Profoon PDX-5010 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Profoon PDX-5010 (32 pagina’s), behorend tot de categorie Telefoon. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 26 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Profoon PDX-5010 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Profoon |
| Categorie: | Telefoon |
| Model: | PDX-5010 |
Handleiding Profoon PDX-5010 – volledige tekst
3INTRODUCTIEDe PROFOON PDX-5000 serie draadloze telefoons zijn draadloze communi-catiesystemen gebaseerd op de digitale DECT (Digital Enhanged CordlessTelephone) norm. De PDX-5000 serie telefoons bestaan uit een basisstation met een of meerderehandsets en losse laadunits. Het is mogelijk om tot 6 handsets van het typePDX-5010 of een andere GAP handset aan een basisstation aan te melden. De functie NummerWeergave (Caller-ID) is gebaseerd op zowel het DTMF alshet FSK systeem. De mogelijkheid bestaat dat u zich op deze dienst dient teabonneren, informeer hiervoor bij uw telecomaanbieder. ATTENTIE: de telefoon moet ingesteld worden op het soort systeem van NummerWeergave (DTMF of FSK) dat u krijgt aangeboden van de telefoon-maatschappij. Raadpleeg hiervoor de leverancier van de telefoon of de telefoon-maatschappij. Zie voor het instellen pagina 21.
VERKLARING VAN NETWERKCOMPATIBILITEITDe Profoon PDX-5000 serie DECT telefoons zijn ontworpen voor gebruik op de‘openbare geschakelde telefonie netwerken (analoog enkellijns)’ van telefonie-en kabelmaatschappijen in alle landen van de EU. Per provider kan een ander aansluitsnoer met stekker benodigd zijn. De Profoon PDX-5000 serie DECT telefoons voldoen aan de essentiële voor-waarden en voorzieningen zoals omschreven in de Europese richtlijn 1999/5/EC. VERKLARING VAN CONFORMITEITDe verklaring van conformiteit is beschikbaar opde website WWW. PROFOON. COMWAARSCHUWINGMEDISCHE APPARATUUR: onderzoek heeft uitgewezen dat ingeschakeldeDECT-zaktelefoons beïnvloeding van gevoelige medische apparatuur thuis kun-nen veroorzaken. Deze incidentele beïnvloeding kan optreden wanneer dezetelefoons in de onmiddellijke nabijheid van, of direct op, medische apparatuurthuis wordt gehouden.
Leg een DECT-telefoon niet op of tegen een medischapparaat, ook niet als deze in de stand-by mode staat. LICHTNETUITVAL: deze telefoon betrekt zijn voeding uit het lichtnet. In gevalvan uitval van het lichtnet kan deze telefoon niet meer gebruikt worden.
6OVERZICHT TELEFOONingebouwde luidsprekerdisplay, zie de volgende paginakort drukken: stertoets bij teledienstenlang drukken: INTERCOMom een nummer dat langer is dan de 16 cijfers die op het display passen zichtbaar te makenlampje, licht op als telefoon in gebruik iskort drukken: handset zoek / oproeptoetslang drukken: aanmelden nieuwe handsetingebouwde microfoontelefoontoets om verbinding te verbrekencorrectietoets bij programmeren1 seconde drukken: toetsenbord blokkeren / vrijgeven3 seconden drukken: handset uitschakelen / inschakelentelefoontoets om verbinding op te bouwen / oproep te beantwoordenOK toets bij programmerenprogrammeertoets1x drukken om laatste nummer geheugen te raadplegen2x drukken om NummerMeldergeheugen te raadplegenpauze toets bij kiezendoorverbind / telecomfunctietoets (FLASH of R-toets)geheugentoetstijdens gesprek: verhogen / verlagen luidsprekervolumein rust: door de geheugens bladerenbij programmeren: keuze selecterenPROGLNR/CDSRINTCOKP
DISPLAY SYMBOLENhandsetnummer actuele tijd basisnummer(indien geprogrammeerd,zie pagina 18)Ontvangststerkte-indicatie:geeft sterkte van signaal aan, knippert bij zoeken naar basisNieuwe oproep:licht op indien er nieuwe oproepen in het NummerMeldergeheugen staan, dooft zodra het NummerMeldergeheugen gelezen wordtINT:knippert bij een inkomend intercomgespreklicht continu op tijdens het intercomgesprekGeheugen:licht op bij het programmeren en het kiezen uit het geheugenLC:licht op zodra het uitgaande telefoongesprek via een andere telecom-provider omgeleid wordtNummerherhaling:licht op bij het raadplegen van het laatste nummer geheugenCID:licht op bij het raadplegen van het NummerMelder geheugenSleutel:licht op indien de handset ingesteld staat op uitbelblokkeringBatterij:geeft de batterijconditie weer (verloopt bij het opladen en gaat knipperen zodra de batterijen vol zijn)7
8BELANGRIJKE VEILIGHEIDS INSTRUCTIESGelieve deze veiligheidsinstructies eerst zorgvuldig door te lezen en deze tebewaren. Het niet opvolgen van de diverse instructies kan gevaarlijke situatiestot gevolg hebben waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk is. ALGEMEEN:* Lees de gebruikershandleiding goed door, ondeskundig gebruik kan storing aan de telefoon tot gevolg hebben. * Bij het reinigen van de telefoon dient u de telefoonstekker uit de telefoon-wandcontactdoos te nemen en de adapter uit het stopcontact te nemen. * Plaats de basis of de handsetlader nooit in een natte of vochtige ruimte of omgeving. * Zorg dat de basis of de handsetlader op een vlakke en stevige ondergrond staat. Het vallen van de basis, van de handset of van de handsetlader zal schade tot gevolg hebben.
* Zorg voor een natuurlijke afvloeiing van warmte; bedek nooit de telefoon en de voedingsadapter en plaats deze niet direct naast een warmtebron. * Gebruik alleen de meegeleverde adapter. Het aansluiten van een ander type kan elektronische schade tot gevolg hebben. * Zorg dat het telefoonsnoer en het adaptersnoer niet beschadigd raken en voorkom dat deze draden tot struikelen of vallen kunnen leiden. * Steek geen voorwerpen in de diverse openingen van de basis, van de hand-set of van de handsetlader. Dit kan leiden tot kortsluiting of tot een elektrische schok. * De basis, de handset, de handsetlader of de adapter nooit demonteren. Dit dient alleen door gekwalificeerd personeel te gebeuren. INSTALLATIE:* Installeer de telefoon niet tijdens een onweersbui. * Installeer geen telefoon-aansluitpunt in een natte of vochtige omgeving.
* Raak geen ongeïsoleerde telefoon- of adaptersnoeren aan tenzij deze zijn losgekoppeld van het telefoonnet of van de voeding. BATTERIJEN:* De handset alleen met het meegeleverde, oplaadbare, batterijpakket gebruiken of met een gelijkwaardige uitvoering. * Deze batterijen mogen niet blootgesteld worden aan vuur of aan extreme warmte.
* De batterijen nooit opensnijden of zagen. De inhoud is chemisch en giftig. * De batterij-aansluitingen nooit kortsluiten en de batterijen nooit op eenmetalen oppervlak leggen. Een kortsluiting zal een hoge stroom tot gevolg hebben en brand kunnen veroorzaken. * De batterijen alleen laden door deze in de handset te plaatsen en de handset in de basis of in de oplader te plaatsen.
INSTALLERENACCUPAKKET:Verwijder de batterijdeksel van de handset door deze naar onderen weg teschuiven (fig. 1). Sluit het meegeleverde accupakket in de handset aan zoals inhet batterijcompartiment staat aangegeven (fig. 2), let hierbij op de polariteit(+ en -). Leg de accu plat (fig. 3) en schuif de batterijdeksel terug op de handset.Het installeren van het accupakket en het terugplaatsen van de batterijdekselniet forceren.fig.1 fig. 2 fig.3TELEFOONSNOER & ADAPTERSNOER:Aan de onderzijde van de basis zitten de aansluitingen voor het telefoonsnoer envoor de voedingsadapter.
Druk de stekkertjes goed aan.ATTENTIE:Het telefoonsnoer en het adaptersnoer alleen aansluiten of afnemen als deadapter uit het stopcontact en de telefoonstekker uit de telefoon wandcontact-doos zijn genomen.Nadat de telefoonstekker in de telefoon wandcontactdoos en de voedingsadap-ter in een 230 Volt stopcontact gestoken zijn, is het toestel gebruiksklaar.Plaats de handset in de basis of in de handsetlader om het accupakket op teladen. Let op dat de accu bij aankoop leeg is. Pas nadat de handset zo'n 15 uurin de basis / oplader heeft gestaan, is de accu volledig opgeladen.
Wel is hetmogelijk om na enkele uren laden reeds het toestel te gebruiken.Raadpleeg het hoofdstuk VOEDING op pagina 30 van deze gebruiksaanwijzingmet betrekking tot de voeding van zowel de handset als van de basis.Raadpleeg het hoofdstuk PLAATSING (pagina 30) en BEREIK (pagina 31)betreffende enkele plaatsingstips voor uw DECT.9
GEBRUIK (BASISFUNCTIES)OPGEBELD WORDEN:1. het belsignaal gaat over bij alle aangemelde handsets (*)2. het nummer van de opbellende abonnee verschijnt in het display van de handset(s) (**)3. neem de handset op en druk op toets om de oproep aan te nemen (***)* zie pagina 17 met betrekking tot het instellen van het belsignaal** zie pagina 14 met betrekking tot NummerWeergave***zie pagina 18 met betrekking tot het automatisch aannemen indien de handset in de basis of in de oplader staatUITBELLEN:normaal:1. druk op toets en wacht op de kiestoon2. toets het telefoonnummer in via het toetsenbordblokkiezen:1. toets het nummer in (corrigeren met toets )2. druk op toets 3. het nummer wordt gekozennummerherhaling: (zie ook pagina 13)1. gebruik de toetsen ∆ ∇of om het gewenste nummer te selecteren2. druk op toets3. het nummer wordt gekozengeheugen (zie ook pagina 12)1. druk eenmaal op toets 2.
kies de gewenste geheugenlocatie (01-20) of gebruik de toetsen ∆en ∇om het gewenste nummer te zoeken3. druk op toets , het nummer wordt nu automatisch gekozennummer uit NummerMeldergeheugen (zie ook pagina 14)1. druk 2x op toets en druk daarna toets LNR/CDS ∆of toets zodat het juiste ∇nummer in het display komt2. druk op toets om dit nummer te kiezenOpmerking:Voert een andere, aan de basis aangemelde handset, reeds een gesprek op debuitenlijn, dan klinkt in uw hoorn de ingesprektoon. VERBINDING VERBREKEN:1. de handset terug in de basis / oplader plaatsen of op toets drukkenom de verbinding te verbreken10
GEBRUIK (OVERIGE FUNCTIES)ONTVANGSTVOLUME:Druk, tijdens het gesprek, op de toetsen ∆ ∇of om het ontvangstvolume te ver-hogen of te verlagen. De gekozen instelling blijft in het geheugen van debetreffende handset bewaard.TOETSENBORD BLOKKERING:De toetsen van de handset kunnen worden geblokkeerd zodat tijdens het dragenvan de handset niet per ongeluk de handset ingeschakeld kan worden.toetsenbord blokkering inschakelen:1. druk toets en houd deze ingedrukt totdat u na ongeveer 1 seconde een beeptoon hoort en in het display “ “ en het symbool verschijnen. Het toetsenbord is nu geblokkeerd en uitgaand telefoneren is nu niet meer mogelijk. Inkomende oproepen kunnen wel op de normale wijze aangenomen en beëindigd worden.toetsenbord blokkering uitschakelen:1. druk toets en houd deze ingedrukt totdat u een beeptoon hoort of plaats de handset terug op de basis of in de lader.
In het display verdwijnen nu en het symbool . Het toetsenbord is nu weer vrijgegeven. HANDSET IN- / UITSCHAKELEN:Om batterijen te sparen kunt u de handset geheel uitschakelen.handset uitschakelen:1. houd toets gedurende 3 seconden ingedrukt totdat het gehele display dooft. In- en uitgaand telefoneren is nu niet meer mogelijk.handset inschakelen:1. druk kort op toets of plaats de handset terug op de basis of in de lader, de handset schakelt zichzelf weer in.GESPREKSTIMER:Enkele seconden nadat u een nummer heeft gekozen of nadat u een oproepheeft aangenomen, verschijnt de tot dan verlopen gespreksduur in het displayvan de handset en wordt continu bijgehouden. Tot 5 seconden nadat u de ver-binding heeft verbroken blijft de gespreksduur in het display staan.PAGING (HANDSET OPROEPEN / HANDSET ZOEKFUNCTIE):Druk kort op toets op de basis om de handset(s) op te roepen.
Op het displayvan elke aangemelde handset knippert het woord “INT” en “---” en gedurendemaximaal 30 seconden klinkt een geluidssignaal. Druk op een willekeurige toetsom het geluidssignaal uit te zetten.11
KIESGEHEUGENS:Elke handset van de Profoon PDX-5000 serie kan 20 telefoonnummers vanmaximaal 24 cijfers onthouden. Per handset dient u deze nummers te program-meren.Programmeren:1. voer via het toetsenbord het telefoonnummer in (druk toets LNR/CDS indien een kiespauze gewenst is, zie ook ‘AUTOMATISCHE PAUZE’ op pagina 24)2. druk op toets en houd deze toets ingedrukt totdat na ongeveer 2 seconden het symbool oplicht, links in het display staat het nummer van een vrije geheugenplaats3. druk toets om het nummer op deze plaats op te slaan of selecteer met behulp van de toetsen ∆ ∇en een andere vrije geheugenplaats op en druk op toets Uitkiezen:1. druk eenmaal op toets 2. kies de gewenste geheugenlocatie (01-20) of gebruik de toetsen ∆en ∇om het gewenste nummer te zoeken3. druk op toets , , het nummer wordt nu automatisch gekozenCorrigeren:1. druk eenmaal op toets PROG2.
druk eenmaal op toets 3. kies de gewenste geheugenlocatie (01-20) of gebruik de toetsen ∆en ∇om het gewenste nummer te zoeken4. gebruik herhaaldelijk toets om het nummer te wissen, voer het nieuwe nummer in5. druk op toetsWissen:1. druk eenmaal op toets PROG2. druk eenmaal op toets 3. kies de gewenste geheugenlocatie (01-20) of gebruik de toetsen ∆en ∇om het gewenste nummer te zoeken4. gebruik herhaaldelijk toets om het nummer te wissen5. druk op toetsGeheugen vol:Indien het geheugen vol is, klinken er 3 beeptonen en blijft het display blanco. Udient eerst een nummer te wissen (zie hierboven) alvorens u een nieuw nummerkunt toevoegen.12
NUMMERHERHALING:Elke handset onthoudt de 5 laatste nummers die via die handset zijn gekozen.De capaciteit van elk laatste nummergeheugen bedraagt maximaal 24 cijfers.Uitkiezen:1. gebruik de toetsen ∆ ∇of om het gewenste nummer te selecteren2. druk op toets3. het nummer wordt gekozenWissen:1. gebruik toets ∆ ∇of om het te wissen nummer te selecteren2. druk op toets en houd deze ingedrukt totdat na een seconde een beeptoon klinkt, de betreffende oproep is gewistOFdruk op toets en houd deze ingedrukt totdat na ruim 5 seconden een dubbele beeptoon klinkt, alle oproepen zijn nu gewistNummer opslaan in geheugen:1. gebruik toets ∆ ∇of om het juiste nummer te selecteren2. druk op toets en houd deze toets ingedrukt totdat na ongeveer 2 seconden het symbool oplicht, links in het display staat het nummer van een vrije geheugenplaats3.
druk op toets om het nummer op deze plaats op te slaan of selecteer met behulp van de toetsen ∆ ∇en een andere vrije geheugenplaats op en druk op toets Is het geheugen vol, dan klinken er 3 beeptonen en blijft het display blanco. Ziepagina 12 om eerst nummers uit het geheugen te wissen.DOORSCHAKELEN EN NETWERKDIENSTEN: (R- of FLASH-functie):Druk tijdens het gesprek op toets R om op sommige huis- of kantoorcentraleseen gesprek door te verbinden of om toekomstige services van uw telefoon-dienst te kunnen aanroepen. Deze functie staat ook bekend als“R-FUNCTIE” of “FLASH” en betekent dat de verbinding kort onderbroken wordt.Zie pagina 24 met betrekking tot het instellen van de verbrekingstijd.TELEDIENSTEN EN AFSTANDSFUNCTIES:Het is mogelijk om met de PDX-5000 serie DECT te telebankieren en andereteleservices uit te voeren.
Druk toets ∗indien om het sterretje gevraagd wordt,druk op toets # indien om het hekje gevraagd wordt en gebruik de numerieketoetsen om de gewenste cijfers door te geven.13
NUMMERWEERGAVE / WEERGAVEOPROEPER (CLIP)CLIP: Calling Line Identification Presentation, tijdens een inkomende oproepwordt het telefoonnummer van de abonnee op het display weergegeven.Attentie:* u dient te telefoon in te stellen op welk systeem u aangesloten bent, zie hiervoor pagina 21.* bij sommige telecomaanbieders dient u zich te abonneren op de dienst NummerWeergave. Informeer hiervoor bij uw telecom-aanbieder.Tijdens het raadplegen van het NummerWeergavegeheugen, verschijnt in hetdisplay “ “.CLIP-Nummer bekijken:Het symbool geeft aan dat er nieuwe oproepen zijn ontvangen sinds de laat-ste keer dat u het geheugen heeft geraadpleegd.1. druk 2x op toets LNR/CDS om het laatst ontvangen nummer te raadplegen2. gebruik de toetsen ∆ ∇of om door het NummerWeergavegeheugen te bladeren3. druk toets ∗om de tijd en de datum van de oproep te bekijken (*)4.
druk op toets om terug te keren naar de ruststand van de handset, hetsymbool zal doven* bij het FSK systeem wordt de tijd en de datum bij elke oproep meegestuurd, * bij het DTMF systeem wordt gebruik gemaakt van de tijd en de datum die u zelf heeft ingesteld, zie hiervoor pagina 18CLIP-nummer Terugbellen:1. druk 2x toets LNR/CDS en gebruik de toetsen ∆of ∇om het juiste nummer te selecteren2. druk op toets om dit nummer te kiezenCLIP-Nummer kopiëren naar het geheugen:1. druk 2x toets LNR/CDS en gebruik de toetsen ∆of ∇om het juiste nummer te selecteren2. druk op toets en houd deze toets ingedrukt totdat na ongeveer 2 seconden het symbool oplicht, links in het display staat het nummer van een vrije geheugenplaats3.
druk toets om het nummer op deze plaats op te slaan of selecteer met behulp van de toetsen ∆ ∇en een andere vrije geheugenplaats op en druk op toetsIs het geheugen vol, dan klinken er 3 beeptonen en blijft het display blanco. Ziepagina 12 om eerst nummers uit het geheugen te wissen.14
CLIP-nummer(s) wissen:1. druk 2x toets LNR/CDS en gebruik de toetsen ∆of ∇om het te wissen nummer te selecteren2. druk toets in en houd deze ingedrukt totdat na een seconde een beeptoon klinkt, de betreffende oproep is gewistOFdruk toets in en houd deze ingedrukt totdat na ruim 5 seconden een dubbele beeptoon klinkt, alle oproepen zijn nu gewist15
INSTELLINGENPINCODE:Zowel de handset als de basis kunt u door middel van een PIN-code beveiligenzodat de diverse instellingen niet door onbevoegden gewijzigd kunnen worden.Vanaf de fabriek is de PIN-code ingesteld op 0000 (= niet actief). Bij deze codekunnen alle instellingen gewijzigd worden zonder dat een PIN-code nodig is.Zodra u de PIN-code 0000 wijzigt in een andere 4-cijferige code, dan wordt bijhet programmeren van de telefoon om deze PIN-code gevraagd. U kunt naarkeuze dezelfde of verschillende PIN-codes voor de handset(s) en voor de basisprogrammeren. Het is te adviseren om de PIN-codes ergens te noteren en dezegoed weg te bergen. Zie pagina 29 in het geval u de PIN-code vergeten bent.Let op: indien een PIN-code ingesteld is, dan verschijnen na het drukken op detoetsen PROG en of rechts in het display van de handset 4 streepjes.
Indeze gebruiksaanwijzing wordt dit aangegeven met:voer op deze plaats de PIN-code voor de handset inofvoer op deze plaats de PIN-code voor de basis inIs er geen PIN-code ingesteld, dan verschijnen er geen 4 streepjes in het displayvan de handset en kunt u zonder PIN-code de gewenste instellingen wijzigen.invoeren / wijzigen PIN-code handset1. druk toets PROG2. voer via het toetsenbord de code 18 in, het display geeft rechts 4 streepjes3. voer via het toetsenbord de (nieuwe) PIN-code voor de handset in, max 4 cijfers4. druk de OK-toets om de keuze vast te leggen5. druk de C-toets om terug te keren naar de ruststandinvoeren / wijzigen PIN-code basis1. druk toets PROG2. voer via het toetsenbord de code 28 in, het display geeft rechts 4 streepjes3. voer via het toetsenbord de (nieuwe) PIN-code voor de basis in, max 4 cijfers4. druk de OK-toets om de keuze vast te leggen5.
17BELRITME EN BELVOLUME:U kunt kiezen uit 8 verschillende belsignalen en 8 volume-nivo’s, inclusief bel-uit.U kunt dit instellen voor zowel elke handset als voor de basis.Tijdens het instellen klinkt uit de luidspreker het geselecteerde signaal.belvolume handset:1. druk toets PROG2. voer via het toetsenbord de code 111 in, het display geeft rechts de huidige instelling weer, tevens klinkt dit signaal uit de luidspreker3. gebruik de toetsen om het gewenste volume in te ∆ ∇ en stellen, nivo -0- is bel uit4. druk de OK-toets om de keuze vast te leggen5. druk de C-toets om terug te keren naar de ruststandbelritme handset:1. druk toets PROG2. voer via het toetsenbord de code 112 in, het display geeft rechts de huidige instelling weer, tevens klinkt dit signaal uit de luidspreker3. gebruik de toetsen ∆ ∇ en om het gewenste ritme in te stellen4. druk de OK-toets om de keuze vast te leggen5.
druk de C-toets om terug te keren naar de ruststandbelvolume basis:1. druk toets PROG2. voer via het toetsenbord de code 211 in, het display geeft rechts de huidige instelling weer, tevens klinkt dit signaal uit de luidspreker3. gebruik de toetsen om het gewenste volume in te ∆ ∇ en stellen, nivo -0- is bel uit4. druk de OK-toets om de keuze vast te leggen5. druk de C-toets om terug te keren naar de ruststandbelritme basis:1. druk toets PROG2. voer via het toetsenbord de code 212 in, het display geeft rechts de huidige instelling weer, tevens klinkt dit signaal uit de luidspreker3. gebruik de toetsen ∆ ∇ en om het gewenste ritme in te stellen4. druk de OK-toets om de keuze vast te leggen5. druk de C-toets om terug te keren naar de ruststandPROG1 11PROGPROGPROG1 212 11221Pincode HSPincode HSPincode BSPincode BS
18TOETSTOONTJES:Bij elke toetsindruk klinkt er een beeptoontje. Naar wens kunt u deze toontjes in-of uitschakelen.1. druk toets PROG2. voer via het toetsenbord de code 113 in, het display geeft rechts de huidige instelling weer,3. gebruik de toetsen ∆ ∇ en om te wisselen tussen:0 = toetstoontjes uitgeschakeld1 = toetstoontjes ingeschakeld4. druk de OK-toets om de keuze vast te leggen5. druk de C-toets om terug te keren naar de ruststandAUTOMATISCH AANNEMEN:U kunt instellen of, indien de handset in de basis of in de oplader staat, direct deoproep aangenomen wordt bij het opnemen van de handset of dat u eerst toetsmoet indrukken. U dient dit per handset in te stellen.1. druk toets PROG2. voer via het toetsenbord de code 15 in, het display geeft rechts de huidige instelling weer3.
gebruik de toetsen ∆ ∇ en om te wisselen tussen:0 = automatisch antwoorden uitgeschakeld1 = automatisch antwoorden ingeschakeld4. druk de OK-toets om de keuze vast te leggen5. druk de C-toets om terug te keren naar de ruststandIndien de handset niet in de basis of in de oplader staat, moet u altijd toets indrukken om een inkomende oproep te beantwoorden.TIJD EN DATUM:Om bij NummerWeergave ook de tijd en de datum van de oproep te registreren,dient u deze eenmalig op een van de handsets te programmeren (zodra met deandere handset(s) getelefoneerd wordt, wordt hier de tijd/datum overgenomen)1. druk toets PROG2. voer via het toetsenbord de code 23 in, indien de tijd/datum reeds geprogrammeerd was, komt de datum nu in het display3. voer via het toetsenbord de datum, de maand en het jaar in; gebruik een 2-cijferige notatie, voorbeeld: 5 juli 2004 = 0507044.
druk de OK-toets, de tijd komt nu in het display5. geef de uren en de minuten in; gebruik een 2-cijferige notatie en een 24-uurs klok; voorbeeld: ‘s middags, 6 minuten over 2 uur = 14066. druk de OK-toets om de tijd vast te leggen7. druk de C-toets om terug te keren naar de ruststandPROGPROGPROG1 312 31 5Pincode HSPincode HSPincode BS
1919UITBELBLOKKERING:Elke handset kan zodanig ingesteld worden dat telefoonnummers beginnend meteen specifiek cijfer of combinatie van cijfers niet gekozen kunnen worden (Num-merspecifieke blokkering). Per handset kunt u verschillende nummers inpro-grammeren.Voorbeeld: 0900: alles wat begint met ‘0900’ kan niet gekozen worden061: alles wat begint met ‘061’ kan niet gekozen wordenOok kunt u instellen of de handset in zijn geheel niet naar buiten mag bellen ofalleen niet internationaal (alles wat begint met ‘00’ wordt geblokkeerd).Opmerkingen:* Het is niet nodig om bij de nummerspecifieke blokkering 2 nummers in te voeren. Is de blokkering alleen voor bijvoorbeeld 06 nummers, sla dan de instructies voor het tweede nummer over.* Per handset dient u de blokkeringsnummers in te geven.
Dit kunnen gelijke nummers of verschillende nummers zijn.* Naast het invoeren van de blokkeringsnummers, dient u per handset de blokkering nog te activeren.* De alarmnummers 110 en 112 zijn reeds voorgeprogrammeerd als zijnde ‘vrije’ nummers die buiten de blokkering vallen en te allen tijde gekozen kunnen worden. U kunt deze wijzigen in uw eigen ‘vrije’ nummers. Let op dat ‘vrije’ nummers voor alle aangemelde handsets gelden.* Een ingeschakelde nummerblokkering wordt weergegeven door het oplichten van het symbool in het display.Invoeren nummers voor nummerspecifieke blokkering2 verschillende cijfers of combinatie van cijfers kunnen ingevoerd worden en elkecombinatie kan uit maximaal 8 cijfers bestaan. eerste nummer:1. druk toets PROG2. voer via het toetsenbord de code 222 in, de interne nummers van de aangemelde handsets komen op het display3.
voer via het toetsenbord het eencijferige handsetnummer in waarvoor de blokkering geldt4. voer via het toetsenbord de code 11 in5. voer via het toetsenbord het te blokkeren nummer in(max 8 cijfers)6. druk de OK-toets om het nummer vast te leggen7. druk de C-toets om terug te keren naar de ruststandPROG2 221 1Pincode BS
tweede nummer:1. druk toets PROG2. voer via het toetsenbord de code 222 in, de interne nummers van de aangemelde handsets komen op het display3. voer via het toetsenbord het eencijferige handsetnummer in waarvoor de blokkering geldt4. voer via het toetsenbord de code 12 in5. voer via het toetsenbord het te blokkeren nummer in(max 8 cijfers)6. druk de OK-toets om het nummer vast te leggen7. druk de C-toets om terug te keren naar de ruststandIn/uitschakelen nummerspecifieke blokkering:Naast het programmeren van de te blokkeren nummers, dient u per handset inte stellen of de blokkering in- of uitgeschakeld moet zijn.1. druk toets PROG2. voer via het toetsenbord de code 222 in, de interne nummers van de aangemelde handsets komen op het display3. voer via het toetsenbord het eencijferige handsetnummer in waarvoor de blokkering geldt4.
voer via het toetsenbord de code 0 in, rechts in het display verschijnt de status van de betreffende handset (0 of 1)5. gebruik de toetsen om te wisselen tussen:∆ ∇ of 0 = blokkering uitgeschakeld1 = blokkering ingeschakeld6. druk de OK-toets om de keuze vast te leggen7. druk de C-toets om terug te keren naar de ruststandIn/uitschakelen algemene nummerblokkering:U kunt elke handset zo instellen dat er alleen intern gebeld kan worden (inter-comfunctie naar andere PDX-5000 handsets) of dat de handset alleen binnenhet land mag bellen (nummers beginnend met 00 worden geblokkeerd). 1. druk toets PROG2. voer via het toetsenbord de code 221 in, de interne nummers van de aangemelde handsets komen op het display3. voer via het toetsenbord het eencijferige handsetnummer in waarvoor de blokkering geldt; rechts in het display verschijnt de status van de betreffende handset (0, 1 of 2)4.
215. druk de OK-toets om de keuze vast te leggen6. druk de C-toets om terug te keren naar de ruststandNummers buiten blokkering:U kunt 2 telefoonnummers ingeven die buiten de blokkering moeten vallen. Dealarmnummers 110 en 112 zijn door de fabriek reeds voorgeprogrammeerd maarkunnen door u gewijzigd worden.eerste nummer:1. druk toets PROG2. voer via het toetsenbord de code 2231 in3. voer via het toetsenbord het eerste vrije nummer in(max 10 cijfers)4. druk de OK-toets om het nummer vast te leggen5. druk de C-toets om terug te keren naar de ruststandtweede nummer:1. druk toets PROG2. voer via het toetsenbord de code 2232 in3. voer via het toetsenbord het tweede vrije nummer in(max 10 cijfers)4. druk de OK-toets om het nummer vast te leggen5.
druk de C-toets om terug te keren naar de ruststandSYSTEEM VAN NUMMERWEERGAVE:Aangezien er 2 systemen bestaan om het nummer van de persoon die u opbeltop uw telefoon zichtbaar te maken (FSK en DTMF), dient u de telefoon in te stel-len op het systeem dat u van uw telefoonmaatschappij aangeboden krijgt.Situatie medio 2003:DTMF: Dit systeem wordt aangeboden door de Nederlandse PTTFSK: Dit systeem wordt aangeboden door de Belgische PTT en door deNederlandse en Belgische kabelmaatschappijen, voor zover dezetelefoniediensten aanbieden1. druk toets PROG2. voer via het toetsenbord de code 27 in, het display geeft rechts de huidige instelling weer3. gebruik de toetsen ∆ ∇ en om te wisselen tussen:1: voor het FSK systeem2: voor het DTMF syteem4. druk de OK-toets om de keuze vast te leggen5.
22NOODOPROEP: (Babycall)Elke handset kan zodanig geprogrammeerd worden dat alleen een door u voor-geprogrammeerd (nood)nummer wordt gekozen. Dit nummer kan het alarmnum-mer 112 zijn of het nummer waar u op dat moment bereikbaar bent.programmeren / wijzigen noodnummer:1. druk toets PROG2. voer via het toetsenbord de code 13 inis reeds een nummer geprogrammeerd, dan komt dit nu in het display; is dit nummer OK, ga dan naar stap 4; is een nieuwe nummer gewenst, wis het oude dan uit door herhaaldelijk op toets te drukken3. voer via het toetsenbord het (nieuwe) te kiezen (nood) telefoonnummer in (max 24 cijfers)4. druk de OK-toets om het nummer vast te leggen5. druk de C-toets om terug te keren naar de ruststandLet op: deze functie wordt nu direct ingeschakeld en het ingeprogrammeerdenummer wordt nu direct gekozen; druk op toets om het kiezen te onderbre-ken.in/uitschakelen noodoproep1.
druk toets PROG2. voer via het toetsenbord de code 12 in, het display geeft rechts de huidige instelling weer3. gebruik de toetsen ∆ ∇ en om te wisselen tussen:0 = noodoproep uitgeschakeld1 = noodoproep ingeschakeld4. druk de OK-toets om de keuze vast te leggen5.
druk de C-toets om terug te keren naar de ruststand* Een ingeschakelde noodoproep-functie wordt weergegeven door hetcontinu oplichten van het symbool in het display, samen met het te kiezen telefoonnummer.* Let op een eventueel voorloopcijfer in het geval u belt via een huis- ofkantoorcentrale (meestal een 0).* Een noodoproep wordt geactiveerd bij het indrukken van welke toets dan ook, uitgezonderd de toets PROG.* Inkomende oproepen kunnen normaal aangenomen worden.* Een noodoproep beëindigen door de handset in de basis te plaatsen ofdoor toets in te drukken.* Bij multi-handset: elke handset dient apart geprogrammeerd te worden.PROG1 2PROG1 3Pincode HSPincode HS
23BELLEN VIA CARRIER SELECT:Indien u belt via een telecom provider (ook wel ‘CARRIER SELECT’ genoemd)waarbij u eerst een netwerkcode (ook wel ‘prefix’ genoemd) moet intoetsen, bij-voorbeeld 16xx, kunt u dit nummer automatisch laten toevoegen. Dit nummerwordt alleen toegevoegd aan uitgaande telefoonnummers die beginnen met een0 (of met 00 indien u een automatische pauze heeft geprogrammeerd omdat ubelt via een huis- of kantoorcentrale). Nummers die niet beginnen met een 0,worden zonder toevoeging gekozen.Let op: dit is alleen van toepassing indien u deze prefix zelf moet toevoegen.Indien de telefoonmaatschappij automatisch uw uitgaande gesprekken al of nietvia andere providers laat lopen, kunt u dit hoofdstuk in zijn geheel overslaan.Programmeren netwerkcode:1. druk toets PROG2. voer via het toetsenbord de code 240 in3. voer via het toetsenbord de netwerkcode (maximaal 6 cijfers)in4.
druk de OK-toets om het nummer vast te leggen5. druk de C-toets om terug te keren naar de ruststandActiveren netwerkcode:U dient per handset te programmeren of de netwerkcode moet worden toege-voegd bij het telefoneren. De volgende instructie dient u dus op elke aangemel-de handset uit te voeren.1. druk toets PROG2. voer via het toetsenbord de code 14 in, het display geeft rechts de huidige instelling weer3. gebruik de toetsen ∆ ∇ en om te wisselen tussen:0 = netwerkcode uitgeschakeld1 = netwerkcode ingeschakeld4. druk de OK-toets om de keuze vast te leggen5. druk de C-toets om terug te keren naar de ruststandNummers buiten netwerkcode:U kunt 2 (begincijfers van) nummers inprogrammeren die, ook al beginnen dezenummers met een 0, toch zonder de kiescode worden gekozen.eerste nummer:1. druk toets PROG2. voer via het toetsenbord de code 241 in3.
244. druk de OK-toets om het nummer vast te leggen5. druk de C-toets om terug te keren naar de ruststandtweede nummer:1. druk toets PROG2. voer via het toetsenbord de code 242 in3. voer via het toetsenbord de begincijfers in(max 6 cijfers)4. druk de OK-toets om het nummer vast te leggen5. druk de C-toets om terug te keren naar de ruststandBij het kiezen wordt de prefix niet op het display getoond maar verschijnt er “ “ op het displayAUTOMATISCHE PAUZE / BELLEN VIA EEN HUISCENTRALE:In het geval u belt via een PABX (huis- of kantoorcentrale), en u dient even tewachten na het aanvragen van de buitenlijn, dan kunt u een automatischewachttijd van 2 seconden instellen.1. druk toets PROG2. voer via het toetsenbord de code 250 in3. voer via het toetsenbord het nummer in waarmee u de buitenlijn moet aanvragen (meestel is dit een 0)4. druk de OK-toets om het nummer vast te leggen5.
druk de C-toets om terug te keren naar de ruststandlet op: indien u deze pauze heeft geprgrogrammeerd, dan weet de telefoon dat ubelt via een huis- of kantoorcentrale. Bij de functie ‘UITBELBLOKKERING’ hoeftu deze 0 niet mee te programmeren, de telefoon houdt hier zelf rekening mee.FLASH-VEBREKINGSTIJD:De FLASH-verbrekingstijd kunt u instellen op 85mS, 100mS of 250mS.1. druk toets PROG2. voer via het toetsenbord de code 251 in, het display geeft rechts de huidige instelling weer3. gebruik de toetsen ∆ ∇ en om te wisselen tussen:1 = flash-tijd 85mS2 = flash-tijd 100mS (is de standaard in Nederland en België)3 = flash-tijd 250mS4. druk de OK-toets om de keuze vast te leggen5. druk de C-toets om terug te keren naar de ruststandRaadpleeg bij twijfel de leverancier van de huis- of kantoorcentrale of de tele-foonmaatschappij.PROG2 24PROG2 052 5PROG1Pincode BSPincode BSPincode BS
25SYSTEEM UITBREIDING (EXTRA HANDSETS en EXTRA BASISSTATIONS)Elke DECT basis uit de PDX-5000 serie biedt de mogelijkheid om tot maximaal 6handsets aan te melden waardoor de functie van een huiscentrale verkregenwordt. Het is dan mogelijk om (gratis) intern te telefoneren, om gesprekken doorte verbinden en om een conferentiegesprek op te bouwen.De handset(s) die bij de basis geleverd word(en), is (zijn) reeds aangemeld aande betreffende basis. AANMELDEN EXTRA HANDSETS OP UW HUIDIGE BASIS:Let op dat de onderstaande procedure alleen van toepassing is op de PRO-FOON PDX-5010 uitbreidingshandset.Basis:1. houd deze toets ingedrukt totdat na ongeveer 6 seconden een regelmatige beeptoon klinkt, u heeft nu 30 seconden om de handset aan te meldenHandset:1. druk toets PROG2. voer via het toetsenbord de code 16 in3.
druk toets 1 voor het aanmelden op basis 1, (voor het aanmelden van de handset op een 2e, 3e of 4e basis, hier respectievelijk toets 2, 3 of 4 drukken)4. voer via het toetsenbord de PIN-code van de basis in (0000 of de gewijzigde code, zie pagina 16).5. druk de OK-toets, op het display verschijnt “rEG____”, na enkele seconden gevolgd door de interne handset-nummers die nog niet in gebruik zijn6. voer via het toetsenbord het interne nummer in dat u aan de handset wilt toekennenDe handset is nu aangemeld en links in het display verschijnt het interne oproep-nummer van de handset.GAP:De PDX-5000 serie DECT telefoons is GAP compatible. Dat wil zeggen dat dePDX-5000 handset op andere GAP compatible DECT telefoons aangemeld kanworden en dat andere GAP compatible handsets op uw PDX-5000 basis aange-meld kunnen worden.
26INTERCOM:1. druk gedurende ongeveer 1 seconde op toets ∗/INT, in het display verschijnt“ ”, de nummers van de aangemelde handsets en het cijfer 9 (= alle handsets oproepen )2. voer via het toetsenbord het nummer in van de andere handset, de bel van de opgebelde handset gaat over en op het display verschijnt het handsetnummer van de oproepende handset. 3. nadat de opgeroepen handset de oproep aanneemt door op toets te drukken, kan het intercomgesprek gevoerd worden; druk op toets om het gesprek te beëindigen* Is het opgeroepen toestel in gesprek op de buitenlijn, dan hoort u in de hoornde ingesprektoon, druk op toets om de oproep te beëindigen.
* Zodra het woordje “ ” oplicht, geeft het display ook aan welke handsets u op kunt roepen, of druk toets 9 om alle handsets op te roepenAANKLOPTOON:Indien er tijdens een intercomgesprek een oproep van buiten af binnenkomt, danklinkt er in de handset een zacht aankloptoontje. 1. druk gedurende een seconde op toets om de andere handset in de ∗/INT wacht te zetten en de buitenlijn aan te nemen2. druk gedurende een seconde op toets om te wisselen tussen de ∗/INT buitenlijn en de binnenlijnof1. druk toets om het intercomgesprek te beëindigen en tegelijk de buitenlijn aan te nemenDOORVERBINDEN, RUGGESPRAAK & CONFERENTIE:Een gesprek met de buitenlijn kan naar een andere handset doorverbonden wor-den of u kunt tijdens een gesprek ruggespraak met een andere handset houden. 1.
druk, tijdens het externe gesprek gedurende ongeveer 1 seconde op toets∗/INT; in het display verschijnt “ ” en de nummers van de aangemelde handsets (9= alle handsets), de externe partij wordt in de wacht gezet2. druk nu het nummer van de op te roepen handset in en wacht tot de internegesprekspartner opneemt3. u heeft nu de volgende mogelijkheden:Doorverbinden: druk toets om het gesprek door te verbinden naar de andere handset.
Indien de opgeroepen handset in gesprek is of neemt de intercomoproep niet aan, druk dan gedurende 1 seconde op toets om de buitenlijn weer terug ∗/INTte nemen.BASIS SELECTEREN:Elke handset kan op verschillende manieren geprogrammeerd worden metbetrekking tot het selecteren van de basis. Zo kan er ingesteld worden of dehandset alleen gebruik maakt van een bepaalde basis of dat de handset hetsterkste signaal gebruikt van één van de aangemelde basissen.1. druk toets PROG2. voer via het toetsenbord de code 17 in, rechts in het display wordt nu aangegeven aan welke basis de handset op dit moment is aangemeld (weergave 0 = auto select)3. gebruik de toetsen ∆ ∇ en om de gewenste basis te selecteren(selecteer 0 voor automatisch zoeken)4.
druk de OK-toets, de handset zoekt nu naar de betreffende basis* het is alleen mogelijk een basis te selecteren waar de handset voorheen opis aangemeld* door de optie “AUTO” te kiezen (keuze 0), zal de handset die basisselecteren waarvan het signaal het sterkst ontvangen wordt. Ook indien de handset (in stand-by) buiten bereik van de basis raakt, zal de handsetautomatisch op zoek gaan naar een wel bereikbare basis. Let op: dit gebeurtalleen indien de handset de verbinding met de basis van dat moment verliest* het is niet mogelijk om tijdens een gesprek van basis te wisselenAFMELDEN HANDSETS:Handsets die niet meer gebruikt worden of worden vervangen, dienen te wordenafgemeld.1. druk toets PROG2. voer via het toetsenbord de code 26 in, het display geeft aan welke handsets er zijn aangemeld3.
voer via het toetsenbord het interne nummer in van de handset die u wilt afmelden, deze handset wordt nu direct afgemeld4. druk de C-toets om terug te keren naar de ruststand* het afmelden van een handset kan op elke aangemelde handset geschieden.27PROG1 7PROG2 6Pincode HSPincode BS
RESET EN WIS PROCEDURESWIS HANDSETGEHEUGENS:Met deze instructies worden alle kiesgeheugens en laatste nummer geheugensuit de betreffende handset gewist. Ook een eventueel geprogrammeerd nood-nummer wordt hiermee gewist. Deze handeling dient per handset uitgevoerd teworden.1. druk toets PROG2. voer via het toetsenbord de code 19 in3. druk de OK-toets ter bevestiging in, de telefoon keert automatisch terug naar de ruststandWIS NUMMERMELDERGEHEUGEN:Met deze instructies wordt het NummerMeldergeheugen gewist. Omdat ditgeheugen in de basis zit, hoeft deze handeling slechts eenmaal uitgevoerd teworden, op een van de aangemelde handsets.1. druk toets PROG2. voer via het toetsenbord de code 29 in.3. druk de OK-toets ter bevestiging in4. druk de C-toets om terug te keren naar de ruststandRESET HANDSET:Met deze instructie worden de onderstaande instellingen teruggezet naar defabrieksinstelling.
RESET BASIS:Met deze instructie worden de onderstaande instellingen teruggezet naar defabrieksinstelling. Deze handeling dient slechts eenmaal uitgevoerd te worden,op een van de aangemelde handsets.1. druk toets PROG2. voer via het toetsenbord de code 20 in.3. druk de OK-toets ter bevestiging in4. druk de C-toets om terug te keren naar de ruststand* fabrieksinstellingen basis:bel-volume: 7bel-melodie: 4uitbelblokkering: geenNummerMeldergeheugen: leegnetwerkcode: geenSYSTEEMSTORING:In het geval van een mogelijke systeemstoring, neem dan de batterijen uit de handset(s) en neem de voedingsadapter en de telefoonstekker uit de respectievelijke contactdozen. Sluit alles na enkele minuten weer aan.
In het geval de storing nu niet is verholpen, neem dan contact op met de leveranciervan de telefoon.MASTER RESET (PINCODE VERGETEN):Indien u de PIN-code bent vergeten, is alleen door een algehele reset van dehandset(s) en van de basis, de PIN-code 0000 terug te halen. Let op dat dezeprocedure ALLE instellingen en geheugens wist en dat de handsets(s) opnieuwaan de basis aangemeld moet(en) worden.1. houd toets gedurende 3 seconden ingedrukt totdat het gehele display dooft; de handset is nu uitgeschakeld2. druk de toetsen 1, 5, 9 en 0 in en houd deze alle vier ingedrukt3. druk kort toets in om de handset in te schakelen, zodra het display oplicht, kunt u de toetsen 1, 5, 9 en 0 loslaten, de handset is gereset en de displayweergave is nu knipperend[h b], u kunt de handset opzij leggen4. herhaal dit voor alle handsets, indien van toepassing5. neem de adapterplug uit de basis6.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Profoon PDX-5010 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Telefoon Profoon
Handleiding Telefoon
Nieuwste handleidingen voor Telefoon