REV LM-107B Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van REV LM-107B (9 pagina’s), behorend tot de categorie Rookmelder. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 56 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over REV LM-107B of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | REV |
| Categorie: | Rookmelder |
| Model: | LM-107B |
| Kleur van het product: | Wit |
| Hoogte: | 30 mm |
| Stroombron: | Batterij/Accu |
| LED-indicatoren: | Ja |
| Diameter: | 100 mm |
| Aantal: | 1 |
| Detector type: | Foto-electrische reflectie detector |
| Licht alarm: | Ja |
| Test knop: | Ja |
| Alarm decibels: | 85 dB |
| Stil alarm: | Ja |
| Levensduur van het product: | 10 jaar |
Handleiding REV LM-107B – volledige tekst
Bedieningshandleiding rookmelderType: LM-107BDit product is getest volgens EN 14604:2005 + AC: 2008Wij raden aan dat u een gediplomeerde deskundige voor rookmelders raadpleegt voor de planning en montage. TEST HUSH TWIST TO REMOVE TWIST TO TIGHTENDO NOT PAINTAlarmweergave (rode LED)Test / SilenceAlarmgeheugen (groene LED)Luidspreker1. Technische gegevensRookmelder Stroomtoevoer 3V DC CR123A (accu kan niet worden vervangen)Grensspanningvoor accuwaarschuwing2. 2V Stroomopname Alarm Standby ≤ 120mA ≤ 2uA Geluidsvermogenniveau ≥ 85dB/3m Temperatuurbereik -10°C~+40°C Luchtvochtigheid ≤ 95%RH LED-lichtweergave Rookmelder werkt reglementair.
LED (rood) knippert alle 344 secondenAlarm-modus of testdrukknopDe rode LED knippert, de alarmtoon wordt gestartUitschakeling geluid van de alarm in geluid-uit-modus)De rode LED knippert in de maat van 10 seconden,dit duidt aan dat het geluid van de rookmelder is uitgeschakeld. Druk de testdrukknop van de rookmelder, om het alarmsignaal voor ca. 9 minuten uit te schakelen. Waarschuwing alarmgeheugenDe groene LED knippert voor de duur van 24h in de maat van 43 seconden Accu (bijna) leegOnder normale omstandigheden bedraagtde levensduur van de rookmeldermaximaal 10 jaar. Is de capaciteit van de accu opgebruikt, weerklinktalle 43 seconden een waarschuwingstoon. Deze waarschuwingstoon weerklinkt 30 dagen lang. 2.
Techniek / BedieningAlgemeen: • In ruimten waar ventilatie-installaties en/of airconditioning wordt gebruikt dient u ervoor te zorgen dat de luchtstromen het juiste functioneren van de rookmelder niet verhindert. • Rookmelders dienen permanent aan het plafond te worden bevestigd. De montagehandleiding moet worden opgevolgd. • De bevestigingswijze dient ten minste een verticale draagkracht van 20N te garanderen. • De rookmelder is bedoeld voor het bewaken van woningen, respectievelijk woonruimten (dus niet voor industriële doeleinden of voor winkelruimten).
• Na afloop van de montage moet het correct functioneren van iedere rookmelder worden gecontroleerd. • De juiste werking van iedere geïnstalleerde rookmelder moet regelmatig worden gecontroleerd en door onderhoudswerkzaamheden worden gegarandeerd. 1x per week functietest, iedere 3 maanden reinigen. 3. Montagelocaties Montagelocaties voor rookmelders: • Slaapkamers, kinderkamers en gangen dienen voorzien te zijn van een rookmelder (basisvereiste) • Altijd aan het plafond • 50cm van de muur (resp. balken) verwijderd • Bij verdeling door meubels e. d. die tot het plafond reiken dient in iedere deelruimte een rookmelder te worden geplaatst.
• Bij ruimten met een vloeroppervlak van ≤ 60m² die door balken aan het plafond verdeeld worden geldt: • Bij plafonds > 36m² dient op ieder deel van het plafond een rookmelder te worden geplaatst (zie afbeelding 7a) Bij ruimten met een vloeroppervlak van > 60m², dient voor iedere verdere 60m² opnieuw een rookmelder te worden geplaatst. 4. MontagevoorbeeldenVoor woningen en eengezinswoningena) Voorbeeld voor toepassing in een woningb) Voorbeeld voor toepassing in een eengezinswoning Minimale voorziening Optimale voorziening Voorziening met beperkingen5. Plaatsing in ruimten met afwijkende indelingVoor de positionering worden de volgende afstandsverhoudingen en melderposities aanbevolen:a) rechtlijnige ruimte b) rechthoekige ruimtec) melderpositionering in grote ruimtend) melderpositionering in grote ruimten met hoekruimten6.
Bouwkundige bijzonderheden • Als de hoogte van een ruimte wordt verdeeld door een platform of een overloop, dan dient onder deze inrichtingselementen ook een rookmelder te worden geplaatst als zowel het oppervlak meer is dan 16m² en de lengte en breedte meer dan 2m zijn. • In ruimten met een aflopend plafond van > 20° t. o. v. het horizontaal kunnen zich bellen van warme lucht vormen die verhinderen dat de rook bij de rookmelder komt.
• Daarom dient in deze ruimten de rookmelder ten minste 0,5m en ten hoogste 1m verwijderd van het hoogste punt van het plafond te worden geplaatst, zie de volgende afbeeldingen. Voorbeeld voor de montage bij een aflopend plafond met een hoek van >20°Verklaring1 = rookmelderOpmerking: Rookmelder kunnen ofwel op de linker positie (1) of op de rechter positie (2) worden geplaatst • In ruimten met een aflopend plafond van ≤ 20° dient de rookmelder in het midden van het plafond te worden geplaatst. • Bij plafonds ≤ 36m² en aflopende plafonds van ≤ 20° en balken met een hoogte van h ≤ 0,2m blijven de aparte plafondonderdelen buiten beschouwing (zie afbeelding 7b). De rookmelder dient op een (deel van het ) plafond zo veel mogelijk in het midden van de ruimte te worden geplaatst.
• Als zich in deze ruimten balken bevinden met een hoogte van h > 0,2m dan met de rookmelder onderaan de balk worden geplaatst, zo veel mogelijk i het midden van de ruimte (zie paragraaf 7, afbeelding c). 7. Aanwijzingen voor plafondmontageVoor plafonds met balken ‒ (Hoogte (h) van de balk ≤ 0,20m en een plafondoppervlak tussen de balken van >36m² resp. ≤36m²)a) Voorbeeld voor plafond >36m² Verklaring: 1 - Plafond 2 - Balkenb) Voorbeeld voor een plafond ≤36m² Verklaring:1 - Plafond2 - Balkenc) Voorbeeld van een plafond met balken (hoogte (h) van de balk > 0,20m) Verklaring: 1 - Plafond 2 - Balken Voor een gang met een maximale breedte van 3m mag de afstand tussen twee rookmelders maximaal 15m zijn. De melderafstand tot de uiteinden van de gang mag niet meer dan 7,5m bedragen. Op kruispunten, T-splitsingen en hoekruimten (versteklijn) van gangen dient altijd een rookmelder te worden geplaatst.
In paragraaf 5 wordt een voorbeeld voor de plaatsing gegeven. 8. Montage • Maak de montageplaat los op de achterkant van het apparaat door deze tegen de klok in te draaien.
• Bevestig de montageplaat met behulp van het bijgevoegde montagemateriaal aan het plafond of aan de muur. Controleer vooraf of het bijgevoegde montagemateriaal geschikt is voor de bouweigenschappen van het plafond en/of de muur. • Zet de rookmelder aan de montageplaat en draai de rookmelder tegen de klok in tot deze hoorbaar vastklikt. • Let op: Rookmelders met verwisselbare batterijen kunnen alleen bevestigd worden met de batterij al aangebracht omdat deze voorzien zijn van een vergrendelingsmechanisme. De accupen (rood) is in de leveringstoestand UIT (afbeelding beneden links). Om het toestel in te schakelen, verschuif de accupen (afbeelding beneden rechts). Controleer na de installatie de werking. 9. Controle van de werkingBedien de test/stilte-toets, wanneer het rode licht snel achtereenvolgens opflikkert en gelijktijdig de alarm weerklinkt, werkt het toestel foutvrij.
Op dit tijdstip wisselt het toestel in de rustmodus en de rode LED flikkert alle 10 seconden op. Na circa 9 minuten wisselt het toestel automatisch in het normaal bedrijf of druk de test-toets om de rustmodus te beëindigen. Onregelmatige of zachtere geluiden kunnen naar een storing verwijzen. Houdt alstublieft rekening met het hoofstuk „Storingen zoeken“ om het probleem op te lossen. 10. LED-weergaven • Rode LED flikkert alle 344 seconden op: dit toont, dat het toestel correct werkt. • Rode LED knippert: werd de test-toets ingedrukt of detecteert het toestel rookpartikels in de lucht (aanvullend weerklinkt een constant pulserend geluid) • De knipperende LED en het alarm worden voortgezet, tot de lucht geen rookpartikels meer vertoont of de vrijgavetoets (test-toets) werd ingedrukt.
• Aanwijzing voor rustmodus: wanneer de rookmelder zich in de rustmodus (stilte) bevindt, flikkert de LED alle 10 seconden op. • Accuwaarschuwing: Er weerklinkt een voorbijgaand piepen en de LED flikkert alle 43 seconden op. Dit is een waarschuwing van een lage accustand.
• U kunt het alarm voor 8 uren uitschakelen, doordat u de test-toets ingedrukt houdt. Na 8 uren schakelt zich het alarm automatisch weer in. • Storingsmelding: de waarschuwing treedt alle 43 seconden op. • Alarmgeheugen: Nadat het alarm heeft plaatsgevonden, slaat de rookmelder het alarm op. • De groene LED flikkert 3 keer snel achtereenvolgens alle 43 seconden op. • Zo kan de gebruiker het alarm vanuit een afstand achteraf herkennen, zonder de rookmelder te moeten aanraken. • Na 24 uren gaat de LED-weergave uit. Wanneer u voor de eerste keer na een alarm de test-toets indrukt, weerklinkt een speciaal alarmsignaal. Nadat u de test-toets heeft bediend, wist zich het alarmgeheugen. Druk thans opnieuw de test-toets voor een hernieuwde controle van de werking. 11. Stil alarm (rustmodus)Gedurende het alarm weerklinkt, druk de test-toets in. Hierdoor pauzeert het alarmvoor 9 minuten.
De rode LED knippert alle 10 seconden en toont zo, dat zich de rookmelder in de rustmodus (stilte) bevindt. De component werd ervoor geconstrueerd, valse alarmen te minimaliseren. Het alarm begint na circa 9 minuten weer, wanneer zich verder verbrandingspartikels in het toestel bevinden. De rustmodus kan herhaaldelijk worden geactiveerd, tot de partikels uit de lucht zijn verdwenen die het alarm in gang hebben gezet. VOORZICHTIG: Voor de toepassing van de rustmodus identificeer de bron van de rook (oorzaak van de storing) en waarborg, dat geen gevaar meer hiervan uitgaat. GEVAAR: Weerklinkt het alarm en voert u geen test uit, betekent dit, dat het toestel rook heeft gedetecteerd. WEERKLINKT HET WAARSCHUWINGSSIGNAAL MOET U DIRECT UW OPLETTENDHEID EROP RICHTEN EN HANDELEN. 12.
Reiniging/OnderhoudHiertoe behoort te minste een controle of de openingen voor het detecteren van de rook vrij zijn (bijv. afdekking, verontreiniging door stof), of beschadiging van de rookmelder die het functioneren verhindert en dat de omgeving van de rookmelder tot op 0,5 m vrij is van obstakels (bijv.
zaken van de woninginrichting) die het binnendringen van rook in de rookmelder verhinderen. Als er een verontreiniging van de rookdetectieopeningen wordt vastgesteld dan dienen deze volgens de instructies van de fabrikant te worden verwijderd. Als de rookmelder zodanig beschadigd is dat deze niet functioneert dan dient deze te worden vervangen. Als er niet voldoende vrije ruimte rondom de rookmelder aanwezig is, dan moet de montagelocatie gecontroleerd worden en eventueel opnieuw worden vastgesteld. 13. Valse alarmenEen vals alarm kan door de volgende oorzaken veroorzaakt worden, bijv.
door: • Las- en snijwerkzaamheden • Solderen en andere werkzaamheden bij hoge temperaturen • Zaag- en slijpwerkzaamheden • Stof door bouw- en/of schoonmaakwerkzaamheden • Waterdamp, kookdampen, • extreme elektromagnetische invloeden, • Temperatuurschommelingen die condensatie van luchtvochtigheid in de rookmelder veroorzaken. Bij werkzaamheden in de omgeving van de rookmelder die een vals alarm kunnen veroorzaken (bijv. verbouwingswerkzaamheden) dient de rookmelder tijdelijk te worden afgedekt of verwijderd. Na afloop van de werkzaamheden dient u te controleren als aangegeven in paragraaf 9 of de rookmelder weer bedrijfsklaar is. Als het alarm van afgaat, controleer dan of er ook echt brand is. Als dit het geval is waarschuw dan de brandweer. Indien niet, controleer dan of de hierboven genoemde oorzaken het alarm af hebben laten gaan.
Wij wijzen erop dat wij niet aansprakelijk zijn voor de gevolgen van een vals alarm. Kosten die hierdoor ontstaan voor bijvoorbeeld de inzet van politie, brandweer of slotenmakers worden door ons niet vergoed. 14. Storing opheffen Probleem Tegenmaatregel OplossingRookmelder weerklinkt niet bij het testenDe rookmelder moet voor de installatie worden geactiveerd.
De accupen op positie AAN zetten Reinig de rookmelder Lees hiervoor het gedeelte „Onderhoud en reiniging“Indien het gedurende de garantieperiode nochtans tot storingen komtKunt u de rookmelder bij uw dealer teruggevenDe rookmelder piept en de rode LED knippert alle 43 seconden De accu is zwak Vervang alstublieft de rookmelderHet komt tot onregelmatige valse alarmen van de rookmelder of er weerklinkt een alarmsignaal, wanneer bewoners koken, douchen enz. Druk de testtoets, om het alarm te onderbrekenMonteer de rookmelder op een andere plaats en druk de testtoets inHet alarm klinkt anders dan anders Reinig de rookmelder Lees hiervoor het gedeelte „Onderhoud en reiniging“Indien het gedurende de garantieperiode nochtans tot storingen komtKunt u de rookmelder bij uw dealer teruggeven15.
WEEE-afvalrichtlijnIn overeenstemming met de Europese aanwijzingen mag afgedankte elektrische en elektronische apparatuur niet langer bij het ongesorteerde afval worden gedeponeerd. Het symbool van de verrijdbare afvalbak wijst op de noodzaak van een gescheiden afvalinzameling. Help ook mee ons milieu te beschermen en zorg ervoor dat deze apparaten, als u ze niet meer gebruikt, in de correcte systemen van de gescheiden afvalinzameling terechtkomen. RICHTLIJN 2012/19/EU VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 04 juli 2012 betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur. Batterijen en accu’s mogen niet bij het huisvuil gegooid worden. Iedere consument is wettelijk toe verplicht, alle batterijen en accu’s, ongeacht of zij schadelijke stoffen bevatten of niet, bij een inzamelpunt van zijn gemeente/wijk of de betreffende winkels in te leveren, zodat zij milieuvriendelijk verwijderd kunnen worden.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met REV LM-107B stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Rookmelder REV
Handleiding Rookmelder
Nieuwste handleidingen voor Rookmelder