlak van de ruimte: 10 m2. Houd ventilatieopeningen vrij van obstructies; 95.
koelmiddel bevatten of hebben bevat, moet alle ontstekingsbronnen op zodanige wijze gebruiken dat dit niet kan leiden tot het risico van brand of ontploffing. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, inclusief het roken van sigaretten, moeten op voldoende afstand worden gehouden van de plaats van installatie, reparatie, verwijdering en afvoer, gedurende welke ontvlambaar koelmiddel mogelijk naar de omringende ruimte kan worden vrijgegeven. Voordat het werk plaatsvindt, moet het gebied rond de apparatuur worden gecontroleerd om er zeker van te zijn dat er geen ontvlambare gevaren of ontstekingsrisico's zijn. Er moeten “No Smoking” -borden worden geplaatst. Geventileerde ruimte Zorg ervoor dat het gebied in de openlucht is of dat het voldoende wordt geventileerd voordat er toegang tot het systeem wordt verkregen of hete werkzaamheden worden uitgevoerd.
Gedurende de periode dat de werkzaamheden worden uitgevoerd, moet er sprake zijn van ventilatie. De ventilatie moet veilig elk vrijgekomen koelmiddel verspreiden en bij voorkeur naar buiten worden afgegeven. Controles van de koelapparatuur Wanneer elektrische componenten worden veranderd, moeten ze geschikt zijn voor het doel en de juiste specificatie bezitten. Te allen tijde moeten de onderhouds en servicerichtlijnen van de fabrikant worden nageleefd. Raadpleeg in geval van twijfel de - technische dienst van de fabrikant voor assistentie.
De volgende controles moeten worden uitgevoerd bij installaties die gebruik maken van ontvlambare koelmiddelen: – de koelmiddelvulling is in overeenstemming met de grootte van de ruimte waarin de koelmiddelbevattende onderdelen zijn geïnstalleerd; – de ventilatieapparatuur en - uitlaten werken adequaat en worden niet belemmerd; – indien een indirect koelcircuit wordt gebruikt, moet het secundaire circuit worden gecontroleerd op de aanwezigheid van koelmiddel; – markering op de apparatuur blijft zichtbaar en leesbaar.
Markeringen en tekens die onleesbaar zijn, moeten worden gecorrigeerd; – koelleidingen of -componenten worden geïnstalleerd in een positie waar het onwaarschijnlijk is dat ze worden blootgesteld aan een stof die koelmiddelbevattende componenten kan aantasten, tenzij de componenten zijn vervaardigd van materialen die inherent bestand zijn tegen corrosie of die op geschikte wijze worden beschermd, op deze manier te worden aangetast. Controles van elektrische apparaten Reparatie en onderhoud van elektrische componenten omvat initiële veiligheidscontroles en inspectieprocedures voor onderdelen. Als er een storing bestaat die de veiligheid in gevaar kan brengen, mag er geen elektrische voeding op het circuit worden aangesloten totdat het naar tevredenheid is afgehandeld.
Als de fout niet onmiddellijk kan worden gecorrigeerd maar het noodzakelijk is het gebruik voort te zetten, moet een adequate tijdelijke oplossing worden gebruikt. Dit zal worden gerapporteerd aan de eigenaar van de apparatuur, zodat alle partijen op de hoogte zijn. De eerste veiligheidscontroles moeten omvatten: § dat condensatoren worden ontladen: dit moet op een veilige manier gebeuren om eventuele vonkvorming te voorkomen; § dat er geen onder stroom staande componenten en bedrading worden blootgesteld tijdens het opladen, terugwinnen of reinigen van het systeem; § dat er continuïteit is van de aardeverbinding. Reparaties aan verzegelde componenten Tijdens reparaties aan verzegelde componenten moeten alle elektrische verbruikers worden losgekoppeld van de apparatuur waaraan wordt gewerkt voorafgaand aan het verwijderen van verzegelde afdekkingen, enz.
Als het absoluut noodzakelijk is om een elektrische voeding te hebben tijdens het onderhoud, dan moet er een permanent werkende vorm van lekkagedetectie plaatsvinden op het meest kritieke punt om te waarschuwen voor een mogelijk gevaarlijke situatie. 96.
Bijzondere aandacht moet worden besteed aan het volgende om ervoor te zorgen dat door werkzaamheden aan elektrische componenten de behuizing niet zodanig wordt gewijzigd dat het beschermingsniveau wordt beïnvloed. Dit omvat schade aan kabels, overmatig aantal aansluitingen, aansluitingen die niet zijn gemaakt volgens de oorspronkelijke specificaties, schade aan afdichtingen, onjuiste aansluiting van doorvoeringen, enz. Zorg dat het apparaat veilig is bevestigd. Zorg ervoor dat de afdichtingen of afdichtingsmaterialen niet zodanig verslechteren dat ze niet langer dienen ter voorkoming van het binnendringen van ontvlambare dampen. Vervangende onderdelen moeten in overeenstemming zijn met de specificaties van de fabrikant. OPMERKING Het gebruik van siliconenkit kan de effectiviteit van sommige soorten lekdetectieapparatuur verminderen.
Intrinsiek veilige componenten hoeven niet te worden geïsoleerd voordat eraan wordt gewerkt. Reparatie an intrinsiek veilige componenten Pas geen permanente inductieve of capaciteitsbelastingen toe op het circuit zonder ervoor te zorgen dat dit de toegestane spanning en stroom voor de gebruikte apparatuur niet overschrijdt. Intrinsiek veilige componenten zijn de enige types waaraan gewerkt kan worden terwijl ze onder spanning staan in de aanwezigheid van een ontvlambare atmosfeer. Het testapparaat moet worden ingesteld op de juiste beoordeling. Vervang componenten alleen door onderdelen die door de fabrikant zijn gespecificeerd. Andere onderdelen kunnen ertoe leiden dat koelmiddel uit een lek ontbrandt in de atmosfeer. Bekabeling Controleer of de bekabeling niet onderhevig is aan slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere nadelige omgevingseffecten.
Bij de controle moet ook rekening worden gehouden met de effecten van veroudering of voortdurende trillingen van bronnen zoals compressoren of ventilatoren.
Detectie van brandbare koelmiddelen In geen geval mogen potentiële ontstekingsbronnen worden gebruikt bij het zoeken naar of het detecteren van koelmiddellekken. Een ontladingslamp (of een andere detector die een open vlam gebruikt) mag niet worden gebruikt. Lekdetectiemethoden De volgende lekdetectiemethoden worden aanvaardbaar geacht voor systemen die ontvlambare koelmiddelen bevatten. Elektronische lekdetectoren worden gebruikt om ontvlambare koelmiddelen te detecteren, maar de gevoeligheid is mogelijk niet adequaat of moet mogelijk opnieuw worden gekalibreerd. (Detectie rden gekalibreerd in een koelmiddelvrije -apparatuur moet woruimte. ) Zorg ervoor dat de detector geen potentiële ontstekingsbron is en geschikt is voor het gebruikte koelmiddel.
Lekdetectieapparatuur moet worden ingesteld op een percentage van de onderste ontvlambaarheidsgrens (LFL) van het koelmiddel en moet worden gekalibreerd op het gebruikte koelmiddel en het juiste percentage van het gas (maximaal 25%) is bevestigd. Lekdetectievloeistoffen zijn geschikt voor gebruik met de meeste koelmiddelen, maar het gebruik van chloorhoudende reinigingsmiddelen moet worden vermeden omdat het chloor kan reageren met het koelmiddel en het koperen leidingwerk kan aantasten. Als er een lek wordt vermoed, moet al het open vuur worden verwijderd/gedoofd. 97.
Als er een lekkage van koelmiddel wordt geconstateerd waarvoor lassen noodzakelijk is, moet al het koelmiddel uit het systeem worden verwijderd of geïsoleerd (door middel van afsluitventielen) in een deel van het systeem dat op afstand is van de lekkage. Zuurstofvrije stikstof (OFN) wordt dan zowel vóór als tijdens het lasproces door het systeem gespoeld. Verwijderen en ontruimten Bij inbraak in het koelmiddelcircuit om reparaties uit te voeren of voor enig ander doel, moet gebruik worden gemaakt van conventionele procedures. Het is echter belangrijk dat de beste werkwijze wordt gevolgd, aangezien er rekening moet worden gehouden met ontvlambaarheid. De volgende procedure moet worden nageleefd: § koelmiddel verwijderen; § het circuit reinigen met inert gas; § ontruimen; § opnieuw reinigen met inert gas; § open het circuit door te snijden of te lassen.
De koelmiddelvulling moet worden teruggewonnen via de juiste terugwincilinders. Het systeem moet worden “gespoeld” met octafluoronaftaleen (OFN) om de eenheid te beschermen. Dit proces moet mogelijk meerdere keren worden herhaald. Perslucht of zuurstof mag niet worden gebruikt voor deze taak. Het spoelen geschiedt door het vacuüm in het systeem met OFN te verbreken en te blijven vullen totdat de werkdruk is bereikt, vervolgens naar de atmosfeer te ventileren en uiteindelijk naar een vacuüm te trekken. Dit proces moet worden herhaald totdat er geen koelmiddel meer in het systeem zit. Wanneer de laatste OFN-lading wordt gebruikt, wordt het systeem ontlucht tot atmosferische druk om de werkzaamheden mogelijk te maken. Deze bewerking is absoluut noodzakelijk als laswerkzaamheden aan de leidingen moeten plaatsvinden.
– Zorg ervoor dat er geen verontreiniging van verschillende koelmiddelen optreedt tijdens het gebruik van oplaadapparatuur. Slangen of leidingen moeten zo kort mogelijk zijn om de hoeveelheid koelmiddel die zich daarin bevindt te minimaliseren. – Cilinders moeten rechtop worden gehouden. – Zorg ervoor dat het koelsysteem geaard is voordat u het systeem met koelmiddel vult. – Label het systeem wanneer het vullen is voltooid (als dit nog niet is gebeurd). – Er moet uiterste zorg eraan worden besteed dat het koelsysteem niet overvuld wordt. Voordat het systeem opnieuw wordt gevuld, moet de druk ervan worden getest met behulp van OFN. Het systeem moet na voltooiing van het vullen maar vóór de inbedrijfstelling worden getest op lekkage. Voorafgaand aan het verlaten van de site moet een tweede lektest worden uitgevoerd.
Ontmanteling Alvorens deze procedure uit te voeren, is het van essentieel belang dat de technicus volledig bekend is met de apparatuur en al zijn details. Het wordt aanbevolen om alle koelmiddelen veilig te recupereren. Voorafgaand aan de uit te voeren taak moet een olie- en koelmiddelmonster worden genomen voor het geval dat er een analyse nodig is voorafgaand aan het hergebruik van teruggewonnen koelmiddel. Het is van essentieel belang dat elektrische stroom beschikbaar is voordat er wordt begonnen met de taak. 98.
w) Raak vertrouwd met de apparatuur en de werking ervan. x) Isoleer het systeem elektrisch. y) Zorg voordat u de procedure uitvoert dat: § mechanische behandelingsapparatuur is, indien nodig, beschikbaar voor de omgang met koelmiddelcilinders; § alle persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar zijn en correct worden gebruikt; § het terugwinproces te allen tijde wordt gecontroleerd door een bevoegd persoon; § terugwinapparatuur en cilinders voldoen aan de toepasselijke normen. z) Koel het koelmiddelsysteem zo mogelijk af. aa) Als een vacuüm niet mogelijk is, maak dan een spruitstuk zodat koelmiddel uit verschillende delen van het systeem kan worden verwijderd. bb) Zorg ervoor dat de cilinder zich op de schaal bevindt voordat het terugwinnen plaatsvindt. cc) Start de terugwinmachine en werk volgens de instructies van de fabrikant. dd) Maak de cilinders niet te vol.
(Niet meer dan 80% volume vloeibare vulling). ee) Overschrijd de maximale werkdruk van de cilinder niet, ook niet tijdelijk. ff) Wanneer de cilinders correct zijn gevuld en het proces is voltooid, moet u ervoor zorgen dat de cilinders en de apparatuur snel van de locatie worden verwijderd en alle isolatiekleppen op de apparatuur zijn afgesloten. gg) Teruggewonnen koelmiddel mag niet in een ander koelsysteem worden gevuld tenzij het is gereinigd en gecontroleerd. Etikettering Apparatuur moet worden geëtiketteerd met de vermelding dat het buiten bedrijf is gesteld en het koelmiddel is verwijderd. Het etiket moet worden gedateerd en ondertekend. Zorg ervoor dat zich op de apparatuur labels bevindenmet de vermelding dat de apparatuur ontvlambaar koelmiddel bevat.
Terugwinnen Bij het verwijderen van koelmiddel uit een systeem, hetzij voor onderhoud of buiten gebruik stellen, wordt aanbevolen om alle koelmiddelen veilig te verwijderen. Zorg er bij het overbrengen van koelmiddel in cilinders voor dat alleen geschikte koelmiddelterugwinningscilinders worden gebruikt.
Zorg ervoor dat het juiste aantal cilinders ter beschikking staan voor het opslaan van de totale systeemvulling. Alle te gebruiken cilinders zijn bestemd voor het teruggewonnen koelmiddel en geëtiketteerd voor dat koelmiddel (dwz speciale cilinders voor het terugwinnen van koelmiddel). Cilinders moeten compleet zijn met overdrukventiel en bijbehorende afsluiters die zich in goede staat bevinden. Lege terugwincilinders worden verwijderd en, indien mogelijk, gekoeld voordat het terugwinnen plaatsvindt. De terugwinapparatuur moet in goede staat verkeren met een reeks instructies betreffende de apparatuur die voorhanden is en moet geschikt zijn voor het terugwinnen van ontvlambare koelmiddelen. Bovendien moet een reeks gekalibreerde weegschalen beschikbaar zijn en in goede staat verkeren. De slangen moeten compleet met lekvrije ontkoppelingsverbindingen en in goede staat zijn.
Controleer voordat u de terugwinmachine gebruikt of deze in goede staat is, goed is onderhouden en dat alle bijbehorende elektrische componenten zijn afgedicht om ontsteking te voorkomen in het geval dat er koelmiddel vrijkomt. Raadpleeg de fabrikant in geval van twijfel. Het teruggewonnen koelmiddel moet worden teruggestuurd naar de leverancier van het koelmiddel in de juiste terugwinningscilinder en de betreffende afvaltransportnota worden gerangschikt. Meng geen koelmiddelen in terugwinningseenheden en vooral niet in cilinders. Als compressoren of compressoroliën moeten worden verwijderd, moet u ervoor zorgen dat ze zijn verwijderd tot een aanvaardbaar niveau om ervoor te zorgen dat er geen ontvlambaar koelmiddel in het smeermiddel achterblijft. Het verwijderingsproces moet worden uitgevoerd voordat de compressor naar de leverancier wordt teruggestuurd.
Alleen elektrische verwarming aan de compressorbehuizing mag worden gebruikt om dit proces te versnellen. Wanneer olie uit een systeem wordt afgetapt, moet dit 99.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Rowenta RWAC1900C stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Airco Rowenta
Handleiding Airco
Nieuwste handleidingen voor Airco