Remeha Gas 450 L Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Remeha Gas 450 L (24 pagina’s), behorend tot de categorie Verwarmingsketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 37 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Remeha Gas 450 L of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Remeha |
| Categorie: | Verwarmingsketel |
| Model: | Gas 450 L |
Handleiding Remeha Gas 450 L – volledige tekst
Remeha Gas 450 L4VOORWOORDDeze technische informatie bevat nuttige en belangrijke informatie voor het goed functioneren en onderhouden van de Remeha c.v.-ketel, model Gas 450 L. Tevens bevat het belangrijke aanwijzingen om een zo veilig en storingvrij functioneren van de ketel mogelijk te maken. Lees vóór het in werking stellen van de ketel deze handleiding goed door, maak u met de werking en de bediening van de ketel goed vertrouwd en volg de gegeven aanwijzingen stipt op.1 TOESTELOMSCHRIJVINGDe Remeha Gas 450 L is een uit gietijzeren leden samengebouwde, atmosferische, verbeterd rendement gasketel en geschikt voor het stoken van alle kwaliteiten aardgas. Door toepassing van atmosferische premix-branders is de NOx-uitstoot laag. De NOx-uitstoot bedraagt minder dan 50 mg/kWh (< 27 ppm bij O2 = 0%, droog).De Remeha Gas 450 L wordt in elektronische uitvoering geleverd.
De ketel is voorzien van een geïsoleerde, plaatstalen bemanteling. De wateraansluitingen zijn voorzien van 2½” buiten-draad.Indien u nog vragen heeft of verder uitleg wenst aangaande specifieke onderwerpen die op deze ketel betrekking hebben, aarzelt u dan niet met ons contact op te nemen. De in deze technische informatie gepubliceerde gegevens zijn gebaseerd op de meest recente informatie. Zij worden verstrekt onder voorbehoud van latere wijzigingen. Wij behouden ons het recht voor om op ongeacht welk moment de constructie en/of uitvoering van onze producten te wijzigen zonder verplichting eerder gedane leveranties dienovereenkomstig aan te passen. De ketel is voorzien van een ingebouwde trekonderbre-ker met terugslagbeveiliging. De ketel is gekeurd op de essentiële eisen van de onderstaande richtlijnen:- Gasrichtlijn nr. 90/396/EEG- Rendementsrichtlijn nr. 92/42/EEG - EMC-richtlijn nr.
52 CONSTRUCTIEGEGEVENS2.1 Algemeen - Het ketelblok bestaat uit gietijzeren leden, die d.m.v. conische nippels worden samengebouwd. - De gas- en wateraansluitingen bevinden zich aan de achterzijde van de ketel. Door de constructie van de ketel is het mogelijk deze aansluitingen op de bouw-plaats naar keuze links of rechts te monteren.- De regel- en beveiligingsapparatuur bevindt zich onder de bemanteling.- Lage stilstandsverliezen door hoogwaardige isolatie en gesloten vuurhaard.- De bemanteling blijft vrij van de grond, zodat aantas-ting door vocht wordt voorkomen. - Ingebouwd bedieningspaneel, volledig voorbedraad voor inbouw van een rematic® weersafhankelijke ketelregeling.- De levering geschiedt in losse onderdelen.
Daardoor is transport gemakkelijk te realiseren.- Het schoonmaken van het ketelblok vindt plaats vanaf de bovenzijde.- Door toepassing van een thermische terugslagbeveili-ging wordt voorkomen dat rookgassen, bij niet goed functioneren van het rookgasafvoersysteem, in het ketelhuis kunnen komen.2.2 Branders Het branderbed bestaat uit atmosferische premix-bran-ders. Deze speciale branders garanderen een lage NOx-uitstoot.2.3 Ketelvloer De Remeha Gas 450 L wordt standaard geleverd met een reflecterende vloerplaat. Daardoor is het mogelijk de ketel direct op een brandvrije ketelhuisvloer te plaatsen. 2.4 MontageDe montage kan door onze montagedienst geschieden. De bemanteling en bepaalde apparatuurdelen worden in separate verpakkingseenheden geleverd.Afb 01. Remeha Gas 450 L
74 RENDEMENTSGEGEVENS4.1 Rookgaszijdig rendementTot 91,0% t.o.v. Hi (81,9% t.o.v. Hs) in vollast en deellast bij 80/60°C.4.2 Waterzijdig rendement Tot 90,0% t.o.v. Hi (81,0% t.o.v. Hs) in vollast en deellast bij 80/60°C.5 TOEPASSINGSGEGEVENS5.1 Levering van diverse onderdelenBij levering in losse onderdelen, zijn alle onderdelen die ter plekke moeten worden samengebouwd te transpor-teren met behulp van normale liften en kunnen via nor-male toegangsdeuren in het ketelhuis worden gebracht.De kwetsbare delen zijn verpakt.
De bemanteling is des-gewenst na de waterzijdige aansluiting van het ketelblok, zonder aftappen hiervan, te monteren.5.2 Toepassingsvoorwaarden5.2.1 WatertemperatuurDe maximale watertemperatuur bedraagt 110°C (gesloten installatie).De maximale bedrijfstemperatuur bedraagt 95°C.De minimale retourwatertemperatuur bedraagt 20°C bij een waterdoorstroming overeenkomend met een T van ∆20°C bij nominale belasting.4.3 NullastverliesTot 1,17% t.o.v. Hi (1,05% t.o.v. Hs) bij Tk = 70°C.4.4 KetelgebruiksrendementTot 90,1% t.o.v. Hi (81,1% t.o.v.
Hs) bij een benuttings-graad van 30% en een gemiddelde ketelwatertempera-tuur van 45°C.5.2.2 WaterdrukDe ketelleden worden onderworpen aan een proefdruk van minimaal 10 bar.De maximale proefdruk voor een gemonteerd ketelblok bedraagt 6 bar.De ketels kunnen worden toegepast tussen een bedrijfs-druk van 0,8 bar en 6 bar.5.2.3 WatercirculatieDe minimale watercirculatie in de ketel volgt uit de formule: Nominaal Vermogen (kW) = .... m3/h 93Met deze circulatie wordt de hoogste uitschakel-temperatuur van de regelthermostaat 95°C.5.2.4 WaterbehandelingWaterbehandeling is onder normale omstandigheden niet vereist (zie onze publicatie ‘Waterkwaliteits-voorschrift’).
Remeha Gas 450 L85.2.5 GeluidsproductieHet geluiddrukniveau in het ketelhuis bedraagt, afhan-kelijk van het vermogen en de uitvoering van het ketel-huis, 55 tot 60 dBA op 1 meter afstand van de ketel, zodat over het algemeen geen akoestische voorzienin-gen nodig zijn.5.3 Hydraulische circuits5.3.1 Enkele ketelDe ketel wordt direct weersafhankelijk voorgeregeld en de groepen worden weersafhankelijk nageregeld, waar-bij de stooklijn van de ketel ca. 5°C hoger ingesteld wordt dan de hoogst vragende groep. De nominale shuntpompcapaciteit is gelijk aan 25% van de totale flow, bij een temperatuurverschil van 20°C over de ketel.Afb 04.
Hydraulisch schema, enkele ketel op gescheiden verdeler met ketelshuntpomp0003FHS00003 5.3.2 Meer-ketelbatterijVoorbeeld: twee ketels met cascade-schakeling en waterzijdige afschakeling van de niet in bedrijf zijnde ketel.De ketels worden direct weersafhankelijk voorgeregeld, waarbij de stooklijn van de ketel ca. 5°C hoger ingesteld wordt dan de hoogst vragende groep.Afb 03. Gemiddelde geluidswaarneming op 1 m afstand van de ketelAfb 05. Hydraulische schakeling meer-ketelbatterij met eigen ketelpompen op open verdeler 0003FHS00004
9De minimale retourwatertemperatuur van de ketel bedraagt 20°C. Bij geoptimaliseerde installaties kan het gebeuren, dat gedurende de nacht of het weekend, het installatiewater tot beneden de 20°C afkoelt. Voor warmtelevering aan de installatie dient in deze situatie eerst de ketel op minimaal 20°C retourwater-temperatuur te worden gebracht, voordat de rest van de installatie wordt vrijgegeven. Voor nadere informatie over hydraulische schema’s verwijzen wij u naar onze technische informatie rematic®.Opmerking:Bij niet gelijke waterzijdige weerstand van ketel 1 en 2 dient de ketel met de kleinste weerstand te worden ingeregeld met een regelventiel.5.4 Rookgasafvoersysteem5.4.1 AlgemeenDe tabellen in Par.
5.4.2 geven de minimale en maxi-male toelaatbare hoogtes (in meters) aan.Hierbij is een onderscheid gemaakt tussen in- en uitpan-dige rookgasafvoersystemen in afhankelijkheid van de constructie en de ketelgrootte.Er is hierbij uitgegaan van een aansluitleiding, zoals in Afb 06. is weergegeven. Voor de diameter van deze leiding is de aansluitmaat van de ketel aangehouden. De lengte van de aansluitleiding voor hantering van de tabellen is maximaal 2,5 meter (bocht 90°, haakse intrede) en het materiaal is enkelwandig aluminium.Vanaf de ketel dient eerst minimaal 0,5 meter vertikaal omhoog te worden gegaan.Raadpleeg bij hogere of lagere rookgasafvoerkanalen en bij alle situaties waarin de tabellen niet voorzien, onze afdeling Marketing & Sales support.Afb 06. RookgasafvoersysteemDIDIVPD00004
Remeha Gas 450 L10 5.4.2 Afmetingen rookgasafvoersystemenUitpandige rookgasafvoersystemen(hieronder vallen alle systemen welke met één of meer-dere zijden aan de buitenlucht grenzen)Tabel 02. Rookgasafvoertabel uitpandige rookgasafvoersystemen+ lengtes tot 40 m mogelijk. Raadpleeg voor grotere lengtes onze afdeling Marketing & Sales support- niet toepasbaarInpandige rookgasafvoersystemen(gerekend is met een uitpandig gedeelte van 1 m)Tabel 03. Rookgasafvoertabel inpandige rookgasafvoersystemen+ lengtes tot 40 m mogelijk. Raadpleeg voor grotere lengtes onze afdeling Marketing & Sales support- niet toepasbaar
116 PLAATSINGSVOORSCHRIFTEN6.1 Opstellingsmogelijkheden in het ketelhuisOpstelling 1V = tenminste 0,5 m om terugslag van rookgassen te voorkomenW = tenminste 150 mm bij verticale dakdoorvoeringW = tenminste 0,5 D + 50 mm bij horizontale aansluiting op een schoorsteen-kanaalOpstelling 2Twee ketels naast elkaar geplaatstAfb 07. Opstelling in ketelhuis0003G7900005In de tekeningen staan o.a. maten (in mm) aangegeven, die overeenkomstig NEN 3028 minimaal nodig zijn in het ketelhuis. Technisch gesproken kan met minder ruimte worden volstaan mits het plaatselijk energiebedrijf hiermee akkoord gaat. Raadpleeg onze afdeling Marketing & Sales support.Tabel 04. Opstellingsmaten
137 COMPONENTEN VAN DE REGEL- EN BEVEILIGINGSAPPARATUUR7. 1 Algemeen/werkingsprincipeDe Remeha Gas 450 L is uitgevoerd met elektronische regel- en beveiligingsapparatuur met ionisatiebeveiliging. De ketel beschikt over een hoog/laag regeling door middel van een gedeeld branderbed. Ongeacht of de ketel met de aansluitingen links of rechts is opgebouwd, brandt in deellast het rechter branderbed. Op vollast branden beide branderbedden. Bij warmtevraag zal na een voorontsteektijd van ca. 10 sec. de eerste veiligheidsklep (VA 1 van het rechter gasmultiblok) openen waarbij de aansteek-brander ontsteekt. Na ca. 10 sec. zal bij voldoende vlam-signaal de ontsteking uitschakelen. Opnieuw na ca. 10 sec. zal het gasmultiblok van het rechter brander-bed (eerste trap) openen.
Wanneer het rechter branderbed brandt en de op de branderbalk gemonteerde gasdrukschakelaar (18) vol-doende gasdruk signaleert, wordt de regeling vrijgege-ven. Afhankelijk van de warmtevraag, de instelling van de hoog/laag thermostaat (3) en de actuele ketelwa-tertemperatuur wordt het linker branderbed wel of niet ontstoken. Als alleen het rechter branderbed brandt (deellast), is tevens de zogenaamde scheidingsbrander ingeschakeld. Deze brander verbruikt de lucht die aangezogen wordt via het buiten bedrijf zijnde linker branderbed. Wanneer ook het linker branderbed wordt ingeschakeld (vollast), gaat de scheidingsbrander uit. Afb 09. Vooraanzicht ketel0003G790000413. Gasmultiblok eerste trap (deellast)14. Gasmultiblok tweede trap (vollast)15. Aansteekbrander met ionisatiebeveiliging16A. Hoofdbranders deellast16A. en 16B. Hoofdbranders vollast17. Scheidingsbrander18.
Remeha Gas 450 L147.2 Het bedieningspaneelDe Remeha Gas 450 L wordt geleverd met een bedie-ningspaneel dat geïntegreerd is in het frontpaneel van de ketel. Het paneel kan naar wens links of rechts gemonteerd worden, echter wel aan dezelfde kant als de gas- en wateraansluitingen.Het bedieningspaneel bevat alle benodigde besturings- en meetinstrumenten om de ketel te regelen.Alle aansluitingen zijn voorbedraad en uitgevoerd met stekers. Een CA-print t.b.v. centrale alarmering en bedrijfsmeldingen is als accessoire leverbaar.De capillairs die uit het bedieningspaneel komen, wor-den in de dompelbuis geplaatst.
De dompelbuis is gemonteerd in de aanvoerbocht van de ketel.De waterdrukschakelaar dient in het eindlid aan de tegenovergestelde zijde van de gas- en water-aansluitin-gen gemonteerd te worden (zie ook Montagehandleiding Gas 450 L)7.3 Standaard elektronische uitvoering, regeling H/L7.3.1 GasstraatschemaVerklaring bij het gasstraatschema:A Afsluiter (handbediening)AB AansteekbranderMB1 Gasmultiblok rechter branderbed (deellast) (A; aansluiting bekabeling)MB2 Gasmultiblok linker branderbed (vollast) (B; aansluiting bekabeling)F GasfilterHB1 Hoofdbranders rechtsHB2 Hoofdbranders linksMKB Magneetklep scheidingsbrander (C; aansluiting bekabeling)SB Scheidingsbrander (alleen deellast)MP MeetpuntVA1 Eerste beveiligingsafluiter eerste of tweede trapVA2 Tweede beveiligingsafluiter eerste of tweede trapDR GasdrukregelaarOT OntstekingVB VlambeveiligingGDS Gasdrukschakelaar (D; aansluiting bekabeling)- - - Wordt niet standaard meegeleverdAfb 10.
Deze beveiligingen worden separaat geleverd met bijbehorende montage-instructie en kunnen eenvoudig op/in de ketel worden aangesloten. 7. 4. 1 GaslekbeveiligingFabrikaat : Dungs type VPS 5047. 4. 2 Gasdrukschakelaar LDFabrikaat : Dungs type GW 50 A57. 4. 3 NiveaubeveiligingFabrikaat : Dungs type DWEB 53EAansluitspanning : 230VOpgenomen vermogen : 5VAElektrodespanning : 42V (AC)Werkgebied : 100 - 10. 000 Ω Elektrode weerstand : max. 20 k min. 1 kΩ Ω Elektrode : Dungs type FLE ½”7. 5 Functies7. 5. 1 AlgemeenDoor middel van de toegepaste apparatuur worden de volgende functies bij een ‘fout’ waarneming vergrende-lend c. q. blokkerend bewaakt. 7. 5. 2 Vlambeveiliging (vergrendelend)De vlambeveiliging geschiedt door middel van ionisatie-beveiliging. 7. 5.
Optioneel is tevens een niveaubeveiligingsautomaat verkrijgbaar, zie par. 7. 5. 8. 7. 5. 5 Terugslagthermostaat (blokkerend)Het toestel is voorzien van een thermische terugslag-beveiliging (TTB). De thermische terugslagbeveiliging schakelt de ketel uit als het verbrandingsgasafvoer-systeem niet goed functioneert. Hierdoor wordt voor-komen dat er rookgassen in het ketelhuis stromen. Na 3 minuten wachttijd komt de ketel weer in bedrijf. De thermische terugslagbeveiliging mag niet buiten werking gesteld worden. 7. 5. 6 Gaslekbeveiliging (vergrendelend)De gasregel- en beveiligingsapparatuur kan in combi-natie met de automatische gaslekbeveiligingsapparatuur (optie) werken, waarmee vóór de start de beveiligings-afsluiters op dichtheid worden getest. 7. 5. 7 Gasdrukschakelaar LD (blokkerend)Wanneer de voordruk beneden de ingestelde waarde daalt, zal de ketel in blokkering gaan (optie).
Als de voordruk weer stijgt (boven de ingestelde waarde), kan de ketel weer in bedrijf komen. 7. 5. 8 Niveaubeveiliging (vergrendelend)De niveaubeveiliging (optie) is vergrendelend uitgevoerd. Standaard beschikt de ketel over een waterdrukschake-laar. Bij toepassing van een niveaubeveiliging hoeft de waterdrukschakelaar niet verwijderd te worden.
Remeha Gas 450 L168 MONTAGERICHTLIJNEN EN INSTALLATIEVOORSCHRIFTEN VOOR HET WATERZIJDIG GEDEELTE8. 1 AlgemeenDe Remeha Gas 450 L wordt in losse delen geleverd. De afmetingen zijn zodanig, dat alle delen via een normale toegangsdeur in het ketelhuis kunnen worden gebracht. De ketel is toepasbaar voor open en gesloten installaties tot een maximale bedrijfsdruk van 6 bar en een minimale bedrijfsdruk van 0,8 bar. Dak- of kelder-opstelling van de ketel is zonder bezwaar mogelijk. 8. 2 KetelmontageDe montage en de installatie van de ketel mag alleen door de erkende installateur plaatsvinden overeenkom-stig de door Remeha samengestelde montagehand-leiding. Het verdient echter aanbeveling de mon-tagewerkzaamheden door Remeha’s gespecialiseerde montagedienst te laten verrichten. De plaatselijke voorschriften dienen te worden nageleefd. 8.
3 WateraansluitingenDe wateraansluitingen (R2½”) bevinden zich naar keuze aan de linker- of rechterachterzijde van de ketel. De eindleden zijn voorzien van een draadgat voor de montage van een vul- en aftapkraan (R¾”) aan de zijde van de gas- en wateraansluitingen en voor montage van een waterdrukschakelaar (R¼”). De dompelbuis is gemonteerd in de aanvoerbocht van de ketel. De waterdrukschakelaar wordt in het eindlid gemonteerd aan tegenovergestelde zijde van de gas- en wateraansluitingen. 8. 4 WaterdrukDe ketelleden worden onderworpen aan een proefdruk van minimaal 10 bar. De maximale proefdruk voor een gemonteerd ketelblok bedraagt 6 bar. De ketels kunnen worden toegepast tussen een bedrijfs-druk van 0,8 bar en 6 bar. 8. 5 VeiligheidsklepDe veiligheidsklep moet qua afmeting en plaatsing voldoen aan de in de NEN 3028 gestelde eisen. 8.
6 ManometerDe installatie en elke afsluitbare ketel moet overeen-komstig NEN 3028 zijn voorzien van een manometer. De Gas 450 L ketel beschikt standaard over een mano-meter ter plaatse van de waterdrukschakelaar.
Op die manometer is de insteldruk van de veiligheidsklep met een rode markering aangegeven. 8. 7 Het vullen, navullen en ontluchten van de installatieDe eerste vulling van een installatie kan geschieden via een vul- en aftapkraan van de ketel. Het navullen van de installatie dient elders te geschieden, om warmtespan-ningen in de ketel te voorkomen. Het ontluchten dient op het hoogste punt van de instal-latie te geschieden, nadat de gehele installatie tot ca. 80°C is opgestookt en de pompen zijn uitgezet. 8. 8 Het aftappen van de ketelHet aftappen van de ketel moet geschieden via beide vul- en aftapkranen van de ketel. Het aftappen van de gehele installatie kan beter via een ander punt geschie-den, om te voorkomen dat eventueel vuil uit de installatie in de ketel terechtkomt. 8. 9 PakkingenFlensverbindingen met rubberpakkingen dienen bij de eerste servicebeurt te worden nagetrokken.
179 INSTALLATIEVOORSCHRIFT VOOR DE GASTECHNISCHE INSTALLATEUR9. 1 AlgemeenDe gasaansluiting moet voldoen aan de NEN 1078 en aan de NEN 2078. Een gashoofdkraan kan tegen meerprijs los worden geleverd. Beide gasmultiblokken zijn standaard voorzien van een filter. 9. 2 Afpersen van de gasinstallatieGasinstallaties moeten gasdicht zijn. Zie voor beproe-ving en controle NEN 1078 en NEN 2078. Tijdens het afpersen dient de apparatuur van de ketel afgekoppeld te worden van de gasleiding. 10 INSTALLATIEVOORSCHRIFT VOOR DE ELEKTROTECHNISCHE INSTALLATEUR10. 1 AlgemeenDe elektrische aansluitingen en voorzieningen moeten worden uitgevoerd volgens NEN 1010. Tevens dienen de plaatselijke voorschriften van de energiebedrijven te worden nageleefd. 10. 2 BrandschakelaarOvereenkomstig NEN 3028 dient buiten de stookruimte een zgn.
“brandschakelaar” te worden gemonteerd om in geval van calamiteiten de voeding naar het toestel te kunnen verbreken. 10. 3 Elektrische aansluitingenDe ketel is geheel voorbedraad. Slechts de elektrische voeding dient door de installateur te worden verzorgd. De elektrische aansluitingen dienen overeenkomstig het meegeleverde schema te worden uitgevoerd. De bedrading dient overeenkomstig NEN 1010 in doorvoerbuizen c. q. kabelkanalen gelegd en op deugdelijke wijze aan het toestel gemonteerd te worden. De ketel is ter plekke van de startbrander geaard. De aardaansluitingen dienen te worden gecontroleerd. 9. 3 GasdrukkenGastoevoerdruk: 20-30 mbarMaximale gastoevoerdruk: 100 mbar (alleen in overleg met het plaatselijk gasbedrijf). Branderdruk: de branderdrukken zijn voor de hoofdbran-ders, scheidingsbrander en aansteekbrander 15 mbar.
5 Externe inschakelcommando’sU kunt de ketels tweetraps regelen via externe inschakelcommando’s. Het commando voor de eerste trap wordt op de klemmen 13 en 14 aangesloten en voor de tweede trap op de klemmen 24 en 25 in het instrumentenpaneel (doorverbindingen verwijderen). Zie ook de aanduidingen op de elektrische schema’s, Par. 6. 6.
1910. 7 Tijdvolgordediagram11 INBEDRIJFSTELLINGSVOORSCHRIFT11. 1 AlgemeenNadat de werkzaamheden in het ketelhuis zijn afgeslo-ten en voordat de ketel in bedrijf gesteld wordt, dient het ketelhuis gereinigd te worden. Indien de ketel reeds tijdens de bouwfase in bedrijf gesteld wordt, dient zoveel mogelijk voorkomen te worden dat de ketel bouwstof aanzuigt. Verder dienen in het laatste geval, na afsluiting van de werkzaamheden, het ketelhuis en de branders gereinigd te worden, zie hoofdstuk ‘Onderhouds- en reinigingsvoorschrift’. 11. 2 Technische gegevensBeveiligingsautomaat : fabrikaat Satronic. Type : DKG 972. Aansluitspanning : 230 V-50 Hz. Min. noodzakelijke ionisatie-stroom : 3 µAVoorontsteektijd : 10 sec. Veiligheidstijd : 9,5 sec. Wachttijd vrijgave hoofdgas : 10 sec. Max. toelaatbare omgevingstemp. : 60°C. Startpogingen : 5 maalBoring aansteekbrander inspuiter : Ø 0,5 mm.
Boring hoofdbrander inspuiters : Ø 3,8 mm. Boring scheidingsbrander inspuiter : Ø 2,2 mm. Branderdrukinstelling hoofdbranders : 15 mbar. 11. 3 In bedrijf stellen1. Controleer de gasaansluitingen op dichtheid (afsoppen). 2. Controleer de elektrische aansluitingen, fase-nul aarde. 3. Controleer de waterdruk. De waterbedrijfsdruk moet minimaal 1,0 bar bedragen. Afb 12. Tijdvolgordediagram0002KSC000024. Schakel de circulatiepomp in en controleer de montagestand en draairichting. 5. Open de gashoofdkraan (gasleiding goed ontluchten). 6. Schakel de elektrische voeding van de ketel in. 7. Stel de thermostaten in op een hoge temperatuur (ca. 85°C). 8. Wanneer een regeling is ingebouwd, keuze-schakelaar op handbedrijf zetten. 9. Schakel de bedrijfsschakelaar op het bedieningspa-neel in. Het volgende zal nu plaatsvinden: (extra wan-neer een gaslekbeveiliging is gemonteerd).
Door een membraanpomp vormt zich een overdruk tussen de beveiligingsafsluiters VA1 en VA2 die zich in de gas-multiblokken MB bevinden. Wordt een overdruk van ca. 30 mbar t. o. v.
de gasvoordruk binnen de testtijd van 27 sec. bereikt, dan zal de gaslekcontroleauto-maat de spanning naar de beveiligingsautomaat vrij-geven. Na een voorontsteektijd van ca. 10 sec. volgt de ontsteking. De eerste veiligheidsklep opent en de aansteekbrander wordt nu ontstoken. Bij voldoende vlamsignaal (min. 3 µA) schakelt de ontsteking uit en wordt de tweede veiligheidsklep van het rechter bran-derbed geopend. Direct daarna, als de gasdrukscha-kelaar op het rechter branderbed voldoende gasdruk signaleert (10 mbar), wordt ook het linker gasblok geopend. De ketel is nu op vollast in bedrijf. 10. De ketel enige minuten laten branden, zodat de nog aanwezige lucht in de gasleiding kan ontsnappen. 11. Stel de vereiste branderdruk (14,8 - 15,2 mbar) in d. m. v. de gasdrukregelaar op beide gasmultiblokken (zie Afb 13, pos. 1).
Remeha Gas 450 L20 Let op: Wanneer de branderdruk van 14,8 mbar niet haal-baar is doordat de gasvoordruk te laag is, moet men ervoor zorgen dat de drukregelaar in het regel-gebied blijft werken. Ga nu als volgt te werk: - stel de branderdruk in op de hoogst haalbare waarde (niet boven de 15,2 mbar). - Draai nu de gasdrukregelaar langzaam linksom totdat de branderdruk wordt beïnvloed. - Hiermee wordt voorkomen dat bij een verhoging van de voordruk de branderdruk te hoog wordt, waardoor de ketel wordt overbelast. Het is mogelijk de openingssnelheid van de hoofd gasklep te regelen wanneer de ketel ongecon- troleerd (te snel of te traag) in bedrijf komt. De instelling t. b. v. de demping kan als volgt nageregeld worden: Verwijder de beschermkap (zie Afb 13, pos. 2) en plaats deze omgekeerd op de openingssnelheids- regelaar. M. b. v.
het sleutelmotief - in de bovenzijde van de beschermkap - de instelschroef voor de demping verdraaien. Rechtsom draaien is een trage start, linksom draaien een snellere start. Controleer nogmaals de branderdrukken en regel deze zo nodig na. Afstelling gasdrukschakelaar LD (indien gemon-teerd): - Laat de ketel op vollast branden. Stel de gasdruk- schakelaar LD als volgt af: - Sluit een drukmeter aan op meetpunt LD. - Stel de instelschijf van de drukschakelaar op de laagste waarde. Door het langzaam dichtdraaien van de gashoofdkraan de gasdruk laten dalen tot 15 mbar. Hierbij mag geen CO worden gevormd. - De instelschijf van de drukschakelaar LD lang- zaam verdraaien tot de drukbewaking ingrijpt. De ketel blokkeert de gastoevoer en zal herstarten. 12. Controleer de werking van de thermostaten en stel deze op de juiste waarde in. De maximaalthermos-taat werkt vergrendelend (110°C). 13.
15. Controleer de werking van de terugslagbeveiliging. Bij het aanspreken van deze terugslagbeveiliging dient de gastoevoer te worden geblokkeerd. 16. Controleer de werking van de waterdrukbeveiliging door de kabel van de waterdrukschakelaar los te nemen. De ketel gaat uit en zal opnieuw starten nadat de kabel weer aangesloten is. 17. Controle gaslekbeveiliging (indien gemonteerd): De gaslekbeveiliging testen door de drukmeetnippel (Pa) op het gasmultiblok tijdens het pompen open te draaien. De gaslekbeveiligingsautomaat gaat in vergrendeling. Ontgrendelen d. m. v. de drukknop op de gaslekbeveiligingsautomaat. 18. Controle niveaubeveiliging (indien gemonteerd): Werking van de niveaubeveiliging controleren door: a. De elektrische aansluiting van de elektrode los te nemen (klem E). Controle op het waterniveau. b. Een doorverbinding te maken tussen de elektro- de (klem E) en de aarde.
Controle op kort- sluitvastheid. In beide situaties gaat de niveau beveiligingsautomaat in vergrendeling. Ontgrendel de niveaubeveiligingsautomaat (rode knop indrukken). 19. Vul tijdens het inbedrijfstellen het inbedrijfstellings-rapport volledig in en retourneer dit m. b. v. de mee-geleverde retourenveloppe. 11. 4 Uit bedrijf nemen1. Schakel de bedrijfsschakelaar op het bedienings-paneel uit (denk aan bevriezingsgevaar. ). 2. Sluit de hoofdgaskraan. 3. Schakel de elektrische voeding van de ketel uit.
Remeha Gas 450 L2212 RICHTLIJNEN VOOR HET LOKALISEREN EN OPHEFFEN VAN STORINGEN12. 1 Algemene storingenHanteer het elektrisch schema (Afb 11). Controleer:1. de netspanning fase-nul-aarde2. de schakelstand van de thermostaten3. de gasdruk4. de waterdruk (minimale waterbedrijfsdruk 1,0 bar)Geen ontstekingsvonk. Controleer:1. de spanning naar de ontstekingstransformator2. de ontstekingselektrode3. de ontstekingselektrode-afstand, deze moet ca. 3,5 ± 1 mm zijn4. de hoogspanningskabel. Geen aansteekvlam, wel ontstekingsvonk. Controleer:1. de spanning naar VA1 van het rechter gasmultiblok2. de inspuiter van de startbrander op verstopping3. of er lucht in de gasleiding aanwezig is. 4. of de gaskraan open is. Geen hoofdvlam rechter branderbed. Controleer:1. de spanning naar het rechter gasmultiblok 2. de ionisatie-stroom (min. 3 µA)3. de bedrading van de vlambeveiliging4. de netspanning fase-nul.
Geen hoofdvlam linker branderbed. Controleer:1. de spanning naar het linker gasmultiblok 2. de branderdruk op het rechter branderbed (15 mbar)3. of de gasdrukschakelaar op het rechter branderbed vrijgeeft4. of de scheidingsbrander uit gaat. Zo niet, dan print in aansluitdoos vervangen. Relais schakelt niet. 12. 2 Storingen van buitenaf1. De gasdruk valt weg: - De beveiligingsautomaat valt in storing. Vervolgens zal er maximaal 5 maal een startpoging gedaan worden. Wanneer na 5 startpogingen de gasdruk niet teruggekeerd is, zal de beveiligingsautomaat de installatie vergrendelen. Ontgrendelen wordt gedaan door de resetknop (Afb 09, pos. 10 ) in te drukken. - Uitvoering voorzien van LD-schakelaar: De LD- schakelaar schakelt de ketel uit wanneer de gas- druk beneden de ingestelde waarde daalt (15 mbar). Wanneer de gasdruk teruggekeerd is, zal de ketel weer automatisch in bedrijf komen. 2.
Wisselingen van meer dan + 10 of - 15% veroorzaken het in storing gaan van de beveiligingsapparatuur. 4. De waterdruk valt weg. De niveaubeveiliging werkt op basis van minimale druk. Controleer de bedrading naar de waterdrukschakelaar. Waterdruk controleren en eventueel water bijvullen. 5. Niveaubeveiliging (optie) De niveaubeveiliging werkt op basis van geleid-baarheid. Controleer: 1. de bedrading naar de elektrode 2. de stroomsterkte in de leiding naar de elektrode (deze moet 0,5-1,5 mA (AC) zijn). D. m. v. de drukknop op de niveaubeveiligingsautomaat ontgrendelen. Opmerking: Toevoegingen aan het c. v. -water kunnen leiden tot storingen, doordat de geleidbaarheidscoëfficiënt van het water verandert.
2313 ONDERHOUDS- EN REININGINGSVOORSCHRIFT13. 1 AlgemeenOm de verbranding optimaal te houden is het noodza-kelijk de ketel, de apparatuur en de ruimte waarin de ketel is opgesteld minimaal eenmaal per jaar te reinigen. Hierdoor wordt voorkomen dat tijdens het stoken, door het aanzuigen van stof, de branders en de ketel ver-vuilen. Dit zal uiteindelijk tot een slechte verbranding met mogelijke roetvorming en schade aan de branders leiden. Ook voor de in bedrijfsstelling dient de ketel gereinigd te worden, zie hoofdstuk ‘Inbedrijfsstellingvoor-schrift’. De voor het onderhoud te verrichten werkzaamheden omvatten:1. Het reinigen van het hele toestel. 2. Het controleren van de branders. 3. Het controleren van de startcyclus en de juiste werking van regel- en beveiligingsapparatuur. 4. Het controleren van de algehele staat van de installatie (controle op lekkage e. d. ).
Reiniging toestelTijdens het onderhoud dient u te reinigen:- het rookgaszijdige gedeelte van de ketel. - de branders, zowel in- als uitwendig m. b. v. perslucht (de branders voorzichtig behandelen. ). - het ketelblok vanaf de bovenzijde d. m. v. een reini-gingsborstel. - de vloer onder de ketel en de stookruimte in de direc-te omgeving van de ketel. - het reinigen van de ketelmantel (uitwendig)- het reinigen van de apparatuur (uitwendig), te weten: ontstekingsinrichting, aansteekbrander, ionisatieelek-trode, thermostaten, bekabeling en gasapparatuur. Controle brandersIndien de brandders deuken en/of beschadigingen verto-nen, deze altijd vervangen. Controle werking- Het controleren en opnemen van de startcyclus, ont-stekingstijd en begrenzingstijd. - Het controleren van de regeling en de beveiligings-signalering van vlambeveiliging en thermostaten.
- Het controleren van het vlambeeld, zie Afb 14 (Een verkeerd vlambeeld duidt op vervuiling van de bran-ders of ketelblok of op beschadiging van de branders)Controle algehele staat- Het controleren van de algehele staat van de instal-latie (controle op water- en gaslekkage). - Het controleren van de rookgasafvoerkanalen en de luchttoevoer. - Het controleren van de waterdruk (min. 1,0 bar). Zonodig bijvullen. 13. 2 AftappenDe ketel aftappen d. m. v. de vul- en aftapkraan aan de rechter voorzijde van de ketel. Afb 14. Vlambeeld branders0003G7900003.
24© CopyrightNiets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden op welke wijze dan ook, zonder onze schriftelijke toestemming.Wijzigingen voorbehouden55302-0700R e m e h a G a s 4 5 0 LRemeha B.V.Postbus 32 7300 AA ApeldoornTelefoon: (055) 549 69 69Telefax: (055) 549 64 96E-mail: [email protected]: www.remeha.com
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Remeha Gas 450 L stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Verwarmingsketel Remeha
Handleiding Verwarmingsketel
Nieuwste handleidingen voor Verwarmingsketel