Renault Radio Classic Handleiding

Renault Autoradio Radio Classic

Bekijk gratis de handleiding van Renault Radio Classic (312 pagina’s), behorend tot de categorie Autoradio. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 113 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Renault Radio Classic of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/312
Radio Classic
sR as /l
G/Rc snRR siet t
nefa deuespita nldptom ell

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Renault
Categorie: Autoradio
Model: Radio Classic

Foutcodes Renault Radio Classic

Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.

Code Betekenis Oplossing
CODE ERROR… WAIT Fout bij invoering van de beveiligingscode - verkeerde code ingevoerd 1. Wacht ongeveer 60 seconden tot het systeem opnieuw toegang toestaat. 2. Voer de beveiligingscode opnieuw in (4 cijfers). 3. Bij elke nieuwe fout verdubbelt de wachttijd. 4. Controleer of u de juiste code gebruikt die door de fabrikant is verstrekt. 5. Raadpleeg een Vertegenwoordiger van het merk als u de code bent vergeten.
Erreur CD CD-leerfout - het systeem kan de CD niet lezen 1. Ejecteer de CD uit het systeem. 2. Controleer of de CD schoon, onbeschadigd en goed geïnstalleerd is. 3. Verifieer dat de CD compatibel is met het systeem. 4. Reinig de CD indien nodig. 5. Plaats een schone, onbeschadigde en compatibele CD in het systeem.

Handleiding Renault Radio Classic – volledige tekst

NL.2VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET GEBRUIK (1/2)U moet onderstaande voorzorgen opvolgen tijden het gebruik van het systeem om redenen van veiligheid of van de risico’s van materiële schade.

Houd u altijd aan de wettelijke voorschriften van het land waar u reist.Voorzorgen betreffende het gebruik van het audiosysteem– Gebruik de schakelaars (in het front of aan het stuurwiel) en raadpleeg de informatie op het scherm als de verkeerssituatie het toe-laat.– Regel het geluidsvolume niet te hard, zodat u de omgevingsgeluiden nog kunt horen.Materiële voorzorgen– Demonteer of wijzig het systeem niet om risico op beschadiging van het materiaal of brandwonden te voorkomen.– Bij een storing en voor alle demontagewerkzaamheden moet u altijd een vertegenwoordiger van de fabrikant raadplegen.– Steek geen vreemde voorwerpen, of een beschadigde of vuile CD/CD MP3 in de speler.– Gebruik alleen een ronde CD/CD MP3 met een diameter van 12 cm.– Houd de cd vast aan de buitenrand en de binnenrand zonder het niet-bedrukte deel van de CD/CD MP3 aan te raken.– Plak geen papier op de CD/CD MP3.– Haal de CD/CD MP3 na langdurig gebruik voorzichtig uit de speler omdat de cd warm kan zijn.– Stel de CD/CD MP3 nooit bloot aan warmte of aan directe zonnestraling.Voorzorgen betreffende de telefoon– Het gebruik van de telefoon in de auto is aan wettelijke bepalingen gebonden.

Het gebruik van handsfree telefoonsystemen is niet onder alle omstandigheden toegestaan: de bestuurder moet altijd meester over de auto blijven;.– Bellen tijden het rijden leidt de aandacht af en is een belangrijke risicofactor gedurende alle fasen van het bellen (nummer samenstellen, gesprek voeren, zoeken in het telefoonboek, enz.).Onderhoud van het frontpaneel– Gebruik een schone doek en indien nodig een beetje zeepsop. Veeg af met een zachte lichtjes bevochtigde doek en droog daarna met een zachte droge doek.– Druk niet op het display aan de voorkant, gebruik ook geen producten op alcoholbasis.

NL.3U moet de algemene verkoopvoorwaarden aanvaarden voor u het systeem kunt gebruiken.Dit boekje is tot stand gekomen aan de hand van de gegevens die op het moment van samenstelling van dit boekje bekend waren. In het boekje staan alle bestaande functies van de beschreven modellen. De aanwezigheid ervan hangt af van het model van de uitrusting, van de gekozen opties en van het land van aflevering. Ook kunnen er functies zijn opgenomen die pas op een later tijdstip zullen worden toegepast. Afhankelijk van het merk en het model van uw telefoon, kunnen sommige functies gedeeltelijk of totaal onverenigbaar zijn met het multimediasysteem van uw auto.Raadpleeg uw merkdealer voor meer details.VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET GEBRUIK (2/2)

NL.7UITLEG VAN DE KNOPPEN (4/6)Functie AUDIO Functie TELEFOON1Korte druk: aan/uit.Draaien: volume afstellen (alleen voor schakelaar A en B).2Informatiedisplay.3Een CD/CD MP3 uitwerpen.4Kiezen van de radiobron en golfbereik.De golfbereiken zijn FM1, FM2, AM, FM, AST.5Aansluiting USB voor iPod® of aux-audiobronnen.6Korte druk: modus AST inschakelen en terugkeren naar het laatst beluisterde AST-station.Lang drukken: zoekactie starten naar de zes radiostations met de krachtigste frequenties.7Korte druk: oproepen van een vooraf opgeslagen station.Lange druk: opslaan van een radiostation.8Korte druk: naar het menu «Telefoon» gaan.Lang drukken: het laatst gebelde nummer nogmaals bellen.Tijdens een oproep: het gesprek beëindigen.9– Terugkeren naar het vorige scherm / vorige niveau terwijl u door de menu’s gaat;– annuleren van een handeling.

NL.8UITLEG VAN DE KNOPPEN (5/6)Functie AUDIO Functie TELEFOON10Kort drukken: veranderen van track (CD/CD MP3, op bepaalde audioapparaten) of radiofrequentie.Lang drukken: een CD/CD MP3-track snel vooruit-/terugspoelen op bepaalde audiospelers, of de radiostations doorlopen tot de knop wordt losgelaten.11Tijdens het luisteren naar een CD/CD MP3, USB, iPod®, draag-baar Bluetooth®-audioapparaat: het geluid dempen en pauze-ren.Korte druk: een actie bevestigenDraaien: navigeren in menu’s, lijsten of radiofrequenties (in stappen van 0,5 Hz).12 Naar het menu met persoonlijke instellingen gaan.13 Selecteer het gewenste medium (indien verbonden):CD/CD MP3 → iPod® → USB → AUX → Bluetooth®.14, 21 Het volume van de geluidsweergave van de huidige bron verlagen.15 Aux-ingang.16, 20 Het volume van de geluidsweergave van de huidige bron verhogen.

17– Het geluid van de beluisterde radiobron uitzetten;– Het geluid dempen en het afspelen pauzeren voor CD/CD MP3, USB, iPod®, draagbaar Bluetooth®-audioapparaat.Bij het niet ontvangen van een oproep:– lange druk: het laatste nummer terugbellen.Bij ontvangst van een oproep:– korte druk: de oproep beantwoorden;– lange druk: de oproep weigeren.Tijdens een oproep: het gesprek beëindigen.

NL.9UITLEG VAN DE KNOPPEN (6/6)Functie AUDIO Functie TELEFOON18 een actie bevestigen.19– Korte druk: naar het menu «Telefoon» gaan.– Lang drukken: het laatst gebelde nummer nogmaals bellen.Bij ontvangst van een oproep:– korte druk: de oproep beantwoorden;– lange druk: de oproep weigeren.Tijdens een oproep: het gesprek beëindigen.20+21– Het geluid van de huidige radiobron dempen;– het geluid dempen en het afspelen pauzeren voor CD/CD MP3, USB, iPod® of Bluetooth®-audioapparaat.22Draaien:– radio: door de radiolijst bladeren;– media: naar de vorige/volgende track gaan.Korte druk: de huidige afspeellijst openen.Lange druk: – terugkeren naar het vorige scherm/vorige niveau terwijl u door de menu’s gaat;– annuleren van een handeling.Draaien:– Menu “Telefoon”: door de lijst bladeren.Korte druk: een actie bevestigenLange druk: – terugkeren naar het vorige scherm/vorige niveau terwijl u door de menu’s gaat;– annuleren van een handeling.23– Het geluid van de huidige radiobron dempen;– het geluid dempen en het afspelen pauzeren voor CD/CD MP3, USB, iPod® of Bluetooth®-audioapparaat.

NL.10ALGEMENE BESCHRIJVING (1/2)InleidingHet audiosysteem verzorgt de volgende functies:– radio RDS;– CD/CD MP3-speler;– beheer van hulp audiobronnen;– Bluetooth® handsfree telefoonsysteem.Radio en CD/CD MP3 functiesVia uw audiosysteem kunt u naar radiosta-tions luisteren en CD-, MP3-, WMA-, AAC- en WAV-audiobestanden afspelen.De radiostations zijn gerangschikt per golf-bereik: FM (frequentiemodulatie) en AM (amplitudemodulatie).Het RDS-systeem kan de naam van som-mige stations weergeven en de soorten programma of informatieboodschappen die worden uitgezonden door FM-radiostations, laten horen:– informatie over de algemene staat van het wegverkeer (TA);– noodberichten (PTY31).Functie aux audioU kunt uw draagbare audioapparaat recht-streeks beluisteren op de luidsprekers van uw auto.

NL.11ALGEMENE BESCHRIJVING (2/2)Functie handsfree telefoonHet handsfree telefoonsysteem Bluetooth® verzorgt de volgende functies zonder dat u daarbij de telefoon met de hand hoeft te be-dienen:– tot 5 telefoons koppelen;– gesprek kiezen/ontvangen/afwijzen;– de lijst met contactpersonen uit het te-lefoonboek van de telefoon en de SIM-kaart overzetten;– de lijst bekijken van via het systeem ont-vangen oproepen;– bellen naar voicemail.FunctieBluetooth®Met deze functie kan het audiosysteem uw draagbare audioapparaat of mobiele tele-foon herkennen en bedienen door middel van een Bluetooth®-koppeling.U kunt de Bluetooth®-functie in-/uitschake-len via het menu Bluetooth:– druk op 8 op het front van het audiosys-teem of 19 op de bediening bij het stuur-wiel om het menu ”Telefoon” te openen;– draai aan 11 op het front van het audio-systeem en druk om Bluetooth te selecte-ren;– selecteer ON/OFF.Uw handsfree telefoonsysteem heeft uitsluitend ten doel de communicatie te vergemakke-lijken en de risicofactors te be-perken, maar kan ze nooit helemaal uit-bannen.

Houd u altijd aan de wettelijke voorschriften van het land waar u reist.Bluetooth ONOFFCompatibiliteit van de telefoonsSommige telefoons zijn niet compatibel met het handsfree systeem, waardoor niet alle aangeboden functies gebruikt kunnen worden of niet een optimale geluidskwaliteit geboden kan worden.Voor meer informatie over compatibele te-lefoons kunt u contact opnemen met een merkdealer of eventueel de website van de constructeur raadplegen.

NL. 12AANZETTENAan en uitDruk kort op de knop 1 op het front van het audiosysteem om het systeem in te schake-len. U kunt het audiosysteem gebruiken zonder de auto te starten. Het blijft gedurende 10 minuten werken. Druk op 1 op het front van het audiosysteem om het systeem langer dan tien minuten te laten werken. Druk kort op 1 op het front van het audiosys-teem om het audiosysteem uit te schakelen. Kiezen van de bronDruk herhaaldelijk op 13 op het front van het audiosysteem of op de bediening bij het stuurwiel om te bladeren door de ver-schillende audiobronnen. Tijdens het bla-deren ziet u de audiobronnen in deze volg-orde: CD/CD MP3 → iPod → USB → AUX → Bluetooth®. Opmerking: druk op 8 op het front van het audiosysteem of op 19 op de bediening bij het stuurwiel om het telefoonmenu weer te geven.

Als u een CD/CD MP3 invoert terwijl de radio aanstaat, verandert de bron automa-tisch en het afspelen van de CD start. U kunt de radiobron ook selecteren door te drukken op 4 op het front van het audiosys-teem of op de bediening bij het stuurwiel. Druk herhaaldelijk op 4 op het front van het audiosysteem of op de bediening bij het stuurwiel om de golfbereiken te doorbla-deren, in deze volgorde: FM1 → FM2 → AM → FM1. GeluidsvolumeDruk op 14 of 16 op het front van het audio-systeem of op de bediening bij het stuurwiel, of draai aan 1 op het front van het audiosys-teem, of druk op 20 of 21 op de bediening bij het stuurwiel, om het volume te regelen. Op het display van het audiosysteem ver-schijnt “VOLUME” gevolgd door de inge-stelde waarde (van 00 tot 31).

GeluidsonderbrekingDruk kort op 23 op het front van het audio-systeem of op 17 op de bediening bij het stuurwiel, of druk tegelijk op de knoppen 20 en 21 op de bediening bij het stuurwiel, om het geluid te dempen. Het bericht “DEMPEN” verschijnt op het scherm van het audiosysteem.

Druk nogmaals kort op 23 op het front van het audiosysteem of op 17 op de bediening bij het stuurwiel, of druk tegelijk op 20 en 21 op de bediening bij het stuurwiel, om het geluid te herstellen. U kunt ook drukken 14 of 16 op het front van het audiosysteem of op de bediening bij het stuurwiel, of draaien aan 1 op het front van het audiosysteem, of drukken op 20 of 21 op de bediening bij het stuurwiel, om het geluid te herstellen.

NL.13DE RADIO BELUISTEREN (1/2)Een golfbereik kiezenDruk herhaaldelijk op 4 op het front van het audiosysteem om het gewenste golfbereik te kiezen: FM1, FM2, AM, FM1...Een radiostation kiezenEr zijn verschillende manieren om een radio-station te selecteren.Automatisch zoekenMet deze werking kunt u de beschikbare sta-tions automatisch laten zoeken.Druk kort op 10 op het front van het audio-systeem om een zender te kiezen.Druk kort op 4, 10 of een van de toetsen van het 7-toetsenblok op het front van het audi-osysteem om te stoppen met zoeken naar radiostations.Handmatig zoekenMet deze werking kunt u handmatig stations zoeken door het afzoeken van het gekozen golfbereik. Om een station te kiezen, houdt u 10 op het front van het audiosysteem in-gedrukt.U kunt 10 op het front van het audiosys-teem loslaten om uw zoekopdracht verfij-nen.

Draai aan 11 op het front van het au-diosysteem om de frequentie met 0,5 Hz te verhogen of te verlagen (afhankelijk van de draairichting).In het geheugen zetten van de stationsIn deze werkingsmodus kunt u naar wens de stations beluisteren die u in het geheugen hebt gezet.Selecteer een golfbereik en selecteer daarna een radiostation met de hiervoor be-schreven werkwijzen.Houd een van de toetsen op het 7-toetsen-blok op het front van het audiosysteem in-gedrukt om een station op te slaan. Een piepgeluid geeft aan dat het radiostation is opgeslagen.Per golflengte kunt u zes zenders opslaan.Houd een van de toetsen op het 7-toetsen-blok op het front van het audiosysteem inge-drukt om een opgeslagen station te kiezen.

NL. 14DE RADIO BELUISTEREN (2/2)Volgen van de AF-RDS frequentiesDe frequentie van een FM-station verandert per geografische zone. Sommige stations gebruiken het RDS-systeem met frequen-tievolging. Het radiosysteem kan het veran-deren van de frequentie van deze stations volgen. Opmerking: als het radiostation de RDS-frequentiefunctie niet biedt, knippert het be-richt AF op het display van het audiosys-teem. Door slechte ontvangstomstandigheden kan de frequentie onverwacht veranderen. Schakel dan het automatisch veranderen van de frequentie uit. Om de functies AF, PTY31, REG, TA te ac-tiveren/deactiveren, opent u het RDS-menu door te drukken op 12 op het front van het audiosysteem. Selecteer “REG-AF” en druk op 11 op het front van het audiosysteem of 18 op de bediening bij het stuurwiel om te bevestigen.

AST (Autostore) functieMet de AST AST-functie kunt u de zes stati-ons opslaan met de krachtigste frequenties in het gebied waarin u zich bevindt. Druk terwijl u naar de radio luistert kort op 6 op het front van het audiosysteem om de AST-modus te activeren. De radio keert terug naar het laatst beluisterde AST-station. Houd 6 op het front van het audiosysteem ingedrukt. Het automatisch scannen van fre-quenties wordt geactiveerd om de zes beste stations zoeken. Druk terwijl u naar de radio luistert op 12 op het front van het audiosysteem en kies “Radio Autostore”. Druk op 11 op het front van het audiosysteem of 18 op de bediening bij het stuurwiel om de AST-modus te beves-tigen en te activeren. Het automatisch scan-nen van frequenties wordt geactiveerd om de zes beste stations zoeken.

Druk op een van de toetsen op het 7-toet-senblok op het front van het audiosysteem om van de ene opgeslagen frequentie naar de andere te schakelen. De krachtigste fre-quentie wordt als P1 opgeslagen. Opmerking: bij sommige toetsen hoort wel-licht geen radiostation, als “Radio Autostore” minder dan 6 stations vindt.

Handmatig zoekenIn de AST-modus kunt u handmatig de fre-quenties wijzigen die door uw audiosysteem zijn gedetecteerd. Druk op een van de 10-toetsen op het front van het audiosysteem om de frequentie af te stellen, en houd daarna een van de toetsen op het 7-toetsenblok ingedrukt om de geko-zen frequentie op te slaan. Opmerking: voor de bandbreedtes FM1, FM2, AM en AST kunt u in totaal 24 stations opslaan.

NL. 15EEN CD, CD MP3 BELUISTEREN (1/2)Kenmerken van de gelezen formatenAlleen bestanden met extensie MP3/WMA/AAC/WAV worden afgespeeld. Als een CD tegelijk normale audio CD en ge-comprimeerde audiobestanden bevat, wordt geen rekening gehouden met de gecompri-meerde audiobestanden. N. B. : bepaalde beschermde bestanden (auteursrechten) kunnen niet afgespeeld worden. Het audiosysteem ondersteunt maximaal 10. 000 bestanden. Opmerking: bestandsnamen mogen niet langer zijn dan 128 tekens. Voor een goede leesbaarheid van de map- en bestandsna-men adviseren wij geen namen van meer dan 64 tekens en geen speciale tekens te gebruiken. Onderhoud van de CD/CD MP3Om de afspeelkwaliteit te behouden mag u een CD/CD MP3 nooit blootstellen aan warmte of aan direct zonlicht. Voor het reinigen van een CD/CD MP3 ge-bruikt u een zachte doek en wrijft u vanuit het midden naar de rand van de CD.

Houd u altijd aan de voorschriften van de fa-brikant van de cd met betrekking tot het on-derhoud en het bewaren van de CD. N. B. : CD's met krassen of vuile cd's kunnen niet afgespeeld worden. Invoeren van een CD/CD MP3Raadpleeg het hoofdstuk “Voorzorgsmaatregelen voor het gebruik”. Controleer of er geen CD in de speler zit, en voer dan de CD in met de bedrukte kant naar boven. CD/CD MP3 beluisterenWanneer een CD/CD MP3 wordt ingevoerd (met de bedrukte kant naar boven), schakelt het audiosysteem automatisch over naar de CD/CD MP3 en begint het afspelen van de eerste track. Als het audiosysteem uit is, gaat door het in-voeren van een CD/CD MP3 het audiosys-teem weer aan en begint het afspelen van de CD/CD MP3. Als het contact niet aan is, gaat het audiosysteem niet aan.

Als u naar de radio luistert met een CD/CD MP3 in de speler, kunt u drukken op 13 op het front van het audiosysteem of de bedie-ning bij het stuurwiel om te luisteren naar de CD/CD MP3. Het afspelen begint zodra het audiosysteem overgegaan is op de CD/CD MP3 bron.

Een track zoekenDruk kort op 10 op het front van het audio-systeem of draai aan 22 op de bediening bij het stuurwiel om van de ene naar de andere track te gaan. Versneld afspelenHoud 10 op het front van het audiosysteem ingedrukt om snel vooruit of achteruit te gaan. Het afspelen wordt hervat zodra u de toets loslaat.

NL. 16EEN CD, CD MP3 BELUISTEREN (2/2)In willekeurige volgorde afspelen (Mix)Nadat u een CD/CD MP3 hebt ingevoerd, houdt u toets 4 of 5 van het toetsenbord in-gedrukt 7 om het willekeurig afspelen van alle tracks van de CD/CD MP3 in te scha-kelen. Het MIX-controlelampje op het scherm licht op. Een track wordt direct op willekeurige wijze gekozen. De overgang van track tot track gebeurt willekeurig. Druk opnieuw op toets 4 of 5 op het 7-toetsenblok om het wil-lekeurig afspelen uit te schakelen. Het sym-bool “MIX” verdwijnt. Het uitzetten van het audiosysteem en het wijzigen van de bron schakelen het willekeu-rig afspelen niet uit. Door het uitwerpen van de CD/CD MP3 daarentegen wordt het willekeurig afspelen wel uitgeschakeld. NB: bij eenCD MP3 gebeurt het in willekeu-rige volgorde afspelen binnen de map die wordt afgespeeld.

Wissel van map om het willekeurig afspelen van deze laatste te star-ten. PauzeDruk op 23 of 11 op het front van het audio-systeem of 17 op de bediening bij het stuur-wiel of druk tegelijk op de knoppen 20 en 21 op de bediening bij het stuurwiel, om het geluid tijdelijk te dempen. Deze functie wordt automatisch gedeacti-veerd bij het veranderen van het volume, het veranderen van de bron, of bij het ontvan-gen van automatische informatie. Tekstinformatie weergeven (indien beschikbaar) (CD-Text of ID3 tag)Druk kort op toets 4 of 5 op het 7-toetsen-blok op het front van het audiosysteem om de ID3 tag-informatie weer te geven (naam van de artiest, van het album of van het nummer). Houd toets 4 of 5 op het 7-toet-senblok op het front van het audiosysteem ingedrukt om alle ID3 tag-informatie op één pagina weer te geven. Druk op 9 op het front van het audiosysteem om de functie uit te schakelen.

NB: na enkele secondes en zonder enige actie van uw kant, wordt het vorige scherm automatisch weergegeven. Uitwerpen van een CD/CD MP3Druk op 3 op het front van het audiosys-teem om een CD/CD MP3 uit te werpen uit de speler.

NL. 17Uw audiosysteem heeft een aux-ingang voor aansluiting van een externe audiobron (USB-sleutel, MP3-speler, iPod®, draag-bare Bluetooth®-audiospeler, enz. ). U heeft verschillende mogelijkheden om uw audiospeler aan te sluiten: – USB aansluiting;– Jack aansluiting;– Bluetooth® verbinding. Opmerking: de aux-audiobronnen kunnen de indeling MP3, WMA of AAC hebben. Opmerking: de gebruikte USB stick moet geformatteerd zijn in FAT32 formaat en moet een maximale capaciteit hebben van 32Gb. AUX-AUDIOBRONNEN (1/3)Aux-ingang: USB-aansluitingAansluitingSluit de stekker van de iPod® of de USB-sleutel aan op de USB-ingang op het front van het audiosysteem. Als het apparaat aangesloten is op de USB-poort, wordt automatisch de afgespeelde track getoond.

Opmerking: als het apparaat voor het eerst op het audiosysteem wordt aange-sloten, wordt de audio afgespeeld vanaf de eerste track van de eerste map van de bron. Anders begint het afspelen vanaf de laatst afgespeelde track (als u hetzelfde apparaat twee keer na elkaar aansluit). NB: als uw digitale audiospeler aangesloten is, kunt u deze niet langer rechtstreeks be-dienen. U moet de toetsen van het front van het audiosysteem gebruiken. Gebruik– iPod®: Na uw iPod® te hebben aangesloten, zijn de menu's toegankelijk vanaf uw audio-systeem. Het systeem bewaart dezelfde afspeel-lijsten als die van uw iPod®. – USB-stick:Het afspelen van het eerste audiobe-stand van de eerste map van uw USB-stick start automatisch. In de boomstructuur van het menu kunt u draaien aan en drukken op 11 op het front van het audiosysteem of 22 op de bediening bij het stuurwiel, om de track of map te wijzigen.

Als u zich niet in de boomstructuur bevindt, heeft het draaien aan de bedieningsknop geen effect. Opmerking: om het menu op uw apparaat (iPod® of USB-sleutel) te openen tijdens het afspelen van een audiotrack, drukt u op 9 op het front van het audiosysteem.

NL.18– Toets de viercijferige code op het audio-systeem in via het toetsenbord van uw audiospeler (of telefoon);– Een bericht op het display van uw audio-systeem bevestigt de koppeling.– Kies de gewenste audiobron Bluetooth® door te drukken op 13 op het front van het audiosysteem of op de bediening bij het stuurwiel en draai dan aan 11 op het front van het audiosysteem of 22 op de bedie-ning bij het stuurwiel.

Bevestig de geko-zen bron door op te drukken op 11 op het front van het audiosysteem of 18 op de bediening bij het stuurwiel.Opmerking: als de AUX-bron is losgekop-peld, keert het audiosysteem terug naar het vorige menu.Bluetooth® audio afspelenVoordat u uw Bluetooth® audiospeler kunt gebruiken, moet u deze bij het eerste ge-bruik koppelen aan de auto.Door de koppeling kan het audiosysteem een Bluetooth®-speler of een Bluetooth®-telefoon herkennen en onthouden.NB: als uw digitale Bluetooth® apparaat zowel telefoon en audiospeler is, worden bij het koppelen automatisch beide functies ge-koppeld.AUX-AUDIOBRONNEN (2/3)Afhankelijk van het merk en het model van uw toestel, kan de Bluetooth®-functie gedeeltelijk of helemaal onvere-nigbaar zijn met het audiosysteem van uw auto.

Raadpleeg een merkdealer.Koppel app.Gekoppeld apparaat kiezenWis apparaatAansluiting– Activeer de Bluetooth®-aansluiting van de draagbare audiospeler of de telefoon (raadpleeg de gebruiksaanwijzing van uw draagbare audiospeler of telefoon);– Schakel de Bluetooth® van uw audiosys-teem in door te drukken op 8 op het front van het audiosysteem of 19 op de bedie-ning bij het stuurwiel. Een bericht op het display van het audiosysteem bevestigt het inschakelen van de Bluetooth®.– Er verschijnt een viercijferige code op het scherm van uw audiosysteem.– selecteer “My Radio” op uw audiospeler (of telefoon).

NL.19Bedien het draagbare audio-apparaat alleen als de ver-keersomstandigheden dat toe-laten.Berg de audiospeler op tijdens het rijden (risico van vallen bij krachtig remmen of bij een botsing).AUX-AUDIOBRONNEN (3/3)GebruikUw audiospeler moet zijn verbonden met het audiosysteem om alle functies te kunnen ge-bruiken.Opmerking: een audiospeler moet eerst aan het systeem zijn gekoppeld voordat hiermee verbinding kan worden gemaakt.Als de digitale Bluetooth® audiospeler ver-bonden is, kunt u deze bedienen vanaf het audiosysteem.Druk op 11 op het front van het audiosys-teem of 17 op de bediening bij het stuurwiel om de audio-track te pauzeren; druk nog-maals om het afspelen te hervatten.Naargelang het toestel drukt u een van de 10-knoppen op het front van het audio-systeem of draai aan 22 op de bediening bij het stuurwiel om naar de volgende of de vorige track op de draagbare audioapparaat te gaan.NB: hoeveel functies toegankelijk zijn ver-schilt naargelang het type audiospeler en de compatibiliteit ervan met het audiosysteem.Opmerking: in bepaalde gevallen moet u de gebruiksaanwijzing van uw apparaat raad-plegen om de verbindingsprocedure te vol-tooien.Aux-ingang: Jack-aansluitingAansluitingGebruik de juiste kabel (niet meegeleverd) om de Jack-aansluiting van de aux-in-gang 15 op het front van het systeem te ver-binden met de hoofdtelefoon van het draag-bare audio-apparaat (meestal een 3,5 mm Jack-plug).NB: u kunt een track niet rechtstreeks via uw audiosysteem selecteren.

Om een track te selecteren moet u rechtstreeks de audio-speler bedienen, bij stilstaande auto.GebruikAlleen de tekst “AUX” verschijnt op het scherm van het audiosysteem. Er wordt geen aanduiding van de naam van de artiest of de track weergegeven.

NL.20EEN TELEFOON KOPPELEN, ONTKOPPELEN (1/2)Een telefoon koppelenBij het eerste gebruik van uw handsfree tele-foonsysteem moet u uw Bluetooth®-telefoon koppelen aan uw auto.Door de koppeling kan het handsfree tele-foonsysteem een telefoon herkennen en onthouden.U kunt tot vijf toestellen koppelen, maar er kan maar één tegelijk verbonden zijn met het handsfree telefoonsysteem.U kunt de koppeling uitvoeren via het audio-systeem of via uw telefoon.Uw audiosysteem en uw telefoon moeten zijn ingeschakeld.NB: als een telefoon al verbonden is, wordt de bestaande verbinding automatisch ver-broken bij het maken van een nieuwe kop-peling.Een Bluetooth®-telefoon koppelen via het audiosysteem– Activeer de Bluetooth® van uw telefoon (raadpleeg de handleiding van uw tele-foon);– Druk op 8 op het front van het audiosys-teem of 19 op de bediening bij het stuur-wiel om het “Telefoon”-menu te openen.– Draai en druk op 11 op het front van het audiosysteem of 19 op de bediening bij het stuurwiel om “Koppel app.” te selec-teren.– Op het display van het audiosysteem ver-schijnt “Klaar te koppelen”.– Start op de telefoon het zoeken naar Bluetooth®-apparaten in de omgeving.– Selecteer op de telefoon “Mijn_Radio” (de naam van het audiosysteem) in de lijst.– Toets op het toetsenbord van uw telefoon de koppelingscode in die op het scherm van het audiosysteem staat.Raadpleeg het instructieboekje van de tele-foon voor meer informatie.Als het koppelen is gelukt:– geeft een bericht de naam van de nieuw gekoppelde telefoon aan;– de telefoon wordt automatisch verbonden met de auto.Als het koppelen mislukt, keert het scherm van het audiosysteem terug naar het “Telefoon”-menu.

Als de lijst met gekoppelde telefoons vol is, moet vóór het koppelen van een nieuwe te-lefoon eerst een bestaande telefoon ontkop-peld worden.Koppel app.Gekoppeld apparaat kiezenWis apparaat

NL.21EEN TELEFOON KOPPELEN, ONTKOPPELEN (2/2)Een telefoon ontkoppelenBij het ontkoppelen wordt de telefoon verwij-derd uit het geheugen van het handsfree te-lefoonsysteemDraai en druk op 8 op het front van het au-diosysteem of 19 op de bediening bij het stuurwiel om het “Telefoon”-menu te openen en kies vervolgens het “Wis apparaat”-menu. Selecteer de te ontkoppelen telefoon in de lijst, druk op 11 op het front van het audio-systeem of 18 op de bediening bij het stuur-wiel en selecteer “JA”.Uw handsfree telefoonsysteem heeft uitsluitend ten doel de communicatie te vergemakke-lijken en de risicofactors te be-perken, maar kan ze nooit helemaal uit-bannen. Houd u altijd aan de wettelijke voorschriften van het land waar u reist.

NL.22EEN TELEFOON VERBINDEN, VERBINDING VERBREKEN (1/3)Verbinden van een gekoppelde telefoonUw telefoon moet verbonden zijn met het handsfree telefoonsysteem om toegang te kunnen hebben tot alle functies.Een telefoon kan alleen verbinding maken met het handsfree telefoonsysteem als het eerst daaraan is gekoppeld.Raadpleeg de paragraaf “Een telefoon kop-pelen” in het hoofdstuk “Een telefoon koppe-len/ontkoppelen”.NB: de Bluetooth® verbinding van uw tele-foon moet ingeschakeld zijn.Automatische verbindingWanneer het contact van de auto wordt aan-gezet, zoekt het handsfree telefoonsysteem de gekoppelde telefoons in de nabijheid.NB: de laatst verbonden telefoon heeft voor-rang.Het zoeken gaat door totdat een gekoppelde telefoon gevonden is (dit zoeken kan tot 5 minuten duren).N.B.:– Als het contact is aangezet, wordt uw te-lefoon automatisch verbonden.

Mogelijk moet u de automatische Bluetooth®-verbindingsfunctie van uw telefoon bij het handsfree systeem activeren. Raadpleeg hiervoor de handleiding van uw telefoon;– als er bij het verbinding maken twee ge-koppelde telefoons aanwezig zijn in de omgeving van het handsfree systeem, heeft de laatst verbonden telefoon voor-rang, zelfs als deze zich buiten de auto binnen het bereik van het handsfree sys-teem bevindt.N.B.: als u op het moment van het verbin-den met uw handsfree telefoonsysteem een telefoongesprek voert, dan wordt de tele-foon automatisch verbonden en wordt het gesprek overgeschakeld op de luidsprekers van de auto.N.B.: als u op het moment van het verbin-den met uw handsfree telefoonsysteem een telefoongesprek voert, dan wordt de tele-foon automatisch verbonden en wordt het gesprek overgeschakeld op de luidsprekers van de auto.

NL.23EEN TELEFOON VERBINDEN, VERBINDING VERBREKEN (2/3)Verbinding maken misluktAls geen verbinding gemaakt wordt, contro-leer dan of:– uw telefoon aan staat;– de accu van uw telefoon niet ontladen is;– uw telefoon is al eerder gekoppeld aan het audiosysteem;– de Bluetooth®-functies op uw telefoon en op het audiosysteem zijn geactiveerd;– de telefoon is geconfigureerd om alle koppelingsverzoeken te accepteren.Opmerking: door langdurig gebruik van uw handsfree telefoonsysteem ontlaadt de accu van uw telefoon snel.Koppel app.Gekoppeld apparaat kiezenWis apparaatHandmatige verbinding (veranderen van de verbonden telefoon)Een ander Bluetooth®-toestel aansluiten op het audiosysteem:– Druk op 8 op het front van het audiosys-teem of 19 op de bediening bij het stuur-wiel om het menu met instellingen te openen.– Selecteer het menu “Gekoppeld apparaat kiezen” met behulp van de 11-knop op het front van het audiosysteem of de 22-knop op de bediening bij het stuurwiel.U krijgt de lijst van de gekoppelde telefoons te zien.– Selecteer de telefoon die u wilt verbinden in de lijst en bevestig uw keuze door op te drukken op 11 op het front van het au-diosysteem of 22 op de bediening bij het stuurwiel.Een bericht op het display van het audiosys-teem geeft aan dat de telefoon is verbonden.

NL.24Verbinding met een telefoon verbrekenDe telefoon loskoppelen van het audiosys-teem:– Druk op 12 of 8 op het front van het au-diosysteem of 19 op de bediening bij het stuurwiel om het menu met instellingen te openen.– Druk op 11 op het front van het audiosys-teem of 22 op de bediening bij het stuur-wiel om het menu “Bluetooth-verbinding” te selecteren.– Selecteer de telefoon die u loskoppelen in de lijst, en draai aan en druk op 11 op het front van het audiosysteem of 22 op de bediening bij het stuurwiel om “Verb.

verbr.” te selecteren.Als u de telefoon uitschakelt, verbreekt u hiermee ook de verbinding met het audio-systeem.Er verschijnt een bericht op het scherm om te bevestigen dat de verbinding met de tele-foon is verbroken.NB: Als op het moment van het verbreken van de verbinding met de telefoon een ge-sprek wordt gevoerd, schakelt dit automa-tisch terug naar uw telefoon.Om de verbinding met uw telefoon te verbre-ken, kunt u ook:– Schakel de Bluetooth®-functie van het audiosysteem uit.– de Bluetooth® van uw telefoon uitscha-kelen;– Verwijder de gekoppelde telefoon via het menu “Telefoon”.Als u de Bluetooth® van uw audiosys-teem wilt uitschakelen, leest u de para-graaf “Bluetooth-functie” in het hoofdstuk "Algemene beschrijving".Om een Bluetooth®-telefoon te ontkoppe-len, leest u de paragraaf “Een telefoon ont-koppelen” in het hoofdstuk “Een telefoon koppelen/ontkoppelen”.

NL.25Een contactpersoon bellen vanuit het oproeplog – Druk op 8 op het front van het audiosys-teem of 19 op de bediening bij het stuur-wiel om het oproeplog te openen, en kies daarna “Gespreklijst”.– Draai aan 11 op het front van het audi-osysteem of 22 op de bediening bij het stuurwiel om het menu “Gebeld”, “AANG.

GESPREKKEN” of “GEMISTE GESPR.” te selecteren.BELLEN EN GEBELD WORDEN (1/3)Een contactpersoon uit uw telefoonboek bellenTijdens het koppelen van uw telefoon wordt uw telefoonboek automatisch in het audio-systeem geladen.– Druk op 8 op het front van het audiosys-teem of 19 op de bediening bij het stuur-wiel om het “Telefoon”-menu te openen.– Draai en druk op 11 op het front van het audiosysteem of 22 op de bediening bij het stuurwiel om “Telefoonbook” te selec-teren.– Bevestig door te drukken op 11 op het front van het audiosysteem of 18 op de bediening bij het stuurwiel.– Selecteer de gewenste contactpersoon in de lijst en druk op 11 op het front van het audiosysteem of 18 op de bediening bij het stuurwiel om uw keuze te bevestigen en het nummer te bellen.Opmerking: druk op 9 op het front van het audiosysteem om terug te keren naar het vorige scherm.Het is raadzaam om de auto te stoppen om een nummer samen te stellen of een con-tactpersoon te zoeken.Het systeem kan geen dubbele SIM kaarten en driewegs gesprekken ver-werken als uw telefoon is aangesloten.

Als u gebeld wordt terwijl u in gesprek bent, wordt dit tweede gesprek automa-tisch afgewezen.GespreklijstTelefoonbookBelt nr.– Bevestig door te drukken op 11 op het front van het audiosysteem of 18 op de bediening bij het stuurwiel.Het oproeplog verschijnt op het scherm van het audiosysteem.– Selecteer een contactpersoon of tele-foonnummer in de lijst en druk op 11 op het front van het audiosysteem of 18 op de bediening bij het stuurwiel om uw keuze te bevestigen en het nummer te bellen.

NL.26BELLEN EN GEBELD WORDEN (2/3)Een oproep ontvangenBij een binnenkomende oproep verschijnt het nummer op het scherm van het audio-systeem (deze functie is afhankelijk van de opties die via uw telefoonprovider beschik-baar zijn).Als het nummer van de ontvangen oproep aanwezig is in een van de telefoonboeken, wordt de naam van uw contactpersoon in plaats van het nummer weergegeven.Als het nummer van de beller niet ge-toond kan worden, verschijnt het bericht “Privénummer” op het scherm van het au-diosysteem.Een binnenkomende oproep accepteren:– Draai en druk op 11 op het front van het audiosysteem of 22 op de bediening bij het stuurwiel om A te selecteren.– Druk kort op 17 of 19 op de bediening bij het stuurwiel.Een binnenkomende oproep weigeren:– Draai en druk op 11 op het front van het audiosysteem of 22 op de bediening bij het stuurwiel om B te selecteren.– Houd 17 of 19 op de bediening bij het stuurwiel ingedrukt.Inkomend gesprekPrivénummerA BEen nummer samenstellen en bellen– Druk op 8 op het front van het audiosys-teem of 19 op de bediening bij het stuur-wiel om het “Telefoon”-menu te openen en kies vervolgens het “Belt nr.”-menu.– Draai aan en druk op 11 op het front van het audiosysteem of 22 op de bediening bij het stuurwiel en selecteer þ om het gewenste nummer te kiezen via het nu-meriek toetsenbord.U kunt het laatst ingevoerde nummer bellen door 8 op het front van het audiosysteem of 19 op de bediening bij het stuurwiel inge-drukt te houden.

NL.27Tijdens een gesprekU kunt:– Druk op 14 en 16 op het front van het au-diosysteem of 20 en 21 op de bediening bij het stuurwiel om het volume te rege-len.– Druk op 8 op het front van het audiosys-teem of 17 of 19 op de bediening bij het stuurwiel om op te hangen.PrivénummerC D EBELLEN EN GEBELD WORDEN (3/3)Druk op 11 op het front van het audiosys-teem om het volgende te doen: – ophangen (selecteer en druk op C);– het gesprek van uw audiosysteem door-schakelen naar uw telefoon (selecteer en druk op D);– het toetsenblok van uw telefoon bedie-nen via het audiosysteem (selecteer en druk op E).

NL.28SYSTEEMINSTELLINGEN (1/2)Audio-instellingenDe audio-instellingen weergeven:– Druk op 12 op het front van het audiosys-teem.– Selecteer “parameters” met behulp van de 11-knop op het front van het audiosys-teem.– Druk op 11 op het front van het systeem om het menu met audioinstellingen te openen.– Selecteer “Audio” om de verschillende ru-brieken te openen, in deze volgorde:– “Bass”;– “Hoge tonen”;– “Fader” (geluidsverdeling achter/voor);– “Balans” (geluidsverdeling links/rechts).U kunt de waarde van elke instelling wijzigen met de 11-knop op het front van het audio-systeem. Druk op 11 op het front van het audiosys-teem om te bevestigen en terug te gaan naar de vorige keuze.Het verlaten van het menu gebeurt ook auto-matisch na enkele secondes van inactiviteit.

U kunt het menu ook verlaten door te druk-ken op 9 op het front van het audiosysteem.Afstellen AUXDraai in het “parameters”-menu aan 11 op het front van het audiosysteem en kies ver-volgens “Aux In” om naar de verschillende delen te gaan, in deze volgorde:– “HOOG”;– “MIDDEN”;– “LAAG”.De waarden voor elke instelling zijn de vol-gende:– “HOOG” (300 mV);– “MIDDEN” (600 mV);– “LAAG” (1200 mV).De taal kiezenOpen “Taal” in het “parameters”-menu en kies de gewenste taal.Weergave van de radiotekstenRadiotekst weergeven:– Druk op 12 op het front van het audiosys-teem.– Selecteer het menu “Radio” met behulp van de knop 11 op het front van het au-diosysteem.– Druk op de 11 knop op het front van het audiosysteem om te bevestigen.De weergave van de radiotekst kan maxi-maal 64 tekens bevatten.Opmerking: als er geen informatie is, ver-schijnt op het audiosysteem “Geen bericht”.

NL. 29SYSTEEMINSTELLINGEN (2/2)Het verlaten van het menu gebeurt ook auto-matisch na enkele secondes van inactiviteit. U kunt het menu ook verlaten door te druk-ken op 9 op het front van het audiosysteem. AntidiefstalcodeUw audiosysteem wordt beschermd door een antidiefstalcode (verstrekt door de merkdealer). Hiermee wordt het audiosys-teem elektronisch vergrendeld als de voe-ding onderbroken is (accupool losgemaakt, systeem losgenomen, zekering gesmolten, enz. ). Om het audiosysteem te laten werken, moet u de geheime code van vier cijfers invoeren. Noteer deze code en bewaar hem op een veilige plaats. Als u deze verliest, raadpleeg dan een merkdealer. De code invoerenDe code invoeren:– Druk op 1 op het front van het audiosys-teem om het systeem in te schakelen. Op het display verschijnt het bericht “CODE” gevolgd door “0000”.

– Om de waarde van het eerste knippe-rende cijfer in te stellen, drukt u op toets 1 op het 7-toetsenblok op het front van het audiosysteem totdat u het gewenste nummer bereikt. – Stel op dezelfde manier de volgende cijfers in op de toetsen 2, 3 en 4 van het 7-toetsenblok op het front van het au-diosysteem. Nadat u het vierde cijfer hebt ingesteld, houdt u toets 6 op het 7-toetsenblok op het front van het audiosysteem ingedrukt. De code is ingevoerd, de ontgrendeling is onmiddellijk. Fout bij het invoeren van de codeAls u een fout maakt bij het invoeren van de code, verschijnt het bericht “FOUT IN CODE. WACHTEN” op het display van het audiosysteem. Wacht ongeveer 60 seconden en voer daarna opnieuw de code in. Na elke nieuwe foute invoer wordt de wacht-tijd verdubbeld.

StandaardinstellingenTeruggaan naar de standaardinstellingen:– Open het instellingenmenu door te druk-ken op 12 op het front van het audiosys-teem. – Selecteer het menu “parameters” met behulp van de knop 11 op het front van het audiosysteem.

– Druk op 11 op het front van het audiosys-teem om het instellingenmenu te openen en selecteer daarna “Standaard audio”. Er verschijnt een bericht op het display van het audiosysteem met de vraag om uw se-lectie te bevestigen. Nadat u dit item hebt gekozen, keren alle instellingen van het au-diosysteem terug naar hun standaardwaar-den. TelefooninstellingenDruk op 8 op het front van het audiosys-teem of 19 op de bediening bij het stuur-wiel om het menu met telefooninstellingen te openen.

NL.30STORINGEN (1/3)Beschrijving Mogelijke oorzaken OplossingenEr is geen enkel geluid hoorbaar. Het volume staat op minimum of op pauze. Zet het volume harder of deactiveer de pauze.Het audiosysteem werkt niet en het display licht niet op.Het audiosysteem staat uit. Zet het audiosysteem aan.De zekering van het audiosysteem is doorge-brand.Vervang de zekering (zie de paragraaf “Zekeringen” in de handleiding van uw auto).Het audiosysteem werkt niet, maar het dis-play licht op.Het volume is op het minimum ingesteld. Druk op 16 of draai aan 1 op het front van het au-diosysteem of druk op 16 of 20 op de afstandsbe-diening.Kortsluiting op de luidsprekers. Ga naar een merkdealer.De luidspreker links of rechts geeft geen enkel geluid van de radio of CD.De instelling van de balans (links / rechts) is niet correct.Stel de balans correct in.Luidspreker niet aangesloten.

Raadpleeg een merkdealer.Slechte of geen radio-ontvangst. De auto is te ver van de zender waarop de radio is afgestemd (achtergrondruis en storin-gen).Zoek een andere zender met een beter signaal of schakel de functie “RDS-AF" uit.De ontvangst wordt gestoord door signalen van de motor.Raadpleeg een merkdealer.De antenne is beschadigd of is niet aangeslo-ten.Raadpleeg een merkdealer.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Renault Radio Classic stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden