Renkforce RF-ARAR-400 Handleiding

Renkforce Autoradio RF-ARAR-400

Bekijk gratis de handleiding van Renkforce RF-ARAR-400 (28 pagina’s), behorend tot de categorie Autoradio. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 13 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Renkforce RF-ARAR-400 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/28
Gebruiksaanwijzing
RF-ARAR-400 DAB autoradio
Bestelnr. 3042745

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Renkforce
Categorie: Autoradio
Model: RF-ARAR-400

Handleiding Renkforce RF-ARAR-400 – volledige tekst

32 InleidingGeachte klant,Hartelijk dank voor de aankoop van dit product. Bij technische vragen kunt u zich wenden tot onze helpdesk. Voor meer informative kunt u kijken op www. conrad. nl of www. conrad. be3 Bedoeld gebruikDe Renkforce-autoradio is bedoeld om radiozenders in voertuigen te kunnen ontvangen, om audiogegevens van de bijbehorende opslagmedia weer te geven en de op die manier verkregen audiosignalen te versterken en weer te geven. Bovendien dient het als handsfreesysteem en als afspeelapparaat voor mobiele telefoons met Bluetooth®. Het apparaat moet voor het afspelen op luidsprekers worden aangesloten. Dit product is alleen geschikt voor aansluiting op een 12 V-gelijkspanning boordnet met de negatieve pool van de accu aan de carrosserie. De autoradio mag alleen in voertuigen met dit soort boordspanning worden ingebouwd en gebruikt.

Door deze manier van inbouwen moet de gebruiker ervoor zorgen dat het apparaat beschermd wordt tegen water en vocht. Contact met vocht moet onder alle omstandigheden worden vermeden. Als het product voor andere doeleinden wordt gebruikt dan de hiervoor beschreven doeleinden, dan kan het product beschadigd raken. Onjuist gebruik kan leiden tot kortsluiting, brand of andere gevaren. Het product voldoet aan alle wettelijke-, nationale- en Europese normen. In verband met veiligheid en normering zijn geen aanpassingen en/of wijzigingen aan dit product toegestaan. Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en bewaar deze goed. Geef het product uitsluitend samen met de ge-bruiksaanwijzing door aan derden. Het handelsmerk Bluetooth® is een gedeponeerd handelsmerk van Bluetooth SIG, Inc. Het gebruik van dit handels-merk gebeurt onder licentie.

45 Eigenschappen en functies DAB+ ontvangergedeelte voor digitale radio-ontvangst FM-radiogedeelte met RDS-functie USB- en SD-poort Bluetooth® handsfreesysteem Muziekweergave via Bluetooth-interface (A2DP) Hoog uitgangsvermogen (4 x 40W max.) Voorversterkeruitgang voor de aansluiting van een vermogensversterker Aansluiting voor externe audiobronnen aan de voorzijde van het apparaat Elektronische geluidssterkte-, diepte-, hoogte-, fade- en balancerregeling Digitale signaalprocessor voor het aanpassen van de geluidskarakteristiek aan verschillende muzieksoorten Loudness-schakeling Nauwkeurige elektronische afstemming van de FM-zenders door de PLL-tuner 24 programmeerbare stationsgeheugens (18x FM, 6x DAB) Handmatige en automatische zenderzoekfunctie in beide richtingen Automatisch opslaan van zenders ID3-tagweergave ISO-aansluiting IR-afstandsbediening6 Nieuwste productinformatieDownload de meest recente gebruiksaanwijzing via onderstaande link www.conrad.com/down-loads of scan de afgebeelde QR-code.

58 VeiligheidsinstructiesLees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en let vooral op de veiligheidsinstructies. Als u de veiligheidsinstructies en informatie voor correct gebruik in deze handleiding niet in acht neemt, dan aanvaarden wij geen aansprakelijkheid voor letsel of materiële schade. Bovendien vervalt in dergelijke gevallen de aansprakelijkheid/garantie. 8. 1 Algemeen Het product is geen speelgoed. Houd het buiten bereik van kinderen en huisdieren. Laat het verpakkingsmateriaal niet zomaar rondslingeren. Dit kan gevaarlijk materiaal worden voor spelende kinderen. Als u vragen hebt die niet met dit document kunnen worden beantwoord, neem dan contact op met onze techni-sche klantenservice of ander gespecialiseerd personeel. Laat onderhoud, aanpassingen en reparaties alleen uitvoeren door een specialist of in een servicecentrum. 8.

2 Algemeen gebruik Behandel het product met zorg. Schokken, stoten of vallen, zelfs van geringe hoogte, kunnen het product be-schadigen. 8. 3 Gebruiksomgeving Stel het product niet bloot aan welke mechanische belasting dan ook. Bescherm het product tegen extreme temperaturen buiten de specicaties in de technische gegevens, tegen sterke schokken, ontvlambare gassen, dampen en oplosmiddelen. Bescherm het product tegen vochtigheid en nattigheid. Gebruik het product uitsluitend in een gematigd klimaat, niet in een tropisch klimaat. Vermijd een gebruik van het apparaat in de onmiddellijke omgeving van sterke magnetische of elektromagneti-sche velden, zendantennes of HF-generatoren. Anders bestaat de mogelijkheid dat het product niet naar behoren functioneert. 8. 4 Batterijen/accu’s Let op de juiste polariteit bij het plaatsen van de batterij in de afstandsbediening.

Verwijder de batterij wanneer deze langere tijd niet wordt gebruikt om schade door lekkage te voorkomen. Lek-kende of beschadigde batterijen kunnen bij contact met de huid brandwonden door zuur veroorzaken.

Gebruik daarom veiligheidshandschoenen om beschadigde batterijen aan te pakken. Bewaar batterijen buiten het bereik van kinderen. Laat batterijen niet rondslingeren omdat het gevaar bestaat dat kinderen of huisdieren ze inslikken. Batterijen mogen niet uit elkaar worden gehaald, worden kortgesloten of in open vuur worden gegooid. Probeer nooit niet-oplaadbare batterijen op te laden. Er bestaat explosiegevaar.

68.5 Montage en aansluiting Deze montagehandleiding geldt niet voor alle voertuigtypen. Vanwege het grote aantal fabrikanten en voertuig-typen dient de volgende informatie als algemene richtlijn. Neem bij voertuigspecieke vragen contact op met de producent of een servicecentrum. Onjuiste installatie en -bedrading kunnen schade veroorzaken aan het elektrische systeem van het voertuig, waaronder aan belangrijke computer- en besturingssystemen. Dit kan tot ongevallen of brand leiden, met materi-ele en/of zwaar persoonlijk letsel tot gevolg. Wij bevelen aan de installatie en aansluiting door een gekwaliceerde motorvoertuigenelektricien uit te laten voeren.8.6 Gebruik Raadpleeg een expert wanneer u twijfelt over het juiste gebruik, de veiligheid of het aansluiten van het apparaat.

Als het niet langer mogelijk is het product veilig te gebruiken, stel het dan buiten bedrijf en zorg ervoor dat nie-mand het per ongeluk kan gebruiken. Zie er ABSOLUUT vanaf het product zelf te repareren. Veilig gebruik kan niet langer worden gegarandeerd wanneer het product: – zichtbaar is beschadigd, – niet meer naar behoren werkt, – gedurende langere tijd onder ongunstige omstandigheden werd opgeslagen of – onderhevig is geweest aan ernstige transportgerelateerde belastingen. Een te hoog geluidsvolume in de auto heeft tot gevolg dat u akoestische waarschuwingen misschien niet meer hoort. Daardoor ontstaat er gevaar voor u en andere verkeersdeelnemers. Let daarom op dat het geluidsvolume niet te hoog staat. Onachtzaamheid in het verkeer kan tot ernstige ongevallen leiden.

Het bedienen van het audiosysteem mag al-leen als de verkeerssituatie dit toelaat en u door de bediening van het systeem niet wordt afgeleid van het verkeer. Luister niet te lang naar te hard afgespeelde muziek. Hierdoor kan het gehoor beschadigd raken.

810 InstallatieBelangrijk: – Kies de inbouwpositie zorgvuldig, zodat het apparaat de normale rijactiviteiten van de bestuurder niet hindert en hem/haar niet aeidt van de verkeerssituatie. – Gebruik alleen het meegeleverde montagemateriaal om een veilige montage te garanderen. – Wijzigingen aan het voertuig, die door het inbouwen van de autoradio of andere componenten nodig zijn, moeten altijd zo worden uitgevoerd, dat hierdoor geen beperking van de verkeersveiligheid of van de con-structieve stabiliteit van de auto ontstaat. Bij veel motorvoertuigen maakt het uitzagen van een stukje plaat-werk het bedrijfscerticaat reeds ongeldig. – Omdat het apparaat bij gebruik warmte opwekt, moet de inbouwlocatie ongevoelig zijn voor warmte. – Vergewis u er voor het uitvoeren van de bevestigingsboringen van dat hierdoor geen elektrische snoeren, remleidingen, de benzinetank e. d. beschadigd worden.

– Als er gaten in de carrosserie van uw voertuig worden geboord, dan moeten de boorspaanders verwijderd worden en de blanke plaatdelen met passende maatregelen (met kleur- en conserveringsspray behandelen) tegen roest beschermd worden. – Neem bij het gebruik van gereedschap voor het inbouwen van uw auto-HiFi-componenten altijd de veilig-heidsinstructies van de fabrikant van het betreffende gereedschap in acht. – Houd bij de montage van de autoluidsprekers resp. uw hi-installatie rekening met het gevaar dat er bij een ongeluk verwondingen kunnen ontstaan door losgerukte apparatuur. Bevestig daarom elk onderdeel stevig op een plaats waar het geen gevaar vormt voor de inzittenden. In de meeste voertuigen voorziet de fabrikant in een installatieruimte voor een autoradio. De keuze voor deze in-bouwplaats is vanuit veiligheidstechnisch oogpunt gemaakt.

Deze afmetingen zijn genor-meerd en worden normaal gesproken door alle autofabrikanten aangehouden. Controleer vóór het installeren van het apparaat de diepte van de beoogde inbouwlocatie. Voor de installatie is een diepte van ongeveer 80 mm vereist. Wanneer geen inbouwuitsparing aanwezig is, vraag dan uw dealer naar de beste inbouwlocatie voor de autoradio.

910.1 Inbouw in de radiosleuf1. Ontgrendel het inbouwframe met de twee ontgrendelingssleutels (afb. 1, punt 1).2. Trek het inbouwframe naar achteren van het apparaat af (afb. 1, punt 2).3. Schuif het inbouwframe in de inbouwopening van het voertuig (afb. 2).4. Verbuig een paar van de sluitklemmen van het inbouwframe tot het frame goed in de inbouwopening gexeerd is (afb. 3).5. Nadat u alle elektrische verbindingen hebt aangesloten (zie “Aansluiting”), schuift u het apparaat in het inbouw-frame tot het goed vastklikt (afb. 4).Belangrijk: – Bewaar de beide ontgrendelingssleutels zorgvuldig. Deze heeft u voor een eventuele demontage van het apparaat weer nodig.10.2 Demontage1. Steek de twee ontgrendelsleutels in de sleuven aan de zijkant van het apparaatframe totdat het apparaat is ontgrendeld.2. Trek de autoradio voorzichtig uit het inbouwframe.3.

1010.3 DAB-antenneBelangrijk: – Voor geplakte montage is een minimumtemperatuur van ca. 15 °C vereist. Reinig voor de montage de plak-punten met een geschikt reinigingsmiddel (bijv. ontsmettingsalcohol). – Plak de antenne niet in de buurt van met metaal beklede raamdelen of in de buurt van verwarmingsdraden. – Plak de antenne niet in het gezichtsveld van de bestuurder. Het mag het zicht van de bestuurder niet belem-meren. – Let bij de keuze van de inbouwlocatie op de lengte van de aansluitkabels. Ze moeten tot aan de inbouwplaats van de autoradio reiken. – De DAB-antenne en de aansluitkabels mogen nooit in het activeringsgebied van een airbag worden geïnstal-leerd of gelegd.1. De antenne moet worden gemonteerd in de buurt van de bovenhoek van de voorruit en de A-zuil (vanuit het oogpunt van de bestuurder is dat rechtsboven).2.

Bepaal de montagepositie aan de hand van de volgende afbeelding.150 mm70 mm3. De zwarte elektronicabox en de antennedraad worden op de ruit geplakt, de koperkleurige massa wordt op een metalen deel van het ruitframe geplakt. Hierbij hoeft het lak op het metalen gedeelte op het raamframe niet worden verwijderd.4. Trek de beschermfolie eraf en plak de antenne zodat de kabeluitgang naar de bekleding van de A-zuil wijst.5. Na het lijmen de antenne 24 uur lang niet mechanisch belasten.6. Leg de aansluitkabels tot aan de radio-inbouwsleuf.10.4 Handsfree-microfoonBelangrijk: – De handsfree-microfoon en de bijbehorende kabel mogen zich nooit in het ontplooiingsgebied van een airbag bevinden.De handsfree-microfoon wordt geleverd met twee beugels. Eén voor montage op de zonneklep en één voor geplakte montage, bijvoorbeeld op de stuurkolombekleding.1.

1111 AansluitingBelangrijk: – De elektrische aansluiting mag uitsluitend door een vakman te worden uitgevoerd. – Om kortsluiting en daaruit voortvloeiende beschadiging van het apparaat te vermijden, moet tijdens het aan-sluiten de minpool (massa) van het voertuig afgeklemd worden. Sluit de minpool van de accu pas dan weer aan als het apparaat volledig aangesloten is en de aansluiting gecontroleerd is. – Gebruik voor het controleren van de spanning die op de boordbedrading staat uitsluitend een gewone volt-meter of een diodetestlampje omdat normale testlampen teveel stroom gebruiken en zo de elektronica in het voertuig kunnen beschadigen. – Let er bij het aanleggen van de bedrading op dat deze niet bekneld raakt of tegen scherpe randen schuurt; gebruik bij doorvoeringen rubberen ringen. – De bedrading naar de luidsprekers moet steeds tweeaderig worden uitgevoerd.

Isoleer open verbindings-plaatsen. Zorg dat de kabels niet door scherpe randen kunnen worden beschadigd. Gebruik uitsluitend luid-sprekers met voldoende belastbaarheid (zie "Technische gegevens"). Zorg dat alle luidsprekers volgens de juiste poolrichting zijn aangesloten – de plus- en min-markering moeten overeenkomen. De aansluitkabels van de luidsprekers zijn normaal gesproken gecodeerd: Sommige luidsprekerfabrikanten markeren de (+)-ka-bel met een extra gekleurde streep, andere gebruiken een geribbelde kabel voor de (+)-pool, voor de (-)-pool daarentegen een gladde kabel. Het apparaat is ontwikkeld voor gebruik met luidsprekerimpedanties van minimaal 4 Ohm. Sluit in geen geval luidsprekers met een lagere impedantie aan. – Bij de meeste voertuigen zijn de kabels voor de elektrische aansluiting en de aansluiting van de luidsprekers al tot aan de geplande inbouwsleuf aangelegd.

Als dit niet het geval is, dan moet erop worden gelet dat de achteraf ingebouwde kabels via de betreffende, geplande boordzekeringen (zie gebruiksaanwijzing van het voertuig) zijn beveiligd. 11. 1 Antenneaansluiting11. 1.

1 FM-antenne1. Sluit de antennestekker van uw voertuig aan op de FM-antenne-aansluiting (25) aan de achterkant van het ap-paraat. 2. Als uw voertuig een andere antennestekker heeft, dan dient u een passende adapter te gebruiken, die in een speciaalzaak verkrijgbaar is. 11. 1. 2 DAB-antenne1. Sluit de antennestekker van de meegeleverde DAB-antenne aan op de DAB-antenne-aansluiting (21) aan de achterzijde van de autoradio. 2. Draai de wartelmoer voor de antenne-aansluiting slechts handvast aan. 3. Sluit de andere dunne, zwarte draad van de DAB-antenne aan op de antennebesturingsuitgang van de ISO-stekker (systeemstekker A, klem 5, blauwe draad, zie ook “Luidsprekers en voeding aansluiten").

1211. 2 Aansluiting van de luidsprekers en de stroomvoorzieningVoertuigen die zijn uitgerust met een ISO-systeemstekker kunnen rechtstreeks op de ISO-aansluitklem (22) worden aangesloten met dezelfde stekkerbezetting (controleer dit vooraf. ). Bij een afwijkende stekkerbezetting moet de aan-sluiting met een voertuigspecieke in de handel verkrijgbare adapter worden uitgevoerd. Raadpleeg de volgende afbeeldingen voor de pinbezetting van de ISO-aansluitklem (22). De betreffende bezetting van de systeemstekker van uw auto kunt u bij uw dealer navragen. 11. 2. 1 Klem B (luidsprekeraansluiting)1. Luidspreker rechtsachter (+)2. Luidspreker rechtsachter (-)3. Luidspreker rechtsvoor (+)4. Luidspreker rechtsvoor (-)5. Luidspreker linksvoor (+)6. Luidspreker linksvoor (-)7. Luidspreker linksachter (+)8. Luidspreker linksachter (-)11. 2. 2 Klem A (voeding)1. niet toegewezen2. niet toegewezen3.

niet toegewezen4. Continu stroom +12V5. Antennebesturingsuitgang6. niet toegewezen7. Contact +12V8. Massa De aansluiting +12 V vaste stroom (4) moet worden aangesloten op een draad die ook bij uitgeschakeld contact permanent +12 V levert (klem 30 van de boordvoeding). Deze aansluiting wordt gebruikt voor het opslaan van de gebruikersinstellingen, de tijd, enz. De antennebesturingsuitgang (5) levert bij ingeschakeld apparaat een spanning van +12 V. Deze draad wordt gebruikt voor de voeding van de DAB-antenne en eventueel voor de inschakelspanning van een autoversterker. Hier wordt de dunne zwarte draad van de DAB-antenne aangesloten. De aansluiting contact +12V (7) moet met een kabel worden verbonden die alleen bij ingeschakeld contact +12V levert (klem 15 van het boordnet).

Æ Sluit deze aansluiting niet aan op continu stroom, omdat anders als het voertuig langere tijd niet wordt gebruikt de accu leeg kan raken. De aansluiting massa (8) wordt met de carrosserie van de auto verbonden. Æ Vanwege de steeds vaker toegepaste lijmtechnieken resp.

1311. 3 Aansluiting van de LINE-uitgangenBelangrijk: – Gebruik alleen geschikte afgeschermde tulp-kabels om de LINE-uitgangen (24) aan te sluiten. Het gebruik van andere kabels kan tot storingen leiden. – Houd de lengte van de aansluitkabels zo kort mogelijk en leg ze niet in de buurt van andere kabels. Zo worden storende effecten op de kabels voorkomen. – Om vervormingen of verkeerde aanpassingen te voorkomen die tot schade aan het apparaat kunnen leiden, mogen aan de cinchaansluitingen alleen apparaten met precies deze cinchaansluitingen aangesloten wor-den. 1. Sluit de LINE-uitgangen (24) aan de achterkant van het apparaat aan op de ingangen van de eindversterker. 2. De rode bus is de aansluiting voor het rechter kanaal en de witte bus is de aansluiting voor het linker kanaal. 11. 4 AUX-aansluiting1. Op de AUX-aansluiting (6) kan een extern audioapparaat (bijv.

draagbare MP3-speler) worden aangesloten, waar-van het signaal via de luidsprekers wordt weergegeven. 2. Sluit de AUX-aansluiting (6) aan op de audio-uitgang van het externe apparaat. 11. 5 De handsfree-microfoon aansluitenSluit de stekker van de handsfree-microfoon aan op de handsfree-microfoonaansluiting (20) op de achterkant van het apparaat. 11. 6 Batterij van de afstandsbedieningBelangrijk: – Als het apparaat voor het eerst in gebruik wordt genomen, dan is de batterij van de afstandsbediening nog door een stukje isolatiefolie tegen ontladen beschermd. Verwijder de folie voor gebruik door deze uit het bat-terijvakje van de afstandsbediening te trekken. 1 Batterijen vervangen1. Ontgrendel de batterijhouder aan de achterkant van de afstandsbediening en trek deze eruit. 2. Verwijder indien nodig de lege batterij en plaats een nieuwe 3 V lithium knoopbatterij CR2025.

1412 BedieningBelangrijk: – Neem het apparaat pas in gebruik als u de gebruiksaanwijzing hebt doorgelezen en de inhoud ervan hebt begrepen. – Controleer nog een keer of alle aansluitingen correct zijn. Klem na de controle de minpool van de boordaccu weer aan. 12. 1 Algemene bediening1 Toets PWR / MUT (2) Met deze toets wordt het apparaat in- of uitgeschakeld en wordt de mute-functie geactiveerd. Druk bij uitgeschakeld apparaat kort op de toets om het in te schakelen. Druk bij ingeschakeld apparaat lang op de toets om het uit te schakelen. Druk bij ingeschakeld apparaat kort op de toets om de mute-schakeling te activeren. Op het display (5) verschijnt MUTE ON. Om de mute-functie weer te deactiveren, drukt u nogmaals kort op de toets PWR / MUT (2). 2 Draaiknop (3) Door aan deze knop te draaien, wordt het volume aangepast.

Door op deze knop te drukken kunnen verschillende menu-instellingen worden gemaakt. Draaiknop (3) kort indrukken: Æ AF > TA > PTY > VOL > BAS > TRE > BAL > FAD > LOUD > EQ > DX/LOCAL > STEREO/MONO Draaiknop (10) lang indrukken: Æ Tijdweergave en instelling De instelmogelijkheden worden verderop in deze handleiding onder “Menu-instellingen" nader verklaart. 3 Display (5) Het display (5) toont alle informatie afhankelijk van de audiobron die momenteel wordt afgespeeld (radiogedeelte, USB-weergave, enz. ). 4 Toets MOD / (1) Deze toets wordt gebruikt om verschillende audiobronnen te selecteren en het handsfreesysteem bediend (ver-derop in deze handleiding vindt u meer informatie over de Bluetooth®-bedrijf ). Druk kort op de toets MOD / (1) om over te schakelen naar de volgende audiobron: Æ FM > DAB > USB > SD > AUX-IN > BT Æ Wanneer één van de bronnen niet actief is, d. w. z.

1512. 2 Menu-instellingenOm de menu-instellingen te selecteren, drukt u kort op de draaiknop (3) of houd u deze lang ingedrukt om de twee niveaus van het menu op te roepen. De opties bij de betreffende instelling worden geselecteerd door aan de draai-knop (3) te draaien. Æ Afhankelijk van welke bron (radiogedeelte, USB-weergave, enz. ) momenteel actief is, zijn mogelijk niet alle functies instelbaar. 1 Menupunten - Draaiknop (3) kort indrukkenAF > TA > PTY > VOL > BAS > TRE > BAL > FAD > LOUD > EQ > DX/LOCAL > STEREO/MONO Æ De menupunten zijn afhankelijk van de op dat moment actieve bron en zijn daarom niet allemaal selecteer-baar in elke bedrijfsmodus. AF ON/OFF Æ AF OFF > automatisch zendervolgen uitgeschakeld Æ AF ON > automatisch zendervolgen ingeschakeldDe AF-functie activeert de automatische zendervolging (zie “RDS als ontvangstconcept").

Æ Op het display verschijnt de aanduiding AF. Wanneer er een zwakke of helemaal geen RDS-zender wordt ontvangen, knippert de aanduiding. Bij een goed te ontvangen zender verschijnt het symbool continu. Æ Alleen met geactiveerde AF-functie kan het apparaat bij het verlaten van het zendgebied zelfstandig naar een betere zender omschakelen. TA ON/OFFDe TA-functie activeert de verkeersinformatie-identicatie (zie “RDS als ontvangstconcept”). Æ TA OFF >> verkeersinformatie-identicatie uitgeschakeld. Æ TA ON >> verkeersinformatie-identicatie ingeschakeld. Op het display verschijnt TA. Wanneer een andere bron wordt afgespeeld (bijv. USB-weergave), dan wordt het programma gedempt tijdens verkeersinformatie. Als een actuele radio-uitzending heel zacht te horen is, wordt het volume van de verkeersinformatie automatisch verhoogd tot een vooraf ingestelde waarde.

Als het zendbereik van de verkeersinformatiezender wordt verlaten, wordt automatisch naar een nieuwe radio-zender met Verkeersberichtcode (TA SEEK-weergave) gezocht. PTY-zoekopdrachtDe PTY-zoekopdracht is een zenderzoekopdracht die alleen zenders ontvangt met een bepaald programmatype-identicatie (PTY) (zie “RDS als ontvangstconcept"). Æ PTY OFF >> PTY-zoekfunctie uitgeschakeld Æ PTY SPEECH >> PTY-zoeken naar programma's met het programmatype taal Æ PTY MUSIC >> PTY-zoekfunctie naar programma's met het programmatype muziek Draai de draaiknop (3) om het gewenste programmatype (SPEECH of MUSIC) te selecteren. Druk op de bijbehorende zendertoets 1-6 (12-17) om het gewenste zendertype te selecteren (zie tabel).

16 Om naar het tweede of derde zendertype uit de tabel te gaan, drukt u nogmaals op de betreffende stationstoets. Æ Enkele seconden nadat een zendertype is geselecteerd, start automatisch het PTY-zoeken. Op het display verschijnt PTY SEEK. Æ Het zoeken stopt bij de volgende zender die het geselecteerde programmatype uitzendt. Æ Als er geen zender met het geselecteerde programmatype kan worden gevonden, verschijnt een overeen-komstige melding op het display (5).

Zendertoets Programmatype SPEECH Programmatype MUSIC1 NEWS, AFFAIRS, INFO POP M, ROCK M2 SPORT, EDUCATE, DRAMA EASY M, LIGHT M3 CULTURE, SCIENCE, VARIED CLASSICS, OTHER M4 WEATHER, FINANCE, CHILDREN JAZZ, COUNTRY5 SOCIAL, RELIGION, PHONE IN NATION M, OLDIES6 TRAVEL, LEISURE, DOCUMENT FOLK MVOL regelt het volume Æ Deze functie is over het algemeen geactiveerd zodat het menu niet altijd eerst geactiveerd hoeft te worden om het volume aan te passenBAS regelt de klank in het lage tonenbereikTRE regelt de klank in het hoge tonenbereikBAL regelt de volumeverhouding tussen de rechter en linker luidsprekersFAD regelt de volumeverhouding tussen de voorste en achterste luidsprekersLOUD ON/OFF Æ LOUD OFF >> De Loudness-functie wordt uitgeschakeld. De klank wordt niet beïnvloed. Æ LOUD ON >> De Loudness-functie wordt geactiveerd.

Het menselijk oor hoort de lage en hoge tonen bij een lager geluidsvolume slechter. Door een stijging van deze frequentiebereiken bij lage geluidsvolumes (loudness-correctie) wordt dit effect tegengegaan en de muziekweer-gave klinkt natuurlijker. EQ - EQUALIZER Æ EQ OFF >> Equalizer uitgeschakeld Æ POP >> Voorinstelling voor popmuziek Æ ROCK >> Voorinstelling voor rockmuziek Æ CLASSIC >> Voorinstelling voor klassieke muziek Æ JAZZ >> Voorinstelling voor jazzmuziek Æ FLAT >> Equalizer ingeschakeld, lineaire frequentieresponsDX/LOCAL Æ DX >> Alle zenders worden ontvangen. Æ LOCAL >> Alleen zenders met een zeer goede veldsterkte worden ontvangen.

17STEREO/MONO Æ STEREO >> De radio-ontvangst is in stereo. Æ MONO >> De radio-ontvangst is in mono. Bij slechte FM-ontvangstomstandigheden kan het gunstig zijn om de radio-ontvangst op mono te zetten. In de monomodus heeft men minder last van storing bij het gebruik van de radio. 2 Menupunten - draaiknop (3) lang indrukkenTijdweergave Æ Houd de draaiknop (3) ingedrukt totdat de tijd op het display wordt weergegeven. Æ Druk kort op de draaiknop (3) om terug te gaan naar de normale weergave. Instelling van de tijd Æ Houd de draaiknop (3) ingedrukt totdat de tijd op het display wordt weergegeven. Æ Houd de draaiknop (3) opnieuw ingedrukt totdat de urenweergave knippert. Æ Stel de uren in door de regelknop (3) te draaien. Æ Druk kort op de draaiknop (3) en stel de minuten in door aan de draaiknop (3) te draaien. Æ Houd de draaiknop (3) ingedrukt om de instelling op te slaan. 12.

3 DAB-radiomodus1 Zenders zoeken Als er geen DAB-zenders kunnen worden ontvangen nadat de DAB-modus is geselecteerd, druk dan lang op de toets BND / ID3 (9). Het apparaat zoekt dan naar zenders in het DAB-ontvangstbereik en slaat de gevonden zenders op in de zen-derlijst. Tijdens het zoeken toont het display (5) het aantal gevonden zenders. 2 Zenderkeuze Druk zo vaak op de toetsen (4) en (10) tot de gewenste zender op het display (5) wordt weergegeven. Na korte tijd wordt er overgeschakeld naar de geselecteerde zender en wordt deze afgespeeld. 3 Zendertoetsen Stem af op de zender die u wilt opslaan. Houd de stationstoets 1-6 (12-17) waarop de zender moet worden opgeslagen ingedrukt om de zender op te slaan. Door kort op de stationstoetsen te drukken, kunt u direct een eerder opgeslagen zender selecteren. Æ Het DAB-bereik heeft zes voorkeuzezenders.

1812. 4 Modus FM-radio12. 4. 1 RDS als ontvangstconceptDe afkorting RDS staat voor Radio Data System, d. w. z. onhoorbare, gecodeerde aanvullende informatie wordt ook via de RDS-zender uitgezonden. Met deze autoradio beschikt u over een apparaat dat in staat is om deze gecodeerde gegevens, die door bijna alle omroepen worden uitgezonden, te beoordelen. De volgende belangrijke extra informatie wordt uitgezonden: – Programma-identicatie (PI) – Verkeersinformatie-identicatie (TP) – Verkeersbericht-identicatie (TA) – Program Servicename (PS) – Alternatieve frequenties (AF) – Programmatype (PTY)12. 4. 2 Programma-identicatie (PI)Deze gegevens helpen de ontvanger om een zender duidelijk te identiceren. Ze maken het de radio mogelijk om tussen regio´s te onderscheiden waarin hetzelfde programma wordt uitgezonden.

De autoradio schakelt dus bij een zwakker wordende ontvangst alleen om naar een sterkere zender die dezelfde programma identicatie uitzendt. 12. 4. 3 Verkeersberichtcode (TP)Door dit signaal herkent de ontvanger dat een zender met verkeersinformatie wordt ontvangen. 12. 4. 4 Verkeersbericht-identicatie (TA)Door dit signaal kan de zender een uitgezonden verkeersbericht herkennen en indien nodig de lopende weergave van een andere bron onderbreken. 12. 4. 5 Program Servicename (PS)Deze informatie geeft de ontvanger aan, welke zender hij net ontvangt. Deze wordt direct op de display van de auto-radio weergegeven, b. v. BAYERN 3. 12. 4. 6 Alternatieve frequenties (AF)Er wordt een lijst van alternatieve frequenties meegestuurd die hetzelfde programma uitzenden.

Wanneer de ontvan-gen zender te zwak wordt, dan herkent de ontvanger met behulp van het AF-signaal op welke frequenties hij naar een zender die beter te ontvangen is moet zoeken. 12. 4. 7 Programmatype (PTY)Deze code geeft de luisteraar informatie over de inhoud van het uitgezonden programma (bijv. sport, klassiek, nieuws, enz. ).

De luisteraar kan dus doelgericht naar een bepaald programma zoeken. Bovendien kan een nationaal rampalarm op deze manier worden verspreid. De PTY-service wordt echter niet door alle zenders aangeboden. Het RDS-systeem heeft dus het voordeel, dat bij het verlaten van een zendergebied het omschakelen naar een zelfde, beter te ontvangen zender automatisch wordt uitgevoerd. De omschakeling wordt echter alleen uitgevoerd, wanneer een betere zender met hetzelfde programma aanwezig is. Korte, aan de ontvangst te wijten signaalverzwakkingen, kunnen ook door het RDS-systeem niet worden geëlimi-neerd, omdat een voortdurend heen en weer schakelen van de autoradio het gevolg zou zijn. Dit zou door de luiste-raar als veel storender worden ervaren dan kortstondige ontvangststoringen. Een verder pluspunt van het RDS-systeem is de vermelding van de zendernaam.

1912. 4. 8 Functie van de afzonderlijke toetsen1 BND / ID3-toets (9)Omschakelen van bandbereik: Door kort op deze toets te drukken, wordt het bandbereik van het radiogedeelte geselecteerd. Er staan 3 FM-bereiken ter beschikking:FM1 > FM2 > FM3 Æ Op elk van de drie bandbereiken kunnen 6 zenders worden opgeslagen op de zendertoetsen 1-6 (12-17). 2 Toetsen (4) en (10) Met deze toetsen wordt de ontvangstfrequentie gewijzigd om zenders in de radiomodus in te stellen. Door kort op een toets te drukken, start het automatisch zoeken. Het zoeken stopt pas bij de volgende goed te ontvangen zender. Wanneer een toets langer ingedrukt wordt, is het handmatig zoeken naar zenders geactiveerd. Op de display verschijnt MANUAL. In deze modus wordt de frequentie bij elke druk op de toets stap voor stap gewijzigd.

Æ Wanneer de toetsen langere tijd niet worden ingedrukt schakelt het apparaat weer om naar het automatisch zoeken van zenders. Op de display verschijnt AUTO. 3 Stationstoetsen 1-6 (12-17)Door een korte druk op deze toetsen kan men direct een van tevoren opgeslagen zender selecteren. Om een op dat moment beluisterde zender op te slaan, moet eenvoudig de gewenste toets ongeveer 3 seconden worden ingedrukt. Æ Elk van de drie FM-bandbereiken (FM1-3) heeft zes voorkeuzezenders. In totaal kunnen dus 18 zendertoet-sen worden toegewezen. 4 APS-toets / (8) Door langer op deze toets te drukken wordt de automatische zenderopslag geactiveerd. Hiermee worden alle zenders met een goede ontvangst automatisch onder de zendertoetsen 1-6 (12-17) opgeslagen. Na deze procedure worden de opgeslagen zenders steeds gedurende enkele seconden weergegeven.

Als u deze toets alleen kort indrukt, worden alle opgeslagen zenders enkele seconden afgespeeld (dezelfde functie als na automatische zenderopslag). Om een reeds afgespeelde zender permanent af te spelen, drukt u opnieuw kort op de APS-toets / (8).

2012. 5 USB/geheugenkaart-modusHet apparaat is uitgerust met een USB-interface en een SD-geheugenkaartlezer. MP3-bestanden die op deze media zijn opgeslagen, kunnen worden weergegeven. Belangrijk: – Verbind geen MP3-afspeelapparaat met de USB-interface wanneer deze met batterijen wordt gebruikt. De voeding van de USB-poort kan de batterijen opladen waardoor deze mogelijk oververhit raken of een explosie kunnen veroorzaken. – Op de USB-interface mogen USB-media tot max. 64 GB en een stroomverbruik van max. 500 mA worden aangesloten. Bovendien worden SD-kaarten tot maximaal 64 GB ondersteund. Alle media moeten geformat-teerd zijn in FAT 32. – De USB-poort kan alleen worden gebruikt met USB-opslagapparaten. De meeste USB MP3-spelers schake-len over naar PC-modus wanneer ze op deze poort worden aangesloten. Muziekbestanden kunnen in deze modus niet worden afgespeeld.

U kunt de audio-uitgang van een MP3-speler echter altijd aansluiten op de AUX-aansluiting (6). – Vanwege de zeer grote verscheidenheid aan USB- en SD-opslagmedia en hun soms zeer fabrikantspecieke functies, kan niet worden gegarandeerd dat alle media worden herkend en alle bedieningsmogelijkheden beschikbaar zijn in combinatie met dit apparaat. – Mocht het opslagmedium niet worden herkend, trek het er dan nog een keer uit en steek het er opnieuw in. Open het klepje en steek uw USB-opslagmedium in de USB-interface (19). Bij gebruikt van een SD-geheugenkaart plaatst u deze in de SD-kaartlezer (7). Æ Het apparaat schakelt automatisch naar de betreffende ingang en start de weergave. Æ Het laatst geplaatste medium wordt altijd automatisch geselecteerd. 1 Toets 1 / (12) Druk op deze toets om het afspelen kort te onderbreken.

Door nogmaals te drukken, begint het afspelen weer op de plaats waar was gestopt. 2 Toetsen (4) en (10)Deze toetsen dienen voor de keuze van de afzonderlijke nummers resp. voor het zoeken naar een bepaald deel binnen een nummer.

Æ De pijlen op de toetsen geven de zoekrichting (voor- resp. achteruit) aan. Druk de toetsen kort om naar de volgende of vorige track te springen. Druk de toetsen lang om binnen een track een bepaalde passage te zoeken. 3 Toetsen 5 / (16) en 6 / (17)Deze toetsen dienen om de mappen op het opslagmedium te selecteren (indien beschikbaar).  selecteert de vorige map.  selecteert de volgende map. Æ Wanneer er op het opslagmedium geen mappenstructuur aanwezig is, dan hebben deze toetsen geen functie. 4 Toets 2 /INT (13) Druk op deze toets om ieder nummer ca. 10 seconden lang af te spelen. Druk nogmaals op deze toets om de functie weer uit te schakelen. De weergave wordt vanaf hier weer normaal uitgevoerd.

215 Toets 3 /RPT (14) Druk op deze toets om de huidige titel te herhalen (RPT ONE). Druk nogmaals op deze toets om alle titels in de huidige map te herhalen (RPT DIR). Druk nogmaals op deze toets om alle titels te herhalen (RPT ALL). 6 Toets 4 /RDM (15) Druk op deze toets om alle ummers in willekeurige volgorde af te spelen. Druk nogmaals op deze toets om de functie weer uit te schakelen. De weergave wordt vanaf hier weer in normale uitgevoerd. 7 Tracks zoeken Druk lang op de toets BND / ID3 (9) om het zoeken naar nummers te activeren. Gebruik de draaiknop (3) om het nummer van het gewenste nummer te selecteren. Bij meercijferige nummers selecteert u de cijfers achter elkaar. Wacht daarbij tussen de invoer kort totdat het betreffende cijfer knippert. Druk op de draaiknop (3) om het geselecteerde nummer af te spelen.

8 Opvragen van informatie over de actueel afgespeelde titel Tijdens het afspelen van een MP3-titel wisselt de weergave automatisch tussen de weergave van de nummer-tijd-weergave en de ID3-taginformatie. Druk op de BND / ID3-toets (9) om handmatig tussen de weergavefuncties te wisselen. 12. 6 Bluetooth®-bedrijfBelangrijk: – Om een optimale telefoonontvangst mogelijk te maken en de elektromagnetische straling in het voertuig zo laag mogelijk te houden, is het beter om bij het gebruik van de mobiele telefoon altijd een buitenantenne te gebruiken. – In Bluetooth®-bedrijf kan de autoradio worden gebruikt als handsfree-apparaat voor mobiele telefoons en/of als afspeelapparaat voor Bluetooth® A2DP-audiostreaming. Voordat er een overdracht tussen uw mobiele telefoon of Bluetooth®-apparaat en de autoradio mogelijk is, moeten beide apparaten met elkaar worden gekoppeld.

Activeer op uw mobiele telefoon het zoeken naar andere Bluetooth®-apparaten binnen het ontvangstbereik. 4. Wanneer de autoradio is gevonden, geeft uw Bluetooth®-apparaat de naam van de autoradio weer (RF-ARAR-400). 5. Verbindt uw mobiele telefoon met de autoradio. 6. Voer zo nodig het wachtwoord 0000 in om de twee apparaten te koppelen. 7. Na een succesvol koppelingsproces toont het display permanent het Bluetooth®-symbool.

228. Als het koppelen mislukt is, probeer het dan opnieuw en herhaal de procedure. Het kan zijn dat de autoradio in uw mobiele telefoon eerst opnieuw moet worden verwijderd (zie handleiding van de mobiele telefoon). Æ Er kan slechts één Bluetooth®-apparaat tegelijk met de autoradio worden gekoppeld. Als er reeds een actieve Bluetooth®-koppeling bestaat, moet deze verbinding eerst worden onderbroken. Dit doet u via het menu van uw mobiele telefoon. Æ Als de autoradio of mobiele telefoon waarmee een actieve verbinding bestaat wordt uitgeschakeld of buiten bereik is, wordt de verbinding verbroken. Het Bluetooth®-symbool in het display (5) gaat uit. De verbinding wordt automatisch hersteld wanneer de telefoon weer wordt ingeschakeld of wanneer de mobiele telefoon binnen het bereik van de autoradio komt.

Op het display (5) verschijnt permanent het Bluetooth®-symbool Æ Om deze automatische totstandkoming van de verbinding mogelijk te maken, dient deze functie zo nodig te worden geactiveerd op de mobiele telefoon (raadpleeg hiervoor de handleiding van uw mobiele telefoon). 12. 6. 2 Een inkomend telefoongesprek aannemen/weigeren Bij een inkomend telefoongesprek toont het display (5) het nummer van de beller. Æ Wanneer de beller de nummerweergave heeft onderdrukt of wanneer het mobiele netwerk deze functie niet ondersteunt, dan werkt de nummerweergave niet. Druk op de MOD-toets / (1) om een inkomende oproep aan te nemen. Druk op de APS-toets / (8) om een inkomende oproep te weigeren. Æ Tijdens een telefoongesprek kunt u het gespreksvolume wijzigen met de draaiknop (3). 12. 6. 3 Eenen telefoongesprek voeren Kies het gewenste nummer met uw mobiele telefoon.

De autoradio schakelt automatisch over in de modus Bluetooth®-bedrijf en toont het gebelde nummer op het display (5). 12. 6. 4 Beëindigen van een telefoongesprek Druk op de APS-toets / (8) om een telefoongesprek te beëindigen. 12. 6.

5 AudiostreamingAudiostreaming is de naam die wordt gegeven aan de overdracht van audiogegevens (muziek) naar de autoradio via Bluetooth®. Als u een A2DP-compatibele mobiele telefoon hebt, dan kunt u deze koppelen met de autoradio zoals hierboven beschreven en audio-overdracht tot stand te brengen. 1. Let er op dat beide apparaten m. b. v. pairing met elkaar verbonden zijn. 2. Start de audioweergave op uw mobiele telefoon (zie bijbehorende gebruiksaanwijzing). 3. Druk op de MOD-toets / (1) totdat BT op het display (5) wordt weergegeven. 4. De audio-overdracht is nu geactiveerd. 5. U kunt de weergave van uw mobiele telefoon nu op afstand bedienen met de toetsen (4), (10) en 1/ (12) zoals u zou doen voor het afspelen van USB- of SD-opslagmedia.

2312.7 Bediening met de IR-afstandsbediening123456789101112131415Toets Functie1 Toets Autoradio aan/uit2 Toets MUTE Geluid uitschakelen3 Toets zelfde functie als toets (10)op het apparaat4 Toets BAND zelfde functie als de BND / ID3-toets (9) op het apparaat5 Toets LOUD / TA kort indrukken >> loudness-functielang indrukken >> TA-functie6 Zendertoetsen 1-6 zelfde functie als de zendertoetsen 1-6 (12-17) op het apparaat7 Toets MODzelfde functie als de MOD-toets / (1) op het apparaat8 Toets VOL Volume verhogen9 Toets CLK kort indrukken >> tijdweergavelang indrukken >> tijdinstelling10 Toets SEL zelfde functie als indrukken van draaiknop (3) op het apparaat11 Toets zelfde functie als toets (4) op het apparaat12 Toets VOL Volume verlagen13 Toets APSzelfde functie als de APS-toets / (8) op het apparaat14 Toets MONO / AF kort indrukken >> MONO/STEREO-omschakelinglang indrukken >> AF-functie15 Toets LO/DX / PTY kort indrukken >> LOCAL/DX-omschakelinglang indrukken >> PTY-functie

Dit ligt vaak aan de nog niet zo goed uitgebreide zenderdekking, vooral op het platteland.Dit is geen defect aan het apparaatDe DAB-antenne is op een ongunstige plaats geplaatst (bijvoorbeeld te dicht bij de plaatmetalen delen van het voertuig of achter een voertuigruit met metaal-coating)Plaats bij ongunstige montagemogelijkhe-deneen DAB-buitenantenneDe DAB-antenne-aansluiting is losgeraakt van het apparaat of de voeding van de DAB-antenne heeft geen contact met de antennebesturingsuitgangHaal het apparaat eruit en controleer de aansluitingenEr zijn bij FM-radiomo-dus nauwelijks zenders te ontvangenAntenne niet geheel uitgetrokken Antenne geheel uittrekkenAntenne-aansluiting is uit het apparaat losgeraaktApparaat uitbouwen en aansluiting controlerenAntenne defect Aansluiting, aarding en antenne contro-leren

25Probleem Reden OplossingStoringen met radio en werking van USB- of SD-geheugenkaartStoringen komen via de pluskabel in het apparaat terechtExtra ontstoringslter in de pluskabel inbouwen. Bij zeer oude voertuigen even-tueel ook storingen met ontstoringsstek-kers, verdeelvingers etc. onderdrukken. Slechte massaverbinding Massa-aansluiting controleren, evt. andere massapunten gebruikenBij het indrukken van de zendertoetsen is er slechts ruis te horenGeen zender geprogrammeerd Zender programmeren zoals beschrevenPermanente plusaansluiting niet aange-sloten of kabel losgeraaktPermanente pluskabel volgens de gebruiksaanwijzing aansluiten of contro-leren of de kabel correct is aangesloten.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Renkforce RF-ARAR-400 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden