Remeha Gas 310 ECO Pro Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Remeha Gas 310 ECO Pro (84 pagina’s), behorend tot de categorie Verwarmingsketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 409 mensen. Heb je een vraag over Remeha Gas 310 ECO Pro of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Remeha |
| Categorie: | Verwarmingsketel |
| Model: | Gas 310 ECO Pro |
Foutcodes Remeha Gas 310 ECO Pro
Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.
| Code | Betekenis | Oplossing |
|---|---|---|
| 5t | Blokkering (Regelstop) - tijdelijke blokkering als gevolg van een ongewone toestand | 1. Druk tegelijk op de twee f toetsen. 2. Bevestig met drukken op de toets S. 3. Afwisselend verschijnt 5t en de blokkeercode in het display. 4. Druk op de toets [+] voor meer informatie (5v verschijnt). 5. Wacht tot de oorzaak van de blokkering is weggenomen - de ketel probeert automatisch opnieuw te starten. 6. De ketel komt zelfstandig weer in bedrijf als het probleem is opgelost. |
| e01 | Storing (vergrendeling) - algemene storingscode weergegeven in rood knipperend display | 1. Controleer de oorzaak van de storing door het storingsgeheugen uit te lezen via de HMI interface. 2. Raadpleeg de Installatie- en servicehandleiding HMI GAS 310/610 ECO PRO voor de betekenis van de specifieke storingscode. 3. Hef de oorzaak van de vergrendeling op. 4. Druk op de toets J om de ketel weer in bedrijf te kunnen nemen. |
Handleiding Remeha Gas 310 ECO Pro – volledige tekst
1.3 Algemeen1.3.1. Aansprakelijkheid fabrikantOnze producten worden gemaakt volgens de verschillende vantoepassing zijnde richtlijnen, zij worden daarom geleverd met de[ markering en alle benodigde documenten.Vanwege de permanente zorg voor de kwaliteit van onze producten,zoeken wij voortdurend naar manieren om deze te verbeteren.Daarom houden wij ons het recht voor de in dit document genoemdespecificaties te wijzigen.In de volgende gevallen zijn wij als fabrikant niet aansprakelijk:4Het niet in acht nemen van de gebruiksinstructies van hetapparaat.4Achterstallig of onvoldoende onderhoud aan het apparaat.4Het niet in acht nemen van de installatieinstructies van hetapparaat.1.3.2. Aansprakelijkheid van de installateurDe installateur is aansprakelijk voor de installatie en de eersteinbedrijfstelling van het apparaat.
De installateur moet de volgendeinstructies in acht nemen:4Lees de instructies van het apparaat in de meegeleverdehandleidingen en neem deze in acht.4Installeer overeenkomstig de geldende wetgeving en normen.4Voer de eerste inbedrijfstelling en alle benodigde controles uit.4Leg de installatie uit aan de gebruiker.4Als onderhoud noodzakelijk is, waarschuw dan de gebruiker voorde controle- en onderhoudsplicht betreffende het apparaat.4Overhandig alle handleidingen aan de gebruiker.1.3.3.
Aansprakelijkheid gebruikerOm het optimaal functioneren van de installatie te garanderen, moetu de volgende instructies in acht nemen:4Lees de instructies van het apparaat in de meegeleverdehandleidingen en neem deze in acht.4Vraag de hulp van een erkend installateur voor de installatie ende uitvoering van de eerste inbedrijfstelling.4Vraag aan de installateur uitleg over uw installatie.4Laat de benodigde inspecties en onderhoud uitvoeren door eenerkend installateur.4Bewaar de handleidingen in goede staat en in de buurt van hetapparaat.Gas 310 ECO PRO Gas 610 ECO PRO 1. Inleiding050112 - 125468-AB 7
Dit apparaat mag niet worden gebruikt door mensen (en kinderen)met lichamelijke-, gevoelsmatige- of geestelijke beperkingen, of doormensen met een gebrek aan technische ervaring, tenzij ze wordenbegeleid door een persoon, die garant staat voor hun veiligheid ofindien ze zijn geïnstrueerd in het juiste gebruik van het apparaat.Voorkom dat kinderen met het apparaat gaan spelen.1. Inleiding Gas 310 ECO PRO Gas 610 ECO PRO8050112 - 125468-AB
2 Veiligheidsinstructies en aanbevelingen2.1 VeiligheidsvoorschriftenGEVAARIndien u gas ruikt:1. Gebruik geen vuur, rook niet, gebruik geenelektrische contacten of schakelaars (bel, verlichting,motor, lift, etc.).2. Sluit de gasaanvoer af.3. Open de ramen.4. Spoor mogelijke lekkages op en dicht deze direct af.5. Zit het lek vóór de gasmeter, waarschuw dan hetgasbedrijf.GEVAARIndien u rookgassen ruikt:1. Schakel het apparaat uit.2. Open de ramen.3.
Spoor mogelijke lekkages op en dicht deze direct af.2.2 AanbevelingenWAARSCHUWING4De installatie en het onderhoud van de ketel moetendoor een erkend installateur worden uitgevoerdvolgens de plaatselijke en nationale regelgeving.4Bij werkzaamheden aan de ketel, de ketel altijdspanningsvrij maken en de hoofdgaskraan sluiten.4Controleer de hele installatie na onderhouds- enservicewerkzaamheden op lekkages.OPGELETDe ketel moet in een vorstvrije ruimte geïnstalleerdworden.Bewaar dit document in de documentatiehouder aan debinnenkant van de ketelbemanteling (Onder hetbedieningspaneel).ManteldelenManteldelen mogen alleen verwijderd worden voor onderhouds- enservicewerkzaamheden. Plaats na de onderhouds- enservicewerkzaamheden alle manteldelen terug.Gas 310 ECO PRO Gas 610 ECO PRO 2. Veiligheidsinstructies en aanbevelingen050112 - 125468-AB 9
3.2.2. ToestelcategorieënCategorie gas Type gas Aansluitdruk (mbar)I2E(R)B Aardgas H (G20) 20De fabrieksinstelling van de ketel is voor werking op de aardgasgroepG20 (H-gas).¼ Voor de werking op een andere gassoort, zie hoofdstuk:"Aanpassing aan een ander type gas", pagina 55.3.2.3. TypeplaatDe typeplaat zit achter de ketelbemanteling op het frame bij desifonaansluiting. Daarop staan het ketelserienummer en belangrijkeketelspecificaties, zoals de uitvoering en de gascategorie.3.2.4. FabriekstestIedere ketel wordt voor het verlaten van de fabriek optimaal ingestelden getest op:4Elektrische veiligheid4Afstelling (CO2)4Waterdichtheid4Gasdichtheid4ParameterinstellingT003475-F3. Technische beschrijving Gas 310 ECO PRO Gas 610 ECO PRO12 050112 - 125468-AB
InstallatiepompDe ketel heeft geen ingebouwde pomp. Er kan een installatiepompaangesloten worden op de aansluitconnector van de standaardbesturingsprint. Dit kan een aan/uit pomp zijn of een modulerendepomp (met 0 - 10 V aansturing).3. Technische beschrijving Gas 310 ECO PRO Gas 610 ECO PRO14 050112 - 125468-AB
¼ Voor meer informatie over de aansturing van de modulerendepomp, Zie paragraaf: "Elektrische aansluitingen", pagina 37. De pompinstellingen kunnen worden gewijzigd met parametersp43 en p44. ¼ Zie de Installatie- en servicehandleiding HMI GAS 310/610ECO PRO, voor uitgebreide bedieningsinformatie. Hierin staatondermeer informatie over het wijzigen en uitlezen van parameters,de betekenis van storingscodes en het wissen van hetstoringsgeheugen. 3. 3. 4. WatertemperatuurregelingDe ketel is voorzien van een elektronische temperatuurregeling opbasis van aanvoer-, retour-, en ketelbloktemperatuursensoren. Deaanvoertemperatuur is instelbaar tussen 20°C en 90°C. De ketelmoduleert terug als de ingestelde aanvoertemperatuur is bereikt. Deuitschakeltemperatuur is de ingestelde aanvoertemperatuur + 5°C. 3. 3. 5.
WatergebrekbeveiligingDe ketel is voorzien van een watergebrekbeveiliging op basis vantemperatuurmetingen (Temperatuurverschil tussen aanvoer enretour). Vanaf ΔT = 25 K (fabrieksinstelling) gaat de ketelterugmoduleren, zodat hij zo lang mogelijk in bedrijf blijft. Bij een ΔT≥ 25 K gaat de ketel in laaglast. Bij een ΔT > 25 + 5 K gaat de ketelin een normale regelstop (tijdelijke blokkering). 3. 3. 6. MaximaalbeveiligingDe maximaalbeveiliging schakelt bij een te hoge watertemperatuur(110°C) de ketel uit en vergrendelt deze op debeveiligingsautomaat (vaste waarde, kan niet gewijzigd worden). Nahet opheffen van de storingsoorzaak kan de ketel wordenontgrendeld door de J toets 2 seconden in te drukken. 3. 3. 7.
4 Installatie4.1 InstallatievoorschriftenWAARSCHUWINGDe installatie van het apparaat moet door een erkendinstallateur worden uitgevoerd volgens de plaatselijke ennationale geldende regelgeving.4.2 Leveringsomvang4.2.1. Standaardlevering4De ketel4Sifon compleet4Vul en aftapkraan 4Gasfilter4Installatie-, gebruikers- en servicehandleiding4Waterkwaliteitsvoorschrift4.2.2.
BenamingGaslekcontrole VPSWaterdrukschakelaarAansluiting van een externe veiligheidsklep of de motor van eenrookgasklepRookgasadapter 250 - 200 mmRookgasadapter Gas 310 ECO - Gas 310 ECO PRORookgasbroekstukLuchttoevoerbroekstuk4.3 Plaatsingsmogelijkheden4.3.1. TransportVoor de ketels Gas 610 ECO PRO: De beschreveneigenschappen en instructies gelden per ketelmodule.KeteltypeGas 310 ECO PRO L (mm)28519203554305002230575650De ketel wordt compleet gemonteerd en verpakt op een palletgeleverd. De verpakking is 80 cm breed en 181 cm hoog en heeft eenlengte die afhankelijk is van de keteluitvoering. Zie tekening en tabelvoor de afmetingen. De basis van de verpakking is een pallet van80 cm breed. Daardoor kan deze met een palletwagen, een heftruckof vier-wielige verhuisplanken vervoerd worden.
De servicezijde met het inspectieluik van de warmtewisselaar, wordtals voorzijde van de ketel aangehouden. De ketel is in 'linkse' of'rechtse' uitvoering leverbaar. De hydraulische aansluitingen en derookgasafvoer zitten dan aan de linker kant ofwel aan de rechterkantvan de ketel. Het bedieningspaneel zit standaard aan de voorzijde,maar kan eenvoudig gedraaid worden naar de korte zijde.Om de ketel horizontaal en met de wielen vrij op te stellen moeten destelbouten worden gebruikt. Draai de stelbouten uit, zodra de ketelop de bestemde plek staat. De afbeelding geeft het steunoppervlakvan de ketel weer (Dit is de positie van de stelbouten).KeteltypeGas 310 ECO PRO A (mm)2857233554305001032575650T003474-B55 5555 55663 21,5531 87,567355A4. Installatie Gas 310 ECO PRO Gas 610 ECO PRO22 050112 - 125468-AB
T003768-ECC300300CC + 600800*C + 1100*300300600E*D800*800*14501525*3050*800* 800*14503050*800* 800** = Benodigde ruimte als dit de bedieningszijde is.¼ Voor de afmetingen van C/C1, zie paragraaf: "Belangrijksteafmetingen", pagina 27.Aan de voorzijde (servicezijde) van de ketel is een vrije technischeruimte van minimaal 80 cm vereist. Wij adviseren echter een vrijeruimte van 100 cm. Boven de ketel adviseren wij een vrije ruimte vanminimaal 40 cm (Bij toepassing van het luchttoevoerfilter moet dievrije ruimte minimaal 65 cm zijn). Aan de zijde van de rookgasafvoerminimaal 30 cm en aan de andere zijde ook minimaal 30 cm (of 80cm, als dit de bedieningszijde is).Gas 310 ECO PRO Gas 610 ECO PRO 4. Installatie050112 - 125468-AB 25
nBedieningspaneel draaienHet bedieningspaneel zit standaard aan de voorzijde, maar kaneenvoudig gedraaid worden naar de korte zijde.1. Draai de 4 bevestigingsschroeven aan de zijkant van hetbedieningspaneel los.2. Verwijder de beschermkap.3. Draai de 2 inbusbouten van de onderplaat los.4. Til het bedieningspaneel met onderplaat omhoog.5. Draai het bedieningspaneel met onderplaat naar de korte zijde.6. Schuif de lippen van de onderplaat in de daarvoor bestemdegleuven.7. Draai de 2 inbusbouten van de onderplaat vast.8. Plaats de beschermkap terug.9. Draai de 4 bevestigingsschroeven aan de zijkant weer vast.T004028-E3 2x490º5672x89124. Installatie Gas 310 ECO PRO Gas 610 ECO PRO26 050112 - 125468-AB
4.4 Wateraansluitingen4.4.1. Doorspoelen van de installatienPlaatsing van de ketel op een nieuwe installatie(installatie van minder dan 6 maanden)4Reinig de installatie met een universeel reinigingsmiddel om hetafval uit de installatie te verwijderen (koper, vlasdraad,soldeersel).4Spoel de installatie goed door totdat het water helder is en geenvuildeeltjes meer bevat.nPlaatsing van de ketel op een bestaande installatie4Verwijder slijk uit de installatie met een reinigingsmiddel.4Spoel de installatie door.4Reinig de installatie met een universeel reinigingsmiddel om hetafval uit de installatie te verwijderen (koper, vlasdraad,soldeersel).4Spoel de installatie goed door totdat het water helder is en geenvuildeeltjes meer bevat.4.4.2.
Aansluiting van het verwarmingscircuitVoor de aansluiting(en) van de ketel Gas 610 ECO PRO:De beschreven eigenschappen en instructies gelden perketelmodule.OPGELETDe cv-leidingen moeten volgens de geldendevoorschriften worden aangesloten.Sluit de ketel altijd aan, zodat waterstroming door het toestel tijdensbedrijf gegarandeerd wordt. Wanneer de ketel wordt gebruikt in eensysteem met twee retourleidingen, dan dient de retourleiding alskoude retour. De tweede retourleiding (accessoire) dient dan alswarme retour. Zie de bij het product meegeleverde instructies. Neemcontact met ons op voor meer informatie.Gas 310 ECO PRO Gas 610 ECO PRO 4. Installatie050112 - 125468-AB 29
In de aanvoerleiding zijn de volgende voorzieningenaangebracht:1Een dompelbuis voor een temperatuurvoeler van eenexterne regeling ( ½" ).2Ontluchtingsvoorziening ( ⅛" ).3Aansluiting voor veiligheidsklep ( 1½" ).4Manometer ( ½" ).5Aanvoersensor (M6).6Maximaalthermostaat (M4).1. Verwijder de stofdop op de aansluiting aanvoer CV Ù.2. Verwijder de stofdop op de aansluiting retour CV Ú.3. Monteer de uitgaande leiding voor CV-water op de Ùaansluiting.4. Monteer de ingaande leiding voor CV-water op de Úaansluiting.5. Sluit een veiligheidsventiel aan op de aanvoeraansluiting van deketel.6. Sluit de pomp aan op de retouraansluiting van de ketel.Een vul- en aftapkraan is standaard op het voorlidgemonteerd ( ½" ).4.4.3.
Aansluiting van de condensatie-afvoerleidingVoor de aansluiting(en) van de ketel Gas 610 ECO PRO:De beschreven eigenschappen en instructies gelden perketelmodule.Voer het condenswater via een sifon direct af naar het riool. Pas,gezien de zuurgraad (pH 2 tot 5), alleen kunststofmateriaal toe alsafvoerleiding.1. Monteer een kunststof afvoerpijp op de sifon (minimaal Ø 32 mmof groter, uitkomend op riool).OPGELETMaak geen vaste verbinding om overdruk in het sifon tevoorkomen.T003476-C132645T003772-F4. Installatie Gas 310 ECO PRO Gas 610 ECO PRO30 050112 - 125468-AB
4De condensafvoer moet open op het riool wordenaangesloten.4Afschot afvoerpijp minimaal 5 - 10 mm per meter,maximale horizontale lengte 5 meter.4Het lozen van condenswater op een dakgoot is niettoegestaan.4De condensafvoerleiding moet volgens de geldendevoorschriften worden aangesloten.4.5 GasaansluitingVoor de aansluiting(en) van de ketel Gas 610 ECOPRO:De beschreven eigenschappen en instructies geldenper ketelmodule.WAARSCHUWING4Sluit de hoofdgaskraan alvorens met dewerkzaamheden aan de gasleidingen te beginnen.4Monteer ook een gaskraan in de nabijheid van deketel.4Verwijder afval en stof uit de gasleiding.De ketel is standaard voorzien van een gasfilter.1. Verwijder de stofdop op de gasaansluiting ß.2. Monteer de gasaanvoerleiding.4.6 Aansluitingen van de lucht-/rookgasleidingen¼ De ketel is geschikt voor de volgende typesrookgasaansluitingen.
Zie hoofdstuk: "Certificeringen", pagina 11Volg de lokaal geldende voorschriften bij het aansluiten van derookgasafvoer- en luchttoevoerleidingen van de ketel. De diametersvan de leidingen moeten bepaald worden volgens de in het landgeldende normen. De totale weerstand van rookgasafvoer enluchtinlaat mag niet groter zijn dan de maximaal toelaatbareweerstand.¼ Voor het bepalen van de maximale lengte van de lucht-/rookgasleidingen. Zie hoofdstuk: "Lengte van de lucht-/rookgasleidingen", pagina 33Gas 310 ECO PRO Gas 610 ECO PRO 4. Installatie050112 - 125468-AB 31
ClassificatieIn de tabel is deze indeling volgens [ nader gespecificeerd.Type Uitvoering BeschrijvingB23B23P(1)Open 4Zonder trekonderbreker.4Rookgasafvoer bovendaks.4Lucht uit de opstellingsruimte.B33 Open 4Zonder trekonderbreker.4Gemeenschappelijke rookgasafvoer bovendaks.4Rookgasafvoer luchtomspoeld, lucht uit de opstellingsruimte (speciale constructie).C33 Gesloten 4Rookgasafvoer bovendaks.4Instroomopening voor de luchttoevoer ligt in hetzelfde drukgebied als de uitmonding (Bijvoorbeeldeen concentrische dakdoorvoer).C53 Gesloten 4Gesloten toestel.4Separaat luchttoevoerkanaal.4Separaat rookgasafvoerkanaal.4Uitmondend in verschillende drukvlakken.C63 Gesloten 4Dit type toestel wordt door de fabrikant zonder toe- en afvoersysteem geleverd.C83(2) Gesloten 4Toestel kan worden aangesloten op een zogenaamd half CLV systeem (gemeenschappelijkerookgasafvoer).C93(3) Gesloten 4Luchttoevoer- en rookgasafvoerkanaal in schacht of omkokerd:-Concentrisch.-Excentrisch; Luchttoevoer uit de schacht.-Rookgasafvoer bovendaks.-Instroomopening voor de luchttoevoer ligt in hetzelfde drukgebied als de uitmonding.(1) Ook drukklasse P1(2) Er kan 4 mbar onderdruk optreden(3) Informeer bij uw leverancier voor minimale afmeting schacht of koker4.6.2.
UitmondingenDe ketels kunnen in open of gesloten uitvoering toegepast worden.Voor een gesloten opstelling moet de luchttoevoer aansluitsettoegepast worden (Deze is als accessoire leverbaar).Voor type C6 rookgasafvoer moet het afvoermateriaal voldoen aanGastec QA en/of voorzien zijn van een CE-markering.De rookgasafvoerconstructie moet berekend zijn volgens EN 13384(deel 1 & 2).Bij een open rookgasafvoer bovendaks, moet deuitmonding altijd voorzien zijn van een RVSboldraadrooster.4. Installatie Gas 310 ECO PRO Gas 610 ECO PRO32 050112 - 125468-AB
4.6.3. Lengte van de lucht-/rookgasleidingen4Voor het bepalen van de uiteindelijke maximalelengte, moet de leidinglengte ingekort wordenvolgens de reductietabel.4De ketel is ook geschikt voor langereschoorsteenlengten en andere diameters dan in detabel aangegeven. Neem contact met ons op voormeer informatie.nReductietabelLeiding reducties per toegepast elementDiameter Bochtstuk 45° Bochtstuk 90°Leidingreductie Leidingreductie150 mm 1,2 m 2,1 m180 mm 1,4 m 2,5 m200 mm 1,6 m 2,8 m250 mm 2,0 m 3,5 m300 mm 2,4 m 4,2 mnOpen uitvoering (B23, B23P)Bij een open uitvoering blijft de luchttoevoeropening open; alleen derookgasafvoeropening wordt aangesloten. De ketel krijgt dan debenodigde verbrandingslucht direct uit de opstellingsruimte.
Bijgebruik van luchttoevoer- en rookgasafvoerleidingen met anderediameters dan 250 mm, moeten verloopstukken worden toegepast.Als de ketel bij een open uitvoering opgesteld staat in een(zeer) stoffige ruimte, gebruik dan het luchttoevoerfilter (=Accessoire).Gas 310 ECO PRO Gas 610 ECO PRO 4. Installatie050112 - 125468-AB 33
4Als voeringkanalen worden toegepast, moeten deze bestaan uiteen luchtdichte, dikwandige starre aluminium of roestvaststalenconstructie. Ook buigbare kunststof en roestvaststalenvoeringpijpen zijn toegestaan. Aluminium is toegestaan, mits ergeen contact is met het bouwkundige gedeelte van hetrookgasafvoerkanaal. 4Schachten altijd grondig reinigen bij toepassing vanvoeringspijpen en/of luchttoevoeraansluiting. 4Inspectie van het voeringkanaal moet mogelijk zijn. 4Wanneer er in de rookgasafvoerleiding condens uit een kunststofof roestvaststalen leidingdeel terug kan stromen naar eenaluminium deel, dan dient dit condens via een opvanginrichtingafgevoerd te worden, voordat het het aluminium bereikt.
4Bij aluminium rookgasafvoerleidingen van grotere lengte dient deeerste tijd rekening gehouden te worden met relatief grotehoeveelheden corrosieproducten die samen met het condens uitde afvoerleidingen terugstromen. Regelmatig toestelsifon reinigenof extra condensopvang boven het toestel plaatsen. 4Zorg voor voldoende afschot van de rookgasafvoerleiding richtingde ketel (minimaal 50 mm per meter) en aan voldoendecondensopvang en afvoer (minimaal 1 m voor de uitmonding vande ketel). De toegepaste bochten moeten groter zijn dan 90° omafschot en een goede afdichting op de lippenringen tewaarborgen. Neem contact met ons op voor meer informatie. 4. 6. 5. Aansluiting rookgasafvoerDe ketel is standaard voorzien van een mechanische rookgasterugslagklep. Deze voorkomt dat rookgassen terugstromen in deketel bij rust. Ook met rookgaszijdige koppelingen (bij cascade-systemen). Montage1.
Monteer de luchttoevoerleidingen naadloos op elkaar.4De leidingen moeten luchtdicht en corrosiebestendigzijn.4Sluit de leidingen spanningsvrij aan.4Maximale beugelafstand bij verticale leidingen is 2 m.4Maximale scheefstand van verticale leidingen is 20mm/m.4De leidingen mogen niet steunen op de ketel of deluchttoevoeradapter.4De horizontale delen dienen uitgevoerd te wordenmet een helling: Aflopend richting de toevoeropening.4Gebruik bij horizontale leidingen een beugel bij elkeverbinding.MateriaalEnkelwandig, star Aluminium/Roestvaststaal/Kunststof(1)Flexibel(1) De toegepaste materialen moeten voldoen aan de geldige voorschriften ennormen4.7 Elektrische aansluitingenVoor de aansluiting(en) van de ketel Gas 610 ECO PRO:De beschreven eigenschappen en instructies gelden perketelmodule.Gas 310 ECO PRO Gas 610 ECO PRO 4. Installatie050112 - 125468-AB 37
4.7.1. BesturingsautomaatPW Voorbedraad in de ketelMDrie-aderig netsnoerDe ketel heeft een fase detectie. De ketel is geheel voorbedraad. Deketel is geschikt voor een 230 V / 50 Hz voeding met fase /nul /aarde. Andere aansluitwaarden zijn alleen toegestaan met eenscheidingstransformator. Sluit de aders van het netsnoer aan op dedaarvoor bestemde kroonsteen. Deze zit linksonder de connectorMAINS.
(Het netsnoer wordt niet meegeleverd).OPGELET4Bij vaste aansluiting van het netsnoer dient altijd voorde ketel een dubbelpolige hoofdschakelaar teworden aangebracht met een contactopening vanten minste 3mm.4Bij aansluiting van het netsnoer met stekker moet deaardedraad langer zijn dan de spanningsvoerendeaders.In de tabel zijn de belangrijkste eigenschappen van debesturingsautomaat opgesomd.Voedingsspanning 230 VAC/50HzHoofdzekeringwaarde F2 (230 VAC) 10 ATZekeringwaarde F1 (230 VAC) 2 ATMaximaal opgenomen vermogen van de pomp 300 VAWAARSCHUWINGDe volgende componenten van de ketel staan onder eenspanning van 230V:4Elektrische aansluiting circulatiepomp (CV) (Indienaanwezig).4Elektrische aansluiting gascombinatieblok.4Ventilator.4Meeste delen op de besturingsautomaat.4Ontstekingstrafo.4Voedingskabelaansluiting.De ketel is voorzien van een unieke ketelcode.
Deze is,samen met andere gegevens, zoals keteltype entellerstanden opgeslagen in een zogenaamde PSU, die bijde ketel hoort. Als de besturingsautomaat uitgewisseldwordt, blijven tellerstanden hierin bewaard.De ketel heeft meerdere besturings-, beveiligings- enregelingsaansluitmogelijkheden. Het vermogen van de ketel kan opde volgende manieren worden geregeld:4Modulerend: Het vermogen varieert tussen de minimale enmaximale waarde op basis van de door de regelaar bepaaldewaarde.N LMainsF1N LPUMP ON/OFFOT BLF2PWMT003486-E4. Installatie Gas 310 ECO PRO Gas 610 ECO PRO38 050112 - 125468-AB
4Analoge regeling: Waarbij het vermogen of de temperatuur dooreen 0-10V signaal wordt gestuurd..4Aan/uit regeling: Waarbij het vermogen tussen de minimale en demaximale waarde moduleert op basis van de op de ketelingestelde aanvoertemperatuur.De standaard besturingsprint (PCU-06) kan onder meer wordenuitgebreid met:4Modulerende weersafhankelijke regeling rematic 2945 C3 metmeegeleverde adapter (Accessoire).4Modulerende cascade regelaar rematic MC (Accessoire).4Modulerende cascade regelaar Celcia MC 4 (Accessoire).4.7.2. AanbevelingenWAARSCHUWING4De elektrische aansluitingen moeten altijdspanningsloos worden uitgevoerd en alleen doorerkende installateurs.4De ketel is volledig voorbedraad.
De interneaansluitingen van het bedieningspaneel nietwijzigen.4Voer een aarding uit alvorens de elektriciteit aan tesluiten.Voer de elektrische aansluitingen van de ketel uit volgens:4De voorschriften van de geldende normen.4De elektrische aansluiting moet voldoen aan de voorschriften vanhet algemene reglement betreffende elektrische installaties(RGIE).4De aanwijzingen van de met de ketel meegeleverde elektrischeschema's.4De aanbevelingen in de handleiding.OPGELETScheid de sensorkabels van de 230V kabels.4.7.3. Standaard besturingsprintOp de standaard besturingsprint PCU-06 zit de beveiligingsprint SUaangesloten, die de ketel beveiligt.Op de standaard besturingsprint (PCU-06) kunnen diversethermostaten en regelaars worden aangesloten. Deaansluitmogelijkheden op de standaardbesturingsprint worden in devolgende paragrafen toegelicht.Gas 310 ECO PRO Gas 610 ECO PRO 4.
Boven het bedieningspaneel is een vrije ruimte nodig van20 cm om de voorklep volledig open te klappen. Denkhieraan bij de montage van kabelgoten.Toegang tot de aansluitconnectoren:1. Draai de 4 bevestigingsschroeven aan de zijkant van hetbedieningspaneel los.2. Verwijder de beschermkap.3. De losneembare schroefconnectoren zijn nu bereikbaar.4. Bevestig de kabel(s) met behulp van de trekontlastingsbeugel enkabelklemmen (De trekontlastingen zijn los meegeleverd).5. Schroef de trekontlastingen goed vast en sluit deinstrumentenbox.Toegang tot de prints achter het bedieningspaneel:1. Draai de 4 bevestigingsschroeven aan de zijkant van hetbedieningspaneel los.2. Verwijder de beschermkap.3. Open de voorklep.4. Druk met twee duimen de bovenkant van het bedieningspaneeliets naar beneden.5.
4.7.4. Aansluiten Aan/uit regelingDe ketel kan worden geregeld met een aan/uit-regelaar. Sluit deregelaar aan op de On/off-OT connector. (Het maakt niet uit welkedraad in welke kabelklem wordt aangesloten).4.7.5. Aansluiten modulerende regelaar De ketel is standaard voorzien van een OpenTherm aansluiting.Hierdoor kunnen zonder verdere aanpassingen modulerendeOpenTherm ruimteregelaars worden aangesloten. Sluit de twee-aderige kabel aan op de klemmen On/off-OT van deaansluitconnector (Het maakt niet uit welke draad in welke kabelklemwordt aangesloten).4.7.6. Blokkerende ingangDe ketel is voorzien van een blokkerende ingang (Normally closedcontact). Als dit contact wordt geopend, gaat de ketel in blokkering ofvergrendeling. Deze ingang kan bijvoorbeeld gebruikt worden incombinatie met de rookgasthermostaat (= Accessoire).
Deze ingangis uitgevoerd op de klemmen BL van de aansluitconnector.OPGELETAlleen geschikt voor potentiaal vrije contacten.Bij gebruik van de ingang dient eerst de brug verwijderd tewordenHet gedrag van de ingang kan gewijzigd worden met behulp vanparameter p35.N LMainsN LPUMP ON/OFFOT RLBLT003482-AN LMainsN LPUMP ON/OFFOT RLBLT003482-AN LMainsN LPUMP ON/OFFOT RLBLT003483-BGas 310 ECO PRO Gas 610 ECO PRO 4. Installatie050112 - 125468-AB 41
4.7.7. Vrijgave ingangDe ketel is voorzien van een vrijgave ingang (Normally opencontact). Als dit contact tijdens warmtevraag gesloten is, gaat debrander na een wachttijd in blokkering. Deze ingang kan bijvoorbeeldgebruikt worden in combinatie met de eindschakelaars vanrookgaskleppen, hydraulische afsluitkleppen en dergelijke. Dezeingang is uitgevoerd op de klemmen RL van de aansluitconnector.OPGELETAlleen geschikt voor potentiaal vrije contacten.De wachttijd van de ingang kan gewijzigd worden met behulp vanparameter p32.4.7.8. InstallatiepompEen externe CV pomp kan worden aangesloten op de klemmenPump van de aansluitconnector. Het maximum opgenomenvermogen bedraagt 300 VA.¼ Voor meer informatie over de aansturing van de modulerendepomp Zie paragraaf: "Aansluitmogelijkheden van de besturingsprint(SCU-S05)", pagina 434.7.9.
Aansluiten PC/LaptopOp de RS 232 ingang kan een PC worden aangesloten met behulpvan een USB kabel. Samen met de Recom PC/Laptop servicesoftware kunt u diverse ketelinstellingen inlezen, veranderen enuitlezen.N LMainsN LPUMP ON/OFFOT RLBLT003484-BN LMainsN LPUMP ON/OFFOT RLBLT003485-BT003492-E4. Installatie Gas 310 ECO PRO Gas 610 ECO PRO42 050112 - 125468-AB
4.7.10. Aansluitmogelijkheden van debesturingsprint (SCU-S05)T003684-BX2SCU-S05X1X3X7X6X4 X5N LNLEgVN LEgVN LHdVN LHdVN LFgVFgVX9X8+0 S+0WpsSGpsGpsVPSVPS+0+0+0+00-100-10PumpN LNPumpLNoN CNoN CStatusNoN CNoN CStatusToutTout¼ Voor het instellen van de geselecteerde parameter: Zie deInstallatie- en servicehandleiding HMI Gas 310/610 ECO PRO, vooruitgebreide bedieningsinformatie.OPGELETBij het verwijderen van deze print zal de ketel storingscodee[38 tonen. Om deze storing te voorkomen, dient erna het verwijderen van deze print een Auto-detectuitgevoerd te worden.nAansturing rookgasklep (FgV)Een motorgestuurde rookgasklep kan gebruikt worden voor afsluitingvan het rookgaskanaal ( = Accessoire). Deze voorkomt dat dewarmtewisselaar te snel afkoelt door trek in het rookgaskanaal. Sluitde rookgasklep aan op de klemmen FgV van de klemmenstrook.
Delooptijd van de rookgasklep dient geprogrammeerd te worden metparameter p31.nAansturing hydraulische klep (HdV)Een hydraulische klep voorkomt, bij cascadetoepassing, dat dewarmte in het toestel verloren gaat als deze niet in bedrijf is. Sluit dehydraulische klep aan op de klemmen HdV van de klemmenstrook.De looptijd van de hydraulische klep dient geprogrammeerd teworden met parameter p30.nAansturing externe gasklep (EgV)Als er warmtevraag is komt er op de klemmen EgV van deaansluitconnector een wisselspanning van 230 VAC, 1 A (maximaal)beschikbaar, voor het aansturen van een externe gasklep.Gas 310 ECO PRO Gas 610 ECO PRO 4. Installatie050112 - 125468-AB 43
nAansluiting van een shuntpomp (Pump)Indien gewenst kan ook een shuntpump worden aangesloten op deklemmen Pump van de aansluitconnector. Er kan alleen een aan/uitpomp gestuurd worden. De pomp wordt geactiveerd bij blokkeringen4, 5 en 6.
Aansturing 0 - 10 V Grundfoss installatiepompRToerental van de pompmin Minimaal toerental van de pompmax Maximaal toerental van de pompSp Nominale setpointUUitgangssignaal (V)Uitgangssignaal (V) Omschrijving 0,5 Pomp moduleert (Lineair)Aansturing PWM installatiepompIn dit geval stuurt het 0-10 V signaal de installatiepomp 1:1 aan.Melding van de geleverde temperatuurUitgangssignaal (V) Temperatuur ÀOmschrijving0,5 - Vergrendeling1 - 10 10 - 100 Geleverde temperatuurMelding van het geleverde vermogenUitgangssignaal (V) Vermogen (%) Omschrijving0 0 Ketel uit0,5 - Vergrendeling2,0 - 10(1) 20 - 100 Geleverd vermogen(1) Afhankelijk van de minimale modulatiediepte (ingestelde toerentallen, standaard20%)nAnaloge ingang (0-10)De functie van de analoge ingang kan ingesteld worden met behulpvan parameter p37.Bij deze regeling kan worden gekozen voor het regelen optemperatuur of op vermogen.
Als deze ingang gebruikt wordt voor een0-10 V aansturing, dan wordt de OT communicatie van de ketelgenegeerd.Analoog regelen op temperatuur ()Het 0 - 10 V signaal regelt de ketelaanvoertemperatuur. Dezeregeling is modulerend op aanvoertemperatuur, waarbij hetvermogen varieert tussen de minimale en maximale waarde op basisvan het door de regelaar berekende setpunt aanvoertemperatuur.Ingangssignaal (V) temperatuur ÀOmschrijving0 - 1,5 0 - 15 Ketel uit1,5 - 1,8 15 - 18 Hysterese1,8 - 10 18 - 100 Gewenste temperatuurAnaloog regelen op vermogen ()maxSpminR1234 5 6 7 8 9 10T003803-BUGas 310 ECO PRO Gas 610 ECO PRO 4. Installatie050112 - 125468-AB 45
Het 0 - 10 V signaal regelt het ketelvermogen. Waarbij de minimumen maximum waarden begrensd worden. Het minimale vermogen isgekoppeld aan de modulatiediepte van de ketel. Het vermogenvarieert tussen de minimale en maximale waarde op basis van dedoor de regelaar bepaalde waarde.Ingangssignaal (V) Vermogen (%) Omschrijving0 - 2,0(1) 0 - 20 Ketel uit2,0 - 2,2(1) 20 - 22 Hysterese2,0 - 10(1) 20 - 100 Gewenst vermogen(1) Afhankelijk van de minimale modulatiediepte (ingestelde toerentallen, standaard20%)nWaterdruksensor (Wps)De waterdruksensor registreert de waterdruk en kan zorgen dat deketel op blokkering gaat bij het bereiken van een minimalewaterdruk. Om deze blokkeringsmogelijkheid te activeren moet eenminimale druk worden ingesteld met parameter p"8.(Fabrieksinstelling 0 = uit).
Sluit de waterdruksensor aan op klemmenWps van de klemmenstrook.0 = Massa of nul van de voedingS = Signaal of uitgang van de sensor+ = VoedingsspanningnAansluiten buitensensor (Tout)Op klemmen Tout van de aansluitconnector kan een buitensensorworden aangesloten (=Accessoire). De ketel zal bij een aan/uitthermostaatregelaar de temperatuur regelen met het setpunt van deinterne stooklijn.Een OpenTherm regelaar kan ook gebruik maken vandeze buitensensor. De gewenste stooklijn moet dan op deregelaar worden ingesteld.Als een buitensensor wordt aangesloten, dan kan de interne stooklijnworden aangepast. De instelling kan gewijzigd worden met behulpvan parameters p1, p"2, p"3 en p"4.nMinimum gasdrukschakelaar (Gps)Een minimum gasdrukschakelaar zorgt ervoor dat de ketel opblokkering gaat bij het bereiken van een te lage gasvoordruk. Dedrukschakelaar moet ingesteld staan op 10 mbar.
4.9 Vullen van de installatieOPGELETTijdens de waterbehandeling is grote oplettendheidvereist. Voor verdergaande informatie verwijzen wij u naaronze publicatie Waterkwaliteitsvoorschrift. Devoorschriften in genoemd document dienen aangehoudente worden. Deze handleiding is onderdeel van alledocumentatie die met de ketel wordt meegeleverd.4.9.1. WaterbehandelingIn veel gevallen kunnen de ketel en CV-installatie gevuld worden metnormaal leidingwater en zal waterbehandeling niet noodzakelijk zijn.WAARSCHUWINGVoeg zonder overleg met uw leverancier geen chemischemiddelen aan het CV-water toe. Bijvoorbeeld: antivries,waterontharders, pH-verhogende of verlagendemiddelen, chemische toevoegmiddelen en/ ofinhibitoren. Deze kunnen leiden tot storingen aan de ketelen beschadiging van de warmtewisselaar.4Spoel de CV-installatie door met minimaal 3 x desysteeminhoud van de CV-installatie.
5 Inbedrijfstelling5.1 BedieningspaneelVoor de bediening van de ketel Gas 610 ECO PRO: Elkemodule heeft zijn eigen bedieningspaneel.¼ Zie de Installatie- en servicehandleiding HMI GAS 310/610ECO PRO, voor uitgebreide bedieningsinformatie. Hierin staatondermeer informatie over het wijzigen en uitlezen van parameters,de betekenis van storingscodes en het wissen van hetstoringsgeheugen.5.1.1. Betekenis van de toetsen1Display2> [Escape] of J toets3D CV-temperatuur of [-] toets4Toets [+]5S [Enter] of d Toetsvergrendeling opheffen6B [Schoorsteenveger] toetsen(deze twee toetsen 2 en 3 tegelijk indrukken)7f [Menu] toetsen(deze twee toetsen 4 en 5 tegelijk indrukken)8Aan/uit schakelaar9Aansluiten PCHet display heeft meerdere posities en symbolen en geeft informatieover de bedrijfssituatie van de ketel en eventuele storingen. Ook kaneen servicemelding in het display verschijnen.
Er kunnen cijfers,punten en/of letters worden weergegeven. De symbolen boven defunctietoetsen geven de huidige functie aan.4De display-weergave kan worden gewijzigd met behulp vanparameter p4.4De helderheid van de displayverlichting kan worden gewijzigd metbehulp van parameter p5.Door parameter p4 op 3 te zetten, wordt de toetsvergrendelingactief. Wanneer 3 minuten niet op een toets is gedrukt, gaat dedisplay-verlichting uit en toont het display alleen de actuelewaterdruk, de toets > en het symbool d.(Waterdruk: Alleen metaangesloten waterdruksensor) Druk circa 2 seconden op de toetsS om het display en de overige toetsen weer te activeren. Hetsymbool d verdwijnt uit het display.T003479-DrpmkWµA± 30l/minbarPsiSt ºCºCºFh21 83 4 5 96 7Gas 310 ECO PRO Gas 610 ECO PRO 5. Inbedrijfstelling050112 - 125468-AB 51
Ketel bedrijfsklaar makenVoor de werkzaamheden aan de ketel Gas 610 ECOPRO: De beschreven eigenschappen en instructies geldenper ketelmodule.WAARSCHUWINGStel de ketel niet in bedrijf als de aangeboden gassoortniet overeenkomt met de toegestane gassoorten.Procedure om de ketel bedrijfsklaar te maken:4Controleer of de geleverde gassoort overeenkomt met degegevens op het typeplaatje van de ketel.4Controleer het gascircuit.4Controleer het hydraulisch circuit.4Controleer de waterdruk van de cv-installatie.4Controleer de aansluiting van de rookgasafvoer en luchttoevoerop dichtheid.5. Inbedrijfstelling Gas 310 ECO PRO Gas 610 ECO PRO52 050112 - 125468-AB
Meet de gasvoordruk via het meetpunt C op de gasleiding.De gasdruk moet voldoen aan de vermelde druk op de typeplaat.WAARSCHUWING¼ Voor de toegestane gassoorten, zie hoofdstuk:"Toestelcategorieën", pagina 12.4. Controleer de afdichting van de gasleiding, inclusief degaskranen.5. Ontlucht de gastoevoerleiding door het meetpunt C los teschroeven. Schroef het meetpunt weer dicht wanneer de leidingvoldoende ontlucht is.5.2.3. Hydraulisch circuit4Controleer de sifon, deze moet geheel gevuld zijn met schoonwater (Tot aan de markeringsstreep).4Controleer de hydraulische afdichting van de koppelingen.5.2.4. Aansluitingen van de lucht-/rookgasleidingen4Controleer de aansluiting van de rookgasafvoer en luchttoevoerop dichtheid.CT003805-BGas 310 ECO PRO Gas 610 ECO PRO 5. Inbedrijfstelling050112 - 125468-AB 53
Het opstartprogramma begint en kan niet onderbroken worden.Tijdens de opstartcyclus, geeft het display de volgende informatie:Een korte test waarbij alle segmenten van het display zichtbaarzijn.fK[xx : Software versiepK[xx : Parameter versieDe versienummers worden afwisselend weergegeven.Door kort te drukken op de toets S wordt de actuele bedrijfstoestandop het display weergegeven:Fout tijdens opstartprocedure:4Op het display verschijnt geen informatie:-Controleer de netspanning-Controleer de hoofdzekeringen-Controleer zekeringen op de besturingsautomaat:(F1 = 2 AT, F2 = 10 AT-Controleer de aansluiting van het netsnoer op de connector inde instrumentenbox-Flatband kabel van het display controleren4Een fout wordt op het display weergegeven met hetstoringssymbool c en een knipperende foutcode:-De betekenis van de storingscodes is terug te vinden in destoringstabel.-Druk 2 seconden op de J toets om de ketel opnieuw testarten.Warmtevraag Warmtevraag gestopt 1 : Ventilator aan 5 : Branderstop" : Ontstekingspoging van de brander 6 : Pompnadraaitijd3 : CV-bedrijf 0 : Stand-byIn STAND-BY toont het display naast 0 normaal de waterdruk (alleenmet aangesloten waterdruksensor) en de symbolen D en H.5.
5.4 Gasinstellingen5.4.1. Aanpassing aan een ander type gasVoor de aanpassing aan een ander type gas voor de ketelGas 610 ECO PRO: De beschreven eigenschappen eninstructies gelden per ketelmodule.WAARSCHUWINGAlleen een erkend installateur mag de volgendehandelingen uitvoeren.De fabrieksinstelling van de ketel is voor werking op deaardgasgroepen G20 en G25.WAARSCHUWINGDe aanpassing van een toestel van een gas uit de tweedefamilie aan een gas uit de derde familie en omgekeerd isniet toegestaan. Het is alleen toegestaan de apparatuuren de instellingen te controleren.Voer voor werking met een andere gassoort de volgende handelingenuit:4Stel het toerental van de ventilator af zoals aangegeven in deparametertabel (indien nodig).
De instelling kan gewijzigd wordenmet behulp van parameters p17 en p18:¼ Zie de Installatie- en servicehandleiding HMI Gas 310/610ECO PRO, voor uitgebreide bedieningsinformatie: Hierin staatondermeer informatie over het wijzigen en uitlezen vanparameters, de betekenis van storingscodes en het wissen vanhet storingsgeheugen.4Controleer de instelling van de gas-/luchtverhouding. Voor meeruitvoerige informatie:¼ Zie het hoofdstuk: "Instelling van de gas-/luchtverhouding(Vollast)", pagina 56¼ Zie het hoofdstuk: "Instelling van de gas-/luchtverhouding(Laaglast)", pagina 57Gas 310 ECO PRO Gas 610 ECO PRO 5. Inbedrijfstelling050112 - 125468-AB 55
5.4.2. Instelling van de gas-/luchtverhouding(Vollast)Voor de controle en/of instellingen van de ketel Gas 610ECO PRO: De beschreven eigenschappen en instructiesgelden per ketelmodule. Zorg dat de andere ketelmoduletijdens deze controle en/of instelling buiten bedrijf is.WAARSCHUWINGHet is uitdrukkelijk verboden werkzaamheden aan hetgasblok uit te voeren. Het is alleen toegestaan deapparatuur en de instellingen te controleren.Meet de gasvoordruk via het meetpunt C op degasleiding. De gasdruk moet voldoen aan de vermeldedruk op de typeplaat.1. Schroef de dop van het rookgas meetpunt los.2. Sluit de rookgasanalysator aan.Dicht de opening rond de meetsensor tijdens de metinggoed af.3. Stel de ketel in op vollast. Druk tegelijk op de twee B toetsen.Het display toont W3. Het symbool B verschijnt.4.
Meet het percentage O2 of CO2 in de rookgassen .De 5 tot en met 9 leden ketels worden geleverd met eenander gasblok dan de 10 leden ketel. Zie tekening voor depositie van de afstelschroef A voor vollast.5. Indien dit percentage niet overeenkomt met de gewenste waarde,corrigeer dan de gas-/luchtverhouding met behulp van deafstelschroef A op het gasblok. Op het gasblok staat aangegevenwelke richting de afstelschroef moet worden gedraaid voor eenhoger of lager gasdebiet.6. Controleer de vlam via het kijkglas.De vlam mag niet afblazen.Controle- en instelwaarden O2/CO2 bij vollast voor G20Gas 310 ECO PRO O 2 (%) CO 2 (%)Alle uitvoeringen 4,3 - 4,8 (1) 9,0 (1) - 9,3(1) Nominale waardeControle- en instelwaarden O2/CO2 bij vollast voor G25Gas 310 ECO PRO O 2 (%) CO 2 (%)Alle uitvoeringen 4,0 - 4,6(1) 9,0(1) - 9,3(1) Nominale waardeT004399-ArpmkWµA± 30l/minbarPsiSt ºCºCºFhT003480-GOAA35.
OPGELETDe CO2 waarden bij vollast moeten hoger zijn dan dewaarden bij laaglast.5.4.3. Instelling van de gas-/luchtverhouding(Laaglast)Voor de controle en/of instellingen van de ketel Gas 610ECO PRO: De beschreven eigenschappen en instructiesgelden per ketelmodule. Zorg dat de andere ketelmoduletijdens deze controle en/of instelling buiten bedrijf is.WAARSCHUWINGHet is uitdrukkelijk verboden werkzaamheden aan hetgasblok uit te voeren. Het is alleen toegestaan deapparatuur en de instellingen te controleren.Meet de gasvoordruk via het meetpunt C op degasleiding. De gasdruk moet voldoen aan de vermeldedruk op de typeplaat.1. Schroef de dop van het rookgas meetpunt los.2. Sluit de rookgasanalysator aan.Dicht de opening rond de meetsensor tijdens de metinggoed af.3. Stel de ketel in op laaglast. Druk tegelijk op de twee B toetsen.Het symbool B verschijnt.
Druk op de toets [-] totdat l3verschijnt.4. Meet het percentage O2 of CO2 in de rookgassen.De 5 tot en met 9 leden ketels worden geleverd met eenander gasblok dan de 10 leden ketel. Zie tekening voor depositie van de afstelschroef B voor laaglast.5. Indien dit percentage niet overeenkomt met de gewenste waarde,corrigeer dan de gas-/luchtverhouding met behulp van deafstelschroef B op het gasblok. Op het gasblok staat aangegevenwelke richting de afstelschroef moet worden gedraaid voor eenhoger of lager gasdebiet.6. Controleer de vlam via het kijkglas.De vlam moet stabiel branden.Controle- en instelwaarden O2/CO2 bij laaglast voor G20Gas 310 ECO PRO O 2 (%) CO 2 (%)Alle uitvoeringen 4,8 (1) - 5,4 8,7 - 9,0(1)(1) Nominale waardeT004391-ArpmkWµA± 30l/minbarPsiSt ºCºCºFhT003481-DB3B2.5Gas 310 ECO PRO Gas 610 ECO PRO 5. Inbedrijfstelling050112 - 125468-AB 57
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Remeha Gas 310 ECO Pro stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Verwarmingsketel Remeha
Handleiding Verwarmingsketel
Nieuwste handleidingen voor Verwarmingsketel