Remeha Calenta 40c Handleiding

Remeha CV Ketel Calenta 40c

Bekijk gratis de handleiding van Remeha Calenta 40c (104 pagina’s), behorend tot de categorie CV Ketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 1252 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Remeha Calenta 40c of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag


Beoordeel deze handleiding

4.8/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Remeha
Categorie: CV Ketel
Model: Calenta 40c

Foutcodes Remeha Calenta 40c

Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.

Code Betekenis Oplossing
5v[0 Parameterfout 1. Stel parameters df en dV opnieuw in 2. Herstel parameters met Recom
5v[1 Maximale aanvoertemperatuur overschreden 1. Controleer doorstroming (richting, pomp, kleppen) 2. Controleer reden van warmtevraag
5v[10 Blokkerende ingang is actief 1. Neem externe oorzaak weg 2. Controleer parameters 3. Controleer bedrading
5v[11 Blokkerende ingang of vorstbeveiliging is actief 1. Neem externe oorzaak weg 2. Controleer parameters 3. Controleer bedrading
5v[13 Communicatiefout met de SCU print 1. Controleer bedrading BUS verbinding 2. Controleer of SCU print aanwezig is in ketel 3. Voer automatische detectie uit
5v[14 Waterdruk te laag 1. Controleer waterdruk 2. Vul de ketel en installatie met water
5v[2 Maximale stijging van de aanvoertemperatuur is overschreden 1. Controleer doorstroming (richting, pomp, kleppen) 2. Controleer werking van sensoren 3. Verifieer goede montage sensoren 4. Controleer warmtewisselaar op vervuiling 5. Controleer waterdruk
5v[7 Maximaal verschil tussen aanvoer- en retourtemperatuur overschreden 1. Controleer doorstroming (richting, pomp, kleppen) 2. Controleer werking van sensoren 3. Verifieer goede montage sensoren 4. Controleer warmtewisselaar op vervuiling
5v[8 Geen vrijgavesignaal 1. Controleer parameters 2. Controleer bedrading
5v[9 Fase en nul van netspanning omgewisseld 1. Omwissel fase en nul 2. Zet parameter p43 op 0 indien zwevend net of 2 fasen net
e[00 Parameter storage unit PSU niet gevonden 1. Controleer de bedrading van de PSU unit 2. Verifieer de verbindingen zijn correct aangemaakt 3. Indien probleem aanhoudt, vervang de PSU unit
e[01 Veiligheidsparameters niet in orde 1. Controleer de bedrading 2. Controleer de verbindingen van de PSU 3. Vervang de PSU indien nodig
e[02 Aanvoer temperatuursensor kortgesloten 1. Controleer de bedrading van de sensor 2. Verifieer dat de sensor goed gemonteerd is 3. Controleer de werking van de sensor 4. Vervang de sensor indien nodig
e[03 Aanvoer temperatuursensor open 1. Controleer de bedrading van de sensor 2. Verifieer dat de sensor goed gemonteerd is 3. Controleer de werking van de sensor 4. Vervang de sensor indien nodig
e[04 Temperatuur warmtewisselaar te laag 1. Controleer de bedrading 2. Controleer doorstroming (richting, pomp, kleppen) 3. Ontlucht de CV-installatie 4. Controleer de sensor op goede werking en montage 5. Vervang sensor indien nodig
e[05 Temperatuur warmtewisselaar te hoog 1. Controleer de waterdruk 2. Controleer de werking van de sensoren 3. Verifieer dat de sensor goed gemonteerd is 4. Controleer de warmtewisselaar op vervuiling 5. Controleer of parameter p35 juist is ingesteld
e[06 Retour temperatuursensor kortgesloten 1. Controleer de bedrading van de sensor 2. Verifieer dat de sensor goed gemonteerd is 3. Controleer de werking van de sensor 4. Vervang de sensor indien nodig
e[07 Retour temperatuursensor open 1. Controleer de bedrading van de sensor 2. Verifieer dat de sensor goed gemonteerd is 3. Controleer de werking van de sensor 4. Vervang de sensor indien nodig
e[08 Retour temperatuur te laag 1. Controleer de bedrading 2. Controleer doorstroming (richting, pomp, kleppen) 3. Ontlucht de CV-installatie 4. Controleer de sensor op goede werking en montage 5. Vervang sensor indien nodig
e[09 Retour temperatuur te hoog 1. Controleer de waterdruk 2. Controleer de werking van de sensoren 3. Verifieer dat de sensor goed gemonteerd is 4. Controleer de warmtewisselaar op vervuiling 5. Controleer of parameter p35 juist is ingesteld
e[10 Te veel verschil tussen aanvoer- en retourtemperatuur 1. Controleer doorstroming (richting, pomp, kleppen) 2. Controleer de waterdruk 3. Controleer de werking van de sensoren 4. Verifieer dat de sensoren goed gemonteerd zijn 5. Controleer de warmtewisselaar op vervuiling 6. Controleer de goede werking van de verwarmingspomp 7. Controleer of parameter p35 juist is ingesteld
e[11 Te veel verschil tussen aanvoer- en retourtemperatuur 1. Controleer doorstroming (richting, pomp, kleppen) 2. Controleer de waterdruk 3. Controleer de werking van de sensoren 4. Verifieer dat de sensoren goed gemonteerd zijn 5. Controleer de warmtewisselaar op vervuiling 6. Controleer de goede werking van de verwarmingspomp 7. Controleer of parameter p35 juist is ingesteld
e[12 Temperatuur warmtewisselaar boven normaal bereik (maximaalthermostat STB) 1. Controleer bekabeling ontstekingstrafo 2. Controleer doorstroming (richting, pomp, kleppen) 3. Controleer de waterdruk 4. Controleer de werking van de sensoren 5. Verifieer dat de sensor goed gemonteerd is 6. Controleer de warmtewisselaar op vervuiling 7. Controleer of parameter p35 juist is ingesteld
e[14 5 mislukte branderstarts 1. Controleer bekabeling ontstekingstrafo 2. Controleer ionisatie-/ontstekingselektrode 3. Controleer doorslag naar massa/aarde 4. Controleer aarding 5. Controleer conditie van het branderdek 6. Ontlucht de gasleiding 7. Controleer of gaskraan goed geopend is 8. Controleer gasaanvoerdruk 9. Controleer correcte werking en afstelling gasblok 10. Controleer luchttoevoer en rookgasafvoer op verstoppingen
e[16 Vals vlamsignaal 1. Controleer ionisatie-/ontstekingselektrode 2. Controleer aarding 3. Controleer bekabeling ionisatie-/ontstekingselektrode 4. Controleer en vervang indien nodig gasklep 5. Vervang ontstekingstrafo indien defect 6. Stel CO2 af 7. Controleer bedrading
e[17 Gasklep storing SU print 1. Controleer de bedrading 2. Controleer SU print en vervang indien nodig
e[34 Ventilator storing 1. Controleer bedrading van ventilator 2. Controleer goede trek ter hoogte van aansluiting op schoorsteen 3. Vervang ventilator indien nodig
e[35 Aanvoer en retour verwisseld 1. Controleer bedrading 2. Vervang sensor indien nodig 3. Controleer werking van sensoren 4. Verifieer goede montage sensoren 5. Controleer doorstroming (richting, pomp, kleppen) 6. Controleer doorstroomrichting 7. Ontlucht gasleiding 8. Controleer of gaskraan goed geopend is 9. Controleer gasaanvoerdruk
e[36 5x Vlamverlies gasblok 1. Controleer ionisatiestroom 2. Controleer correcte werking en afstelling gasblok 3. Controleer luchttoevoer en rookgasafvoer op verstopping 4. Controleer op rookgasrecirculatie
e[37 Communicatiefout met de SU print 1. Controleer bedrading 2. Verifieer dat SU print juist in de connector op PCU print is geplaatst
e[38 Communicatiefout met de SCU print 1. Controleer de bedrading 2. Vervang SCU print indien nodig
e[39 Blokkerende ingang in vergrendelende mode 1. Neem externe oorzaak weg 2. Controleer parameters 3. Controleer bedrading
e[40 HRU/WTW unit testfout 1. Neem externe oorzaak weg 2. Controleer parameters

Handleiding Remeha Calenta 40c – volledige tekst

4. 4 Ophangen montageframe. 224. 5 Positionering van de ketel. 224. 6 Hydraulische aansluitmogelijkheden. 234. 6. 1 Aansluiten vloerverwarming. 234. 6. 2 Aansluiten zonneboiler. 244. 6. 3 Aansluiten indirect gestookte boiler. 244. 6. 4 Geiser-toepassing. 254. 6. 5 Solo-toepassing. 254. 7 Wateraansluitingen. 254. 7. 1 Doorspoelen van de installatie. 254. 7. 2 Aansluiten van het verwarmingscircuit. 264. 7. 3 Aansluiten van het tapwatercircuit. 264. 7. 4 Aansluiten van het expansievat. 274. 7. 5 Aansluiten van de condensatie-afvoerleiding. 284. 8 Gasaansluiting. 284. 9 Aansluitingen van deschoorsteenaccessoires. 294. 9. 1 Classificatie. 294. 9. 2 Lengte van de lucht-/rookgasleidingen. 304. 9. 3 Aanvullende richtlijnen. 314. 10 Elektrische aansluitingen. 324. 10. 1 Besturingsautomaat. 324. 10. 2 Aanbevelingen. 334. 10. 3 Standaard besturingsprint. 344. 10. 4 Aansluiten kamerthermostaat. 354.

1 Inleiding1.1 Toegepaste symbolenIn deze handleiding worden verschillende gevarenniveaus gebruiktom aandacht op de bijzondere aanwijzingen te vestigen. Wij doen ditom de veiligheid van de gebruiker te verhogen, problemen tevoorkomen en om de technische bedrijfszekerheid van het apparaatte waarborgen.GEVAARKans op gevaarlijke situaties resulterend in ernstigpersoonlijk letsel.WAARSCHUWINGKans op gevaarlijke situaties resulterend in lichtpersoonlijk letsel.OPGELETKans op materiële schade.Let op, belangrijke informatie.¼Verwijzing naar andere handleidingen of pagina’s in dezehandleiding.1.2 Afkortingen4CV: Centrale verwarming4SWW: Sanitair warm water4WTW: Warmteterugwinunit1.3 Algemeen1.3.1. Aansprakelijkheid fabrikantOnze producten worden gemaakt volgens de verschillende vantoepassing zijnde richtlijnen. Zij worden daarom geleverd met de[ markering en alle benodigde documenten.1.

Vanwege de permanente zorg voor de kwaliteit van onze producten,zoeken wij voortdurend naar manieren om deze te verbeteren.Daarom houden wij ons het recht voor de in dit document genoemdespecificaties te wijzigen.In de volgende gevallen zijn wij als fabrikant niet aansprakelijk:4Het niet in acht nemen van de gebruiksinstructies van hetapparaat.4Achterstallig of onvoldoende onderhoud aan het apparaat.4Het niet in acht nemen van de installatieinstructies van hetapparaat.1.3.2. Aansprakelijkheid van de installateurDe installateur is aansprakelijk voor de installatie en de eersteinbedrijfstelling van het apparaat.

De installateur moet de volgendeinstructies in acht nemen:4Lees de instructies van het apparaat in de meegeleverdehandleidingen en neem deze in acht.4Installeer overeenkomstig de geldende wetgeving en normen.4Voer de eerste inbedrijfstelling en alle benodigde controles uit.4Leg de installatie uit aan de gebruiker.4Als onderhoud noodzakelijk is, waarschuw dan de gebruiker voorde controle- en onderhoudsplicht betreffende het apparaat.4Overhandig alle handleidingen aan de gebruiker.1.4 Goedkeuringen1.4.1.

R000608-AVerklaring van overeenstemming Koninklijk Besluit van 17/7/2009 Déclaration de conformité à 1’Arrêté royal du 17/7/2009 Konformitätserklärung Königlicher Erlaß vom 17/7/2009 Fabrikant: Remeha B. V. Fabricant: Marchantstraat 55 Hersteller: NL 7332 AZ Apeldoorn Op de markt gebracht door: Remeha Mampaey NV/SA Commercialisé par: Koralenhoeve 10 Vertreiber: B –2160 Wommelgem Met deze verklaren we dat de reeks toestellen zoals hierna vermeld, in overeenstemming zijn met het type model beschreven in de EG-verklaring van overeenstemming, geproduceerd en verdeeld worden volgens de eisen van het Koninklijk Besluit van 17 juli 2009. Par la présente, nous déclarons que les appareils de la série mentionnée ci-après sont conformes au modèle type décrit dans la déclaration CE de conformité, fabriqués et distribués conformément aux exigences de l’Arrêté royal du 17 juillet 2009.

1.4.3. Aanvullende richtlijnenNaast de wettelijke voorschriften en richtlijnen, moeten ook deaanvullende richtlijnen in deze handleiding worden opgevolgd.Voor alle voorschriften en richtlijnen, zoals genoemd in dezehandleiding, geldt dat aanvullingen of latere voorschriften enrichtlijnen op het moment van installeren van toepassing zijn.1.4.4. FabriekstestIedere ketel wordt voor het verlaten van de fabriek optimaal ingestelden getest op:4Elektrische veiligheid4Afstelling (CO2)4Functie sanitair warm water (Alleen bij combiketel)4Waterdichtheid4Gasdichtheid4ParameterinstellingCalenta 15s - 25s - 28c - 35s - 40c 1. Inleiding081013 - 117061-04 9

2 Veiligheidsinstructies en aanbevelingen2.1 VeiligheidsvoorschriftenGEVAARIndien u gas ruikt:1. Gebruik geen vuur, rook niet, gebruik geenelektrische contacten of schakelaars (bel, verlichting,motor, lift, etc.).2. Sluit de gasaanvoer af.3. Open de ramen.4. Spoor mogelijke lekkages op en dicht deze direct af.5. Zit het lek vóór de gasmeter, waarschuw dan hetgasbedrijf.GEVAARIndien u rookgassen ruikt:1. Schakel het apparaat uit.2. Open de ramen.3.

Spoor mogelijke lekkages op en dicht deze direct af.2.2 AanbevelingenWAARSCHUWING4De installatie en het onderhoud van de ketel moetendoor een erkend installateur worden uitgevoerdvolgens de plaatselijke en nationale regelgeving.4Bij werkzaamheden aan de ketel, de ketel altijdspanningsvrij maken en de hoofdgaskraan sluiten.4Controleer de hele installatie na onderhouds- enservicewerkzaamheden op lekkages.OPGELETDe ketel moet in een vorstvrije ruimte geïnstalleerdworden.Bewaar dit document in de nabijheid van de installatie.ManteldelenManteldelen mogen alleen verwijderd worden voor onderhouds- enservicewerkzaamheden. Plaats na de onderhouds- enservicewerkzaamheden alle manteldelen terug.2. Veiligheidsinstructies en aanbevelingen Calenta 15s - 25s - 28c - 35s - 40c10 081013 - 117061-04

3.3.2. CirculatiepompDe verwarmingsketel is voorzien van een circulatiepomp. Dezeenergiezuinige, modulerende circulatiepomp wordt door debesturingsautomaat geregeld op basis van ΔT. Derestopvoerhoogtes bij de verschillende vermogens zijn af te lezen uitde grafiek.Calenta 15s - 25s - 28cHRestopvoerhoogte CVQWaterdebietCalenta 35s - 40cHRestopvoerhoogte CVQWaterdebietDe pompinstellingen kunnen worden gewijzigd met parametersp"8 en p"9:4Indien er stromingsgeluiden in het systeem waarneembaar zijn,kan de maximale pompsnelheid verlaagd worden met behulp vanparameter p"9 (Eerst de CV-installatie ontluchten).4Indien er onvoldoende doorstroming in de radiatoren is of als dezeniet volledig warm worden, kan de minimale pompsnelheidverhoogd worden met behulp van parameter p"8.¼Zie hoofdstuk: "Wijzigen van parameters opinstallateursniveau", pagina 61.3.3.3.

4 Installatie4.1 InstallatievoorschriftenWAARSCHUWINGDe installatie van het apparaat moet door een erkendinstallateur worden uitgevoerd volgens de plaatselijke ennationale geldende regelgeving.In acht te nemen normen:4NBN D 51-003: binneninstallaties op aardgas en plaatsing van degebruiksapparatuur4NBN D 51-006: binneninstallaties op commercieel butaan- ofpropaangas in de gasfase met een maximale bedrijfsdruk van 5bar en plaatsing van de gebruiksapparatuur4NBN D 30-003: centrale verwarming, ventilatie en airconditioning4NBN B 61-001: ketelhuizen en schoorstenen4NBN B 61-002: centrale verwarmingsketels met een nominaalvermogen van minder dan 70 kW - Voorschriften betreffende huninstallatieruimte, hun verluchting, hun luchtaanvoer en hunrookgassenafvoer4.2 Leveringsomvang4.2.1.

4.3.2. Plaatsen van de ketel4Bepaal aan de hand van de richtlijnen en de benodigdeopstellingsruimte de juiste plaats voor montage van de ketel.4Houd bij de bepaling van de juiste opstellingsruimte rekening metde toegestane positie van de rookgasafvoer- en / ofluchttoevoeruitmonding.4Zorg voor voldoende ruimte rond de ketel voor een goedebereikbaarheid en vereenvoudiging van het onderhoud.WAARSCHUWING4Bevestig de ketel op een stevige wand die hetgewicht van het met water gevulde apparaat en devoorzieningen kan dragen.4Het is verboden om, zelfs tijdelijk, brandbareproducten en stoffen in de ketel of in de buurt van deketel op te slaan.OPGELET4De ketel moet in een vorstvrije ruimte geïnstalleerdworden.4Bij de ketel moet een wandcontactdoos metrandaarde aanwezig zijn.4Voor de condensafvoer moet er een aansluiting ophet riool in de buurt van de ketel zijn.4.3.3.

4.4 Ophangen montageframeDe ketel wordt geleverd met een montage sjabloon.1. Plak de montage sjabloon van de ketel met plakband op de muur.OPGELETControleer met een waterpas of de as van de instructiehorizontaal is.2. Boor 3 gaten van Ø 10 mm.De extra gaten zijn bedoeld voor het geval dat één vanbeide bevestigingsgaten een goede bevestiging van deplug onmogelijk maakt.3. Plaats de pluggen.4. Bevestig de montageplaat aan de muur gebruikmakend van de3 hiervoor meegeleverde zeskante schroeven.4.5 Positionering van de ketel1. Verwijder de beschermkappen op alle hydraulische in- enuitgangen van de ketel.2. Plaats op ieder koppelstuk van de kranen een pakkingring.T001869-A1234T001870-A4. Installatie Calenta 15s - 25s - 28c - 35s - 40c22 081013 - 117061-04

3. Houdt de ketel boven het montageframe. Laat de ketel langzaamzakken.4. Draai de moeren van de kranen aan.4.6 Hydraulische aansluitmogelijkheden4.6.1. Aansluiten vloerverwarming1Ketel2Expansievat (Alleen voor type 35s en 40c)3Afsluitkraan4Inregelkraan5Vul- / aftapkraan6Vloerverwarming7RadiatorverwarmingDe ketel kan direct op een vloerverwarmingsinstallatie wordenaangesloten.Bij toepassing van kunststof leidingen (bijvoorbeeld bijvloerverwarming) moet de toegepaste kunststof buiszuurstofdiffusiedicht zijn volgens DIN 4726/4729. In installaties waarde toegepaste kunststof buis niet voldoet aan deze normen, wordtgeadviseerd het ketelcircuit hydraulisch te scheiden van de CV-installatie door een (platen-) wisselaar.De pompinstellingen kunnen worden gewijzigd metparameters p"8 en p"9.T001872-AT001535-C1237564Calenta 15s - 25s - 28c - 35s - 40c 4. Installatie081013 - 117061-04 23

4.6.2. Aansluiten zonneboiler1Ketel2Voorraadvat3Zonnecollector4Pomp5Doorstroombegrenzer6Inlaatcombinatie7Mengventiel8Zonneboilersensor (SCU-S02)De combiketel is geschikt als naverwarmer bij zonneboilers. Voor hetaansluiten is een aansluitset (accessoire) beschikbaar.Zie de technische documentatie bij de zonneboiler voordetails van deze hydraulische aansluiting.4.6.3. Aansluiten indirect gestookte boilerDe soloketel is standaard voorzien van een boilerregeling, geschiktvoor de aansturing van de ingebouwde driewegklep. De regeling isuitgevoerd met een boilervoorkeurschakeling.

4.6.4. Geiser-toepassing1Ketel2Vul- / aftapkraan3Expansievat (Alleen voor type 40c)De combiketel is ook geschikt voor alleen warmwaterbedrijf. De ketelkan dan als geiser functioneren. Hiertoe dient de CV-functieuitgeschakeld te worden met behulp van parameter p3.De aanvoer en retour aansluitingen van het toestel dienendoorverbonden te worden.4.6.5. Solo-toepassing1Ketel2Expansievat (Alleen voor type 40c)3Afsluitkraan4Vul- / aftapkraan5RadiatorverwarmingDe combiketel is ook geschikt voor alleen CV-bedrijf. Hiertoe dient dewarmwaterfunctie uitgeschakeld te worden met behulp vanparameter p3.De sanitairleidingen hoeven niet aangesloten of afgedoptte worden. De meegeleverde stofdopjes volstaan.4.7 Wateraansluitingen4.7.1.

Doorspoelen van de installatiePlaatsing van de ketel op een nieuwe installatie (installatie vanminder dan 6 maanden)4Reinig de installatie met een universeel reinigingsmiddel om hetafval uit de installatie te verwijderen (koper, vlasdraad,soldeersel).4Spoel de installatie goed door totdat het water helder is en geenvuildeeltjes meer bevat.Plaatsing van de ketel op een bestaande installatie4Verwijder slijk uit de installatie met een reinigingsmiddel.4Spoel de installatie door.T001536-B123T001958-A12354Calenta 15s - 25s - 28c - 35s - 40c 4. Installatie081013 - 117061-04 25

4Reinig de installatie met een universeel reinigingsmiddel om hetafval uit de installatie te verwijderen (koper, vlasdraad,soldeersel).4Spoel de installatie goed door totdat het water helder is en geenvuildeeltjes meer bevat.4.7.2. Aansluiten van het verwarmingscircuit{Knelverbinding ∅ 22 mmzKnelverbinding ∅ 22 mm1. Monteer de uitgaande leiding voor cv-water op de aansluitingaanvoer cv.2. Monteer de ingaande leiding voor cv-water op de aansluitingretour cv.4Een veiligheidsventiel zit standaard in de ketel op hetlinker hydroblok gemonteerd.OPGELET4De cv-leidingen moeten volgens de geldendevoorschriften worden aangesloten.4.7.3. Aansluiten van het tapwatercircuitOPGELET4De sanitaire waterleidingen moeten volgens degeldende voorschriften worden aangesloten.4Volg bij gebruik van kunststof leidingen de (aansluit)aanwijzingen van de fabrikant op.T001876-B T001633-B4.

Aansluiten van het expansievatDe Calenta 15s - 25s - 28c is standaard voorzien van een12 liter-expansievat.Installeer een extra expansievat als het watervolume meer dan 150liter is of de statische hoogte van het systeem 5 meter overschrijdt.Zie onderstaande tabel om het voor de installatie vereisteexpansievat te bepalen.Geldigheidsvoorwaarden van de tabel:4Overdrukventiel 3 bar4Gemiddelde watertemperatuur: 70 ºCAanvoertemperatuur: 80 ºCRetourtemperatuur: 60 ºC4Vuldruk in het systeem is lager of gelijk aan de voordruk in hetexpansievatVoordruk van het expansievat Volume van het expansievat afhankelijk van het volume van de installatie (in liters)100 125 150 175 200 250 300 > 3000.5 bar 4,8 6,0 7,2 8,4 9,6 12,0 14,4 Inhoud van de installatie x 0,0481 bar 8,0 10,0 12,0(1) 14,0 16,0 20,0 24,0 Inhoud van de installatie x 0,0801.5 bar 13,3 16,6 20,0 23,3 26,6 33,3 39,9 Inhoud van de installatiex 0,133(1) StandaardconfiguratieDe Calenta 35s - 40c is niet voorzien van eenexpansievat.

Monteer het expansievat op de retour cv-leiding z.Bij een combiketel in een installatie waarbij de aanvoergeheel van de retour kan worden afgesloten (bijvoorbeeldbij toepassing van thermostaatkranen), dient of een by-pass leiding gemonteerd te worden of het expansievat inde aanvoer CV-leiding geplaatst te worden.Calenta 15s - 25s - 28c - 35s - 40c 4. Installatie081013 - 117061-04 27

Monteer een stankafsluiter of sifon in de afvoerpijp.OPGELETMaak geen vaste verbinding in verband metservicewerkzaamheden aan de sifon.4De condensafvoer mag niet worden afgedicht.4Afschot afvoerpijp minimaal 30 mm per meter,maximale horizontale lengte 5 meter.4Het lozen van condenswater op een dakgoot is niettoegestaan.4De condensafvoerleiding moet volgens de geldendevoorschriften worden aangesloten.4.8 GasaansluitingDe gasinstallatie en -aansluiting van de ketel moetenuitgevoerd worden door een hiertoe bevoegde vakmanovereenkomstig de aanwijzingen van de normen NBN D51.003, NBN D 30.003, NBN B 61.001, NBN B 61.002 enNBN D 51.006. Er moet zich een stopkraan met KVBG-goedkeuring bevinden in de leiding stroomopwaarts en innabijheid van de ketel.gSchroefdraad G¾"1. Monteer de gasaanvoerleiding.2. Monteer in deze leiding direct onder de ketel een gasafsluitkraan.3.

OPGELET4Zorg dat er geen vuil in de gasleiding zit. Blaas voormontage de leiding door of klop deze goed uit.4Installeer in de gasleiding bij voorkeur een gasfilterom vervuiling van het gasblok te voorkomen.4De gasleiding moet volgens de geldendevoorschriften worden aangesloten.4.9 Aansluitingen van de schoorsteenaccessoires4.9.1. ClassificatieR000301-BC3392268C33 C43 C83C43C43C13C53C83C83C33B23PB23PC93 C93B33B333 4 11 424555 7771Configuratie B33Aansluiting op een verzamelleiding d.m.v.

eenconcentrische leiding (enkelvoudige leiding in hetrookkanaal, de oxidatieve lucht wordt in hetverwarmingslokaal genomen)Alle delen onder druk van het apparaat zijn met luchtomgeven.2Configuratie B23 - B23PAansluiting op een schoorsteen door middel van eenaansluitset (enkelvoudige leiding in het rookkanaal, deoxidatieve lucht wordt in het verwarmingslokaalgenomen)3Configuratie C13Aansluiting lucht/rookgassen op een horizontale gevel- ofdakdoorvoer door middel van concentrische leidingenCalenta 15s - 25s - 28c - 35s - 40c 4. Installatie081013 - 117061-04 29

4Configuratie C33Aansluiting lucht/rookgassen op een verticaledakdoorvoer door middel van concentrische leidingen5Configuratie C43Aansluiting lucht/rookgassen met eengemeenschappelijke leiding voor geslotenverwarmingsketels (systeem 3CE P)6Configuratie C53Aparte aansluiting lucht en rookgassen via een bi-fluxadapter en enkelvoudige leidingen (oxidatieve luchtwordt buiten genomen)7Configuratie C83Aansluiting rookgassen op een verzamelleiding voorwaterdichte ketels.

De luchtaanvoer is individueel via eenterminal afkomstig van buiten het gebouw.8Configuratie C93Aansluiting lucht/rookgassen in het verwarmingslokaal,en enkelvoudig in de schoorsteen (oxidatieve lucht alstegenstroom in het rookkanaal) door middel vanconcentrische leidingen9Configuratie C93Aansluiting lucht/rookgassen in het verwarmingslokaal enenkelvoudige flex in de schoorsteen (oxidatieve lucht alstegenstroom in het rookkanaal) door middel vanconcentrische leidingenWAARSCHUWING4Gebruik voor de aansluiting op de ketel envoor de dak- of geveldoorvoer uitsluitendoriginele onderdelen.4De vrije ruimte moet voldoen aan de norm.4Reinig de schoorsteen vóór het plaatsenvan de afvoerleiding.4.9.2. Lengte van de lucht-/rookgasleidingenVoor de configuraties B23 en C93 gelden de in de tabelaangegeven lengtes voor de horizontale leidingen vanmaximaal 1 meter lengte.

Aanvullende richtlijnen4Voor de installatie van het rookgasafvoer enluchttoevoermateriaal wordt verwezen naar de voorschriften vande fabrikant van het betreffende materiaal. Het niet volgens devoorschriften installeren van de rookgasafvoer- enluchttoevoermaterialen (niet lekdicht, niet gebeugeld etc. ), kan totgevaarlijke situaties leiden en/of lichamelijk letsel tot gevolghebben. Controleer na montage tenminste alle rookgas- enluchtvoerende delen op dichtheid. 4Directe aansluiting van de rookgasafvoer op bouwkundigekanalen is niet toegestaan in verband met condensatie. 4Schachten altijd grondig reinigen bij toepassing vanvoeringspijpen en/of luchttoevoeraansluiting. 4Inspectie van het voeringkanaal moet mogelijk zijn.

4Wanneer er in de rookgasafvoerleiding condens uit een kunststofof roestvaststalen leidingdeel terug kan stromen naar eenaluminium deel, dan dient dit condens via een opvanginrichtingafgevoerd te worden, voordat het het aluminium bereikt. 4Bij aluminium rookgasafvoerleidingen van grotere lengte dient deeerste tijd rekening gehouden te worden met relatief grotehoeveelheden corrosieproducten die samen met het condens uitde afvoerleidingen terugstromen. Regelmatig toestelsifon reinigenof extra condensopvang boven het toestel plaatsen. Calenta 15s - 25s - 28c - 35s - 40c 4. Installatie081013 - 117061-04 31.

4Zorg voor voldoende afschot van de rookgasafvoerleiding richtingde ketel (minimaal 50 mm per meter) en aan voldoendecondensopvang en afvoer (minimaal 1 m voor de uitmonding vande ketel). De toegepaste bochten moeten groter zijn dan 90° omafschot en een goede afdichting op de lippenringen tewaarborgen.Neem contact op met uw leverancier voor meer informatie.4.10 Elektrische aansluitingen4.10.1. BesturingsautomaatDe ketel is niet fasegevoelig. De ketel is geheel voorbedraad. Alleexterne aansluitingen kunnen op de aansluitconnector(laagspanning) worden uitgevoerd.

Eenreservezekering zit in de behuizing van de besturingsautomaat.OPGELET4Wanneer de voedingskabel vervangen moet worden,dient deze bij uw leverancier besteld te worden.4De stekker van de ketel moet altijd bereikbaar zijn.De ketel heeft meerdere besturings-, beveiligings- enregelingsaansluitmogelijkheden. De standaard besturingsprint(PCU) kan onder meer worden uitgebreid met:4De 0-10V besturingsprint (accessoire IF-01). Deze wordtgeplaatst achter de linker afdekplaat van het paneel.4. Installatie Calenta 15s - 25s - 28c - 35s - 40c32 081013 - 117061-04

4De uitgebreide besturingsprint (accessoire SCU-S02). Deze wordtgeplaatst in een behuizing (accessoire).¼Voor de optionele besturingsprints, zie hoofdstuk: "Optioneleelektrische aansluitingen", pagina 384.10.2. AanbevelingenWAARSCHUWING4De elektrische aansluitingen moeten altijdspanningsloos worden uitgevoerd en alleen doorerkende installateurs.4De ketel is volledig voorbedraad.

De interneaansluitingen van het bedieningspaneel nietwijzigen.4Voer een aarding uit alvorens de elektriciteit aan tesluiten.Voer de elektrische aansluitingen van de ketel uit volgens:4De voorschriften van de geldende normen.4De elektrische aansluiting moet voldoen aan de voorschriften vanhet algemene reglement betreffende elektrische installaties(AREI).4De aanwijzingen van de met de ketel meegeleverde elektrischeschema’s.4De aanbevelingen in de handleiding.OPGELETScheid de sensorkabels van de 230V kabels.Calenta 15s - 25s - 28c - 35s - 40c 4. Installatie081013 - 117061-04 33

Tevens is de ketelgeschikt voor OpenTherm Smart Power.4Monteer de regelaar in een referentieruimte (over het algemeende woonkamer).4Sluit de twee-aderige kabel aan op de klemmen On/off-OT vande aansluitconnector.Als de tapwatertemperatuur op de OpenTherm regelaaringesteld kan worden, dan levert de ketel dezetemperatuur, met als maximum de ingestelde waarde in deketel.nAansluiten aan/uit thermostaat Tk Aan/uit kamerthermostaatDe ketel is geschikt voor het aansluiten van een 2 draads aan/uitkamerthermostaat.4Monteer de regelaar in een referentieruimte (over het algemeende woonkamer).4Sluit de 2 draads 24V kamerthermostaat aan op de klemmen On/off-OT van de aansluitconnector.4Sluit de power stealing thermostaat aan op de klemmen On/off-OT van de aansluitconnector.Als een kamerthermostaat met een anticipatie-elementwordt gebruikt moet dit worden omgezet met behulp vanparameter p5.T000776-DOn/offOT BL RL ToutTdhwOTOn/offTou tTdhwBL RLOTT001590-BTkOTOn/offTou tTdhwBL RLOn/offOT BL RL ToutTdhwCalenta 15s - 25s - 28c - 35s - 40c 4.

4.10.5. Aansluiten buitensensor Ba BuitensensorOp klemmen Tout van de aansluitconnector kan een buitensensorworden aangesloten. De ketel zal bij een aan/uit thermostaatregelaarde temperatuur regelen met het setpunt van de interne stooklijn.Een OpenTherm regelaar kan ook gebruik maken vandeze buitensensor. De gewenste stooklijn moet dan op deregelaar worden ingesteld.nInstelling stooklijnAls een buitensensor wordt aangesloten, dan kan de interne stooklijnworden aangepast. De instelling kan gewijzigd worden met behulpvan parameters p1, p"5, p"6 en p"7.4.10.6. Aansluiten vorstbeveiligingnVorstbeveiliging in combinatie met aan/uit thermostaatIndien er een aan/uit thermostaat wordt toegepast, wordt hetaangeraden om de vorstgevaarlijke ruimte te beveiligen tegen vorstin combinatie met een vorstthermostaat.

De radiatorkraan in devorstgevoelige ruimte moet wel opengedraaid zijn.4Plaats in vorstgevaarlijke ruimten (bijvoorbeeld garage) bijvoorkeur een vorstthermostaat (Tv).4Sluit de vorstthermostaat parallel aan een aan/uitkamerthermostaat (Tk) aan op de klemmen On/off-OT van deaansluitconnector.Bij toepassing van een OpenTherm thermostaat kan ergeen vorstthermostaat parallel op de klemmen On/off-OT aangesloten worden. Realiseer dan de vorstbeveiligingvan de CV-installatie in combinatie met een buitensensor.T001591-BBaOTOn/offTou tTdhwBL RLOn/offOT BL RL ToutTdhwR000038-A0 10 20-20 -101030705090FT000778-COn/offOT RLBL ToutTdhwTk Tv4. Installatie Calenta 15s - 25s - 28c - 35s - 40c36 081013 - 117061-04

nVorstbeveiliging in combinatie met een buitensensorDe CV-installatie kan ook worden beveiligd tegen vorst in combinatiemet een buitensensor. De radiatorkraan in de vorstgevoelige ruimtemoet wel opengedraaid zijn. Sluit de buitensensor aan op deklemmen Tout van de aansluitconnector.Met een buitensensor werkt de vorstbeveiliging als volgt:4Bij een buitentemperatuur lager dan -10°C (in te stellen metparameter p30): de circulatiepomp schakelt in.4Bij een buitentemperatuur hoger dan -10°C (in te stellen metparameter p30): de circulatiepomp draait na en schakelt danuit.4.10.7. Aansluiten boilersensor/-thermostaat Ws BoilersensorSluit de boilersensor of -thermostaat aan op klemmen Tdhw van deaansluitconnector.4.10.8. Aansluiten PC/LaptopOp de telefoonconnector kan met behulp van de optionele Recominterface een PC of Laptop worden aangesloten.

4.10.9. Blokkerende ingangDe ketel is voorzien van een blokkerende ingang. Deze ingang isuitgevoerd op de klemmen BL van de aansluitconnector.OPGELETAlleen geschikt voor potentiaal vrije contacten.Bij gebruik van de ingang dient eerst de brug verwijderd tewordenHet gedrag van de ingang kan gewijzigd worden met behulp vanparameter p36.¼Zie hoofdstuk: "Beschrijving van de parameters", pagina 584.10.10. Vrijgave ingangDe ketel is voorzien van een vrijgave ingang. Deze ingang isuitgevoerd op de klemmen RL van de aansluitconnector.OPGELETAlleen geschikt voor potentiaal vrije contacten.Het gedrag van de ingang kan gewijzigd worden met behulp vanparameter p37.¼Zie hoofdstuk: "Beschrijving van de parameters", pagina 584.11 Optionele elektrische aansluitingen4.11.1.

Aansluitmogelijkheden van de 0-10 Vbesturingsprint (IF-01)De IF-01 besturingsprint kan in de instrumentenbox of in de behuizingvoor de besturingsprints worden ingebouwd. Zie de bij het productmeegeleverde instructies.OPGELETSluit geen vorstthermostaat of kamerthermostaat aan opde ketel bij toepassing van de 0-10 V besturingsprint.nAansluiting Status (Nc)Als de ketel vergrendelt, dan valt een relais af en kan de alarmeringvia een potentiaalvrij contact (maximaal 230 V, 1A) op de klemmenNc en C van de aansluitconnector doorgemeld worden.T001917-BOn/offOT RLBL ToutTdhwT001917-BOn/offOT RLBL ToutTdhwT000784-AStatus 0-10 0-10Nc NoCNc No OTm 0 + 0 +COTm 0 + 0 +X5X4X1IF-01%124. Installatie Calenta 15s - 25s - 28c - 35s - 40c38 081013 - 117061-04

nAansluiting (OTm)De interface communiceert met de ketelsturing door middel vanOpenTherm. Hiervoor dient de OTm aansluiting te wordenverbonden met de OpenTherm ingang OT van de ketelsturing.nAnaloge ingang (0-10 V)Bij deze regeling kan worden gekozen voor het regelen optemperatuur of op vermogen. Hieronder worden beide regelingen korttoegelicht. Om het toestel analoog aan te sturen, dient het 0-10 Vsignaal op de interface te worden aangesloten.nAnaloog regelen op temperatuur (*)Het 0-10 V signaal regelt de ketelaanvoertemperatuur tussen 0°C en100°C.

Deze regeling is modulerend op aanvoertemperatuur, waarbijhet vermogen varieert tussen de minimale en maximale waarde opbasis van het door de regelaar berekende setpuntaanvoertemperatuur.Door middel van een jumper (2) op de interface wordt gekozen voortemperatuur- (*) of vermogenssturing (%).Jumper 2 Ingangssignaal (V) temperatuur ºC Omschrijving*0 - 1,5 0 - 15 Ketel uit1,5 - 1,8 15 - 18 Hysterese1,8 - 10 18 - 100 GewenstetemperatuurnAnaloog regelen op vermogen (%)Het 0-10V signaal regelt het ketelvermogen tussen 0% en 100%.Waarbij de minimum en maximum waarden begrensd worden. Hetminimale vermogen is gekoppeld aan de modulatiediepte van deketel.

nAnaloge uitgang (0-10 V)Bij deze terugmelding kan worden gekozen voor temperatuur ofvermogen. Hieronder worden beide regelingen kort toegelicht.Door middel van een jumper (1) op de interface wordt gekozen voortemperatuur (*) of vermogen (%).Jumper 1 Uitgangssignaal (V) temperatuur ÀOmschrijving*0,5 - Alarm1 - 10 10 - 100 GeleverdetemperatuurJumper 1 Uitgangssignaal (V) Vermogen (%) Omschrijving%0 0 - 15 Ketel uit0,5 15 - 20 Alarm2,0 - 10(1) 20 - 100 Geleverdvermogen(1) Afhankelijk van de minimale modulatiediepte (ingestelde toerentallen, standaard20%)4.11.2. Aansluitmogelijkheden van debesturingsprint (SCU-S02)Bij toepassing van de besturingsprint (SCU-S02), zal eerst debehuizing voor besturingsprints moeten worden ingebouwd. Zie debij het product meegeleverde instructies.

Als de ketel wordt uitgerustmet de besturingsprint (SCU-S02), dan wordt deze door debesturingsautomaat van de ketel automatisch herkend.OPGELETBij het verwijderen van deze print zal de ketel storingscodee[38 tonen. Om deze storing te voorkomen, dient erna het verwijderen van deze print een Auto-detectuitgevoerd te worden.¼Zie hoofdstuk: "Auto-detect uitvoeren", pagina64.De statussignalering D3 rechtsboven op de besturingsprint geeft destatus weer:4Continu signaal: Print functioneert normaal4Knipperend signaal: Geen verbinding4Geen signaal: Geen spanning of defecte print (Controleer debedrading)nAansturing externe CV pomp (Pump)Een externe CV pomp kan worden aangesloten op de klemmenPump van de aansluitconnector.

nAansturing externe driewegklep (3wV)De externe driewegklep (230 VAC) kan worden gebruikt bijaansluiting van een indirect gestookte boiler. De ruststand van dedriewegklep kan ingesteld worden met behulp van parameterp34.Voor solo ketels zonder ingebouwde driewegklep.Sluit de driewegklep als volgt aan:4N = neutraal4C = centrale verwarming4D = boilernAansturing externe SWW pomp (3wV)Het is ook mogelijk om op de klemmen 3wV een externe SWW-pompaan te sluiten.

Sluit de pomp als volgt aan:4N = N pomp4D = L pomp4Q = PE pompOPGELETAls de ruststand van de driewegklep met behulp vanparameter p34 is aangepast, moet de pomp als volgtworden aangesloten:4N = N pomp4C = L pomp4Q = PE pompnAansturing externe gasklep (EgV)Als er warmtevraag is komt er op de klemmen EgV van deaansluitconnector een wisselspanning van 230 VAC, 1 A (maximaal)beschikbaar, voor het aansturen van een externe gasklep.nBedrijfsmelding en storingsmelding (Status)De keuze voor alarm of bedrijfsmelding kan ingesteld worden metbehulp van parameter p40.4Als de ketel in bedrijf is kan de bedrijfsmelding via eenpotentiaalvrij contact (maximaal 230 VAC, 1 A) op de klemmenNo en C van de aansluitconnector geschakeld worden.4Als de ketel vergrendelt, dan kan de alarmering via eenpotentiaalvrij contact (maximaal 230 VAC, 1 A) op de klemmenNc en C van de aansluitconnector doorgemeld worden.Calenta 15s - 25s - 28c - 35s - 40c 4.

nZonneboilersensor (Tsol)De zonneboilertemperatuur wordt geregeld met behulp van eensensor. Sluit deze sensor aan op de klemmen Tsol van deaansluitconnector.nMinimum gasdrukschakelaar GpsEen minimum gasdrukschakelaar zorgt ervoor dat de ketel opblokkering gaat bij het bereiken van een te lage gasvoordruk. Sluit deminimum gasdrukschakelaar aan op de klemmen Gps van deaansluitconnector. De aanwezigheid van de gasdrukschakelaar dientingesteld te worden met behulp van parameter p41.nWarmteterugwinunit (Hru)Sluit de bedrading van de warmteterugwinunit aan op de klemmenHru van de aansluitconnector. De aanwezigheid van dewarmteterugwinunit dient ingesteld te worden met behulp vanparameter p4".4. Installatie Calenta 15s - 25s - 28c - 35s - 40c42 081013 - 117061-04

4.13 Vullen van de installatie4.13.1. WaterbehandelingIn veel gevallen kunnen de ketel en CV-installatie gevuld worden metnormaal leidingwater en zal waterbehandeling niet noodzakelijk zijn.WAARSCHUWINGVoeg zonder overleg met uw leverancier geen chemischemiddelen aan het CV-water toe. Bijvoorbeeld: antivries,waterontharders, pH-verhogende of verlagendemiddelen, chemische toevoegmiddelen en/ ofinhibitoren. Deze kunnen leiden tot storingen aan de ketelen beschadiging van de warmtewisselaar.4Spoel de CV-installatie door met minimaal 3 x desysteeminhoud van de CV-installatie.

Desanitairleidingen doorspoelen met minimaal 20 keerde inhoud van de leidingen.4De pH-waarde van het installatiewater dient vooronbehandeld water te liggen tussen 7 en 9 en voorbehandeld water tussen 7 en 8,5.4De maximale hardheid van het installatiewater dientte liggen tussen 0,5 - 20,0 °dH (Afhankelijk van hettotaal opgesteld vermogen).4Voor verdergaande informatie verwijzen wij u naaronze publicatie Waterkwaliteitsvoorschrift. Devoorschriften in genoemd document dienenaangehouden te worden.4.13.2. Vullen van de sifon1. Demonteer de sifon.2. Vul de sifon met water. Deze moet gevuld zijn tot aan demarkeringsstrepen.3. Monteer de sifon.OPGELET4Voorkom dat er rookgassen in het vertrek komen, vuldaarom de sifon met water voor de inbedrijfstellingvan de ketel.4Monteer de ontluchtslang bovenop sifon.T001523-B4. Installatie Calenta 15s - 25s - 28c - 35s - 40c44 081013 - 117061-04

4.13.3. Vullen van de installatieOPGELETDraai alle radiatorkranen van de CV-installatie open voorhet vullen.1. Open de kranen voor de toevoer van koud water en van deaanvoerleiding van de verwarming.2. Open de kranen van de ontkoppelaar (Tijdens het vullen kan erlucht ontsnappen via de automatische ontluchter).3. Sluit de kranen van de ontkoppelaar wanneer de manometer eendruk van 2 bar aangeeft4. De waterzijdige aansluitingen op dichtheid controleren.De ketel doorloopt na inschakelen van de spanning en bijvoldoende waterdruk altijd een automatischontluchtingsprogramma van ca. 3 minuten (Tijdens hetvullen kan er lucht ontsnappen via de automatischeontluchter). Bij een waterdruk lager dan 0,8 bar zalsymbool e verschijnen.

OPGELET4Het vullen behoort binnen 30 minuten te gebeuren,anders start alsnog het ontluchtingsprogramma, watniet wenselijk is als het apparaat ongevuld is.Schakel de ketel uit, indien de CV-installatie nietmeteen wordt bijgevuld.4Voorkom bij het ontluchten dat er water in de mantelen elektrische delen van de ketel komt4. Installatie Calenta 15s - 25s - 28c - 35s - 40c46 081013 - 117061-04

5 Inbedrijfstelling5.1 Bedieningspaneel5.1.1. Betekenis van de toetsen1Display2> [Escape] of J toets3D CV-temperatuur of [-] toets4N SWW-temperatuur of [+] toets5S [Enter] of d Toetsvergrendeling opheffen6B [Schoorsteenveger] toetsen(deze twee toetsen 2 en 3 tegelijk indrukken)7f [Menu] toetsen(deze twee toetsen 4 en 5 tegelijk indrukken)8a Aan/uit schakelaarHet display heeft meerdere posities en symbolen en geeft informatieover de bedrijfssituatie van de ketel en eventuele storingen. Ook kaneen servicemelding in het display verschijnen. Er kunnen cijfers,punten en/of letters worden weergegeven. De symbolen boven defunctietoetsen geven de huidige functie aan.4De display-weergave kan worden gewijzigd met behulp vanparameter p6.4De helderheid van de displayverlichting kan worden gewijzigd metbehulp van parameter p8.Door parameter p6 op 3 te zetten, wordt de toetsvergrendelingactief.

Wanneer 3 minuten niet op een toets is gedrukt, gaat dedisplay-verlichting uit en toont het display alleen de actuelewaterdruk, de toets > en het symbool d. Druk circa 2 secondenop de toets S om het display en de overige toetsen weer teactiveren. Het symbool d verdwijnt uit het display.5.1.2. Betekenis symbolen van het displayQInformatiemenu:Uitlezen diverse actuele waarden. aAan/uit schakelaar:Na 5 vergrendelingen dient de ketel opnieuw uit- /aan geschakeld te worden.BSchoorsteenvegerstand:Gedwongen hoog- of laaglast voor CO2 meting. bCirculatiepomp:De pomp draait.WGebruikersmenu:Parameters op gebruikersniveau kunnen worden aangepast. DCV-functie:Toegang tot CV-temperatuur parameter.T001996-A12 3 4 5 86 7Calenta 15s - 25s - 28c - 35s - 40c 5. Inbedrijfstelling081013 - 117061-04 47

5.2 Controlepunten vóór inbedrijfstelling5.2.1. Ketel bedrijfsklaar makenWAARSCHUWINGStel de ketel niet in bedrijf als de aangeboden gassoortniet overeenkomt met de toegestane gassoorten.Procedure om de ketel bedrijfsklaar te maken:4Controleer of de geleverde gassoort overeenkomt met degegevens op het typeplaatje van de ketel.4Controleer het gascircuit.4Controleer het hydraulisch circuit.4Controleer de waterdruk van de cv-installatie.4Controleer de elektrische aansluitingen van de thermostaat en deandere externe aansluitingen.4Controleer overige aansluitingen.4Test de ketel op vollast. Controleer de instelling van de verhoudinggas/lucht.4Test de ketel op laaglast. Controleer de instelling van deverhouding gas/lucht.4Afsluitende werkzaamheden.5. Inbedrijfstelling Calenta 15s - 25s - 28c - 35s - 40c48 081013 - 117061-04

5.2.2. GascircuitWAARSCHUWINGHet is uitdrukkelijk verboden werkzaamheden aan hetgasblok uit te voeren. Het is alleen toegestaan deapparatuur en de instellingen te controleren.WAARSCHUWINGZorg dat de ketel spanningsloos is.1. Open de hoofdgaskraan.2. Draai de twee schroeven aan de onderzijde van de frontmanteleen kwartslag los en verwijder de frontmantel.3. Kantel de instrumentenbox naar voren door de klipsluitingen aande zijkanten te openen.4. Controleer de gasvoordruk op het meetpunt C van het gasblok.WAARSCHUWING¼Voor de toegestane gassoorten, zie hoofdstuk:"Toestelcategorieën", pagina 85. Controleer de gasaansluitingen ná het gasblok in de ketel opdichtheid.6. Controleer de afdichting van de gasleiding, inclusief degaskranen. De testdruk mag maximaal 60 mbar zijn.7. Ontlucht de gastoevoerleiding door het meetpunt op het gasbloklos te schroeven.

Schroef het meetpunt weer dicht wanneer deleiding voldoende ontlucht is.8. Controleer de gasaansluitingen in de ketel op dichtheid.5.2.3. Hydraulisch circuit4Controleer de sifon, deze moet tot de merkstreep met schoonwater gevuld zijn.4Controleer de hydraulische afdichting van de koppelingen.5.2.4. Elektrische aansluitingen4Controleer de elektrische aansluiting, vooral de aarding.4Controleer de elektrische aansluitingen van de thermostaat en deandere externe aansluitingen.T001518-BCCalenta 15s - 25s - 28c - 35s - 40c 5. Inbedrijfstelling081013 - 117061-04 49

5. 3 Inbedrijfstelling van de ketel1. Kantel de instrumentenbox weer omhoog en klik deze vast met deklipsluitingen aan de zijkanten. 2. Open de hoofdgaskraan. 3. Open de gaskraan van de ketel. 4. Steek de stekker van de ketel in een geaard stopcontact. 5. Schakel de spanning in met de aan/uit schakelaar van de ketel. 6. Stel de onderdelen (thermostaten, regeling) zodanig in dat erwarmte wordt gevraagd. 7. Het opstartprogramma begint en kan niet onderbroken worden. Tijdens de opstartcyclus, geeft het display de volgende informatie:Een korte test waarbij alle segmenten van het display zichtbaarzijn. fK[xx: Software versiepK[xx: Parameter versieDe versienummers worden afwisselend weergegeven. 8. Er wordt automatisch een ontluchtingscyclus van 3 minutenuitgevoerd.

Na het ontluchtingsprogramma zal de ketel met eenaangesloten boilersensor en ingeschakelde antilegionellafunctie, meteen het boilerwater gaan opwarmen. Door kort te drukken op de toets S wordt de actuele bedrijfstoestandop het display weergegeven:Warmtevraag 5D Warmtevraag gestopt Warm tapwatervraag NWarmtevraag gestopt 1: Ventilator aan 1: Naventilatie 1: Ventilator aan 1: Naventilatie": Ontstekingspoging van debrander5: Branderstop ": Ontstekingspoging van de brander 5: Branderstop 6: Pompnadraaitijd 6: Pompnadraaitijd3: CV-bedrijf 0: Stand-by 4: Functie sanitair warm water 0: Stand-byIn STAND-BY toont het display naast 0 normaal de waterdruk en desymbolen 5D, 5H en N.

Fout tijdens opstartprocedure:4Op het display verschijnt geen informatie:-Controleer de netspanning-Controleer de hoofdzekeringen-Controleer zekeringen op de besturingsautomaat:(F1 = 6,3 AT, F2 = 2 AT)-Controleer de aansluiting van het netsnoer op de connectorX1 in de instrumentenbox4Een fout wordt op het display weergegeven met hetstoringssymbool c en een knipperende foutcode. -De betekenis van de storingscodes is terug te vinden in destoringstabel. -Druk 3 seconden op de J toets om de ketel opnieuw testarten.

5.4 Gasinstellingen5.4.1. Aanpassing aan een ander type gasWAARSCHUWINGAlleen een erkend installateur mag de volgendehandelingen uitvoeren.De fabrieksinstelling van de ketel is voor werking op deaardgasgroepen G20 en G25.WAARSCHUWINGDe aanpassing van een toestel van een gas uit de tweedefamilie aan een gas uit de derde familie en omgekeerd isniet toegestaan. Het is alleen toegestaan de apparatuuren de instellingen te controleren.Voer voor werking met een andere gassoort de volgende handelingenuit:4Stel het toerental van de ventilator af zoals aangegeven in detabel (indien nodig). De instelling kan gewijzigd worden metbehulp van parameters p17, p18 en p19:¼Zie het hoofdstuk: "Beschrijving van de parameters", pagina584Controleer de instelling van de gas-/luchtverhouding.

5.4.2. Instelling van de gas-/luchtverhouding(Vollast)WAARSCHUWINGHet is uitdrukkelijk verboden werkzaamheden aan hetgasblok uit te voeren. Het is alleen toegestaan deapparatuur en de instellingen te controleren.1. Schroef de dop van het rookgasmeetpunt los.2. Sluit de rookgasanalysator aan.WAARSCHUWINGDicht de opening rond de meetsensor tijdens de metinggoed af.3. Stel de ketel in op vollast. Druk tegelijk op de twee B toetsen.Het display toont h3. Het symbool B verschijnt.4. Meet het percentage O2 of CO2 in de rookgassen (Zonderfrontmantel).5. Indien dit percentage niet overeenkomt met de gewenste waarde,corrigeer dan de gas-/luchtverhouding met behulp van deafstelschroef A op het gasblok.6.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Draait waterpomp ( af en toe ) als ketel uit is??

  P. Gompel - 26 Mei 2025

Hoe zet ik de temperatuur van de ketel van comfort naar eco

  Paul Orth - 18 Maart 2025

Kun je bij een remeha calenta 40c de reactietijd voor het leveren van warm water veranderen.

  paul - 5 December 2024

Ivm vloerverwarming van badkamer die niet overal warm word werd mij geadficeert de waterpomp op te schroeven, helaas kan ik op dit moment m’n gebruiksaanwijzing niet vinden. kan het zo ja, hoe.

  W. Davids - 23 November 2024

Alleen nof foutcode f17

  ewoud van eijken - 9 September 2024

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Remeha Calenta 40c stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden