Parkside PBS 350 A1 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Parkside PBS 350 A1 (76 pagina’s), behorend tot de categorie Zaagmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 26 mensen. Heb je een vraag over Parkside PBS 350 A1 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Parkside |
| Categorie: | Zaagmachine |
| Model: | PBS 350 A1 |
Handleiding Parkside PBS 350 A1 – volledige tekst
28 NL/BE1. Verklaring van de symbolen op het toestelNL BE Waarschuwing! Bij het niet in acht nemen, bestaat levensgevaar, gevaar op letsel of bescha-diging aan het werktuig!NL BE Lees voorafgaand aan de inbedrijfstelling de gebruikshandleiding en de veiligheidsvoor-schriften! NL BE Draag een veiligheidsbril!NL BE Draag gehoorbescherming!NL BE Bescherm de luchtwegen bij stofontwikkeling! NL BE Let op! Gevaar voor letsel! Niet in de draaiende zaagband grijpen!NL BE Draag veiligheidshandschoenen.NL BE Let op! Voor montage, reiniging, ombouw, instandhouding, opslag en transport moet u het apparaat uitschakelen en loskoppelen van de stroomvoorziening.NL BE Aandacht! Let op de draairichting.NL BE Neem de stekker uit het stopcontact voor het openen.
29NL/BE2. InleidingFabrikant:scheppachFabrikation von Holzbearbeitungsmaschinen GmbHGünzburger Straße 69D-89335 IchenhausenGeachte klant,Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe apparaat. Advies:• Volgens de van toepassing zijnde wet voor productaanspra-kelijkheid is de producent van dit apparaat niet aansprake-lijk voor schade die ontstaat door of door middel van dit apparaat in geval van:• Onjuist gebruik,• Niet-naleving van de gebruiksinstructies,• Reparaties door derden, niet-erkende getrainde werklui,• Installatie en vervanging van niet-originele reserveonderde-len,• Ongepast gebruik, falen van het elektronisch systeem ten ge-volge van niet-naleving van de elektrische specificaties en de VDE 0100, DIN 57113 / VDE 0113 voorschriften. Aanbevelingen:Lees voor de montage en ingebruikneming aandachtig de vol-ledige gebruiksaanwijzing.
Dankzij deze gebruiksaanwijzing leert u uw machine en de reglementaire gebruiksmogelijkheden ervan kennen. U vindt hier belangrijke instructies over hoe u de machine veilig, vakkundig en rendabel gebruikt, over hoe u risico‘s vermijdt, re-paratiekosten voorkomt, de stilstandtijd beperkt en de betrouw-baarheid en levensduur van de machine verhoogt. Bovenop de veiligheidsvoorschriften van deze gebruiksaanwij-zing moet u in elk geval ook de nationale bepalingen inzake het gebruik van deze machine respecteren. Bewaar de gebruiksaanwijzing in de buurt van de machine in een plastiek omhulsel als bescherming tegen vuil en vocht. Elke gebruiker moet deze handleiding voor het begin van de werk-zaamheden lezen en zorgvuldig naleven. Enkel personen, die over het gebruik van de machine en de daarmee verbonden gevaren zijn geïnstrueerd, mogen de ma-chine bedienen.
Als aanvulling op de veiligheidsvoorschriften in deze handlei-ding en de speciale voorschriften van uw land, moeten ook de algemeen erkende technische regels voor het gebruik van houtverwerkende apparaten in acht genomen worden. Wij zijn niet aansprakelijk voor ongevallen of schade die te wijten zijn aan niet-naleving van deze handleiding en van de veiligheidsinstructies. 3. Apparaatbeschrijving (afb. 1-16)1. Spanschroef2. Zaagbandrol boven3. Rubberen oppervlak 4. Zaagbandveiligheidsinrichting5. Zaagbandgeleiding boven 6. Tafelinzetstuk7. Zaagtafel8. Zaagbandrol onder9. Standaard10. Dekselvergrendeling11. Zijdeksel12. Aan/uit-schakelaar13. Borgschroef voor zaagbandrol boven14. Instelschroef voor zaagbandrol boven15. Machineframe16. Netsnoer17. Graadschaal voor draaibereik18. Motor19. Afzuigaansluiting20. Vaststelgreep voor zaagtafel21. Zaagband22. Instelgreep voor zaagbandgeleiding23.
30 NL/BE4. Inhoud van de levering• Lintzaagmachine / Zaagband (voorgemonteerd)• Zaagtafel• Schuifstok• Parallelaanslag• Steeksleutel SW 10/13• Inbussleutel SW 3/4/5• Schroevendraaier• Originele handleiding5. Reglementair gebruikDe bandzaag wordt gebruikt voor het langszagen en dwars-zagen van houten blokken of houtachtige werkstukken. Ronde materialen mogen alleen worden gezaagd met geschikte hou-ders. De machine mag slechts voor werkzaamheden worden ge-bruikt waarvoor ze bedoeld is. Elk ander verder gaand gebruik is niet reglementair. Voor daaruit voortvloeiende schade of let-sel van welke aard dan ook is de gebruiker/bediener, niet de fabrikant, aansprakelijk. Er mogen uitsluitend voor de machine geschikte zaagbanden worden gebruikt.
Het naleven van de veiligheidsvoorschriften alsmede van de montage-instructies en aanwijzingen aangaan-de de werking vermeld in deze handleiding maakt eveneens deel uit van het reglementaire gebruik. Personen, die de machine bedienen en onderhouden, moeten hiermee vertrouwd en van mogelijke gevaren op de hoogte zijn. Bovendien moeten de geldende voorschriften ter voorko-ming van ongevallen strikt worden opgevolgd. Andere alge-mene regels op het gebied van de arbeidsgeneeskunde en veiligheid dienen in acht te worden genomen. Veranderingen aan de machine sluiten een aansprakelijkheid van de fabrikant en daaruit voortvloeiende schade helemaal uit. Ondanks een doelmatig gebruik kunnen bepaalde resterende risicofactoren niet volledig uit de weg worden geruimd.
Ten ge-volge van de constructie en opbouw van de machine kunnen zich de volgende punten voordoen:• -Gehoorschade bij niet-gebruik van de nodige gehoorbeschermer. • Bij gebruik in gesloten vertrekken komt houtstof vrij dat scha-delijk is voor de gezondheid. • Gevaar op ongevallen door handcontact in het niet afge-dekte snijbereik van het werkstuk. • Gevaar op letsel bij het verwisselen van werktuigen (gevaar op snijwonden).
• Gevaar door het wegslingeren van werkstukken of delen van werkstukken. • Beknellen van de vingers. • Gevaar door terugslag. • Kantelen van het werkstuk door een te klein oplegoppervlak van het werkstuk. • Aanraken van het snijwerktuig. • Wegslingeren van takken en werkstukdelen. Wij wijzen erop dat onze toestellen overeenkomstig hun be-stemming niet ontworpen zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Wij zijn niet aansprakelijk indien het apparaat in ambachtelijke of industriële bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt. 6. VeiligheidsaanwijzingenLet op. Bij gebruik van elektrische apparaten dient u de volgende fun-damentele veiligheidsmaatregelen te nemen ter bescherming tegen elektrische schokken, letsel en brandgevaar. Lees alle voorschriften alvorens deze machine te gebruiken en bewaar de veiligheidsvoorschriften. Veilig werken1.
Hou u uw werkplaats netjes - Wanorde op uw werkplaats leidt tot gevaar voor onge-lukken. 2. Hou rekening met de omgevingsinvloeden - Stel elektrisch materieel niet bloot aan de regen. - -Gebruik elektrisch materieel niet in vochtige of natte omgeving. - Zorg voor een goede verlichting. - -Gebruik elektrisch materieel niet in de buurt van brandbare vloeistoffen of gassen. 3. Bescherm u tegen elektrische schok - Vermijd lichamelijk contact met geaarde delen, b. v. bui-zen, radiatoren, fornuizen, koelkasten. 4. Buiten bereik van personen houden. - Laat andere personen, met name kinderen, het elektri-sche gereedschap of de kabel niet aanraken. Let op dat deze personen buiten de werkzone verblijven. 5. Bewaar uw gereedschappen op een veilige plaats - Niet gebruikte gereedschappen moeten in een droge gesloten ruimte buiten bereik van kinderen worden be-waard. 6.
Overbelast uw gereedschap niet - U werkt beter en veiliger in het opgegeven ver - mogens-gebied. 7. Gebruik het juiste gereedschap - Gebruik geen te zwakke gereedschappen of voorzetstuk-ken voor zwaar werk.
- Gebruik gereedschappen niet voor doeleinden en werk-zaamheden waarvoor ze niet bedoeld zijn; gebruik b. v. geen handcirkelzaag om bomen te vellen of takken te kappen. - Gebruik de machine niet om brandhout mee te zagen. 8. Draag de gepaste werkkledij - Draag geen wijde kleding of sieraden. Ze kunnen door bewegende delen worden gegrepen. - Bij het werken in open lucht draagt u best rubberhand-schoenen en slipvast schoeisel. - Draag bij lang haar een haarbescherming. 9. Maak gebruik van de beschermende uitrusting - Draag een veiligheidsbril. - Gebruik een stofmasker bij werkzaamheden waarbij stof vrijkomt. 10. Sluit de stofafzuiginrichting aan als u hout, houtachtige grondstoffen of kunststoffen verwerkt.
31NL/BE - Indien inrichtingen voor het aansluiten van stofafzuig-inrichtingen voorhanden zijn overtuig u er zich van dat deze aangesloten zijn en gebruikt worden. - Gebruik in afgesloten ruimtes is alleen toegestaan met een geschikt afzuigsysteem. 11. Onttrek de kabel niet aan zijn eigenlijke bestemming - Draag het gereedschap niet aan de kabel en gebruik de kabel niet om de stekker uit het stopcontact te trekken. Bescherm de kabel tegen hitte, olie en scherpe kanten. 12. Beveilig het werkstuk - Gebruik spaninrichtingen of een bankschroef teneinde het werkstuk vast te zetten. Het wordt zodoende veiliger vastgehouden dan met uw hand en maakt het mogelijk de machine met de beide handen te bedienen. - Voor lange werkstukken is extra ondersteuning (tafel, blokken enz. ) vereist om kantelen van de machine te voorkomen.
- Druk het werkstuk stevig op het werkblad en tegen de aanslag, om te voorkomen dat het werkstuk gaat wiebe-len of verschuiven. 13. Vermijd een onnatuurlijk lichaamshouding - Zorg er steeds voor dat u stevig en stabiel staat. - Voorkom dat u uw handen in een onhandige stand houdt waardoor een of beide handen het zaagblad zouden kunnen raken bij een plotselinge verschuiving. 14. Onderhoud uw gereedschap zorgvuldig - Hou uw gereedschappen scherp en schoon om goed en veilig te werken. - Neem de onderhoudsvoorschriften en de instructies voor het verwisselen van gereedschappen in acht. - Controleer regelmatig de stekker en de kabel en laat deze bij beschadiging door een erkende vakman ver-vangen. - Controleer de verlengkabel regelmatig en vervang be-schadigde kabels. - Hou handgrepen droog en vrij van olie en vet. 15.
Neem de stekker uit het stopcontact - Verwijder nooit losse houtsplinters, houtkrullen of vastzit-tende houtstukken als het zaagblad draait. - Als u de machine niet gebruikt, voordat u onderhoud uitvoert of gereedschappen wisselt, zoals zaagbladen, boren en frezen.
- Als het zaagblad tijdens het zagen wordt geblokkeerd door een grote toevoerkracht, schakelt u het apparaat uit en koppelt u deze los van het netwerk. Verwijder het werkstuk en controleer of het zaagblad soepel loopt. Schakel het apparaat in en voer de zaagsnede opnieuw uit met gereduceerde toevoerkracht. 16. Laat geen gereedschapssleutels steken - Controleer of de sleutels en afstelgereedschappen verwij-derd zijn alvorens de zaag aan te zetten. 17. Voorkom onbedoelde inschakeling - Controleer of de schakelaar is uitgeschakeld wanneer u de stekker in het stopcontact steekt. 18. Gebruik een verlengsnoer voor gebruik buitenshuis - Gebruik buitenshuis uitsluitend verlengsnoeren die hier-voor zijn goedgekeurd en die als zodanig zijn gelabeld. - Gebruik de snoeren alleen als de trommel is afgerold. 19. Blijf steeds alert - Ga voorzichtig te werk.
Gebruik uw gezond verstand tij-dens de werkzaamheden. Gebruik de machine niet wan-neer u niet geconcentreerd bent. 20. Controleer uw toestel op beschadigingen - Voordat u het gereedschap verder gebruikt dient u de veiligheidsinrichtingen of licht beschadigde onderdelen zorgvuldig op hun behoorlijke en reglementaire werk-wijze te controleren. - Controleer of de bewegelijke onderdelen naar behoren functioneren en niet klem zitten alsook of onderdelen be-schadigd zijn. - Alle onderdelen moeten naar behoren gemonteerd zijn om de veiligheid van de machine te verzekeren. - De bewegende beschermkap mag niet in geopende stand worden vastgeklemd. - -Beschadigde veiligheidsinrichtingen en onderdelen dienen deskundig door een erkende vakwerkplaats te wor-den hersteld of vervangen tenzij in de handleidingen anders vermeld.
- Beschadigde schakelaars dienen door een klantendienst-werkplaats te worden vervangen. - Gebruik geen defecte of beschadigde aansluitkabels. - Gebruik geen gereedschappen waarvan de schakelaar niet kan worden in- of uitgeschakeld. 21. Let op.
- Bij gebruik van andere inzetstukken en andere accessoi-res bestaat gevaar voor persoonlijk letsel. 22. Laat de machine repareren door een erkend elektricien - Dit elektrisch gereedschap beantwoordt aan de desbe-treffende veiligheidsbepalingen. Herstellingen mogen enkel door een elektrovakman worden verricht, anders kunnen zich ongelukken voor de gebruiker voordoen. Aanvullende veiligheidsvoorschriften• Draag tijdens alle werkzaamheden aan de zaagband veilig-heidshandschoenen. • Bij het zagen van rond of onregelmatig gevormd hout moet een voorziening worden gebruikt die zorgt dat het werkstuk niet wordt verdraaid.
• Bij het zagen van de hoge kant van planken moet een voor-ziening worden gebruikt die het werkstuk beveiligd tegen terugslaan• Voor het in acht nemen van de stofemissiewaarden bij hout-bewerking en voor een veilig bedrijf, moet een stofafzui-gingsinstallatie met ten minste 20 m/s luchtsnelheid worden aangesloten. • Verstrek de veiligheidsinstructies aan alle personen die werk-zaamheden aan of met de machine verrichten. • Gebruik de zaag niet voor het zagen van brandhout. • De machine is voorzien van een veiligheidsschakelaar tegen herinschakelen van de machine na spanningsuitval. • Controleer voor ingebruikname of de spanning op het type-bordje van het apparaat overeenkomt met de netspanning. • Kabeltrommel alleen in afgerolde toestand gebruiken. • De personen die aan of met de machine werken, mogen niet worden afgeleid.
32 NL/BE• Zaag geen werkstukken die te klein zijn, zodat u ze goed in uw hand kunt houden. • Verwijder nooit losse houtsplinters, spaanders of vastzittende houtstukken als de zaagband draait. • De van toepassing zijnde ongevallenpreventievoorschriften alsook de overige algemene erkende veiligheidstechnische voorschriften moeten in acht worden genomen. • Notitieboekje van de industriële bedrijfsvereniging in acht nemen (VBG 7)• Stel de verstelbare veiligheidsinrichtingen dusdanig in dat deze zo dicht mogelijk tegen het werkstuk liggen. • Let op. Lange werkstukken moeten worden ondersteund om te voorkomen dat ze na het zagen van de tafel vallen. (bijv. met een rolstaander enz. )• De zaagbandbeveiliging (4) moet tijdens het transport van de zaag in de onderste positie staan. • Veiligheidsafdekkingen mogen niet worden gebruikt voor het transporteren of ondeskundig gebruik van de machine.
• Vervormde of beschadigde zaagbanden mogen niet ge-bruikt worden. • Versleten tafelinzet moet worden vervangen. • Nooit de machine in bedrijf zetten als de beveiligingsklep van de zaagband resp. de losgekoppelde veiligheidsinrich-ting is geopend. • Let op dat de keuze van het zaagband en de snelheid voor de te zagen grondstof geschikt is. • Nooit de zaagband reinigen als deze nog niet tot stilstand is gekomen. • Bij rechte zaagsnedes van kleine werkstukken tegen de pa-rallelaanslag moet een schuifstok worden gebruikt. • Draag bij het werken met de zaagband en ruwe grondstof-fen handschoenen. • Tijdens het transport moet de zaagband-veiligheidsinrichting zich in de onderstand stand en nabij de tafel bevinden. • -Bij schuine zaagsnedes met een schuine tafel moet de parallel geleiding worden aangepast aan het onderste deel van de tafel.
• Zorg dat uw handen altijd op voldoende veilige afstand tot de zaagband worden gehouden. Gebruik een schuifstok voor smalle zaagsnedes. • Plaats de schuifstok op de hiervoor aangebrachte houder op de machine, zodat u deze vanuit uw standaard werkpositie kunt bereiken en altijd binnen handbereik hebt. • In de standaard werkpositie bevindt zich de operator vóór de machine. Waarschuwing. Dit elektrisch apparaat genereert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstan-digheden interfereren met actieve of passieve medische implan-taten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat de machine wordt gebruikt. Restrisico‘sDe machine is gebouwd volgens de stand van de techniek en de erkende veiligheidstechnische regels.
Toch kan tijdens de werkzaamheden sprake zijn van enkele restrisico‘s. • Gevaar op letsel voor vingers en handen door een draaien de zaagband bij ondeskundige geleiding van het werkstuk. Letsel door een wegslingerend werkstuk bij ondeskundige bediening of ondeskundige geleiding, zoals bijvoorbeeld het werken zonder aanslag. • Gevaar voor de gezondheid door houtstof of houtspaan-ders. Draag absoluut persoonlijke veiligheidsuitrusting zoals oogbescherming. Afzuiginstallatie plaatsen. • -Letsel door een defecte zaagband. De zaagband regelmatig controleren op perfecte staat. • Gevaar op letsel voor vingers en handen bij het vervangen van de zaagband. Geschikte werkhandschoenen dragen. • Gevaar op letsel bij het inschakelen van de machine door een draaiende zaagband. • Gevaar door stroom bij onjuist gebruik van de elektra-aan-sluitingen.
• Bovendien kunnen er ondanks alle getroffen voorzieningen verborgen restrisico‘s bestaan• Restrisico‘s kunnen worden geminimaliseerd als de „Belang-rijke aanwijzingen“ en het „Reglementair gebruik“ alsook de gebruiksaanwijzing in acht worden genomen. 7. Technische gegevensWisselstroommotor 230 - 240 V∼ 50 HzVermogen S1 350W*Toerental n01400 min-1 Zaagbandlengte 1400 mmZaagbandbreedte 3,5-12 mmZaagband (voorgemonteerd) 6 x 1400 mmSnijsnelheid 900 m/minDoorvoerhoogte 0 - 80 mmDoorvoerbreedte 200 mmTafelgrootte 300 x 300 mmZwenkbereik van de tafel 0° bis 45°Werkstukgrootte max. 400 x 400 x 80 mmGewicht 14,8 kgTechnische wijzigingen voorbehouden. * Bedrijfsmodus S1, continu bedrijf. Het werkstuk moet minimaal een hoogte van 3 mm en een breedte van 10 mm hebben.
33NL/BEHet geluid van deze zaag is bepaald conform EN 61029. Geluidsdrukniveau LpA 77,4 dB(A)Onzekerheid KpA 3 dB Geluidsvermogen LWA 90,4 dB(A)Onzekerheid KWA 3 dBDraag een gehoorbescherming. Het effect van lawaai kan gehoorverlies zijn. Beperk de geluidsproductie en trillingen tot een minimum. • Gebruik uitsluitend goed functionerende apparaten. • Onderhoud en reinig het apparaat regelmatig. • Pas uw werkwijze aan het apparaat aan. • Zorg dat het apparaat niet overbelast raakt. • Laat het apparaat eventueel controleren. • Schakel het apparaat uit als deze niet in bedrijf is. 8. Vóór ingebruikneming• Open de verpakking en haal het apparaat er voorzichtig uit. • Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden). • Controleer of de inhoud van de levering volledig is. • Controleer het apparaat en de hulpstukken op transport-schade.
• Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd. LET OPHet apparaat en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinder-speelgoed. Kinderen mogen niet met kunststof zakken, folies en kleine onderdelen spelen. Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar. De machine moet worden opgesteld zodat ze veilig staat, dwz. ze moet op een werkbank of een vast o derstel worden vast-geschroefd. Te dien einde is het voetstuk van de zaagmachine voorzien van boorgaten. • Let erop dat de zaagtafel correct gemonteerd is. • Vóór inbedrijfstelling moeten alle afdekkingen en veiligheids-inrichtingen naar behoren zijn gemonteerd. • Het lintzaagblad moet vrij kunnen draaien. • Bij reeds bewerkt hout op vreemde voorwerpen letten zoals b. v. nagels of schroeven etc.
• Controleer of de gegevens vermeld op het ke plaatje over-eenkomen met de gegevens van het stro omnet alvorens de machine aan te sluiten. 9. Montage en bedieningLET OP. Voor alle onderhouds-, ombouw- en montagewerkzaamheden aan de bandzaag moet de netstekker worden verwijderd. Montagegereedschap1 Steeksleutel SW 10/13 1 Inbussleutel SW 3 1 Inbussleutel SW 41 Inbussleutel SW 51 SchroevendraaierOm verpakkingstechnische redenen is de zaagtafel niet ge-monteerd. 9. 1 Zaagtafel monteren (afb. 2 - 4) • Verwijder de vleugelmoer (31), de vaststelgreep (20), de twee ringen en de klemplaat (32). (Afb. 2)• Verwijder de twee kartelmoeren (33), de U-versteviging (34) en de twee verzonken bouten M6x16 uit de zaagtafel. (Afb. 3)• Schuif de zaagtafel (7) over het zaagblad (21).
Bevestig deze met de plaat (32), de twee ringen, de vleugelmoer (31) en de vaststelgreep (20) aan de beide schroeven op het machineframe. (Afb. 4)• Bevestig de U-versteviging (34) met 2 verzonken bouten M6x16 en 2 kartelmoeren (33) aan de voorzijde van de zaagtafel. (Afb. 3)9. 2 Zaagband spannen (afb. 1a) • LET OP. Bij langere stilstand van de zaag moet de zaag-band ontspannen worden, d. w. z. voor het inschakelen van de zaag moet de zaagbladspanning worden gecontroleerd. • Spanschroef (1) voor het spannen van de zaagband (21) rechtsom draaien. De juiste spanning van de zaagband kan door het drukken van de vinger tegen de zaagband onge-veer in het midden tussen de beide zaagbandrollen (2+8) worden vastgesteld. Hierbij mag de zaagband (21) slechts minimaal (ca. 1-2 mm) worden aangedrukt. • -De voldoende gespannen zaagband geeft een metalen geluid, als hier tegen aangetikt wordt.
• Ontspannen van de zaagband, indien deze voor langere tijd niet wordt gebruikt, zodat deze niet uit wordt gerekt. • LET OP. Bij een te hoge spanning kan de zaagband bre-ken. GEVAAR VOOR LETSEL. Bij een te lage spanning kan de aangedreven zaagbandrol (8) doordraaien, waar-door de zaagband blijft staan. 9.
3 Zaagband spannen (afb. 1a+1b)• LET OP. Voordat de instelling van de zaagband kan wor-den uitgevoerd, moet de zaagband correct gespannen wor-den. • Zijdeksel (11) door het loshalen van de dekselvergrendeling (10) met behulp van de schroevendraaier (29) openen. • Bovenste zaagbandrol (2) langzaam rechtsom draaien. De zaagband (21) moet centraal op de zaagbandrol (2) lo-pen. Als dit niet het geval is, moet de hellingshoek van de bovenste zaagbandrol (2) worden gecorrigeerd. • Als de zaagband (21) meer naar de achterste kant van de zaagbandrol (2) loopt, dan moet de instelschroef (14) linksom worden gedraaid.
34 NL/BE• Open de borgschroef voor de bovenste zaagbandrol (13). • Onderste zaagbandrol (8) langzaam met de hand draaien om de positie van de zaagband (21) te controleren. • Als de zaagband (21) meer naar de voorkant van de zaag-bandrol (2) loopt, dan moet de instelschroef (14) rechtsom worden gedraaid. • Na het instellen van de bovenste zaagbandrol (2) moet de positie van de zaagband (21) op de onderste zaagbandrol (8) worden gecontroleerd. • De zaagband (21) moet hierbij eveneens in het midden van de zaagbandrol (8) liggen. Als dit niet het geval is, moet de neiging van de bovenste zaagbandrol (2) nogmaals worden versteld. • Tot de verstelling van de bovenste zaagbandrol (2) op de zaagbandpositie op de onderste zaagbandrol (8) werkt, moet de zaagbandrol enkele malen worden gedraaid. • Borgschroef voor de zaagbandrol boven (13) aanhalen.
• Na een geslaagde instelling moet het zijdeksel (11) weer worden gesloten en met de dekselvergrendelingen (10), met behulp van de schroevendraaier (29) weer worden geborgd. 9. 4 Zaagbandgeleiding instellen (afb. 5 - 8)• Zowel de steunlager (36 + 42) als ook de geleidingspen (37 + 46) moeten na elke zaagbandwissel opnieuw worden ingesteld. • Zijdeksel (11) door het loshalen van de dekselvergrendeling (10) met behulp van de schroevendraaier (29) openen. 9. 4. 1 Bovenste steunlager (36) (afb. 5) • Inbusschroef steunlager boven (35) losdraaien. • Steunlager (36) zo ver verschuiven totdat deze de zaagband (21) helemaal niet meer aanraakt (afstand max. 0,5 mm). • Inbusschroef steunlager boven (35) weer aanhalen. 9. 4. 2 Onderste steunlager (42) instellen (afb. 7)• Zaagtafel analoog 9. 1 in omgekeerde richting demonteren. • Inbusschroef steunlaag onder (41) losdraaien.
5+6)• Inbusschroef opnamehouder boven (40) losdraaien • Opnamehouder boven (39) van de geleidingspen (37) ver-schuiven, totdat de voorkant van de geleidingspen (37) ca. 1 mm achter de tandbasis van de zaagband ligt. • Inbusschroef opnamehouder boven (40) weer aanhalen. • LET OP. De zaagband wordt onbruikbaar als de tanden bij een lopende zaagband de geleidingspen aanraken. • Inbusschroef geleidingspen boven (38) losdraaien. • -Geleidingspen (37) in de richting van de zaagband schuiven. Let op. Afstand tussen de geleidingspennen (37) en de zaagband (21) mag max. 0,5 mm bedragen. (Zaagband mag niet klemmen) • Inbusschroeven (38) weer aanhalen. • Bovenste zaagbandrol (2) enkele keren rechtsom draaien. • Instelling van de geleidingspen boven (37) nogmaals con-troleren en eventueel afstellen. • Eventueel steunlager boven (36) (9. 4. 1) afstellen. 9. 4.
4 Onderste geleidingspen (46) instellen (afb. 7 + 8)• Zaagtafel (7) demonteren • Schroef opnamehouder onder (43) losdraaien (Inbussleutel 5 mm)• Opnamehouder onder (47) van de geleidingspen onder (46) verschuiven, totdat de voorkant van de geleidingspen onder (46) ca. 1 mm achter de tandbasis van de zaagband ligt. • Schroef opnamehouder onder (43) weer aanhalen. • LET OP. De zaagband wordt onbruikbaar als de tanden bij een lopende zaagband de geleidingspen aanraken. • Inbusschroef geleidingspen onder (45) losdraaien. • De beide geleidingspennen onder (46) zo ver in de rich-ting van de zaagband schuiven, tot de afstand tussen de geleidingspennen (46) en de zaagband (21) max. 0,5 mm bedraagt. (Zaagband mag niet klemmen) • Inbusschroeven voor geleidingspen onder (45) weer aan-halen. • Onderste zaagbandrol (8) enkele keren rechtsom draaien.
9) • Vaststelgreep voor zaagbandgeleiding (23) loshalen. • Zaagbandgeleiding (5), door het draaien van de instel-greep voor de zaagbandgeleiding (22) zo dicht mogelijk (afstand ca. 2-3 mm) op het te snijden materiaal verlagen. • Vaststelgreep (23) weer aanhalen. • De instelling moet voor elk snijproces worden gecontroleerd resp. opnieuw worden ingesteld. 9. 6 Zaagtafel (7) op 90° afstellen (afb. 10+11) • Bovenste zaagbandgeleiding (5) geheel naar boven bren-gen. • Vaststelgreep (20) en vleugelmoer (31) losdraaien (afb. 2). • -Hoek tussen de zaagband (21) en de zaagtafel (7) aanbrengen. Hoek niet bij de levering inbegrepen. • Zaagtafel (7), door te draaien zover kantelen, tot de hoek ten opzichte van de zaagband (21) precies 90° bedraagt.
Als de zaagtafel al op de schroef (49) ligt en de 90° hoek kan niet worden ingesteld, moer (50) losdraaien en schroef (49) door rechtsom draaien verkorten. • Vaststelgreep (20) en vleugelmoer (31) weer aanhalen. • Moer (50) eventueel loshalen. • Schroef (49) zo ver verstellen, totdat de zaagtafel aan de onderzijde wordt aangeraakt. • Moer (50) weer aanhalen om de schroef (49) te bevestigen. 9. 7 Welk zaagblad gebruikenDe in de bandzaag meegeleverde zaagband is bedoeld voor universeel gebruik. De volgende criteria moeten bij de keuze van de zaagband in acht worden genomen: • Met een smalle zaagband kunt u kleinere radii snijden dan met een brede. • Een brede zaagband gebruikt men als men een rechte snede wilt uitvoeren. Dit is vooral belangrijk bij het snijden van hout. De zaagband heeft de tendens om de houtnerf te volgen en wijkt daardoor licht af van de gewenste snijlijn.
35NL/BE• Fijngetande zaagbanden snijden gladder, maar ook langza-mer dan grote zaagbanden. Let op: Nooit verbogen of gescheurde zaagbanden gebrui-ken. 9. 8 Zaagband verwisselen (afb. 1a+1b+14) • Zaagbandgeleiding (5) op ca. halve hoogte tussen de zaagtafel (7) en het machineframe (15) instellen. • Dekselvergrendelingen (10) loshalen en zijdeksel (11) ope-nen. • U-versteviging (34) zoals beschreven in 9. 1 verwijderen. • Zaagband (21) door het linksom draaien van de span-schroef (1) ontspannen. • Zaagband (21) van de zaagbandrollen (2+8) en door de groef in de zaagtafel (7) verwijderen. • De nieuwe zaagband (21) centraal op de beide zaagband-rollen (2+8) plaatsen. De tanden van de zaagbanden (21) moeten naar onderen in de richting van de zaagtafel gericht zijn (afb. 6). • Zaagband (21) spannen (zie 9. 2) • Zijdeksel (11) weer sluiten. • U-versteviging (34) weer monteren. 9.
9 Tafelinlegstuk vervangen (afb. 13)• Bij slijtage of beschadiging moet het tafelinlegstuk (6) wor-den vervangen, anders bestaat er een verhoogd gevaar voor letsel. • Het versleten tafelinlegstuk (6) naar boven uitnemen. • De montage van het nieuwe tafelinlegstuk gebeurt in omge-keerde volgorde. 9. 10 Afzuigmof (afb. 1b)• De bandzaag is uitgerust met een afzuigmof (19) Ø 40 mm voor spaanders. • Gebruik het apparaat alleen met een geschikte afzuiging. Controleer en reinig regelmatig de afzuigkanalen. 9. 11 Schuifstokhouder (afb. 12)• De schuifstokhouder (48) is voorgemonteerd op het machi-neframe. Indien niet gebruikt, moet de schuifstok (26) altijd aan de schuifstokhouder worden opgeborgen. 10. Operatie10. 1 Aan/uit-schakelaar (12) (afb. 15) • Door op de groene toets „I“ te drukken, kan de zaagma-chine worden ingeschakeld.
• Om de zaag weer uit te schakelen, moet de rode knop „0“ worden ingedrukt. • De lintzaagmachine is voorzien van een onderspannings-schakelaar. Bij stroomuitval moet de lintzaagmachine op-nieuw worden ingeschakeld. 10.
2 Parallelaanslag (afb. 16) • Spanbeugel (25) van de parallelaanslag (24) naar boven drukken • De parallelaanslag (24) links of rechts van de zaagband (21) op de zaagtafel (7) schuiven en op de gewenste maat instellen. • Spanbeugel (25) naar onderen drukken om de parallelaan-slag (24) te bevestigen. Om de spankracht van de span-beugel (25) te verhogen, deze rechtsom draaien, totdat de parallelaanslag voldoende bevestigd is. • Er moet op gelet worden dat de parallelaanslag (24) altijd parallel loopt ten opzichte van de zaagband (21). 10. 3 Schuine snede (afb. 17)Om schuine zaagsnedes parallel ten opzichte van de zaag-band (21) te kunnen uitvoeren, is het mogelijk om de zaagtafel (7) van 0° - 45° naar voren te kantelen. • Vaststelgreep (20) en vleugelmoer (31) losdraaien. • Zaagtafel (7) naar voren kantelen, tot de gewenste hoekaf-meting in graden (17) is ingesteld.
• Vaststelgreep (20) en vleugelmoer (31) weer aanhalen. • Let op: Bij een gekantelde zaagtafel (7) moet de paral-lelaanslag (24) in de werkrichting rechts van de zaagband (21) worden aangebracht. Het wegglijden van het werkstuk wordt zo verhinderd. 11. WerkinstructiesDe volgende adviezen zijn voorbeelden voor een veilig ge-bruik van lintzaagmachines. De volgende veilige werkinstructies worden als bijdragen aan de veiligheid beschouwd, kunnen echter niet voor elk gebruik geheel op maat zijn, volledig zijn of worden toegepast. Deze adviezen kunnen niet alle mogelijke, gevaarlijke omstandig-heden behandelen en moeten zorgvuldig worden geïnterpre-teerd. • Bij werkzaamheden in afgesloten ruimtes moet de machine op een afzuiginstallatie worden aangesloten. • Als de machine buiten bedrijf is, bijv. na afloop van de werk-zaamheden, moet u de zaagband losser maken.
Een over-eenkomstige aanwijzing voor het spannen van de zaagband moet voor de volgende gebruiker op de machine worden aangebracht. • Niet gebruikte zaagbanden moeten worden verzameld en op een droge plek veilig worden bewaard.
Voor gebruik de banden controleren op defecten (tanden, scheuren). Defecte zaagbanden niet gebruiken. • Bij het bedienen van de zaagbanden moeten de juiste veilig-heidshandschoenen worden gedragen. • Voor aanvang van de werkzaamheden moeten alle bescher-mings- en veiligheidsvoorzieningen op de machine zijn ge-monteerd. • -Reinig de zaagband of de zaagbandgeleiding nooit handmatig met een borstel of schraper in de hand bij een draai-ende zaagband. Ingedroogde zaagbanden vormen een risico voor de werkveiligheid en moeten regelmatig worden gereinigd. • Voor uw persoonlijke veiligheid moeten tijdens de werk-zaamheden een veiligheidsbril en handschoenen worden gedragen. Bij lang haar een haarnetje dragen. Losse mou-wen moeten tot de ellebogen worden opgerold. • Tijdens werkzaamheden de zaagbandgeleiding altijd zo dicht mogelijk tegen het werkstuk plaatsen.
• Zorg in de arbeids- en werkomgeving van de machine voor voldoende lichtomstandigheden. • Gebruik voor rechte zaagsnedes altijd de lengte-aanslag om het kantelen of wegslippen van het werkstuk te vermijden.
36 NL/BE• Voor het bewerken van smalle werkstukken met handtoevoer de schuifstok gebruiken. • Voor schuine zaagsnedes de zaagtafel in de overeenkomsti-ge positie brengen en het werkstuk tegen de lengte-aanslag geleiden. • Voor het snijden van zwaluwstaartvormige vorken en tappen of van wiggen, moet de zaagtafel altijd in de overeenkom-stige positie op de hoekschaal worden aangebracht. • Bij bochtige of onregelmatige zaagsnedes van het werkstuk deze met beide handen, en gesloten vingers gelijkmatig naar voren schuiven. Met de handen het veilige gedeelte van het werkstuk vasthouden. • Voor herhaaldelijk uitvoeren van bochtige, onregelmatige zaagsnedes een hulpsjabloon gebruiken. • Bij het zagen van rondhout moet et werkstuk worden bevei-ligd tegen verdraaien. • Let op. Na elke nieuwe instelling adviseren wij een testrun om de ingestelde afmetingen te controleren.
• Bij alle zaagwerkzaamheden moet de bovenste zaagband-geleiding (5) zo dicht mogelijk tegen het werkstuk worden geplaatst (zie 9. 5). • Het werkstuk moet altijd met beide handen geleiden en vlak op de zaagtafel (7) te houden. Zo wordt het vastklemmen van de zaagband (21) vermeden. • De toevoer moet altijd met gelijkmatige druk geschieden, die net voldoende is, zodat de zaagband probleemloos door het materiaal snijdt maar niet blokkeert. • Altijd de parallelaanslag (24) voor alle zaagwerkzaamhe-den gebruiken waarvoor deze kan worden ingezet. • Het is beter één zaagsnede tijdens een werkhandeling uit te voeren dan in meerdere gedeeltes waardoor zo mogelijk een terugtrekking van het werkstuk kan zijn vereist. Als het terugtrekken echter niet wordt vermeden, moet de bandzaag eerst worden uitgeschakeld. Het werkstuk pas terugtrekken nadat de zaagband (21) tot stilstand is gekomen.
• Tijdens het zagen moet het werkstuk altijd met de langste zijde worden geleid. • Let op. Tijdens het bewerken van smalle werkstukken moet absoluut een schuifstok worden gebruikt.
De schuifstok (26) moet altijd binnen handbereik op de daarvoor aanwezige schuifstokhouder (48) aan de zijkant van de zaag worden bewaard. 11. 1 Uitvoeren van langzaagsnedes (afb. 18)Hierbij wordt een werkstuk in de lengterichting doorgezaagd. • Lengte-aanslag (24) aan de linkerzijde (voor zover moge-lijk) van de zaagband (21) overeenkomstig de gewenste breedte instellen. • Zaagbandgeleiding (5) op het werkstuk neerlaten (9. 5). • Zaag inschakelen (10. 1). • Een kant van het werkstuk met de rechterhand tegen de lengte-aanslag (24) drukken, terwijl het oppervlak op de zaagtafel (7) ligt. • Werkstuk met gelijkmatige toevoer langs de lente-aanslag (24) in de zaagband (21) schuiven. • Belangrijk: Lange werkstukken moeten worden geborgd om te voorkomen dat ze aan het einde van de zaaghandeling omlaag vallen (bijv. met rolstaander). 11. 2 Uitvoeren van schuine zaagsnede (afb.
17) • Zaagtafel op gewenste hoek instellen (zie 10. 3)• Handeling net als onder 11. 1 beschreven, uitvoeren. Bij er bij schuine sneden op dat de parallelaanslag alleen rechts van de zaagband wordt gebruikt. 11. 3 Handen vrij zagen (afb. 19)• Een van de belangrijkste eigenschappen van een bandzaag is het probleemloos zagen van bochten en radii. • Zaagbandgeleiding (5) op het werkstuk neerlaten (9. 5). • Zaag inschakelen. • Werkstuk goed op de zaagtafel (7) drukken en langzaam in de zaagband schuiven. • In een groot aantal gevallen is het praktisch om bochten en hoeken ongeveer 6 mm van de lijn grof uit te zagen. • Als u bochten moet zagen, die voor de gebruikte zaagband te smal zijn, moeten hulpzaagsnedes tot aan de voorzijde van de bocht worden gezaagd, zodat dit als houtafval weg-valt als de definitieve radius wordt gezaagd12.
De netaansluiting van de klant en het gebruikte verleng-snoer moeten eveneens aan deze voorschriften voldoen. Belangrijke aanwijzingenBij overbelasting van de motor schakelt deze vanzelf uit. Na een afkoeltijd (deze tijd is verschillend) kan de motor weer wor-den ingeschakeld. Defecte elektrische aansluitkabelBij elektrische aansluitkabels treedt vaak schade aan de iso-latie op. Mogelijke oorzaken zijn:• Versleten plekken, als aansluitkabels door venster- of deur-openingen worden geleid. • Knikken door een onvakkundige bevestiging of geleiding van de aansluitkabel. • Snijplekken omdat over de aansluitkabel is gereden. • Beschadigde isolatie omdat de stekker uit het stopcontact is getrokken. • Scheuren door veroudering van de isolatie. Dergelijke defecte elektrische aansluitkabels mogen niet wor-den gebruikt en zijn levensgevaarlijk als de isolatie is bescha-digd.
Controleer de elektrische aansluitkabels regelmatig op schade. Let erop dat bij het controleren de aansluitkabel niet op het elektriciteitsnet is aangesloten. Elektrische aansluitkabels moeten aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften voldoen. Gebruik uitsluitend aansluitkabels met de aanduiding „H05VV-F“. Op de aansluitkabel moet de type-aanduiding vermeld staan. Wisselstroommotor• De netspanning moet 230 - 240 V 50 Hz zijnAC• Verlengsnoeren moeten tot een lengte van 25 m een door-snede hebben van 1,5 vierkante millimeter.
37NL/BEAansluitingen en reparaties van de elektrische uitrusting mogen uitsluitend door een elektromonteur worden uitgevoerd. Vermeld in geval van vragen de volgende gege-vens:• Stroomtype van de motor• Gegevens van het typeplaatje van de machine• Gegevens van het typeplaatje van de motor13. Reiniging, Onderhoud, en opbergenm Let op. Telkens voor het instellen, het uitvoeren van onderhoud of repa-raties de stekker uit het stopcontact trekken. ReinigingHou de veiligheidsinrichtingen, de ventilatiespleten en het mo-torhuis zo veel mogelijk vrij van stof en vuil. Wrijf het toestel met een schone doek af of blaas het met perslucht bij lage druk schoon. Het is aan te bevelen het toestel direct na elk gebruik te reini-gen. OnderhoudIn het toestel zijn er geen andere te onderhouden onderdelen.
OpslagSla het apparaat en de hulpstukken op een donkere, droge en vorstvrije plaats en voor kinderen ontoegankelijke plaats op. De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 en 30˚C. Bewaar het elektrisch apparaat in de originele verpakking. Dek het elektrisch apparaat af om het tegen stof of vocht te bescher-men. Bewaar de gebruikshandleiding bij het elektrische apparaat. Service-informatieU moet er rekening mee houden dat bij dit product de volgen-de delen onderhevig zijn aan een slijtage door gebruik of een natuurlijke slijtage, resp. dat de volgende delen nodig zijn als verbruiksmaterialen. Slijtstukken*: Zaagband, tafelinzetstukken, Schuifstok* niet verplicht bij de leveringsomvang begrepen. 14. VervoerDe machine mag alleen aan het frame of het onderstel worden geheven en getransporteerd.
Voor het transport mag nooit aan de veiligheidsinrichtingen, de instelgrepen of de zaagtafel wor-den geheven. Tijdens het transport moet de zaagband-veiligheidsinrichting zich in de onderstand stand en nabij de tafel bevinden. Nooit aan de tafel heffen. Voor het transport moet de machine worden losgekoppeld van het stroomnet. 15.
Afvalverwijdering en recyclageHet toestel bevindt zich in een verpakking om transportschade te voorkomen. Deze verpakking is een grondstof en bijgevolg herbruikbaar of kan in de grondstofkringloop teruggebracht worden. Het toestel en zijn accessoires bestaan uit diverse ma-terialen, zoals b. v. metaal en kunststof. Ontdoe u van defecte onderdelen op de inzamelplaats waar u gevaarlijke afvalstof-fen mag afgeven. Informeer u in uw speciaalzaak of bij uw gemeentebestuur. De verpakking bestaat uit milieuvriendelijke ma-terialen die u via de plaatselijke recyclingdiensten kunt afvoeren. Uw gemeentelijke milieudienst kan u informatie geven over de afvalverwijdering van uitgediende apparaten. Oude apparatuur mag niet bij het huisafval wor-den gegooid.
Dit symbool geeft aan dat dit product conform de richt-lijn inzake verbruikte elektrische en elektronische ap-paratuur (2012/19/EU) en nationale wettelijke bepa-lingen niet bij het huishoudelijk vuil mag worden gegooid. Dit product moet bij een hiervoor bestemde verzamel-punt worden afgegeven. Dit kan bijv. door teruggave bij de aanschaf van een soortgelijk product of door inlevering bij een erkend inzamelpunt voor het recyclen van verbruikte elektrische en elektronische apparatuur. Het onjuist afvoeren van oude ap-paratuur kan door mogelijke gevaarlijke stoffen, die veelal in verbruikte elektrische en elektronische apparatuur zijn ver-werkt, negatieve effecten op het milieu en de gezondheid van de mens hebben. Door een juiste afvoer van dit product levert u bovendien een bijdrage aan een effectief gebruik van natuur-lijke ressources.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Parkside PBS 350 A1 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Zaagmachine Parkside
Handleiding Zaagmachine
Nieuwste handleidingen voor Zaagmachine