Remeha Quinta Ace 90 S Control Handleiding

Remeha Verwarmingsketel Quinta Ace 90 S Control

Bekijk gratis de handleiding van Remeha Quinta Ace 90 S Control (80 pagina’s), behorend tot de categorie Verwarmingsketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 301 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Remeha Quinta Ace 90 S Control of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/80
België
nl
Deutsche Anleitung auf Anfrage erhältlich
Installatie- en gebruikershandleiding
Hoog rendement gaswandketel
Quinta Ace 45 - 65 - 90 - 115

Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Remeha
Categorie: Verwarmingsketel
Model: Quinta Ace 90 S Control

Foutcodes Remeha Quinta Ace 90 S Control

Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.

Code Betekenis Oplossing
A01.23 Slechte verbranding Ontlucht de gasleiding. Controleer of de gaskraan goed geopend is. Controleer de gasaanvoerdruk. Controleer correcte werking en afstelling gasblok. Controleer luchttoevoer en rookgasafvoer op verstopping. Controleer op rookgasrecirculatie.
A02.06 Waarschuwing waterdruk actief Controleer de waterdruk. Waterdruk is te laag, controleer en corrigeer de waterdruk.
A02.36 Functioneel apparaat is ontkoppeld Controleer of de SCB is gevonden. Controleer de bedrading en connectoren op slechte verbinding. Vervang de SCB indien defect.
A02.37 Onkritisch apparaat is ontkoppeld Controleer of de SCB is gevonden. Controleer de bedrading en connectoren op slechte verbinding. Vervang de SCB indien defect.
A02.45 CAN-verbindingsmatrix vol Controleer of de SCB is gevonden. Voer een automatische detectie uit.
A02.46 CAN-admin apparaat vol Controleer of de SCB is gevonden. Voer een automatische detectie uit.
A02.48 Configuratiefout functiegroep Controleer of de SCB is gevonden. Voer een automatische detectie uit.
A02.49 Initialisatienode mislukt Controleer of de SCB is gevonden. Voer een automatische detectie uit.
A02.55 Ongeldig of ontbrekend serienummer apparaat Neem contact op met uw leverancier.
A02.69 Demomodus actief Neem contact op met uw leverancier.
A02.76 Gereserveerde geheugenruimte voor aangepaste parameterwaarden is vol Stel CN1 en CN2 opnieuw in. Vervang CSU indien defect. Vervang de CU-GH.
A00.34 Buitentemperatuursensor werd verwacht maar is niet gedetecteerd Controleer of de buitensensor is aangesloten. Sluit de sensor aan indien niet aangesloten. Controleer of de sensor correct is aangesloten en sluit deze correct aan indien nodig.
A00.42 Waterdruksensor werd verwacht maar is niet gedetecteerd Controleer of de waterdruksensor is aangesloten. Sluit de sensor aan indien niet aangesloten. Controleer of de sensor correct is aangesloten en sluit deze correct aan indien nodig.
A08.02 De voor het douchen gereserveerde tijd is verstreken Neem een kortere douche of pas parameter DP357 aan.
E01.04 5x fout onbedoeld foutverlies opgetreden Ontlucht de gasleiding. Controleer of de gaskraan goed geopend is. Controleer de gastoevoerdruk. Controleer correcte werking en afstelling gasblok. Controleer luchttoevoer en rookgasafvoer op verstopping. Controleer op rookgasrecirculatie.
E00.16 Temperatuursensor tank sanitair warm water is verwijderd of meet een temperatuur beneden het bereik Controleer de bedrading en connectoren op slechte verbinding. Vervang de sensor.
E00.17 Temperatuursensor tank sanitair warm water is kortgesloten of meet een temperatuur boven het bereik Controleer de bedrading en connectoren op slechte verbinding. Vervang de sensor.
E00.04 Retourtemperatuursensor is verwijderd of meet een temperatuur beneden het bereik Controleer de bedrading en connectoren op slechte verbinding. Controleer of de sensor goed gemonteerd is. Vervang de sensor indien defect.
E00.05 Retourtemperatuursensor is kortgesloten of meet een temperatuur boven het bereik Controleer de bedrading en connectoren op slechte verbinding. Controleer of de sensor goed gemonteerd is. Vervang de sensor indien defect.
E00.06 Retourtemperatuursensor werd verwacht maar is niet gedetecteerd Controleer de bedrading en connectoren op slechte verbinding. Vervang de sensor indien defect.
E00.07 Verschil retourtemperatuur is te groot Ontlucht de cv-installatie om lucht te verwijderen. Controleer de waterdruk. Controleer instelling ketelbtype-parameter indien aanwezig. Controleer de doorstroming (richting, pomp, kleppen). Controleer de goede werking van de verwarmingspomp. Controleer warmtewisselaar op vervuiling. Controleer of de sensors goed werkend en gemonteerd zijn. Vervang sensor indien nodig.
H01.00 Communicatiefout opgetreden Herstart de ketel. Vervang de CU-GH indien nodig.
H01.05 Maximaal verschil tussen aanvoertemperatuur en retourtemperatuur overschreden Controleer de doorstroming (richting, pomp, kleppen). Controleer de waterdruk. Controleer warmtewisselaar op vervuiling. Controleer de goede werking van de sensors en of deze goed gemonteerd zijn.
H01.08 Maximale stijging van de warmtewisselaartemperatuur is overschreden Controleer de doorstroming (richting, pomp, kleppen). Controleer de waterdruk. Controleer warmtewisselaar op vervuiling. Controleer of de cv-installatie correct is ontlucht. Controleer de goede werking van de sensors en of deze goed gemonteerd zijn.
H01.14 De aanvoertemperatuur heeft de maximale bedrijfswaarde overschreden Controleer de bedrading en connectoren op slechte verbinding. Controleer de doorstroming (richting, pomp, kleppen). Controleer de waterdruk. Controleer warmtewisselaar op vervuiling.
H01.15 De rookgastemperatuur heeft de maximale bedrijfswaarde overschreden Controleer het rookgasafvoersysteem. Controleer de warmtewisselaar op rookgaszijdige vervuiling. Vervang de sensor indien defect.
H02.00 Reset w uitgevoerd Resetprocedure is actief. Geen actie vereist.
H02.02 Wacht op configuratienummer Stel CN1 en CN2 opnieuw in.
H02.03 Configuratiefout Stel CN1 en CN2 opnieuw in.
H02.04 Parameterfout Herstart de ketel. Stel CN1 en CN2 opnieuw in. Vervang de CU-GH print.
H02.05 CSU komt niet overeen met CU-type Stel CN1 en CN2 opnieuw in.
H02.09 Deelblokkering van het apparaat gedetecteerd Neem externe oorzaak weg. Controleer de parameters op foute instellingen. Controleer de verbinding op slechte bedrading en connectoren.
H02.10 Volledige blokkering van het apparaat gedetecteerd Neem externe oorzaak weg. Controleer de parameters op foute instellingen. Controleer de verbinding op slechte bedrading en connectoren.
H02.12 Wachttijd vrijgave signaal is verlopen Neem externe oorzaak weg. Controleer de parameters op foute instellingen. Controleer de verbinding op slechte bedrading en connectoren.
H02.38 Geen waterhardheid Geen verdere actie vereist.
H02.70 Test externe warmteterugwineenheid mislukt Controleer het externe warmteterugwinsysteem.
H03.00 Veiligheidsparameters niveau 2, 3, 4 zijn niet correct of ontbreken Herstart de ketel. Vervang de CU-GH.
H03.01 Geen geldige data van CU nr GKR ontvangen Herstart de ketel.
H03.02 Gemeten ionisatiestroom is onder limiet Ontlucht de gasleiding. Controleer of de gaskraan goed geopend is. Controleer de gasaanvoerdruk. Controleer correcte werking en afstelling gasblok. Controleer luchttoevoer en rookgasafvoer op verstopping. Controleer op rookgasrecirculatie.
H03.05 Gasklepregeling interne blokkering opgetreden Herstart de ketel. Vervang de CU-GH.
H03.17 Periodieke veiligheidscontrole wordt uitgevoerd Herstart de ketel. Vervang de CU-GH.
H00.81 De kamertemperatuursensor werd verwacht maar is niet gedetecteerd Controleer of de ruimtetemperatuursensor is aangesloten. Sluit de sensor aan indien niet aangesloten. Controleer of de sensor correct is aangesloten en sluit deze correct aan indien nodig.

Handleiding Remeha Quinta Ace 90 S Control – volledige tekst

Inhoudsopgave1 Veiligheid. 51. 1 Algemene veiligheidsinstructies. 51. 2 Aanbevelingen. 71. 3 Aansprakelijkheden. 91. 3. 1 Aansprakelijkheid van de fabrikant. 91. 3. 2 Aansprakelijkheid van de installateur. 91. 3. 3 Aansprakelijkheid van de gebruiker. 102 Over deze handleiding. 112. 1 Algemeen. 112. 2 Aanvullende documentatie. 112. 3 Gebruikte symbolen. 112. 3. 1 In de handleiding gebruikte symbolen. 113 Beschrijving van het product. 123. 1 Algemene beschrijving. 123. 2 Voornaamste componenten. 123. 2. 1 Circulatiepomp. 124 Voor de installatie. 144. 1 Installatievoorschriften. 144. 2 Locatiekeuze. 144. 2. 1 Typeplaat. 144. 2. 2 Plaats van de ketel. 144. 3 Ventilatie. 154. 4 Eisen aan de CV wateraansluitingen. 154. 5 Eisen aan de condensafvoerleiding. 154. 6 Eisen aan de gasaansluiting. 154. 7 Eisen aan de elektrische aansluitingen. 154. 8 Eisen aan het rookgasafvoersysteem. 164. 8.

1 Veiligheid1.1 Algemene veiligheidsinstructiesVoor de installateur:GevaarIndien u gas ruikt:1. Gebruik geen vuur, rook niet, gebruik geen elektrische contacten of schakelaars (bel, verlichting, motor, lift, etc.).2. Sluit de gasaanvoer af.3. Open de ramen.4. Spoor mogelijke lekkages op en dicht deze onmiddellijk af.5. Zit het lek vóór de gasmeter, waarschuw dan het gasbedrijf.GevaarIndien u rookgassen ruikt:1. Schakel de ketel uit.2. Open de ramen.3. Spoor mogelijke lekkages op en dicht deze onmiddellijk af.OpgeletControleer de hele verwarmingsinstallatie op lekkages na onderhouds- en servicewerkzaamheden.Voor de eindgebruiker:1 Veiligheid7684355 - v.04 - 10012019 5

GevaarIndien u gas ruikt:1. Gebruik geen vuur, rook niet, gebruik geen elektrische contacten of schakelaars (bel, verlichting, motor, lift, etc.).2. Sluit de gasaanvoer af.3. Open de ramen.4. Ontruim de woning.5. Neem contact op met een erkend installateur.GevaarIndien u rookgassen ruikt:1. Schakel de ketel uit.2. Open de ramen.3. Ontruim de woning.4. Neem contact op met een erkend installateur.WaarschuwingRaak de rookgaspijpen niet aan. Afhankelijk van de ketelinstellingen kan de temperatuur van de rookgaspijpen hoger dan 60°C worden.WaarschuwingRaak radiatoren niet langdurig aan. Afhankelijk van de ketelinstellingen kan de temperatuur van de radiatoren hoger dan 60°C worden.WaarschuwingWees voorzichtig met het sanitair warmwater.

Afhankelijk van de ketelinstellingen kan de temperatuur van sanitair warmwater hoger dan 65°C worden.WaarschuwingHet gebruik van de ketel en de installatie door u als eindgebruiker dient zich te beperken tot de handelingen zoals omschreven in deze handleiding. Uitgebreidere handelingen dienen uitsluitend door een erkend installateur te geschieden.WaarschuwingDe condenswaterafvoer mag niet worden gewijzigd of afgedicht. Wanneer een condensaat- neutralisatiesysteem is toegepast, dient dit regelmatig volgens de voorschriften van de fabrikant te worden gereinigd.1 Veiligheid6 7684355 - v.04 - 10012019

OpgeletZorg dat de ketel wordt onderhouden. Neem contact op met een erkend installateur of sluit een onderhoudscontract af voor de servicebeurt van de ketel.OpgeletEr mogen alleen originele reserveonderdelen worden gebruikt.BelangrijkControleer regelmatig of de verwarmingsinstallatie met water is gevuld en onder druk staat.1.2 AanbevelingenGevaarDit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van acht jaar en ouder en mensen met lichamelijke, gevoelsmatige of geestelijke beperkingen of met gebrek aan ervaring en kennis als ze begeleiding en instructie krijgen hoe het apparaat op een veilige manier te gebruiken en de eraan verbonden gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.

Zonder begeleiding mag schoonmaak en gebruikers onderhoud niet door kinderen worden gedaan.WaarschuwingDe installatie en het onderhoud van de ketel moeten door een erkend installateur worden uitgevoerd volgens de plaatselijke en nationale regelgeving.WaarschuwingHet niet juist installeren en onderhouden van de ketel door een erkend installateur volgens de bij de ketel meegeleverde handleiding, kan tot gevaarlijke situaties leiden en/of lichamelijk letsel tot gevolg hebben.WaarschuwingHet verwijderen en afvoeren van de ketel moeten door een erkend installateur worden uitgevoerd volgens de plaatselijke en nationale regelgeving.1 Veiligheid7684355 - v.04 - 10012019 7

WaarschuwingAls het netsnoer beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant zelf, zijn dealer of vergelijkbare bekwame personen om gevaarlijke situaties te voorkomen.WaarschuwingBij werkzaamheden aan de ketel, de ketel altijd spanningsvrij maken en de hoofdgaskraan sluiten.WaarschuwingControleer de hele installatie na onderhouds- en servicewerkzaamheden op lekkages.GevaarHet plaatsen van rook- en CO-melders op relevante plekken in de woning is uit zekerheidsoverwegingen aan te raden.OpgeletZorg dat de ketel op ieder moment te bereiken is.De ketel moet in een vorstvrije ruimte geïnstalleerd worden.Bij vaste aansluiting van het netsnoer dient altijd voor de ketel een dubbelpolige hoofdschakelaar te worden aangebracht met een contactopening van ten minste 3 mm (EN 60335-1).Tap de ketel en de CV-installatie af, als u voor langere tijd geen gebruik maakt van de woning en er kans is op vorst.De vorstbeveiliging werkt niet als de ketel buiten bedrijf is.De ketelbeveiliging is slechts een beveiliging voor de ketel en niet voor de installatie.Controleer regelmatig de waterdruk van de installatie.

Als de waterdruk lager is dan 0,8 bar moet de installatie bijgevuld worden (geadviseerde waterdruk tussen 1,5 en 2 bar).BelangrijkBewaar dit document in de nabijheid van de ketel.BelangrijkManteldelen mogen alleen verwijderd worden voor onderhouds- en servicewerkzaamheden. Plaats na de onderhouds- en servicewerkzaamheden alle manteldelen terug.1 Veiligheid8 7684355 - v.04 - 10012019

BelangrijkInstructie- en waarschuwingsstickers mogen nooit verwijderd of afgedekt worden en moeten gedurende de totale levensduur van de ketel leesbaar zijn. Vervang beschadigde of onleesbare instructie- en waarschuwingsstickers onmiddellijk.BelangrijkWijzigingen in de ketel mogen alleen uitgevoerd worden na schriftelijke toestemming van Remeha.1.3 Aansprakelijkheden1.3.1 Aansprakelijkheid van de fabrikantOnze producten worden vervaardigd volgens de eisen van de verschillende van toepassing zijnde richtlijnen. Ze worden daarom afgeleverd met de -markering en eventueel noodzakelijke documenten. In het belang van de kwaliteit van onze producten brengen wij doorlopend verbeteringen aan.

Daarom houden wij ons het recht voor de in dit document vermelde specificaties te wijzigen.In de volgende gevallen zijn wij als fabrikant niet aansprakelijk:Het niet opvolgen van de instructies voor de installatie en het onderhoud van het apparaat.Het niet opvolgen van de gebruiksvoorschriften van het apparaat.Gebrekkig of onvoldoende onderhoud van het apparaat.1.3.2 Aansprakelijkheid van de installateurDe installateur is aansprakelijk voor de installatie en de eerste inbedrijfstelling van het apparaat.

De installateur moet de volgende instructies in acht nemen:Lees de voorschriften van het apparaat in de meegeleverde handleidingen en neem deze in acht.Installeer het apparaat overeenkomstig de geldende wetgeving en normen.Voer de eerste inbedrijfstelling en eventueel benodigde controles uit.Leg de installatie uit aan de gebruiker.Als onderhoud noodzakelijk is, waarschuw dan de gebruiker voor de controle- en onderhoudsplicht betreffende het apparaat.1 Veiligheid7684355 - v.04 - 10012019 9

Overhandig alle handleidingen aan de gebruiker.1.3.3 Aansprakelijkheid van de gebruikerOm het optimaal functioneren van het apparaat te garanderen moet u de volgende aanwijzingen in acht nemen:Lees de voorschriften van het apparaat in de meegeleverde handleidingen en neem deze in acht.Vraag de hulp van een erkend installateur voor de installatie en de uitvoering van de eerste inbedrijfstelling.Vraag aan de installateur uitleg over uw installatie.Laat de benodigde inspecties en onderhoud uitvoeren door een erkend installateur.Bewaar de handleidingen in goede staat en in de buurt van het apparaat.1 Veiligheid10 7684355 - v.04 - 10012019

2 Over deze handleiding2.1 AlgemeenDeze handleiding beschrijft de installatie, het gebruik en het onderhoud van de Quinta Ace ketel. Deze handleiding is onderdeel van alle documentatie die met de ketel wordt meegeleverd.2.2 Aanvullende documentatieNaast deze handleiding is de volgende documentatie beschikbaar:Installatie- en servicehandleidingWaterkwaliteitsvoorschrift2.3 Gebruikte symbolen2.3.1 In de handleiding gebruikte symbolenIn deze handleiding worden verschillende gevarenniveaus gebruikt om aandacht op de bijzondere aanwijzingen te vestigen.

Wij doen dit om de veiligheid van de gebruiker te verhogen, problemen te voorkomen en om de technische bedrijfszekerheid van het apparaat te waarborgen.GevaarKans op gevaarlijke situaties die ernstig persoonlijk letsel kunnen veroorzaken.Gevaar voor elektrische schokGevaar voor elektrische schok.WaarschuwingKans op gevaarlijke situaties die licht persoonlijk letsel kunnen veroorzaken.OpgeletKans op materiële schade.BelangrijkLet op, belangrijke informatie.ZieVerwijzing naar andere handleidingen of andere pagina's in deze handleiding.2 Over deze handleiding7684355 - v.04 - 10012019 11

3 Beschrijving van het productDe Quinta Ace ketel wordt geleverd met een combinatie van het bedieningspaneel, besturingsautomaat en uitbreidingsprint.

De inhoud van deze handleiding is gebaseerd op de volgende software- en navigatie-informatie:Tab.1 Software- en navigatie-informatie Naam zichtbaar in display SoftwareversieKetel Quinta Ace CU-GH08 01.04Bedieningspaneel HMI S-control HMI 02.013.1 Algemene beschrijvingDe Quinta Ace ketel is een hoog rendement gaswandketel met de volgende eigenschappen:Hoog rendement verwarming.Geringe uitstoot van verontreinigende stoffen.Bij uitstek geschikt voor cascadeopstellingen.Alle uitvoeringen van de Quinta Ace ketels worden geleverd zonder pomp, maar wel met de nodige pompaansluitkabels.3.2 Voornaamste componenten1Bemanteling/luchtkast2Warmtewisselaar (CV)3Rookgasmeetpunt4Binnenverlichting5Aanvoersensor6Ionisatie-/ontstekingselektrode7Mengbuis8Terugslagklep9Gascombinatieblok10 Retoursensor11 Luchtinlaatdemper12 Instrumentenbox13 Sifon15 Automatische ontluchter16 Waterdruksensor17 Ventilator18 Aanvoerleiding19 Rookgasafvoerpijp20 Luchttoevoer3.2.1 CirculatiepompBij deze ketel wordt de circulatiepomp niet meegeleverd.

4 Voor de installatie4.1 InstallatievoorschriftenWaarschuwingDe installatie van de ketel moet door een erkend installateur worden uitgevoerd volgens de plaatselijk en nationaal geldende regelgeving.4.2 Locatiekeuze4.2.1 TypeplaatDe typeplaat boven op de ketel vermeldt het ketelserienummer en belangrijke ketelspecificaties, zoals de uitvoering en toestelcategorie.

De fabrieksinstellingcodes CN 1 en CN 2 staan ook op de typeplaat vermeld.4.2.2 Plaats van de ketelBepaal de juiste plaats voor montage van de ketel aan de hand van de richtlijnen en de benodigde opstellingsruimte.Houd bij de bepaling van de juiste opstellingsruimte rekening met de toegestane positie van de rookgasafvoer- en/of luchttoevoeruitmonding.Zorg voor voldoende ruimte rond de ketel voor een goede bereikbaarheid en vereenvoudiging van het onderhoud.GevaarHet is verboden om, zelfs tijdelijk, brandbare producten en stoffen in de ketel of in de buurt van de ketel op te slaan.WaarschuwingBevestig de ketel op een stevige wand die het gewicht van de met water gevulde ketel en de voorzieningen kan dragen.OpgeletDe ketel moet in een vorstvrije ruimte geïnstalleerd worden.Bij de ketel moet een wandcontactdoos met randaarde aanwezig zijn.Voor de condensafvoer moet er een aansluiting op het riool in de buurt van de ketel zijn.Afb.2 Positie typeplaatAD-0000103-01Afb.3 MontageruimteAD-0000014-02500min.1000 500min.

4. 3 Ventilatie(1) Afstand tussen de voorkant van de ketel en de binnenwand van de kast. (2) Afstand aan beide zijden van de ketel. Wordt de ketel in een gesloten kast geïnstalleerd, dan moeten de aangegeven minimum maten in acht worden genomen. Zorg tevens voor openingen om de volgende risico’s te voorkomen:GasophopingVerwarming van de kastMinimale doorsnede van de openingen: S1 + S2 = 150 cm24. 4 Eisen aan de CV wateraansluitingenPlaats, bij montage van serviceafsluiters, de vulkraan/aftapkraan, het expansievat en het overdrukventiel tussen de afsluiter en de ketel. Voer eventuele laswerkzaamheden uit op voldoende afstand van de ketel of voordat de ketel opgehangen wordt. Monteer voor het vullen en het aftappen van de ketel een vulkraan/aftapkraan in de installatie, bij voorkeur in de retour. Monteer een expansievat in de retourleiding. 4.

5 Eisen aan de condensafvoerleidingDe sifon moet altijd voldoende gevuld zijn met water. Dit voorkomt dat er rookgassen in het vertrek komen. Dicht de condensafvoer nooit af. Afschot afvoerpijp minimaal 30 mm per meter, maximale horizontale lengte 5 meter. Het lozen van condenswater op een dakgoot is niet toegestaan. 4. 6 Eisen aan de gasaansluitingSluit de hoofdgaskraan voor de start van de werkzaamheden aan de gasleidingen. Controleer voor montage of de gasmeter voldoende capaciteit heeft. Houd daarbij rekening met het verbruik van alle apparaten. Waarschuw het plaatselijke energiebedrijf als de gasmeter te weinig capaciteit heeft. Verwijder afval en stof uit de gasleiding. Voer laswerkzaamheden altijd uit op voldoende afstand van de ketel. Wij raden aan een gasfilter te installeren om vervuiling van het gasblok te voorkomen. 4.

De ketel is geheel voorbedraad. Wijzig nooit de interne aansluitingen van het bedieningspaneel.Sluit de ketel altijd aan op een goed geaarde installatie.De voorschriften van het algemene reglement betreffende elektrische installaties (AREI).Bedrading uitvoeren volgens de aanwijzingen in de elektrische schema’s.Volg de aanbevelingen in deze handleiding.Scheid de sensorkabels van de 230 V kabels.4.8 Eisen aan het rookgasafvoersysteem4.8.1 ClassificatieBelangrijkDe installateur is verantwoordelijk voor het toepassen van de juiste diameter, lengte en type van het rookgasafvoersysteem.Gebruik altijd aansluitmateriaal, dakdoorvoer en/of geveldoorvoer van dezelfde fabrikant.

Raadpleeg de fabrikant voor compatibiliteit.Tab.2 Type rookgasaansluiting: B23PPrincipe Beschrijving Toegestane fabrikanten(1)AD-3000924-01Open uitvoeringZonder trekonderbreker.Rookgasafvoer bovendaks.Lucht uit de opstellingsruimte.De IP-codering van de ketel is verlaagd tot IP20.Aansluitmateriaal en dakdoorvoer:BurgerhoutCox GeelenMuelink & GrolPoujoulatUbbink(1) Het materiaal moet ook voldoen aan de materiaaleigenschappen uit het desbetreffende hoofdstuk.Tab.3 Type rookgasaansluiting: B33Principe Beschrijving Toegestane fabrikanten(1)AD-3000925-01Open uitvoeringZonder trekonderbreker.Gemeenschappelijke rookgasafvoer bovendaks, met gegarandeerde natuurlijke trek (te allen tijde onderdruk in het gemeenschappelijke afvoerkanaal).Rookgasafvoer luchtomspoeld, lucht uit de opstellingsruimte (speciale constructie).De IP-codering van de ketel is verlaagd tot IP20.Aansluitmateriaal:BurgerhoutCox GeelenMuelink & GrolPoujoulatUbbink(1) Het materiaal moet ook voldoen aan de materiaaleigenschappen uit het desbetreffende hoofdstuk.4 Voor de installatie16 7684355 - v.04 - 10012019

Tab.4 Type rookgasaansluiting: C13(X)Principe Beschrijving Toegestane fabrikanten(1)AD-3000926-01Gesloten uitvoeringUitmonding in de gevel.Luchttoevoeropening ligt in hetzelfde drukgebied als de uitmonding (bijvoorbeeld een gecombineerde geveldoorvoer).Parallel niet toegestaan.Geveldoorvoer en aansluitmateriaal:Remeha, te combineren met aansluitmateriaal van BurgerhoutRemeha, te combineren met aansluitmateriaal van Muelink & GrolBurgerhoutCox GeelenMuelink & Grol(1) Het materiaal moet ook voldoen aan de materiaaleigenschappen uit het desbetreffende hoofdstuk.Tab.5 Type rookgasaansluiting: C33(X)Principe Beschrijving Toegestane fabrikanten(1)AD-3000927-01Gesloten uitvoeringRookgasafvoer bovendaks.Luchttoevoeropening ligt in hetzelfde drukgebied als de uitmonding (bijvoorbeeld een concentrische dakdoorvoer).Dakdoorvoer en aansluitmateriaalBurgerhoutCox GeelenMuelink & GrolPoujoulatUbbink(1) Het materiaal moet ook voldoen aan de materiaaleigenschappen uit het desbetreffende hoofdstuk.Tab.6 Type rookgasaansluiting: C53Principe Beschrijving Toegestane fabrikanten(1)AD-3000929-02Aansluiting in verschillende drukgebiedenGesloten toestel.Separaat luchttoevoerkanaal.Separaat rookgasafvoerkanaal.Uitmondend in verschillende drukvlakken.Luchttoevoer en rookgasafvoer mogen niet in tegenoverliggende gevels worden geplaatst.Aansluitmateriaal en dakdoorvoer:BurgerhoutCox GeelenMuelink & GrolPoujoulatUbbink(1) Het materiaal moet ook voldoen aan de materiaaleigenschappen uit het desbetreffende hoofdstuk.4 Voor de installatie7684355 - v.04 - 10012019 17

Tab.7 Type rookgasaansluiting: C63(X)Principe Beschrijving Toegestane fabrikanten(1) Dit type toestel wordt door de fabrikant zonder luchttoevoersysteem en rookgasafvoersysteem geleverd.Houd bij het selecteren van het materiaal rekening met de volgende eigenschappen:Condenswater dient terug te stromen naar de ketel.Het materiaal dient bestand te zijn tegen de rookgastemperatuur van deze ketel.Maximaal toegestane recirculatie van 10%.Luchttoevoer en rookgasafvoer mogen niet in tegenoverliggende gevels worden geplaatst.Minimaal toegestaan drukverschil tussen luchttoevoer en rookgasafvoer is -200 Pa (inclusief -100 Pa winddruk).(1) Het materiaal moet ook voldoen aan de materiaaleigenschappen uit het desbetreffende hoofdstuk.Tab.8 Type rookgasaansluiting: C93(X)Principe(1) Beschrijving Toegestane fabrikanten(2)AD-3000931-01Gesloten uitvoeringLuchttoevoer- en rookgasafvoerkanaal in schacht of omkokerd:Concentrisch.Luchttoevoer uit bestaand kanaal.Rookgasafvoer bovendaks.Instroomopening voor de luchttoevoer ligt in hetzelfde drukgebied als de uitmonding.Aansluitmateriaal en dakdoorvoer:BurgerhoutCox GeelenMuelink & GrolPoujoulatUbbink(1) Zie tabel voor eisen aan schacht of koker.(2) Het materiaal moet ook voldoen aan de materiaaleigenschappen uit het desbetreffende hoofdstuk.Tab.9 Minimale afmeting schacht of koker C93(X)Uitvoering (D) Zonder luchttoevoer Met luchttoevoerStar 80 mm Ø 130 mm □ 130 x 130 mm Ø 140 mm □ 130 x 130 mmStar 100 mm Ø 160 mm □ 160 x 160 mm Ø 170 mm □ 160 x 160 mmStar 150 mm Ø 200 mm □ 200 x 200 mm Ø 220 mm □ 220 x 220 mmConcentrisch 80/125 mm Ø 145 mm □ 145 x 145 mm Ø 145 mm □ 145 x 145 mmConcentrisch 100/150 mm Ø 170 mm □ 170 x 170 mm Ø 170 mm □ 170 x 170 mmConcentrisch 150/200 mm Ø 270 mm □ 270 x 270 mm - -4 Voor de installatie18 7684355 - v.04 - 10012019

BelangrijkDe schacht moet voldoen aan de luchtdichtheidseisen van de plaatselijk geldende regelgeving. BelangrijkSchachten altijd grondig reinigen bij toepassing van voeringspijpen en/of luchttoevoeraansluiting. Inspectie van het voeringkanaal moet mogelijk zijn. 4. 8. 2 MateriaalControleer met de tekenreeks op het rookgasafvoermateriaal of het geschikt is voor toepassing op dit toestel. 1EN 14471 of EN 1856–1: Het materiaal is CE-gekeurd volgens deze norm. Voor kunststof is dit EN 14471, Voor aluminium en roestvast staal is dit EN 1856-1. 2T120: Het materiaal heeft temperatuurklasse T120. Een hoger getal is ook toegestaan, lager niet. 3P1: Het materiaal valt in drukklasse P1. H1 is ook toegestaan. 4W: Het materiaal is geschikt om condenswater af te voeren (W=’wet’). D is niet toegestaan (D=’dry’). 5E: Het materiaal valt in brandbestendigheidsklasse E.

Klasse A t/m D zijn ook toegestaan, F is niet toegestaan. Alleen van toepassing op kunststof. WaarschuwingDe koppel- of verbindingsmethodes verschillen per fabrikant. Het is niet toegestaan om leidingen, koppel- of verbindingsmethodes van verschillende fabrikanten te mengen. Dit geldt ook voor dakdoorvoeren en gemeenschappelijke kanalen. De toegepaste materialen moeten voldoen aan de geldige voorschriften en normen. Neem voor de toepassing van flexibel rookgasafvoermateriaal contact met ons op. Tab.

4. 8. 3 Afmetingen rookgasafvoerleidingWaarschuwingHet leidingwerk dat op de rookgasadapter wordt aangesloten, moet voldoen aan onderstaande afmetingen. d1Buitenmaat rookgasafvoerleidingD1Buitenmaat luchttoevoerleidingL1lengteverschil tussen rookgasafvoerleiding en luchttoevoerleidingTab. 11 Afmetingen leiding d1 (min-max) D1 (min-max) L1(1) (min-max)80/125 mm 79,3 - 80,3 mm 124 - 125,5 mm 0 - 15 mm100/150 mm 99,3 - 100,3 mm 149 - 151 mm 0 - 15 mm(1) Kort de binnenpijp in wanneer het lengteverschil te groot is. 4. 8. 4 Lengte van de lucht- en rookgasleidingenDe maximale lengte van het rookgasafvoer- en luchttoevoerkanaal verschillen per toesteltype, raadpleeg het desbetreffende hoofdstuk voor de juiste lengtes. BelangrijkBij het gebruik van bochten, moet de maximale schoorsteenlengte (L), verkort worden volgens de reductietabel.

Voor aanpassing naar een andere diameter moet gebruik worden gemaakt van goedgekeurde verloopstukken. De ketel is ook geschikt voor langere schoorsteenlengten en andere diameters dan in de tabellen wordt aangegeven. Neem contact met ons op voor meer informatie. Open uitvoering (B23P, B33)LLengte van het afvoerkanaal, tot aan dakdoorvoerAansluiting rookgasafvoerAansluiting luchttoevoerBij een open uitvoering blijft de luchttoevoeropening open; alleen de rookgasafvoeropening wordt aangesloten. De ketel krijgt dan de benodigde verbrandingslucht direct uit de opstellingsruimte. OpgeletDe luchttoevoeropening moet geopend blijven. De opstellingsruimte moet voorzien zijn van de noodzakelijke luchttoevoeropeningen. Deze mogen niet worden verkleind of afgesloten. Tab.

Gesloten uitvoering (C13(X), C33(X), C63(X), C93(X))Aansluiting rookgasafvoerAansluiting luchttoevoerBij een gesloten uitvoering wordt zowel de rookgasafvoer- als de luchttoevoeropening (concentrisch) aangesloten.Tab.13 Maximale schoorsteenlengte (L)Diameter(1) 80/125 mm 100/150 mmQuinta Ace 45 20 m 20 m(1)Quinta Ace 65 4 m 18 mQuinta Ace 90 4 m 17 mQuinta Ace 115 - 13 m(1) Met behoud van maximale schoorsteenlengte kunnen er extra 5 maal 90º of 10 maal 45º bochtstukken worden toegepast.Aansluiting in verschillende drukgebieden (C53)LGezamenlijke lengte van het rookgasafvoer- en luchttoevoerkanaalAansluiting rookgasafvoerAansluiting luchttoevoerVoor deze aansluiting moet een 80/80 of een 100/100 mm rookgasadapter (accessoire) gemonteerd worden.Verbrandingsluchttoevoer en rookgasafvoer is mogelijk in verschillende drukgebieden, en halve CLV systemen. Met uitzondering van het kustgebied.

4. 8. 5 Aanvullende richtlijnenInstallatieVoor de installatie van het rookgasafvoer- en luchttoevoermateriaal wordt verwezen naar de voorschriften van de fabrikant van het betreffende materiaal. Controleer na montage tenminste alle rookgasvoerende en luchtvoerende delen op dichtheid. WaarschuwingHet niet volgens de voorschriften installeren van de rookgasafvoer- en luchttoevoermaterialen (niet lekdicht, niet correct gebeugeld, et cetera), kan tot gevaarlijke situaties leiden en/of lichamelijk letsel tot gevolg hebben. Zorg voor voldoende afschot van de rookgasafvoerleiding richting de ketel (minimaal 50 mm per meter) en voor voldoende condensopvang en afvoer (minimaal 1 m voor de uitmonding van de ketel). De toegepaste bochten moeten groter zijn dan 90° om afschot en een goede afdichting op de lippenringen te waarborgen.

CondensatieDirecte aansluiting van de rookgasafvoer op bouwkundige kanalen is niet toegestaan in verband met condensatie. Wanneer er in de rookgasafvoerleiding condens uit een kunststof of roestvast stalen leidingdeel terug kan stromen naar een aluminium deel, dan dient dit condens via een opvanginrichting afgevoerd te worden, voordat dit het aluminium bereikt. Nieuw geïnstalleerde aluminium rookgasleidingen met grotere lengtes kunnen relatief grotere hoeveelheden corrosieproducten produceren. Controleer en reinig de sifon in dat geval vaker. BelangrijkNeem contact op met uw leverancier voor meer informatie. 4. 9 Waterkwaliteit en waterbehandelingDe kwaliteit van het CV-water moet voldoen aan bepaalde grenswaarden, die te vinden zijn in ons Waterkwaliteitsvoorschrift. De richtlijnen in dat voorschrift moeten altijd opgevolgd worden.

10 Waterdoorstroming bij proceswarmteIn geval van proceswarmte (bijvoorbeeld bij pasteurisatie, droogprocessen en wasprocessen) wordt de ketel gebruikt voor een industriële toepassing en niet voor centrale verwarming. Bij proceswarmte is het noodzakelijk dat de nominale doorstroming (bij ΔT 20°C) in het primaire cv-circuit gegarandeerd is. De doorstroming in het secundaire circuit mag variëren. Om dit te waarborgen kan een flowsensor worden gemonteerd, die de ketel vergrendelt als de doorstroming onder een bepaald niveau komt (bijvoorbeeld door een defecte pomp of klep). Wijzig bij deze toepassing de volgende parameters:Stel parameter DP140 in op Proceswarmte. Stel parameters DP005 en DP070 in op de gewenste waarde voor deze installatie. Bij gebruik van een SWW sensor; stel parameters DP034 en DP006 in op de gewenste waarde voor deze installatie.

4.11 Verhoging standaard ΔT-instellingIn sommige gevallen moet de standaard ΔT-instelling van de ketel worden verhoogd, bijvoorbeeld in systemen met:VloerverwarmingLuchtverwarmingStadsverwarmingenEen warmtepomp.Tab.17 Verhoging standaard ΔT-instellingKeteltype ΔT-instellingQuinta Ace 45Quinta Ace 65Quinta Ace 90De standaard ΔT-instelling van 25K kan maximaal verhoogd worden tot 40K.Quinta Ace 115 De standaard ΔT-instelling van 20K kan maximaal verhoogd worden tot 35K.Verhoog de ΔT-instelling via parameter GP021.

Bij het verhogen van ΔT beperkt de regeleenheid de aanvoertemperatuur tot maximaal 80 °C.BelangrijkBij de verhoogde ΔT-instelling, maakt de Servicetool met een substatus kenbaar dat de beperkte aanvoertemperatuur actief is.Voorkom dat de ketel wordt vergrendeld en zorg voor een minimale watercirculatie door gebruikmaking van een bypass of open verdeler.Als een PWM-gestuurde cv-pomp door het bedieningspaneel van de ketel wordt aangestuurd, stel dan parameter PP014 op 2.4 Voor de installatie7684355 - v.04 - 10012019 23

5 Installatie5.1 Positionering van de ketelDankzij de ophangstrip aan de achterzijde van de mantel, kan de ketel direct aan de ophangbeugel gehangen worden.De ketel wordt geleverd met een montagesjabloon.1. Plak de montagesjabloon van de ketel met plakband op de muur. WaarschuwingControleer met een waterpas of het montagesjabloon perfect horizontaal hangt.Bescherm de ketel tegen bouwstof en dek de aansluitpunten van de rookgasafvoer en luchttoevoer af. Verwijder deze afdekking pas bij montage van de betreffende aansluitingen.2. Boor 2 gaten van Ø 10 mm. BelangrijkDe extra gaten in de ophangbeugel zijn bedoeld voor het geval dat één van beide bevestigingsgaten een goede bevestiging van de plug onmogelijk maakt.3. Plaats de Ø 10 mm pluggen.4. Verwijder het montagesjabloon.5. Bevestig de ophangbeugel met de meegeleverde Ø 10 mm bouten aan de muur.6.

Hang de ketel op aan de ophangbeugel.5.2 Doorspoelen van de installatieVoordat een nieuwe ketel op een bestaande of nieuwe installatie kan worden aangesloten, moet de gehele installatie grondig worden gereinigd en doorgespoeld. Dit is van essentieel belang. Hierdoor worden resten van het installeren (lasslakken, fitmiddelen, etc.) en opgehoopt vuil (slib, slijk etc.) verwijderd.BelangrijkSpoel de installatie door met minimaal 3 keer de systeeminhoud van de installatie.Spoel de sanitairleidingen door met minimaal 20 keer de inhoud van de leidingen.Afb.11 Ophangen ketelAD-0000018-02215435 Installatie24 7684355 - v.04 - 10012019

5.3 Aansluiten van het verwarmingscircuit1. Verwijder de stofdop op de aansluiting aanvoer CV onder aan de ketel.2. Monteer de uitgaande leiding voor CV-water op de aansluiting aanvoer CV.3. Verwijder de stofdop op de aansluiting retour CV onder aan de ketel.4. Monteer de ingaande leiding voor CV-water op de aansluiting retour CV.5. Monteer de pomp in de retour CV-leiding.Voor meer informatie, zieAansluiten PWM pomp, pagina 32Aansluiten standaard pomp, pagina 325.4 Aansluiten van de condensatie-afvoerleiding1. Monteer een kunststof afvoerpijp Ø 32 mm of groter, uitkomend op het riool.2. Steek hierin de flexibele condensafvoerslang3. Monteer een stankafsluiter of sifon in de afvoerpijp.4. Monteer de sifon.Afb.12 Aansluiten aanvoer CV en retour CVAD-4100110-01124543Afb.13 Aansluiten condensatie–afvoerleidingAD-0000024-0241235 Installatie7684355 - v.04 - 10012019 25

5.5 Gasaansluiting1. Verwijder de stofdop op de gasaansluiting onder aan de ketel. 2. Monteer de gasaanvoerleiding.3. Monteer in deze leiding direct onder de ketel ( binnen 1 meter afstand) een gaskraan.4. Monteer de gasleiding op de gaskraan.BelangrijkDe gaskraan moet altijd bereikbaar zijn5.6 Aansluitingen van de luchttoevoer/rookgasafvoer5.6.1 Aansluiting rookgasafvoer en luchttoevoerSInsteekdiepte 25 mm1. Monteer de rookgasafvoerleiding en luchttoevoerleiding op de ketel.2. Monteer de opvolgende rookgasafvoerleidingen en luchttoevoerleidingen volgens de voorschriften van de fabrikant.

Gevaar voor elektrische schokDe volgende componenten van de ketel staan onder een spanning van 230V:Elektrische aansluiting circulatiepomp.Elektrische aansluiting gascombinatieblok.Elektrische aansluiting ventilator.Besturingsautomaat.Ontstekingstrafo.Voedingskabelaansluiting.De ketel is voorzien van een geaarde stekker (snoerlengte 1,5 m) en is geschikt voor een 230VAC/50Hz voeding met fase/nul/aardesysteem. De ketel is niet fasegevoelig. Het netsnoer is aangesloten op de connector X1. Een reservezekering zit in de behuizing van de besturingsautomaat.OpgeletBestel een vervangend netsnoer altijd bij Remeha. De voedingskabel mag alleen door Remeha of een door Remeha gecertificeerde installateur vervangen worden.De stekker van de ketel moet altijd bereikbaar zijn.De ketel heeft meerdere besturings-, beveiligings- en regelingsaansluitmogelijkheden.

5. 7. 2 Toegang tot de aansluitconnectorenIn de instrumentenbox zit gemonteerd:de standaardaansluitprint CB-03 met aansluitconnector X-03. de IF-01 print met aansluitconnector X4 en X5Hierop kunnen diverse thermostaten en regelaars worden aangesloten. Toegang tot de aansluitconnectoren:1. Draai de twee schroeven aan de onderzijde van de frontmantel een kwartslag los en verwijder de frontmantel. 2. Druk de klipsluitingen aan de zijkanten van de instrumentenbox iets naar binnen. 3. Kantel de instrumentenbox naar voren. 4. Druk de klipsluiting aan de zijkant van de instrumentenboxklep iets naar binnen. 5. Open de instrumentenboxklep. De aansluitconnector X-03 van de CB-03 print is nu bereikbaar6. Open de instrumentenbox door de klipsluitingen (4x) rondom met behulp van een schroevendraaier vrij te maken. De aansluitconnectoren X4 en X5 van de IF-01 print zijn nu bereikbaar. 7.

Voer de kabels van de regelaar of thermostaat door de ronde tule(s) in de onderplaat van de ketel. 8. Leid de desbetreffende aansluitkabel(s) door de instrumentenbox in de daarvoor bestemde kabelgootjes. 9. Maak de trekontlastingsclip(s) los en leid de kabel(s) hieronder. 10. Sluit de kabels aan op de bestemde klemmen van de aansluitconnector. 11. Druk de trekontlastingsclip(s) goed vast. 12. Sluit de instrumenten box. 5. 7. 3 Aansluitmogelijkheden van de standaard aansluitprintAlgemeenOp de standaard aansluitprint kunnen diverse thermostaten en regelaars worden aangesloten. Aansluiten modulerende thermostaat De ketel is standaard voorzien van een R-bus aansluiting, die ook geschikt is voor OpenTherm. Hierdoor kunnen zonder verdere aanpassingen modulerende OpenTherm thermostaten (bijvoorbeeld iSense) of R-Bus thermostaten (bijvoorbeeld eTwist) worden aangesloten.

Sluit de twee-aderige kabel van de thermostaat aan op de klemmen R-Bus van de aansluitconnector. Het maakt niet uit welke draad in welke kabelklem wordt aangesloten. BelangrijkAls de tapwatertemperatuur op de OpenTherm thermostaat ingesteld kan worden, dan levert de ketel deze temperatuur, met als maximum de ingestelde waarde in de ketel. Afb. 16 Toegang tot de aansluitconnectorenAD-4000065-0190 º264321598710Afb. 17 Aansluiten modulerende thermostaatAD-4100101-02ToutBL RLR-BusOTTdhw5 Installatie28 7684355 - v. 04 - 10012019.

Aansluiten aan/uit thermostaat De ketel is geschikt voor het aansluiten van een 2-draads aan/uit kamerthermostaat (Tk). 1. Monteer de (power stealing) thermostaat in een referentieruimte. 2. Sluit de twee-aderige kabel van de thermostaat aan op de klemmen R-Bus van de aansluitconnector. Het maakt niet uit welke draad in weke kabelklem wordt aangesloten. Vorstbeveiliging in combinatie met aan/uit thermostaatBij toepassing van een aan/uit thermostaat kunnen de leidingen en radiatoren in een vorstgevoelige ruimte beveiligd worden met een vorstthermostaat. De radiatorkraan in de vorstgevoelige ruimte moet open staan. 1. Plaats in een vorstgevoelige ruimte (bijvoorbeeld garage) een vorstthermostaat (Tv)2. Sluit de vorstthermostaat (Tv) parallel aan een aan/uit thermostaat (Tk) aan op de klemmen R-Bus van de aansluitconnector.

WaarschuwingBij toepassing van een Remeha eTwist of een OpenTherm thermostaat mag er geen vorstthermostaat parallel op de klemmen R-Bus aangesloten worden. Realiseer dan de vorstbeveiliging van de CV-installatie in combinatie met een buitensensor. Voor meer informatie, zieAanvullende documentatie, pagina 11Vorstbeveiliging in combinatie met een buitensensorDe CV-installatie kan ook worden beveiligd tegen vorst in combinatie met een buitensensor. De radiatorkraan in de vorstgevoelige ruimte moet open staan. 1. Sluit de buitensensor aan op de klemmen Tout van de aansluitconnector. Met een buitensensor werkt de vorstbeveiliging als volgt:Bij een buitentemperatuur lager dan -10°C: er is een warmtevraag aan de ketel. Bij een buitentemperatuur hoger dan -10°C: de warmtevraag aan de ketel stopt.

BelangrijkDe buitentemperatuur voor de start van de vorstbeveiliging kan gewijzigd worden met parameter AP080 (fabrieksinstelling is de bovenvermelde -10°C). Aansluiten buitensensorOp de klemmen Tout van de aansluitconnector kan een buitensensor worden aangesloten (accessoire).

Gegevens buitensensorDiverse gegevens van de buitensensor kunnen worden gebruikt. Gebruik hieronder vermelde sensor of sensors met identieke eigenschappen:AF60 = NTC 470 Ω/25°CQAC34 = NTC 1000 Ω/25°CSelecteer de buitensensor met parameter AP056. Instellen stooklijnDe interne stooklijn kan met diverse parameterinstellingen gewijzigd worden. FStooklijn1Instelpunt van de stooklijn (maximum aanvoertemperatuur)parameter CP010 / CP0002Comfortvoetpunt van de stooklijnparameter CP2103Steilheid van de stooklijnparameter CP230Buitentemperatuur (Tout)Aanvoertemperatuur (Ta)BelangrijkEen OpenTherm regelaar kan ook gebruikmaken van deze buitensensor. De gewenste stooklijn moet dan op de regelaar worden ingesteld. Tab.

19 Instellingen van de interne stooklijnComfort voetpunt (°C)(parameter CP210)Steilheid(parameter CP230)Ta (°C)(bij Tout = –10°C)15 0,5 3015 1,0 4515 1,5 6015 2,0(1) 7515 2,5 9015 3,0 105(2)(1) Zie voorbeeldtekening(2) Aanvoertemperatuur wordt afgekapt op Ta (max) = parameter CP010 / CP000 Blokkerende ingangDe ketel is voorzien van een blokkerende ingang (Normally Closed contact). Deze ingang is uitgevoerd op de klemmen BL van de aansluitconnector. Als dit contact geopend wordt, dan gaat de ketel in blokkering of vergrendeling. Wijzig de functie van de ingang met parameterinstelling AP001.

Deze parameter heeft de volgende 3 instelmogelijkheden:volledige blokkering: geen vorstbeveiliging met buitensensor en geen vorstbeveiliging van de ketel (pomp gaat niet aan en brander gaat niet aan)gedeeltelijke blokkering: wel vorstbeveliging van de ketel (pomp gaat aan als de warmtewisselaartemperatuur < 6°C en brander gaat aan als de warmtewisselaartemperatuur < 3°C)vergrendeling: geen vorstbeveiliging met buitensensor en gedeeltelijke vorstbeveiliging van de ketel (pomp gaat aan als de warmtewisselaartemperatuur < 6°C, de brander gaat niet aan als de warmtewisselaartemperatuur < 3°C). Afb.

BelangrijkVerwijder eerst de brug bij gebruik van deze ingang.WaarschuwingAlleen geschikt voor potentiaalvrije contacten.Vrijgave ingangDe ketel is voorzien van een vrijgave ingang (Normaal Open contact). Deze ingang is uitgevoerd op de klemmen RL van de aansluitconnector.Als dit contact gesloten is voordat er een warmtevraag is, dan gaat de ketel na een wachttijd in blokkering. Wijzig de wachttijd van de ingang met parameterinstelling AP008.Als dit contact gesloten is tijdens een warmtevraag, dan wordt de ketel onmiddellijk geblokkeerd.WaarschuwingAlleen geschikt voor potentiaalvrije contacten.Aansluiten boilersensor/-thermostaatOp de klemmen Tdhw van de aansluitconnector kan een boilersensor of boilerthermostaat worden aangesloten.1. Sluit de stekker van de boilersensor of boilerthermostaat aan op de aansluiting Tdhw.

Aansluiten PWM pompDe energiezuinige modulerende pomp moet op de standaard besturingsprint worden aangesloten. Ga hiervoor als volgt te werk:1. Sluit de voedingskabel en de kabel voor het PWM signaal aan op de pomp.2. Verwijder de tule uit de opening in het midden van de bodem van de ketel.3. Voer de voedingskabel van de pomp door de bodem van de ketel en dicht de opening weer af door het aandraaien van de bajonetsluiting aan de kabel.4. Voer de PWM kabel van de pomp door één van de tules in de bodem van de ketel aan de rechterzijde.5. Sluit de voedingskabel X81 van de pomp aan op de kabel X81 die in de kabelgoot links langs de instrumentenbox ligt.6.

Sluit de PWM kabel X112 van de pomp aan op de kabel X112 die in de kabelgoot rechts langs de instrumentenbox ligt.BelangrijkDiverse instellingen van de pomp kunnen worden aangepast met de parameters PP014, PP016, PP017 en PP018.Aansluiten standaard pompDe pomp moet op de standaard besturingsprint worden aangesloten. Ga hiervoor als volgt te werk:1. Sluit de met de ketel meegeleverde voedingskabel X81 aan op de pomp.2. Verwijder de tule uit de opening in het midden van de bodem van de ketel.3. Voer de kabel X81 van de pomp door de bodem van de ketel en dicht de opening weer af door het aandraaien van de bajonetsluiting aan de kabel.4.

5.7.4 Exta besturingsprintsAansluitmogelijkheden van de uitbreidingsprint IF-01De IF-01 uitbreidingsprint is bij de standaardlevering in de instrumentenbox ingebouwd.OpgeletSluit geen vorstthermostaat of kamerthermostaat aan op de ketel bij toepassing van de 0-10 V besturingsprint.Aansluiting status relais (Nc)Als de ketel vergrendelt, dan valt een relais af en kan de alarmering via een potentiaalvrij contact (maximaal 230 V, 1A) op de klemmen Nc en C van de aansluitconnector doorgemeld worden.Aansluiting (OTm)De interface communiceert met de ketelsturing door middel van OpenTherm. Hiervoor dient de OTm aansluiting te worden verbonden met de OpenTherm ingang OTm van de ketelsturing.Analoge ingang (0-10 V)Bij deze regeling kan worden gekozen voor het regelen op temperatuur of op vermogen. Hieronder worden beide regelingen kort toegelicht.1.

Het vermogen varieert tussen de minimale en maximale waarde op basis van het door de regelaar berekende aanvoertemperatuur setpunt.Door middel van een jumper (2) op de interface wordt gekozen voor temperatuursturing ( ) of vermogenssturing (%).Tab.21 Regeling op vermogenJumper 2 Ingangssignaal (V) Vermogen (%) Omschrijving%0 – 2,0(1) 0 – 20 Ketel uit2,0 – 2,2 (1) 20 – 22 Hysterese2,0 – 10 (1) 20 – 100 Gewenst vermogen(1) Afhankelijk van de minimale modulatiediepte (ingestelde toerentallen, standaard 20%)Afb.28 IF-01 printAD-0000054-01Status 0-10 0-10Nc NoCNc No OTm 0 + 0 +COTm 0 + 0 +X5X4X1IF-01%12Afb.29 Jumper (2) omzettenAD-0000055-0112%2 25 Installatie7684355 - v.04 - 10012019 33

Het 0 - 10 V signaal regelt het ketelvermogen. Deze regeling is modulerend op het vermogen. Het minimale vermogen is gekoppeld aan de modulatiediepte van de ketel. Het vermogen varieert tussen de minimale en maximale waarde op basis van de door de regelaar bepaalde waarde.Analoge uitgang (0-10V)Bij deze terugmelding kan worden gekozen voor temperatuur of vermogen.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Remeha Quinta Ace 90 S Control stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden