Pro-User DRC7010 Handleiding

Pro-User Dashcam DRC7010

Bekijk gratis de handleiding van Pro-User DRC7010 (50 pagina’s), behorend tot de categorie Dashcam. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 24 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Pro-User DRC7010 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/50
* Optional: Extendable with second camera / Erweiterbar um eine zweite Kamera / Uitbreidbaar
met tweede camera / Extensible a deux cameras. Model: DRC-CAM Article Number 20128
DIGITAL WIRELESSBACKUP CAMERA
SYSTEM
DIGITALES KABELLOSES RÜCKFAHR-
KAMERA-SYSTEM
SYSTEME DE CAMERA DE RECUL SANS FIL
NUMERIQUE
DIGITALE DRAADLOOS CAMERASYSTEEM
with 17,8cm / 7” monitor
mit 17,8cm / 7” Monitor
avec écran 17,8cm / 7”
met 17,8cm / 7” monitor
DRC7010
*

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Pro-User
Categorie: Dashcam
Model: DRC7010

Handleiding Pro-User DRC7010 – volledige tekst

37 INLEIDING De Pro-User DRC7010 maakt deel uit van een serie geavanceerde achteruitrijdsystemen, die door Pro User International Ltd worden vervaardigd. De Pro-User digitale draadloze achteruitrijdcamera en monitor met ingebouwde zender, zorgen ervoor dat u beter zicht hebt op alles wat zich achter uw auto, camper, aanhangwagen of bestelbus bevindt. Pro-User heeft door o.a. het uitvoeren van kwaliteitscontroles al het mogelijke gedaan om dit product in een hoogwaardige kwaliteit aan u te leveren. Wij hopen dat dit systeem naar uw volle tevredenheid zal werken. Voor een goede werking en veiligheid van het systeem dient u zich te houden aan onderstaande instructies! BELANGRIJKE VEILIGHEIDS INSTRUCTIESMogelijk bent u niet vertrouwd om met de 12/24-volt DC bedrading van uw voertuig om te gaan.

Ook kan het installeren gepaard gaan met het verwijderen en weer aanbrengen van panelen in het interieur, vloerbedekking, dashboards of andere onderdelen van uw voertuig. Heeft u hierover uw twijfels, neem dan dat geval contact op met de fabrikant of dealer, of overweeg om het camerasysteem door vakmensen te laten instaleren. Storing Dit apparaat is bestand tegen storing veroorzaakt door signalen afkomstig van Bluetooth, mobiele telefoons, Wi-Fi routers, elektriciteitsleidingen, andere elektrische apparaten. Onderhoud Het camerasysteem mag op geen enkele wijze worden gedemonteerd. Elke poging tot wijziging of reparatie door de gebruiker heeft tot gevolg dat uw garantie vervalt. LIEFERUMFANG 1. Monitor en standaard dashboard 2. Camera en snoer 3. Installatiemateriaal 4. Snoer met stekkers voor beeldscherm 5. Bevestigingsband (2x) 6.

38 INSTALLATIE Deze instructies zijn slechts bedoeld als een algemene leidraad, toepasbaar op en aantal verschillende merken en modellen van voertuigen. Voor specifieke vragen over uw voertuig kunt u het beste contact opnemen met de fabrikant of dealer. Installatie van de camera De stand van de camera is met de hand in te stellen in verticale richting. Zorg ervoor dat geen obstakels het zicht van de lens belemmeren. De camera kan op verschillende manieren achter op uw auto worden gemonteerd. Montage kan het meest eenvoudig aan de achterzijde van de auto bij de kentekenplaat plaatsvinden. Er is een bevestigingsplaat bijgeleverd, die achter de kentekenplaat kan worden vastgezet. De camera zelf kan op deze bevestigingsplaat worden vastgeschroefd. Let op: Bij sommige voertuigtypes is het niet mogelijk om de camera bij de kentekenplaat te bevestigen.

39 3. Monteer de kentekenplaat weer op de kentekenplaathouder. 4. Kies de meest gunstige doorgang voor de voedingskabel van de camera in de carrosserie van het voertuig naar de bedrading van de achteruitrijdverlichting. 5. Sommige voertuigen zijn voorzien van een doorgang waar de voedingskabel doorheen kan worden gevoerd. U kunt mogelijk gebruik maken van de doorgang van de kentekenplaatverlichting. Een andere mogelijkheid kan zijn om een gat boren in de buurt waar de voedingskabel bevestigd wordt aan de camera. Als u eenmaal gekozen heeft waar de voedingskabel de carrosserie van het voertuig naar binnen gaat, verwijder dan de camera. 6. Kunt u een al bestaande opening te gebruiken, sla dan de volgende twee stappen over. 7. Verwijder de kentekenplaat en de camera in hun geheel, voordat u een doorgang gaat boren. 8.

ATTENTIE: Voordat u een gat boort, verwijder de kentekenplaat en de camera. Controleer de omgeving rond en achter de plaats, waar de camera komt te zitten. Overtuig u ervan dat er geen onderdelen kunnen worden beschadigd (speciale elektrische kabels, onderdelen van het brandstofsysteem van het voertuig of tanks met vloeistof). Neem alle redelijke voorzorgsmaatregelen. Kies een boor die de juiste maat heeft voor de bijgeleverde rubberen doorvoertule met materiaal. 9. Plaats na het boren van het gat de meegeleverde rubberen doorvoertule in de doorgang en leidt de voedingskabels van de camera door deze doorvoertule het voertuig in. 10. Vervolgens dient u te bepalen waar de achteruitrijdlichten van het voertuig zich bevinden. Draai hiervoor de contactsleutel in de accessoirestand, trek de handrem aan en zet de auto in zijn achteruit.

Kijk naar de achterlichten van het voertuig om te zien waar de achteruitrijdlichten zich in de (eventuele) lichtunits bevinden. (meestal zijn dit witte lichten). Gebruik hiervoor als hulpmiddel een raam of een andere lichte achtergrond om dit te kunnen vaststellen.

De achteruitrijdlichten moeten in de (eventuele) lichtunit toegankelijk zijn, om hun 12/24V (+) voedingskabel te vinden. Als u hulp nodig heeft bij het vinden van de bedrading van uw achteruitrijdlichten, neem dan contact op met de fabrikant of dealer voor het raadplegen van de bedradingschema’s van uw voertuig. 11. Als u de bedrading van de achteruitrijdlichten heeft gevonden, dan dient u de voedingskabel van de camera naar die plaats leiden. Zet de voedingskabel stevig vast om te voorkomen dat deze kabel klem komt te zitten in een onderdeel van de auto, zoals het scharnier van de kofferdeksel of achterklep. Breng nooit de kabel aan langs de buitenzijde van het voertuig.

40 12. Bij de meeste voertuigen zijn twee kabels aangesloten op de contactdoos voor de achteruitrijdlichten. Gewoonlijk is de negatieve kabel zwart en de positieve kabel is anders gekleurd. Indien u niet zeker bent van de juiste stroomfunctie (positief + of negatief -) van deze bedrading, dan kunt u voor het vaststellen hiervan een 12V/24V multimeter gebruiken. Deze zijn verkrijgbaar bij autoshops of auto-onderdelenhandel. Volg de aanwijzingen van de fabrikant van de multimeter op voor veilig gebruik van deze meter. 13. Nadat u hebt bepaald welke van voedingskabels de positieve en de negatieve is, draait u de contactsleutel weer naar de 'off' stand. Vervolgens verwijdert u de accukabel van “min-pool” (-) van de accu in uw voertuig. 14. Verbind de rode kabel van de camera met de positieve (+) kabel van de achteruitrijdlichten door gebruik te maken van de meegeleverde lasklem.

Gebruik een combinatietang voor het stevig aandrukken van de klem om een goede verbinding mogelijk te maken. Controleer of de verbinding goed vast zit. 15. Verbind vervolgens de zwarte voedingskabel van de camera met de negatieve (-) kabel of aarde van het achteruitrijdlicht 16. Plaats het lampje van het achteruitrijdlicht weer terug en installeer de contactdoos opnieuw. Zet alle kabels vast met ty-ribs of isolatietape. 17. Bevestig de negatieve accukabel weer aan de “min-pool” van de accu in uw voertuig Installatie van de monitor Controleer bij het kiezen van de plaats voor de monitor dat deze uw (uit)zicht niet belemmert bij het rijden. De DRC7010 kan op diverse manieren in uw voertuig worden aangebracht. De monitor kan met behulp van de meegeleverde standaard worden geplaatst op uw (A) dashboard of met de meegeleverde bevestigingsbanden op uw zonneklep of hoofdsteun.

42 2. Breng de standaard aan op het dashboard 3. Druk op de standaard om deze goed te laten hechten op het oppervlak van het dashboard 4. Klik de monitor vast in de draagarm van de standaard 5. Pas de positie van de draagarm aan om goed zicht op de monitor te hebben 6. Druk op het teken van de pijl van de draagarm om de monitor te kunnen verwijderen * Om een maximale hechting van de dubbelzijdige plakker te bereiken, wordt geadviseerd deze als volgt aan te brengen: • Alle vlakken moeten schoon, droog en vetvrij zijn. • De te beplakken oppervlakten dienen tussen de 21 en 28 graden Celsius te zijn te zijn. Niet toepassen beneden de 10 graden Celsius en in direct zonlicht. • Indien mogelijk kies dan een bevestigingsplaats, waar direct zonlicht de standaard op het dashboard niet kan verhitten. B. Bevestiging aan de zonneklep of hoofdsteun.

• Gebruik de twee meegeleverde bevestigingsbanden en leid deze door de uitsparingen aan de achterzijde van de behuizing van de monitor. • Breng de monitor in een juiste positie aan op de zonneklep of hoofdsteun • Trek de bevestigingsbanden rondom de zonneklep of hoofdsteun. • Maak de bevestigingsbanden vast. Monitor 12/24V verbinding 1. Leid het bijgeleverde 12/24 volt snoer met aansluitbus naar de “sigarettenaansteker”. Zorg ervoor dat dit snoer u tijdens het rijden niet hindert. 2. Steek de kleine 12/24 Volt DC plug van het snoer in de zijkant van het monitor. 3. Steek de 12/24 Volt aansluitbus voor in een sigarettenaansteker in de opening van de sigarettenaansteker van het voertuig Het testen van het systeem 1. Controleer of de negatieve (-) accukabel (aarde) weer aan de minpool van de accu is vastgemaakt. 2. Draai de contactsleutel in de accessoirestand; start het voertuig niet. 3.

(zoals beschreven in hoofdstuk BEDIENING). 5. Na het testen (en aanpassing indien nodig) het apparaat en alle kabels definitief monteren. Leid alle kabels achter binnenpanelen of onder het tapijt door. Gebruik de bijgeleverde ty-ribs/kabelklemmen om overtollige kabels netjes en compact bijeen te binden. N. B. : ONDER OMSTANDIGHEDEN MET EXTREEM VEEL LICHT KAN HET EEN PAAR SECONDEN DUREN VOORDAT HET BEELD ZICH STABILISEERT. WACHT OP EEN GOED BEELD VOORDAT U ACHTERUIT RIJDT.

43 BEDIENING Voor het eerste gebruik wordt u verzocht de camera('s) met het beeldscherm te koppelen! (Een en ander zoals hier onder omschreven). Aan de monitor kunnen maximaal 2 camera's worden gekoppeld. Gebruik de op- en neergaande pijltjes-knoppen om tussen de verbonden camera's te schakelen of om een gedeeld scherm te tonen. Algemeen gebruik: Kies het gewenste menu-onderwerp door gebruik te maken van de pijltjes-knoppen. Bevestig uw keuze met de OK-knop. Druk op de menu-knop om een submenu te verlaten of wacht een paar seconden zonder iets te doen. Het verlaten van het menu gebeurt automatisch. Aan/uit-knop: Druk op de aan/uit-knop om de monitor aan te zetten. Het scherm van de monitor zal automatisch aangaan als de versnelling van het voertuig in achteruit wordt geschakeld.(Als de camera('s) zoals hier beneden beschreven al zijn gekoppeld).

Als de monitor aan staat en een signaal krijgt, dan zal de blauwe LED gaan branden, of anders zal de LED knipperen. Als de monitor uit staat, dan zal geen enkel plaatje op het scherm verschijnen en de blauwe LED zal niet branden.

44 MENÜ Druk op de menu-knop om in het hoofdscherm te komen. KOPPEL Menu Hier kunt u tot maximaal 2 camera's koppelen. Selecteer CAM1 of CAM2 en druk op de OK-knop om het koppelproces te starten. Het toestel is nu klaar om de camera te koppelen (voorbeeld: CAM1) Druk nu op de rubberen knop aan de onderzijde van de camera!

45 Het koppelen is succesvol verlopen. Terug in het KOPPEL-menu verschijnt een symbool naast de gekoppelde camera CAM1. Het toestel zal nu automatisch de camera koppelen als deze wordt ingeschakeld. Als u twee camera's heeft (optioneel), herhaal dan de koppelprocedure, zoals hier omschreven. Druk op de Menu-knop om het scherm te verlaten. Voorbeeld: Beide camera's zijn gekoppeld.

46 SETUP Menü Selecteer het gewenste sub-menu met de Op/Neer pijltjes-knoppen en bevestig met de OK-knop. De respectievelijke functies van de sub-menu's zijn hier onder beschreven. SETUP-AUTO DISPLAY Dit scherm stelt u in staat om het voor u belangrijkste beeld in te schakelen. De geselecteerde camera (CAM! of CAM2) zal automatisch worden weergegeven als deze een back-up maakt. Om het mogelijk te maken tegelijkertijd het beeld van beide camera's te laten zien, selecteer dan SPLIT in het menu. (alleen als beide signalen kunnen worden ontvangen - anders toont de monitor alleen het beschikbare beeld op het hele scherm). SETUP-MIRROR Selecteer CAM1 of CAM2 om het mogelijk te maken het getoonde beeld horizontaal of verticaal te laten zien.

47 SETUP-VERSION Toont de software-versie van het systeem van de monitor. BELANGRIJK: Door 5 seconden op de knop met de naar boven wijzende pijl te drukken in het menu VERSION, worden alle camera's ontkoppeld! PICTURE Menü Nadat de betreffende camera is geselecteerd, kunt u de BRIGHTNESS (HELDERHEID), CONTRAST of COLOR (KLEUR) aanpassen in het dan getoonde beeld: Kies de gewenste functie met de OP/NEER pijltjes-knoppen; bevestig door op de OK-knop te drukken en verander de waarden met de pijltjes-knoppen. Bewaar de instellingen met de OK-knop en verlaat het scherm door op de Menu-knop te drukken. LINES button/knop Afstandsgeleidelijnen: Dit camerasysteem heeft de optie om afstandsgeleidelijnen op het scherm weer te geven.

Dit helpt u de resterende ruimte achter uw voertuig met andere obstakels zichtbaar te maken Door op de knop voor de guideline/geleidelijnen te drukken, kunt u deze optie in- of uitschakelen. NightVision/Nachtbeeld: De modules van de camera hebben een automatisch Nachtbeeld infra-rood functie. Tijdens duisternis of op donkere plaatsen gaan de IR LEDs automatisch aan. ATTENTIE: Bescherm uw ogen! Kijk niet direct in de IR LED-licht.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Pro-User DRC7010 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden