Pelgrim IDK 835 Handleiding

Pelgrim Fornuis IDK 835

Bekijk gratis de handleiding van Pelgrim IDK 835 (147 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 19 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Pelgrim IDK 835 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/147
700001871100
Dit plaatje bevindt zich aan de bovenzijde van het toestel.
Cette plaque se trouve sur le dessus de l'appareil.
Dieses Schild befindet sich an der Oberseite des Gerätes.
This card is located on the top of the appliance.
Houd, wanneer u contact opneemt met de serviceafdeling,
de productiecode (PCODE)
en het volledige itemnummer (ITEMNR) bij de hand.
En cas de contact avec le service après-vente, ayez auprès de vous
le code de production (PCODE) et le numéro complet de l'article (ITEMNR).
Halten Sie den Produktionscode (PCODE) und die vollständige Itemnummer
(ITEMNR) bereit, wenn Sie mit der Kundendienstabteilung Kontakt aufnehmen.
When contacting the service department, have the production code (PCODE)
and complete item number (ITEMNR) to hand.
Adressen en telefoonnummers van de serviceorganisatie vindt u op de garantiekaart.
Les adresses et les numéros de téléphone du service après-vente se trouvent sur la carte de garantie.
Adressen und Telefonnummern der Kundendienstorganisation finden Sie auf der Garantiekarte.
You will find the addresses and phone numbers of the service organisation on the guarantee card.
plak hier het toestel-identificatieplaatje
placez ici la plaque d'identification de l'appareil
kleben Sie hier das Gerätetypenschild ein
stick the appliance identification card here

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Pelgrim
Categorie: Fornuis
Model: IDK 835

Handleiding Pelgrim IDK 835 – volledige tekst

uw inductiekookplaat5InleidingU heeft gekozen voor een inductiekookplaat van Pelgrim; een apparaat datvolledig voldoet aan de wensen van de kookliefhebber. Koken op een inductiekookplaat verschilt met koken op een traditioneeltoestel. Inductiekoken maakt gebruik van een magnetisch veld om warmte opte wekken. Dit betekent dat u niet zomaar een willekeurige pan kunt gebruiken.Het hoofdstuk 'pannen' op de pagina’s 10 en 11 geeft hierover meer informatie.Koken op een inductiekookplaat heeft een aantal voordelen. Het iscomfortabel, omdat de kookplaat snel reageert en ook op een zeer laagvermogen is in te stellen. Dankzij het hoge vermogen gaat het aan de kookbrengen zeer snel. De kookplaat is eenvoudig te reinigen; de plaat zelf wordt niet erg heetdoordat de warmte in de pan zelf wordt opgewekt.

In het hoofdstuk 'veiligheid'op de pagina's 6 t/m 9 vindt u uitgebreide informatie over de voordelen vaninductiekoken.Dit toestel is voorzien van synchro-control . Wanneer u een afzuigkap hebt,voorzien van synchro-control, zal deze automatisch in werking treden wanneer ude kookplaat bedient. Daarnaast is de kookplaat uitgerust met een elektrischewarmhoudzone. Op de warmhoudzone kunt u gerechten, die niet directgenuttigd worden, warm houden. Een gerecht dat langer dan een half uurwarm gehouden wordt zal in kwaliteit achteruit gaan. Afkoelen en opnieuwverwarmen is dan een betere optie. Het vermogen van de warmhoudzone isvoldoende om "gevoelige" gerechten te bereiden. U kunt hierbij denken aanhet smelten van chocolade, de bereiding van een sabayon, een met eierengebonden schuimige saus.In deze handleiding staat beschreven hoe u de inductiekookplaat zooptimaal mogelijk kunt benutten.

U vindt hierin informatie over bediening,geschikte pannen en achtergrondinformatie over de werking van hettoestel. Daarnaast zijn kooktabellen en onderhoudstips opgenomen.Bewaar deze handleiding zorgvuldig zodat een eventuele volgende gebruikerer ook zijn voordeel mee kan doen. Veel kookplezier!

veiligheid6Waar u op moet lettenIn het toestel wordt een magnetisch veld opgewekt. Door een pan met eenijzeren bodem op een kookzone te plaatsen ontstaat in de panbodem eeninductiestroom. Deze inductiestroom wekt warmte op in de panbodem.De spoel (1) in de kookplaat (2) wekteen magnetisch veld (3) op. Door eenpan met een ijzeren bodem (4) op despoel te plaatsen ontstaat in depanbodem een inductiestroom.ComfortabelDe elektronische regeling is nauwkeurig en eenvoudig in te stellen. Op delaagste stand kunt u bijvoorbeeld chocolade direct in de pan smelten ofingrediënten bereiden die u gewoonlijk au bain marie verwarmt.SnelDoor het hoge vermogen van de inductiekookplaat gaat het aan de kookbrengen erg snel. Het doorkoken kost even veel tijd als koken op een anderekookplaat.SchoonDe kookplaat is eenvoudig te reinigen.

Doordat de kookzones niet heterworden dan de pan zelf, kunnen voedselresten niet inbranden.VeiligDe warmte wordt opgewekt in de pan zelf. De glasplaat wordt niet warmer dande pan. Hierdoor blijft de kookzone een stuk koeler dan die van bijvoorbeeldeen keramische kookplaat of een gasbrander. Na het wegnemen van een pan isde kookzone snel afgekoeld.4321

veiligheid7Waar u op moet lettenMilieubewustDe warmteverliezen zijn minimaal omdat de warmte in de pan zelf opgewektwordt. Bij kleinere pannen wordt alleen dàt deel van de zone geactiveerd datcontact maakt met de panbodem. Een bijkomend voordeel is dat dehandgrepen van de pan niet warm worden door stralingswarmte langs de pan.121. Warmteverlies en hete handgrepen bijeen conventionele kookplaat.2. Geen warmteverlies en koudehandgrepen bij inductiekoken.

veiligheid8Waar u op moet lettenInductiekoken is uiterst veilig. Omdat de warmte in de pan wordt opgewekt ende glasplaat niet warmer wordt dan de inhoud van de pan, is de kans klein datu zich aan het toestel zou branden. Toch zijn er, net als bij elk toestel, eenaantal zaken waar u op moet letten. ■Als de kookplaat voor de eerste maal gebruikt wordt zult u een'nieuwigheidsluchtje' ruiken. Het is de lak van het toestel die opgewarmdwordt. Dit is normaal. Door ventileren verdwijnt de geur vanzelf. ■Dit toestel mag alleen door een erkend installateur worden aangesloten. ■Maak het toestel spanningsloos voordat met reparatie of schoonmaken wordtgestart. Bij voorkeur door de stekker uit het stopcontact te halen, de(automatische) zekering(en) uit te schakelen of de schakelaar in detoevoerleiding op de nul te zetten bij een vaste aansluiting.

■Dit kooktoestel is ontworpen voor huishoudelijk gebruik. Gebruik het alleenvoor het bereiden van gerechten. ■Houd rekening met de zeer snelle opwarmtijd op de hogere standen. Blijf eraltijd bij staan als u een kookzone op een hoge stand heeft ingesteld. ■Let op dat de pan niet droog kookt. Schade ontstaan door het gebruik vanongeschikte pannen of droogkoken valt buiten de garantie. ■Laat nooit een lege pan op een ingeschakelde kookzone staan. Hoewel dekookzone beveiligd is tegen oververhitten, wordt de pan zeer heet en bestaatde kans dat deze beschadigd raakt. ■De glaskeramische plaat is zeer sterk, maar niet onbreekbaar. Wanneer erbijvoorbeeld een kruidenpotje of een puntig voorwerp op zou vallen, kan ereen breuk ontstaan. ■Gebruik een toestel dat een breuk of scheurtjes vertoont niet meer. Schakelhet toestel onmiddellijk uit, maak het spanningsloos en bel de servicedienst.

■Houd tijdens het gebruik van de inductiekookplaat magnetiseerbarevoorwerpen (credit cards, bankpasjes, diskettes, horloges e. d. ) uit de buurtvan het toestel. Wij adviseren pacemaker-dragers om eerst de hartspecialistte raadplegen.

Waar u op moet lettenZandkorreltjes kunnen krasjes veroorzaken die niet meer te verwijderen zijn. ■Zet alleen pannen met een schone bodem op het kookvlak.■Til pannen altijd op als u ze verplaatst.■Gebruik de kookplaat niet als werkvlak.Schuif de panbodem over een vochtige doek, voordat u de pan op hetkookvlak zet. Dit voorkomt dat er zandkorreltjes en dergelijke op het kookvlakterechtkomen.Hoewel de warmhoudzone een diameter van 13 cm heeft kunt u hierop allepannen plaatsen. De warmtegeleiding van pannen is over het algemeen zogoed dat voor het warm houden van gerechten de diameter van de pan minderbelangrijk is.veiligheid9Til pannen altijd op; schuif er nooit mee.

algemene informatie10PannenBij inductiekoken wordt gebruik gemaakt van een magnetisch veld om warmteop te wekken. Daarom moet de panbodem ijzer bevatten en dus magnetischzijn.Bij voorkeur pannen gebruiken die de gehele cirkel van de kookzone bedekken.De panbodem moet altijd groter zijn dan 12 cm.U kunt zelf met een magneet controleren of uw pannen geschikt zijn.Een pan is geschikt wanneer:■de panbodem wordt aangetrokken door een magneet;■de pan geschikt is voor elektrisch koken.Gebruik alleen pannen met een dikke (minimaal 2,25 mm), vlakke bodem diegeschikt zijn voor inductiekoken. Het beste zijn pannen met het "ClassInduction" keurmerk.

Pannen, waarvan de bodem niet magnetisch is of niet geschikt zijn voorelektrisch koken, zijn ongeschikt voor gebruik op de inductiekookplaat.Geschikt■speciale roestvrijstalen pannen voor inductiekoken;■solide geëmailleerde pannen;■geëmailleerde gietijzeren pannen.OngeschiktAardewerk, aluminium, kunststof, koper, porselein, roestvrijstaalZodra u de kookpan van de kookplaat verwijdert, stopt automatisch dekookactiviteit. Wen uzelf echter aan altijd de kookplaat of zone na gebruik uitte schakelen om onbedoeld inschakelen te voorkomen.

algemene informatie11Wees voorzichtig met plaatstaal geëmailleerde pannen. Deze kunnenbeschadigd raken als ze gebruikt worden voor inductiekoken. Met namewanneer deze pannen een te dunne bodem hebben.Bij plaatstaal geëmailleerde pannen kan:■email afspringen (het email laat los van het staal) wanneer u de kookplaat opeen hoge stand inschakelt terwijl de pan (te) droog is; ■de panbodem kromtrekken door bijvoorbeeld oververhitting of door gebruikvan een te hoog vermogen. Gebruik nooit pannen met een vervormde bodem. Een holle of bolle bodemkan de werking van de oververhittingsbeveiliging belemmeren. Het toestelwordt te warm.

Hierdoor kan de glasplaat barsten en de panbodem smelten.Schade, ontstaan door het gebruik van ongeschikte pannen of droogkoken, valtbuiten de garantie.Geluid in de bodem van de panTijdens het koken kunt u een ratelend geluid horen in de bodem van de pan.Dit is onschuldig. Het geluid wordt veroorzaakt doordat het hoge vermogenvan de kookzone inwerkt op de panbodem. Verminder het ratelende geluiddoor een lagere stand te kiezen.SnelkookpannenInductiekoken is zeer geschikt voor het koken in snelkookpannen. De kookzonereageert zeer snel, waardoor de snelkookpan ook snel op druk is. Zodra u eenkookzone uitschakelt stopt het kookproces direct.

bediening12InschakelenIntroductieDe inductiekookplaat is voorzien van een restwarmte-indicatie, kookwekker,kinderslot, automatische kookduurbegrenzing en 1 programmageheugen perzone. Op deze en de volgende pagina's kunt u lezen hoe u gebruik maakt vandeze voorzieningen. Gebruik de juiste pan. Zie hoofdstuk "pannen" op depagina's 9 en 10.Inschakelen1Zet een pan op een kookzone.2Druk op de aan/uit toets.In het display verschijnt een liggend streepje. Indien na het inschakelen van dezone geen kookstand wordt gekozen schakelt de zone terug naar 'standby'.Vermogen instellen1Druk op de + of - toets.De kookplaat stelt zich direct in op stand 6.2Stel een hogere of lagere stand in door nog eenkeer op de + of - toetsen te drukken.WokkenDe beste wokstand is stand 11 op de zone rechtsvoor.

Er mogen echter ookandere standen of kookzones worden gebruikt.Boost Bij stand“ “ (boost)geeft de kookzone een vermogen af van maximaal 2800Watt voor de rechterzones en 3000 Watt voor de zone linksvoor. Gebruik dezestand als u gerechten snel aan de kook wilt brengen.

bediening13Het display geeft de gekozen stand weer. De lampjes knipperen als er geenpan op de kookzone staat. De gekozen kookzone gaat na korte tijd vanzelf uit.Welke standen u moet kiezen kunt u zien in de kooktabellen op de pagina's 22en 23.uitschakelenDruk nog een keer op de aan/uit toets.De zone schakelt uit. Eventueel blijft de restwarmte-indicatie aangeven dat de zone nog warm is.restwarmte-indicatieDe indicatie geeft aan dat de kookzone nog warm is en dooft zodra deglasplaat een veilige temperatuur bereikt heeft. De indicatie treedt in werkingna 60 seconden gebruik van een zone en wordt zichtbaar na het uitschakelenvan de zone.Restwarmte wordt met H weergegeven in hetdisplay.WarmhoudzoneinschakelenDruk gedurende één seconde op de tiptoets (zieillustratie). Het rode indicatielampje licht op.

bediening14KookwekkerHet toestel is voorzien van een klok die als kookwekker kan worden gebruikt.Deze kookwekker staat dan op zichzelf en heeft geen invloed op de instellingenvan de kookzones.U kunt een kookzone door de kookwekker laten uitschakelen. De linkerkookwekker werkt voor de beide linker kookzones en de rechter kookwekkervoor de beide rechter kookzones.1Schakel de kookwekker in door één keer op de toets te drukken.2Kies de gewenste tijd (max. 3.59 uur) door de + en - toetsen in te drukken.Door deze toetsen langer vast te houden zal de tijd is steeds grote stappenop- of aflopen. In het display wordt de gekozen tijd weergegeven.3Wanneer de gekozen tijd verstreken is, begint de kookplaat te piepen. Dezepieptoon kan worden uitgeschakeld door ukken. U kuntop de toets te drweer een nieuwe tijd instellen door meteen de + toets te bedienen.

U hoeftde timer niet eerst uit te schakelen.Timerfunctie1Zet een pan op een kookzone.2Schakel de kookzone in.Het toestel begint te werken.3Schakel de kookwekker in met de toets.Druk nogmaals op de toets voor de timerfunctie.Het lampje naast 'FRONT' (voor de voorste zone) of 'REAR' (voor de achterstezone) licht op. Met de + en - toetsen wordt de kooktijd ingesteld (max. 3.59uur). In het display wordt het gekozen aantal minuten weergegeven.

bediening15Door de toets meerdere keren in te drukken wordt steeds het volgende rijtjeafgelopen:Indien een kookzone niet ingeschakeld is, is deze ook niet te selecteren omuitgeschakeld te worden door de timer en wordt deze overgeslagen inbovenstaande tabel.Indien beide linker (of rechter) kookzones zijn ingeschakeld kan door nogmaalsop de toets te drukken gekozen worden tussen de voorste of achterstekookzone. Aan het einde van de bereidingstijd hoort u een pieptoon.De zone schakelt uit.Schakel aan het einde van de bereidingstijd de pieptoon uit door op detoets van de kookwekker te drukken. Als u de pieptoon niet uitschakelt, stoptdeze vanzelf na 30 minuten.KinderslotHet toestel is voorzien van een kinderslot. Als het kinderslot is ingeschakeldkunnen de toetsen niet bediend worden.

Het kinderslot is alleen in te schakelenals geen van de zones of kookwekkers actief zijn.Op slotDruk op de toets met het sleutelsymbool. Het lampje boven het sleutelsymbool licht op.Van het slotDruk de toets met het sleutelsymbool 3 secondenin. Het lampje boven het sleutelsymbool dooft.Het kinderslot werkt niet voor de warmhoudzone. Deze kan worden gebruiktwanneer het kinderslot in is geschakeld.Aantal keren ingedrukt Reactie0 Klok is uit; displays zijn donker1 Klok als kookwekker2 Klok schakelt de voorste zone uit na de gekozen tijd (als de zone in is geschakeld)3 Klok schakelt de achterste zone uit na de gekozen tijd (als de zone in is geschakeld)4 Klok is uit; displays zijn donkerEnzovoort

bediening16GeheugenfunctieHet toestel is voorzien van een geheugenfunctie. Deze functie geeft u demogelijkheid per kookzone kookstanden en bijbehorende kooktijden teprogrammeren.Geheugenfunctie inschakelen (play)1Druk kort op de 'memory' toets . Het lampje naast 'PLAY' licht op.Delampjes naast 'REAR' en 'FRONT' gaan knipperen.2Schakel een kookzone in.De kookzone schakelt in op de geprogrammeerde kookstand. Als er geenprogramma aanwezig is, schakelt de zone na enkele seconden weer uit.Schakel de zone uit met de aan/uittoets of de 'memory' toets .Als tijdens het afspelen van een programma een hoog vermogen gekozenwordt, terwijl een andere zone handmatig op een hoge stand is ingesteld, zalde andere zone een lager vermogen af gaan geven. De instellingen van hetprogramma zijn dus dominant.

bediening17Geheugenfunctie programmeren (record)1Druk op de 'memory' toets totdat het lampje naast 'RECORD' oplicht.De lampjes naast 'REAR' en 'FRONT' gaan knipperen en het klokdisplaygeeft 000 aan.2Schakel de kookzone in die opgenomen moet worden.3Stel een kookstand in met de + of - toetsen. De gekozen kookstand en dekookduur worden nu opgenomen. Meerdere kookstanden kunnen na elkaarworden gekozen (max. 38).Wanneer tijdens een opname reeds 38 standen zijn opgenomen, zal devolgende stap die wordt vastgelegd automatisch het opname-einde zijn.4Beëindig de opname met de aan/uittoets of de 'memory' toets . Wanneer een nieuwe opname wordt vastgelegd, wordt de eventueelbestaande opname gewist.De gekozen kookstanden en de kookduur staan in het geheugen.

Dezeopname is met de 'PLAY' functie (geheugen inschakelen) te activeren.Per zone kan maximaal 1 opname worden gemaakt.U kunt de kookwekker ( links of rechts ) niet gebruiken wanneer u eenprogramma opneemt of afspeelt ( links of rechts).

bediening18Extra zekerheidIn het toestel zijn verschillende beveiligingen ingebouwd om de elektronica enuw kookgerei te beschermen. Wanneer het toestel op de juiste wijze isgeïnstalleerd zullen de beveiligingen zelden of nooit ingrijpen.kookduurbegrenzing-vermogensDe kookduurbegrenzer schakelt de kookzones, afhankelijk van de ingesteldestand, na een bepaalde tijd automatisch uit.De tijd loopt vanaf het moment dat een stand is gekozen, dus bij een nieuwekeuze van een kookstand begint de tijd weer opnieuw te lopen.

bediening19DetectiebeveiligingDe kookzone reageert alleen als er een geschikte pan op staat. Wanneer eralleen een lepel of vork op de kookzone ligt, schakelt de kookzone niet in.De displays kookstanden blijven knipperen.VentilatiebeveiligingDe elektronica moet gekoeld worden. De koele lucht wordt achter hetkeukenkastje aangezogen en aan de onderzijde van de kookplaat weeruitgeblazen.

Het toestel kan daarom alleen functioneren als er voldoende luchtkan circuleren.Het toestel schakelt zich na korte tijd uit wanneer er onvoldoende luchtcirculeert.Luchtcirculatie onder de inductiekookplaat.oververhittingsbeveiligingenHet toestel kan oververhit raken, wanneer:■de pan de warmte niet goed geleidt;■vet of olie op een hoge stand verhit wordt; ■er onvoldoende luchtcirculatie is (zie ook ventilatiebeveiliging).In geval van oververhitting leidt dit bij de desbetreffende kookzone,respectievelijk alle kookzones, tot een van de volgende reacties:■de kookplaat zal het toegevoerde vermogen iets af laten nemen (dit is nietzichtbaar bij de kookstanden in de displays).

2bediening20■wanneer dit niet helpt zal de kookplaat één of meerdere zones uitschakelenen in het display de tekst “F8” weergeven. De tekst zal blijven staan totdat ude aan/uit toets van de zone met de foutmelding een keer bedient.Zodra de kookzone(s) voldoende is (zijn) afgekoeld kunt u deze weer normaalgebruiken.Voorkom dat de oververhittingsbeveiliging van het toestel geactiveerd wordtdoor:■pannen te gebruiken die de warmte goed geleiden;■vet of olie op een lagere stand te verhitten;■voor voldoende luchtcirculatie te zorgen.Neem contact op met de servicedienst of een erkend vakman indien deoververhittingsbeveiliging desondanks opnieuw geactiveerd wordt.

kookaanwijzingen21Standen en vermogensVermogenHet vermogen is instelbaar van 50 W tot 3 kW (zie tabel op pagina 18).Twee zonesTwee achter elkaar liggende kookzones worden bestuurd door één generator.Dit heeft als voordeel dat per kookzone een hoog vermogen gerealiseerd kanworden. Dit is ideaal voor het zeer snel aan de kook brengen van gerechten envloeistoffen, frituren of het aanbraden van grote hoeveelheden.U hoort een tikkend geluid als twee achter elkaar liggende zones tegelijkingeschakeld zijn. Dit wordt veroorzaakt doordat het toestel overschakelt vande achterste naar de voorste kookzone en omgekeerd.Wanneer beide achter elkaar liggende kookzones tegelijk ingeschakeld zijn,wordt het vermogen automatisch verdeeld. Tot stand 10 heeft dit geenconsequenties.

Stelt u echter een kookzone in op stand 11, 12 of “ “ (boost)dan zal de andere kookzone automatisch terugschakelen naar stand 6 of 7.Achter elkaar liggende zonesbeïnvloeden elkaar.Twee naast elkaar liggende kookzones beïnvloeden elkaar niet. U kunt ze dusgelijktijdig op een hoge stand instellen.Zones naast elkaar kunnen tegelijkertijdop een hoge stand ingesteld worden.

kookaanwijzingen22Even wennen...In het begin zult u verrast zijn door de snelheid van het toestel. Vooral het aande kook brengen op een hogere stand gaat zeer snel. Om overkoken ofdroogkoken te voorkomen, kunt u er het beste altijd bij blijven staan.Bij inductiekoken wordt alleen dat deel van de zone benut waar de pan opstaat. Gebruikt u een kleine pan op een grote zone, dan zal het vermogen zichaanpassen aan de diameter van de pan. Het beste resultaat bereikt u door eenpan te nemen die dezelfde afmetingen heeft als de kookzone. Het vermogenzal dus kleiner zijn en het zal langer duren voordat het gerecht in de pan aande kook is. Als een te kleine pan gebruikt wordt zal de kookzone niet inschakelen. De minimum diameter is 12 cm.Stand 12 of Schakel de kookplaat alleen in op stand 12, of als u water aan de kook wiltbrengen.

Deze stand is te hoog voor het verhitten van boter of melk en veel tehoog voor ontdooien. Raadpleeg om de techniek te leren kennen dekooktabellen op de pagina's 23 en 24.Stand 11Stand 11 is de grillstand. Deze stand is geschikt om vlees te bakken. Op stand12 gaat dit veel te hard; de melkbestanddelen in de margarine verbrandenvoordat de margarine gesmolten is. Stand 11 is tevens de 'wok' voorkeuze-stand. Het indicatielampje 'wok' licht op. Dit geldt alleen voor de rechter zones.Er mogen echter ook andere standen of kookzones worden gebruikt. Heeft ubijvoorbeeld een gietijzeren wokpan met een kleine bodem, en laat de ruimtehet toe, dan kan ook de kookzone linksachter worden gebruikt.2

24 2kookaanwijzingenaan de kook tussenstand doorkook-brengen standdiversenappelmoes 9 8 3boter smelten 9 4-6 4chocola smelten 1 – –drie in de pan 7 – 7eieren 9 – 6flensjes 8 – 8macaroni 12, 6 3melk koken 9 – –pannenkoeken 9 – 8pap koken 9 6 2rijst 12, 8 2sauzen binden(met eidooiers) 1 – 2spek uitbakken 8 – –spiegelei 8 – 8stoofperen 12, 8 3let op!Als u bakt in een koekenpan met een bodem die groter is dan de kookzone, ishet belangrijk dat de pan rustig opwarmt. Begin bijvoorbeeld op stand 6 envoer de stand langzaam op.Bij gebruik van een wok is het van belang dat de bodem vlak is en dat de wokgoed voorverwarmd wordt op hoog vermogen.

25 onderhoudReinigenDagelijkse reinigingHoewel overgekookt voedsel niet in kan branden verdient het aanbeveling dekookplaat direct na gebruik schoon te maken.Voor de dagelijkse reiniging kunt u het beste een mild reinigingsmiddel en eenvochtige doek gebruiken. Nadrogen met keukenpapier of een droge doek.Hardnekkige vlekkenOok hardnekkige vlekken zijn met een mild reinigingsmiddel, bijvoorbeeldafwasmiddel, te verwijderen. Verwijder waterkringen en kalkresten met schoonmaakazijn.Metaalsporen (ontstaan door schuiven van pannen) zijn vaak lastig teverwijderen.Hiervoor zijn speciale middelen verkrijgbaar in de handel.Overgekookte voedselresten verwijderen met een glasschraper. Ook gesmoltenkunststof en suiker kunt u verwijderen met een glasschraper.Nooit gebruikenSchuurmiddelen mag u nooit gebruiken.

Deze veroorzaken krasjes waarin zichkalk en vuil ophopen.Gebruik ook nooit scherpe voorwerpen, zoals staalwol en schuursponsjes.Schakel, voordat u met schoonmaken begint, eerst het kinderslot in.

Wat moet ik doen als. Wanneer het toestel niet goed werkt, betekent dit niet altijd dat het defect is. Probeer het euveleerst zelf te verhelpen. Bel de servicedienst wanneer onderstaande adviezen niet helpenstoringHet toestel werkt niet en de lampjesbranden niet. De kookplaat werkt niet. F9 of FA verschijnt in het display ofhet toestel begint meteen te piepenwanneer het wordt aangesloten. De kookplaat werkt niet. F99 verschijnt in het display. De ventilator schakelt spontaan in. De melding F8 verschijnt. Na het inschakelen van de zoneblijven de zone displays knipperen. Het toestel is niet in te schakelen. Het aan de kook brengen duurtlanger dan verwacht. Foutcode F00 in het display. Foutcodes F01 - F11 in het display. Het indicatielampje van hetwarmhoudvlak knippert. Foutcodes F1 - F6 in het displayoorzaakGeen elektriciteit. Het toestel is verkeerdaangesloten of de netspanning isonjuist.

Twee toetsen tegelijk bediend, deglasplaat is vervuild of er ligt eenvoorwerp op de bediening. Het toestel controleert zichzelf nadatde spanning is weggevallen. Oververhitting van de elektronica inde kookplaat. Ongeschikte pannen of geen panop de kookzone. Toestel staat op slot. Te kleine pan gebruikt. Een toets is defect, vuil of er ligt eenvoorwerp op. Toets te lang bediend of te veelvocht in het toestel. Na twee uur schakelt hetwarmhoudvlak automatisch uit, hetindicatielampje begint dan teknipperen. Er ligt een voorwerp op de tiptoets. Generator defectoplossingElektrische installatie controleren(hoofd-zekering(en), aansluiting). Laat de installateur de installatiecontroleren. Bedieningsfout of glasplaat reinigen. De ventilator schakelt vanzelf uit. Laat het toestel afkoelen. Druk opde aan/uittoets en de meldingverdwijnt. Opnieuw beginnen opeen lagere stand.

Geschikte pan gebruiken (zie pag. 9). Druk de toets met hetsleutelsymbool enkele secondenonafgebroken in. Gebruik een pan die ongeveer gelijkis aan de diameter van de kookzone. Maak het toestel schoon of laat hetrepareren.

Leg geen voorwerpen ophet bedieningspaneel. Maak het toestel schoon of laat hetrepareren. Leg geen voorwerpen ophet bedieningspaneel. Druk gedurende één seconde op detiptoets totdat het rodeindicatielampje dooft. Hetwarmhoudvlak schakelt uit. Verwijder het voorwerp van detiptoets. Druk gedurende éénseconde op de tiptoets totdat hetrode indicatie-lampje dooft. Neem contact op met deservicedienst. 27 storingen.

28 2installatievoorschriftAlgemeenAlleen een erkend elektrotechnisch installateur mag dit toestel aansluiten!De installatie dient te geschieden volgens de geldende nationale en lokalevoorschriften. Schade ontstaan door verkeerd aansluiten of verkeerd inbouwenvalt niet onder de garantie.VeiligheidsvoorschriftenVoor een goede werking van het toestel is het volgende vanbelang:■Dat er voldoende ventilatie aanwezig is voor het koelen van de kookplaat;een en ander volgens de in dit hoofdstuk gespecificeerde mogelijkheden.■De ventilatielucht die de kookplaat aanzuigt mag niet warmer zijn dan 35 °C.Houd hier rekening mee als u een oven onder de kookplaat inbouwt.■Dat de aansluitkabel vrij hangt en niet door een lade aangestoten wordt.■Dat het aanrechtblad vlak is.■Als de kookplaat dichter dan 40 mm bij een achter- of zijwand wordtgeïnstalleerd moet deze wand van hittebestendig materiaal zijn.

29 installatievoorschriftInbouwmatenEr is een bepaalde nismaat nodig wanneer de kookplaat boven een oven wordtgeplaatst. Deze benodigde nismaat is afhankelijk van het volgende:■Werkbladdikte;■Inbouwhoogte van de kookplaat (56 mm);■Grootste hoogte van de oven (bedieninspaneel niet meegeteld).De benodigde nismaat is de grootste hoogte van de oven plus deinbouwhoogte van de kookplaat minus de werkbladdikte.Benodigde vrije ruimte rondom774 51256750490nismaat grootste hoogteovenwerkbladdikteinbouwhoogtekookplaatmin. 750 mmmin. 650 mmmin. 450 mmmin. 40 mmafzuigkapkastzijwandkookplaatmin. 40 mm

30 3installatievoorschriftInbouwmogelijkhedenBeluchtingDe elektronica in het toestel heeftkoeling nodig. Aan de onderzijde vanhet toestel bevinden zich deventilatieopeningen. Door dezeopeningen moet koele luchtaangezogen kunnen worden. Aan devoorzijde en onderzijde is het toestelvoorzien van uitblaasopeningen.Voor een optimale koeling van het kooktoestel moet u enkele wijzigingenaanbrengen in het keukenmeubel.Boven lade, deur of vaste blendeZaag de beluchtingsopeningen (min. 100 cm2) uit. Beluchting vindtplaats via plint en achterzijde kast.Een lade mag de ventilatieopeningenaan de onderzijde van het toestel nietafsluiten.Bij een lade moet er aan de voorzijdeeen opening gemaakt worden vanminimaal 560 x 6 mm. De afstandtussen lade A en de kookplaat moetminimaal 10 mm bedragen. Bij eenvaste blende hoeven geen extraaanpassingen voor beluchting tegeschieden.150Amin. 560 x 6 mmmin. 10 mm

Let er op dat de aansluitkabels vrij hangen. Is er een lade onder deinductiekookplaat, zorg er dan voor dat de lade niet boven de rand gevuld isom de beluchting niet te belemmeren.Installatie van de inductiekookplaat boven een combitron, magnetron,Pelgrim oven van 90 cm of een oven van een ander merk.Zaag de beluchtingsopening(en) uitzodat de totale oppervlakte van degaten minimaal 100 cm2is. Ziebijvoorbeeld figuur met twee gaten van50 cm2.Plaats een schermplaat tussen de ovenen de kookplaat. De plaat moetminimaal 10 mm dik zijn enhittebestendig (85 °C). De ruimtetussen de onderzijde van de kookplaaten schermplaat moet minimaal 50 mmbedragen.Plaats, voor afscherming van deluchtstroom, een schermpaneel van hetzelfde materiaal als de schermplaattussen de schermplaat en dekookplaat.

3installatievoorschrift32Elektrische aansluitingGebruik voor het aansluiten een goedgekeurde kabel, afhankelijk van devoorschriften. Op de kabel moet één van de volgende aanduidingen staan:H05V2V2-F, H05RR-F of H05RN-F.Aan de onderzijde van het toestel bevindt zich een etiket met daarop deaansluitschema's. De aansluitklemmen zijn bereikbaar nadat u het aansluitkastjeaan de onderzijde hebt geopend. Open de deksel van het aansluitkastje metbehulp van een schroevendraaier.Wilt u een vaste aansluiting maken, zorg er dan voor dat er een omnipolaireschakelaar met een contactafstand van minimaal 3 mm in de toevoerleidingwordt aangebracht.VermogenstabelKookplaattype Inductie Componentenspanning 230V/50HzToestel breedte x diepte 774 x 512 mmInbouwhoogte vanaf bovenzijde werkblad 56 mmZaagmaat breedte x diepte 750 x 490 mmVermogens modules Links 30001302800WWarmhoudzone Rechts WW

installatievoorschrift33Het toestel kan op de volgende manieren worden aangesloten:Veel voorkomende aansluitingen:2 fasen met 2 nullen aansluiting (2 2N a.c. 230 V / 50 Hz / kookgroep): De spanning tussen de fase en de nul is 230 V a.c. Tussen de fasen kan eenspanning van 0 V staan wanneer deze in de meterkast aan zijn gesloten opdezelfde fase maar ook 400 V wanneer deze zijn aangesloten op 2 verschillendefasen. Uw groepen moeten afgezekerd zijn met minimaal 16 A (2x). Deaansluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 2,5 mm2.3 fasen met 1 nul aansluiting (3 1N a.c. 400 V / 50 Hz / krachtgroep):De spanning tussen de fasen en de nul is 230 V ac. Tussen de fasen staat een spanning van 400 V. Breng een verbindingsbrug aantussen de aansluitpunten 4-5. Fase 3 wordt niet belast. Uw groepen moetenafgezekerd zijn met minimaal 16 A (3x).

3installatievoorschrift34Speciale aansluitingen:1 fase aansluiting (1 1N a.c. 230 V / 50 Hz):De spanning tussen de fase en de nul is 230 V a.c. Breng verbindingsbruggen aan tussen de aansluitpunten 1-2 en 4-5. Uw groepmoet afgezekerd zijn met minimaal 32 A. De aansluitkabel moet eenaderdoorsnede hebben van minimaal 6 mm 2.2 fasen met 1 nul aansluiting (2 1N a.c. 400 V / 50 Hz):De spanning tussen de fasen en de nul is 230 V ac. Tussen de fasen staat eenspanning van 400 V. Wanneer er geen spanning van 400 V tussen de fasenaanwezig is, is er sprake van twee draden die van dezelfde fase zijn afgetakt in de meterkast en moet de kookplaat worden aangesloten met 2 nuldraden, zoals hiervoor genoemd bij 2 fasen met 2 nullen.Breng een verbindingsbrug aan tussen de aansluitpunten 4-5.Uw groepen moeten afgezekerd zijn met minimaal 16 A (2x).

installatievoorschrift353 fasen aansluiting (3 a.c. 230 V / 50 Hz):De spanning tussen de fasen is 230 V a.c. Breng een verbindingsbrug aan tussen de aansluitpunten 4-5.Uw groepen moeten afgezekerd zijn met minimaal 16 A (3x). De aansluitkabelmoet een aderdoorsnede hebben van minimaal 2,5 mm 2.Met de op het aansluitblok aanwezige bruggen kunt u de vereistedoorverbindingen maken zoals in voorgaande illustraties staat aangegeven. Inhet deksel van het aansluitkastje en in onderstaande illustratie staataangegeven hoe u de bruggen aan moet brengen. Deze moeten niet meteenbovenop de aansluitdraden worden geplaatst, maar tussen de schroefkop ende klem om de aansluitdraad.Zet de kabel vast met de trekontlasting en sluit het deksel.rechterzoneslinkerzoneswarmhoudzone

3Inbouwen1. Controleer of het keukenmeubel en de uitsparing voldoen aan de gesteldeeisen (zie 'inbouwmaten' en 'veiligheidsvoorschriften').2. Verwijder de beschermfolie van het afdichtband (A) en plak het band in degroef van de aluminium profielen.3. Als het werkblad van hout is, behandel dan de kopse kanten van hetwerkblad met afdichtvernis, om uitzetten van het werkblad door vocht tevoorkomen.4. Keer het toestel om en leg het in de uitsparing.5. Sluit het toestel aan op het elektriciteitsnet.6. Controleer de werking. Indien het toestel fout is aangesloten zal het eenpiepsignaal geven.7. Overhandig de gebruiksaanwijzing aan uw cliënt.N.B.: Direct na het inschakelen zal de ventilator aanslaan. Het toestelcontroleert zichzelf nu gedurende een aantal seconden.36 installatievoorschriftA

Gebruikt kunnen zijn:■karton;■polyethyleenfolie (PE);■CFK-vrij polystyreen (PS-hardschuim).Deze materialen op verantwoorde wijze en conform de overheidsbepalingenafvoeren.De overheid kan u ook informatie verschaffen over het op verantwoorde wijzeafvoeren van afgedankte huishoudelijke apparaten.Op het typeplaatje is het symbool van een doorgekruiste vuilnisbakaangebracht.Dit betekent dat het apparaat aan het einde van zijn levensduur niet bij hetgewone huisvuil mag worden gevoegd, maar naar een speciaal centrum voorgescheiden afvalinzameling van de gemeente moet worden gebracht of naareen verkooppunt dat deze service verschaft.Het apart verwerken van een huishoudelijk apparaat zoals deze kookplaatvoorkomt mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid diedoor een ongeschikte verwerking ontstaat en zorgt ervoor dat de materialenwaaruit het apparaat bestaat teruggewonnen kunnen worden om eenaanmerkelijke besparing van energie en grondstoffen te verkrijgen.Om op de verplichting tot gescheiden verwerking van elektrischehuishoudelijke apparatuur te wijzen, is op het product het symbool van eendoorgekruiste vuilnisbak aangebracht.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Pelgrim IDK 835 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden