Panasonic EYFLA3J Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Panasonic EYFLA3J (168 pagina’s), behorend tot de categorie Accu boormachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 97 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Panasonic EYFLA3J of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Panasonic |
| Categorie: | Accu boormachine |
| Model: | EYFLA3J |
Handleiding Panasonic EYFLA3J – volledige tekst
- 57 - I. TOEPASSINGENDit gereedschap is een snoerloze slagschro-evendraaier/moersleutel en kan gebruikt worden voor het vastdraaien van bouten, moeren en schroeven. Het gereedschap is voorzien van een aanhaalmomentregelfunc-tie waarmee de werking van het gereedsc-hap automatisch wordt gestopt wanneer een vooringestelde belasting wordt bereikt, zodat de afgifte van een consistent aanhaalmo-ment wordt verkregen. Lees de “Veiligheidsadviezen” in het af-zonderlijke boekje en de onderstaande voorschriften alvorens gebruik. II. EXTRA VEILIGHEIDS-VOORSCHRIFTEN1) Draag oorbescherming wanneer u het gereedschap gedurende langere tijd achtereen gebruikt. 2) Denk eraan dat dit gereedschap altijd gebruiksklaar is zonder dat er een stekker in het stopcontact gestoken hoeft te wor-den. 3) Bij het boren of schroeven in muren en vloeren is het mogelijk dat u elektriciteits-draden raakt.
RAAK DERHALVE NOOIT DE ZESKANTBOORKOP OF ANDE-RE METALEN ONDERDELEN VAN HET GEREEDSCHAP AAN. Houd het gereed-schap alleen aan de plastic handgreep vast zodat u geen elektrische schok krijgt als u per ongeluk een elektriciteitsdraad raakt. 4) Bedien de links/rechtsschakelaar NIET zolang de startschakelaar is ingedrukt. Anders wordt de accu snel ontladen en kan het gereedschap worden beschadigd. 5) De acculader wordt tijdens het opladen warm. Dit is normaal. Laad de accu echter NIET te lang op. 6) Zet de links/rechtsschakelaar in de middelste stand (schakelaarvergrendeling) indien u het gereedschap opbergt of meeneemt. 7) Overbelast het gereedschap niet door de startschakelaar (toerentalregeling) slechts zo ver in te drukken dat de motor tot stil-stand komt.
MONTAGEBevestigen of verwijderen van de bitOPMERKING:• Voordat u de bit bevestigt of verwijdert, moet u de accu losmaken van het gereed-schap of de schakelaar in de middenstand zetten (schakelaarvergrendeling). 1. Pak de kraag van de snelkoppelingboorkop vast en trek deze uit het gereedschap. 2. Steek de bit in de boorkop. Laat de kraag los. 3. De kraag keert in de oorspronkelijke stand terug wanneer deze wordt losgelaten. 4. Trek even aan de bit om er zeker van te zijn dat de bit vastzit. 5. Om de bit te verwijderen, trekt u de kraag op dezelfde wijze weg van het gereedschap. OPGELET:• Als de kraag niet in de oorspronkelijke stand terugkeert of als de bit gemakkelijk uit de bithouder kan worden getrokken, is de bit niet op de juiste wijze bevestigd. Controleer vóór gebruik altijd of de bit goed is bevestigd. EYFLA1A/EYFLA2A12 mm(15/32") 9 mm – 9,5 mm(23/64" – 3/8") 6,35 mm (1/4").
- 58 - Bevestigen van de bus• Verwijder de rubberring en de pen van de bus.rubberringpengroef1 Bevestig de bus aan het gereedschap.2 Steek de pen naar binnen. (Let erop dat de pengaten in de bus en het gereedschap zijn uitgelijnd.)3 Bevestig de rubberring door deze over de groef op de plaats te schuiven.OPMERKING:Zorg dat de rubberring wordt aangebracht om te voorkomen dat de pen naar buiten valt.Verwijderen van de bus1 Verwijder de rubberring.2 Verwijder de pen.3 Verwijder de bus van het gereedschap.OPMERKING:Zorg dat de temperatuur van het gereedschap boven het vriespunt (0°C) is wanneer u de bus aanbrengt of verwijdert van de vierkante aandrijving van het gereedschap. Gebruik niet overmatig veel kracht wanneer u de bus aanbrengt of verwijdert.Bevestigen en verwijderen van de accu1.
Bevestigen van de accu: Zet de uitlijntekens tegenover elkaar en bevestig de accu.• Schuif de accu op het gereedschap totdat deze op de plaats vastklikt.Uitlijntekens2. Verwijderen van de accu:Duw de knop aan de voorkant omhoog om de accu los te maken.KnopIV. BEDIENINGVoordat u de afstandsbedi-ening gebruikt (de afstands-bediening is een los verkri-jgbaar accessoire)Plaatsen van de batterij1. Trek de batterijhouder naar buiten.1 Duw de klem naar binnen zoals aange-geven door de pijl.2 Trek de houder naar buiten.2. Plaats de batterij en druk de houder weer naar binnen.
- 59 - OPMERKING:• Als het gereedschap niet op de afstands-bediening reageert, zelfs wanneer u de afstandsbediening dicht in de buurt van het gereedschap gebruikt, is de batter-ij (CR2025) leeg. Vervang de batterij door een verse batterij. • De bijgeleverde batterij is slechts bedoeld om de afstandsbediening te testen en het is mogelijk dat deze batterij minder lang meegaat dan in de winkel verkrijgbare batterijen. Bereik van de draadloze afstandsbe-dieningOngeveer 50 cmVerticaalOngeveer 60° Ongeveer 60° De afstandsbediening moeten binnen een bereik van 50 cm en tot ongeveer 60° naar links en rechts vanaf de infraroodsensor op het gereedschap worden gebruikt. • Bij de volgende omstandigheden is het mogelijk dat u het gereedschap zelfs binnen dit bereik niet kunt bedienen. • Als er een voorwerp tussen de zender van de afstandsbediening en de ontvanger op het gereedschap is.
• Bij gebruik buitenshuis of op andere plaat-sen waar de ontvanger voor de afstands-bediening aan een sterke lichtbron staat blootgesteld; wanneer de zender of de ont-vanger vuil is, bestaat ook de kans dat het gereedschap niet reageert, zelfs wanneer de afstandsbediening binnen het bedien-ingsbereik wordt gebruikt. [Op het gereedschap]Bediening van de startschake-laar en de links/rechtsschakelaarRechts LinksVergrendelstandOPGELET:Bedien de links/rechtsschakelaar niet voordat de bit volledig tot stilstand is gekomen, om beschadiging van de motor te voorkomen. Bediening van de schake-laar voor rechtsomdraaien1. Druk de schakelaar voor rechtsomdraaien in. 2. Druk de startschakelaar iets in om het gereedschap langzaam te laten beginnen met draaien. 3. De snelheid neemt toe naarmate de startschakelaar verder wordt ingedrukt, zodat u de schroeven optimaal kunt vast-draaien.
Bediening van de schake-laar voor linksomdraaien1. Druk de schakelaar voor linksomdraaien in. Controleer vóór gebruik de draairichting van de boorkop. 2. Druk de startschakelaar iets in om het gereed-schap langzaam te laten beginnen met draaien. 3. Zet de schakelaar na gebruik in de mid-delste stand (vergrendelstand).
- 60 - OPGELET:• Gebruik het gereedschap niet ononder-broken met twee of meer accu's achter elkaar, om oververhitting te voorkomen. Het gereedschap moet voldoende zijn afgekoeld voordat u met een volgende accu kunt beginnen. Aanhaaltoestand-bevestigingslampje• Het aanhaaltoestand-bevestigingslampje kan gebruikt worden om te controleren of de aanhaalmomentregelfunctie is geactiveerd. Toestand van gereedschap Aanduiding van lampjeAanhalen voltooid (met werking van aanhaal-momentregelfunctie)Groen(Gedurende ongeveer 2 seconden)• Aanhalen niet voltooid• Aanhalen voltooid met opnieuw aanhalen binnen 1 secondeRood(Gedurende ongeveer 2 seconden)De automatische stopfunctie is geactiveerd.
Rood(Gedurende ongeveer 5 minuten)OPGELET:• Wanneer het gereedschap automatisch stopt nadat de schakelaar is losgelaten bij het vastdraaien met de slagfunctie en dan binnen 1 seconde opnieuw wordt geactiveerd, zal het rode lampje oplich-ten om aan te geven dat er mogelijk een te hoog aanhaalmoment wordt toege-past als gevolg van het opnieuw vast-draaien. OPMERKING:• Het aanhaaltoestand-bevestigingslampje gaat niet branden bij de volgende omstandigheden:• Wanneer de aanhaalmomentkoppeling op “F” staat • Tijdens draaien in de achterwaartse richting• Het lampje is uit wanneer het gereedsc-hap in bedrijf is. Bedieningspaneel(1) (2) (3)(1) LED-lampjeBij enkele malen indrukken van wordt het LED-lampje beurtelings in- en uitgeschakeld. Het lampje verbruikt erg weinig stroom en zal de prestatie van het gereedschap tijdens het gebruik en de capaciteit van de accu bijna niet beïnvloeden.
OPGELET:• Het ingebouwde LED-lampje is slechts bedoeld om het werkgebied kortstondig te verlichten. • Gebruik het lampje niet als vervanging voor een normale zaklantaarn, want het licht is niet sterk genoeg. Opgelet : KIJK NIET RECHTSTREEKS IN DE LICHTSTRAAL.
Ander gebruik van de bedieningsorganen, andere afstellingen of procedures dan hier beschreven kunnen leiden tot blootstelling aan gevaarlijke straling. (2) Het accu-indicatielampje• Gebruik het accu-indicatielampje om te controleren hoeveel accuspanning er nog resteert. • De gebruiksduur van de accu verschilt afhankelijk van de omgevingstemperatu-ur en de eigenschappen van de accu. Het lampje geeft de resterende gebruiksduur van de accu bij benadering aan.
- 61 - Accu-indicatielampjeIndicator Toestand van accuVolledig opgeladenOngeveer 40% of minder resterende accuspanningKnippertKnippertOngeveer 20% of minder resterende accuspanning (accu moet worden opgeladen)De accu moet spoedig worden opgeladen. KnippertAccu is leeg De accu moet worden opgeladen. (De automatische uitschakelfucntie van het gereedschap treedt in werking. ) Automatische uitschakelfunctie• De automatische uitschakelfunctie is bedoeld om een verlies aan aanhaalmoment te voorkomen als gevolg van een vermind-erde accuspanning. Wanneer deze functie is geactiveerd, zal het gereedschap niet meer werken totdat de accu is opgeladen (of door een verse is vervangen), zelfs wanneer de startschakelaar wordt ingedrukt. Accu-indicatielampjeIndicatorKnippertOPMERKING:• Alle 3 de balkjes van het accu-indica-tielampje knipperen wanneer de autom-atische uitschakelfunctie is geactiveerd.
• Wanneer het accu-indicatielampje begint te knipperen, moet de accu meteen worden opgeladen (of door een verse worden vervangen). • Zorg dat u de accu volledig oplaadt nadat deze de automatische uitschakel-functie heeft geactiveerd. Wanneer u dit niet doet, is het mogelijk dat de automa-tische uitschakelfunctie niet juist wordt gedeactiveerd. (3) De aanhaalmomentregelfunctie• De aanhaalmomentregelfunctie berekent de belasting op basis van de rotatiehoek van de motor tijdens de hamerslag en stelt vast dat de bout juist is vastgedraaid wan-neer een vooringestelde belastingswaarde wordt overschreden. Het vastdraaien wordt dan automatisch gestopt nadat een vooraf ingesteld aantal slagen op de bout is uit-geoefend. OPGELET:• Controleer voor gebruik altijd het aan-haalmoment van het gereedschap. Een foutieve werking van het gereedschap resulteert in overmatig of onvoldoend vastdraaien.
De aanhaalmomentregelfunctie zal niet werken wanneer de startschakelaar niet volledig is ingedrukt, waardoor het ger-eedschap niet automatisch kan stoppen. • Bij werkzaamheden die gepaard gaan met veel kracht tijdens het vastdraaien, kan deze kracht als aanzetten van de bout worden gezien, waardoor de bout niet volledig wordt vastgedraaid. • Bij herhaaldelijk vastdraaien van dezelfde bout kan deze breken of kan het materiaal waarin de bout wordt gedraaid vervormen als gevolg van het overmatig vastdraaien. • Het aanhaalmoment en de precisie variëren afhankelijk van factoren zoals het materiaal waarin de bout wordt gedraaid en de toestand van de bus die wordt gebruikt. Pas het aanhaalmoment indien nodig aan overeenkomstig het werk dat wordt uitgevoerd. Het aanhaal-.
- 62 - moment van bouten varieert afhankelijk van de hieronder beschreven factoren.1) Bout• Boltdiameter: Het aanhaalmoment neemt meestal toe wanneer de boutdiameter groter is.• Aanhaalmoment-coëfficiënt (aangegeven door de fabrikant van de bout), klasse, lengte enz.2) Overige• Toestand van de bit en bus: Materiaal, hoeveelheid speling enz.• Gebruik van een universele koppeling of busadapter• Gebruiker: Manier waarop het gereed-schap tegen de bout wordt gehouden, kracht waarmee het gereedschap wordt vastgehouden, manier waarop de startschakelaar van het gereedschap wordt bediend• Toestand van het voorwerp dat wordt vastgedraaid: Materiaal, afwerking van het aanligoppervlakInschakelen van de configuratiefunctie van het gereedschap1. Schakel het bedieningspaneel uit.• Als het bedieningspaneel is ingeschake-ld, verwijdert u de accu en brengt deze dan weer aan.2.
Bedien de schakelaar terwijl u de toets indrukt en laat dan de toets en de schakelaar tegelijk los.• Nadat alle LED-lampjes zijn gedoofd, begint het bedieningspaneel te knip-peren en wordt de configuratiefunctie ingeschakeld.OPMERKING:• Bij het verlaten van de fabriek staat het gereedschap in de “F” modus (de aanhaalmomentregelfunctie is uitge-schakeld).• Het bedieningspaneel wordt uitgeschake-ld wanneer het gereedschap langer dan 5 minuten niet wordt bediend.Kiezen van de instelling voor de aanhaalmo-mentkoppeling(1)(2)
- 63 - DisplayAccu-indicatielampje1. Druk op de en toetsen om de kop-pelingsinstelling te kiezen die geschikt is voor het werk dat wordt uitgevoerd. 3…281F30 229Bij indrukken van de toets Bij indrukken van de toets• “F” betekent dat de aanhaalmomentre-gelfunctie is uitgeschakeld. • U kunt kiezen uit 30 instellingen voor de aanhaalmomentkoppeling (1 t/m 30). • Gebruik de waarden in de tabel met aanhaalmomenten als richtlijn bij het kiezen van de instelling voor de aan-haalmomentkoppeling. (Zie de volgende tabel met aanhaalmomenten. )2. Druk op de OK toets om de geselecteerde instelling voor de aanhaalmomentkoppel-ing te accepteren. • Het bedieningspaneel stopt met knip-peren en licht continu op. OPGELET:• U moet op de OK toets drukken om de geselecteerde instelling te activeren. • Controleer of de nieuwe waarde geldig is nadat de instelling is veranderd. (Zie blz. 64.
)Tabel met aanhaalmomenten (bedoeld als referentie)De waarden in deze tabel zijn gemeten bij de hieronder beschreven omstandigheden en zijn enkel bedoeld als referentie. De feitelijke aanhaalmomenten variëren met de werkom-standigheden (de bout die wordt vastgedraad, het materiaal, de manier waarop de bout op de plaats wordt gehouden, enz. ). 0102030405060EYFLA1 (M6)EYFLA2 (M6)EYFLA1 (M8)EYFLA2 (M8)EYFLA3 (M8)EYFLA3 (M10)N • m1 2 3 4 5 6 7 8 9 101112131415161718192021222324252627282930Meetomstandighden• Temperatuur: Kamertemperatuur (20°C)Gebruik van de interval-instelfunctie• Met de interval-instelfunctie kunt u voor-komen dat het gereedschap gaat werken nadat dit automatisch is gestopt door de werking van de aanhaalmomentregelfunctie, zelfs wanneer de schakelaar wordt bediend. 1. Schakel de configuratiefunctie van het gereedschap in. (Zie blz. 62. )2. Druk op de interval-insteltoets.
• Het bedieningspaneel begint te knipperen. Display: Het getal 0 knippert. Accu-indicatielampje: Het middelste balkje van de accu knippert. DisplayAccu-indicatielampje3.
- 64 - OPGELET:• Controleer of de nieuwe waarde geldig is nadat de instelling is veranderd. Initialiseren van alle instellingenFabrieksinstellingen• Instelling voor aanhaalmomentkoppel-ing: “F” (aanhaalmomentregelfunctie uitgeschakeld)• Intervalinstelling: 0 (uit)• Hieronder wordt uitgelegd hoe u alle instell-ingen van het gereedschap kunt terugzetten op de standaardinstellingen die golden toen het gereedschap de fabriek verliet. • De foutaanduiding zal worden uitgeschakeld. 1. Schakel de configuratiefunctie van het gereedschap in. (Zie blz. 62. )2. Druk op de formatteertoets. • Het bedieningspaneel begint te knipperen. Display: De letter “F” knippert. Accu-indicatielampje: Het bovenste en onderste balkje van de accu knipperen. DisplayAccu-indicatielampje3. Druk op de OK toets om de geselecteerde instelling te accepteren. • Het bedieningspaneel stopt met knip-peren en licht continu op.
Controleren van de gereedschapinstellingen• Hieronder wordt beschreven hoe u de instellingen van het gereedschap ongeveer 3 seconden op het display kunt weergeven wanneer het gereedschap is gestopt. • U kunt de gereedschapinstellingen niet controleren wanneer het bedieningspa-neel uitgeschakeld is. Zet de schakelaar even aan om het display te activeren. Controleren van de instelling voor de aanhaal-momentkoppeling1. Druk op de aanhaalmoment-insteltoets. • Display van bedieningspaneelDisplay: De aanhaalmomentinstelling licht op. Accu-indicatielampje: Het bovenste balkje van de accu knippert. Controleren van het interval1. Druk op de interval-insteltoets. • Display van bedieningspaneelDisplay: De intervalinstelling licht op. Accu-indicatielampje: Het middelste balkje van de accu knippert. Controleren van de gereedschapcircuits1. Druk op de aanhaalmoment-insteltoets.
Display GereedschapcircuitH2 EYFLA1H3 EYFLA2H4 EYFLA3OPMERKING:• Als u de schakelaar aanzet terwijl er een instelling wordt weergegeven, zal het bedieningspaneel terugkeren naar de aanduiding van de instelling voor de aanhaalmomentkoppeling. OPGELET:• De aanduiding voor de aanhaalmomen-tinstelling is niet bedoeld om te wor-den gebruikt voor het identificeren van het type aandrijvingsonderdeel (hamer enz. ) dat in een bepaald gereedschap wordt gebruikt.
- 65 - FoutmeldingenWanneer het gereedschap of de accu niet juist werkt, verschijnt er een foutmelding op het be-dieningspaneel. Controleer het gereedschap of de accu zoals beschreven in de volgende tabel voordat u de apparatuur voor reparatie wegbrengt.Display Mogelijke oorzaak MaatregelenInstellingsfout Initialiseer het gereedschap opnieuw met behulp van de afstandsbediening. (Zie blz. 64.)De accu is te heet. Stop met het werk en laat de accu afkoelen voordat u het gereedschap opnieuw gebruikt.Het gereedschap is te heet om te worden bediend. Stop met het werk en laat het gereedschap afkoelen voordat u het werk hervat.De aansluitcontacten van de accu en het gereedschap zijn vuil.Verwijder eventueel vuil.De accu is niet juist aan het gereedschap bevestigd. Bevestig de accu stevig aan het gereedschap.De pennen op het gereedschap of de accu zijn versleten.
Vervang de accu.De motor is defect enz. Stop meteen met het gebruik van het gereedschap.De sensor is defect, werkt niet juist enz.Het elektrische circuit van het gereedschap is defect, werkt niet juist enz.
- 66 - [Accu]Voor een juist gebruik van de accuLi-ion accu (EYFB30)• Voor een optimale levensduur van de Li-ion accu moet u de accu na gebruik opbergen zonder dat u deze oplaadt. • Kijk bij het laden van de accu of de aansluit-ingen op de acculader vrij zijn van vreemde bestanddelen zoals stof en water, enz. Reinig de aansluitingen als u vreemde bes-tanddelen op de aansluitingen aantreft. De levensduur van de accu-aansluitingen kan tijdens gebruik nadelig beïnvloed wor-den door vreemde bestanddelen zoals stof en water, enz. • Wanneer de accu niet wordt gebruikt, dient u deze uit de buurt van metalen voorwerpen te houden zoals paperclips, munten, sleutels, nagels, schroeven of andere kleine metal-en voorwerpen die de aansluitpunten van de accu met elkaar in contact kunnen brengen.
Wanneer de aansluitpunten van de accu worden kortgesloten, kan dit resulteren in vonken, brandwonden of zelfs brand. • Zorg er bij gebruik van de accu voor dat de werkplaats goed geventileerd is. • Wanneer de accu van het gereedschap wordt losgemaakt, moet u meteen het accudeksel op de accu aanbrengen om te voorkomen dat er stof en vuil op de accu-aansluitingen komt waardoor er kortsluiting kan ontstaan. Levensduur van de accuDe levensduur van de oplaadbare accu is niet onbeperkt. U dient een nieuwe accu aan te schaffen indien de gebruikstijd na de accu geladen te hebben aanzienlijk korter wordt. Recyclen van de accuATTENTIE:Om het milieu te beschermen en nog-maals bruikbare materialen te recy-clen, dient u de accu naar een hiervoor bestemd inzamelpunt te brengen. Li-ion accu EYFB30Bij dit product zijn batterijen geleverd.
Wanneer deze leeg zijn, moet u ze niet weggooien maar inleveren als KCA. [Acculader]OpladenLees de handleiding van de Panasonic ac-culader voor de gebruikte accu voordat u met opladen begint. Voordat u de accu oplaadtOpladen van de EYFB30:Laad de accu op bij een temperatuur tussen 5°C en 40°C.
De accu kan niet worden opgeladen bij een temperatuur lager dan 5°C. Als de temperatuur van de accu lager is dan 5°C, dient u eerst de accu los te maken van de acculader en dan de accu te laten opwarmen op een plaats waar de temperatuur hoger is dan 5°C. Daarna moet de accu opnieuw worden opgeladen.
- 67 - Informatie voor gebruikers betreffende het verzamelen en ver-wijderen van oude uitrustingen en lege batterijen Deze symbolen op de producten, verpakkingen, en/of begeleidende documenten betekenen dat gebruikte elektrische en elektronische producten en batterijen niet met het algemene huishoudelijke afval gemengd mogen worden.Voor een correcte behandeling, recuperatie en recyclage van oude producten en lege batterijen moeten zij naar de bevoegde verzamelpunten gebracht worden in overeenstemming met uw nationale wetgeving en de Richtlijnen 2002/96/EC en 2006/66/EC.Door deze producten en batterijen correct te verwijderen draagt u uw steentje bij tot het beschermen van waardevolle middelen en tot de preventie van potentiële negatieve effecten op de gezondheid van de mens en op het milieu die anders door een onvakkundige afvalverwerking zouden kunnen ontstaan.Voor meer informatie over het verzamelen en recycleren van oude producten en batterijen, gelieve contact op te nemen met uw plaatselijke gemeente, uw afvalverwijderingsdiensten of de winkel waar u de goederen gekocht hebt.Voor een niet-correcte verwijdering van dit afval kunnen boetes opgelegd worden in overeenstemming met de nationale wetgeving.Voor zakengebruikers in de Europese UnieIndien u elektrische en elektronische uitrusting wilt vewijderen, neem dan contact op met uw dealer voor meer informatie.[Informatie over de verwijdering in andere landen buiten de Europese Unie]Deze symbolen zijn enkel geldig in de Europese Unie.
Indien u wenst deze producten te verwijderen, neem dan contact op met uw plaatselijke autoriteiten of dealer, en vraag informatie over de correcte wijze om deze producten te verwijderen.Opmerking over het batterijensymbool (beneden twee voorbeelden): Dit symbool kan gebruikt worden in verbinding met een chemisch symbool. In dat geval wordt de eis, vastgelegd door de Richtlijn voor de betrokken chemische producten vervuld.
- 68 - V. ONDERHOUDMaak het gereedschap met een droge, zachte doek schoon. Gebruik nooit een vochtige doek, witte spiritus, benzine of andere ontvlambare middelen om het ge-reedschap schoon te maken.VI. ACCESSOIRESAcculader• EY0L80Accu• EYFB30Afstandsbediening• EYFA30Bescherming voor gereedschap• EYFA01-A (Blauw)• EYFA01-Y (Geel)• EYFA01-H (Grijs)Bescherming voor accu• EYFA02-HVII.
- 69 - ACCU (is niet bijgeleverd)Model EYFB30Soort accu Li-ion accuAccuspanning 10,8 V gelijkstroom (3,6 V × 6 cellen)Capaciteit 3 AhACCULADER (is niet bijgeleverd)Model EY0L80Toelaatbaar vermogen Zie het specicatieplaatje op de onderkant van de acculader.Gewicht 0,95 kg (2,1 lbs)[Li-ion accu]Laadtijd 3 Ah10,8 VEYFB30Bruikbaar: 40 min.Vol: 65 min.Afstandsbediening (is niet bijgeleverd)Model EYFA30Accuspanning 3 V DCAfmetingen 54 mm (2-1/8") × 86 mm (3-3/8") × 10 mm (13/32”)Gewicht (met accu) Ongeveer 29 g (0,6 lbs)
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Panasonic EYFLA3J stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Accu boormachine Panasonic
Handleiding Accu boormachine
Nieuwste handleidingen voor Accu boormachine