Remeha W28 Eco Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Remeha W28 Eco (64 pagina’s), behorend tot de categorie Verwarmingsketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 60 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Remeha W28 Eco of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Remeha |
| Categorie: | Verwarmingsketel |
| Model: | W28 Eco |
Handleiding Remeha W28 Eco – volledige tekst
5VOORWOORDDeze technische informatie bevat nuttige en belangrijke informatie voor het goed functi-oneren en onderhouden van de Remeha W21 ECO en de W28 ECO, condenserende c. v. -toestellen voor wandmontage. Tevens bevat het belangrijke aanwijzingen om vóór het in bedrijf stellen en tijdens het in bedrijf zijn een veilig en storingsvrij functioneren van het toestel mogelijk te maken. Lees vóór het in werking stellen van het toestel deze handleiding goed door, maak u met de werking en de bediening van de ketel goed vertrouwd en volg de gegeven aanwijzingen stipt op. Indien u nog vragen heeft of verder overleg wenst aangaande specifieke onderwerpen die op dit toestel betrekking hebben, aarzelt u dan niet contact met ons op te nemen. De in deze technische informatie gepubliceerde gegevens zijn gebaseerd op de meest recente informatie.
Zij worden verstrekt onder voorbehoud van latere wijzigingen. Wij behouden ons het recht voor op ongeacht welk moment de constructie en/of uitvoering van onze producten te wijzigen zonder verplichting eerder gedane leveranties dienovereenkomstig aan te passen. Toelichting Gaskeur CW-label:Het Gaskeur CW-label is een prestatielabel voor gasgestookte warmwaterbereiders en geeft aan dat het betreffende toestel bij de bereiding van warm tapwater voldoet aan specifieke eisen met betrekking tot een aantal doelmatigheids- en comfortaspecten. Toepassingsklasse 3:Geschikt voor:- het voeden van een keukentappunt met ten-minste 3,5 l/min. van 60°C,- een douchefunctie vanaf 6 l/min. tot tenminste 10 l/min. van 40°C,- het vullen van een klein bad van 100 liter met 10 l/min. van 40°C gemiddeld,- gelijktijdigheid van de functies is niet vereist.
Toepassingsklasse 4:Geschikt voor:- het voeden van een keukentappunt met ten-minste 3,5 l/min. van 60°C,- een douchefunctie vanaf 6 l/min. tot tenminste 12,5 l/min. van 40°C,- het vullen van een bad van 120 liter met 12,5 l/min. van 40°C gemiddeld,- gelijktijdigheid van de functies is niet vereist.
Toepassingsklasse 5:Geschikt voor:- het voeden van een keukentappunt met ten-minste 3,5 l/min. van 60°C,- een douchefunctie vanaf 6 l/min. tot tenminste 12,5 l/min. van 40°C,- het vullen van een bad van 150 liter met ten-minste 17 l/min. van 40°C gemiddeld,- gelijktijdigheid van de functies is niet vereist. Toepassingsklasse 6:Geschikt voor:- het voeden van een keukentappunt met ten-minste 3,5 l/min. van 60°C, tegelijk met een douchefunctie vanaf 6 l/min. tot tenminste 12,5 l/min. van 40°C, of tegelijk met het vullen van een bad van 150 liter met tenminste 17 l/min. van 40°C gemiddeld,- het vullen van een bad van 200 liter met ten-minste 22 l/min. van 40°C gemiddeld, zonder gelijktijdigheid met een andere functie. Specifieke leidingslengte/wachttijd (zie Par. 3. 2 en 3.
3):De specifieke leidinglengte is de maximale, ongeïsoleerde lengte (Ø 10/12 mm), waarbij het toestel in de slechtst denkbare zomersituatie bin-nen 30 seconden warmwater met een blijvende temperatuursverhoging van 35°C levert aan het keukentappunt.
Door het hoge rendement voldoet het toestel ruimschoots aan de eisen van het label Gaskeur HR 107 en mag voor de Remeha W21/28 een opwekkingsrendement van 0,95 worden ingezet voor de berekening van de Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC). Een continu geregelde gas-/luchtkoppeling in combinatie met een volledig voorge-mengde brander zorgt er voor dat een lage NOx- en CO-emissie bereikt wordt. Het toestel is hierdoor tevens in het bezit van het Gaskeur SV en voldoet derhalve aan het NOx-besluit.De gesloten constructie maakt plaatsing in vrijwel elke ruimte mogelijk.Het toestel is geschikt voor het stoken van alle kwaliteiten aardgas en propaan (categorie II2L 3P).
7Het vermogen kan via een standaard ingebouwde interface volmodulerend (100 - 30%) worden geregeld door daarvoor geschikte universele regelaars, zoals de Honeywell Chronotherm Modulation en de Honeywell Basicstat Modulation. Daarnaast kan het toestel weersafhankelijk worden geregeld met behulp van de modulerende regelaar rematic® SR 5240 C1 (en de daarbij behorende interface).De Remeha W21/28c ECO is voorzien van een platenwarmtewisselaar en een c.v.-zijdig buffervat voor een snelle warmwater levering. Dit toestel voldoet aan de GIW-eisen en is in het bezit van het Gaskeur CW. (Toepassingsklasse 3 voor de Remeha W21c ECO, 4 voor de Remeha W28c ECO en 5 en 6 voor combinaties van Remeha W21/28s en de Remeha wandboilers 80/30 en 120/30, zie voor toelichting het kader op de vorige bladzijde).
Voor de Remeha W21/28 ECO mag, afhankelijk van de bruto warmtebehoefte voor tapwater, volgens NEN 5128, een opwekkingsrendement tot 0,7 worden ingezet voor de EPC-bepaling.De Remeha W21/28c ECO is geschikt als naverwarmer voor zonneboilers. Het Gas-keur NZ (naverwarming zonneboilers) geldt in combinatie met de Remeha zonneboiler-aansluitset.Elke Remeha W21/28 ECO wordt voor aflevering m.b.v. een testcomputer gecontro-leerd zodat een goed functioneren gewaarborgd is.
RemehaW21/28 ECO82 CONSTRUCTIEAan de luchttoevoerzijde is een gelijkstroomventilator gemonteerd, die zorgt voor toevoer van de juiste hoeveelheid verbrandingslucht. Gasinspuiting vindt plaats in een mengstuk op de inlaat van de ventilator. Hierdoor vindt een optimale menging van gas en lucht in de ventilator plaats. De brander, boven in het toestel, zorgt voor een optimale verbranding.De Remeha W21/28 ECO warmtewisselaar is vervaardigd uit gietaluminium voor een optimale warmteoverdracht. Onder in het toestel zorgen een condensverzamelbak en een sifon voor de afvoer van het condenswater. De gesloten mantel/luchtkast verhoogt de veiligheid en maakt plaatsing in vrijwel elke ruimte mogelijk. Door toepassing van microprocessortechniek is het toestel eenvoudig in te stellen en te regelen. Een uitleesvenster maakt het mogelijk de actuele en de gewenste instellingen te controleren.
Hierdoor mag voor de Remeha W21/28 een opwekkingsrendement van 0,95 worden ingezet voor de berekening van de Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC). Het toestel is in het bezit van Gaskeur HR 107. 4.3 Jaargebruiksrendement voor tapwater overeenkomstig Gaskeur CWAfhankelijk van de bruto warmtebehoefte voor tapwater, volgens NEN 5128, kunnen voor de EPC-bepaling rendementswaarden tot 0,7 worden gehanteerd.Hi = onderwaardeHs = bovenwaarde
175. 2 WerkingsprincipeHet toestel is voorzien van een bemanteling die tevens dient als luchtkast. Met behulp van de ventilator wordt lucht naar binnen gezogen. Voor de ventilator is een inlaatstuk geplaatst waar het gas wordt ingespoten. Afhankelijk van de instellingen en de heersende temperaturen, gemeten door de temperatuursensoren, wordt het toerental van de ventilator geregeld. De gas-/luchtkoppeling past de gashoeveelheid aan aan de luchthoeveelheid. Het gas-/luchtmengsel wordt in de ventilator gemengd en daarna naar de brander gebracht. Na de verbranding worden de hete rookgassen door een aluminium pennenstructuur geleid. Hier zullen de rookgassen warmte afdra-gen aan het c. v. -water in de warmtewisselaar. De waterdamp in de rookgassen condenseert tegen de pennen.
De warmte die bij dit condensatieproces vrijkomt (de zogenaamde latente of condensatie warmte) wordt eveneens aan het c. v. -water overgedragen. Het gevormde condenswater wordt via een sifon aan de onderzijde van de warmtewisselaar afgevoerd. Alleen Remeha W21/28c ECO:De Remeha W21/28c ECO is een combi-toestel, dat wil zeggen, dat er een voorziening is ingebouwd waar sanitair water wordt verwarmd. Het openen van een warmwater-kraan wordt gesignaleerd door een flowswitch, waardoor het toestel wordt vrijgegeven. De pomp wordt ingeschakeld en pompt warm c. v. -water, dat zich in een buffervat bevindt, naar de warmtewisselaar. Hierdoor wordt een eventueel koude warmtewis-selaar snel opgewarmd. Het c. v. -water warmt vervolgens in een platenwarmtewisselaar het tapwater op. Als er gestopt wordt met warmwater tappen zal het toestel automa-tisch het buffervat weer op temperatuur brengen.
Een instelbare tijdschakeling houdt het buffervat op temperatuur. Een driewegklep bepaalt of het verwarmingswater naar de c. v. -installatie stroomt, of via de platenwarmtewisselaar voor warm tapwater zorgt. De driewegklep wordt elektrisch aangestuurd door de beveiligingsautomaat.
Als er geen warmtevraag is, zal de driewegklep richting warmwaterbereiding staan om snel te kunnen reageren op tapvraag. De driewegklep is niet veerbelast en verbruikt alleen stroom op het moment dat deze naar een andere stand loopt, dus niet in zijn eindstanden. 5. 3 Standaard bedieningspaneelAlgemeen:Het in deze beschrijving genoemde warmwaterbedrijf is van toepassing voor de Reme-ha W21/28c ECO en voor de Remeha W21/28s ECO met boiler (boiler met thermos-taat of sensor).
RemehaW21/28 ECO185.3.1 Opbouw van het standaard bedieningspaneel De Remeha W21/28 ECO is voorzien van een microprocessor bestuurde toestelrege-ling. De uitlezing en programmering van diverse waarden gebeurt d.m.v. een eenvoudig bedienbaar paneel, voorzien van een ‘Reset’-toets, een display en een program-meertoets.Afb 07. Bedieningspaneel00.W3H.79.00004 Tabel 03. Functie-toetsenNadat de elektrische voeding naar het toestel is ingeschakeld of nadat het toestel d.m.v. de ‘Reset’-toets is ontgrendeld, wordt op het display de temperatuurmode weergegeven.Door de programmeertoets telkens kort in te drukken kan worden gekozen uit de verschillende modes, zie het volgende overzicht.Tabel 04. Verschillende modesIn de programmeermode kan een programma worden doorlopen, diverse zaken wor-den uitgelezen of instellingen worden gewijzigd. Als in de programmeermode 1 min.
géén toets wordt ingedrukt volgt een automatische terugkeer naar de temperatuur-mode. In de bedrijfsmode is dit 5 min.Toets Functie ‘Prog.’ Met deze toets is het mogelijk het toestel te programmeren ‘Reset’ Ontgrendelen Progr.x 10°CResetMode Omschrijving:0 - 9Temperatuurmode (zonder punt), zie Par. 5.3.2PProgrammeermode (punt brandt), zie Par. 5.3.30 - 9Bedrijfsmode (punt knippert), zie Par. 5.3.4HGeforceerde mode ’HOOG’, zie Par. 5.3.5LGeforceerde mode ‘LAAG’, zie Par. 5.3.6
195. 3. 2 Temperatuurmode In de temperatuurmode wordt met 1 cijfer de ketelwatertemperatuur weergegeven, per 10°C. Dat wil zeggen:6 betekent 60°C ± 5°C,7 betekent 70°C ± 5°C, etc. 5. 3. 3 Programmeermode (punt brandt) Door vanuit de temperatuurmode de ‘Progr. ’-toets één keer kort in te drukken, ver-schijnt de letter P op het display. Wordt vervolgens de ‘Progr. ’-toets langer dan 1 sec. ingedrukt, dan knippert de letter P tweemaal en komt men in de programmeermode. Door nu telkens opnieuw kort op de ‘Progr. ’-toets te drukken, kan stap voor stap door de lijst gelopen worden. Het cijfer dat verschijnt, geeft de programmastap aan met de volgende betekenis:Tabel 05. Overzicht en betekenis parameters*) Niet van toepassing voor Remeha W21/ 28s ECO met boilerthermostaat. **) Alleen instelbaar door de installateur (zie Par. 5. 4. 5)De programmeerstappen zijn in vier groepen verdeeld.
In elke groep kan één mogelijk-heid actief gemaakt worden. Achter de actieve keuze knippert de punt. Wordt de ‘Progr. ’-toets langer dan 1 sec. ingedrukt, terwijl op het display een parame-ter staat die op dat moment niet actief is (punt knippert niet), dan wordt deze program-mastap actief. Dit wordt bevestigd doordat het getoonde cijfer tweemaal knippert. De nieuwe instelling wordt pas actief nadat de programmeermode is verlaten of indien 1 minuut géén toets wordt ingedrukt (terugkeer naar temperatuurmode). Indien waarden met elkaar in conflict zijn, wordt de laatste actief. Stap Omschrijving. C. v. -bedrijf AAN en warmwaterbedrijf AAN @ C. v. -bedrijf AAN en warmwaterbedrijf UIT # C. v. -bedrijf UIT, warmwaterbedrijf UIT, vorstbeveiliging wel actief $* Taptemperatuur 45 °C %* Taptemperatuur 55 °C ^* Taptemperatuur 60 °C **) (fabrieksinstelling: 60°C) & C. V.
RemehaW21/28 ECO20Voorbeeld:De punt knippert achter de cijfers !, ^, ( en A;- c.v.-bedrijf aan en w.w.-bedrijf aan- tapwatertemperatuur 60°C- max. bedrijfstemperatuur 90°C- pompschakeling actief.5.3.4 Bedrijfsmode (punt knippert)Door vanuit de temperatuurmode de ‘Progr.’-toets twee keer kort in te drukken, wordt de bedrijfsmode bereikt. Het cijfer op het display staat voor een bepaalde bedrijfstoe-stand, die de actuele bedrijfsstatus weergeeft. Zie Tabel 06.Tabel 06.
215.3.5 Geforceerde mode ‘HOOG’ Door vanuit de temperatuurmode de ‘Progr.’-toets drie keer kort in te drukken, ver-schijnt de letter h op het display. Bij langer dan 1 sec. indrukken van de ‘Progr.’-toets, wordt de geforceerde mode ‘HOOG’ actief. Dit wordt bevestigd doordat de letter h tweemaal knippert. Het toestel reageert direct en gaat gedurende maximaal 15 minuten op vollast branden. Hierbij wordt de ingestelde maximale aanvoertemperatuur niet overschreden. U kunt de geforceerde mode ‘HOOG’ voortijdig beëindigen door kort op de ‘Progr.’-toets te drukken.5.3.6 Geforceerde mode ‘LAAG’ Door vanuit de temperatuurmode de ‘Progr.’-toets vier keer kort in te drukken, ver-schijnt de letter l op het display. Bij langer dan 1 sec. indrukken van de ‘Progr.’-toets, wordt de geforceerde mode ‘LAAG’ actief. Dit wordt bevestigd doordat de letter l tweemaal knippert.
Het toestel reageert direct en gaat gedurende maximaal 15 minu-ten op deellast branden. Hierbij wordt de ingestelde maximale aanvoertemperatuur niet overschreden. U kunt de geforceerde mode ‘LAAG’ voortijdig beëindigen door kort op de ‘Progr.’-toets te drukken.5.4 Servicedisplay t.b.v. de installateur5.4.1 AlgemeenAan de voorzijde de ketel is in de frontplaat een serviceconnector opgenomen. Hier is het mogelijk een servicedisplay aan te sluiten waarmee verschillende instellingen mogelijk zijn.Het in deze beschrijving genoemde warmwaterbedrijf is van toepassing voor de Reme-ha W21/28c ECO en voor de Remeha W21/28s ECO met boiler (boiler met sensor of met thermostaat).5.4.2 Opbouw van het servicedisplayD.m.v. de insteltoetsen en de uitleesvensters kunnen diverse waarden ingesteld en uitgelezen worden.
235.4.3 Bedrijfsmode (zonder stip)Tijdens bedrijf geeft het ‘code’-venster de status (bedrijfsverloop) van de ketel weer, terwijl het temperatuurvenster de gemeten aanvoerwatertemperatuur aangeeft.Tabel 07. Bedrijfsverloop Code Omschrijving 0 Stand-by; er is geen warmtevraag van de kamerthermostaat, externe regeling of boiler. 1 Voorventileren of naventileren. Voorventileertijd: 0,3 sec. Naventileertijd: 10 sec. Na einde warmtevraag blijft de ventilator nog 10 sec. doordraaien. 2 Ontsteken: gedurende 2,4 sec. is de ontsteking actief en de gasklep geopend. 3 C.v.-bedrijf; de ketel brandt voor c.v.-bedrijf. 4 Tapwaterbedrijf; de ketel brandt voor de warmtapwatervoorziening. De wisselklep staat in de stand ‘warmwaterbedrijf’ c.q. de boilerpomp is bekrachtigd. 5 Wachtstand; de ventilator gaat draaien en de ketel wacht tot het juiste toerental is bereikt.
6 Aanvoertemperatuur > gewenste temperatuur + 5°C (= normale regelstop tijdens c.v.-bedrijf). 7 Nadraaien pomp c.v.; na het branden blijft de pomp de ingestelde tijd doordraaien. 8 Nadraaien pomp over boiler; na het branden blijft de wisselklep bekrachtigd en/of loopt de (boiler)pomp door, totdat het verschil tussen aanvoer- en retourtemperatuur kleiner is dan 4°C (max. 5 minuten). Aanvoertemperatuur > 95°C tijdens branden op c.v.-bedrijf 9 Aanvoertemperatuur > ingestelde boilertemperatuur + overtemperatuur + 5°C tijdens branden boilerbedrijf (= normale regelstop tijdens warmwaterbedrijf) b Blokkeringsmode h Gedwongen vollast (Hoog). l Gedwongen deellast (Laag).
RemehaW21/28 ECO245. 4. 4 Blokkeringsmode (met knipperende stip)Tijdens de blokkeringsmode geeft het ‘code’-venster een b aan, terwijl het tempera-tuur-venster de blokkeringscode weergeeft. Tijdens de blokkeringsmode knipperen beide punten van het temperatuur-venster. De betekenissen van de cijfers in het ‘code’-venster en temperatuur-venster zijn:Tabel 08. BlokkeringscodesLet op:De blokkeringsmode is een normale bedrijfsmode en geeft dus geen storing, maar een normale bedrijfstoestand van de ketel weer. Een blokkeringscode kan duiden op een installatietechnisch probleem of een verkeerde instelling. Code Omschrijving b25 Maximaal toelaatbare stijgsnelheid van de aanvoertemperatuur is overschreden. De ketel gaat 10 minuten in blokkering. Na 5 opeenvolgende blokkeringen worden de blokkeringscode en de bijbehorende gegevens opgeslagen in het storingenregister.
De ketel gaat echter niet op storing. b28 Ventilator defect of niet goed gemonteerd. Na 5 opeenvolgende blokkeringen gaat de ketel in vergrendeling. De blokkeringscode en bijbehorende gegevens worden opgeslagen in het storingenregister. b29 Ventilator blijft na naspoeltijd nog doordraaien. Na 5 opeenvolgende foutconstateringen gaat de ketel in vergrendeling. De blokkeringscode en bijbehorende gegevens worden opgeslagen in het storingenregister. b30 Maximaal toelaatbare verschil tussen aanvoer- en retourtemperatuur is overschreden. De ketel gaat 150 seconden in blokkering. Na 10 opeenvolgende blokkeringen worden de blokkeringscode en de bijbehorende gegevens opgeslagen in het storingenregister. De ketel gaat echter niet op storing. b43 Er is een verkeerde parameterinstelling gedaan of het geheugen is defect.
255.4.5 Instelmode A. Op gebruikersniveau (Cijfer met continu brandende stip)In de instelmode kunnen diverse instellingen naar behoefte gewijzigd worden. De gewenste mode kan gekozen worden door de ‘mode’-toets in te drukken totdat op het ‘code’-venster 1 verschijnt. Kies nu met de ‘step’-toets de gewenste code.Door op de ▲-toets te drukken, wordt een instelling verhoogd. Door op de ▼-toets te drukken, wordt een instelling verlaagd. De nieuwe instelling wordt bewaard door op de ‘store’-toets te drukken en knippert twee maal ter bevestiging. Hiermaal nog eenmaal de ‘mode’-toets indrukken.Tabel 09. Instelmode gebruikersniveau*) Niet van toepassing voor Remeha W21/28s ECO met boilerthermostaat.B. Op serviceniveauOm ongewenste instellingen te voorkomen zijn diverse bedieningsniveaus alleen toegankelijk met de servicecode. Deze kunt u programmeren zoals beschreven in Par.
Niet wijzigen @0 (=120)FIntern Niet wijzigen 38GGedwongen deellasttijd nastart c.v.-bedrijf00 t/m 15 minuten 03HStart toerental Niet wijzigen 38IOvertemperatuur c.v.-waterbij w.w.-bedrijf t.o.v.boilertemperatuur (parameter#, zie ook Par. 5.4.7)00 t/m 30 °C 20JWarmwateraansturing -00 wisselklep(poort A = c.v. ,poort B = boiler)-01 boilerpomp-02 wisselklep(poort A = boiler,poort B = c.v.)00
27Tabel 10. Instelmode serviceniveau5.4.6 Interface selectie (()Instelbaar op 00 of 01, fabrieksinstelling is 00.Dit betekent dat standaard de in de ketelautomaat geïntegreerde OpenTherm-interface is geselecteerd voor communicatie met de modulerende OpenTherm-regelaars (b.v. Honeywell Chronotherm Modulation en Basicstat Modulation). Wordt de rematic® SR5240 C1 toegepast, dan dient de bijbehorende interface in de ketel te worden geplaatst en de interface-selectie ‘extern’ te worden geprogrammeerd (instelling 01). Zie voor meer informatie over de regelmogelijkheden Par. 7.3.
RemehaW21/28 ECO285. 4. 7 Diverse instellingen t. b. v. boilerbedrijf, alleen bij W21/28s ECO (Parameter # - B - I)Voor een optimale samenwerking tussen ketel en boiler kunnen diverse instellingen worden gedaan:- de boilertemperatuur (parameter #). Instelling op gebruikersniveau; fabrieksinstel-ling 60°C (alleen bij toepassing van boilersensor). Bij rematic® regelaar of Honey-well Chronotherm Modulation: instelling op de regelaar. - de inschakeldifferentie (parameter B). Hiermee wordt afhankelijk van de manier van regelen het moment van inschakelen voor boilerbedrijf bepaald. Fabrieksinstelling: 5°C. - de overtemperatuur (parameter I). Dit is het verschil tussen de ingestelde boilertemperatuur en de ketelaanvoertemperatuur tijdens boilerbedrijf. Fabrieksinstelling: 20°C. De werking (met fabrieksinstellingen) is als volgt:- bij boilerwarmtevraag d. m. v.
boilersensor: - uitschakelpunt: de boilertemperatuur is gelijk aan de ingestelde waarde (60) + een vaste waarde van 5°C. Dus: 60 + 5 = 65°C- inschakelpunt: het toestel komt in bedrijf bij een boilertemperatuur die gelijk is aan het uitschakelpunt - de inschakeldifferentie. Dus: 65 - 5 = 60°C. De boilertempera-tuur beweegt zich dus tussen 60° en 65°C. - bij boilerwarmtevraag d. m. v. boilerthermostaat of rematic® regelaar: - de thermostaat of regelaar bepaalt het moment van inschakelen (dus boilertempera-tuur en inschakeldifferentie)modulatiegedrag bij blijvende warmtevraag (onafhankelijk van regeling):- het toestel zal gaan moduleren op een ketelaanvoertemperatuur gelijk aan de ingestelde boilertemperatuur + de overtemperatuur. Dus: 60 + 20 = 80°C. - het toestel blokkeert (regelstop) bij een ketelaanvoertemperatuur gelijk aan het genoemde modulatiepunt + een vaste waarde van 5°C.
29Tabel 11. Uitleesmode gebruikersniveau5.4.9 Geforceerde mode ‘HOOG’ Door de ‘▲- toets en de ‘mode’-toets tegelijkertijd in te drukken, gaat het toestel branden op het maximale vermogen. De aanvoertemperatuur kan echter niet boven het ingestelde maximum + 5°C komen. Dit om het toestel en de installatie te beveiligen. Door tegelijkertijd de ▲- en de ▼-toets in te drukken gaat het toestel terug naar de bedrijfsmode, of automatisch na 15 minuten.Opmerking:In de geforceerde mode ‘HOOG’ kan de gewenste maximale aanvoertemperatuur niet worden gewijzigd. U dient dan eerst de geforceerde mode uit te schakelen.5.4.10 Geforceerde mode ‘LAAG’ Door de ▼-toets en de ‘mode’-toets tegelijkertijd in te drukken, gaat het toestel branden op het minimale vermogen. De aanvoertemperatuur kan echter niet boven het ingestelde maximum + 5°C komen. Dit om het toestel en de installatie te beveiligen.
Door tegelijkertijd de ▲- en de ▼-toets in te drukken gaat het toestel terug naar de bedrijfsmode, of automatisch na 15 minuten.Opmerking:In de geforceerde mode ‘LAAG’ kan de gewenste maximale aanvoertemperatuur niet worden gewijzigd. U dient dan eerst de geforceerde mode uit te schakelen. Code Omschrijving Uitlezing (bijvoorbeeld) 1 Gemeten aanvoertemperatuur 80 2 Gemeten retourtemperatuur 70 3 Gemeten boilertemperatuur 60 (alleen met boilersensor) 4 Gemeten buitentemperatuur 05 (alleen met buitensensor) 5 Niet van toepassing 36 6 Berekend setpunt aanvoertemperatuur 84 7 Status warmtevraag 1x (= warmtevraag) 0x (= geen warmtevraag) 8 Berekende inschakeltemperatuur aanvoer 67 9 Gemeten stijgsnelheid aanvoertemperatuur (0,1 °C/sec) 02 A Niet van toepassing
RemehaW21/28 ECO305.4.11 Toerentalmode op serviceniveauIn de toerentalmode kan het toerental van de ventilator in delen uitgelezen worden:- Stel eerst de servicecode C12 in (zie Par. 5.4.13).- Druk de ‘mode’-toets in totdat op het ‘code’-venster ,,verschijnt (beurtelings half cijfer).Tabel 12. Toerentalmode5.4.12 Storingsmode op service niveau (code-venster knippert)Een actuele storing wordt kenbaar gemaakt via de uitleesvensters (knipperende cijfers, zie storingstabel in hoofdstuk 10). De laatst opgetreden storing en de daarbij heer-sende temperaturen worden opgeslagen in het geheugen van de microprocessor en kunnen in de storingsmode als volgt uitgelezen worden:- Stel de servicecode C12 in (zie Par. 5.4.13).- Druk de ‘mode’-toets in totdat op het ‘code’-venster 1 verschijnt (cijfer knippert).- Kies nu met de ‘step’-toets de gewenste code.Code Omschrijving Voorbeeld n = 4700 omw./min.
, Toerental ventilator 47 honderdtallen , Toerental ventilator 00 eenheden Code t Omschrijving 1 37 Storingscode (zie Par. 10.4) 2 -3 Bedrijfscode tijdens storing (zie Par.5.4.3) 3 53 Aanvoertemperatuur 4 40 Retourtemperatuur 5 60 Boilertemperatuur (alleen met sensor) 6 36 Geen functie Tabel 13. StoringsmodeDe genoemde betekenissen zijn alleen op te vragen door de installateur m.b.v. het servicedisplay.In dit voorbeeld 37 [3:Retourtemperatuursensor is defect geraakt tijdens branden op c.v. bij een aanvoertem-peratuur van 53°C, een retourtemperatuur van 40°C en een boilertemperatuur van 60°C.
315.4.13 Servicecode(Alleen voor de installateur.)Om ongewenste instellingen te voorkomen is het serviceniveau voorzien van een beveiligingscode.Voor servicegebruik kunt u code C12 programmeren. De genoemde handelingen zijn alleen uit te voeren door de installateur m.b.v. het servicedisplay Druk de ‘mode’- en ‘step’-toets gelijktijdig in. Er verschijnt een C op het ‘code’-venster. Terwijl de beide toetsen ingedrukt zijn, stelt u met de ▲- en de ▼-toetsen het temperatuurvenster in op 12.Afb 09. Servicecode op venster00.W3H.79.00024Blijf de ‘mode’- en de ‘step’-toets ingedrukt houden en druk op de ‘store’-toets. Het temperatuurvenster knippert als toegangsbevestiging tot de service-instelling.Afb 10. Toegangsbevestiging servicecode00.W3H.79.00024Laat de ‘mode’- en de ‘step’-toets los. U keert nu automatisch terug naar de bedrijfs-mode.Na gebruik dient u de servicecode te verwijderen.
Vrije ruimte rondom het toestel00.W3H.79.000026.2 OpstellingHet toestel moet worden opgehangen in een ruimte die, ook bij strenge koude, vorst-vrij blijft. Indien de ruimte hieraan niet vol-doet dan zal een voorziening hiervoor aan-gebracht moeten worden. Dit kan geschie-den door middel van een vorstthermostaat, die volgens Par. 7.3.3 en het elektrisch schema schema Par. 7.10 is aan te sluiten. De gas- en wateraansluitingen bevinden zich aan de onderzijde van het toestel (zie Afb 03 en Afb 04, Hoofdstuk 3). Doordat alle onderdelen vanaf de voorzijde bereikbaar zijn, is links en rechts van het toestel praktisch geen ruimte nodig. Vóór het toestel schrijft de NEN 3028 een vrije ruimte van 1000 mm voor. Onder het toe-stel is in principe een vrije ruimte van 250 mm voldoende, boven het toestel 400 mm.
336.3 BevestigingHang de Remeha W21/28 ECO waterpas aan een voldoende stevige wand d.m.v. de meegeleverde ophangbeugel. In de verpakkingsdoos bevindt zich een aftekenmal waarop de posities van de bevestigingsgaten zijn aangegeven. Voor projectmatige montage is een montagebeugel leverbaar (zie Afb 12), universeel voor Remeha W21/28s ECO en Remeha W21/28c ECO.Deze montagebeugel wordt geleverd met:- 2 x 22 mm schuifkoppeling t.b.v. aanvoer en retour- 2 x 15 mm schuifkoppeling t.b.v. sanitair water- montageinstructie.De verschillende leidingen dienen op de aangegeven lengte te worden afgezaagd. De aansluiting van de gasleiding kan met behulp van een gaskraan worden gemaakt. De lengte van de leiding is hier afhankelijk van de toe te passen gaskraan. De gaskraan wordt niet meegeleverd.Bij toepassing van gaskraan VSH-Giveg 2 x 15 mm knel (nr. 60473.6)Afb 12. Montagebeugel (optie)00.W3H.79.00017
RemehaW21/28 ECO346.4 Rookgasafvoer en luchttoevoer6.4.1 AlgemeenTijdens de installatie kan nog worden gekozen voor een ‘gesloten’ of ‘open’ uitvoering. Na het ophangen en voor het aansluiten c.q. plaatsen van de luchttoevoer en rookgas-afvoersystemen dienen de rode stofdoppen uit de luchttoevoerpijp en de rookgasafvoer te worden verwijderd.Open uitvoering: Open toestellen betrekken de benodigde verbrandingslucht uit hun omgeving. Zie Par. 6.4.4 voor de rookgasafvoertabel voor de Remeha W21/28 ECO in open uitvoering. Gesloten uitvoering (sectie 4): Door toepassing van een luchttoevoerleiding verkrijgt men een gesloten systeem.
Het aantal plaatsingsmogelijkheden binnen het gebouw neemt hierdoor toe, terwijl er ten aanzien van de uitmondingsplaats in de gevel of op het dak minder strenge eisen van toepassing zijn omdat luchttoevoer en rookgasafvoer over het algemeen in hetzelfde drukgebied plaatsvinden. Raadpleeg voor luchttoevoer en rookgasafvoer in verschillende drukgebieden onze afdeling Marketing & Sales support. Daarnaast is de buitenlucht over het algemeen schoner, wat de levensduur van het toestel ten goede komt. De rookgasafvoertabel voor de Remeha W21/28 ECO in gesloten uitvoering vindt u in Par.
356.4.3 EisenHorizontale gedeelten in de rookgasafvoer moeten op afschot liggen richting toestel. Horizontale gedeelten in de luchttoevoer moeten op afschot liggen naar buiten. Hori-zontale doorvoeren dienen te voldoen aan de eisen voor horizontale uitmondingscon-structies voor gesloten toestellen. Deze zijn bij windaanval altijd trekkend, zodat de rookgassen tijdens stilstand van het toestel niet terugstromen.Voor verticale doorvoeren dienen goedgekeurde sets gebruikt te worden.
Raadpleeg voor de juiste uitmondingsplaats de NEN 2757.Materiaal rookgasafvoer :Enkelwandig, star: roestvaststaal of dikwandig aluminiumFlexibel: roestvaststaal of kunststof met Gaskeur.Materiaal luchttoevoer:Enkelwandig, star of flexibel, in aluminium, roestvaststaal of kunststof.Constructie:De toe te passen rookgasafvoerleiding dient qua constructie op naden en verbindingen lucht- en waterdicht te worden uitgevoerd of naadloos. Als voeringkanalen worden toegepast, dienen deze vervaardigd te worden uit een luchtdichte, dikwandige starre aluminium of roestvaststalen constructie (ook buigbare kunststof en roestvaststalen voeringpijpen zijn toegestaan). Aluminium is toegestaan, mits er geen contact is met het bouwkundige gedeelte van het rookgasafvoerkanaal. Inspectie van het voeringska-naal moet mogelijk zijn.
Indien het toestel gesloten wordt toegepast, dient ook de luchttoevoerleiding luchtdicht te worden uitgevoerd. Dit ter voorkoming van aanzuiging van ‘valse’ lucht.Voor verdere informatie: zie de NEN 2757.6.4.4 Enkelvoudig open, type B23Afb 13. Standaardsituaties ‘open uitvoering’00.W3H.79.00013Uitvoering rookgasafvoerleiding1 = Rookgasafvoerleiding zonder bochten2 = Rookgasafvoerleiding met 2 bochten 45° 3 = Rookgasafvoerleiding met 2 bochten 90° 4 = Rookgasafvoerleiding met haakse instroming en een bocht 90° of 2 bochten 45°
376.4.5 Enkelvoudig gesloten, type C33Afb 14. Standaardsituaties ‘gesloten uitvoering’00.W3H.79.00013Uitvoering rookgasafvoerleiding5 = Luchttoevoer en rookgasafvoerleiding horizontaal.6 = Luchttoevoer en rookgasafvoerleiding zonder bochten.7 = Luchttoevoer en rookgasafvoerleiding met twee bochten 90°Tabel 15. Rookgasafvoertabel ‘gesloten uitvoering’- = Niet toepasbaar+ = Afstanden tot 20 m toepasbaar, raadpleeg voor grotere afstanden onze afdeling Marketing & Sales support.6.4.6 Vereenvoudigd CLV-systeemVereenvoudigde CLV-systemen (verbrandingsluchttoevoer en rookgasafvoer in verschil-lende drukgebieden) zijn mogelijk, m.u.v. het ‘kustgebied’. Het maximale toegestane hoogteverschil tussen luchttoevoer en rookgasafvoer bedraagt 36 m.Voor meer informatie kunt u contact opnemen met onze afdeling Marketing & Sales support.
RemehaW21/28 ECO386. 5 Installatiegegevens6. 5. 1 CondensafvoerVoer het condenswater direct af naar het riool. Pas, gezien de zuurgraad (pH 3 tot 5), alleen kunststofmateriaal toe als verbindingsleiding. Vul de sifon na montage met water. Maak de aansluiting op de riolering met een open verbinding. De afvoerende leiding dient een afschot te hebben van minimaal 30 mm/m. Afvoeren van condenswater in een dakgoot is niet toegestaan, dit met oog op bevriezingsgevaar en aantasting van de normaal toegepaste materiaalsoorten voor dakgoten. 6. 5. 2 WateraansluitingenDe aanvoer- en retouraansluiting bevinden zich aan de onderzijde van het toestel (zie Afb 03 en Afb 04). De aansluitingen zijn uitgevoerd in pijpen van Ø 22 mm uitwendig. Voor het aansluiten op de installatie moeten de afdichtdoppen verwijderd worden.
Alleen voor Remeha W21/28c ECO:De sanitaire aansluitingen dienen overeenkomstig de algemene voorschriften voor drinkwaterinstallaties NEN 1006 (AVWI-1981) en de daarbij behorende werkbladen te worden uitgevoerd. De Remeha W21/28c ECO wordt compleet aangeleverd met pla-tenwarmtewisselaar, driewegklep, flowswitch en regelen beveiligingsapparatuur. Vóór de flowswitch is een doorstroombegrenzer (W21c ECO: ca. 6 l/min, W28c ECO: ca. 8 l/min) ingebouwd. In installaties met lage waterleidingdrukken kan de doorstroombe-grenzer indien nodig worden verwijderd. Hiertoe koppeling (Afb 06 pos. 20) losdraaien en de doorstroombegrenzer verwijderen. Let op de juiste montage van de flowswitch. De pijl op de flowswitch geeft de stromingsrichting aan. 6. 5. 3 CirculatiepompDe Remeha W21/28 ECO kan voorzien zijn van één van de volgende circulatiepompen - de Wilo, type RS 25/5 of de - Grundfos UPS 25/60.
Bij beide pompen kan de opvoerhoogte worden ingesteld met een schakelaar voor 3 toerentallen. Let op: de laagste stand is 1, de hoogste stand is 3. De pomp is ingesteld op stand 3. De restopvoerhoogte is voor beide pompen nage-noeg gelijk en kan in Afb 15 worden afgelezen.
39Afb 15. Grafiek restopvoerhoogte t.b.v. de c.v.-installatieLet op bij Remeha W21/28c ECOBij de Remeha W21/28c ECO kan pompstand 1 niet worden toegepast i.v.m. te geringe opvoerhoogte, hetgeen kan leiden tot temperatuurstoringen en verminderd tapcomfort.6.5.4 WaterdoorstromingHet maximale temperatuurverschil tussen aanvoer en retour wordt door de module-rende regeling van het toestel begrensd (∆T= 45°C); hierdoor is het toestel nagenoeg ongevoelig voor te kleine waterdoorstroming. De minimale waterdoorstroming bedraagt 0,13 m3/h voor de Remeha W21 ECO en 0,17 m3/h voor de Remeha W28 ECO.Onder de volgende voorwaarden zijn geen maatregelen voor een minimale waterdoor-stroming vereist:- ingestelde aanvoertemperatuur van maximaal 75°C.- evt.
mengkleppen met een looptijd > 1 minuut.- modulerende aansturing; bij toepassing van een modulerende weersafhankelijke rematic® regelaar, dient ruimtetemperatuurcompensatie te worden toegepast.- de installatie dient goed ingeregeld te zijn.
RemehaW21/28 ECO406.6 Hydraulische voorschriften 6.6.1 Expansievat en veiligheidsklepHet expansievat dient te worden opgenomen in de retourleiding, zie Afb 16.De veiligheidsklep dient bij de Remeha W21/28c ECO in de retourleiding te worden gemonteerd (i.v.m. de interne driewegklep in de aanvoer). Bij de Remeha W21/28s ECO de veiligheidsklep in de aanvoerleiding monteren, tussen het toestel en een eventuele driewegklep, zie Afb 17. Algemeen geldt dat de veiligheidsklep binnen 0,5 m vanaf het toestel, tussen het toestel en een eventuele afsluiter, dient te worden gemonteerd. De veiligheidsklep moet tenminste ½ “ zijn (wordt niet meegeleverd).6.6.2 WaterbehandelingWaterbehandeling is onder normale omstandigheden niet vereist (zie onze publicatie ‘Waterbehandelingsvoorschrift’). Het ongecontroleerd toevoegen van chemische midde-len wordt dringend ontraden.
De installatie dient te worden gevuld met genormaliseerd drinkwater. De pH-waarde van het installatiewater dient te liggen tussen 7 en 9.6.6.3 VloerverwarmingHet toestel kan direct op een vloerverwarmingsinstallatie worden aangesloten. In installaties waarin zuurstofdiffusie door kunststofleidingen kan worden verwacht, wordt geadviseerd een hydraulische scheiding middels een TSA op te nemen, of een filter voor het toestel te plaatsen.Afb 16. Veiligheidsvoorzieningen bij W21/28c ECO00.W3H.HS.00001a = veiligheidsventielb = expansievatc = radiatorverwarming
416.7 BoilertoepassingDe Remeha boilers kunnen aan de Remeha W21/28s ECO aangesloten worden overeenkomstig het principeaansluitschema van Afb 17 en Par. 7.3.2. Voor aansluiting van een boiler is een aansluitset leverbaar, bestaande uit een 24V ‘driedraads’-driewegklep en een aansluitkabel.6.7.1 Technische gegevens Remeha boilersRemeha staande boiler 120/40 liter:- Enkelwandige scheiding: RVS 304- Inhoud sanitairzijdig: 120 liter- Opgenomen vermogen: ca. 33 kW- Chloorbestendig tot: 150 mg/ltr- Aansluiting c.v.: ¾ “ buitendr.- Aansluitingen sanitair: ¾ “ binnendr.- Max. werkdruk c.v.-zijdig: 4 bar- Max. werkdruk sanitairzijdig: 8 bar- Geïsoleerd polyurethaan, 40 mm dik- Witte plaatstalen bemanteling (afm.
RemehaW21/28 ECO42Afb 17. Principeschema W21/28s ECO met voorraadboiler00.W3H.HS.000026.7.2 TapcapaciteitDe inhoud van de boilers is voldoende voor bijv. het snel vullen van een bad, waarbij de tapcapaciteit 11-13 l/min. kan bedragen, afhankelijk van de leidingweerstand. Na verbruik van de warmwatervoorraad gaat de boiler als doorstroomtoestel werken.Opmerkingen:- Ter voorkoming van ongecontroleerde stromingen in het c.v.-net mag de retourlei-ding van de boiler nooit op het c.v.-net aangesloten worden, maar altijd rechtstreeks op de retourleiding van de Remeha W21/28s ECO (zie Afb 17).- Monteer in de koudwateraansluiting van de boiler een inlaatcombinatie tegen terug-stromen en overdruk. Deze inlaatcombinatie wordt niet door Remeha geleverd.
436.7.3 BoilerregelingDe Remeha W21/28s ECO is standaard voorzien van een boilerregeling, geschikt voor het aansturen van een 24 Volt driewegklep (Honeywell Type VC 8010).De regeling is uitgevoerd met een zgn. boilervoorkeurschakeling. Dit houdt in dat bij gelijktijdige warmtevraag van de boiler en c.v. de boiler voorrang krijgt. Na einde warmtevraag van de boiler zal de ingebouwde circulatiepomp nog 5 min. in boilerstand nadraaien. De boilertemperatuur kan naar keuze geregeld worden door:- boilerthermostaat (24V)- boilersensor.6.8 ZonneboilertoepassingDe combitoestellen Remeha W21/28c ECO zijn geschikt als naverwarmer bij zon-neboilers. Het Gaskeur NZ (Naverwarming Zonneboiler) is geldig bij toepassing van de Remeha zonneboileraansluitset in combinatie met elke zonneboiler. De zonneboiler-aansluitset bestaat o.a. uit een mengventiel en een stromingsschakelaar.
RemehaW21/28 ECO447 INSTALLATIEVOORSCHRIFT VOOR DE ELEKTROTECHNISCHE INSTALLATEUR7.1 AlgemeenDe Remeha W21/28 ECO is uitgevoerd met elektronische regel- en beveiligingsappara-tuur en ionisatie-vlambeveiliging. Het hart van de toestelbesturing is een microproces-sor, die het toestel zowel beveiligt als bestuurt. De aansluiting op het elektriciteitsnet dient te worden uitgevoerd volgens voorschrift van het plaatselijk elektriciteitsbedrijf en NEN 1010.7.2 NetspanningDe Remeha W21/28 ECO is geschikt voor een 230V-50Hz voeding met fase/nul/aarde systeem en voorzien van een steker met randaarde (snoerlengte ca. 2 meter). Andere aansluitwaarden zijn slechts toegestaan m.b.v.
een scheidingstrafo.7.3 Aansluitvoorschrift toestelregeling7.3.1 Ruimteregeling en weersafhankelijke regelingHet toestel kan zowel modulerend als aan/uit geregeld worden.Aan/uit-regeling:Bij aan/uit-regeling kan het toestel moduleren op de ingestelde max. aanvoertempera-tuur. Aan/uit-regeling is mogelijk m.b.v. 24V-kamerthermostaten (alleen 2-draads) op de klemmen 3 en 4. Het warmteversnellerelement dient (indien aanwezig) ingesteld te worden op 0,11 A.Modulerende regeling:M.b.v. een modulerende regelaar wordt het modulerende karakter van de ketel opti-maal benut. De regelaar vraagt op basis van ruimte- en/of buitentemperatuur continu een aanvoertemperatuur van de ketel die vervolgens op deze temperatuur gaat modu-leren. Hierdoor neemt het aantal bedrijfsuren toe en wordt het aantal starts drastisch gereduceerd.
45Afb 18. Aansluitingen op de klemmenstrook00.W3H.79.00026bruin = nr. 3 op DWKblauw = nr. 2 op DWKzwart = nr. 6 op DWK*) De klemmen 10 en 11 kunnen gebruikt wor-den voor een eventuele voorwaarde-schakeling. Het toestel is standaard voorzien van een interface voor één van de Honeywell modulerende regelingen Chronotherm Modulation en Basicstat Modulation. Verder is een regelaarset (regelaar rematic® SR 5240 C1, interface en buitentemperatuurvoeler) beschikbaar voor het weersafhankelijk modulerend aansturen.Montage en aansluiting1. Honeywell Chronotherm Modulation. Montage in de referentieruimte. Aansluiting met behulp van een twee-aderige kabel op de klemmen 1 en 2 van de klem-menstrook.2. rematic® SR 5240 C1 (geen naregeling van groepen mogelijk). Montage van de regelaar in een referentieruimte, waardoor ruimtecompensatie kan worden toegepast.
Aansluiting met behulp van een twee-aderige kabel op de klemmen 1 en 2 van de klemmenstrook. De meegeleverde buitenvoeler wordt m.b.v. een twee-aderige kabel op de regelaar aangesloten. De bijbehorende interface dient u in de ketel te monteren. Voor gedetailleerde informatie: zie de documentatie van de betreffende regelaar.7.3.2 Boilerregeling (alleen voor Remeha W21/28s ECO)De boiler kan op twee manieren worden aangesloten: Met behulp van een standaard boilerthermostaat of met behulp van een Remeha temperatuursensor. De installatiepro-cedure is als volgt:A. Installatie met een boilerthermostaata. Sluit de boilerthermostaat aan op de klemmen 5 en 6 van de klemmenstrook.b. Sluit de driewegklep 24V (Honeywell Type VC 8010) aan op de klemmen 7, 8 en 9 van de klemmenstrook (zie ook het elektrisch schema in Par. 7.10).c. De toestelregeling dient juist ingesteld te worden (zie Par.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Remeha W28 Eco stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Verwarmingsketel Remeha
Handleiding Verwarmingsketel
Nieuwste handleidingen voor Verwarmingsketel