Remeha Calenta CW6 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Remeha Calenta CW6 (100 pagina’s), behorend tot de categorie CV Ketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 42 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Remeha Calenta CW6 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Remeha |
| Categorie: | CV Ketel |
| Model: | Calenta CW6 |
Handleiding Remeha Calenta CW6 – volledige tekst
4. 3 Montage mogelijkheden 20. 4. 3. 1 Typeplaat 20. 4. 3. 2 Plaatsen van de ketel 20. 4. 3. 3 Ventilatie 21. 4. 3. 4 Belangrijkste afmetingen 22. 4. 4 Positionering van de ketel 23. 4. 5 Hydraulische aansluitmogelijkheden. 244. 5. 1 Aansluiten vloerverwarming 24. 4. 5. 2 Aansluiten zonneboiler 24. 4. 5. 3 Geiser-toepassing 25. 4. 6 Wateraansluitingen 25. 4. 6. 1 Doorspoelen van de installatie 25. 4. 6. 2 Aansluiting van het verwarmingscircuit 26. 4. 6. 3 Aansluiting van het tapwatercircuit. 274. 6. 4 Aansluiting van het expansievat. 274. 6. 5 Aansluiting van de condensatie-afvoerleiding 27. 4. 7 Gasaansluiting 28. 4. 8 Aansluitingen van de lucht-/rookgasleidingen 28. 4. 8. 1 Classificatie 28. 4. 8. 2 Uitmondingen 29. 4. 8. 3 Lengte van de lucht-/rookgasleidingen 30. 4. 8. 4 Specifieke lucht-/rookgastoepassingen. 324. 8. 5 Aanvullende richtlijnen 32. 4. 8. 6 Lucht-/rookgasadapter 33. 4.
1 Inleiding1.1 Toegepaste symbolenIn deze handleiding worden verschillende gevarenniveaus gebruiktom aandacht op de bijzondere aanwijzingen te vestigen. Wij doen ditom de veiligheid van de gebruiker te verhogen, problemen tevoorkomen en om de technische bedrijfszekerheid van het apparaatte waarborgen.GEVAARKans op gevaarlijke situaties resulterend in ernstigpersoonlijk letsel.WAARSCHUWINGKans op gevaarlijke situaties resulterend in lichtpersoonlijk letsel.OPGELETKans op materiële schade.Let op, belangrijke informatie.¼ Verwijzing naar andere handleidingen of pagina's in dezehandleiding.1.2 Afkortingen4CLV: Gemeenschappelijk rookgasafvoer voor een gesloten ketel4CV: Centrale verwarming4EPC: Energie prestatie coëfficiënt4SWW: Sanitair warm water4WTW: Warmteterugwinunit1.3 Algemeen1.3.1.
Vanwege de permanente zorg voor de kwaliteit van onze producten,zoeken wij voortdurend naar manieren om deze te verbeteren.Daarom houden wij ons het recht voor de in dit document genoemdespecificaties te wijzigen.In de volgende gevallen zijn wij als fabrikant niet aansprakelijk:4Het niet in acht nemen van de gebruiksinstructies van hetapparaat.4Achterstallig of onvoldoende onderhoud aan het apparaat.4Het niet in acht nemen van de installatieinstructies van hetapparaat.1.3.2. Aansprakelijkheid van de installateurDe installateur is aansprakelijk voor de installatie en de eersteinbedrijfstelling van het apparaat.
De installateur moet de volgendeinstructies in acht nemen:4Lees de instructies van het apparaat in de meegeleverdehandleidingen en neem deze in acht.4Installeer overeenkomstig de geldende wetgeving en normen.4Voer de eerste inbedrijfstelling en alle benodigde controles uit.4Leg de installatie uit aan de gebruiker.4Als onderhoud noodzakelijk is, waarschuw dan de gebruiker voorde controle- en onderhoudsplicht betreffende het apparaat.4Overhandig alle handleidingen aan de gebruiker.1.4 Goedkeuringen1.4.1. CertificeringenCE-identificatienummer PIN 0063BT3444Klasse NOx 5 (EN 297 pr A3, EN 656)Type aansluiting(Rookgasafvoer)B23 , B23P , B33 , C13 , C33 , C43 , C53 , C63 ,C83 , C93Afhankelijk van het toesteltype en de brutowarmtebehoefte voor tapwater volgens NEN 5128, kunnenvoor de bepaling rendementswaarden tot 0,700EPCworden gehanteerd.Calenta 40L 1. Inleiding290411 - 126382-AB 7
nnnnn GaskeurlabelsDe ketel heeft diverse Gaskeurlabels. Deze onafhankelijkeprestatielabels worden door Stichting Energie Prestatiekeurtoegekend aan die gasverbruiksapparaten die voldoen aan specifiekeeisen met betrekking tot een aantal doelmatigheids-,milieutechnische-, en comfortaspecten. De verklaring voor dezelabels is als volgt:De labels zijn niet gewaarborgd bij toepassing van de ketelop G20 of G31. Gaskeur HR 107 (Hoog rendement verwarming)Dit houdt in dat het rendement van de ketel tijdens cv-bedrijf hoger isdan de Gaskeur HR criteria van 107% ten opzichte van Hi. Ditbetekent dat de ketel zuinig is met energie, dus minder energiekostenoplevert en beter is voor het milieu. Gaskeur HRww (Hoog rendement warmwater)Dit houdt in dat de combiketel op een zuinige en efficiënte wijzewarmwater produceert, dus zonder verspilling van energie en water.
Gaskeur CW 6 (Comfort Warmwater)Dit houdt in dat de voldoet bij de bereiding vanCalenta 40Lwarmwater aan toepassingsklasse 6. Met toepassingsklasse 6 is deCalenta 40L geschikt voor:4Tapdebiet van minimaal 7,5 l/min van 60°C. 4Tapdebiet van minimaal 7,5 l/min van 60°C, gelijktijdig met eendouchefunctie van minimaal 3,6 l/min. Tot minimaal 7,5 l/min van60°C (overeenkomend met 6 tot 12,5 l/min van 40°C). 4Binnen 10 minuten vullen van een bad met 150 liter water vangemiddeld 40°C, gelijktijdig met een CW tapdebiet van minimaal7,5 l/min van 60°C. 4Binnen 10 minuten vullen van een bad met 200 liter water vangemiddeld 40°C, zonder gelijktijdigheid met een andere functie. Instellingen waarbij de conform Comfort WarmwaterCalenta 40Lclassificatie presteert:4Starttoerental 4000 tr/min. 4Toerental SWW maximaal 6800 tr/min. 4ECO-stand: Uit.
Gaskeur SV (Schone verbranding)Dit houdt in dat de ketel voldoet aan het NOx-besluit en de Schoneverbrandingseis. De ketel beschikt over een continu geregelde gas-/luchtkoppeling in combinatie met een volledig voorgemengdebrander. De NOx- en CO-emissie is hierdoor zo laag mogelijk.
Gaskeur NZ (Naverwarming Zonneboiler)Dit houdt in dat de combiketel geschikt is als naverwarmer voorzonneboilers. Het label (naverwarming zonneboilers) geldt incombinatie met de zonneboileraansluitset. In verband met mogelijkelegionella-vorming mag de ketel niet worden uitgeschakeld of deSWW temperatuur lager dan 60°C worden ingesteld. T001057-AT001058-AT001056-AT001059-AT001779-BNZ1. Inleiding Calenta 40L8290411 - 126382-AB.
1.4.2. ToestelcategorieënCategorie gas Type gas Aansluitdruk (mbar)II2L3P , I2H G20 (H-gas) 20G25 (L-gas) 25G31 (Propaan) 30/50De fabrieksinstelling van de ketel is voor werking op de aardgasgroepG25 (L-gas).1.4.3. Aanvullende richtlijnenNaast de wettelijke voorschriften en richtlijnen, moeten ook deaanvullende richtlijnen in deze handleiding worden opgevolgd.Voor alle voorschriften en richtlijnen, zoals genoemd in dezehandleiding, geldt dat aanvullingen of latere voorschriften enrichtlijnen op het moment van installeren van toepassing zijn.1.4.4. FabriekstestIedere ketel wordt voor het verlaten van de fabriek optimaal ingestelden getest op:4Elektrische veiligheid4Afstelling (CO2)4Waterdichtheid4Gasdichtheid4ParameterinstellingCalenta 40L 1. Inleiding290411 - 126382-AB 9
2 Veiligheidsinstructies en aanbevelingen2.1 VeiligheidsvoorschriftenGEVAARIndien u gas ruikt:1. Gebruik geen vuur , rook niet, gebruik geenelektrische contacten of schakelaars (bel, verlichting,motor, lift, etc.).2. Sluit de gasaanvoer af.3. Open de ramen.4. Spoor mogelijke lekkages op en dicht deze direct af.5. Zit het lek vóór de gasmeter, waarschuw dan hetgasbedrijf.GEVAARIndien u rookgassen ruikt:1. Schakel het apparaat uit.2. Open de ramen.3.
Spoor mogelijke lekkages op en dicht deze direct af.2.2 AanbevelingenWAARSCHUWING4De installatie en het onderhoud van de ketel moetendoor een erkend installateur worden uitgevoerdvolgens de plaatselijke en nationale regelgeving.4Bij werkzaamheden aan de ketel, de ketel altijdspanningsvrij maken en de hoofdgaskraan sluiten.4Controleer de hele installatie na onderhouds- enservicewerkzaamheden op lekkages.OPGELETDe ketel moet in een vorstvrije ruimte geïnstalleerdworden.Bewaar dit document in de nabijheid van de installatie.ManteldelenManteldelen mogen alleen verwijderd worden voor onderhouds- enservicewerkzaamheden. Plaats na de onderhouds- enservicewerkzaamheden alle manteldelen terug.2. Veiligheidsinstructies en aanbevelingen Calenta 40L10 290411 - 126382-AB
3. 3 Werkingsprincipe3. 3. 1. Gas-/luchtregelingDe ketel is voorzien van een bemanteling die tevens als luchtkastdient. De ventilator zuigt lucht aan; in de venturi, aan de inlaatzijdevan de ventilator, wordt het gas ingespoten. Afhankelijk van deinstellingen, de warmtevraag en de heersende temperaturen dieworden gemeten door de temperatuursensoren, wordt het toerentalvan de ventilator geregeld. Gas en lucht worden in de venturigemengd. De gas- / luchtkoppeling zorgt ervoor dat de hoeveelheidgas en lucht precies op elkaar worden afgestemd. Hierdoor ontstaateen optimale verbranding over het hele belastingbereik. Het gas-/luchtmengsel gaat naar de brander, bovenin de warmtewisselaar. 3. 3. 2. VerbrandingDe brander verwarmt het CV-water dat door de warmtewisselaarstroomt. Als de temperatuur van de rookgassen lager is dan hetcondensatiepunt (ca.
55ºC), condenseert de waterdamp in hetachterste deel van de warmtewisselaar. De warmte die bij ditcondensatieproces vrijkomt (de zogenaamde latente- ofcondensatiewarmte) wordt eveneens aan het CV-waterovergedragen. De afgekoelde rookgassen worden afgevoerd via derookgasafvoerleiding. Het condenswater wordt via een sifonafgevoerd. 3. 3. 3. Verwarming en productie van sanitair warmwaterVia een ingebouwde platenwarmtewisselaar wordt het sanitair waterverwarmd. Een driewegklep bepaalt of verwarmd water naar de cv-installatie stroomt of naar de platenwarmtewisselaar. Eenboilersensor signaleert de warmwater vraag. De sensor geeft eensignaal aan de besturingsautomaat die ervoor zorgt dat dedriewegklep omschakelt naar de warmwaterstand en dat de pompwordt ingeschakeld. De driewegklep is veerbelast, maar verbruiktalleen stroom wanneer deze naar een andere stand loopt.
Het cv-water verwarmt het tapwater in de platenwarmtewisselaar. Ditwater wordt in de boilervaten gepompt zodat er altijd een grotevoorraad sanitair warm water beschikbaar is.
3. 3. 4. BesturingsvoorzieningDe besturing van de ketel, de zogenoemde Comfort Master©©©©©, zorgtvoor een betrouwbare warmtelevering. Dit houdt in dat de ketelpraktisch omgaat met negatieve invloeden uit de omgeving (zoalsgeringe waterdoorstroming en luchttransportproblemen). De ketelgaat bij dergelijke invloeden niet in storing, maar moduleert in eersteinstantie terug en gaat - afhankelijk van de aard van deomstandigheden - eventueel tijdelijk uit bedrijf (blokkering ofregelstop). De ketel zal warmte blijven leveren zolang zich geengevaarlijke situaties voordoen. 3. 3. 5. RegelingDe belasting van de ketel kan op de volgende wijze worden geregeld:4Aan/uit regelingDe belasting tussen de minimale en de maximale waarde varieertop basis van de op de ketel ingestelde aanvoertemperatuur.
4Modulerende regelingDe belasting tussen de minimale en de maximale waarde varieertop basis van de door de modulerende regelaar bepaaldeaanvoertemperatuur. 4Analoge regeling (0-10 V)1Celcia 102qSense3iSenseOp de ketel kan een 2 draads aan / uit-thermostaat, zoals de Celcia10 of een power stealing-thermostaat worden aangesloten. Hetvermogen van de ketel kan via modulerend wordenOpenThermgeregeld met een daarvoor geschikte modulerende regelaar, zoalsde of de. qSense iSense3. 3. 6. WatertemperatuurregelingDe ketel is voorzien van een elektronische temperatuurregeling meteen aanvoer- en een retourtemperatuursensor. Deaanvoertemperatuur is instelbaar tussen 20°C en 90°C. De ketelmoduleert terug als de ingestelde aanvoertemperatuur is bereikt. Deuitschakeltemperatuur is de ingestelde aanvoertemperatuur + 5°C. 3. 3. 7.
Bij een te geringe doorstroming ΔT ≥ 50°C of tegrote stijging van de aanvoertemperatuur, gaat de ketel 10 minutenin blokkeringsmode, code. Wanneer er geen water in de5t[09ketel aanwezig is of als de pomp niet draait, volgt een vergrendeling,code bij ΔT ≥ 70°C. 5v[10T003757-A1 2 3 3. Technische beschrijving Calenta 40L14 290411 - 126382-AB.
3.3.8. MaximaalbeveiligingDe maximaalbeveiliging vergrendelt de ketel bij een te hogewatertemperatuur (110°C), code .e[12¼ Voor meer uitvoerige informatie, zie het hoofdstuk:"Storingscodes", pagina 833.3.9. Blokdiagram1Warmtewisselaar (CV)2Hydroblokken3Platenwarmtewisselaar (SWW)4Aanvoer verwarming5Uitgang sanitair warm water6Ingang sanitair koud water7Retour verwarming8Circulatiepomp (SWW)9Driewegklep10 Circulatiepomp (CV)11 Boilervaten3.3.10. CirculatiepompHRestopvoerhoogte CVQWaterdebietDe ketel is voorzien van een modulerende pomp, die door debesturingsautomaat op basis van ΔT wordt geregeld.De restopvoerhoogtes bij de verschillende vermogens zijn af te lezenuit de grafiek.
4 Technische gegevensKeteltype Calenta 40LAlgemeenCE identificatienummer PIN 0063BT3444Belastingsregeling Instelbaar Modulerend, Aan/Uit, 0 - 10VNominaal vermogen (Pn)CV-bedrijf (80/60 ºC)minimum-maximum kW 6,3 - 34,0Fabrieksinstelling kW 23,3Nominaal vermogen (Pn)CV-bedrijf (50/30 ºC)minimum-maximum kW 7,0 - 35,9Fabrieksinstelling kW 24,5Nominaal vermogen (Pn)SWW-bedrijfminimum-maximum kW 6,3 - 39,7Fabrieksinstelling kW 39,7Nominale belasting (Qn)CV-bedrijf (Hi)minimum-maximum kW 6,5 - 35,1Fabrieksinstelling kW 24,0Nominale belasting (Qn)CV-bedrijf (Hs)minimum-maximum kW 7,2 - 39,0Fabrieksinstelling kW 26,7Nominale belasting (Qnw)SWW-bedrijf (Hi)minimum-maximum kW 6,5 - 38,8Fabrieksinstelling kW 38,8Nominale belasting (Qnw)SWW-bedrijf (Hs)minimum-maximum kW 7,2 - 43,1Fabrieksinstelling kW 43,1Vollast rendement CV (Hi) (80/60 ºC) - % 96,9Vollast rendement CV (Hi) (50/30 ºC) - % 102,2Laaglast rendement CV (Hi)(Retourtemperatuur 60°C) - % 96,3Deellast rendement CV (EN 92/42)(Retourtemperatuur 30°C) - % 108,2Gas- en rookgasgegevensGascategorieën - II2L3P en I2HGasvoordruk G20 (H-gas) minimum-maximum mbar 17 - 30Gasvoordruk G25 (L-gas) minimum-maximum mbar 20 - 30Gasvoordruk G31 (Propaan) minimum-maximum mbar 30 - 50Gasverbruik G20 (H-gas) minimum-maximum m3/h 0,69 - 4,11Gasverbruik G25 (L-gas) minimum-maximum m3/h 0,80 - 4,78Gasverbruik G31 (Propaan) minimum-maximum m3/h 0,27 - 1,59NOx-Jaaremissie (n=1) mg/kWh 42(1) Tijdsduur die vanaf begin tappen benodigd is om ten behoeve van installatieberekeningen een temperatuurverhoging van 40K te verkrijgenaan de tapwateruitlaat van het toestel, gebaseerd op het CW tapdebiet.
(2) De specifieke leidinglengte Ø 10/12 mm is de maximale, ongeïsoleerde lengte, waarbij het toestel in de slechtst denkbare zomersituatiebinnen 30 s warmwater met een blijvende temperatuurverhoging van 35 ºC levert aan het keukentappunt. (3) Zonder frontmantel3. Technische beschrijving Calenta 40L16 290411 - 126382-AB.
Keteltype Calenta 40LRookgashoeveelheid minimum-maximum kg/h 11,1 - 63,9Rookgastemperatuur minimum-maximum °C 30 - 80Maximale tegendruk Pa 160Gegevens centrale-verwarmingscircuitWaterinhoud l 2,4Waterbedrijfsdruk minimum bar 0,8Waterbedrijfsdruk (PMS) maximum bar 3,0Watertemperatuur maximum °C 110Bedrijfstemperatuur maximum °C 90Restopvoerhoogte CV (ΔT = 20K) mbar 295Gegevens sanitairwarmwatercircuitGaskeur CW - 6Specifiek debiet warm water D (60 ºC) l/min 11,1Specifiek debiet warm water D (40 ºC) l/min 23,3Tapwaterzijdig drukverschil mbar 50Tapdrempel minimum l/min 0,0Effectieve toestelwachttijd(1) s 0,0Specifieke leidinglengte(2) m 30,0Jaargebruiksrendement op sanitair tapwater zonder % 78,7 iSenseWaterinhoud l 40,5Werkdruk (Pmw) maximum bar 8Elektrische gegevensVoedingsspanning VAC 230Opgenomen vermogen - Vollast maximum W 177Fabrieksinstelling W 92Opgenomen vermogen - Laaglast maximum W 22Opgenomen vermogen - Stand-by maximum W 4Elektrische beschermingsindex IP X4DOverige gegevensGewicht (leeg) Totaal kg 58Montage(3) kg 53Gemiddeld geluidsniveau op een afstand van 1m van de ketel dB(A) 47(1) Tijdsduur die vanaf begin tappen benodigd is om ten behoeve van installatieberekeningen een temperatuurverhoging van 40K te verkrijgenaan de tapwateruitlaat van het toestel, gebaseerd op het CW tapdebiet.(2) De specifieke leidinglengte Ø 10/12 mm is de maximale, ongeïsoleerde lengte, waarbij het toestel in de slechtst denkbare zomersituatiebinnen 30 s warmwater met een blijvende temperatuurverhoging van 35 ºC levert aan het keukentappunt.(3) Zonder frontmantelCalenta 40L 3.
4 Installatie4.1 InstallatievoorschriftenWAARSCHUWINGDe installatie van het apparaat moet door een erkendinstallateur worden uitgevoerd volgens de plaatselijke ennationale geldende regelgeving.De installatie moet ook voldoen aan:4Deze handleiding en overige van toepassing zijnde documentatie4NEN 1006: Algemene voorschriften voor drinkwaterinstallatiesAVWI4NEN 1010: Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties4NEN 1078: Voorziening voor gas met een werkdruk tot en met500mbar - Prestatie-eisen - Nieuwbouw4NPR 3378: Leidraad bij NEN 10784NEN 1087: Ventilatie van woongebouwen4NPR 1088: Toelichting op NEN 10874NEN 2078: Eisen voor industriële gasinstallaties4NEN 2757: Toevoer van verbrandingslucht en afvoer van rook vanverbrandingstoestellen4NEN 3028: Eisen voor verbrandingsinstallaties4NEN 3215: Binnenriolering in woningen en woongebouwen4NEN 8078: Voorziening voor gas met een werkdruk tot en met500mbar - Prestatie-eisen - Bestaande bouw4Bouwbesluit4Plaatselijk geldende voorschriften van Brandweer, Nutsbedrijvenen Gemeente4Bij toepassing warm sanitairwatervoorziening: WerkbladDrinkwaterinstallaties, VEWIN nr.
AccessoiresAfhankelijk van het type installatie zijn de volgende accessoiresleverbaar:BenamingMontageframeMontageframe aansluitset, bestaande uit afsluitkranen, inlaatcombinatie enmanometerAfstandframe voor leidingloop achter het toestelLeidingset voor leidingen achter het toestel (in combinatie met hetafstandframe)Afdekmantel voor over de aansluitingenPropaan-ombouwkitAan / uit thermostaat Remeha Celcia 10Eenvoudige modulerende regelaar Remeha qSenseUitgebreide, modulerende regelaar Remeha iSenseInbouwset Remeha iSenseBuitentemperatuursensorWanddoorvoer Type C1Rookgasadapter 80/125 mmRookgasadapter 60/100 mmZonneboileraansluitsetBesturingsprint 0-10V (IF-01)Uitgebreide besturingsprint (SCU-S02)Behuizing voor besturingsprintsAansluitset WTW-koppelingReinigingsset voor warmtewisselaar (CV)Reinigingsset voor platenwarmtewisselaar (SWW)ServicekofferCommunicatieset RecomCalenta 40L 4.
Plaatsen van de ketel4 Bepaal aan de hand van de richtlijnen en de benodigdeopstellingsruimte de juiste plaats voor montage van de ketel.4 Houd bij de bepaling van de juiste opstellingsruimte rekening metde toegestane positie van de rookgasafvoer- en / ofluchttoevoeruitmonding.4 Zorg voor voldoende ruimte rond de ketel voor een goedebereikbaarheid en vereenvoudiging van het onderhoud.WAARSCHUWING4 Bevestig de ketel op een stevige wand die hetgewicht van het met water gevulde apparaat en devoorzieningen kan dragen.4 Het is verboden om, zelfs tijdelijk, brandbareproducten en stoffen in de ketel of in de buurt van deketel op te slaan.OPGELET4 De ketel moet in een vorstvrije ruimte geïnstalleerdworden.4 Bij de ketel moet een wandcontactdoos metrandaarde aanwezig zijn.4 Voor de condensafvoer moet er een aansluiting ophet riool in de buurt van de ketel zijn.T001539-BT001898-B600min.1000 500min.
nnnnn BeveiligingsindexBBadkuip of douchebakZZonesOZ Buitenzone indelingDoor de beveiligingsindex IP X4D is installatie in de badkamermogelijk in de zones 2, 3 en in de buitenzone-indeling.4 Sluit in dit geval de 230V voeding als vaste aansluiting aan.4 Sluit in dit geval ook een luchttoevoerleiding aan.OPGELETBij vaste aansluiting van het netsnoer dient altijd voor deketel een dubbelpolige hoofdschakelaar te wordenaangebracht met een contactopening van ten minste 3mm (EN 60335-1).4.3.3. Ventilatie(1) Afstand tussen de voorkant van de ketel en debinnenwand van de kast.(2) Afstand aan beide zijden van de ketel.Wordt de ketel in een gesloten kast geïnstalleerd, dan moeten deaangegeven minimum maten in acht worden genomen.
4.4 Positionering van de ketelDe ketel wordt geleverd met een montage sjabloon.Aan de achterzijde van de mantel bevindt zich een ophangstrip,waarmee de ketel direct aan de ophangbeugel gehangen kanworden.1. Plak de montage sjabloon van de ketel met plakband op de muur.OPGELET4 Controleer met een waterpas of de as van deinstructie horizontaal is.4 Om de ketel en aansluitingen tijdens het ophangente beschermen tegen vervuiling door bouwstof,dienen RGA- en LTV-aansluitpunten te wordenafgedekt. Verwijder deze afdekking pas bij montagevan de betreffende aansluitingen.2. Boor 2 gaten van Ø 10 mm.De extra gaten zijn bedoeld voor het geval dat één vanbeide bevestigingsgaten een goede bevestiging van deplug onmogelijk maakt.3. Plaats de Ø 10 mm pluggen.4. Bevestig de ophangbeugel met de meegeleverde Ø 10 mm boutenaan de muur.5.
4.5 Hydraulische aansluitmogelijkheden4.5.1. Aansluiten vloerverwarming1Ketel2Expansievat3Afsluitkraan4Inregelkraan5Vul- / aftapkraan6Vloerverwarming7RadiatorverwarmingDe ketel kan direct op een vloerverwarmingsinstallatie wordenaangesloten.Bij toepassing van kunststof leidingen (bijvoorbeeld bijvloerverwarming) moet de toegepaste kunststof buiszuurstofdiffusiedicht zijn volgens DIN 4726/4729. In installaties waarde toegepaste kunststof buis niet voldoet aan deze normen, wordtgeadviseerd het ketelcircuit hydraulisch te scheiden van de CV-installatie door een (platen-) wisselaar.De pompinstellingen kunnen worden gewijzigd metparameters en .p"8 p"94.5.2. Aansluiten zonneboiler1Ketel2Voorraadvat3Zonnecollector4Pomp5Inlaatcombinatie6MengventielDe combiketel is geschikt als naverwarmer bij zonneboilers.
4.5.3. Geiser-toepassing1Ketel2Vul- / aftapkraan3ExpansievatDe combiketel is ook geschikt voor alleen warmwaterbedrijf. De ketelkan dan als geiser functioneren. Hiertoe dient de CV-functieuitgeschakeld te worden met behulp van parameter .p3De aanvoer en retour aansluitingen van het toestel dienendoorverbonden te worden.4.6 Wateraansluitingen4.6.1.
Doorspoelen van de installatiennnnn Plaatsing van de ketel op een nieuwe installatie(installatie van minder dan 6 maanden)4 Reinig de installatie met een universeel reinigingsmiddel om hetafval uit de installatie te verwijderen (koper, vlasdraad,soldeersel).4 Spoel de installatie goed door totdat het water helder is en geenvuildeeltjes meer bevat.nnnnn Plaatsing van de ketel op een bestaande installatie4 Verwijder slijk uit de installatie met een reinigingsmiddel.4 Spoel de installatie door.4 Reinig de installatie met een universeel reinigingsmiddel om hetafval uit de installatie te verwijderen (koper, vlasdraad,soldeersel).4 Spoel de installatie goed door totdat het water helder is en geenvuildeeltjes meer bevat.T001536-B12 3Calenta 40L 4. Installatie290411 - 126382-AB 25
4.6.2. Aansluiting van het verwarmingscircuit1. Verwijder de stofdop op de aansluiting aanvoer cv { onder aande ketel.2. Monteer de uitgaande leiding voor cv-water op de aansluitingaanvoer cv.3. Monteer voor het vullen en het aftappen van de ketel een vul- enaftapkraan in de installatie.4. Verwijder de stofdop op de aansluiting retour cv z onder aan deketel.5.
Monteer de ingaande leiding voor cv-water op de aansluitingretour cv.4 Een veiligheidsventiel zit standaard in de ketel op hetlinker hydroblok gemonteerd.4 Voor het uitvoeren van servicewerkzaamheden is hetraadzaam om zowel in de aanvoer cv-leiding als deretour cv-leiding een serviceafsluiter te monteren.OPGELET4 De cv-leidingen moeten volgens de geldendevoorschriften worden aangesloten.4 Plaats, bij montage van serviceafsluiters, een vul- enaftapkraan en het expansievat tussen de afsluiter ende ketel.¼ Bij toepassing van thermostaatkranen, zie hoofdstuk:"Aansluiting van het expansievat", pagina 27T001573-CT001570-BT001633-B4. Installatie Calenta 40L26 290411 - 126382-AB
4.6.3. Aansluiting van het tapwatercircuit1. Verwijder de stofdop op de aansluiting sanitair koud water xonder aan de ketel.2. Verwijder de stofdop op de aansluiting sanitair warm water yonder aan de ketel.3. Monteer de ingaande leiding voor koud water op de aansluitingsanitair koud water. Monteer in deze leiding direct onder de keteleen KIWA gekeurde inlaatcombinatie.4. Plaats een afvoer naar het riool voor het expansiewater onder deinlaatcombinatie.5. Monteer de uitgaande leiding voor sanitair warm water op deaansluiting sanitair warm.OPGELET4 De sanitaire waterleidingen moeten volgens degeldende voorschriften worden aangesloten.4 Volg bij gebruik van kunststof leidingen de (aansluit)aanwijzingen van de fabrikant op.4.6.4.
Aansluiting van het expansievatMonteer het expansievat op de retour cv-leiding .zBij een combiketel in een installatie waarbij de aanvoergeheel van de retour kan worden afgesloten (bijvoorbeeldbij toepassing van thermostaatkranen), dient of een by-pass leiding gemonteerd te worden of het expansievat inde aanvoer CV-leiding geplaatst te worden.4.6.5. Aansluiting van de condensatie-afvoerleiding1. Monteer een kunststof afvoerpijp Ø 32 mm of groter, uitkomendop het riool.2. Steek hierin de slang van de collectieve afvoer voor sifon j enveiligheidsventiel ê.3.
Monteer een stankafsluiter of sifon in de afvoerpijp.OPGELETMaak geen vaste verbinding in verband metservicewerkzaamheden aan de sifon.4 De condensafvoer mag niet worden afgedicht.4 Afschot afvoerpijp minimaal 30 mm per meter,maximale horizontale lengte 5 meter.4 Het lozen van condenswater op een dakgoot is niettoegestaan.4 De condensafvoerleiding moet volgens de geldendevoorschriften worden aangesloten.T001572-BT001571-CCalenta 40L 4. Installatie290411 - 126382-AB 27
4.7 Gasaansluiting1. Verwijder de stofdop op de gasaansluiting onder aanGAS/GAZde ketel.2. Monteer de gasaanvoerleiding.3. Monteer in deze leiding direct onder de ketel een gasafsluitkraan.4. Monteer de gasleiding op de gasafsluitkraan.WAARSCHUWING4Sluit de hoofdgaskraan alvorens met dewerkzaamheden aan de gasleidingen te beginnen.4Controleer voor montage of de gasmeter voldoendecapaciteit heeft. Houd daarbij rekening met hetverbruik van alle huishoudelijke apparaten.4Waarschuw het plaatselijke energiebedrijf als degasmeter te weinig capaciteit heeft.OPGELET4Zorg dat er geen vuil in de gasleiding zit.
Blaas voormontage de leiding door of klop deze goed uit.4Installeer in de gasleiding bij voorkeur een gasfilterom vervuiling van het gasblok te voorkomen.4De gasleiding moet volgens de geldendevoorschriften worden aangesloten.4.8 Aansluitingen van de lucht-/rookgasleidingen¼ De ketel is geschikt voor de volgende typesrookgasaansluitingen. Zie hoofdstuk: "Certificeringen",pagina 74.8.1.
ClassificatieIn de tabel is deze indeling volgens nader gespecificeerd.[Type Uitvoering BeschrijvingB23B23P(1)Open 4Zonder trekonderbreker.4Rookgasafvoer bovendaks.4Lucht uit de opstellingsruimte.B33 Open 4Zonder trekonderbreker.4Gemeenschappelijke rookgasafvoer bovendaks.4Rookgasafvoer luchtomspoeld, lucht uit de opstellingsruimte (speciale constructie).C13 Gesloten 4Uitmonding in de gevel.4Instroomopening voor de luchttoevoer ligt in hetzelfde drukgebied als de uitmonding(Bijvoorbeeld een gecombineerde geveldoorvoer).(1) Ook drukklasse P1(2) EN483: 0,5 mbar Zuiging door onderdruk(3) Er kan 4 mbar onderdruk optreden(4) Zie tabel voor minimale afmeting schacht of kokerT001575-B4. Installatie Calenta 40L28 290411 - 126382-AB
Type Uitvoering BeschrijvingC33 Gesloten 4 Rookgasafvoer bovendaks. 4 Instroomopening voor de luchttoevoer ligt in hetzelfde drukgebied als de uitmonding(Bijvoorbeeld een concentrische dakdoorvoer). C43 (2) Gesloten/Cascade 4 Gemeenschappelijk luchttoevoer- en rookgasafvoerkanaal (CLV):- Concentrisch. - Excentrisch; Luchttoevoer uit de schacht. 4 Overdruk cascades vallen hier ook onder. C53 Gesloten 4 Gesloten toestel. 4 Separaat luchttoevoerkanaal. 4 Separaat rookgasafvoerkanaal. 4 Uitmondend in verschillende drukvlakken. C63 Gesloten 4 Dit type toestel wordt door de fabrikant zonder toe- en afvoersysteem geleverd. C83 (3) Gesloten 4 Toestel kan worden aangesloten op een zogenaamd half CLV systeem (gemeenschappelijkerookgasafvoer). C93 (4) Gesloten 4 Luchttoevoer- en rookgasafvoerkanaal in schacht of omkokerd:- Concentrisch. - Excentrisch; Luchttoevoer uit de schacht.
UitmondingenOver het algemeen kan gebruik worden gemaakt van standaard dak-en geveldoorvoersets. Pas bij een geveldoorvoer direct boven deketel, de Remeha geveldoorvoerset toe. Deze is als accessoireleverbaar.
Voor type C1, C3 en C5 rookgasafvoer moet de M&G Skyline /Mugro 3000 Coxstand E HR of worden gebruikt. Voor type C6rookgasafvoer moet het afvoermateriaal voldoen aan Gastec QA en/of voorzien zijn van een CE-markering. De uitmonding van de rookgasafvoer moet voldoen aan EN 1856-1. De rookgasafvoerconstructie moet berekend zijn volgens EN 13384(deel 1 & 2). Calenta 40L 4. Installatie290411 - 126382-AB 29.
Bij een open rookgasafvoer bovendaks, moet deuitmonding altijd voorzien zijn van een RVSboldraadrooster.4.8.3. Lengte van de lucht-/rookgasleidingen4 Voor het bepalen van de uiteindelijke maximalelengte, moet de leidinglengte ingekort wordenvolgens de reductietabel.4 De ketel is ook geschikt voor langereschoorsteenlengten en andere diameters dan in detabel aangegeven. Neem contact met ons op voormeer informatie.nnnnn Open uitvoering (B23, B23P, B33)Bij een open uitvoering blijft de luchttoevoeropening open; alleen derookgasafvoeropening wordt aangesloten. De ketel krijgt dan debenodigde verbrandingslucht direct uit de opstellingsruimte.
Bijgebruik van luchttoevoer- en rookgasafvoerleidingen met anderediameters dan 80 mm, moeten verloopstukken worden toegepast.OPGELET4 De luchttoevoeropening moet geopend blijven.4 De opstellingsruimte moet voorzien zijn van denoodzakelijke luchttoevoeropeningen. Deze mogenniet worden verkleind of afgesloten.Schoorsteenlengte voor open uitvoeringSituatie DiameterMaximalelengte ( )LCalenta 40LVrije uitmonding in gebied I60 mm 10 m70 mm 19 m80 mm 40 m90 mm 40 mNiet vrije uitmonding in gebied III Land (ΔPstatisch = + 25 Pa)60 mm 9 m70 mm 16 m80 mm 39 m90 mm 40 mNiet vrije uitmonding in gebied III Kust (ΔPstatisch = + 40 Pa)60 mm 8 m70 mm 14 m80 mm 35 m90 mm 40 mT000765-BL4. Installatie Calenta 40L30 290411 - 126382-AB
nnnnn Gesloten uitvoering (C13, C33, C43, C63, C93)Bij een gesloten uitvoering wordt zowel de rookgasafvoer- als deluchttoevoeropening (parallel) aangesloten. Bij gebruik vanluchttoevoer- en rookgasafvoerleidingen met andere diameters dan80 mm, moeten verloopstukken worden toegepast.Schoorsteenlengte voor gesloten uitvoeringSituatie DiameterMaximale lengte( )LCalenta 40LVrije uitmonding in gebied I of Niet vrijeuitmonding in gebied III60-60 mm -70-70 mm 8 m80-80 mm 19 m90-90 mm 20 mnnnnn Aansluiting in verschillende drukzones (C53, C83)Verbrandingsluchttoevoer en rookgasafvoer is mogelijk inverschillende drukgebieden, en halve CLV systemen. Metuitzondering van het kustgebied.
4.8.4. Specifieke lucht-/rookgastoepassingenIndien de ketel is aangepast voor bijvoorbeeld:4 Hogedruksysteem 4 WTW-koppeling4 CLV-overdrukDan moet dit vermeld worden op de meegeleverdesticker: Dit CV-toestel is ingesteld voor .... Deze stickermoet bovenop de ketel naast de typeplaat geplakt worden.4 Neem contact met ons op voor meer informatie.nnnnn Hogedruksysteem Voor de ketel zijn, speciaal voor renovatiesituaties waar hetbestaande rookgasafvoerkanaal niet geschikt is voor condenserenderookgassen, rookgasafvoerslangen van kleinere diameters in dehandel verkrijgbaar. Bij deze toepassing van de ketel dient onderandere een aantal ketelinstellingen gewijzigd te worden.In het Praktijkboek rookgasafvoersystemen staatCalentadit uitgebreid beschreven.nnnnn WTW-koppelingDe ketel is voorbereid voor koppeling met een WTW-unit van het merkItho HRU.
Bij deze toepassing van de ketel dient onder andere eenaantal ketelinstellingen gewijzigd te worden. In de specialeaansluitset (accessoire) staat dit uitgebreid beschreven.De WTW-koppeling is alleen toegestaan in combinatie metde WTW aansluitset.nnnnn CLV-overdrukDe ketel kan, onder bepaalde voorwaarden, toegepast worden in eenCLV-overdruksysteem. Bij deze toepassing van de ketel dient onderandere een aantal ketelinstellingen gewijzigd te worden. De instellingkan gewijzigd worden met behulp van parameters enp19p"0.¼ Zie hoofdstuk: "Instellingen wijzigen", pagina 614.8.5. Aanvullende richtlijnen4 Directe aansluiting van de rookgasafvoer op bouwkundigekanalen is niet toegestaan in verband met condensatie.4 Als voeringkanalen worden toegepast, moeten deze bestaan uiteen luchtdichte, dikwandige starre aluminium of roestvaststalenconstructie.
4 Schachten altijd grondig reinigen bij toepassing vanvoeringspijpen en/of luchttoevoeraansluiting.4 Inspectie van het voeringkanaal moet mogelijk zijn.4 Wanneer er in de rookgasafvoerleiding condens uit een kunststofof roestvaststalen leidingdeel terug kan stromen naar eenaluminium deel, dan dient dit condens via een opvanginrichtingafgevoerd te worden, voordat het het aluminium bereikt(overeenkomstig NPR 3378).4 Bij aluminium rookgasafvoerleidingen van grotere lengte dient deeerste tijd rekening gehouden te worden met relatief grotehoeveelheden corrosieproducten die samen met het condens uitde afvoerleidingen terugstromen.
Regelmatig toestelsifon reinigenof extra condensopvang boven het toestel plaatsen.4 Zorg voor voldoende afschot van de rookgasafvoerleiding richtingde ketel (minimaal 50 mm per meter) en aan voldoendecondensopvang en afvoer (minimaal 1 m voor de uitmonding vande ketel). De toegepaste bochten moeten groter zijn dan 90° omafschot en een goede afdichting op de lippenringen tewaarborgen.Neem contact met ons op voor meer informatie.4.8.6. Lucht-/rookgasadapterDe ketel heeft standaard een tweepijps-aansluiting. Tijdens installatiekan worden gekozen voor een open of gesloten uitvoering.Desgewenst kan de rookgasafvoer- / luchttoevoeradapter 180ºgedraaid worden. De luchttoevoer bevindt zich dan links van derookgasafvoer, in plaats van rechts.T001972-ACalenta 40L 4. Installatie290411 - 126382-AB 33
4.9 Elektrische aansluitingen4.9.1. BesturingsautomaatDe ketel is niet fasegevoelig. De ketel is geheel voorbedraad. Alleexterne aansluitingen kunnen op de aansluitconnector(laagspanning) worden uitgevoerd. In de tabel zijn de belangrijksteeigenschappen van de besturingsautomaat opgesomd.Voedingsspanning 230 VAC/50HzHoofdzekeringwaarde F1 (230 VAC) 6.3 ATZekeringwaarde F2 (230 VAC) 2 ATDC-ventilator 27 VDCOPGELETDe volgende componenten van de ketel staan onder eenspanning van 230V:4 Elektrische aansluiting circulatiepomp (CV).4 Elektrische aansluiting circulatiepomp (SWW).4 Elektrische aansluiting gascombinatieblok.4 Elektrische aansluiting driewegklep.4 Meeste delen op de besturingsautomaat.4 Ontstekingstrafo.4 Voedingskabelaansluiting.De ketel is voorzien van stekker met randaarde (snoerlengte 1,5 m)en geschikt voor een 230VAC/50Hz voeding met fase/nul/aardesysteem.
Het netsnoer is aangesloten op de connector . EenX1reservezekering zit in de behuizing van de besturingsautomaat.OPGELET4 Wanneer de voedingskabel vervangen moet worden,dient deze bij besteld te worden.Remeha4 De stekker van de ketel moet altijd bereikbaar zijn.De ketel heeft meerdere besturings-, beveiligings- enregelingsaansluitmogelijkheden. De standaard besturingsprint(PCU) kan onder meer worden uitgebreid met:4 De 0-10V besturingsprint (accessoire IF-01). Deze wordtgeplaatst achter de linker afdekplaat van het paneel.4 De uitgebreide besturingsprint (accessoire SCU-S02). Deze wordtgeplaatst in een behuizing (accessoire).¼ Voor de optionele besturingsprints, zie hoofdstuk: "Optioneleelektrische aansluitingen", pagina 41Calenta 40L 4. Installatie290411 - 126382-AB 35
4.9.2. AanbevelingenWAARSCHUWING4 De elektrische aansluitingen moeten altijdspanningsloos worden uitgevoerd en alleen doorerkende installateurs.4 De ketel is volledig voorbedraad. De interneaansluitingen van het bedieningspaneel nietwijzigen.4 Voer een aarding uit alvorens de elektriciteit aan tesluiten.Voer de elektrische aansluitingen van de ketel uit volgens:4 De voorschriften van de geldende normen.4 De aanwijzingen van de met de ketel meegeleverde elektrischeschema's.4 De aanbevelingen in de handleiding.OPGELETScheid de sensorkabels van de 230V kabels.4. Installatie Calenta 40L36 290411 - 126382-AB
Tevens is de ketelgeschikt voor .OpenTherm Smart Power4 Monteer de regelaar in een referentieruimte (over het algemeende woonkamer).4 Sluit de twee-aderige kabel aan op de klemmen vanOn/off-OTde aansluitconnector.Als de tapwatertemperatuur op de regelaarOpenThermingesteld kan worden, dan levert de ketel dezetemperatuur, met als maximum de ingestelde waarde in deketel.nnnnn Aansluiten aan/uit thermostaat Tk Aan/uit kamerthermostaatDe ketel is geschikt voor het aansluiten van een 2 draads aan/uitkamerthermostaat.4 Monteer de regelaar in een referentieruimte (over het algemeende woonkamer).4 Sluit de 2 draads 24V kamerthermostaat aan op de klemmen On/off-OT van de aansluitconnector.4 Sluit de power stealing thermostaat aan op de klemmen On/off-OT van de aansluitconnector.Als een kamerthermostaat met een anticipatie-elementwordt gebruikt moet dit worden omgezet met behulp vanparameter .p5T000776-DOn/offOT BL RL Tout TdhwOTOn/offTou tTdhwBL RLOTT001590-BTkOTOn/offTou tTdhwBL RLOn/offOT BL RL Tout Tdhw4.
4.9.5. Aansluiten buitensensor Ba BuitensensorOp klemmen van de aansluitconnector kan een buitensensorToutworden aangesloten. De ketel zal bij een aan/uit thermostaatregelaarde temperatuur regelen met het setpunt van de interne stooklijn.Een OpenTherm regelaar kan ook gebruik maken vandeze buitensensor. De gewenste stooklijn moet dan op deregelaar worden ingesteld.nnnnn Instelling stooklijnAls een buitensensor wordt aangesloten, dan kan de interne stooklijnworden aangepast. De instelling kan gewijzigd worden met behulpvan parameters , , en .p1 p"5 p"6 p"74.9.6. Aansluiten vorstbeveiligingnnnnn Vorstbeveiliging in combinatie met aan/uit thermostaatIndien er een aan/uit thermostaat wordt toegepast, wordt hetaangeraden om de vorstgevaarlijke ruimte te beveiligen tegen vorstin combinatie met een vorstthermostaat.
De radiatorkraan in devorstgevoelige ruimte moet wel opengedraaid zijn.4 Plaats in vorstgevaarlijke ruimten (bijvoorbeeld garage) bijvoorkeur een vorstthermostaat ( ).Tv4 Sluit de vorstthermostaat parallel aan een aan/uitkamerthermostaat ( ) aan op de klemmen van deTk On/off-OTaansluitconnector.Bij toepassing van een thermostaat kan erOpenThermgeen vorstthermostaat parallel op de klemmen On/off-OT aangesloten worden. Realiseer dan de vorstbeveiligingvan de CV-installatie in combinatie met een buitensensor.T001591-BBaOTOn/offTout TdhwBL RLOn/offOT BL RL Tout TdhwR000038-A0 10 20-20 -101030705090FT000778-COn/offOT RLBL Tout TdhwTk TvCalenta 40L 4. Installatie290411 - 126382-AB 39
nnnnn Vorstbeveiliging in combinatie met een buitensensorDe CV-installatie kan ook worden beveiligd tegen vorst in combinatiemet een buitensensor. De radiatorkraan in de vorstgevoelige ruimtemoet wel opengedraaid zijn. Sluit de buitensensor aan op deklemmen van de aansluitconnector.ToutMet een buitensensor werkt de vorstbeveiliging als volgt:4 Bij een buitentemperatuur lager dan -10°C (in te stellen metparameter ): de circulatiepomp schakelt in.p304 Bij een buitentemperatuur hoger dan -10°C (in te stellen metparameter ): de circulatiepomp draait na en schakelt danp30uit.4.9.7. Aansluiten PC/LaptopOp de telefoonconnector kan met behulp van de optionele Recominterface een PC of Laptop worden aangesloten. Samen met deRecom PC/Laptop service software kunt u diverse ketelinstellingeninlezen, veranderen en uitlezen.4.9.8. Blokkerende ingangDe ketel is voorzien van een blokkerende ingang.
Deze ingang isuitgevoerd op de klemmen van de aansluitconnector.BLOPGELETAlleen geschikt voor potentiaal vrije contacten.Bij gebruik van de ingang dient eerst de brug verwijderd tewordenHet gedrag van de ingang kan gewijzigd worden met behulp vanparameter .p36¼ Zie hoofdstuk: "Beschrijving van de parameters", pagina61T000442-AOTOn/offBL RLX13T001917-BOn/offOT RLBL Tout Tdhw4. Installatie Calenta 40L40 290411 - 126382-AB
4.9.9. Vrijgave ingangDe ketel is voorzien van een vrijgave ingang. Deze ingang isuitgevoerd op de klemmen van de aansluitconnector.RLOPGELETAlleen geschikt voor potentiaal vrije contacten.Het gedrag van de ingang kan gewijzigd worden met behulp vanparameter .p37¼ Zie hoofdstuk: "Beschrijving van de parameters", pagina614.10 Optionele elektrische aansluitingen4.10.1. Aansluitmogelijkheden van de 0-10 Vbesturingsprint (IF-01)De IF-01 besturingsprint kan in de instrumentenbox of in de behuizingvoor de besturingsprints worden ingebouwd.
Zie de bij het productmeegeleverde instructies.OPGELETSluit geen vorstthermostaat of kamerthermostaat aan opde ketel bij toepassing van de 0-10 V besturingsprint.nnnnn Aansluiting Status (Nc)Als de ketel vergrendelt, dan valt een relais af en kan de alarmeringvia een potentiaalvrij contact (maximaal 230 V, 1A) op de klemmenNc C en van de aansluitconnector doorgemeld worden.nnnnn Aansluiting (OTm)De interface communiceert met de ketelsturing door middel vanOpenTherm OTm. Hiervoor dient de aansluiting te wordenverbonden met de ingang van de ketelsturing.OpenTherm OTnnnnn Analoge ingang (0-10 V)Bij deze regeling kan worden gekozen voor het regelen optemperatuur of op vermogen. Hieronder worden beide regelingen korttoegelicht.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Remeha Calenta CW6 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding CV Ketel Remeha
Handleiding CV Ketel
Nieuwste handleidingen voor CV Ketel