Remeha Initia Plus C Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Remeha Initia Plus C (72 pagina’s), behorend tot de categorie Verwarmingsketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 44 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Remeha Initia Plus C of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Remeha |
| Categorie: | Verwarmingsketel |
| Model: | Initia Plus C |
Handleiding Remeha Initia Plus C – volledige tekst
7700014. 01 (1-01/18) 22Beste klant,Ons bedrijf is ervan overtuigd dat dit nieuwe product volledig aan uw eisen zal voldoen. De aankoop van één van onze producten is een garantie voor wat u ervan verwacht: een goede werking en een eenvoudig en doordacht gebruik. Wat wij aan u vragen is deze aanwijzingen niet terzijde te leggen zonder ze eerst gelezen te hebben: deze aanwijzingen bevatten nuttige informatie voor een correct en efciënt beheer van uw product. Het apparaat mag worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en personen met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of met gebrek aan de nodige ervaring of kennis, mits zij onder toezicht staan of aanwijzingen heb-ben gekregen over het veilige gebruik van het apparaat en zich bewust zijn van de gevaren die het gebruik van het apparaat met zich meebrengt. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Het schoonmaken en het onderhoud dat door de gebrui-ker uitgevoerd moet worden mag niet door kinderen gedaan worden die niet onder toezicht staan. INHOUD BESCHRIJVING VAN DE SYMBOLEN. 23 VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN. 23 ALGEMENE VOORSCHRIFTEN. 24 ENERGIEBESPARINGSTIPS. 241. IN WERKING STELLEN VAN DE KETEL. 251. 1 REGELING VAN DE AANVOERTEMPERATUUR VOOR DE VERWARMING EN HET TAPWATER. 251. 2 BEDRIJFSWIJZEN. 252. LANGDURIGE STILSTAND VAN DE INSTALLATIE VORSTBEVEILIGING. 253. GASOMBOUW. 264. STORINGEN. 265. MENU KETELINFO. 276. UITSCHAKELEN VAN DE KETEL. 277. VULLEN VAN DE INSTALLATIE. 278. AANWIJZINGEN VOOR GEWOON ONDERHOUD. 27 VOORSCHRIFTEN VÓÓR DE INSTALLATIE. 289. INSTALLEREN VAN DE KETEL. 289. 1 TOEBEHOREN IN DE VERPAKKING. 289. 2 ALS ACCESSOIRES GELEVERDE TOEBEHOREN. 289. 3 AFMETINGEN VAN DE KETEL. 2810. INSTALLEREN VAN DE LEIDINGEN. 2910. 1 CONCENTRISCHE LEIDINGEN. 2910.
23 7700014.01 (1-01/18)Gebruiker & Installateur (NL)BESCHRIJVING VAN DE SYMBOLEN WAARSCHUWINGRisico van schade of storingen in de werking van het apparaat. Er moet bijzondere aandacht aan de gevarenwaarschuwingen besteed worden die betrekking hebben op mogelijke schade aan personen.VERBRANDINGSGEVAAR Wacht totdat het toestel afgekoeld is voordat u aan delen komt die blootgesteld zijn aan hitte.HOOGSPANNINGSGEVAAROnder spanning staande elektrische delen, gevaar voor elektrische schokken.VORSTGEVAARMogelijke vorming van ijs vanwege lage temperaturen.BELANGRIJKE INFORMATIE Informatie die bijzonder aandachtig gelezen moet worden omdat dit zinvol is voor de goede werking van de ketel.ALGEMEEN VERBOD Verboden om datgene wat naast het symbool vermeld is te doen of te gebruiken.
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENGASLUCHT• Schakel de ketel uit.• Stel geen elektrische apparatuur in werking (zoals het licht aandoen).• Doof eventueel open vuur en zet de ramen open.• Bel een Erkend Technisch Servicecenter.VERBRANDINGSLUCHT• Schakel de ketel uit.• Lucht de ruimte door deuren en ramen open te zetten.• Bel een Erkend Technisch Servicecenter.ONTVLAMBAAR MATERIAALGebruik en/of leg geen licht ontvlambaar materiaal (verdunners, papier enz.) in de buurt van de ketel. ONDERHOUD EN REINIGING VAN DE KETELSchakel voordat u ook maar iets doet eerst de stroom naar de ketel uit. Het apparaat is niet bestemd voor gebruik door personen met beperkte fysieke, sensoriële of mentale capaciteiten of die onvoldoende ervaring of kennis ervan hebben, tenzij zij bij het gebruik van het apparaat onder toezicht staan van of geïnstrueerd worden door iemand die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
7700014. 01 (1-01/18) 24Gebruiker & Installateur (NL)ALGEMENE VOORSCHRIFTEN Deze ketel dient om water tot een lagere temperatuur dan de kooktemperatuur op atmosferische druk te verwarmen. De ketel moet in overeenstemming met de prestaties en het vermogen ervan op een verwarmingsinstallatie en een leidingsstelsel voor de verspreiding van warm tapwater aangesloten worden. Alvorens de ketel door vakmensen te laten aansluiten moet u het volgende laten uitvoeren: • Een controle of de ketel ingesteld is om op de beschikbare gassoort te functioneren. Dit blijkt uit de opschriften op de verpakking en het typeplaatje dat op het toestel aangebracht is.
• Een controle of de schoorsteen voldoende trek heeft, geen vernauwingen vertoont en of er in de schoorsteenpijp geen afvoeren van andere toestellen geplaatst zijn, tenzij de schoorsteenpijp gemaakt is om dienst te doen voor meerdere toestellen volgens de specieke normen en geldende voorschriften. • Een controle of in geval van aansluitingen op reeds bestaande schoorsteenpijpen, deze volledig schoon zijn omdat door aanslag die tijdens de werking van de wanden loslaat de rookdoorvoer afgesloten kan worden. • Bovendien is het om de goede werking van het toestel en de garantie op het toestel te behouden van essentieel belang om de hieronder vermelde voorzorgsmaatregelen op te volgen. 1. Tapwaterkring1.
1 Als de hardheid van het water meer bedraagt dan 20 °F (1 °F = 10 mg calciumcarbonaat op een liter water) wordt voorgeschreven om een polyfosfaatdoseerapparaat of een systeem met hetzelfde effect dat aan de geldende voorschriften voldoet te installeren. 1. 2 Na het installeren van het toestel en voordat het toestel voor de eerste keer in gebruik genomen wordt moet de installatie zorgvuldig schoongespoeld worden. 1. 3 De materialen die voor de tapwaterkring gebruikt zijn, zijn in overeenstemming met de EG-Richtlijn 98/83. 2. Verwarmingskring 2.
1 Nieuwe installatie: Voordat de ketel geïnstalleerd wordt moet de kring naar behoren schoongespoeld worden om de resten van het aanbrengen van schroefdraad, lassen en eventuele oplosmiddelen te verwijderen waarbij geschikte producten die in de handel verkrijgbaar zijn gebruikt moeten worden die niet zuur en niet alkalisch zijn en die de metalen, plastic en rubber delen niet aantasten. Om de installatie tegen aanslag te beschermen moeten er aanslagwerende middelen gebruikt worden zoals SENTINEL X100 en FERNOX protector voor verwarmingsinstallaties. Bij het gebruik van deze producten moeten de aanwijzingen die bij deze producten verstrekt worden zorgvuldig opgevolgd worden. 2.
2 Bestaande installatie: Alvorens met het installeren van de ketel te beginnen moet de installatie volledig geleegd en goed schoongespoeld worden om drab en verontreinigingen te verwijderen waarbij geschikte producten gebruikt moeten worden die in de handel verkrijgbaar zijn. De aanbevolen producten voor het schoonspoelen zijn: SENTINEL X300 of X400 en FERNOX regenerator voor verwarmingsinstallaties. Bij het gebruik van deze producten moeten de aanwijzingen die bij deze producten verstrekt worden zorgvuldig opgevolgd worden. Wij herinneren eraan dat de aanwezigheid van aanslag in de verwarmingsinstallatie werkingsproblemen aan de ketel tot gevolg heeft (bijv.
oververhitting en lawaai van de warmtewisselaar) De eerste inbedrijfstelling van de ketel moet uitgevoerd worden door het Erkend vakman dat het volgende moet controleren: • Of de typeplaatgegevens overeenstemmen met de gegevens van het voedingsnet (stroom, water, gas). • Of de installatie in overeenstemming is met de geldende voorschriften (NBN D 51 003 en NBN B 61 002). • Of de elektrische aansluiting op het net deugdelijk uitgevoerd is en of de aansluiting geaard is. Door het niet in acht nemen van deze voorschriften wordt de garantie op het toestel ongeldig.
De adressen van de Erkende Technische Servicecenters zijn vermeld op bijgevoegd blad. Alvorens de ketel in werking te stellen moet de beschermfolie van de ketel verwijderd worden. Om dit te doen mag geen scherp gereedschap of schurend materiaal gebruikt worden omdat de gelakte delen hierdoor beschadigd kunnen worden. Delen van het verpakkingsmateriaal (plastic zakjes, piepschuim enz. ) mogen niet binnen het bereik van kinderen gelaten worden omdat dit een potentiële bron van gevaar kan zijn. ENERGIEBESPARINGSTIPS Regeling van de verwarming Regel de aanvoertemperatuur van de ketel op basis van het type installatie. Bij installaties met verwarmingsradiatoren wordt geadviseerd om een maximum aanvoertemperatuur van het verwarmingswater van ongeveer 60°C in te stellen en deze waarde te verhogen indien het gewenste ruimtecomfort niet bereikt wordt.
Bij installaties met vloerverwarmingspanelen mag de door de ontwerper van de installatie voorziene temperatuur niet overschreden worden. Het is raadzaam om de uitwendige opnemer en/of het bedieningspaneel te gebruiken om de aanvoertemperatuur automatisch aan te passen op basis van de weersomstandigheden of de binnentemperatuur. Op die manier wordt niet meer warmte geproduceerd dan echt nodig is. Regel de ruimtetemperatuur maar zorg ervoor dat het in de ruimten niet te heet is. Elke te hoge graad brengt meer energieverbruik met zich mee, gelijk aan ongeveer 6%. Pas de ruimtetemperatuur ook aan op basis van het soort gebruik dat van de ruimten gemaakt wordt. Bijvoorbeeld een slaapkamer of kamers die minder vaak gebruikt worden kunnen op een lagere temperatuur verwarmd worden. Gebruik het klokprogramma en stel de ruimtetemperatuur 's nachts ongeveer 5°C lager in dan overdag.
Dek de radiatoren niet af om de juiste luchtcirculatie niet te belemmeren. Laat de ramen niet op een kier staan om de ruimten te luchten maar zet ze korte tijd helemaal open. Warm tapwater Er wordt een goede besparing verkregen door de gewenste temperatuur van het tapwater in te stellen en het water niet met koud water te mengen. Elke verdere verwarming veroorzaakt energieverspilling en leidt tot de vorming van meer kalkaanslag.
1 REGELING VAN DE AANVOERTEMPERATUUR VOOR DE VERWARMING EN HET TAPWATERDe regeling van de aanvoertemperatuur voor de verwarming en het tapwater (wanneer er een uitwendige boiler aanwezig is) gebeurt door respectievelijke op de toetsen en te drukken. Als de brander ingeschakeld is wordt dit aan de hand van het symbool op het display weergegeven. VERWARMING: tijdens de werking van de ketel op de verwarmingsstand wordt het symbool intermitterend op het display weergegeven en wordt ook de aanvoertemperatuur voor de verwarming (°C) getoond. Indien er een uitwendige opnemer aangesloten is, regelen de toetsen de ruimtetemperatuur indirect (fabriekswaarde 20°C - zie par. 10. 2. 1).
TAPWATER: Tijdens de werking van de ketel op de tapwaterstand wordt het symbool intermitterend op het display weergegeven en wordt ook de aanvoertemperatuur van de primaire ketelkring (°C) getoond. Als de voorverwarmingsfunctie actief is knippert het symbool ook zonder enige warmtapwatervraag. 1. 2 BEDRIJFSWIJZENWEERGEGEVEN SYMBOOL BEDRIJFSWIJZE Om de werking van het apparaat op Tapwater - Verwarming of Alleen Verwarming in te schakelen moet u herhaaldelijk op de toets drukken en één van de drie beschikbare bedrijfswijzen kiezen. Om de bedrijfswijzen van de ketel uit te schakelen en de vorstbeveiligingsfunctie ingeschakeld te laten, moet u de toets minstens 3 seconden lang ingedrukt houden, op het display zal alleen het symbool verschijnen (bij ketelblokkade knippert de achterverlichting van het display). TAPWATER TAPWATER EN VERWARMINGALLEEN VERWARMING2.
LANGDURIGE STILSTAND VAN DE INSTALLATIE VORSTBEVEILIGINGHet is afgeraden om de verwarminginstallatie leeg te laten omdat elke bijvulling zorg voor schadelijke kalkaanslag in de ketel en de ketelblok. Als de verwarmingsinstallatie in de winter niet gebruikt wordt is het in geval van vorstgevaar verstandig om het water van de installatie met geschikte antivriesoplossingen te mengen die voor dat speciale gebruik bedoeld zijn (bijv. propyleenglycol in combinatie met aanslag- en corrosiewerende middelen). De elektronische besturing van de ketel is voorzien van een "antivries" functie tijdens de verwarming die er bij een aanvoertemperatuur van de installatie van beneden de 5°C voor zorgt dat de brander ontstoken wordt totdat er een temperatuur op de aanvoer van 30°C bereikt wordt.
7700014. 01 (1-01/18) 26Gedeelte GEBRUIKER (NL) 3. GASOMBOUWNiet voorzien bij deze ketelmodellen. 4. STORINGENDe storingen die op het display weergegeven worden zijn herkenbaar aan het symbool en een cijfer (storingscode). Voor de complete lijst van de storingen zie onderstaande tabel. Als het symbool op het display verschijnt vraagt de storing om RESET door de gebruiker. Om de ketel te RESETTEN houdt u de toets 2 seconden lang ingedrukt. Indien de display weer een van de storingscodes weergeeft. Neem contact op met uw installateur.
Neem contact op met uw installateur53 Rookleiding verstopt Schakel de stroom naar de ketel een paar seconden lang uit. Als de storing aanhoudt bel dan een erkend technisch servicecenter55 Elektronische printplaat niet afgesteld Neem contact op met uw installateur83…87 Communicatieprobleem tussen printplaat ketel en bedienapparaat. Mogelijke kortsluiting op de bedrading.
Neem contact op met uw installateur92 Rookstoring tijdens kalibratiefase (mogelijke rookrecirculatie) Neem contact op met uw installateur109 Lucht in ketelkring (tijdelijke storing) Neem contact op met uw installateur110 Veiligheidsthermostaat ingeschakeld vanwege overtemperatuur (mogelijke pompblokkade of lucht in verwarmingsgroep) Houd de toets minstens 2 seconden lang ingedrukt117 Druk hydraulische kring te hoog (> 2,7 bar) Neem contact op met uw installateur118 Druk hydraulische kring te laag Controleer of de waterdruk in de installatie overeenstemt met de voorgeschreven drukZie de paragraaf Vullen van de installatie125 Beveiliging ingeschakeld vanwege gebrek aan circulatie (controle verricht door middel van een temperatuuropnemer) Houd de toets minstens 2 seconden lang ingedrukt128 Vlamverlies Houd de toets minstens 2 seconden lang ingedrukt129 Vlamverlies tijdens ontsteking Neem contact op met uw installateur130 NTC rookopnemer ingeschakeld vanwege overtemperatuur Houd de toets minstens 2 seconden lang ingedrukt133 Geen ontsteking (5 pogingen) Houd de toets minstens 2 seconden lang ingedrukt134 Gasklepblokkade Houd de toets minstens 2 seconden lang ingedrukt135 Inwendige printplaatfout Houd de toets minstens 2 seconden lang ingedrukt154 Controletest aanvoer-/retouropnemer Neem contact op met uw installateur160 Werkingsstoring ventilator Neem contact op met uw installateur178 Veiligheidsthermostaat ingeschakeld vanwege overtemperatuur op lage temperatuurinstallatie Neem contact op met uw installateur317 162 Stroomfrequentie verkeerd Neem contact op met uw installateur321 163 NTC tapwateropnemer defect Neem contact op met uw installateur384 164 Parasietvlam (inwendige storing) Houd de toets minstens 2 seconden lang ingedrukt385 165 Stroomspanning te laagHet resetten gebeurt automatisch bij een hogere spanning dan 175VAls de storing aanhoudt bel dan een erkend technisch servicecenterIn geval van een storing gaat de achterverlichting van het display aan en wordt de foutcode weergegeven.
27Gedeelte GEBRUIKER (NL)7700014. 01 (1-01/18)5. MENU KETELINFOHoud de toets minimaal 1 seconde lang ingedrukt om de informatie die in onderstaande tabel staat te laten weergeven. Druk op de toets om het menu te verlaten. BESCHRIJVING BESCHRIJVING00 Interne secundaire storingscode 06 Retourtemperatuur verwarming (°C)01 Aanvoertemperatuur verwarming (°C) 07 Rookopnemertemperatuur (°C)02 Buitentemperatuur (°C) 08 Temperatuur primaire warmtewisselaar (°C)03 Warmtapwatertemperatuur uitwendige boiler(ketel alleen verwarming) 09 - 13 Fabrikantinformatie04 Warmtapwatertemperatuur (ketel met platenwisselaar) 14 Identicatie Open Therm communicatie05 Waterdruk verwarmingsinstallatie (bar) 15 - 18 Fabrikantinformatie 6. UITSCHAKELEN VAN DE KETELOm de ketel uit te schakelen moet de stroom van het toestel met de tweepolige schakelaar uitgeschakeld worden. Tijdens de bedrijfswijze “Uit-vorstbeveil.
-” blijft de ketel uit maar blijven de stroomkringen onder spanning staan en is de vorstbeveiligingsfunctie actief. 7. VULLEN VAN DE INSTALLATIEControleer regelmatig of de druk, afgelezen van de manometer " B", bij koude installatie, 1 - 1,5 bar is. Draai indien de druk laag is aan de vulkraan " A" van de ketel (guur hiernaast). Het is raadzaam om deze kranen heel langzaam open te draaien om de lucht makkelijker te kunnen afvoeren. Draai in geval van overdruk met een steeksleutel van 14 mm aan de afvoerkraan "C". AVulkranen ketel/installatieBManometerCAfvoerkraan ketel/installatieEr wordt dringend geadviseerd om goed op te letten tijdens het vullen van de verwarmingsinstallatie.
Remeha nv/sa kan op geen enkele manier aansprakelijk gesteld worden voor schade die voortkomt uit de aanwezigheid van luchtbellen in de primaire warmtewisselaar wat te wijten is aan een verkeerde of onzorgvuldige inachtneming van datgene wat hierboven vermeld is. De ketel is uitgerust met een hydraulische drukwachter die bij gebrek aan water de werking van de ketel niet toestaat. Als er veelvuldige drukverminderingen optreden moet het ERKENDE TECHNISCHE SERVICECENTER ingeschakeld worden. 8. AANWIJZINGEN VOOR GEWOON ONDERHOUDOm een goede efciënte en veilige werking van de ketel te garanderen is het noodzakelijk om de ketel aan het einde van elk jaargetijde door het Erkende Technische Servicecenter te laten nakijken. Zorgvuldig onderhoud is altijd aanleiding tot besparing bij het beheer van de installatie. CG_2630.
7700014. 01 (1-01/18) 28Gedeelte INSTALLATEUR (nl)VOORSCHRIFTEN VÓÓR DE INSTALLATIEDe technische notities en aanwijzingen die volgen zijn bestemd voor installateurs om hen de mogelijkheid te bieden het toestel op geschikte wijze te installeren. De aanwijzingen met betrekking tot het aanzetten en het gebruik van de ketel staan in het gedeelte dat bestemd is voor de gebruiker. Bovendien moet de installatietechnicus volgens de voorschriften bevoegd zijn om verwarmingstoestellen te installeren. Daarnaast moet rekening gehouden worden met het volgende: • In geval van installatie van het toestel in een ruimte met een temperatuur onder het vriespunt (0°C) moeten de nodige maatregelen genomen worden om de vorming van ijs in de sifon en de condensafvoer te voorkomen. • De ketel kan met elk soort convectieplaat, radiator, thermoconvector met dubbelpijpse of enkelpijpse aanvoer gebruikt worden.
De doorsneden van de kring zullen in ieder geval volgens de normale methoden berekend worden, rekening houdend met de Q/H-karakteristiek (debiet/opvoerhoogte) beschikbaar op de plaat en vermeld in hoofdstuk 16. • Delen van het verpakkingsmateriaal (plastic zakjes, piepschuim enz. ) mogen niet binnen het bereik van kinderen gelaten worden omdat dit een potentiële bron van gevaar kan zijn. • De eerste inbedrijfstelling van de ketel moet uitgevoerd worden door een erkend installateur. Door het bovenstaande niet na te leven wordt de garantie ongeldig. VOORSCHRIFT VOOR EXTRA POMPIndien er een extra pomp op de verwarmingsinstallatie toegepast wordt, moet deze op de retourkring van de ketel geplaatst worden. Dit om de goede werking van de waterdrukwachter in de ketel toe te staan.
VOORSCHRIFT VOOR ZONNE-ENERGIESYSTEEMin geval van aansluiting van de instantketel (gemengd systeem) op een installatie met zonnepanelen moet de maximum temperatuur van het tapwater bij de ingang van de ketel niet hoger zijn dan 60°C. Delen van het verpakkingsmateriaal (plastic zakjes, piepschuim enz.
) mogen niet binnen het bereik van kinderen gelaten worden omdat dit een potentiële bron van gevaar kan zijn. 9. INSTALLEREN VAN DE KETELDe guur van de mal is beschikbaar aan het einde van de handleiding in de bijlage "SECTION" C. Als de exacte plaats van de ketel bepaald is moet de mal aan de muur vastgemaakt worden (fornita come accessorio). De ketel moet geïnstalleerd worden beginnend bij de water- en gasaansluitingen die op het onderste dwarsproel van de mal aangebracht zijn. Het wordt aanbevolen om de draagstang voor koppelingen (op aanvraag geleverd), die uit afsluitkranen en koppelingen bestaat, te installeren waarmee het bij belangrijke werkzaamheden mogelijk is te werken zonder dat de hele verwarmingsinstallatie leeggemaakt hoeft te worden.
Bij reeds bestaande installaties en in geval van vervangingen is het raadzaam om behalve datgene wat vermeld is, op de retour van de ketel en aan de onderkant ook een decanteervat te monteren dat bestemd is om bezinksels of aanslag die ook na het schoonspoelen voorhanden zijn en die mettertijd kunnen gaan circuleren op te vangen. Als de ketel aan de muur bevestigd is moet de aansluiting op de afvoer- en aanzuigleidingen, die op aanvraag geleverd worden, tot stand gebracht worden zoals beschreven in de volgende hoofdstukken. De sifon moet op een afvoerputje aangesloten worden waarbij continu afschot verzekerd moet zijn. Horizontale gedeelten moeten vermeden worden. Til het toestel niet op door kracht te zetten op de plastic delen zoals bijvoorbeeld de sifon en de rookafvoer. De wateraansluitingen van de ketel moeten voorzichtig aangedraaid worden (maximaal aanhaalmoment 30 Nm).
29Gedeelte INSTALLATEUR (nl)7700014. 01 (1-01/18)10. INSTALLEREN VAN DE LEIDINGENDe ketel kan makkelijk en op exibele wijze geïnstalleerd worden dankzij de geleverde toebehoren waarvan verderop een beschrijving wordt gegeven. De ketel is oorspronkelijk ingesteld om aangesloten te worden op een coaxiale, verticale of horizontale afvoer-/aanzuigleiding. De ketel kan ook met gescheiden leidingen gebruikt worden door het splitsingstoebehoren te gebruiken. WAARSCHUWINGEN C13, C33 De eindstukken voor de gesplitste afvoer moeten binnen een vierkant van 50 cm per zijde aangebracht worden. Gedetailleerde aanwijzingen worden bij de afzonderlijke toebehoren verstrekt. C53 De eindstukken voor het aanzuigen van de verbrandingslucht en voor het afvoeren van de verbrandingsgassen mogen niet op tegengestelde muren van het gebouw aangebracht worden.
C43, C83 De schoorsteen of de schoorsteenpijp die gebruikt wordt moet geschikt zijn voor het gebruik. Om een veiligere werking te garanderen moeten de rookafvoerleidingen met speciale bevestigingsbeugels goed aan de muur bevestigd worden. De beugels moeten op een afstand van ongeveer 1 meter van elkaar ter hoogte van de naden geplaatst worden. 10. 1 CONCENTRISCHE LEIDINGENDit soort leidingen maakt het mogelijk om de verbrandingsgassen af te voeren en de verbrandingslucht aan te zuigen zowel buiten het gebouw als in schoorsteenpijpen type LAS. Met de coaxiale bocht van 90° is het mogelijk om de ketel in elke richting op de afvoer-/aanzuigleidingen aan te sluiten dankzij de mogelijkheid om deze 360° te draaien. Deze bocht kan ook gebruikt worden als extra bocht in combinatie met de coaxiale leiding of de bocht van 45°.
In geval van afvoer naar buiten moet de afvoer-/aanzuigleiding minimaal 18 mm uit de muur steken om een aluminium rozet te kunnen plaatsen en deze af te dichten om waterinltraties te voorkomen. • De plaatsing van een bocht van 90° vermindert de totale lengte van de leiding 1 meter.
• De plaatsing van een bocht van 45° vermindert de totale lengte van de leiding 0,5 meter. • De eerste bocht van 90° valt niet onder de berekening van de maximale beschikbare lengte. Bevestig de aanzuigslangen met twee verzinkte schroeven Ø 4,2 mm en zorg ervoor dat zij maximaal 19 mm lang zijn. Voordat u de schroeven bevestigt moet u zich ervan verzekeren dat de slang minimaal 45 mm vanaf het uiteinde in de afdichting gevoerd is (zie de guren aan het einde van de handleiding in de bijlage "SECTION" D). Het minimale afschot naar de ketel van de afvoerleiding moet per meter lengte 5 cm zijn. ENKELE INSTALLATIEVOORBEELDEN VAN AFVOERLEIDINGEN EN DE BETREFFENDE TOEGESTANE LENGTEN ZIJN BESCHIKBAAR AAN HET EINDE VAN DE HANDLEIDING IN DE BIJLAGE "SECTION" D. 10. 1.
1 TYPE ROOKGASAFVOER C43P Gemeenschappelijk rookkanaal met positieve druk voor gesloten ketels Om de ketel op een gemeenschappelijk rookkanaal C43P aan te sluiten is het verplicht om ook een rookklep aan te brengen. De grootte van het rookkanaal wordt door de leverancier van de betreffende leiding bepaald conform de norm EN 13384-2. 1Bocht 90° Ø 80/125 mm2Leiding Ø 80/125 mm3Rookklep Ø 80 mm4Adapter Ø 60/100 -> 80/125 mmBij dit type installaties moeten de parameters P71 en P72 van de elektronische printplaat veranderd worden zoals vermeld in de tabel (zie ook de SERVICE aanwijzingen). Nadat de parameters veranderd zijn moet de ketel gekalibreerd worden zoals beschreven in de SERVICE handleiding. Model P72Qmin - Schoorsteendruk 25 PaP71Qmax - Schoorsteendruk 86 Pa24 - 20/24 85 13024/28 85 18528/33 85 180.
7700014. 01 (1-01/18) 30Gedeelte INSTALLATEUR (nl)10. 2 GESCHEIDEN LEIDINGENDit type leiding maakt het mogelijk om de verbrandingsgassen zowel buiten het gebouw als in enkele schoorsteenpijpen af te voeren. De aanzuiging van de verbrandingslucht kan op andere plaatsen dan die van de afvoer plaatsvinden. Het splitsingstoebehoren, dat op aanvraag geleverd wordt, bestaat uit een verloopafvoerkoppeling 80 (B) en een luchtaanzuigkoppeling (A). De afdichting en de schroeven van de luchtaanzuigkoppeling die gebruikt moeten worden zijn die die daarvoor van de dop verwijderd zijn. Met de bocht van 90° is het mogelijk om de ketel op afvoer- en aanzuigleidingen aan te sluiten en deze aan de verschillende eisen aan te passen. Deze bocht kan ook gebruikt worden als extra bocht in combinatie met de leiding of de bocht van 45°.
• De plaatsing van een bocht van 90° vermindert de totale lengte van de leiding 0,5 meter. • De plaatsing van een bocht van 45° vermindert de totale lengte van de leiding 0,25 meter. • De eerste bocht van 90° valt niet onder de berekening van de maximale beschikbare lengte. ENKELE SPLITSINGSSET (ALTERNATIEF TOEBEHOREN)Voor bijzondere installaties van rookafvoer-/aanzuigleidingen is het mogelijk om het enkele splitsingstoebehoren (C) dat op aanvraag leverbaar is te gebruiken. Met dit toebehoren is het namelijk mogelijk om de afvoer en de aanzuiging in elke richting te draaien dankzij de mogelijkheid om dit 360° te draaien. Dit type leiding maakt het mogelijk om de rook zowel buiten het gebouw als in enkele schoorsteenpijpen af te voeren. De aanzuiging van de verbrandingslucht kan op andere plaatsen dan die van de afvoer plaatsvinden.
De splitingsset wordt op het bovenste gedeelte (100/60 mm) van de ketel bevestigd en hiermee is het mogelijk om de verbrandingslucht en de rook in/uit twee gescheiden leidingen (80 mm) te laten stromen. Lees voor meer informatie de montagevoorschriften die bij het betreffende toebehoren gevoegd zijn.
ENKELE INSTALLATIEVOORBEELDEN VAN AFVOERLEIDINGEN EN DE BETREFFENDE TOEGESTANE LENGTEN ZIJN BESCHIKBAAR AAN HET EINDE VAN DE HANDLEIDING IN DE BIJLAGE "SECTION" D. 11. ELEKTRISCHE AANSLUITINGENDe elektrische veiligheid van het toestel wordt alleen bereikt als het toestel op de juiste manier aangesloten is op een doeltreffende geaarde installatie, uitgevoerd zoals bepaald door de geldende veiligheidsvoorschriften. De ketel moet elektrisch aangesloten worden op een voedingsnet van 230 V éénfase + aarde met de meegeleverde driedraads kabel waarbij de polariteit lijn-nul in acht genomen moet worden. De aansluiting moet tot stand gebracht worden met een tweepolige schakelaar met een opening tussen de contacten van tenminste 3 mm. Indien de voedingskabel vervangen wordt moet er een geharmoniseerde kabel “HAR H05 VV-F” 3x0,75 mm2 met een maximale diameter van 8 mm gebruikt worden.
De zekeringen, van het type snel van 2A zijn in het voedingsklemmenblok geïntegreerd (voor controle en/of vervanging moet de zwarte zekeringhouder verwijderd worden). De bedieningskast moet naar beneden gedraaid worden zodat de klemmenblokken M1 en M2 die bestemd zijn voor de elektrische aansluitingen bereikbaar zijn door het beschermdeksel te verwijderen. Controleer of de totale nominale stroomopname van de accessoires die op het toestel aangesloten zijn minder is dan 2A. Wanneer dit meer is moet er een relais tussen de accessoires en de elektronische printplaat geplaatst worden. Het klemmenblok M1 staat onder hoogspanning. Alvorens tot het aansluiten over te gaan moet gecontroleerd worden of het toestel niet onder stroom staat. KLEMMENBLOK M1(L) = Lijn (bruin) - (N) = Nul (lichtblauw). = Aarding (geel-groen). (1) (2) = contact voor kamerthermostaat.
De draadbrug op de klemmen 1-2 van het klemmenblok M1 van de ketel moet weer aangebracht worden als de ruimtethermostaat niet gebruikt wordt of als de Afstandsbediening die als accessoire leverbaar is niet aangesloten is.
KLEMMENBLOK M2Klemmen 1 - 2: aansluiting van de omgevingsvoeler (laagspanning) die als accessoire leverbaar is. Klemmen 4 - 5: aansluiting buitenvoeler (als accessoire leverbaar)Klemmen 3-6-7-8-9-10 : niet gebruikt. Indien het toestel aangesloten is op een vloerverwarmingsinstallatie, moet er een beveiligingsthermostaat door de installateur geïnstalleerd worden om de installatie tegen overtemperaturen te beschermen. Voor de doorvoer van de aansluitkabeltjes van de klemmenblokken gebruikt u de speciale kabeldoorvoergaten die aan de onderkant van de ketel aangebracht zijn. .
31Gedeelte INSTALLATEUR (nl)7700014. 01 (1-01/18) 11. 1 AANSLUITING KAMERTHERMOSTAATDe aansluitingen op het klemmenblok M1 staan onder hoogspanning (230 V). Alvorens tot het aansluiten over te gaan moet gecontroleerd worden of het toestel niet onder stroom staat. Houd de polariteit van de voeding aan L (LIJN) - N (NUL). Om de kamerthermostaat op de ketel aan te sluiten moet te werk gegaan worden zoals hieronder beschreven: • schakel de stroom naar de ketel uit;• maak het klemmenblok M1 open;• verwijder de draadbrug aan de uiteinden van de contacten 1-2 en sluit de kabeltjes van de ruimtethermostaat aan;• schakel de stroom naar de ketel in en controleer of de ruimtethermostaat goed functioneert. 11. 2 TOEBEHOREN DIE NIET BIJ DE LEVERING INBEGREPEN ZIJN11. 2.
Nadat u de stroom naar de ketel ingeschakeld heeft verschijnt de code "000" op het display, het toestel is gereed voor de "eerste inbedrijfstelling procedure". • Houd de toetsen 6 seconden lang samen ingedrukt, op het display verschijnt 2 seconden lang de aanduiding "On" gevolgd door de code "312" om aan te geven dat de "ontgassingsfunctie van de installatie" ingeschakeld is. Deze functie duurt 10 minuten.
• Na aoop van de functie gaat de ketel aan, het display geeft de code "000" weer en wisselt dit af met de waarde van het % van het inschakelvermogen. Tijdens deze fase "gasherkenningsfunctie", die ongeveer 7 minuten duurt, wordt de gebruikte gassoort geanalyseerd. Verzeker tijdens deze functie de verwarmings- of tapwaterinstallatie (tapwatervraag) van de maximale warmtewisseling om te voorkomen dat de ketel vanwege oververhitting uitschakelt. • Indien de ketel op aardgas gestookt wordt, wordt op het display ongeveer 10 seconden lang nG weergegeven. de ketel is nu gereed voor de normale werking. Als het display LPG weergeeft, druk dan de toetsen en minstens 4 seconden lang gelijktijdig in om de functie te verlaten zonder de fabrieksinstelling te veranderen.
Als de ontluchtings- of de gasherkenningsfunctie onderbroken wordt vanwege het uitvallen van de stroom, moet als de stroom weer teruggekeerd is de functie weer geactiveerd worden door de toetsen minstens 6 seconden lang gelijktijdig ingedrukt te houden. Als het display tijdens de ontluchtingsfunctie de storing E118 weergeeft (druk in de hydraulische kring laag) moet u aan de vulkraan van het toestel draaien en de juiste druk herstellen. Als de gasherkenningsfunctie onderbroken wordt vanwege een storing (bijv. E133 vanwege gasgebrek) moet u op de toets drukken om te resetten en daarna de toetsen (minstens 6 seconden lang) gelijktijdig indrukken om de functie opnieuw te activeren. Als de gasherkenningsfunctie onderbroken wordt vanwege oververhitting moet de functie weer geactiveerd worden door de toetsen minstens 6 seconden gelijktijdig ingedrukt te houden.
Tijdens de eerste ontstekingsfase kan het zolang de lucht in de gasleiding niet afgevoerd wordt gebeuren dat de brander niet ontsteekt en als gevolg daarvan blokkade van de ketel. In dit geval wordt geadviseerd om de ontstekingshandelingen te herhalen totdat het gas bij de brander komt. Houd om de werking van de ketel te herstellen de toets minimaal 2 seconden lang ingedrukt. Het kan gebeuren dat de eerste ontstekingen, meteen na de installatie, niet optimaal zijn omdat het systeem een zeleertijd nodig heeft. 12. 2 ONTGASSINGSFUNCTIE INSTALLATIEMet deze functie is het mogelijk om het verwijderen van de lucht in de verwarmingskring te vergemakkelijken als de ketel op het gebruikspunt geïnstalleerd wordt of na onderhoud waarbij het water uit de primaire kring geledigd is. Houd om de ontgassingsfunctie van de installatie te activeren de toetsen 6 seconden lang gelijktijdig ingedrukt.
Als de functie actief is verschijnt gedurende enkele seconden de aanduiding On op het display, waarna programmaregel 312 volgt. De elektronische printplaat activeert een in-/uitschakelcyclus van de pomp die 10 minuten duurt. De functie stopt automatisch aan het einde van de cyclus. Houd om de functie met de hand te verlaten de hierboven vermelde toetsen nogmaals 6 seconden lang gelijktijdig ingedrukt. .
7700014. 01 (1-01/18) 32Gedeelte INSTALLATEUR (nl) 12. 3 SCHOORSTEENVEEGFUNCTIEDeze functie zorgt ervoor dat de ketel tijdens de verwarming op maximaal vermogen gebracht wordt. Na het activeren van deze functie is het mogelijk om het niveau van het vermogenspercentage van de ketel van het minimale op het maximale vermogen op de tapwaterstand te regelen. De procedure is als volgt: • Houd de toetsen gelijktijdig minstens 6 seconden lang ingedrukt. Als deze functie geactiveerd is geeft het display een paar seconden de aanduiding “On” weer, waarna programmaregel “303” weergegeven wordt afgewisseld met de waarde van het % van het vermogen van de ketel. • Druk op de toetsen om het vermogen geleidelijk te regelen (gevoeligheid 1%). • Houd om de functie te verlaten de toetsen minstens 6 seconden lang ingedrukt zoals beschreven in het eerste punt.
Door op de toets te drukken is het mogelijk om 15 seconden lang de instantwaarde van de aanvoertemperatuur te zien. 12. 4 CONTROLE VAN DE VERBRANDINGSGASSENVoor de goede werking van de ketel moet het CO2 (O2) gehalte in de verbrandingsgassen binnen het tolerantiebereik blijven dat in de volgende tabel vermeld is. Als de gemeten CO2 (O2) waarde anders is dan moeten de ongeschonden toestand en de afstanden van de elektroden gecontroleerd worden. Indien nodig moeten de elektroden vervangen worden waarna zij op de juiste manier aangebracht moeten worden. Als het probleem niet opgelost wordt is het mogelijk om de hieronder beschreven functie te gebruiken.
Tijdens de normale werking voert de ketel zelftestcycli van de verbrandingsgassen uit. Tijdens deze fase is het mogelijk om CO waarden gedurende korte tijd ook boven de 1000 ppm te meten. AANPASSINGSFUNCTIE VAN DE VERBRANDING (CO2% ) Deze functie dient om een gedeeltelijke regeling van de waarde van het CO2% uit te voeren. De procedure is als volgt: • Houd de toetsen gelijktijdig minstens 6 seconden lang ingedrukt. Als deze functie geactiveerd is geeft het display een paar seconden de aanduiding “On” weer, waarna programmaregel “304” weergegeven wordt afgewisseld met de waarde van het % van het vermogen van de ketel. • Na het ontsteken van de brander gaat de ketel op het maximale tapwatervermogen staan (100).
Als het display "100" weergeeft is het mogelijk om een gedeeltelijke aanpassing van de waarde van het CO2 % te verrichten;• druk op de toets , het display geeft "00" weer afgewisseld met het getal van de functie "304" (het symbool knippert);• druk op de toetsen om het CO2 gehalte te verlagen of te verhogen (van -3 tot +3);• druk op de toets om de nieuwe waarde op te slaan en terug te keren naar de weergave van de vermogenswaarde "100" (de ketel blijft op het maximale vermogen op de tapwaterstand functioneren). Deze procedure kan ook gebruikt worden om het CO2 gehalte op het ontstekingsvermogen en het minimale vermogen te regelen door na punt 5 van de zojuist beschreven procedure op de toetsen te drukken. • Nadat de nieuwe waarde in het geheugen opgeslagen te hebben (punt 5 van de procedure), drukt u op de toets om de ketel op het ontstekingsvermogen te brengen.
Wacht totdat de CO2 waarde stabiel is en ga daarna over tot het regelen zoals beschreven in punt 4 van de procedure (de vermogenswaarde is een getal 100 e 0) en sla dit daarna op (punt 5). • druk nogmaals op de toets om de ketel op het minimale vermogen te brengen.
Wacht totdat de CO2 waarde stabiel is en ga daarna over tot het regelen zoals beschreven in punt 4 van de procedure (de vermogenswaarde = 00);• houd om de functie te verlaten de toetsen minstens 6 seconden lang ingedrukt zoals beschreven in het eerste punt. 12. 5 VOORVERWARMINGSFUNCTIEDe voorverwarmingsfunctie verzekert van een groter tapwatercomfort doordat het mogelijk is om onmiddellijk gebruik te maken van warm water op een optimale temperatuur. De functie wordt na het tappen van water geactiveerd. Als de functie actief is, is de ketel op het minimum vermogen in werking en knippert het symbool op het display. 13. GASKLEPDit toestel vergt geen mechanische afstelling van de klep. Het systeem past zich automatisch elektronisch aan. Legende van de gasklep PiDrukmeetaansluiting gasaanvoer Pi.
33Gedeelte INSTALLATEUR (nl)7700014. 01 (1-01/18)14. INSTELLING VAN DE PARAMETERSOm de parameters van de elektronische printplaat van de ketel te programmeren, moet u het volgende doen:•Houd de toetsen gelijktijdig ingedrukt en houd ze 6 seconden lang ingedrukt totdat programmaregel “P01” afgewisseld door de ingestelde waarde op het display verschijnt. • Druk op de toetsen om de parameterlijst te doorlopen. •Druk op de toets , de waarde van de geselecteerde parameter begint te knipperen, druk op de toetsen om de waarde te veranderen. •Druk op de toets om de waarde te bevestigen of druk op de toets om de functie te verlaten zonder de gegevens op te slaan. Meer informatie over de parameters die in onderstaande tabel staan wordt bij de gevraagde accessoires verstrekt. In geval van montage voor een vloerverwarmingsinstallatie moet de parameter P16=01 ingesteld worden.
BESCHRIJVING VAN DE PARAMETERS FABRIEKSINSTELLINGEN24/28 C 28/33 CP01 Fabrikantinformatie 01P02 Gebruikte gassoort(zie SERVICE aanwijzingen) 00P03 Hydraulisch systeem : voorverwarmingsfunctie actief = 03 / niet actief = 01 03P04 Instelling programmeerbaar relais 1(zie SERVICE aanwijzingen) 02P05 Instelling programmeerbaar relais 2(zie SERVICE aanwijzingen) 04P06 Conguratie ingang uitwendige opnemer(zie SERVICE aanwijzingen) 00P07. P09 Fabrikantinformatie --P10Instelling temperatuursetpoint verwarming(Afstandsbediening - Open Therm / Ruimtethermostaat 230V~)00= het temperatuursetpoint is de waarde die op de afstandsbediening is ingesteld01= het temperatuursetpoint is de hoogste waarde van de afstandsbediening en de PCB 02= het temperatuursetpoint is de waarde die op de afstandsbediening is ingesteldDe ruimtethermostaat schakelt de werking van de ketel in of uit. 00P11.
7700014. 01 (1-01/18) 34Gedeelte INSTALLATEUR (nl)14. 1 REGELING MAXIMAAL VERWARMINGSVERMOGENHet is mogelijk om het maximale verwarmingsvermogen van de ketel al naargelang de eisen van de verwarmingsinstallatie waar de ketel op aangesloten is te verlagen. Hieronder is een tabel opgenomen met de waarden van parameter P13 al naargelang het gewenste maximale vermogen voor elk afzonderlijk ketelmodel. Om parameter P13 op te roepen en te veranderen moet u te werk gaan zoals beschreven in het hoofdstuk INSTELLING VAN DE PARAMETERS. Boiler model - PARAMETER P13 (%) / Verwarmingsvermogen (kW)kW 24/28 C 28/33 C4054068 4713 7817 11921 1410 25 1812 33 2514 42 3216 50 3918 58 4620 67 5422 75 6124 86 6826 7528 8015. LOKALISEREN VAN SERVICESTORINGENDe storingen die op het display weergegeven worden zijn herkenbaar aan het symbool en een cijfer (storingscode).
Voor de complete lijst van de storingen zie onderstaande tabel. Als het symbool op het display verschijnt vraagt de storing om RESET door de gebruiker. Om de ketel te RESETTEN houdt u de toets 2 seconden lang ingedrukt. Indien de display weer een van de storingscodes weergeeft. Neem contact op met uw installateur. Beschrijving van de storing Service-ingreep09 Fout in aansluiting gasklep. Controleer de aansluitingen van de gasklep op de elektronische printplaat. 10 Opnemer uitwendige voeler defect. Controleer de sensor (*). 12 Hydraulische differentiële drukwachter niet omgeschakeld Controleer of de drukwachter goed functioneert en controleer de bedrading. 13 Verkleefde contacten hydraulische differentiële drukwachter Zie de bij E12 vermelde ingrepen. 15 Fout bediening gasklep Controleer de aansluitingen van de gasklep op de elektronische printplaat.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Remeha Initia Plus C stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Verwarmingsketel Remeha
Handleiding Verwarmingsketel
Nieuwste handleidingen voor Verwarmingsketel