Remeha Avanta 28c Handleiding

Remeha CV Ketel Avanta 28c

Bekijk gratis de handleiding van Remeha Avanta 28c (72 pagina’s), behorend tot de categorie CV Ketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 558 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Remeha Avanta 28c of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/72
Nederland
NL
Hoog rendement gaswandketels
Avanta 24c - 28c - 35c
Installatie- en
servicehandleiding
119665-AI

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Remeha
Categorie: CV Ketel
Model: Avanta 28c
Kleur van het product: Wit
Ingebouwd display: Ja
Gewicht: 25400 g
Breedte: 400 mm
Diepte: 290 mm
Hoogte: 600 mm
Ondersteuning voor plaatsing: Verticaal
Maximaal vermogen: 26700 W
Verwamingslocatie: Binnen
Zonneenergie batterijen ondersteuning: Nee
Brandstof: Natuurlijk gas
Boiler systeem: Combi-boilersysteem
Warmwatercapaciteit: 7.5 l/min
Minimum vermogen: 6200 W
HR Gaskeur: 107
CW Gaskeur klasse: 4
Type boiler (NL-label): HR
Watercapaciteit ( 40 ° C ): 12.5 l/min
Watercapaciteit ( 60 ° C ): 7.5 l/min

Foutcodes Remeha Avanta 28c

Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.

Code Betekenis Oplossing
05 Blokkeringsstijd. Aanvoertemperatuur bereikt te snel terwijl warmtevraag aanwezig. Dit is een tijdelijke blokkering (3-10 minuten). De ketel probeert automatisch opnieuw te starten zodra de blokkeringscondities zijn opgeheven.
08 Stand-by modus. Aanvoertemperatuur hoger dan gewenste temperatuur. Dit is normale stand-by toestand. Ketel start automatisch opnieuw wanneer aanvoertemperatuur lager is dan gewenste temperatuur.
09 Blokkering. Maximale temperatuur overschreden, grote temperatuurverschil, hoge stijgsnelheid, geen doorstroming of blokkeeringang gesloten. 1. Controleer maximale temperatuur reservoir. 2. Controleer temperatuurverschil ΔT tussen aanvoer en retour (<45°C). 3. Controleer stijgsnelheid aanvoertemperatuur. 4. Controleer waterdruk en waterpeil (geen doorstroming). 5. Controleer of blokkeeringang ketel gesloten is (brug over klemmen 1 en 2 van connector X6).
eK[10 Geen water in ketel of pomp draait niet. Geen doorstroming. 1. Controleer waterdruk cv-installatie. 2. Controleer op waterlekkages. 3. Controleer werking circulatiepomp: steek schroevendraaier in gleuf as en draai heen en weer. 4. Controleer bedrading. 5. Ontlucht ketel wanneer pomp uitgeschakeld is. 6. Controleer elektrische aansluitingen.
eK[11 Luchtkasttemperatuur te hoog. Luchtlek in warmtewisselaar. 1. Controleer pakking flens inspectieluik. 2. Controleer afdichtpakking frontplaat. 3. Controleer of deur in frontpaneel goed gemonteerd is. 4. Controleer ontstekingselectrode.
eK[12 Warmteterugwinunit defect of niet correct aangesloten. 1. Controleer aansluiting warmteterugwineenheid in verband met parameter pK[.
eK[13 Smeltbeveiliging warmtewisselaar aangesproken. Warmtewisselaar defect. 1. Controleer stekker en bekabeling smeltveiligheid op warmtewisselaar. 2. Controleer waterdruk cv-installatie. 3. Controleer op waterlekkages. 4. Controleer werking circulatiepomp. 5. Vervang warmtewisselaar pas na verhelpen mogelijke oorzaak.
eK[43 Parameterinstellingen zijn niet juist. Grenzen van parameters overschreden. Zet alle parameters terug naar fabrieksinstellingen.
eK[44 Parameterinstellingen zijn niet juist. Controle van parameters mislukt. Zet alle parameters terug naar fabrieksinstellingen.
eK[45 Parameterinstellingen zijn niet juist. Controle van parameters mislukt. Vervang de besturingsautomaat.
eK[K0 Kortsluiting of storing aanvoer- of retoursensor. Sensor defect, niet of slecht aangesloten. 1. Controleer de bedrading en breng beschermdoppen terug op hun plaats. 2. Controleer de goede werking van de sensors met een multimeter. 3. Meet de weerstand bij verschillende temperaturen (12-15kΩ bij 20-25°C). 4. Plaats sensoren maximaal 40mm onder de warmtewisselaar.
eK[K1 Aanvoertemperatuur groter dan maximale werktemperatuur. Geen doorstroming of te veel lucht. 1. Controleer de waterdruk van de cv-installatie (manometer). 2. Controleer de werking van de circulatiepomp: steek schroevendraaier in gleuf as en draai meerdere malen heen en weer. 3. Controleer bedrading pomp. 4. Ontlucht de ketel wanneer pomp uitgeschakeld is. 5. Controleer sensors op goede werking en weerstand (12-15kΩ bij 20-25°C).
eK[K2 Retourtemperatuur groter dan aanvoertemperatuur. Geen doorstroming of te veel lucht. 1. Controleer de waterdruk van de cv-installatie. 2. Controleer werking circulatiepomp: steek schroevendraaier in gleuf as en draai heen en weer. 3. Controleer bedrading. 4. Ontlucht ketel wanneer pomp uitgeschakeld is. 5. Controleer bekabeling tussen sensors en bedieningspaneel. 6. Controleer sensors op weerstand (12-15kΩ bij 20-25°C).
eK[K3 Bedieningspaneel defect of voedingskabel slecht aangesloten. 1. Controleer alle elektrische aansluitingen. 2. Controleer voedingskabel op beschadigingen. 3. Zorg voor goede verbinding van voedingskabel.
eK[K4 Geen ontstekingsvonk of na maximaal 5 startpogingen geen vlamvorming. 1. Controleer ontstekingstransformator, ontstekingskabel, tussenafstand elektroden (3-4mm) en aarding. 2. Controleer of gaskraan open is, voedingsdruk gas aanwezig, gasleiding ontlucht, lucht-rookgassenleiding niet verstopt/lekt, sifon gevuld. 3. Controleer elektriciteitsaansluiting volgens hoofdstuk 4, gebruik indien nodig scheidingstransformator. 4. Reinig of vervang ontstekingselektroden. 5. Controleer CO₂-gehalte op hoog- en laaglast.
eK[K5 Wel vlam maar geen of onvoldoende ionisatie (<3μA). Fout in ionisatie. 1. Controleer elektrische aansluiting, vooral aarding. 2. Reinig of vervang ontstekingselektroden. 3. Controleer tussenafstand elektroden (3-4mm). 4. Controleer CO₂-gehalte op gasblok. 5. Controleer ionisatie-/ontstekingselektrode. 6. Controleer concentrische pijpen rookgasafvoer en luchttoevoer. 7. Controleer gascirculatie op vollast. 8. Controleer of afstelling CO₂ juist is. 9. Controleer ontstekingstrafo.
eK[K6 Ongewenste vlamvorming. 1. Controleer ontstekingstrafo op defecten. 2. Controleer automaat op defecten.
eK[K7 Geen water in ketel of pomp draait niet. Geen doorstroming. 1. Controleer waterdruk van cv-installatie. 2. Controleer op waterlekkages. 3. Controleer werking circulatiepomp: steek schroevendraaier in gleuf as en draai heen en weer. 4. Controleer bedrading. 5. Ontlucht ketel wanneer pomp uitgeschakeld is. 6. Controleer elektrische aansluitingen.
eK[K8 Ventilator defect. Ventilator werkt niet, stopt niet of toerental onjuist. 1. Controleer goede werking ventilator. 2. Controleer bekabeling ventilator. 3. Controleer of schoorsteen volgens voorgeschreven waarden trekt.
eK[K9 Geen water in ketel. Waterdruk <0.6 bar of waterdrukschakelaar defect. 1. Controleer waterdruk cv-installatie (geadviseerd 1,5-2 bar). 2. Controleer op waterlekkages. 3. Controleer expansievat. 4. Vul cv-installatie met schoon leidingwater. 5. Ontlucht cv-installatie. 6. Reset ketel. 7. Vervang waterdrukschakelaar indien defect.

Handleiding Remeha Avanta 28c – volledige tekst

4. 5. 4 Solo-toepassing 22. 4. 6 Wateraansluitingen 22. 4. 6. 1 Doorspoelen van de installatie 22. 4. 6. 2 Waterdoorstroming. 23 4. 6. 3 Aansluiting van het verwarmingscircuit 23. 4. 6. 4 Aansluiting van het tapwatercircuit. 24 4. 6. 5 Aansluiting van het expansievat. 24 4. 6. 6 Aansluiting van de condensatie-afvoerleiding 25. 4. 7 Gasaansluiting 25. 4. 8 Aansluitingen van de lucht-/rookgasleidingen 26. 4. 8. 1 Classificatie 26. 4. 8. 2 Uitmondingen 27. 4. 8. 3 Lengte van de lucht-/rookgasleidingen 27. 4. 8. 4 Specifieke lucht-/rookgastoepassingen. 29 4. 8. 5 Aanvullende richtlijnen 30. 4. 8. 6 Aansluiting rookgasafvoer 31. 4. 8. 7 Aansluiting luchttoevoer 31. 4. 9 Elektrische aansluitingen 32. 4. 9. 1 Besturingsautomaat 32. 4. 9. 2 Aanbevelingen 33. 4. 9. 3 Toegang tot de aansluitconnectoren 33. 4. 9. 4 Beschrijving van de aansluitconnector 33. 4. 9. 5 Aansluiten kamerthermostaat 34. 4.

1 Inleiding 1.1 Toegepaste symbolenIn deze handleiding worden verschillende gevarenniveaus gebruiktom aandacht op de bijzondere aanwijzingen te vestigen. Wij doen ditom de veiligheid van de gebruiker te verhogen, problemen tevoorkomen en om de technische bedrijfszekerheid van het apparaatte waarborgen.GEVAARKans op gevaarlijke situaties resulterend in ernstigpersoonlijk letsel.WAARSCHUWINGKans op gevaarlijke situaties resulterend in lichtpersoonlijk letsel.OPGELETKans op materiële schade.Let op, belangrijke informatie.¼ Verwijzing naar andere handleidingen of pagina's in dezehandleiding. 1.2 Afkortingen 4 CLV: Combinatie luchttoevoer en verbrandingsgasafvoer 4 CV: Centrale verwarming 4 LTV: Lage temperatuur verwarming 4 SWW: Sanitair warm water 4 WTW: Warmteterugwinunit 1.3 Algemeen 1.3.1.

Vanwege de permanente zorg voor de kwaliteit van onze producten,zoeken wij voortdurend naar manieren om deze te verbeteren.Daarom houden wij ons het recht voor de in dit document genoemdespecificaties te wijzigen.In de volgende gevallen zijn wij als fabrikant niet aansprakelijk: 4 Het niet in acht nemen van de gebruiksinstructies van hetapparaat. 4 Achterstallig of onvoldoende onderhoud aan het apparaat. 4 Het niet in acht nemen van de installatieinstructies van hetapparaat. 1.3.2. Aansprakelijkheid van de installateurDe installateur is aansprakelijk voor de installatie en de eersteinbedrijfstelling van het apparaat. De installateur moet de volgendeinstructies in acht nemen: 4 Lees de instructies van het apparaat in de meegeleverdehandleidingen en neem deze in acht. 4 Installeer overeenkomstig de geldende wetgeving en normen.

1.4.3. Aanvullende richtlijnenNaast de wettelijke voorschriften en richtlijnen, moeten ook deaanvullende richtlijnen in deze handleiding worden opgevolgd.Voor alle voorschriften en richtlijnen, zoals genoemd in dezehandleiding, geldt dat aanvullingen of latere voorschriften enrichtlijnen op het moment van installeren van toepassing zijn. 1.4.4. FabriekstestIedere ketel wordt voor het verlaten van de fabriek optimaal ingestelden getest op: 4 Elektrische veiligheid 4 Afstelling (CO2) 4 Functie sanitair warm water (Alleen bij combiketel) 4 Waterdichtheid4Gasdichtheid 4 Parameterinstelling 1. Inleiding Avanta 24c - 28c - 35c8121211 - 119665-AI

2 Veiligheidsinstructies en aanbevelingen 2.1 VeiligheidsvoorschriftenGEVAARIndien u gas ruikt: 1. Gebruik geen vuur, rook niet, gebruik geenelektrische contacten of schakelaars (bel, verlichting,motor, lift, etc.). 2. Sluit de gasaanvoer af. 3. Open de ramen. 4. Spoor mogelijke lekkages op en dicht deze direct af. 5. Zit het lek vóór de gasmeter, waarschuw dan hetgasbedrijf.GEVAARIndien u rookgassen ruikt: 1. Schakel het apparaat uit. 2. Open de ramen. 3. Spoor mogelijke lekkages op en dicht deze direct af. 2.2 AanbevelingenWAARSCHUWING 4 De installatie en het onderhoud van de ketel moetendoor een erkend installateur worden uitgevoerdvolgens de plaatselijke en nationale regelgeving. 4 Bij werkzaamheden aan de ketel, de ketel altijdspanningsvrij maken en de hoofdgaskraan sluiten.

4 Controleer de hele installatie na onderhouds- enservicewerkzaamheden op lekkages.OPGELETDe ketel moet in een vorstvrije ruimte geïnstalleerdworden.Bewaar dit document in de nabijheid van de installatie.ManteldelenManteldelen mogen alleen verwijderd worden voor onderhouds- enservicewerkzaamheden. Plaats na de onderhouds- enservicewerkzaamheden alle manteldelen terug.Avanta 24c - 28c - 35c 2. Veiligheidsinstructies en aanbevelingen121211 - 119665-AI 9

3.3 Werkingsprincipe 3.3.1. Blokdiagram1Warmtewisselaar (CV)2Hydroblok3Platenwisselaar (SWW)4Aanvoer verwarming5Uitgang sanitair warm water (SWW)6Ingang sanitair koud water7Retour verwarming8Driewegklep9Circulatiepomp (CV) 3.3.2. CirculatiepompDe verwarmingsketel is voorzien van een circulatiepomp. Decirculatiepomp van de Avanta 28c en 35c is werkzaam op 2 niveaus: 4 Lage stand: Deze stand is voor CV-bedrijf ( = ).p21 0 4 Hoge stand: Deze stand is voor SWW-bedrijf ( = ).p21 1De pompinstelling kan gewijzigd worden met parameterp21.nnnnn Restopvoerhoogte Avanta 24 cAFabrieksinstelling CVBmax. CVHRestopvoerhoogte CVQWaterdebietT001399-A 4 5 6 712389T001460-B0100200300400500600700 0 200 400 600 800 1000 1200H [mbar]Q [l/h]AB 3. Technische beschrijving Avanta 24c - 28c - 35c12 121211 - 119665-AI

3.4 Technische gegevensKeteltype Avanta 24c 28c 35cAlgemeen CE identificatienummer PIN 0063BP3513 Belastingsregeling Instelbaar Modulerend, Aan/UitNominaal vermogen (Pn)CV-bedrijf (80/60 ºC) minimum-maximum kW 6,0 - 20,0 5,5 - 24,0 5,9 - 29,0 Fabrieksinstelling kW 17,4 17,4 23,3Nominaal vermogen (Pn)CV-bedrijf (50/30 ºC) minimum-maximum kW 6,5 - 21,6 6,2- 26,7 6,6 - 31,2 Fabrieksinstelling kW 19,4 19,4 25,9Nominale belasting (Qn)CV-bedrijf (Hi) minimum-maximum kW 6,1 - 21,0 5,7 - 24,8 6,3 - 30,0 Fabrieksinstelling kW 18,0 18,0 24,0 (1) Tijdsduur die vanaf begin tappen benodigd is om ten behoeve van installatieberekeningen een temperatuurverhoging van 40K te verkrijgenaan de tapwateruitlaat van het toestel, gebaseerd op het CW tapdebiet.

Keteltype Avanta 24c 28c 35cOverige gegevensGewicht (leeg) kg 25,0 25,4 27,7Gemiddeld geluidsniveau op eenafstand van 1 m van de ketel dB(A) < 44 (1) Tijdsduur die vanaf begin tappen benodigd is om ten behoeve van installatieberekeningen een temperatuurverhoging van 40K te verkrijgenaan de tapwateruitlaat van het toestel, gebaseerd op het CW tapdebiet. (2) De specifieke leidinglengte Ø 10/12 mm is de maximale, ongeïsoleerde lengte, waarbij het toestel in de slechtst denkbare zomersituatiebinnen 30 s warmwater met een blijvende temperatuurverhoging van 35 ºC levert aan het keukentappunt. Avanta 24c - 28c - 35c 3. Technische beschrijving121211 - 119665-AI 15

4 Installatie 4.1 InstallatievoorschriftenWAARSCHUWINGDe installatie van het apparaat moet door een erkendinstallateur worden uitgevoerd volgens de plaatselijke ennationale geldende regelgeving. 4.2 LeveringsomvangDe levering omvat: 4 De ketel, voorzien van netstekker met randaarde 4 Alleen voor type 28c en 35c: - Bevestigingsmiddelen voor wandmontage - Manometerset - Aansluitset bestaande uit wartels en knelringen 4 Installatie- en servicehandleiding 4 Gebruikershandleiding 4 GarantiekaartDeze Installatie- en servicehandleiding behandelt alleen destandaard leveringsomvang. Zie voor installatie of montage vaneventueel met de ketel meegeleverde accessoires, bijvoorbeeldmontagebeugel of montageframe, de met de accessoiresmeegeleverde montage-instructie.De ketel is ook samen met een modulerende regelaarleverbaar als Combi Comfort Systeem (Alleen voor type28c en 35c).

4.3 Montage mogelijkheden 4.3.1. Plaatsen van de ketelOPGELET 4 De ketel moet in een vorstvrije ruimte geïnstalleerdworden. 4 Plaats de ketel niet boven een warmtebron of eenkookapparaat.Om demontage en montage van de ketelmantel mogelijk te maken,is aan beide zijden van de ketel een ruimte van 5 mm voldoende. 4 Bij de ketel moet een wandcontactdoos metrandaarde aanwezig zijn 4 Voor de condensafvoer moet er een aansluiting op hetriool in de buurt van de ketel zijnOPGELET 4 De wand of het montageframe moet het gewicht vande ketel kunnen dragen en moet voldoende stabielzijn. 4 Licht ontvlambare materialen of vloeistoffen mogenniet in de buurt van het toestel worden opgeslagen ofgebruikt.Zorg voor voldoende ruimte rond de ketel voor een goedebereikbaarheid en vereenvoudiging van het onderhoud. Zienevenstaand schema.T000087-B5 mmmin.5 mmmin.T001445-B400min.1000 290min. 250min.

nnnnn BeveiligingsindexBBadkuip of douchebakZZonesOZ Buitenzone indelingDoor de beveiligingsindex IP X4D is installatie in de badkamermogelijk in de zones 2, 3 en in de buitenzone-indeling. 4 Sluit in dit geval de 230V voeding als vaste aansluiting aan. 4 Sluit in dit geval ook een luchttoevoerleiding aan.OPGELETBij vaste aansluiting van het netsnoer dient altijd voor deketel een dubbelpolige hoofdschakelaar te wordenaangebracht met een contactopening van ten minste 3mm (EN 60335-1). 4.3.2. Ventilatie(1) Afstand tussen de voorkant van de ketel en debinnenwand van de kast(2) Afstand aan beide zijden van de ketelWordt de ketel in een gesloten kast geïnstalleerd, dan moeten deaangegeven minimum maten in acht worden genomen.

4.4 Ophangen van de ketelAan de achterzijde van de ketel bevinden zich twee ophangogen,zodat de ketel direct aan de wand kan worden bevestigd.Ga hiervoor als volgt te werk; 1. Bepaal de positie van de twee bevestigingsgaten. Zorg ervoor datde gaten waterpas liggen. 2. Boor 2 gaten van Ø 8 mm. 3. Plaats de pluggen (Ø 8 mm). 4. Schroef de bouten (Ø 6 mm) in de pluggen. 5. Draai de ophangogen van de ketel naar boven. 6. Hang de ketel op aan de bouten. 7. Draai de bouten vast. 4 De ketel moet waterpas hangen! 4 Om de ketel en aansluitingen tijdens het ophangen tebeschermen tegen vervuiling door bouwstof, dienenRGA- en LTV-aansluitpunten te worden afgedekt.T001371-B 4. Installatie Avanta 24c - 28c - 35c20 121211 - 119665-AI

4.5 Hydraulische aansluitmogelijkheden 4.5.1. Aansluiten vloerverwarming1Ketel2Veiligheidsventiel3Expansievat4Terugslagklep5Open verdeler6Aansluitgroep7Vloerverwarming8RadiatorverwarmingDe ketel kan direct op een vloerverwarmingsinstallatie wordenaangesloten. Indien nodig de instellingen van de ketel aanpassen bijaansluiting op de LTV-installatie.Bij toepassing van kunststof leidingen (bijvoorbeeld bijvloerverwarming) moet de toegepaste kunststof buiszuurstofdiffusiedicht zijn volgens DIN 4726/4729. In installaties waarde toegepaste kunststof buis niet voldoet aan deze normen, wordtgeadviseerd het ketelcircuit hydraulisch te scheiden van de CV-installatie door een (platen-) wisselaar. 4.5.2. Aansluiten zonneboiler1Ketel2Voorraadvat3Zonnecollector4Pomp5Doorstroombegrenzer6Inlaatcombinatie7Mengventiel8StromingsschakelaarDe combiketel is geschikt als naverwarmer bij zonneboilers.

4.5.3. Geiser-toepassing1Veiligheidsventiel2Vul- / aftapkraan3Manometer4ExpansievatDe combiketel is ook geschikt voor alleen warmwaterbedrijf. De ketelkan dan als geiser functioneren. Hiertoe dient de CV-functieuitgeschakeld te worden met behulp van parameter p3. De aanvoeren retour aansluitingen van het toestel dienen doorverbonden teworden. 4.5.4. Solo-toepassingDe combiketel is ook geschikt voor alleen CV-bedrijf. Hiertoe dient dewarmwaterfunctie uitgeschakeld te worden met behulp vanparameter . De sanitairleidingen hoeven niet aangesloten ofp3afgedopt te worden. De meegeleverde stofdopjes volstaan. 4.6 Wateraansluitingen 4.6.1. Doorspoelen van de installatiennnnn Plaatsing van de ketel op een nieuwe installatie(installatie van minder dan 6 maanden) 4 Reinig de installatie met een universeel reinigingsmiddel om hetafval uit de installatie te verwijderen (koper, vlasdraad,soldeersel).

4 Spoel de installatie goed door totdat het water helder is en geenvuildeeltjes meer bevat.nnnnn Plaatsing van de ketel op een bestaande installatie 4 Verwijder slijk uit de installatie met een reinigingsmiddel. 4 Spoel de installatie door. 4 Reinig de installatie met een universeel reinigingsmiddel om hetafval uit de installatie te verwijderen (koper, vlasdraad,soldeersel). 4 Spoel de installatie goed door totdat het water helder is en geenvuildeeltjes meer bevat.T000157-C 1 342 4. Installatie Avanta 24c - 28c - 35c22 121211 - 119665-AI

4.6.2. WaterdoorstromingDe modulerende regeling van de ketel begrenst het maximaletemperatuurverschil tussen aanvoer en retour van het water en demaximale stijgsnelheid van de aanvoertemperatuur. Hierdoor is deketel nagenoeg ongevoelig voor te kleine waterdoorstroming.Houd in alle gevallen een minimale waterdoorstroming van 0,1 m3/haan.¼ Bij toepassing van thermostaatkranen, zie hoofdstuk:"Aansluiting van het expansievat", pagina 24 4.6.3. Aansluiting van het verwarmingscircuit1. Verwijder de stofdop op de aansluiting retour cv z onder aan deketel. 2. Monteer de ingaande leiding voor cv-water op de aansluitingretour cv. 3. Monteer voor het vullen en het aftappen van de ketel een vul- enaftapkraan in de installatie.4. Verwijder de stofdop op de aansluiting aanvoer cv { onder aande ketel. 5. Monteer de uitgaande leiding voor cv-water op de aansluitingaanvoer cv. 6.

Monteer het veiligheidsventiel (minimaal ½") in de aanvoer CV-leiding. Plaats het veiligheidsventiel bij voorkeur binnen 0,5 m,maar niet verder dan 4,0 m van de ketel.4Voor het uitvoeren van servicewerkzaamheden is hetraadzaam om zowel in de aanvoer cv-leiding als deretour cv-leiding een serviceafsluiter te monteren. 4 Het is raadzaam om in de retour CV-leiding eenmanometer te monteren met behulp van een T-stuk.T001373-CT001493-AT001382-C Avanta 24c - 28c - 35c 4. Installatie121211 - 119665-AI 23

OPGELET 4 De cv-leidingen moeten volgens de geldendevoorschriften worden aangesloten. 4 Gebruik W1⅛" - 14F voor de CV-zijdige knelmoeren. 4 Bij gebruik van flexibele cv-leidingen moet een cv-zijdig filter geplaatst worden, zowel in deaanvoerleiding als in de retourleiding. De filtersmoeten periodiek gereinigd worden. 4 Plaats, bij montage van serviceafsluiters, de vul- enaftapkraan, het expansievat en de manometertussen de afsluiter en de ketel.¼ Bij toepassing van thermostaatkranen, zie hoofdstuk:"Aansluiting van het expansievat", pagina 24 4.6.4. Aansluiting van het tapwatercircuit1. Verwijder de stofdop op de aansluiting sanitair koud water xonder aan de ketel.2. Verwijder de stofdop op de aansluiting sanitair warm water yonder aan de ketel. 3. Monteer de ingaande leiding voor koud water op de aansluitingsanitair koud water.

Monteer in deze leiding direct onder de keteleen KIWA gekeurde inlaatcombinatie. 4. Monteer de uitgaande leiding voor sanitair warm water op deaansluiting sanitair warm. 5. Plaats een afvoer naar het riool voor het expansiewater onder deinlaatcombinatie.OPGELET 4 De sanitaire waterleidingen moeten volgens degeldende voorschriften worden aangesloten. 4 Gebruik G½" (volgens ISO 228) voor de sanitaireknelmoeren. 4 Volg bij gebruik van kunststof leidingen de (aansluit)aanwijzingen van de fabrikant op. 4.6.5. Aansluiting van het expansievatMonteer het expansievat op de retour cv-leiding .zBij een combiketel in een installatie waarbij de aanvoergeheel van de retour kan worden afgesloten (bijvoorbeeldbij toepassing van thermostaatkranen), dient of een by-pass leiding gemonteerd te worden of het expansievat inde aanvoer CV-leiding geplaatst te worden.T001372-C 4.

4.6.6. Aansluiting van de condensatie-afvoerleiding 1. Monteer een kunststof afvoerpijp Ø 32 mm of groter, uitkomendop het riool. Plaats de afvoerpijp ca. j cm onder de aansluitingcondensafvoer *2. 2. Monteer een stankafsluiter of sifon in de afvoerpijp.OPGELETMaak geen vaste verbinding in verband metservicewerkzaamheden aan de sifon. 4 De condensafvoer mag niet worden afgedicht. 4 Afschot afvoerpijp minimaal 30 mm per meter,maximale horizontale lengte 5 meter. 4 Het lozen van condenswater op een dakgoot is niettoegestaan. 4 De condensafvoerleiding moet volgens de geldendevoorschriften worden aangesloten. 4.7 Gasaansluiting 1. Verwijder de stofdop op de gasaansluiting onder aan de ketel. 2. Monteer de gasaanvoerleiding. 3. Monteer in deze leiding direct onder de ketel een gasafsluitkraan. 4.

Monteer de gasleiding op de gasafsluitkraan.WAARSCHUWING 4 Sluit de hoofdgaskraan alvorens met dewerkzaamheden aan de gasleidingen te beginnen. 4 Controleer voor montage of de gasmeter voldoendecapaciteit heeft. Houd daarbij rekening met hetverbruik van alle huishoudelijke apparaten. 4 Waarschuw het plaatselijke energiebedrijf als degasmeter te weinig capaciteit heeft.OPGELET 4 Zorg dat er geen vuil in de gasleiding zit. Blaas voormontage de leiding door of klop deze goed uit. 4 Installeer in de gasleiding bij voorkeur een gasfilterom vervuiling van het gasblok te voorkomen. 4 De gasleiding moet volgens de geldendevoorschriften worden aangesloten. 4 Gebruik G½" (volgens ISO 228) voor de gaszijdigeknelmoeren.T001383-BT001384-B Avanta 24c - 28c - 35c 4. Installatie121211 - 119665-AI 25

4 Instroomopening voor de luchttoevoer ligt in hetzelfde drukgebied als de uitmonding(Bijvoorbeeld een concentrische dakdoorvoer).C43(2) Gesloten/Cascade 4 Gemeenschappelijk luchttoevoer- en rookgasafvoerkanaal (CLV): - Concentrisch. - Excentrisch; Luchttoevoer uit de schacht. 4 Overdruk cascades vallen hier ook onder. C53 Gesloten 4 Gesloten toestel. 4 Separaat luchttoevoerkanaal. 4 Separaat rookgasafvoerkanaal. 4 Uitmondend in verschillende drukvlakken. C63 Gesloten 4 Dit type toestel wordt door de fabrikant zonder toe- en afvoersysteem geleverd.C83(3) Gesloten 4 Toestel kan worden aangesloten op een zogenaamd half CLV systeem (gemeenschappelijkerookgasafvoer).C93(4) Gesloten 4 Luchttoevoer- en rookgasafvoerkanaal in schacht of omkokerd: - Concentrisch. - Excentrisch; Luchttoevoer uit de schacht. - Rookgasafvoer bovendaks.

Deze is als accessoireleverbaar.Voor type C1, C3 en C5 rookgasafvoer moet de M&G Skyline /Mugro 3000 Coxstand E HR of worden gebruikt. Voor type C6rookgasafvoer moet het afvoermateriaal voldoen aan Gastec QA en/of voorzien zijn van een CE-markering.De uitmonding van de rookgasafvoer moet voldoen aan EN 1856-1.De rookgasafvoerconstructie moet berekend zijn volgens EN 13384(deel 1 & 2).Bij een open rookgasafvoer bovendaks, moet deuitmonding altijd voorzien zijn van een RVSboldraadrooster. 4.8.3. Lengte van de lucht-/rookgasleidingenDe ketel heeft standaard een tweepijps-aansluiting. Tijdens installatiekan worden gekozen voor een open of gesloten uitvoering.4Voor het bepalen van de uiteindelijke maximalelengte, moet de leidinglengte ingekort wordenvolgens de reductietabel. 4 De ketel is ook geschikt voor langereschoorsteenlengten en andere diameters dan in detabel aangegeven.

nnnnn Open uitvoeringBij een open uitvoering blijft de luchttoevoeropening open; alleen derookgasafvoeropening wordt aangesloten. De ketel krijgt dan debenodigde verbrandingslucht direct uit de opstellingsruimte. Zie tabelvoor de maximale leidinglengte van de rookgasafvoerleidingen voorde open uitvoering. Bij gebruik van luchttoevoer- enrookgasafvoerleidingen met andere diameters dan 80 mm, moetenverloopstukken worden toegepast.OPGELET 4 De luchttoevoeropening moet geopend blijven. 4 De opstellingsruimte moet voorzien zijn van denoodzakelijke luchttoevoeropeningen.

Deze mogenniet worden verkleind of afgesloten.Schoorsteenlengte voor open uitvoering Situatie DiameterMaximale lengteAvanta24cAvanta28cAvanta35cVrije uitmonding in gebied I 60 mm 10 m 10 m 8 m 70 mm 18 m 23 m 14 m 80 mm 40 m 40 m 35 m 90 mm 40 m 40 m 40 mNiet vrije uitmonding ingebied III Land (ΔP statisch= + 25 Pa) 60 mm 5 m 7 m 6 m 70 mm 10 m 17 m 10 m 80 mm 23 m 35 m 25 m 90 mm 36 m 40 m 40 mNiet vrije uitmonding ingebied III Kust (ΔP statisch= + 40 Pa) 60 mm 2 m 6 m 4 m 70 mm 5 m 13 m 8 m 80 mm 11 m 28 m 20 m 90 mm 17 m 40 m 31 mnnnnn Gesloten uitvoeringBij een gesloten uitvoering wordt zowel de rookgasafvoer- als deluchttoevoeropening (parallel) aangesloten. Zie tabel voor demaximale leidinglengte van de rookgasafvoerleidingen voor de openuitvoering.

Specifieke lucht-/rookgastoepassingenNeem contact met ons op voor meer informatie.nnnnn Hogedruksysteem Voor de ketel zijn, speciaal voor renovatiesituaties waar hetbestaande rookgasafvoerkanaal niet geschikt is voor condenserenderookgassen, rookgasafvoerslangen van kleinere diameters in dehandel verkrijgbaar. Bij deze toepassing van de ketel dient onderandere een aantal ketelinstellingen gewijzigd te worden. Derestopvoerhoogte is dan te vergroten. In de hogedruk instructieset(accessoire) staat dit uitgebreid beschreven.Het hogedruksysteem is alleen toegestaan in combinatiemet de hogedruk instructieset.RemehaT001396-BL Avanta 24c - 28c - 35c 4. Installatie121211 - 119665-AI 29

nnnnn WTW-koppelingDe ketel is voorbereid voor koppeling met een WTW-unit van het merkItho HRU. Bij deze toepassing van de ketel dient onder andere eenaantal ketelinstellingen gewijzigd te worden. In de specialeaansluitset (accessoire) staat dit uitgebreid beschreven. De WTW-koppeling is alleen toegestaan in combinatie metde WTW aansluitset. nnnnn CLV-overdrukDe ketel kan, onder bepaalde voorwaarden, toegepast worden in eenCLV-overdruksysteem. Bij deze toepassing van de ketel dient onderandere een aantal ketelinstellingen gewijzigd te worden. 4. 8. 5. Aanvullende richtlijnen 4 Voor de installatie van het rookgasafvoer enluchttoevoermateriaal wordt verwezen naar de voorschriften vande fabrikant van het betreffende rmateriaal. Het niet volgens devoorschriften installeren van de rookgasafvoer- enluchttoevoermaterialen (niet lekdicht, niet gebeugeld etc.

), kan totgevaarlijke situaties leiden en/of lichamelijk letsel tot gevolghebben. Controleer na montage tenminste alle rookgas- enluchtvoerende delen op dichtheid. 4 Directe aansluiting van de rookgasafvoer op bouwkundigekanalen is niet toegestaan in verband met condensatie. 4 Als voeringkanalen worden toegepast, moeten deze bestaan uiteen luchtdichte, dikwandige starre aluminium of roestvaststalenconstructie. Ook buigbare kunststof en roestvaststalenvoeringpijpen zijn toegestaan. Aluminium is toegestaan, mits ergeen contact is met het bouwkundige gedeelte van hetrookgasafvoerkanaal. 4 Schachten altijd grondig reinigen bij toepassing vanvoeringspijpen en/of luchttoevoeraansluiting. 4 Inspectie van het voeringkanaal moet mogelijk zijn.

4 Wanneer er in de rookgasafvoerleiding condens uit een kunststofof roestvaststalen leidingdeel terug kan stromen naar eenaluminium deel, dan dient dit condens via een opvanginrichtingafgevoerd te worden, voordat het het aluminium bereikt(overeenkomstig NPR 3378).

4 Bij aluminium rookgasafvoerleidingen van grotere lengte dient deeerste tijd rekening gehouden te worden met relatief grotehoeveelheden corrosieproducten die samen met het condens uitde afvoerleidingen terugstromen. Regelmatig toestelsifon reinigenof extra condensopvang boven het toestel plaatsen. 4 Zorg voor voldoende afschot van de rookgasafvoerleiding richtingde ketel (minimaal 50 mm per meter) en aan voldoendecondensopvang en afvoer (minimaal 1 m voor de uitmonding vande ketel). De toegepaste bochten moeten groter zijn dan 90° omafschot en een goede afdichting op de lippenringen tewaarborgen. 4. Installatie Avanta 24c - 28c - 35c30 121211 - 119665-AI.

4.9 Elektrische aansluitingen 4.9.1. BesturingsautomaatDe ketel is niet fasegevoelig. De ketel is geheel voorbedraad. Alleexterne aansluitingen kunnen op de aansluitconnector(laagspanning) worden uitgevoerd. In de tabel zijn de belangrijksteeigenschappen van de besturingsautomaat opgesomd. Voedingsspanning 230 VAC/50Hz Zekeringwaarde F1 (230 VAC) 2 AT DC--ventilator 24 VDCWAARSCHUWINGGebruik een scheidingstransformator voor andereaansluitwaarden dan hierboven vermeld.OPGELETDe volgende componenten van de ketel staan onder eenspanning van 230V: 4 Elektrische aansluiting circulatiepomp. 4 Elektrische aansluiting gascombinatieblok. 4 Elektrische aansluiting driewegklep (Indienaanwezig). 4 Meeste delen op de besturingsautomaat. 4 Ontstekingstrafo.

4 Voedingskabelaansluiting.De ketel is voorzien van stekker met randaarde (snoerlengte 1,5 m)en geschikt voor een 230VAC/50Hz voeding met fase/nul/aardesysteem. Het netsnoer is aangesloten op de connector . EenX1reservezekering zit in de behuizing van de besturingsautomaat.OPGELET 4 Wanneer de voedingskabel vervangen moet worden,dient deze bij besteld te worden.Remeha 4 De stekker van de ketel moet altijd bereikbaar zijn. 4 Voor aansluiting op een 2-fase net moet jumperX12 op de besturingsautomaat (onder debeschermkap) verwijderd worden.De aansluitmogelijkheden op de standaardbesturingsprint worden inde volgende paragrafen toegelicht. 4. Installatie Avanta 24c - 28c - 35c32 121211 - 119665-AI

4.9.2. AanbevelingenWAARSCHUWING 4 De elektrische aansluitingen moeten altijdspanningsloos worden uitgevoerd en alleen doorerkende installateurs. 4 De ketel is volledig voorbedraad. De interneaansluitingen van het bedieningspaneel nietwijzigen. 4 Voer een aarding uit alvorens de elektriciteit aan tesluiten.Voer de elektrische aansluitingen van de ketel uit volgens: 4 De voorschriften van de geldende normen. 4 De aanwijzingen van de met de ketel meegeleverde elektrischeschema's. 4 De aanbevelingen in de handleiding.OPGELETScheid de sensorkabels van de 230V kabels. 4.9.3. Toegang tot de aansluitconnectoren 1. De 2 schroeven losdraaien aan de onderzijde van het voorpaneel. 2. Verwijder het voorpaneel. 3. Steek de kabels door de tule in de onderplaat van de ketel. 4. Voor het aansluiten van de kabels, zie de volgende hoofdstukken. 4.9.4.

Tk a/u Aan/uit thermostaatTk mod. Modulerende regelaar (OpenTherm)Tk KamerthermostaatTv Vorstthermostaat 4.9.5. Aansluiten kamerthermostaatnnnnn Aansluiten modulerende regelaar De ketel is standaard voorzien van een aansluiting.OpenThermHierdoor kunnen zonder verdere aanpassingen modulerendeOpenTherm ruimteregelaars worden aangesloten. Tevens is de ketelgeschikt voor .OpenTherm Smart Power 4 Monteer de regelaar in een referentieruimte (over het algemeende woonkamer). 4 Sluit de twee-aderige kabel aan op de klemmen van de3-4aansluitconnector.Als de tapwatertemperatuur op de regelaarOpenThermingesteld kan worden, dan levert de ketel dezetemperatuur, met als maximum de ingestelde waarde in deketel.nnnnn Aansluiten aan/uit thermostaat De ketel is geschikt voor het aansluiten van een 2 draads aan/uitkamerthermostaat.

4.9.6. Aansluiten vorstbeveiligingIn het geval van een normale installatie, adviseren wij deketelthermostaat af te stellen op een temperatuur van 10°C.Zet de ketel in de ECO-stand met behulp van parameterp4, de warmhoudstand is hierdoor uitgeschakeld.De ketel heeft een ingebouwde ketelbeveiliging die in werking treedtals het CV-water in de ketel te ver in temperatuur daalt. Deze werktals volgt: 4 Indien de watertemperatuur lager dan 7°C is, wordt decirculatiepomp ingeschakeld. 4 Indien de watertemperatuur lager dan 3°C is, wordt de ketelingeschakeld.

4 Als de watertemperatuur hoger dan 10°C is, schakelt de ketel uiten draait de circulatiepomp nog 15 minuten.WAARSCHUWINGDe ketelbeveiliging is slechts een beveiliging voor de ketelen niet voor de installatie.nnnnn Vorstbeveiliging in combinatie met aan/uit thermostaatIndien er een aan/uit thermostaat wordt toegepast, wordt hetaangeraden om de vorstgevaarlijke ruimte te beveiligen tegen vorstin combinatie met een vorstthermostaat. De radiatorkraan in devorstgevoelige ruimte moet wel opengedraaid zijn. 4 Plaats in vorstgevaarlijke ruimten (bijvoorbeeld garage) bijvoorkeur een vorstthermostaat ( ).Tv 4 Sluit de vorstthermostaat parallel aan een aan/uitkamerthermostaat ( ) aan op de klemmen van deTk 3-4aansluitconnector.4Bij toepassing van een thermostaat kanOpenThermer geen vorstthermostaat parallel op de klemmen3-4 aangesloten worden.

Realiseer dan devorstbeveiliging van de CV-installatie in combinatiemet een buitensensor. 4.9.7. Blokkerende ingangOp de klemmen 1 en 2 van de aansluitconnector X6 kan bijvoorbeeldeen externe gasdrukschakelaar, een beveiligingsthermostaat vaneen vloerverwarmingsunit of een vrijgavecontact van eenwarmteterugwinunit worden aangesloten. Deze aansluiting komt inplaats van de doorverbinding op klemmen en .1 2X6 4 3 2 1 Tk TvT001411-AAvanta 24c - 28c - 35c 4. Installatie121211 - 119665-AI 35

4.9.8. Aansluiten PC/LaptopOp de telefoonconnector kan met behulp van de optionele Recominterface een PC of Laptop worden aangesloten. Samen met deRecom PC/Laptop service software kunt u diverse ketelinstellingeninlezen, veranderen en uitlezen. De telefoonconnector zit rechtsX7onder de aansluitconnector .X6T001412-B1 34 2 1 4. Installatie Avanta 24c - 28c - 35c36 121211 - 119665-AI

4.11 Vullen van de installatie 4.11.1. WaterbehandelingIn veel gevallen kunnen de ketel en CV-installatie gevuld worden metnormaal leidingwater en zal waterbehandeling niet noodzakelijk zijn.WAARSCHUWINGVoeg zonder overleg met geen chemischeRemehamiddelen aan het CV-water toe. Bijvoorbeeld: antivries,waterontharders, pH-verhogende of verlagendemiddelen, chemische toevoegmiddelen en/ ofinhibitoren. Deze kunnen leiden tot storingen aan de ketelen beschadiging van de warmtewisselaar. 4 Spoel de CV-installatie door met minimaal 3 x desysteeminhoud van de CV-installatie. Desanitairleidingen doorspoelen met minimaal 20 keerde inhoud van de leidingen. 4 De pH-waarde van het installatiewater dient vooronbehandeld water te liggen tussen 7 en 9 en voorbehandeld water tussen 7 en 8,5.

4 De maximale hardheid van het installatiewater dientte liggen tussen 0,5 - 11,2 °dH (Afhankelijk van hettotaal opgesteld vermogen). 4 Voor verdergaande informatie verwijzen wij u naaronze publicatie Waterkwaliteitsvoorschrift. Devoorschriften in genoemd document dienenaangehouden te worden. 4.11.2. Vullen van de sifon 1. Demonteer de sifon. 2. Vul de sifon met water. Deze moet gevuld zijn tot aan demarkeringsstrepen.OPGELETVoorkom dat er rookgassen in het vertrek komen, vuldaarom de sifon met water voor de inbedrijfstelling van deketel. 3. Monteer de sifon.T001397-A 4. Installatie Avanta 24c - 28c - 35c38 121211 - 119665-AI

4.11.3. Vullen van de installatieOPGELET 4 Draai alle radiatorkranen van de CV-installatie openvoor het vullen. 4 Draai of klik het dopje op de ontluchter van de pomp(bij enkele modellen ook op de ontluchtingspot) open. 4 Bij lekkage van een ontluchter, na het ontluchten hetdopje dichtdraaien of dichtklikken. 4 Voorkom bij het ontluchten dat er water in de ketelkomt. 1. Vul de CV-installatie met schoon leidingwater (geadviseerdewaterdruk tussen 1,5 en 2 bar). 2. De waterzijdige aansluitingen op dichtheid controleren.De ketel doorloopt na inschakelen van de spanning en bijvoldoende waterdruk altijd een automatischontluchtingsprogramma van ca. 3 minuten (Tijdens hetvullen kan er lucht ontsnappen via de automatischeontluchter).

5 Inbedrijfstelling 5.1 Bedieningspaneel1Display2Resettoets3Toets [-]4Toets [+]5[Enter] of toetsSHet display heeft twee posities en geeft informatie over debedrijfssituatie van de ketel en eventuele storingen. Er kunnen cijfers,punten en/of letters verschijnen.Wanneer er 3 minuten lang niet op een toets is gedrukt, licht er bij de'ketel in rust' slechts een punt op. In geval van een storing blijft debijbehorende code weergegeven. Is de ketel in bedrijf, dan lichten ertwee punten op.Door op een willekeurige toets te drukken wordt de bij de huidigewerkingstoestand van de verwarmingsketel behorende codeweergegeven. 5.2 Controlepunten vóór inbedrijfstelling 5.2.1.

Ketel bedrijfsklaar makenWAARSCHUWINGStel de ketel niet in bedrijf als de aangeboden gassoortniet overeenkomt met de toegestane gassoorten.Procedure om de ketel bedrijfsklaar te maken: 4 Controleer of de geleverde gassoort overeenkomt met degegevens op het typeplaatje van de ketel. 4 Controleer het gascircuit. 4 Controleer het hydraulisch circuit. 4 Controleer de waterdruk van de cv-installatie. 4 Controleer de elektrische aansluitingen van de thermostaat en deandere externe aansluitingen. 4 Controleer overige aansluitingen. 4 Test de ketel op vollast. Controleer de instelling van de verhoudinggas/lucht en corrigeer indien nodig. 4 Test de ketel op laaglast. Controleer de instelling van deverhouding gas/lucht en corrigeer indien nodig. 4 Afsluitende werkzaamheden. 2 3 4 51RT001406-A 5. Inbedrijfstelling Avanta 24c - 28c - 35c40 121211 - 119665-AI

4 Vul de checklist in: ¼ "Checklist voor inbedrijfstelling", pagina68 5.2.2. GascircuitWAARSCHUWINGZorg dat de ketel spanningsloos is. 1. Open de hoofdgaskraan. 2. De 2 schroeven losdraaien aan de onderzijde van de frontmantel. 3. Verwijder de frontmantel. 4. Controleer of de ketel is afgesteld op de juiste gassoort.WAARSCHUWING¼ Voor de toegestane gassoorten, zie hoofdstuk:"Toestelcategorieën", pagina 7 5. Open de gaskraan van de ketel. 6. Controleer de gasvoordruk op het meetpunt van het gasblok.CDe gasdruk moet voldoen aan de vermelde druk op de typeplaat. 7. Ontlucht de gastoevoerleiding door het meetpunt op het gasbloklos te schroeven. Schroef het meetpunt weer dicht wanneer deleiding voldoende ontlucht is. 8. Controleer de afdichting van de gasleiding, inclusief het gasblok. 5.2.3. Hydraulisch circuit 4 Controleer de sifon, deze moet tot de merkstreep met schoonwater gevuld zijn.

5. 3 Inbedrijfstelling van de ketelWAARSCHUWINGDe eerste inbedrijfstelling moet worden uitgevoerd dooreen erkend installateur. 1. Open de hoofdgaskraan. 2. Steek de stekker van de ketel in een geaard stopcontact. 3. Open de gaskraan van de ketel. 4. Stel de onderdelen (thermostaten, regeling) zodanig in dat erwarmte wordt gevraagd. 5. Het opstartprogramma begint en kan niet onderbroken worden. Tijdens de opstartcyclus, geeft het display de volgende informatie:fK[xx : Software versiepK[xx : Parameter versieDe versienummers worden afwisselend weergegeven. 6. De ketel begint een automatische ontluchtingscyclus van ca. 3minuten. Dit herhaalt zich iedere keer als de voedingsspanningonderbroken is geweest. 7. Controleer de ketelpomp. Verwijder eventueel de middelsteschroef voor het ontluchten van de pomp (CV pomp). 8. Controleer de gasaansluitingen ná het gasblok in de ketel opdichtheid.

De huidige situatie wordt op de display weergegeven:Warmtevraag ))))) Warmtevraag gestopt Warm tapwatervraag +++++ Warmtevraag gestopt 1 1 1 1 : Ventilator aan : Naventilatie : Ventilator aan : Naventilatie2 : Ontstekingspoging van debrander 5 2 5 : Branderstop : Ontstekingspoging van de brander : Branderstop 6 : Pompnadraaitijd 6 : Pompnadraaitijd 3 0 4 0 : CV-bedrijf : Stand-by : Functie sanitair warm water : Stand-byDe ketel is nu operationeel. Het display toont. 0Fout tijdens opstartprocedure: 4 Op het display verschijnt geen informatie: - Controleer de netspanning - Controleer de hoofdzekeringen - Controleer zekeringen op de besturingsautomaat: (F1 = 2 AT,230 V) - Controleer de aansluiting van het netsnoer op de connectorX4 van de besturingsautomaat. 4 Een fout wordt op het display weergegeven met een knipperendefoutcode.

5.4 Gasinstellingen 5.4.1. Aanpassing aan een ander type gasWAARSCHUWINGAlleen een erkend installateur mag de volgendehandelingen uitvoeren.De Avanta ketel wordt geleverd en vooraf ingesteld voor een werkingop aardgas van de groep G25 (L-gas).Voer voor werking met een andere gassoort de volgende handelingenuit. In geval van werking op propaan: 4 Draai de afstelschroef met de wijzers van de klok mee totdatAdeze gesloten is, vervolgens: 3.5 - 4 slagen tegen de wijzers vande klok in. 4 Stel het toerental van de ventilator af zoals aangegeven in detabel (indien nodig). De instelling kan gewijzigd worden metbehulp van parameters , en :p17 p18 p19¼ Zie het hoofdstuk: "Beschrijving van de parameters", pagina47 4 Controleer de instelling van de gas-/luchtverhouding.

Voor meeruitvoerige informatie:¼ Zie het hoofdstuk: "Instelling van de gas-/luchtverhouding(Vollast)", pagina 44¼ Zie het hoofdstuk: "Instelling van de gas-/luchtverhouding(Laaglast)", pagina 45Bij propaanbedrijf kan niet garanderen dat alleRemehacomfortaspecten volgens CW-eisen gehaald worden.RT001422-AAA Avanta 24c - 28c - 35c 5. Inbedrijfstelling121211 - 119665-AI 43

5.4.2. Instelling van de gas-/luchtverhouding(Vollast) 1. Schroef de dop van het rookgas meetpunt los. 2. Sluit de rookgasanalysator aan.WAARSCHUWINGDicht de opening rond de meetsensor tijdens de metinggoed af. 3. Stel de ketel in op vollast:Houd de toets S ingedrukt en druk op de toets [+] totdat h3wordt weergegeven 4. Het O2- of CO2-gehalte van de rookgassen meten. 5. Indien dit percentage niet overeenkomt met de gewenste waarde,corrigeer dan de gas-/luchtverhouding met behulp van deafstelschroef A op het gasblok. 4 Indien het gehalte te hoog is, draai de schroef danAmet de klok mee voor een lager gasdebiet. 4 Indien het gehalte te laag is, draai de schroef danAtegen de klok in voor een hoger gasdebiet. 6. Controleer de vlam via het kijkglas.

5.4.3. Instelling van de gas-/luchtverhouding(Laaglast) 1. Schroef de dop van het rookgas meetpunt los. 2. Sluit de rookgasanalysator aan.WAARSCHUWINGDicht de opening rond de meetsensor tijdens de metinggoed af. 3. Stel de ketel in op laaglast. Druk meerdere malen op de toets[S] totdat het symbool l3 wordt weergegeven. Laaglast isingesteld. 4. Het O2- of CO2-gehalte van de rookgassen meten. 5. Indien dit percentage niet overeenkomt met de gewenste waarde,corrigeer dan de gas-/luchtverhouding met behulp van deafstelschroef B op het gasblok. 4 Indien het gehalte te hoog is, draai de schroef danBmet de klok mee voor een lager gasdebiet. 4 Indien het gehalte te laag is, draai de schroef danBtegen de klok in voor een hoger gasdebiet. 6. Controleer de vlam via het kijkglas.

De vlam mag niet afblazen.4Controleer of de analysesensor ter hoogte van hetrookgasmeetpunt geen gas doorlaat, het uiteinde vande sensor bevindt zich in het midden van derookgasafvoerleiding.

¼ "Checklist voor inbedrijfstelling", pagina6813.Instrueer de gebruiker over de werking van de installatie, ketel enregelaar.14.Overhandig alle handleidingen aan de gebruiker.15.Vul samen met de eindgebruiker de meegeleverde Garantiekaartin.16.Bevestig de Inbedrijfstelling door middel van een handtekening enfirmastempel.De ketel wordt geleverd met ingestelde waarden voor deparameters. Deze fabrieksinstellingen zijn afgestemd opde meest voorkomende CV-installaties. Voor afwijkendeinstallaties en situaties kunnen de parameters gewijzigdworden. 5.6 Weergave van de gemeten waardenIn het gebruikersniveau kunnen de volgende waarden wordenuitgelezen: 1. Druk meerdere malen achter elkaar op de toets [+] om de diverseinstellingen voorbij te laten komen:t1 = Aanvoertemperatuur (°C)t2 = Retourtemperatuur (°C)fl = Ionisatie stroom (μA)Mf = Ventilator toerental (omw/min) 2.

5.7.5. Terug naar de fabrieksinstellingen 1. Druk op de toets SSSSS en gelijkertijd kort op de toets R. De symbolenC en 00 worden weergegeven. 2. Druk op de toets . De code [+] 12 verschijnt. 3. Druk op de toets SSSSS. De code p1 verschijnt. 4. Druk meerdere malen op de toets totdat het symbool[+]pKdf wordt weergegeven. 5. Druk op de toets SSSSS. De code dfKx verschijnt. 6. Voer voor het herstellen van de fabrieksinstellingen de waarde Xin met behulp van de toets of .[+] [-] 7. Druk op de toets SSSSS om de waarde te bevestigen. De codedfKy verschijnt. 8. Voer voor het herstellen van de fabrieksinstellingen de waarde Yin met behulp van de toets of .[+] [-] 9. Druk op de toets SSSSS om de waarde te bevestigen.OPGELETVoor de parameters 17 t/m 20 kunnen andere waardengelden, bijv.

6 Uitschakeling van de ketel 6.1 Uitschakeling van de installatieIndien de CV-installatie lange tijd niet gebruikt wordt, wordt hetaanbevolen de ketel spanningsloos te maken. 4 Haal de stekker van de ketel uit het stopcontact. 4 Sluit de gasaanvoer af. 4 Houd de ruimte vorstvrij. 6.2 VorstbeveiligingOPGELETTap de ketel en de CV-installatie af, als u voor langere tijdgeen gebruik maakt van de woning en er kans is op vorst. 4 Zet de kamerthermostaat laag, bijvoorbeeld op 10°C. 4 Zet de ketel in de ECO-stand met behulp van parameter , dep4warmhoudstand is hierdoor uitgeschakeld.Als het CV-water in de ketel te ver in temperatuur daalt, treedt deingebouwde ketelbeveiliging in werking. Deze werkt als volgt: 4 Bij een watertemperatuur lager dan 7°C schakelt decirculatiepomp in. 4 Bij een watertemperatuur lager dan 4°C schakelt de ketel in.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Waar vind ik de drukmeter

  Bertus Jansma - 20 April 2026

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Remeha Avanta 28c stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden