Remeha Tzerra Ace 24C Handleiding

Remeha Verwarmingsketel Tzerra Ace 24C

Bekijk gratis de handleiding van Remeha Tzerra Ace 24C (80 pagina’s), behorend tot de categorie Verwarmingsketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 293 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Remeha Tzerra Ace 24C of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/80
Nederland
nl
Installatie- en gebruikershandleiding
Hoog rendement gaswandketel
Tzerra Ace
24C - 28C - 39C

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Remeha
Categorie: Verwarmingsketel
Model: Tzerra Ace 24C

Foutcodes Remeha Tzerra Ace 24C

Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.

Code Betekenis Oplossing
F1 Zekering op de besturingsautomaat (1,6 A 230 VAC) 1. Controleer of de zekering F1 is doorgebrand. 2. Vervang de zekering door een nieuwe zekering van 1,6 A 230 VAC. 3. Als de zekering opnieuw doorbrandt, is er een elektrisch probleem dat door een erkend installateur moet worden opgelost.

Handleiding Remeha Tzerra Ace 24C – volledige tekst

Inhoudsopgave1 Veiligheid. 61. 1 Algemene veiligheidsinstructies. 61. 1. 1 Voor de installateur. 61. 1. 2 Voor de eindgebruiker. 71. 2 Aanbevelingen. 81. 3 Aansprakelijkheden. 101. 3. 1 Aansprakelijkheid van de fabrikant. 101. 3. 2 Aansprakelijkheid van de installateur. 101. 3. 3 Aansprakelijkheid van de gebruiker. 112 Over deze handleiding. 122. 1 Algemeen. 122. 2 Aanvullende documentatie. 122. 3 In de handleiding gebruikte symbolen. 123 Beschrijving van het product. 133. 1 Algemene beschrijving. 133. 2 Voornaamste componenten. 134 Voor de installatie. 144. 1 Installatievoorschriften. 144. 2 Locatiekeuze. 144. 3 Eisen aan de wateraansluitingen. 154. 3. 1 Eisen aan de CV-aansluitingen. 154. 3. 2 Eisen aan de tapwateraansluitingen. 154. 3. 3 Eisen aan de condensafvoer. 154. 3. 4 Eisen aan het expansievat. 154. 4 Eisen aan de Gasaansluiting. 154. 5 Eisen aan het rookgasafvoersysteem. 164.

5. 1 Classificatie. 164. 5. 2 Materiaal. 194. 5. 3 Afmetingen rookgasafvoerleiding. 204. 5. 4 Lengte van de lucht- en rookgasleidingen. 214. 5. 5 Aanvullende richtlijnen. 234. 6 Eisen aan de elektrische aansluitingen. 244. 7 Waterkwaliteit en waterbehandeling. 245 Installatie. 255. 1 Positionering van de ketel. 255. 2 Doorspoelen van de installatie. 255. 3 Aansluiten van water en gas. 265. 4 Aansluitingen van de luchttoevoer/rookgasafvoer. 265. 4. 1 rookgasafvoer- /luchttoevoeradapter. 265. 4. 2 Aansluiting rookgasafvoer en luchttoevoer. 275. 5 Elektrische aansluitingen. 275. 5. 1 Regeleenheid. 275. 5. 2 Aansluiten van het bedieningspaneel. 285. 5. 3 Aansluitmogelijkheden van de standaard besturingsprint (CB-06). 296 Voor inbedrijfstelling. 316. 1 Beschrijving van het bedieningspaneel. 316. 1. 1 Betekenis van de toetsen. 316. 1. 2 Betekenis van de symbolen op het display. 316.

1 Veiligheid1.1 Algemene veiligheidsinstructies1.1.1 Voor de installateurGevaarIndien u gas ruikt:1. Gebruik geen vuur, rook niet, gebruik geen elektrische contacten of schakelaars (bel, verlichting, motor, lift, etc.).2. Sluit de gasaanvoer af.3. Open de ramen.4. Spoor mogelijke lekkages op en dicht deze onmiddellijk af.5. Zit het lek vóór de gasmeter, waarschuw dan het gasbedrijf.GevaarIndien u rookgassen ruikt:1. Schakel de ketel uit.2. Open de ramen.3. Spoor mogelijke lekkages op en dicht deze onmiddellijk af.OpgeletControleer de hele verwarmingsinstallatie op lekkages na onderhouds- en servicewerkzaamheden.1 Veiligheid6 7680248 - v.04 - 15112018

1.1.2 Voor de eindgebruikerGevaarIndien u gas ruikt:1. Gebruik geen vuur, rook niet, gebruik geen elektrische contacten of schakelaars (bel, verlichting, motor, lift, etc.).2. Sluit de gasaanvoer af.3. Open de ramen.4. Ontruim de woning.5. Neem contact op met een erkend installateur.GevaarIndien u rookgassen ruikt:1. Schakel de ketel uit.2. Open de ramen.3. Ontruim de woning.4. Neem contact op met een erkend installateur.WaarschuwingRaak de rookgaspijpen niet aan. Afhankelijk van de ketelinstellingen kan de temperatuur van de rookgaspijpen hoger dan 60°C worden.WaarschuwingRaak radiatoren niet langdurig aan. Afhankelijk van de ketelinstellingen kan de temperatuur van de radiatoren hoger dan 60°C worden.WaarschuwingWees voorzichtig met het sanitair warmwater.

Afhankelijk van de ketelinstellingen kan de temperatuur van sanitair warmwater hoger dan 65°C worden.WaarschuwingHet gebruik van de ketel en de installatie door u als eindgebruiker dient zich te beperken tot de handelingen zoals omschreven in deze handleiding. Uitgebreidere handelingen dienen uitsluitend door een erkend installateur te geschieden.WaarschuwingDe condenswaterafvoer mag niet worden gewijzigd of afgedicht. Wanneer een condensaat-neutralisatiesysteem is toegepast, dient dit regelmatig volgens de voorschriften van de fabrikant te worden gereinigd.1 Veiligheid7680248 - v.04 - 15112018 7

OpgeletZorg dat de ketel wordt onderhouden. Neem contact op met een erkend installateur of sluit een onderhoudscontract af voor de servicebeurt van de ketel.OpgeletEr mogen alleen originele reserveonderdelen worden gebruikt.BelangrijkControleer regelmatig of de verwarmingsinstallatie met water is gevuld en onder druk staat.1.2 AanbevelingenGevaarDit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van acht jaar en ouder en mensen met lichamelijke, gevoelsmatige of geestelijke beperkingen of met gebrek aan ervaring en kennis als ze begeleiding en instructie krijgen hoe het apparaat op een veilige manier te gebruiken en de eraan verbonden gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.

Zonder begeleiding mag schoonmaak en gebruikers onderhoud niet door kinderen worden gedaan.WaarschuwingDe installatie en het onderhoud van de ketel moeten door een erkend installateur worden uitgevoerd volgens de plaatselijke en nationale regelgeving.WaarschuwingHet niet juist installeren en onderhouden van de ketel door een erkend installateur volgens de bij de ketel meegeleverde handleiding, kan tot gevaarlijke situaties leiden en/of lichamelijk letsel tot gevolg hebben.WaarschuwingHet verwijderen en afvoeren van de ketel moeten door een erkend installateur worden uitgevoerd volgens de plaatselijke en nationale regelgeving.1 Veiligheid8 7680248 - v.04 - 15112018

WaarschuwingAls het netsnoer beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant zelf, zijn dealer of vergelijkbare bekwame personen om gevaarlijke situaties te voorkomen.WaarschuwingBij werkzaamheden aan de ketel, de ketel altijd spanningsvrij maken en de hoofdgaskraan sluiten.WaarschuwingControleer de hele installatie na onderhouds- en servicewerkzaamheden op lekkages.GevaarHet plaatsen van rook- en CO-melders op relevante plekken in de woning is uit zekerheidsoverwegingen aan te raden.OpgeletZorg dat de ketel op ieder moment te bereiken is.De ketel moet in een vorstvrije ruimte geïnstalleerd worden.Bij vaste aansluiting van het netsnoer dient altijd voor de ketel een dubbelpolige hoofdschakelaar te worden aangebracht met een contactopening van ten minste 3 mm (EN 60335-1).Tap de ketel en de CV-installatie af, als u voor langere tijd geen gebruik maakt van de woning en er kans is op vorst.De vorstbeveiliging werkt niet als de ketel buiten bedrijf is.De ketelbeveiliging is slechts een beveiliging voor de ketel en niet voor de installatie.Controleer regelmatig de waterdruk van de installatie.

Als de waterdruk lager is dan 0,8 bar moet de installatie bijgevuld worden (geadviseerde waterdruk tussen 1,5 en 2 bar).BelangrijkBewaar dit document in de nabijheid van de ketel.BelangrijkManteldelen mogen alleen verwijderd worden voor onderhouds- en servicewerkzaamheden. Plaats na de onderhouds- en servicewerkzaamheden alle manteldelen terug.1 Veiligheid7680248 - v.04 - 15112018 9

BelangrijkInstructie- en waarschuwingsstickers mogen nooit verwijderd of afgedekt worden en moeten gedurende de totale levensduur van de ketel leesbaar zijn. Vervang beschadigde of onleesbare instructie- en waarschuwingsstickers onmiddellijk.BelangrijkWijzigingen in de ketel mogen alleen uitgevoerd worden na schriftelijke toestemming van Remeha.1.3 Aansprakelijkheden1.3.1 Aansprakelijkheid van de fabrikantOnze producten worden vervaardigd volgens de eisen van de verschillende van toepassing zijnde richtlijnen. Ze worden daarom afgeleverd met de -markering en eventueel noodzakelijke documenten. In het belang van de kwaliteit van onze producten brengen wij doorlopend verbeteringen aan.

Daarom houden wij ons het recht voor de in dit document vermelde specificaties te wijzigen.In de volgende gevallen zijn wij als fabrikant niet aansprakelijk:Het niet in acht nemen van de installatievoorschriften van het apparaat.Het niet in acht nemen van de gebruiksvoorschriften van het apparaat.Gebrekkig of onvoldoende onderhoud van het apparaat.1.3.2 Aansprakelijkheid van de installateurDe installateur is aansprakelijk voor de installatie en de eerste inbedrijfstelling van het apparaat.

De installateur moet de volgende instructies in acht nemen:Lees de voorschriften van het apparaat in de meegeleverde handleidingen en neem deze in acht.Installeer het apparaat overeenkomstig de geldende wetgeving en normen.Voer de eerste inbedrijfstelling en eventueel benodigde controles uit.Leg de installatie uit aan de gebruiker.Als onderhoud noodzakelijk is, waarschuw dan de gebruiker voor de controle- en onderhoudsplicht betreffende het apparaat.1 Veiligheid10 7680248 - v.04 - 15112018

Overhandig alle handleidingen aan de gebruiker.1.3.3 Aansprakelijkheid van de gebruikerOm het optimaal functioneren van het apparaat te garanderen moet u de volgende aanwijzingen in acht nemen:Lees de voorschriften van het apparaat in de meegeleverde handleidingen en neem deze in acht.Vraag de hulp van een erkend installateur voor de installatie en de uitvoering van de eerste inbedrijfstelling.Vraag aan de installateur uitleg over uw installatie.Laat de benodigde inspecties en onderhoud uitvoeren door een erkend installateur.Bewaar de handleidingen in goede staat en in de buurt van het apparaat.1 Veiligheid7680248 - v.04 - 15112018 11

2 Over deze handleiding2.1 AlgemeenDeze handleiding is bestemd voor de installateur en eindgebruiker van een Tzerra Ace ketel.BelangrijkDe handleiding is ook beschikbaar op onze internetsite.2.2 Aanvullende documentatieNaast deze handleiding is de volgende documentatie beschikbaar:ProductinformatieServicehandleidingWaterkwaliteitsvoorschrift2.3 In de handleiding gebruikte symbolenDeze handleiding bevat bijzondere aanwijzingen, gemarkeerd met specifieke symbolen.

Let extra goed op wanneer deze symbolen worden gebruikt.GevaarKans op gevaarlijke situaties die ernstig persoonlijk letsel kunnen veroorzaken.Gevaar voor elektrische schokKans op elektrische schok, kan ernstig persoonlijk letsel veroorzaken.WaarschuwingKans op gevaarlijke situaties die licht persoonlijk letsel kunnen veroorzaken.OpgeletKans op materiële schade.BelangrijkLet op, belangrijke informatie.ZieVerwijzing naar andere handleidingen of andere pagina's in deze handleiding.2 Over deze handleiding12 7680248 - v.04 - 15112018

3 Beschrijving van het product3.1 Algemene beschrijvingDe Tzerra Ace is een ketel met de volgende kenmerken:HoogrendementverwarmingLage verontreinigende uitstootDe volgende keteltypes zijn leverbaar:24C28C39CVerwarming en productie van sanitair warm water.3.2 Voornaamste componentenAfb.1 Tzerra Ace 24C - 28C - 39CAD-3001185-0146578101415121311123169124141813121791Rookgasafvoer2Luchttoevoer3Bemanteling/luchtkast4Rookgasmeetpunt5Ionisatie-/ontstekingselektrode6Rookgasafvoer7Gas-/luchtsysteem met ventilator, gasblok en branderautomaat8Luchtinlaatdemper9Platenwarmtewisselaar (SWW)10 Aansluitbox11 Sifon12 Circulatiepomp13 Driewegklep14 Warmtewisselaar (CV)15 Automatische ontluchter16 Typeplaat17 Hydroblok18 OverdrukventielAanvoer CVUitgang sanitair warm waterIngang sanitair koud waterRetour CV3 Beschrijving van het product7680248 - v.04 - 15112018 13

4 Voor de installatie4.1 InstallatievoorschriftenBelangrijkDe installatie van de ketel moet door een erkend installateur worden uitgevoerd volgens de plaatselijke en nationale regelgeving.4.2 LocatiekeuzeBij het bepalen van de juiste installatielocatie, rekening houden met:De richtlijnen.De benodigde opstellingsruimte.De benodigde ruimte rond de ketel voor een goede bereikbaarheid en vereenvoudiging van het onderhoud.De benodigde ruimte onder de ketel voor het plaatsen en verwijderen van de sifon en de aansluitboxDe toegestane positie van de rookgasafvoeruitmonding en/of luchttoevoeropening.De vlakheid van de ondergrondA≥ 1000 mmB274 mmC368 mmD≥ 250 mmE554 mmF≥ 250 mmWordt de ketel in een gesloten kast geïnstalleerd, dan moet de minimum afstand tussen de ketel en de wanden van de kast in acht worden genomen.1≥ 100 mm (voorkant)2≥ 40 mm (rechterkant)3≥ 50 mm (linkerkant)Zorg tevens voor openingen om de volgende risico’s te voorkomen:GasophopingOpwarming van de kastMinimale doorsnede van de openingen: S1 + S2 = 150 cm2GevaarHet is verboden om, zelfs tijdelijk, brandbare producten en stoffen in de ketel of in de buurt van de ketel op te slaan.WaarschuwingBevestig de ketel op een stevige wand die het gewicht van de met water gevulde ketel en de voorzieningen kan dragen.Plaats de ketel niet boven een warmtebron of een kookapparaat.Plaats de ketel niet in direct of indirect zonlicht.OpgeletDe ketel moet in een vorstvrije ruimte geïnstalleerd worden.Bij de ketel moet een geaarde elektrische aansluiting aanwezig zijn.Voor de condensafvoer moet er een aansluiting op het riool in de buurt van de ketel zijn.Afb.2 MontageruimteAD-3000954-02CADFEBS1S22134 Voor de installatie14 7680248 - v.04 - 15112018

4.3 Eisen aan de wateraansluitingenControleer voor de installatie of de aansluitingen aan de gestelde eisen voldoen.Voer eventuele laswerkzaamheden uit op voldoende afstand van de ketel.Volg bij gebruik van kunststof leidingen de (aansluit) aanwijzingen van de fabrikant op.Bij een combiketel in een installatie waarbij de aanvoer geheel van de retour kan worden afgesloten (bijvoorbeeld bij toepassing van thermostaatkranen), dient of een bypass-leiding gemonteerd te worden of het expansievat in de aanvoer CV-leiding geplaatst te worden.4.3.1 Eisen aan de CV-aansluitingenMonteer in de aanvoer CV-leiding en de retour CV-leiding een serviceafsluiter, voor het uitvoeren van servicewerkzaamheden.Wij raden aan een CV-filter te installeren om vervuiling van ketelcomponenten te voorkomen.4.3.2 Eisen aan de tapwateraansluitingenMonteer in de koudwateraanvoerleiding direct onder de ketel een KIWA-gekeurde inlaatcombinatie.Plaats een afvoer naar het riool voor het expansiewater onder de inlaatcombinatie.4.3.3 Eisen aan de condensafvoerDe afvoerpijp dient Ø 32 mm of groter te zijn, uitkomend op het riool.Afschot afvoerpijp minimaal 30 mm per meter, maximale horizontale lengte 5 meter.Monteer een stankafsluiter of sifon in de afvoerpijp.4.3.4 Eisen aan het expansievatZorg voor een expansievat met de juiste inhoud en voordruk.Monteer het expansievat op de retour CV-leiding .4.4 Eisen aan de GasaansluitingVoer eventuele laswerkzaamheden uit op voldoende afstand van de ketel.Controleer voor montage of de gasmeter voldoende capaciteit heeft.

Houd daarbij rekening met het verbruik van alle apparaten. Waarschuw het plaatselijke energiebedrijf als de gasmeter te weinig capaciteit heeft.Wij raden aan een gasfilter te installeren om vervuiling van het gasblok te voorkomen.4 Voor de installatie7680248 - v.04 - 15112018 15

4.5 Eisen aan het rookgasafvoersysteem4.5.1 ClassificatieBelangrijkDe installateur is verantwoordelijk voor het toepassen van de juiste diameter, lengte en type van het rookgasafvoersysteem.Gebruik altijd aansluitmateriaal, dakdoorvoer en/of geveldoorvoer van dezelfde fabrikant.

Raadpleeg de fabrikant voor compatibiliteit.Tab.1 Type rookgasaansluiting: B23PPrincipe Beschrijving Toegestane fabrikanten(1)AD-3000924-01Open uitvoeringZonder trekonderbreker.Rookgasafvoer bovendaks.Lucht uit de opstellingsruimte.De IP-codering van de ketel is verlaagd tot IP20.Aansluitmateriaal en dakdoorvoer:BurgerhoutCox GeelenUbbink(1) Het materiaal moet ook voldoen aan de materiaaleigenschappen uit het desbetreffende hoofdstuk.Tab.2 Type rookgasaansluiting: C13Principe Beschrijving Toegestane fabrikanten(1)AD-3000926-01Gesloten uitvoeringUitmonding in de gevel.Luchttoevoeropening ligt in hetzelfde drukgebied als de uitmonding (bijvoorbeeld een gecombineerde geveldoorvoer).Parallel niet toegestaan.Geveldoorvoer en aansluitmateriaal:Remeha, te combineren met aansluitmateriaal van BurgerhoutBurgerhoutCox Geelen(1) Het materiaal moet ook voldoen aan de materiaaleigenschappen uit het desbetreffende hoofdstuk.Tab.3 Type rookgasaansluiting: C33Principe Beschrijving Toegestane fabrikanten(1)AD-3000927-01Gesloten uitvoeringRookgasafvoer bovendaks.Luchttoevoeropening ligt in hetzelfde drukgebied als de uitmonding (bijvoorbeeld een concentrische dakdoorvoer).Dakdoorvoer en aansluitmateriaalBurgerhoutCox GeelenUbbink(1) Het materiaal moet ook voldoen aan de materiaaleigenschappen uit het desbetreffende hoofdstuk.4 Voor de installatie16 7680248 - v.04 - 15112018

Tab. 4 Type rookgasaansluiting: C53Principe Beschrijving Toegestane fabrikanten(1)AD-3000929-02Aansluiting in verschillende drukgebiedenGesloten toestel. Separaat luchttoevoerkanaal. Separaat rookgasafvoerkanaal. Uitmondend in verschillende drukvlakken. Luchttoevoer en rookgasafvoer mogen niet in tegenoverliggende gevels worden geplaatst. Aansluitmateriaal en dakdoorvoer:BurgerhoutCox GeelenUbbink(1) Het materiaal moet ook voldoen aan de materiaaleigenschappen uit het desbetreffende hoofdstuk. Tab. 5 Type rookgasaansluiting: C63Principe Beschrijving Toegestane fabrikanten(1) Dit type toestel wordt door de fabrikant zonder luchttoevoersysteem en rookgasafvoersysteem geleverd. Houd bij het selecteren van het materiaal rekening met de volgende eigenschappen:Condenswater dient terug te stromen naar de ketel. Het materiaal dient bestand te zijn tegen de rookgastemperatuur van deze ketel.

Maximaal toegestane recirculatie van 10%. Luchttoevoer en rookgasafvoer mogen niet in tegenoverliggende gevels worden geplaatst. Minimaal toegestaan drukverschil tussen luchttoevoer en rookgasafvoer is -200 Pa (inclusief -100 Pa winddruk). (1) Het materiaal moet ook voldoen aan de materiaaleigenschappen uit het desbetreffende hoofdstuk. Tab. 6 Type rookgasaansluiting: C93Principe(1) Beschrijving Toegestane fabrikanten(2)AD-3000931-01Gesloten uitvoeringLuchttoevoer- en rookgasafvoerkanaal in schacht of omkokerd:Concentrisch. Luchttoevoer uit bestaand kanaal. Rookgasafvoer bovendaks. Instroomopening voor de luchttoevoer ligt in hetzelfde drukgebied als de uitmonding. Aansluitmateriaal en dakdoorvoer:BurgerhoutCox GeelenUbbink(1) Zie tabel voor eisen aan schacht of koker. (2) Het materiaal moet ook voldoen aan de materiaaleigenschappen uit het desbetreffende hoofdstuk. Tab.

Uitvoering (D) Zonder luchttoevoer Met luchttoevoerConcentrisch 60/100 mm Ø 120 mm □ 120 x 120 mm Ø 120 mm □ 120 x 120 mmConcentrisch 80/125 mm Ø 145 mm □ 145 x 145 mm Ø 145 mm □ 145 x 145 mmBelangrijkDe schacht moet voldoen aan de luchtdichtheidseisen van NPR 3378, deel 46, hoofdstuk 5.BelangrijkAls voeringkanalen worden toegepast, moeten deze bestaan uit een luchtdichte, dikwandige starre aluminium of roestvaststalen constructie. Ook buigbare kunststof en roestvaststalen voeringpijpen zijn toegestaan.

Aluminium is toegestaan, mits er geen contact is met het bouwkundige gedeelte van het rookgasafvoerkanaal.Schachten altijd grondig reinigen bij toepassing van voeringspijpen en/of luchttoevoeraansluiting.Inspectie van het voeringkanaal moet mogelijk zijn.Zie voor aanvullende richtlijnen NPR 3378, deel 46.Tab.8 Type rookgasaansluiting: C(10)3Principe Beschrijving Toegestane fabrikanten(1)AD-3000959-01Gecombineerd luchttoevoer- en rookgasafvoersysteem (collectief lucht/rookgassysteem) met overdrukMinimaal toegestaan drukverschil tussen luchttoevoer en rookgasafvoer is -200 Pa (inclusief -100 Pa winddruk).Het kanaal dient ontworpen te zijn voor een nominale rookgastemperatuur van 25 °C.Plaats een condenswaterafvoer, voorzien van een sifon, aan de onderkant van het kanaal.Maximaal toegestane recirculatie van 10%.De gemeenschappelijke afvoer dient geschikt te zijn voor een druk van ten minste 200 Pa.De dakdoorvoer dient voor deze opstelling ontworpen te zijn en een trek in het kanaal te veroorzaken.Trekonderbreker niet toegestaan.BelangrijkVoor deze opstelling dient het ventilatortoerental te worden aangepast.Neem contact met ons op voor meer informatie.Aansluitmateriaal tot aan het gemeenschappelijk kanaal:BurgerhoutCox GeelenUbbink(1) Het materiaal moet ook voldoen aan de materiaaleigenschappen uit het desbetreffende hoofdstuk.Afb.3 Minimale afmeting schacht of koker C93AD-3000330-03□DØD4 Voor de installatie18 7680248 - v.04 - 15112018

Tab.9 Type rookgasaansluiting: C(12)3Principe Beschrijving Toegestane fabrikanten(1)AD-3000930-01Gemeenschappelijke rookgasafvoer en individuele luchttoevoer (collectief rookgassysteem)Minimaal toegestaan drukverschil tussen luchttoevoer en rookgasafvoer is -200 Pa (inclusief -100 Pa winddruk).Het kanaal dient ontworpen te zijn voor een nominale rookgastemperatuur van 25 °C.Plaats een condenswaterafvoer, voorzien van een sifon, aan de onderkant van het kanaal.Maximaal toegestane recirculatie van 10%.De gemeenschappelijke afvoer dient geschikt te zijn voor een druk van ten minste 200 Pa.De dakdoorvoer dient voor deze opstelling ontworpen te zijn en een trek in het kanaal te veroorzaken.Trekonderbreker niet toegestaan.BelangrijkVoor deze opstelling dient het ventilatortoerental te worden aangepast.Neem contact met ons op voor meer informatie.Aansluitmateriaal tot aan het gemeenschappelijk kanaal:BurgerhoutCox GeelenUbbink(1) Het materiaal moet ook voldoen aan de materiaaleigenschappen uit het desbetreffende hoofdstuk.4.5.2 MateriaalControleer met de tekenreeks op het rookgasafvoermateriaal of het geschikt is voor toepassing op dit toestel.1EN 14471 of EN 1856–1: Het materiaal is CE-gekeurd volgens deze norm.

Voor kunststof is dit EN 14471, Voor aluminium en roestvast staal is dit EN 1856-1.2T120: Het materiaal heeft temperatuurklasse T120. Een hoger getal is ook toegestaan, lager niet.3P1: Het materiaal valt in drukklasse P1. H1 is ook toegestaan.4W: Het materiaal is geschikt om condenswater af te voeren (W=’wet’). D is niet toegestaan (D=’dry’).5E: Het materiaal valt in brandbestendigheidsklasse E. Klasse A t/m D zijn ook toegestaan, F is niet toegestaan. Alleen van toepassing op kunststof.Afb.4 Voorbeelden tekenreeksAD-3001120-01EN 14471 - T120 P1 W 1 O50 LI E U0EN 1856-1 - T120 P1 W VxL40045 G(xx)132454 Voor de installatie7680248 - v.04 - 15112018 19

Dit geldt ook voor dakdoorvoeren en gemeenschappelijke kanalen.De toegepaste materialen moeten voldoen aan de geldige voorschriften en normen.Neem voor de toepassing van flexibel rookgasafvoermateriaal contact met ons op.Tab.10 Overzicht materiaaleigenschappenUitvoering Rookgasafvoer LuchttoevoerMateriaal Materiaaleigenschappen Materiaal MateriaaleigenschappenEnkelwandig, star Plastic(1)Roestvast staal(2)Dikwandig aluminium(2)Met CE markeringTemperatuurklasse T120 of hogerCondensaatklasse W (Wet)Drukklasse P1 of H1Brandbestendigheidsklasse E of beter(3)PlasticRoestvast staalAluminiumMet CE markeringDrukklasse P1 of H1Brandbestendigheidsklasse E of beter(3)(1) volgens EN 14471(2) volgens EN 1856(3) volgens EN 13501-14.5.3 Afmetingen rookgasafvoerleidingWaarschuwingHet leidingwerk dat op de rookgasadapter wordt aangesloten, moet voldoen aan onderstaande afmetingen.d1Buitenmaat rookgasafvoerleidingD1Buitenmaat luchttoevoerleidingTab.11 Afmetingen leiding d1 (min-max) D1 (min-max)80/80 mm 79,3 - 80,3 mm 79,3 - 80,3 mmd1Buitenmaat rookgasafvoerleidingD1Buitenmaat luchttoevoerleidingL1lengteverschil tussen rookgasafvoerleiding en luchttoevoerleidingTab.12 Afmetingen leiding d1 (min-max) D1 (min-max) L1(1) (min-max)60/100 mm 59,3 - 60,3 mm 99 - 100,5 mm 0 - 15 mm80/125 mm 79,3 - 80,3 mm 124 - 125,5 mm 0 - 15 mm(1) Kort de binnenpijp in wanneer het lengteverschil te groot is.Afb.5 Afmetingen parallelle aansluitingAD-3000963-01ød1øD1Afb.6 Afmetingen concentrische aansluitingAD-3000962-01ød1L1øD14 Voor de installatie20 7680248 - v.04 - 15112018

4.5.4 Lengte van de lucht- en rookgasleidingenDe maximale lengte van het rookgasafvoer- en luchttoevoerkanaal verschillen per toesteltype, raadpleeg het desbetreffende hoofdstuk voor de juiste lengtes.BelangrijkBij het gebruik van bochten, moet de maximale schoorsteenlengte (L), verkort worden volgens de reductietabel.Voor aanpassing naar een andere diameter moet gebruik worden gemaakt van goedgekeurde verloopstukken.De ketel is ook geschikt voor langere schoorsteenlengten en andere diameters dan in de tabellen wordt aangegeven.

Neem contact met ons op voor meer informatie.Open uitvoering (B23P)LLengte van het rookgasafvoerkanaal tot aan dakdoorvoerAansluiting rookgasafvoerAansluiting luchttoevoerLLengte van het rookgasafvoerkanaal tot aan dakdoorvoerAansluiting rookgasafvoerAansluiting luchttoevoerOpgeletDe luchttoevoeropening moet geopend blijven.De opstellingsruimte moet voorzien zijn van de noodzakelijke luchttoevoeropeningen.

Deze mogen niet worden verkleind of afgesloten.Tab.13 Maximale lengte (L)Diameter(1) 60 mm 70 mm 80 mm 90 mmTzerra Ace 24C 13 m 25 m 40 m(1) 40 m(1)Tzerra Ace 28C 14 m 27 m 40 m(1) 40 m(1)Tzerra Ace 39C 8 m 15 m 38 m 40 m(1)(1) Met behoud van maximale lengte kunnen er extra 5 maal 90º of 10 maal 45º bochtstukken worden toegepast (aangegeven per keteltype en diameter).Gesloten uitvoering (C13, C33, C63, C93)LGezamenlijke lengte van het rookgasafvoer- en luchttoevoerkanaal, tot aan dakdoorvoerAansluiting rookgasafvoerAansluiting luchttoevoerAfb.7 Open uitvoering (parallel)AD-0000183-01L =Afb.8 Open uitvoering (concentrisch)AD-3000853-01L =Afb.9 Gesloten uitvoering (parallel)AD-0000184-01L = +4 Voor de installatie7680248 - v.04 - 15112018 21

Aansluiting in verschillende drukgebieden (C53)BelangrijkHet maximaal toegestane hoogteverschil tussen verbrandingsluchttoevoer en rookgasafvoer bedraagt 36 m. LGezamenlijke lengte van het rookgasafvoer- en luchttoevoerkanaalAansluiting rookgasafvoerAansluiting luchttoevoerTab. 16 Maximale lengte (L)Diameter(1) 60 mm 70 mm 80 mm 90 mmTzerra Ace 24C 6 m 14 m 35 m 40 m(1)Tzerra Ace 28C 9 m 18 m 40 m 40 m(1)Tzerra Ace 39C 4 m 10 m 26 m 40 m(1) Met behoud van maximale lengte kunnen er extra 5 maal 90º of 10 maal 45º bochtstukken worden toegepast (aangegeven per keteltype en diameter). Collectief lucht-/rookgassysteem, overdruk (C(10)3, C(12)3 concentrisch )LLengte van het concentrische rookgasafvoerkanaal tot aan gemeenschappelijk kanaalAansluiting rookgasafvoerAansluiting luchttoevoerBij een concentrische uitvoering van C(12)3 mag 2 m extra voor de rookgasafvoer worden gerekend. Tab.

Collectief rookgassysteem, overdruk (C(12)3 parallel)LGezamenlijke lengte van het luchttoevoerkanaal en rookgasafvoerkanaal tot aan het gemeenschappelijke deelAansluiting rookgasafvoerAansluiting luchttoevoerBelangrijkHet maximaal toegestane hoogteverschil tussen verbrandingsluchttoevoer en rookgasafvoer bedraagt 36 m.Tab.18 Maximale lengte (L)Diameter(1) 60 mm 80 mmTzerra Ace 24C 6 m 20 m(1)Tzerra Ace 28C 10 m 20 m(1)Tzerra Ace 39C 3 m 20 m(1) Met behoud van maximale lengte kunnen er extra 5 maal 90º of 10 maal 45º bochtstukken worden toegepast (aangegeven per keteltype en diameter).ReductietabelTab.19 Leidingreducties per toegepast element (parallel)Diameter 60 mm 70 mm 80 mm 90 mmBochtstuk 45° 1,1 m(1)0,9 m(2)1,1 m 1,2 m 1,3 mBochtstuk 90° 3,5 m(1)3,1 m(2)3,5 m 4,0 m 4,5 m(1) Type: C(12)3 parallel(2) Type: C(12)3 concentrisch en alle andere typesTab.20 Leidingreducties per toegepast element (concentrisch)Diameter 60/100 mm 80/125 mmBochtstuk 45° 1,0 m 1,0 mBochtstuk 90° 2,0 m 2,0 m4.5.5 Aanvullende richtlijnenInstallatieVoor de installatie van het rookgasafvoer- en luchttoevoermateriaal wordt verwezen naar de voorschriften van de fabrikant van het betreffende materiaal.

Controleer na montage tenminste alle rookgasvoerende en luchtvoerende delen op dichtheid.WaarschuwingHet niet volgens de voorschriften installeren van de rookgasafvoer- en luchttoevoermaterialen (niet lekdicht, niet correct gebeugeld, et cetera), kan tot gevaarlijke situaties leiden en/of lichamelijk letsel tot gevolg hebben.Zorg voor voldoende afschot van de rookgasafvoerleiding richting de ketel (minimaal 50 mm per meter) en voor voldoende condensopvang en afvoer (minimaal 1 m voor de uitmonding van de ketel). De toegepaste bochten moeten groter zijn dan 90° om afschot en een goede afdichting op de lippenringen te waarborgen.Afb.13 Collectief rookgassysteem, overdrukAD-0000186-01L = +4 Voor de installatie7680248 - v.04 - 15112018 23

CondensatieDirecte aansluiting van de rookgasafvoer op bouwkundige kanalen is niet toegestaan in verband met condensatie.Wanneer er in de rookgasafvoerleiding condens uit een kunststof of roestvast stalen leidingdeel terug kan stromen naar een aluminium deel, dan dient dit condens via een opvanginrichting afgevoerd te worden, voordat dit het aluminium bereikt.(overeenkomstig NPR 3378)Nieuw geïnstalleerde aluminium rookgasleidingen met grotere lengtes kunnen relatief grotere hoeveelheden corrosieproducten produceren.

Controleer en reinig de sifon in dat geval vaker.BelangrijkNeem contact met ons op voor meer informatie.4.6 Eisen aan de elektrische aansluitingenVoer de elektrische aansluitingen uit in overeenstemming met alle geldende plaatselijke en landelijke voorschriften en normen.De elektrische aansluitingen moeten altijd spanningsloos worden uitgevoerd en alleen door erkende installateurs.De ketel is geheel voorbedraad. Wijzig nooit de interne aansluitingen van het bedieningspaneel.Sluit de ketel altijd aan op een goed geaarde installatie.Bedrading uitvoeren volgens de aanwijzingen in de elektrische schema’s.Volg de aanbevelingen in deze handleiding.Scheid de sensorkabels van de 230 V kabels.4.7 Waterkwaliteit en waterbehandelingDe kwaliteit van het CV-water moet voldoen aan bepaalde grenswaarden, die te vinden zijn in ons Waterkwaliteitsvoorschrift.

5 Installatie5.1 Positionering van de ketelBelangrijkHet ophangen van het montageframe (accessoire) wordt beschreven in de bijbehorende montage-instructie.Dankzij de ophangstrip aan de achterzijde van de mantel, kan de ketel direct aan de ophangbeugel gehangen worden.OpgeletBescherm de ketel tegen bouwstof en dek de aansluitpunten van de rookgasafvoer en luchttoevoer af. Verwijder deze afdekking pas bij montage van de betreffende aansluitingen.1. Bepaal de positie van de ophangbeugel. Zorg ervoor dat de bevestigingsgaten van de beugel waterpas zijn. BelangrijkDe extra bevestigingsgaten van de ophangbeugel zijn bedoeld voor het geval dat één van beide gaten een goede bevestiging van de plug onmogelijk maakt.2. Boor de 2 afgetekende gaten van Ø 8 mm.3. Plaats de Ø 8 mm pluggen.4. Zet vast met de bouten Ø 6 mm en de bijbehorende sluitringen.5.

Hang de ketel op aan de ophangstrip, die aan de achterzijde van de ketel zit. 6. Verwijder de beschermkappen van alle hydraulische in- en uitgangen van de ketel. 5.2 Doorspoelen van de installatieVoordat een nieuwe ketel op een bestaande of nieuwe installatie kan worden aangesloten, moet de gehele installatie grondig worden gereinigd en doorgespoeld. Dit is van essentieel belang. Hierdoor worden resten van het installeren (lasslakken, fitmiddelen, etc.) en opgehoopt vuil (slib, slijk etc.) verwijderd.Afb.14 Ophangbeugel monterenAD-3000978-014321Afb.15 Ophangen ketelAD-3001118-02Afb.16 Verwijderen beschermkappenAD-3001227-025 Installatie7680248 - v.04 - 15112018 25

BelangrijkSpoel de installatie door met minimaal 3 keer de systeeminhoud van de installatie.Spoel de sanitairleidingen door met minimaal 20 keer de inhoud van de leidingen.5.3 Aansluiten van water en gasBelangrijkHoud bij het monteren van de leidingen rekening met het plaatsen en verwijderen van de sifon. Houd minimaal 250 mm afstand van de ketel voor het maken van bochten of plaatsen van kranen.1. Sluit het verwarmingscircuit aan:1.1. Monteer de ingaande leiding voor CV-water op de aansluiting retour CV .1.2. Monteer de uitgaande leiding voor CV-water op de aansluiting aanvoer CV .2. Sluit het tapwatercircuit aan:2.1. Sluit de koudwater toevoerleiding aan op de sanitair-koudwateraansluiting .2.2. Monteer de uitgaande leiding voor sanitair warm water op de aansluiting sanitair warm .3. Monteer de gasaanvoerleiding op de gasaansluiting .4. Sluit de condensatie-afvoerleiding aan:4.1.

Monteer de afvoerslang van de sifon .4.2. Monteer de afvoerslang van het overdrukventiel .5.4 Aansluitingen van de luchttoevoer/rookgasafvoer5.4.1 rookgasafvoer- /luchttoevoeradapterBij de ketel wordt een rookgasafvoer- /luchttoevoeradapter los meegeleverd. Bepaal bij de parallel uitvoering vooraf of de luchttoevoer zich links of rechts van de rookgasafvoer moet bevinden. Ga voor het plaatsen als volgt te werk:1. Plaats de zijkant van de luchttoevoer boven de daarvoor bestemde opening bovenop de ketel. Verwijder de afdichtstrip van de opening.2. Haak de luchttoevoerkant van de adapter vast aan de bovenkant van de ketel.3. Plaats de rookgasafvoer boven de daarvoor bestemde opening bovenop de ketel.

4. Druk de rookgasafvoerkant van de adapter stevig op de bovenkant van de ketel. 5.4.2 Aansluiting rookgasafvoer en luchttoevoerS1 Insteekdiepte 26 mmS2 Insteekdiepte 30 mmOpgeletDe leidingen mogen niet steunen op de ketel.Houd bij het meten van de lengte van de pijp rekening met de insteekdiepte alvorens te snijden.1. Monteer de rookgasafvoerleiding op de ketel (parallel). OpgeletMonteer de horizontale delen aflopend richting de ketel, met een minimale helling van 50 mm per meter.2. Monteer de luchttoevoerleiding op de ketel (parallel). OpgeletMonteer de horizontale delen aflopend richting de luchttoevoeropening.3. Monteer de rookgasafvoerleiding en luchttoevoerleiding op de ketel (concentrisch). OpgeletMonteer de horizontale delen aflopend richting de ketel, met een minimale helling van 50 mm per meter.4.

Monteer de opvolgende rookgasafvoerleidingen en luchttoevoerleidingen volgens de voorschriften van de fabrikant.5.5 Elektrische aansluitingen5.5.1 RegeleenheidIn de tabel staan belangrijke aansluitwaarden van de besturingsautomaat.Voedingsspanning 230 VAC/50 HzHoofdzekeringwaarde F1 (230 VAC) 1,6 ATGevaar voor elektrische schokDe volgende componenten van de ketel staan onder een spanning van 230 V:(Elektrische aansluiting) circulatiepomp(Elektrische aansluiting) ventilator(Elektrische aansluiting) gascombinatieblok 230 RAC(Elektrische aansluiting) driewegklepMeeste delen op de besturingsautomaat(Aansluiting) voedingskabelDe ketel is voorzien van een geaarde stekker (snoerlengte 1,5 m) en is geschikt voor een 230 VAC/50 Hz voeding met fase/nul/aardesysteem. Het netsnoer is aangesloten op de connector X1.

in de behuizing van de besturingsautomaat. De ketel is niet fasegevoelig. De besturingsautomaat is volledig geïntegreerd met de ventilator, venturi en gasblok. De ketel is geheel voorbedraad. OpgeletBestel een vervangend netsnoer altijd bij Remeha. De voedingskabel mag alleen door Remeha of een door Remeha gecertificeerde installateur vervangen worden. De stekker van de ketel moet altijd bereikbaar zijn. Gebruik een scheidingstransformator voor andere aansluitwaarden dan hierboven vermeld. Voor aansluiting op een 2-fase net moet jumper JP1 op de besturingsautomaat (onder de beschermkap) verwijderd worden. 5. 5. 2 Aansluiten van het bedieningspaneelBij het toestel wordt standaard de aansluitbox met bedieningspaneel los meegeleverd. De aansluitmogelijkheden op de standaard besturingsprint worden in de volgende paragrafen toegelicht.

De aansluitbox moet door middel van de meegeleverde kabel verbonden worden met de besturingsautomaat. Ga hiervoor als volgt te werk:BelangrijkOnder de ketel hangt de kabel met stekker van de besturingsautomaat. 1. Open de klipsluiting aan de achterzijde van de aansluitbox voorzichtig met een schroevendraaier. 2. Open de deksel van de aansluitbox. 3. Maak een trekontlastingsclip los. Draai de trekontlastingsclip. 4. Verwijder de beschermkap van de X1 HMI connector op de print van de aansluitbox. 5. Steek de stekker van de kabel in de connector. 6. Druk de trekontlastingsclip stevig vast. 7. Sluit nu de gewenste externe regelaars op de overige connectoren aan. Ga hiervoor als volgt te werk:7. 1. Maak een trekontlastingsclip los. 7. 2. Draai de trekontlastingsclip. 7. 3. Leg de kabel onder de trekontlastingsclip. 7. 4. Druk de trekontlastingsclip stevig vast. 7. 5.

BelangrijkDe aansluitbox kan ook aan de wand bevestigd worden, met gebruikmaking van de schroefgaten aan de achterzijde van de aansluitbox. De aansluitbox moet aan de muur vastgeschroefd worden op de daarvoor aangegeven plaats in de aansluitbox. Afb. 23 Kabel met stekkerAD-3001229-02Afb. 24 Toegang tot de aansluitconnectorenAD-3001095-027X1456321Afb. 25 Monteren aansluitboxAD-3001230-02895 Installatie28 7680248 - v. 04 - 15112018.

5.5.3 Aansluitmogelijkheden van de standaard besturingsprint (CB-06)In de aansluitbox zit de standaard besturingsprint CB-06. Op de standaard besturingsprint kunnen diverse thermostaten en regelaars worden aangesloten.Modulerende thermostaat aansluitenDe ketel is standaard voorzien van een R-bus aansluiting. Een modulerende (OpenTherm) thermostaat (bijvoorbeeld de eTwist) kan zonder verdere aanpassingen worden aangesloten. Tevens is de ketel geschikt voor OpenTherm Smart Power.Tm Modulerende thermostaat1. In het geval van een ruimtethermostaat: monteer de thermostaat in een referentieruimte.2. Sluit de twee-aderige kabel van de modulerende thermostaat (Tm) aan op de klemmen R-Bus van de aansluitconnector.

Het maakt niet uit welke draad in welke kabelklem wordt aangesloten.BelangrijkAls de tapwatertemperatuur op de thermostaat ingesteld kan worden, dan levert de ketel deze temperatuur (met als maximum de ingestelde waarde in de ketel).Aan/uit-thermostaat aansluitenDe ketel is geschikt voor het aansluiten van een twee-aderige aan/uit kamerthermostaat.Tk Aan/uit thermostaat1. Monteer de thermostaat in een referentieruimte.2. Sluit de twee-aderige kabel van de thermostaat (Tk) aan op de klemmen R-Bus van de aansluitconnector. Het maakt niet uit welke draad in welke kabelklem wordt aangesloten.Aansluiten boilersensor/-thermostaatOp de klemmen Tdhw van de aansluitconnector kan een boilersensor of boilerthermostaat worden aangesloten.1. Sluit de twee-aderige kabel aan op de klemmen Tdhw van de aansluitconnector.

Aansluiten buitensensorOp de klemmen Tout van de aansluitconnector kan een buitensensor worden aangesloten. De ketel zal bij een aan/uit thermostaat de temperatuur regelen met het setpunt van de interne stooklijn. 1. Sluit de twee-aderige kabel aan op de klemmen Tout van de aansluitconnector. BelangrijkEen OpenTherm regelaar kan ook gebruik maken van deze buitensensor. De gewenste stooklijn moet dan op de regelaar worden ingesteld. Voor meer informatie, zieInstelling van de stooklijn, pagina 42Vorstbeveiliging in combinatie met aan/uit thermostaatBij toepassing van een aan/uit thermostaat kunnen de leidingen en radiatoren in een vorstgevoelige ruimte beveiligd worden met een vorstthermostaat. De radiatorkraan in de vorstgevoelige ruimte moet open staan. Tk aan/uit thermostaatTv Vorstthermostaat1. Plaats in een vorstgevoelige ruimte (bijvoorbeeld garage) een vorstthermostaat (Tv). 2.

Sluit de vorstthermostaat (Tv) parallel aan een aan/uit thermostaat (Tk) aan op de klemmen R-Bus van de aansluitconnector. WaarschuwingIndien er een OpenTherm thermostaat (bijvoorbeeld de eTwist) wordt gebruikt, dan kan er geen vorstthermostaat parallel worden aangesloten op de R-Bus klemmen. Realiseer dan de vorstbeveiliging van de CV-installatie in combinatie met een buitensensor. Vorstbeveiliging in combinatie met een buitensensorDe CV-installatie kan ook worden beveiligd tegen vorst in combinatie met een buitensensor. De radiatorkraan in de vorstgevoelige ruimte moet open staan. 1. Sluit de buitensensor aan op de klemmen Tout van de aansluitconnector. Met een buitensensor werkt de vorstbeveiliging als volgt:Bij een buitentemperatuur lager dan -10°C : de circulatiepomp schakelt in. Bij een buitentemperatuur hoger dan -10°C: de circulatiepomp draait na en schakelt dan uit.

6 Voor inbedrijfstelling6.1 Beschrijving van het bedieningspaneel6.1.1 Betekenis van de toetsenTab.21 ToetsenReset: Handmatige reset.Escape: Terug naar vorig niveau.Min toets: Waarde verlagen.SWW-temperatuur: Toegang tot ingestelde temperatuur.Plus toets: Waarde verhogen.CV-aanvoertemperatuur: Toegang tot ingestelde temperatuur.Enter toets: Bevestiging van selectie of waarde.CV/SWW-functie: Aan- of uitzetten van functie.1Schoorsteenveger toetsenBelangrijkDruk tegelijkertijd op de toetsen en .2Menu toetsenBelangrijkDruk tegelijkertijd op de toetsen en .6.1.2 Betekenis van de symbolen op het displayTab.22 Symbolen op het displaySchoorsteenvegerstand is ingeschakeld (gedwongen vollast of laaglast voor O2 meting).De brander is aan.Weergave van de installatie waterdruk.De werking voor SWW is ingeschakeld.De werking voor CV is ingeschakeld.Informatiemenu: uitlezen diverse actuele waarden.Gebruikersmenu: parameters op gebruikersniveau kunnen worden aangepast.Installateursmenu: parameters op installateursniveau kunnen worden aangepast.Storingsmenu: storingen kunnen worden uitgelezen.Tellermenu: uitlezen diverse tellers.6.2 Controlelijst vóór inbedrijfstelling6.2.1 Sifon vullenBij de ketel wordt standaard de sifon los meegeleverd (inclusief flexibele kunststof afvoerslang).

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Remeha Tzerra Ace 24C stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden