Renova Bulex ThermoMaster HR TOP F AS 28 E Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Renova Bulex ThermoMaster HR TOP F AS 28 E (27 pagina’s), behorend tot de categorie Verwarmingsketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 21 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Renova Bulex ThermoMaster HR TOP F AS 28 E of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Renova Bulex |
| Categorie: | Verwarmingsketel |
| Model: | ThermoMaster HR TOP F AS 28 E |
Handleiding Renova Bulex ThermoMaster HR TOP F AS 28 E – volledige tekst
HANDLEIDINGINSTALLATIEVOORSCHRIFTNOTICE D’EMPLOINOTICE D’INSTALLATION BEWAAR DIT INSTALLATIE VOORSCHRIFTGOED IN DE BUURT VAN HET CV-TOESTEL. BIJ ONDERHOUD OF REPARATIE KAN HETBELANGRIJK ZIJN, DAT DIT BOEKJE VOORHANDEN IS. ThermoMaster HR TOPF 24 E,F AS 28 E,F 28 EMet het toestel dat u gaat plaatsen,installeert u een kwaliteitsprodukt. Lees daarom goed de bijgevoegdeinstructies. De tijd die u daaraanbesteedt, wint u terug bij het installeren. Daarnaast kan een goede uitlegaan de gebruiker, over de werking enbediening van de cv-installatie, uveel werk en hem veel ongenoegenbesparen. Zijn er problemen of vragen,neem dan contact op met bulex service. POUR L’INSTALLATEURL’appareil que vous allez installer estun produit de qualité. Veuillez lire attentivement lesinstructions ci-après. Vous gagnerez dutemps lors de l’installation.
Installatie voorschriften ThermoMaster F 24 E, F AS 28 E, F 28 E 281 VOORAANZICHT MET LIJST VAN COMPONENTEN Het toestel dient altijd geïnstalleerd te worden in overeenstemming met NBND51003, D30003, D61001 en het meeste recente bouwbesluit.. Figuur 1 Vooraanzicht met lijst van componenten Lijst van componenten (items 20tot 27 alleen van toepessing bij het combitoestel) 1. Automatische ontluchters 15. Gasleiding 2. Verbrandingsluchttoevoer Ф 80 16. Pomp 3. Verbrandingsgasafvoer Ф 80 17. Retourleiding CV 4. Warmtewisselaar verbrandingskamer met brander 18. Druksensor 5. Aanvoer NTC verwarming 19. Aanvoerleiding CV 6. Kijkglas met ontsteekionisatie-electrode 20. Driewegklep met daarachter geplaatst retour NTC 7. Gelijkstroomventilator 21. Filter koudwaterleiding 8. Swirl plate 22. Koudwaterleiding 9. Gasblok 23. Tap-NTC gemonteerd op warm waterleiding 10. Maximaalthermostaat 24.
Installatie voorschriften ThermoMaster F 24 E, F AS 28 E, F 28 E 32 5 WERKING 5. 1 Algemeen Indien er warmtevraag optreedt (warmwaterbehoefte of ruimteverwarming) zal het toestel in bedrijf komen en zal het cv-water door de aluminium warmtewisselaar verwarmd worden. Bij een toestel zonder warmwatervoorziening wordt het cv-water over het radiatorencircuit rondgepompt. Bij een toestel met warmwatervoorziening zal afhankelijk van de warmtevraag, de driewegklep gestuurd worden en wordt het afgekoelde cv-water door de pomp vanuit de boiler of vanuit de radiatoren naar de warmtewisselaar gepompt. De voor de verbranding benodigde lucht wordt van buiten, in de luchtkast die de warmtewisselaar omhult, gezogen. Over een binnen de luchtkast gelegen restrictie (swirl plate) wordt vervolgens een drukverschil opgebouwd.
Dit drukverschil is een maatstaf voor de hoeveelheid gas die in de ventilator geïnjecteerd wordt. Het gasluchtmengsel wordt via de perszijde van de ventilator aan de brander toegevoerd. De ontsteking van het mengsel geschiedt naast het cilindervormige branderdek middels een elektrode. Het toestel is in twee “modes” te bedrijven. In de gebruikersmode kan men de vier standaard ketelmodes (zie fig. 6) met behulp van het op het toestel aanwezige display selecteren. In de installateursmode (toegankelijk middels code) kan men een aantal parameters afzonderlijk volgens een parameterlijst (zie hoofdstuk parameters) instellen. 5. 2 CV-bedrijf 5. 2. 1 Algemeen Bij vragende kamerthermostaat (en geen boilervraag) worden direct de driewegklep en de pomp geactiveerd. De ventilator toert op naar het starttoerental.
De gasklep wordt bekrachtigd en gedurende 3 seconden vindt er elektrische ontsteking plaats. Nadat vlamdetectie heeft plaatsgevonden, gaat het toestel branden op het voor de cv op dat moment benodigde toerental. Modulatie vindt plaats op de ingestelde of (bij een buitenvoeler berekende) aanvoertemperatuur.
Indien ondanks modulatie tot minimumoutput de aanvoertemperatuur toch nog stijgt, wordt dit toegelaten tot de ingestelde of berekende aanvoertemperatuur met twee graden overschreden wordt. Hierna schakelt het toestel uit. Bij einde warmtevraag wordt de gasklep gesloten en draait de pomp gedurende 50 seconden na. Tenslotte stopt de pomp en gaat de driewegklep naar de rustpositie (richting boiler). 5. 2. 2 Niet adaptatief Deze mode kan alleen ingesteld worden door de installateur. 5. 2. 2. 1 Middels kamerthermostaat Modulatie vindt plaats vanaf de ingestelde aanvoertemperatuur. Het toestel schakelt aan en uit door de kamerthermostaat. 5. 2. 2. 2 Middels buitenvoeler Het toestel kan ook geregeld worden met een buitenvoeler. Het regelprogramma kan geheel naar eigen wens geprogrammeerd worden. De buitenvoeler dient door de installateur aangesloten en geactiveerd te worden.
Installatie voorschriften ThermoMaster F 24 E, F AS 28 E, F 28 E 33 5. 2. 3 Adaptatief Standaard af fabriek wordt het toestel adaptief uitgeleverd. In deze mode is het gebruik van een buitenvoeler niet mogelijk. De adaptieve regeling bepaalt aan de hand van de aan/uit tijden van de kamerthermostaat de voor de installatie benodigde capaciteit en zal er zodoende voor zorgen dat het toestel op de ”juiste” belasting brandt. Bij wisselende omstandigheden (dichtdraaien radiatorkranen b. v. ) zal de belasting aangepast worden (adaptief). Indien tijdens de warmtevraag de ingestelde aanvoertemperatuur bereikt wordt, zal het toestel gaan moduleren op die temperatuur. Het toestel zoekt zodoende de bij de installatie horende belasting en zal met optimaal rendement functioneren. 5. 3 Tap-bedrijf Tapvraag heeft voorrang op cv-vraag. Detectie vindt plaats middels een stromingsschakelaar.
Het toestel moduleert op basis van de setwaarde van de tap-NTC. Na einde tapping (gedetecteerd door de stromingsschakelaar) zal het toestel nog in bedrijf blijven tot de setwaarde van de retour-NTC bereikt is. Vervolgens blijft de pomp nog gedurende 15 seconden bekrachtigd om alle nog aanwezige restwarmte in het voorraadvat te pompen. Gedurende deze tijd zal een vanuit cv optredende warmtevraag niet gehonoreerd worden. Indien er vervolgens geen warmtevraag meer optreedt, zal na 3,5 uur het voorraadvat opgewarmd worden (dit opwarmen duurt ongeveer 20 seconden). Indien het non-combitoestel wordt voorzien van een externe boiler die voorzien is van een thermostaat dan wordt de warmtevraag voor warmwater verkregen door de schakelactie van deze thermostaat. Deze thermostaat bepaalt tevens de hysterese (verschil in °C tussen in en uitschakelen van het toestel).
Wordt de aanvoertemperatuur 90°C dan zal het toestel uitschakelen en bij aanhoudende warmtevraag weer inschakelen bij een temperatuur kleiner dan 85°C. Indien de externe boiler wordt voorzien van een NTC dan vindt detectie en warm houden van de boiler plaats op een temperatuur van 60°C. 5. 4 Service-Bedrijf Het is mogelijk om het toestel gedurende 11 minuten geforceerd op minimale of maximale cv-toerental te laten branden voor servicedoeleinden. Houd de mode-toets ( ) (zie fig. 3) gedurende 10 seconden ingedrukt, het cijfer 0 verschijnt op het display (knipperend). Tevens is een sleutelsymbool waarneembaar. Druk op de + en/of – toets totdat de servicecode** verschijnt. Druk vervolgens de -toets om de keuze te bevestigen. Druk vervolgens op de + en/of – toets totdat het cijfer 8 verschijnt. Bevestig wederom door de -toets in te drukken.
Druk tenslotte op de + en/of – toets totdat het cijfer 1 (geforceerd laag) of het cijfer 2 (geforceerd hoog) verschijnt. Gedurende het geforceerd in bedrijf zijn, is er een koffersymbool op het display zichtbaar. Indien men ten behoeve van servicedoeleinden meer dan deze 11 minuten nodig heeft, dient men te resetten en het toestel opnieuw geforceerd te laten branden. **-servicecode is op aanvraag bij renova bulex verkrijgbaar.
Installatie voorschriften ThermoMaster F 24 E, F AS 28 E, F 28 E 346 BESTURING DOOR DE HOOFDPRINTPLAAT 6.1 Algemeen Nadat de voedingsspanning is ingeschakeld, of nadat de ketel is gereset, worden de driewegklep en de pomp kortstondig bekrachtigd. Indien er binnen 24 uren geen warmtevraag optreedt, wordt deze procedure herhaald. In deze situatie wordt de pomp gedurende 30 seconden bekrachtigd. Dit gebeurt om te voorkomen dat de pomp en/of de driewegklep vast gaat zitten. 6.2 Bediening + weergave op display (gebruikersmode) Het bedieningspaneel bevat 3 toetsen (“+” “-“ en “ ”) en een display (zie fig.3). Door kortstondig de “mode”-toets ( in fig.3) in te drukken, kunnen de verschillende “modes” op het display zichtbaar gemaakt worden en kunnen de bijbehorende ingestelde waardes afgelezen worden. Figuur 3. Bedieningspaneel met display Het display is uitgerust met een verlichting.
Door op een willekeurige toets te drukken, wordt deze verlichting (LED) geactiveerd. 6.2.1 Setpoint aanvoertemperatuur cv-bedrijf Druk zo vaak op de menutoets tot het symbool voor cv op het display verschijnt (zie fig. 4). Vervolgens is het mogelijk om, door op de + of de – toets te drukken, de setwaarde (ingestelde waarde) van de aanvoertemperatuur te wijzigen. Indien een buitenvoeler of een “open-therm”-kamerthermostaat is aangesloten, is deze setwaarde van de aanvoertemperatuur niet meer te veranderen. De setwaarde van de buitenvoeler wordt weergegeven op het display. Figuur 4. Veranderen setpoint aanvoertemperatuur
Installatie voorschriften ThermoMaster F 24 E, F AS 28 E, F 28 E 356.2.2 Sanitair temperatuur instellingen Druk zo vaak op de menutoets tot het symbool voor sanitairgebruik op het display verschijnt (zie fig. 5). Vervolgens is het mogelijk om, door op de + of de – toets te drukken, de setwaarde van de taptemperatuur te wijzigen ( bij gebruik van een modulerende ”open-therm”-kamerthermostaat moet de setwaarde via de thermostaat ingesteld worden. Als de modulerende “open-therm”-kamerthermostaat geen sanitairfunctie heeft, dient ingesteld te worden zoals hierboven omschreven). Indien een temperatuur < 50 ° C ingesteld is, verschijnt het “eco”symbool op het display (zie fig. 5). Figuur 5. Instellingen sanitairgebruik 6.2.3 Diverses modes Het is voor de gebruiker mogelijk om 4 verschillende modes (zie fig. 6) in te stellen.
Deze modes zijn in te stellen door net zo lang op de modetoets ( ) te drukken tot dat de tekst “mode” op het display verschijnt. Vervolgens kan men door op de + of de – toets te drukken de diverse modes op het display laten verschijnen (de geselecteerde mode wordt aangegeven door een knipperende pijlpunt aan de linkerzijde van het display). Zomerbedrijf alleen warmwaterbedrijf Alleen cv-bedrijf Winterbedrijf, warmwater-en cv-bedrijf Alleen vorstbeveiliging actief Figuur 6. Symbolen diverse modes
Installatie voorschriften ThermoMaster F 24 E, F AS 28 E, F 28 E 36 6.2.4 Weergave display, geen warmtevraag Na het veranderen van een instelling verschijnt binnen 10 seconden de weergave van de systeemdruk in bar en de actuele waarde van de aanvoertemperatuur (dus niet de setwaarde). Indien alleen warm waterbedrijf geselecteerd is, verschijnt alleen de weergave van de systeemdruk in bar op het display. 6.2.5 Weergave display, buitenvoeler Indien er een buitenvoeler is aangesloten, wordt dit middels een symbool in de vorm van een huisje rechts naast de waarde van de aanvoertemperatuur weergegeven. (zie fig. 7). Figuur 7. Weergave display bij toepassing van een buitenvoeler 6.2.6 Weergave display, warmtevraag aanwezig Indien er een warmtevraag aanwezig is, verschijnt op het display het vlamsymbool (zie fig.8).
Door middel van kleine horizontale balkjes naast het vlamsymbool wordt het toestelvermogen van dat moment gesymboliseerd (veel streepjes betekent hoog vermogen). Indien er warmtevraag voor cv is, verschijnt er tevens een radiatorsymbool op het display (zie fig. 8). Bij tapvraag is er een kraansymbool zichtbaar (zie fig. 8). Let op tapvraag heeft altijd voorrang op cv-warmtevraag. Gedurende afwezigheid kan men het toestel in de vorstbeveiligingsmode zetten. Op dat moment is er een koffersymbool op het display zichtbaar (zie fig. 8). Figuur 8. Display symbolen behorende bij warmtevraag
Installatie voorschriften ThermoMaster F 24 E, F AS 28 E, F 28 E 377 INSTALLATIE 7. 1 Installatie normen De installatie van deze verwarmingsketel moet door een bevoegde installateur worden uitgevoerd en voldoen aan de van krachte zijnde officiële teksten en reglementeringen, meer bepaald aan: • De normen NBN D 51003, D 30003 enD 61001 • Het algemeen reglement op de elektrische installaties (AREI) De wand waaraan de verwarmingsketel wordt opgehangen, moet brandvrij zijn en de verwarmingsketel moet zich op voldoende afstand van brandbaar materiaal bevinden. 7. 2 Plaatsen toestel 1- Monteer de ophangstrip waterpas tegen de muur. Zorg er voor dat aan weerszijden van het toestel minimaal 10 cm vrij ruimte ter beschikking blijft ten behoeve van onderhoud aan het toestel. 2- Hang het toestel met de omzetting die aan de bovenkant zit in de ophangstrip.
3- Verwijder de afdichtingsttoppen van de aansluitleidingen. Plaats de buisset die met het toestel geleverd is. Let op : er kan vuil water uit het toestel lopen. 4- Vul de sifon met leidingwater. 5- Controleer dat er geen water en gaslekken zijn. 7. 3 Verwarmingskring 7. 3. 1 Algemeen Monteer de leidingen, ter voorkoming van geluid, spanningvrij Neergaande leidingen moeten worden voorzien van een ontluchtingsmogelijkheid. De pH-waarde van het cv-water dient tussen de 4 en de 8,5 te liggen. 7. 3. 2 Ontluchting Voorzie de installatie op het hoogste punt van een ontluchtingsmogelijkheid. 7. 3. 3 Vullen en aftappen Voor het vullen of aftappen dient de stekker uit de wandcontactdoos genomen te worden. Voordat men gaat vullen, dient men de installatie te spoelen met schoon leidingwater. Het toestel zelf is niet voorzien van een vul-en-aftapkraan.
Alleen de buffertank is voorzien van een aftapkraan. Men dient te vullen middels de kraan die in de installatie is opgenomen (of opgenomen dient te worden). Vul het toestel tot een druk tussen de 1,5 bar en de 2 bar.
Het toestel (niet de installatie) wordt ontlucht door twee, boven op het toestel gemonteerde, automatische ontluchters. De ontluchters dienen geopend te worden voor ingebruikstelling. Draai hiervoor de plastic dopjes boven op de ontluchters los. 7. 3. 4 Werkdruk De ketel dient in koude toestand gevuld te worden tot een druk tussen de 1,5 en de 2 bar. In de installatie dient in de aanvoerleiding, zo dicht mogelijk bij het toestel, een overstortventiel opgenomen te worden. Dit ventiel dient te openen bij een druk van 3 bar (½" ontlastcapaciteit 100 kW). In de retourleiding, zo dicht mogelijk bij het toestel, dient een expansievat geplaatst te worden. Het niet plaatsen van deze twee toebehoren zal het toestel ernstig beschadigen. Plaats geen afsluitkraan tussen het overstortventiel en de ketel.
Installatie voorschriften ThermoMaster F 24 E, F AS 28 E, F 28 E 387.3.5 Thermostaatkranen Bij toepassing van alleen thermostaatkranen dient men in de installatie, zo ver mogelijk van de ketel verwijderd, een bypass te installeren. Deze dient zodanig ingeregeld te zijn dat een minimale flow van 400 liter/h over het toestel gewaarborgd is (zie fig. 9). 7.3.6 Toevoegmiddelen Ter bescherming van de aluminium warmtewisselaar is het niet toegestaan om aan het cv-water toevoegmiddelen toe te dienen. 7.4 Sanitairaansluiting + condensafvoer De aansluitingen voor sanitair koud en sanitair warm zijn weergegeven in de maatschetsen (zie fig. 2 ). 7.4.1 Inlaatcombinatie In de koud waterleiding dient een inlaatcombinatie geplaatst te worden die voorzien is van een terugslagklep, een overstort ventiel (8 bar) en een afsluiter. (zie figuur 9 bis). Deze is aan te sluiten aan een afvoerleiding.
7.4.2 Doseerventiel In het koudwatercircuit zijn een doseerventiel (fig. 1 bij ingang flowsensor (pos. 24)) en een filter (fig. 1 pos 20) opgenomen. Het filter dient regelmatig geïnspecteerd en eventueel gereinigd te worden 7.4.3 Thermostatische (sanitair)mengkranen Bij toepassing van thermosstatische mengkranen dient men er voor te zorgen dat de weerstanden in koud en warmwatercircuit nagenoeg gelijk zijn. Bij snel sluitende kranen kan men in de leidingen waar drukgolven optreden een waterslag demper plaatsen. 7.4.4 Condensafvoer Omdat er in een HR-top toestel condens ontstaat, dient er een voorziening gemaakt te worden om dit water af te voeren. Aan de benedenzijde van het toestel is een sifon geplaatst (zie fig. 10). De aan het sifon bevestigde afvoerslang dient op het riool aangesloten te worden middels een open verbinding.
Voordat het toestel in bedrijf genomen wordt, dient het sifon gevuld te worden met leidingwater. Verwijder de clip (zie fig. 10) door deze naar voren te trekken. Verwijder vervolgens het sifon en vul dit met water. Plaats tenslotte het sifon terug en monteer de clip.
Installatie voorschriften ThermoMaster F 24 E, F AS 28 E, F 28 E 40 7.5 Luchttoevoer en verbrandingsgasafvoer 7.5.1 Opstellingsmoglijkheden Het toestel mag als open en als gesloten toestel aangesloten worden. De opstellingsmogelijkheden voor gesloten toestellen zijn weergegeven in figuur 11 (uitvoering A, C, D en E) en in detail uitgewerkt in de figuren 13 t/m 15. De opstellingsmogelijkheid voor een open toestel is weergegeven in figuur 11 (uitvoering B). Uitvoering B betreft de vrije uitmonding. 7.5.2 Gesloten toestel in meervoudige toepassing (C4) De luchttoevoer en de verbrandingsgas afvoer worden voor meerdere toestellen gecombineerd. Deze gecombineerde systemen worden aangeduid als CLV-systemen (combinatie van luchttoevoer- en verbrandingsgasafvoersystemen ).
Installatie voorschriften ThermoMaster F 24 E, F AS 28 E, F 28 E 41 Figuur 11 bis: Verschillende mogelijkheden van aansluitingen voor verbrande gassen en verse lucht De toestellen van het type C, de leidingen voor aanvoer van verbrandingslucht en voor afvoer van de verbrandingsproducten en het eindstuk, vormen een functioneel onlosmakelijk deel. Zij moeten geïnstalleerd worden conform met de instructies van de fabrikant die in de technische installatievoorschriften zijn opgenomen. Geen ramen noch openingen Ramen en deuren Min. 1mMin. 2mA = afstand tot deze zijmuur of luifel B = lengte van de zijmuur of luifel A ≥ B als A kleiner is dan 1 meter ------------------------------------------------------------ H = hoogte vanaf de grond 2,2m t.o.v. de begaanbare weg 0,5m op gesloten terrein ------------------------------------------------------------ Uitmonding t.o.v.
Installatie voorschriften ThermoMaster F 24 E, F AS 28 E, F 28 E 42 7. 6 Vorstbeveiliging Bij een door de NTC gemeten aanvoertemperatuur van 7 °C zal door de branderautomaat de pomp ingeschakeld worden. Daalt de temperatuur nog verder, dan zal bij een door de NTC gemeten aanvoertemperatuur van 3°C het toestel gaan branden totdat de aanvoertemperatuur een waarde van 10°C bereikt heeft. De pomp blijft vervolgens nog 15 minuten ingeschakeld. Dit is geen beveiliging om het bevriezen van radiatoren te voorkomen. Om vorstgevoelige radiatoren tegen vorst te beschermen, kan men een vorstthermostaat parallel aan de kamerthermostaat aansluiten. Het verdient aanbeveling om bij vorst alle radiatoren te openen en de kamerthermostaat niet in te stellen op een waarde lager dan 15°C. 7. 7 Gastechnisch 7. 7.
1 Algemeen De gasaansluiting dient gemaakt te worden in overeenstemming met “Voorschriften voor aardgasinstallaties” Het is streng verboden om ter plaatse de belasting te regelen in functie van de verdeelde gas. 7. 7. 2 Leidingen Controleer de gasleiding op vervuiling. Afpersen met druk mag gebeuren met een druk van maximaal 150 mbar (buiten het toestel, dus exclusief het gasblok). 7. 8 Elektrotechnisch De electrische installatie dient te worden aangelegd in overeenstemming met de bepaling zoals die vermeld staan in de normen. 7. 8. 1 Voeding Het toestel is voorzien van een snoer met een randgeaarde stekker voor 230V/50 Hz aansluiting op een randgeaarde wandcontactdoos. Deze aansluiting dient vanaf het toestel goed toegankelijk te zijn. De buiten het toestel liggende lengte van het snoer bedraagt 1 meter.
Om gevaarlijke situaties te vermijden, dient dit snoer, indien het beschadigd wordt, vervangen te worden door een erkend installateur of bulex service. 7. 8. 2 Bedrading Het bedradingsschema is weergegeven in fig. 16. De bedrading zoals die door de fabriek is aangebracht mag niet gewijzigd worden. 7. 8. 3 Kamerthermostaten 7. 8. 3. 1 Aan/uit-thermostaat.
De aansluitingen voor de schakelende thermostaat dienen aangesloten te worden op het kroonsteentje dat zich op de achterplaat van de elektronicabox bevindt (zie fig. 12). De anticipatiestroom dient op en waarde van 0,1 A ingesteld te worden. 7. 8. 3. 2 OpenTherm-modulerende thermostaat. De aansluitingen voor de communicerende kamerthermostaat dienen op de 3-polige kroonsteen die zich aan de achterzijde van de control box bevindt, aangesloten te worden (zie fig. 12) Als de OpenTherm modulerende thermostaat een instelling heeft voor warm water is het raadzaam om deze op 63 graden in te stellen. Voor het aansluiten van de OpenTherm-modulerende thermostaat dient het toestel spanningsloos gemaakt te worden.
Installatie voorschriften ThermoMaster F 24 E, F AS 28 E, F 28 E 437.8.3.3 Buitenvoeler Voor het aansluiten van de buitenvoeler dient het toestel spanningsloos gemaakt te worden. De buitenvoeler dient op de koudste gevel van het huis (noordoost) in de schaduw geplaatst te worden. De buitenvoeler dient elektrisch op de 6-polige kroonsteen die zich aan de achterzijde van de control box bevindt, aangesloten te worden. Door verandering van waarde van de parameters 3,4,6 en 7 (zie hoofdstuk parameters) is het mogelijk om diverse stooklijnen in te stellen (zie fig. 13). De stooklijn kan beginnen bij een buitentemperatuur die ligt tussen de 6 en de 25 °C (parameter 7) De voettemperatuur is instelbaar middels parameter 3. De steilheid van de lijn wordt ingesteld middels parameter 6. De maximale aanvoertemperatuur wordt ingesteld middels parameter 4.
Figuur 12 Aansluitingen kamerthermostaat op 6-polige kroonsteen 7.8.4 Externe voorraadboiler Indien op het toestel een voorraadboiler wordt aangesloten, dient er gebruik gemaakt te worden van een elektrische 230 V driewegklep (zie fig. 16). Deze boiler kan uitgerust zijn met een NTC of een aan/uit-thermostaat. Beide dragen in dat geval zorg voor detectie en regeltemperatuur. De maximale aanvoertemperatuur bedraagt bij deze toepassing 87 graden. A A – anticipatieweerstand B - kamerthermostaat aan/uit of OpenTherm® C – buitenvoeler D – voorraadboiler Oranje Geel Blauw Rood Wit Blauw * Sluit de kamerthermostaat aan, en verwijder de blauwe draad. *Blauw B C D
Installatie voorschriften ThermoMaster F 24 E, F AS 28 E, F 28 E 44 Figuur 13 Voorbeelden stooklijnstellingen 7.8.5 Pomp De op 3 standen instelbare pomp is van het type Wilo AHUr 15/6 PN 6 IP 44 Class F TF 95 Van deze éénfasepompen worden de technische specificaties vermeld in fig. 14 en in onderstaande tabel. Bij combitoestel altijd stand 3 instellen. 012345600,250,50,7511,251,51,752Pompstand 2Pompstand 3KetelweerstandRestcurve 3Restcurve 2 Figuur 14. Ketelweerstandsgrafiek Pompstand Maximaal opgenomen vermogen in watt Toerental in omw/min Stroom in A Condensator Spanning Frequentie 3 86 2200 0,38 2 64 1900 0,30 1 44 1450 0,20 2.6 µF 400 VDB 230 V 50 Hz Figuur 15. Pompgegevens Weerstand ( meter watercolonne) Debiet ( m³/h )
Installatie voorschriften ThermoMaster F 24 E, F AS 28 E, F 28 E 8 PARAMETERS Het is mogelijk om een aantal parameters in te stellen middels de op het bedieningspaneel aanwezige toetsen (zie fig. 3). Hiervoor dient men eerst de servicecode in te geven (zie hoofdstuk servicebedrijf). Nadat de gewenste parameter op het display verschijnt (door op de +/- toetsen te drukken), dient deze middels de -toets bevestigd te worden. Vervolgens kan men middels de +/- toetsen de ingestelde waarde wijzigen. Een aantal parameters is niet te wijzigen. Deze zijn alleen maar uit te lezen. Tevens zijn er een aantal parameters die alleen maar door de fabrikant gewijzigd kunnen worden. De parameters met hun omschrijving, hun ingestelde waarde en hun instelbereik zijn in onderstaande tabel weergegeven. Tevens is hierbij aangegeven of de parameter door de installateur of door de fabrikant instelbaar is.
Installatie voorschriften ThermoMaster F 24 E, F AS 28 E, F 28 E 479 STORINGEN 9. 1 Algemeen Indien er geen cijfers op het display zichtbaar zijn, dient men te controleren of de stekker in het stopcontact zit. Beweeg de “reset”-knop eenmaal op en neer (zie fig. 17). Zijn er nu cijfers op het display aanwezig. Indien dit het geval is, controleer dan vervolgens of er 230 V op de aansluitingen van connector H8 (zie fig. 15) aanwezig is. Zo ja, ga dan verder met het volgende : Alvorens verder te gaan dient eerst de stekker uit de wandcontactdoos verwijderd te worden Controleer of er sprake is van kortsluiting in de pompbekabeling, de bekabeling van connector H3 of in de bekabeling van de Iris-kaart (controleer ook op slechte contacten) naar de displaykaart. Controleer vervolgens de zekering (125 mAT) op de Iris-kaart (zie fig. 16).
Nadat bovenstaande zaken gecontroleerd (en eventueel verholpen) zijn, dient de stekker teruggeplaatst te worden in de wandcontactdoos. Indien er nog steeds geen cijfers op het display zichtbaar zijn, is of de displaykaart of de Iris-kaart defect. 9. 1. 1 Toestel reageert niet op kamerthermostaatvraag Controleer de kamerthermostaat met zijn bedrading (kabelbreuk). Bij toepassing van een buitenvoeler dient de voeler en zijn bedrading gecontroleerd te worden. Controleer de bedrading die van de kroonsteen (zie fig. 12) naar de connector van de OpenTherm-interface loopt en de bedrading die van de OpenTherm-interface naar connector J15 van de Iris-kaart loopt (zie fig. 16). Controleer de zekering in de transfo (zie fig. 16), de ventilator en de bijbehorende bedrading. 9. 1. 2 Toestel reageert niet op boilervraag Controleer de tap NTC en de flowsensor en hun bedrading.
Bij toepassing van een externe boilerthermostaat dient de werking van deze thermostaat gecontroleerd te worden evenals de bedrading van deze thermostaat. Controleer de zekering in de transfo (zie fig. 16), de ventilator en de bijbehorende bedrading. 9. 1.
3 Vergrendelende storingen Een vergrendelende storing wordt weergegeven middels een knipperend lampje (rood zie fig. 17) op het frontpaneel van de elektronica. Na opening van het klepje is het display zichtbaar en kan de foutcode (F gevolgd door een cijfer) afgelezen worden. Te lage en te hoge waterdruk en ontsteekstoringen en worden middels de letter F en een apart symbool weergegeven (zie fig. 18). In geval van storing knippert dit lampje Figuur 17. Positie "reset"-knop.
Installatie voorschriften ThermoMaster F 24 E, F AS 28 E, F 28 E 48 Ontsteekstoring Watergebrek storing Andere storing. Figuur 18. Vergredelende storingen, storingsindicaties Indien de aanvoertemperatuur te hoog wordt, knippert het rode lampje ook. In dit geval is er echter geen sprake van een vergrendelende storing. Zodra de temperatuur niet meer te hoog is, zal het lampje niet meer knipperen. 9.2 Tapstoringen 9.2.1 Onvoldoende tapwater - Perlators in kranen vervuild - Onvoldoende voordruk in leidingnet - Doseerventiel vervuild (zie fig. 1, pos 24) - Sanitaire filter vervuild (zie fig. 1, pos 20) 9.2.2 Te lage tapwatertemperatuur - Doseerventiel defect, debiet te groot - Te laag ingestelde waarde van tapwatertemperatuur (zie fig. 6) - Boilerbedrijf uitgeschakeld (zie fig.
-Hoofdprintplaat of pompkabel vervangen -Radiatoren openen Ontluchters openen en/of ontluchten -Aanvoer NTC herstellen, zonodig vervangen F 6 Aanvoer-NTC fout NTC of bedrading defect Controleer bedrading en NTC, vervangen als nodig F 7 Tap-NTC fout NTC of bedrading defect Controleer bedrading en NTC, vervangen als nodig F 8 Boiler-NTC fout bij gebruik van een externe boiler NTC of bedrading defect Controleer bedrading en NTC, vervangen als nodig. Controleer parameter 9. F 9 Waterdruksensor Sensor of bedrading defect Controleer de bedrading. Is deze in orde, vervang dan de sensor F 10 Retour NTC NTC of bedrading defect Controleer bedrading en NTC, vervangen als nodig F 11 Geen signaal op hoofdprintlaat Controleer bedrading en user interface.
Installatie voorschriften ThermoMaster F 24 E, F AS 28 E, F 28 E 50F..20 Software niet compatibel F..21 Waterdruk systeem te laag Lekkage Lekkage opsporen (expansievat) en verhelpen F 22 Waterdruk systeem te hoog Defect expansievat. Systeem te hoog in druk gevuld Expansievat controleren en eventueel vervangen Druk aflaten F 24 Retourtemperatuur > 90°C Onvoldoende circulatie of geen circulatie Zie F 5 Weerstand installatie te groot, bypass onvoldoende F 25 Te snelle stijging aanvoertemperatuur Zie F 5 Weerstand installatie te groot, bypass onvoldoende F 26 Te groot temperatuursverschil tussen aanvoer- en retourtemperatuur Zie F 5 Weerstand installatie te groot, bypass onvoldoende 10 ONDERHOUD Laat na het eerste jaar een inspectiebeurt aan het toestel uitvoeren door een erkend installateur.
Deze installateur kan aan de hand van de inspectie en omstandigheden de onderhoudstermijn vaststellen. Neem de stekker uit de wandcontactdoos. Verwijder de sifon (zie fig. 10) en reinig deze. Vul de sifon weer met water en plaats deze terug. Verwijder de clip van de gasleiding boven het gasblok. Draai het moertje dat aan de vuurhaard van de warmtewisselaar bevestigd is (zie fig. 19), los. Haal de ventilatorklembeugel er uit (door deze naar voren te trekken). De brander en de ventilator kunnen vervolgens uitgenomen en geïnspecteerd worden. Inspecteer de verbrandingskamer + de brander en reinig deze eventueel met een nylon borstel (nooit met staalborstel). Vervang eventueel beschadigde pakkingen. Monteer tenslotte alles. Let hierbij op de juiste positionering van brander, ventilator en ventilatorklembeugel. Figuur 19. Montage en demontage brander en ventilator
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Renova Bulex ThermoMaster HR TOP F AS 28 E stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Verwarmingsketel Renova Bulex
Handleiding Verwarmingsketel
Nieuwste handleidingen voor Verwarmingsketel