Opera Fonda 800 DFO80B1 Handleiding

Opera Fornuis Fonda 800 DFO80B1

Bekijk gratis de handleiding van Opera Fonda 800 DFO80B1 (44 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 31 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Opera Fonda 800 DFO80B1 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/44
Users manual - Induction hob
FONDA
800
EN User’s manual
Induction hob
NL Gebruikershandleiding
Inductiekookplaat

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Opera
Categorie: Fornuis
Model: Fonda 800 DFO80B1

Handleiding Opera Fonda 800 DFO80B1 – volledige tekst

29 4. 14 Pauzefunctie. 30 4. 15 Oproepfunctie. 30 4. 16 Kinderslot. 31 4. 17 Brugfunctie. 31 4. 18 Kookzones timer. 32 4. 19 Kookwekker (eierwekker). 32 4. 20 Opwarmen automatisch. 33 4. 21 Warmhoudstand. 33 4. 22 Vergrendeling. 34 4. 23 Power boost. 34 4. 24 Energiebeheer. 34 4. 25 Grillfunctie. 35 4. 26 Gebruikersmenu. 35 5 Reiniging en onderhoud. 37 5. 1 Glaskeramische kookplaat. 37 5. 2 6SHFLÀHNHYHUYXLOLQJ. 3 6 Probleemoplossing. 38 7 Elektrische aansluiting. 39 8 Technische gegevens. 39 9 Apparaat in gebruik nemen. 39 10 Buitengebruikstelling en afvoer van het apparaat. 40 10. 1 Apparaat volledig uitschakelen. 40 10. 2 Afvoeren van de verpakking. 40 10. 3 Oude apparaten afvoeren. 40 1. 1 Ter informatie. Lees deze handleiding aandachtig door voordat u uw apparaat in gebruik neemt.

De handleiding bevat belangrijk veiligheidsadvies; er wordt in uitgelegd hoe u uw apparaat moet gebruiken en onderhouden, zodat het jarenlang een betrouwbare service zal leveren. Mocht zich een storing voordoen, raadpleeg dan eerst het hoofdstuk “Problemen oplossen”. Kleine storingen kunt u vaak zelf verhelpen, waardoor u onnodige servicekosten bespaart. Bewaar deze handleiding op een veilige plaats en geef hem door aan nieuwe eigenaren voor hun informatie en veiligheid. 1. 2 Beoogd gebruik Het apparaat mag uitsluitend worden gebruikt voor het bereiden van voedsel in huis of in andere omgevingen.

Vergelijkbare omgevingen: • Gebruik van de kookplaat in winkels, kantoren en andere soortgelijke werkomgevingen • Gebruik van de kookplaat in landbouwbedrijven • Gebruik van de kookplaat door klanten in hotels, motels en andere typische woonomgevingen • Gebruik van de kookplaat in B&B’s • Het mag niet voor andere doeleinden worden gebruikt en mag alleen onder toezicht worden gebruikt.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen NL 2 Veiligheidsinstructies en waarschuwingen 2. 1 Voor aansluiting en bediening • De toestellen zijn gebouwd in overeenstemming met de relevante veiligheidsvoorschriften. • Het aansluiten van de apparaten op het elektriciteitsnet en het repareren en onderhouden van de apparaten mag alleen worden uitgevoerd door een gekwalificeerde elektricien volgens de geldende veiligheidsvoorschriften. Laat voor uw eigen veiligheid niemand anders dan een gekwalificeerde onderhoudsmonteur het product installeren, onderhouden of repareren. • Als de voedingskabel van dit apparaat beschadigd is, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantendienst van de IDEULNDQWRIGRRUHHQDQGHUHJHNZDOL¿FHHUGHpersoon om gevaar te voorkomen. • Het apparaat mag niet met een externe timer of een extern telecontrolesysteem worden gebruikt. 2.

2 Algemene informatie over de kookplaat • Laat de inductiekookplaat nooit zonder toezicht werken, omdat het hoge vermogen resulteert in zeer snelle reacties. • Let bij het koken op de opwarmsnelheid van de kookzones. Vermijd het droogkoken van de pannen, aangezien het risico bestaat dat de pannen oververhit raken. • Plaats geen lege potten en pannen op ingeschakelde kookzones. • Wees voorzichtig bij het gebruik van sudderpannen, want sudderend water kan ongemerkt opdrogen, wat kan leiden tot schade aan de pan en aan de kookplaat waarvoor geen aansprakelijkheid kan worden aanvaard. • Het is essentieel dat u een kookzone na gebruik uitschakelt met de betreffende min-toets en niet alleen met de panherkenning. • Oververhitte vetten en oliën kunnen spontaan ontbranden. Houd altijd toezicht op de bereiding van voedsel met vetten en oliën. Blus nooit aangestoken vetten en oliën met water.

Schakel het apparaat uit en dek de vlam vervolgens voorzichtig af, bijvoorbeeld met een deksel of een blusdeken. • Het glaskeramische oppervlak van de kookplaat is extreem robuust.

Laat echter geen harde voorwerpen op de keramische kookplaat vallen. Scherpe voorwerpen die op uw kookplaat vallen, kunnen deze breken. • Er is een risico van elektrische schokken als de glaskeramische kookplaat breuken, barsten, scheuren of andere beschadigingen krijgt. Schakel het apparaat onmiddellijk uit. Koppel de zekering onmiddellijk los en bel de klantenservice. • Als de kookplaat door een defect in de sensorbesturing niet kan worden uitgeschakeld, schakel dan onmiddellijk het apparaat uit en bel de klantenservice. • Wees voorzichtig bij het werken met huishoudelijke apparaten. Aansluitkabels mogen niet in contact komen met hete kookzones. • Brandgevaar: bewaar nooit voorwerpen op de kookplaat. • De glaskeramische kookplaat mag niet als opslagruimte worden gebruikt. • Leg geen aluminiumfolie of plastic op de kookzones.

Houd alles wat zou kunnen smelten, zoals plastic, folie en vooral suiker en suikerhoudende voedingsmiddelen uit de buurt van hete kookzones. Gebruik een speciale glasschraper om eventuele suiker direct van de keramische kookplaat te verwijderen (wanneer deze nog heet is) om beschadiging van de kookplaat te voorkomen. • Metalen voorwerpen (potten en pannen, bestek, enz. ) mogen nooit op de inductiekookplaat worden geplaatst, aangezien deze heet kunnen worden. Gevaar voor verbranding. • Plaats geen brandbare, ontvlambare of door warmte vervormbare voorwerpen direct onder de kookplaat. • Metalen voorwerpen die op uw lichaam worden gedragen, kunnen in de directe omgeving van de inductiekookplaat heet worden. Voorzichtig. Gevaar voor brandwonden. Niet-magnetiseerbare voorwerpen (bijv. gouden of zilveren ringen) worden niet beïnvloed.

23 Veiligheidsinstructies en waarschuwingen NL • Als voedsel overkookt op de sensortoetsen, adviseren wij u de UIT-toets te activeren. • Hete potten en pannen mogen niet op of te dichtbij de sensortoetsen worden geplaatst, omdat het apparaat hierdoor automatisch uitschakelt. • Zet de pan zo dicht mogelijk bij het midden van de kookzone. • Gebruik indien mogelijk de achterste kookzones voor grote pannen zodat de sensortoetsen niet te warm worden (touch control oververhitting; foutmelding E2, touch control uitgevallen). • Activeer het kinderslot als er huisdieren in huis zijn die in contact kunnen komen met de kookplaat. • De inductiekookplaat mag niet worden gebruikt wanneer pyrolyse plaatsvindt in een inbouwoven. • Reinig de glaskeramische kookplaat nooit met een stoomreiniger of iets dergelijks. • Zorg ervoor dat er zich geen voorwerpen (bijv.

poetsdoeken) direct naast de kookplaatafzuiging bevinden. Deze kunnen door de luchtstroom worden aangezogen. Vloeistoffen en kleine voorwerpen moeten altijd uit de buurt van het apparaat worden gehouden. • Gebruik het apparaat niet zonder vetfilter. • Filter met te veel vetophoping veroorzaakt brandgevaar. • Constant toezicht is essentieel bij het frituren; flamberen is niet toegestaan. • Bij gebruik van hout-, kolen-, gas- of oliekachels die een schoorsteen nodig hebben, moet voldoende luchttoevoer aanwezig zijn. De toelaatbare onderdruk die ontstaat door de kookplaat op een plek waar kachels zijn die een schoorsteen nodig hebben, mag niet hoger zijn dan 4 Pa (0,04 mbar), aangezien dit een risico op vergiftiging met zich meebrengt. 2.

3 Voor personen • Deze apparaten mogen worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door personen met lichamelijke, zintuiglijke of mentale beperkingen of door personen die geen ervaring en/of knowhow hebben, op voorwaarde dat ze onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het veilige gebruik van het apparaat en de risico's met betrekking tot het apparaat hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud door de gebruiker mogen alleen worden uitgevoerd door kinderen onder toezicht. • De oppervlakken van de verwarmings- en kookzones worden heet tijdens het gebruik. Houd kleine kinderen te allen tijde uit de buurt.

• Alleen kookplaatbeschermingsroosters en kookplaatafdekkingen geproduceerd door de kookplaatfabrikant of door de fabrikant in de gebruiksaanwijzing goedgekeurde beschermingsroosters en kookplaatafdekkingen mogen worden gebruikt. Het gebruik van ongeschikte kookplaatbeschermingsroosters en kookplaatafdekkingen kan tot ongelukken leiden. • Personen met pacemakers of geïmplanteerde insulinepompen moeten ervoor zorgen dat hun implantaten niet worden aangetast door de inductiekookplaat (het frequentiebereik van de inductiekookplaat is 20-50 kHz).

24 Veiligheidsinstructies en waarschuwingen NL 2.4 Verklaring van symbolen en aanduidingen Het apparaat is geproduceerd volgens de stand van de techniek. Machines kunnen niettemin aanleiding geven tot risico's die constructief niet kunnen worden vermeden. Om voldoende veiligheid voor het gebruik te garanderen, worden ook veiligheidsinstructies gegeven. Deze instructies worden gemarkeerd met de gehighlighte teksten die volgen. Voldoende veiligheid tijdens het gebruik wordt alleen gegarandeerd als deze instructies worden opgevolgd. De aangeduide tekstpassages hebben verschillende betekenissen: GEVAAR Opmerking die wijst op een onmiddellijke dreiging die kan leiden tot de dood of zeer ernstig letsel. VOORZICHTIG Opmerking die wijst op een onmiddellijke dreiging die kan leiden tot de dood of zeer ernstig letsel.

BELANGRIJK Opmerking die wijst op een gevaarlijke situatie die kan leiden tot licht letsel of schade aan het apparaat. HOUD ER REKENING MEE DAT: Opmerking die in acht moet worden genomen om het hanteren van het apparaat te vergemakkelijken. Op sommige punten worden de volgende gevarensymbolen gebruikt: WAARSCHUWING VOOR ELEKTRISCHE ENERGIE RISICO OP DODELIJK LETSEL! In de buurt van dit symbool zijn onder spanning staande componenten geïnstalleerd. Afdekkingen met dit teken mogen alleen worden verwijderd door een bevoegde elektricien. VOORZICHTIG! HETE OPPERVLAKKEN! Dit symbool is aangebracht op oppervlakken die heet worden. Er bestaat gevaar voor ernstige verbranding. De oppervlakken kunnen ook heet zijn nadat het toestel is uitgeschakeld. VOLG DE VOORSCHRIFTEN VOOR HET HANTEREN VAN ELEKTROSTATISCH GEVOELIGE COMPONENTEN EN MODULES (ESDS).

26 Toestelbeschrijving NL 3. 1 De kookplaat bedienen met de sensortoetsen De glaskeramische kookplaat wordt bediend met touch control sensortoetsen. De sensortoetsen worden als volgt bediend: raak een symbool op het oppervlak van de keramische glasplaat licht aan. Een zoemer geeft aan wanneer de bedieningselementen correct zijn bediend. De toets van de touch controlbedieningssensor wordt dan aangeduid als “toets”. AAN/UIT- toets (7) Deze toets wordt gebruikt om de volledige werking van de kookplaat te schakelen Het is als het ware de hoofdschakelaar. Display vermogensinstelling (9-10-11-12) De kookstandindicator geeft de gekozen kookstand weer, of:. Restwarmte. Power boost. Panherkenning. Automatisch opwarmen. Pauzefunctie. Kinderslot. Brugfunctie. Warmhoudstand. Grillfunctie. Foutmelding Vergrendelingstoets (14) De vergrendelingstoets kan worden gebruikt om alle toetsen te vergrendelen.

Verwarmingstoets (15) 3. 2 Wetenswaardigheden over de glijder (sensorveld) De glijder werkt in principe hetzelfde als de touch controles; het enige verschil is dat u uw vinger op het glaskeramische oppervlak kunt leggen en vervolgens kunt bewegen. Het sensorveld herkent deze beweging en verhoogt of verlaagt de display-instelling (vermogensstand) al naargelang de beweging. De term sensorveld wordt vanaf nu gebruikt in de betekenis van glijder. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 P Sensorveld Waarop moet worden gelet bij het bedienen van sensorvelden. Plaats uw vinger niet plat op het glaskeramische oppervlak om te vermijden dat aangrenzende toetsen/sensorvelden per ongeluk reageren.

Ongeschikt recht Druk licht op het sensorveld of beweeg uw vinger in de rondte U kunt met uw vinger heel licht het sensorveld aantippen; wanneer dit is gebeurd, verandert de instelling op het display (vermogensstand) stapsgewijs. Als u uw vinger op het sensorveld plaatst en deze vervolgens naar links of rechts beweegt, verandert de display-instelling geleidelijk.

Hoe sneller de beweging, hoe sneller de verandering in het display. Voor smelten, vasthouden en sudderen Power boost in het sensorveld De powerboost-stand maakt extra vermogen beschikbaar voor inductiekookzones. Pauzetoets (13) De Pauze functie kan worden gebruikt om het kookproces kort te onderbreken. Oproepfunctie (13) (herstelfunctie) De meest recente instelling kan worden hersteld als de kookplaat per ongeluk wordt uitgeschakeld. Grilltoets (16) Grillfunctie met grillplaat voor inductie. touch 1 2 3 4 7 8 9 P beweeg 1 2 3 4 5 7 8 9 P.

27 Werking NL Diameter kookzone (mm) Minimum diameter aanbevolen panbodem (mm) 190 x 210 110 4 Werking 4. 1 De inductieplaat De kookplaat is uitgerust met een inductiekookmodus. Een inductiespoel onder de glaskeramische kookplaat wekt een elektromagnetisch wisselveld op dat door het glaskeramiek dringt en de warmte-opwekkende stroom in de panbodem induceert. Bij een inductiekookzone wordt de warmte niet meer overgedragen van een verwarmingselement via de kookpan naar het voedsel dat wordt gekookt; in plaats daarvan wordt de benodigde warmte direct in de pan gegenereerd door middel van inductiestroom. Voordelen van de inductiekookplaat • Energiebesparend koken door de directe overdracht van energie naar de pan (geschikt kookgerei van magnetiseerbaar materiaal is vereist). 4.

3 Operatie tijdslimiet Beperking van de werkingstijd is een extra veiligheidsfunctie om kookzones uit te schakelen na een bepaalde tijd zonder bediening van de overeenkomstige kookzone door de gebruiker. De tijd waarna de kookzone wordt uitgeschakeld staat vermeld in onderstaande tabel. Elke gebruikershandeling met betrekking tot de kookzone stelt deze tijdslimiet opnieuw in. Operatie tijdslimiet: Vermogensstand Tijdslimiet [uren] Verwarming 2 1 6 2 6 • Verhoogde veiligheid omdat de energie alleen wordt overgedragen wanneer: een pan op de kookplaat wordt geplaatst. • Zeer effectieve energieoverdracht tussen een inductiekookzone en de bodem van een pan. • Snelle verwarming. • Het risico op brandwonden is laag omdat het kookoppervlak alleen wordt verwarmd via de panbodem; voedsel dat overkookt, plakt niet aan het oppervlak. • Snelle, gevoelige controle van de energievoorziening. 4.

Als er een geschikte pot of pan op de kookzone wordt geplaatst, wordt het vermogen ingeschakeld en gaat de indicatie van het vermogen branden. De stroomtoevoer wordt onderbroken wanneer de pan wordt verwijderd en de indicator voor de vermogensinstelling gaat knipperen Als de potten en pannen die op de kookzone worden geplaatst kleiner zijn en de panherkenning toch aangaat, wordt er minder vermogen geleverd. Panherkenningslimieten 3 5 4 5 5 4 6 1,5 7 1,5 8 1,5 9 1,5 P 5 minuten 4. 4 Permanente toetsactivering Als er twee of meer sensortoetsen tegelijk worden ingedrukt (bijv. wanneer een pan per ongeluk op een sensortoets wordt geplaatst), wordt er geen functie geactiveerd. Alle sensoren worden bewaakt voor permanente activering van de toets.

Als een sensor langer dan 10 seconden wordt geactiveerd, schakelt de kookplaat over naar de UIT-modus, laat een signaaltoon horen gedurende 10 seconden en geeft "Er03" weer zolang de permanente detectie wordt herkend. Zodra de permanente toetsactivering verdwijnt, kan de kookplaat normaal worden bediend. De bodem van potten en pannen moet een bepaalde diameter hebben; zo niet, dan wordt de inductiewarmte niet ingeschakeld. Plaats potten en pannen altijd in het midden van een kookzone om het beste rendement te behalen. Belangrijk: De minimale diameter die nodig is om het panherkenningsapparaat te activeren, kan variëren afhankelijk van het soort pan dat wordt gebruikt. 4. 5 Beveiliging tegen oververhitting (inductie) Als de kookplaat langere tijd op vol vermogen wordt gebruikt, is het niet mogelijk om de elektronica bij een hoge kamertemperatuur naar wens af te koelen.

Om ervoor te zorgen dat er geen te hoge temperaturen in de elektronica ontstaan, kan het vermogen van de kookzones automatisch worden verlaagd. Als E2 vaak wordt weergegeven tijdens normaal gebruik van de kookplaat en bij normale kamertemperatuur, is de koeling waarschijnlijk niet voldoende. Dit kan gebeuren als keukenkasten geen openingen hebben.

28 Werking NL Geschikt kookgerei Ongeschikt kookgerei Geëmailleerde stalen pannen met dikke bodem Potten van koper, roestvrij staal, aluminium, ovenvast glas, hout, keramiek en terracotta Gietijzeren pannen met geëmailleerde bodem Potten van meerlaags RVS, RVS ferrietstaal en aluminium met speciale bodem 4. 6 Kookgerei voor inductiekookplaten Kookgerei voor inductiekookplaten moet van metaal zijn en magnetische eigenschappen hebben. De basis moet voldoende groot zijn. Gebruik alleen pannen met een bodem die geschikt is voor inductie. Kookgerei met dit symbool is geschikt voor inductiekookzones. Zo bepaalt u de geschiktheid van een pan: • Snelkookpannen zijn bijzonder energie- en tijdbesparend dankzij de druk en het feit dat ze goed gesloten zijn. Door korte kooktijden blijven vitamines behouden.

• Zorg er altijd voor dat er voldoende vloeistof in uw snelkookpan zit, aangezien de kookzone en de pan door oververhitting beschadigd kunnen raken als de snelkookpan droogkookt. • Sluit pannen altijd af met een geschikt deksel. • Gebruik de juiste pan voor de hoeveelheid voedsel die u kookt. Een grote pan die nauwelijks gevuld is, verbruikt veel energie. 4. 8 Stroomstanden Het verwarmingsvermogen van de kookzones is in te stellen op verschillende vermogensstanden. In de tabel vindt u voorbeelden van het gebruik van elke instelling. Vermogensstand Geschikt voor 0 Uit, gebruik restwarmte Voer de hieronder beschreven magneettest uit of controleer dat de pan het symbool voor geschiktheid voor koken met inductie draagt. Opwarmen Houd het eten warm Magneettest: Beweeg de magneet over de bodem van de pan Als hij wordt aangetrokken, kunt u het kookgerei op de inductiekookplaat gebruiken.

1-2 Kleine porties sudderen 3 Sudderstand gebruik de pannen op de inductiekookplaat Houd er rekening mee dat: 4 - 5 Grotere hoeveelheden sudderen of grotere stukken vlees braden tot ze gaar zijn Bij gebruik van voor inductie geschikte pannen van bepaalde fabrikanten kunnen geluiden ontstaan die te wijten zijn aan het ontwerp van deze pannen. Fout: de bodem van de pan is krom. De elektronische unit kan de temperatuur niet correct bepalen. 4. 7 Hoe het stroomverbruik te verminderen. Hierna volgen enkele nuttige tips om u te helpen uw energieverbruik te verminderen en uw nieuwe inductiekookplaat en het kookgerei efficiënt te gebruiken. • De bodem van de kookpannen moet even groot zijn als de kookzone. • Let er bij het kopen van kookpannen op dat het vaak de diameter van de bovenkant van de pan is die wordt aangegeven. Die is meestal groter dan de bodem van een pan.

6 Braden, aanbraden 7 Braden 9 Aan de kook brengen, aanbraden, P Powerboost (hoogste vermogen) Voor kookpannen zonder deksel moet mogelijk een hoger vermogen worden gekozen. 4. 9 Restwarmte display De glaskeramische kookplaat is voorzien van een H als restwarmte-indicator. Zolang de H brandt nadat de kookzone is uitgeschakeld, kan de restwarmte worden gebruikt om gerechten te smelten of warm te houden. De kookzone kan nog heet zijn als de letter H niet meer oplicht. Gevaar voor brandwonden. Bij een inductiekookzone wordt het glaskeramiek niet direct verwarmd; het wordt alleen opgewarmd door de warmte die door de pan wordt weerkaatst.

29 Werking NL 4. 10 De toetsen bedienen De hier beschreven bedieningselementen verwachten het indrukken van een (keuze)toets wat wordt gevolgd door het indrukken van een volgende toets. De volgende toets moet binnen 10 seconden worden ingedrukt, anders wordt de selectie gewist. 4. 11 Kookplaat en kookzones inschakelen 1. Druk op de AAN/UIT-toets (ca. 1 sec. ) totdat er een kort signaal klinkt en de touch-bediening actief wordt. De bedieningen zijn klaar voor gebruik. 2. Plaats de geschikte pannen voor inductiekoken op de kookzone. Het panherkenningsapparaat activeert de inductiespoel. Het vermogensdisplay van de betreffende kookzone geeft “0” aan. 3. Gebruik de kookstanddisplay (als toets) om een kookzone te selecteren. De stand-by-stip van de geselecteerde kookzone gaat branden. 4. De glijder moet onmiddellijk daarna worden geactiveerd. Er wordt een vermogensstand ingeschakeld. links.

Vermogensinstelling 0. centrum. Vermogensinstelling 6. rechts. Vermogensinstelling P Zie het gedeelte over Wetenswaardigheden over de glijder (sensorveld) Druk op het betreffende sensorveld om een vermogensstand te wijzigen of een extra kookzone in te schakelen. Belangrijk: de stand-by-stip van de geselecteerde kookzone moet oplichten. Zolang er geen kookpan op de kookzone is geplaatst, wisselt het display tussen het ingestelde vermogen en het Symbool. Als er geen pan op de kookzone wordt geplaatst, wordt deze om veiligheidsredenen na 10 minuten uitgeschakeld. Raadpleeg het hoofdstuk over panherkenning. 4. 12 Een kookzone uitschakelen Gebruik het voorste vermogensdisplay (als toets) om een kookzone te selecteren. De stand-by-stip van de geselecteerde kookzone gaat branden. 5.

De kookplaat wordt uitgeschakeld ongeacht de instellingen. Houd er rekening mee dat: x De kookplaat schakelt automatisch uit na 10 seconden als alle kookzones en de ventilator handmatig worden uitgeschakeld (vermogensstand 0) en er daarna geen toets/sensorveld wordt ingedrukt. x Ventilator heeft een naloopfunctie (zie hoofdstuk 4. 28 Ventilator naloop).

30 0 Werking NL 4.14 Pauzefunctie Met de pauzefunctie kan het kookproces kort worden onderbroken, b.v. als de deurbel gaat. Om verder te koken op dezelfde vermogensstand moet de pauzefunctie worden losgelaten. Als er een timer is ingesteld, zal deze pauzeren en daarna doorgaan. Deze functie is om veiligheidsredenen slechts 10 minuten beschikbaar. De kookplaat wordt dan uitgeschakeld. 1. Potten en pannen staan op de kookzones en de gewenste vermogensstanden zijn ingesteld. 2. Druk op de pauzetoets “II”. In plaats van de geselecteerde energie-instellingen zal het intervalteken "II" oplichten. 3. De onderbreking wordt beëindigd door eerst op de pauzetoets “II” te drukken en vervolgens op een willekeurige andere toets (behalve de AAN/UIT-toets). De tweede toets moet binnen 10 seconden worden ingedrukt, anders wordt de kookplaat uitgeschakeld.

Opmerkingen: Het pauzesymbool “II” verschijnt ook op het ventilatordisplay wanneer de pauze actief is. De ventilatorstand (indien groter dan 0) wordt teruggebracht tot stand 1. 4.15 Oproepfunctie (herstelfunctie) De meest recente instelling kan worden hersteld als de kookplaat per ongeluk wordt uitgeschakeld. De oproepfunctie werkt alleen als er minimaal één kookzone is ingeschakeld. 1. De kookplaat wordt per ongeluk uitgeschakeld door de AAN/UIT-toets van de kookplaat. 2. Druk binnen 6 seconden na het uitschakelen opnieuw op de AAN/UIT-toets van de kookplaat. De pauzetoets knippert. Direct daarna moet de pauzetoets worden ingedrukt. De oorspronkelijke kookstanden worden hersteld. Het kookproces gaat door.

Wat kan worden hersteld: • Kookstanden van alle kookzones • Ventilatorstand • Minuten en seconden van geprogrammeerde timerfuncties • Automatische boost-functie • Power boost Wat niet kan worden hersteld: • Bedrijfstijdlimiet (wordt geteld vanaf 0)

Werking NL 31 4.16 Kinderslot Het kinderslot dient om te voorkomen dat kinderen de inductiekookplaat per ongeluk of opzettelijk inschakelen. De bedieningselementen zijn hier geblokkeerd. Kinderslot inschakelen 1. Druk op de AAN/UIT-toets van de kookplaat (1 s.) tot de kookstand 0 verschijnt. 2. Druk direct daarna op een kookzone-indicatie en houd deze ingedrukt (ca. 3 seconden) tot het sensorveld van 0-P oplicht. 3. Meteen daarna over het volledige sensorveld van 0-P schuiven om het kinderslot te activeren. Op de indicatielampjes voor de kookstand verschijnt een L voor kinderslot, de bediening wordt gedeactiveerd en de kookplaat wordt uitgeschakeld. Kinderslot uitschakelen 4. Druk op de AAN/UIT-toets. 5. Druk direct daarna op de vermogensindicatie en houd deze ingedrukt (ca. 3 seconden) tot het sensorveld van 0-P oplicht. 6.

Meteen daarna over het volledige sensorveld van P-0 schuiven om het kinderslot te deactiveren. De L gaat uit. Opmerkingen • Bij stroomuitval wordt het kinderslot niet opgeheven. 4.17 Brugfunctie De voorste en achterste kookzones kunnen samen worden geactiveerd voor een kookproces (brugfunctie). Hierdoor is het mogelijk om grotere pannen te gebruiken. 1. Schakel de kookplaat in en plaats een pan op de te overbruggen kookzones. 2. Druk tegelijkertijd op de twee kookzonekeuzetoetsen van de voorste en achterste kookzones om de brugfunctie te activeren. De brugfunctie is ingeschakeld en de instelling van de vermogensstand achter toont de brug . De bediening wordt uitgevoerd met de instelling van de voorste vermogensstand en het sensorveld 3. Activeer de voorste en achterste kookzones gelijktijdig opnieuw of schakel de kookplaat uit om de brugfunctie uit te schakelen.

Werking NL 32 4. 18 Kookzones timer Kookzonetimers kunnen worden gebruikt om een kookzone automatisch UIT te schakelen nadat de ingestelde tijd is verstreken. Het kan worden aangepast binnen een bereik van 1 min tot 9 h 59 min. Tijdens de looptijd kan de kookzone normaal worden bediend, d. w. z. het wijzigen van de kookstand is mogelijk. Elke kookzone heeft een onafhankelijke timer, d. w. z. een individuele tijdselectie per kookzone is mogelijk. 1. Voorwaarde: De pan is op de betreffende zone geplaatst en er is een kookstand ingesteld op deze kookzone 2. Selecteer de bijbehorende kookzone. Timer-indicatiedisplays tonen “---“. Druk op de timer displays. 3. Gebruik vervolgens de plus-toets of de min-toets om de gewenste tijd in te stellen. Positie links: uur Middenpositie: elke 10 minuten Rechterpositie: elke minuut Na enkele seconden wordt de invoer overgenomen en loopt de tijd.

Het timersymbool van de kookzone licht op. De timer begint af te tellen. Als deze 0 heeft bereikt, klinkt er een signaaltoon; de timerdisplays tonen 000 en de bijbehorende kookzone wordt uitgeschakeld. Raak een willekeurige toets aan om de signaaltoon uit te schakelen. Opmerkingen • Herhaal stap 2 t/m 3 om de kookwekker voor een andere kookzone te programmeren. • Om de verstreken tijd te controleren, drukt u op het timerdisplay (als toets). De weergegeven instelling kan worden afgelezen en gewijzigd. • De timer beëindigen: Selecteer de betreffende kookzone en druk op de min-toets om de tijd (0) te wissen. • Als er meerdere kookzones met de automatische uitschakelfunctie zijn geprogrammeerd, geeft het timerdisplay altijd de kookzone met de kortste tijd aan. 4. 19 Kookwekker (eierwekker) 1. Schakel de kookplaat in. Kies geen kookzone. Het timerdisplay toont "---". 2.

Werking NL 33 4.20 Automatisch opwarmen Opwarmautomaat is een functie die het mogelijk maakt om een koude pan met volledig verwarmingsvermogen op te warmen en automatisch terug te keren naar het gewenste kookstand. De tijd dat de kookzone op vol vermogen wordt verwarmd, is afhankelijk van het geselecteerde kookstand en staat vermeld in de onderstaande tabel. Automatisch opwarmen is geschikt voor gerechten die eerst koud zijn en daarna op hoog vermogen worden opgewarmd. 1. Schakel de kookplaat in en selecteer de bijbehorende kookzone. 2. Houd de gewenste kookstand aangeraakt (1-8) en houd de selectie 3 seconden vast. 3. De automatische opwarming werkt zoals geprogrammeerd. De bijbehorende kookzone geeft A weer. Na een bepaalde tijd (zie tabel) wordt het kookproces voortgezet met de sudderstand. Opmerkingen x Het vermogen verhogen terwijl de automatische opwarming actief is, is mogelijk.

x Als u de vermogensstand verlaagt terwijl de automatische opwarming actief is, wordt de automatische opwarming gedeactiveerd. 4.21 Warmhoudstand Met de warmhoudfunctie houd u eten warm met een bepaalde temperatuur. De betreffende kookzone wordt op een lage vermogensstand gebruikt. 1. Kookgerei wordt op een kookzone geplaatst. 2. Door op de Warmen-toets te drukken, selecteert u de warmhoudstand. 3. Om de functie uit te schakelen drukt u op het sensorveld uiterst links of drukt u op de Warmen-toets De warmhoudfunctie is 120 minuten beschikbaar, daarna wordt de kookzone uitgeschakeld

Werking NL 4. 22 Vergrendeling Het slot kan worden gebruikt om de toetsbediening en kookstand-instellingen te vergrendelen. Alleen de AAN/UIT-toets kan worden gebruikt om de kookplaat uit te schakelen. Het slot activeren 1. Druk op de vergrendeltoets. De vergrendelingstoets gaat helder branden. Het slot is nu geactiveerd. Het slot uitschakelen 2. Druk op de vergrendeltoets. De vergrendeltoets zal oplichten met een gedimd licht. Het slot is nu uitgeschakeld. Opmerkingen x Om veiligheidsredenen heeft de toetsvergrendeling geen invloed op de AAN/UIT-toets. x De speciale functietoets voor de toetsvergrendelingsfunctie wordt ook niet vergrendeld om de toetsvergrendelingsfunctie weer uit te schakelen. x Toetsblokkering blijft actief als de kookplaat UIT en weer AAN wordt gezet via de AAN/UIT-toets x Een onderbreking van de voedingsspanning zal de toetsvergrendelingsfunctie annuleren 4.

23 Power boost De powerboost-stand maakt extra vermogen beschikbaar voor inductiekookzones. Een grote hoeveelheid water kan zeer snel aan de kook worden gebracht. 1. Schakel de kookplaat in. Gebruik de vermogeninstelling display (als toets) om een kookzone te selecteren. De stand-by-stip van de geselecteerde kookzone gaat branden. 2. Raak het P-symbool in het schuifgebied aan. De booster voor de geselecteerde kookzone wordt geactiveerd. Op het display van de kookzone verschijnt een “P”. 3. De Power Boost-functie wordt na 5 minuten automatisch gedeactiveerd. Houd er rekening mee dat: Druk op de sensorveldglijder om de powerboost voortijdig uit te schakelen. 4. 24 Stroombeheer Twee kookzones (d. w. z.

linksvoor + linksachter of rechtsvoor + rechtsachter) bestaan om technische redenen altijd uit een module en hebben een maximale vermogensstand om overbelasting van de netaansluiting te voorkomen. Het vermogensbeheer geeft prioriteit, d. w. z.

Werking NL 4. 25 Grillfunctie Gebruik de grillfunctie met de door ons aanbevolen grillplaat voor inductie. 1. Schakel de kookplaat in en plaats de grillplaat. 2. Gebruik het voorste vermogensdisplay (als toets) om een kookzone te selecteren. De stand-by-stip van de geselecteerde kookzone gaat branden. 3. Druk op de Grill-toets om de grillfunctie te activeren. De voorste en achterste kookzones worden samen geschakeld. 4. Selecteer de gewenste kookstand met behulp van het schuifgebied. Plaats het te grillen voedsel. Stand 1 - 3 voor groenten Stand 4 - 6 voor vis Stand 7 - 9 voor vlees 5. Om de grillfunctie uit te schakelen, drukt u op de Grill-toets of schakelt u de kookplaat uit. Opmerkingen • Gebruik het apparaat nooit zonder toezicht. • Stel de vermogensstanden in zoals u dat wilt. 4.

26 Gebruikersmenu Het gebruikersmenu is bedoeld voor de eindklant om de Touch Control aan te passen aan zijn persoonlijke behoeften. De beschikbare items worden beschreven in de onderstaande tabel. 1. Voorwaarde: de kookplaat is uitgeschakeld. Raak de AAN/UIT-toets aan om de aanraakbediening in te schakelen. Raak de AAN/UIT-toets binnen 3 seconden opnieuw aan om de Touch Control weer in de standby-modus te zetten. 2. Pauzetoets begint te pulseren (maximaal 60 sec). Daarna wordt het menu automatisch verlaten. 3. Houd de pulserende pauzetoets ingedrukt en druk op alle kookzones met de klok mee zoals afgebeeld, te beginnen met de kookzone linksvoor. Gebruikersmenu is actief. Het kookzonedisplay linksachter toont het geselecteerde gebruikersmenugedeelte. 4. Selecteer met de glijder het menu-item dat u wilt weergeven/wijzigen.

De waarde voor het geselecteerde item wordt weergegeven op het kookzonedisplay linksvoor 5. Om de waarde van het menu-item te wijzigen, selecteert u de waarde van het menu-item door de kookzone linksvoor aan te raken. De geselecteerde waarde van het menu-item wordt weergegeven met volledige helderheid; de andere displays zijn gedimd.

36 Werking NL Item Betekenis Wijzigbaar Waarde FormaOpmerkingen U2 Volume voor toetstonen Ja 0…3 Aanpassing van het volume voor toetstonen 0: geen toetstonen 1: min. volume 2: gem. volume 3: max. volume Opmerkingen: Om normatieve redenen kunnen toetstonen voor het AAN en UIT schakelen niet worden uitgeschakeld. Ze worden uitgezonden met het laatste volumeniveau dat is ingesteld voordat de toetstonen zijn uitgeschakeld. Tonen voor fouten worden altijd uitgezonden met max. volume (instelling 3) en kunnen niet worden U3 Volume voor signaaltonen Ja 0…3 Instelling van het volume voor signaaltonen (bijv. wanneer de timer afloopt) 0: min. volume ... 3: max. volume U4 Displayhelderheid Ja 0…9 Instelling van de helderheid voor het display 0: Maximaal helderheid .... 9: Min.

helderheid U5 Timer animatie Ja 0…1 0: Geen Timer animatie 1: Timer wordt 10 minuten voor het verstrijken geanimeerd U6 Permanente pandetectie Ja 0…1 0: permanente pandetectie niet actief 1: Permanente pandetectie actief U7 Gedrag wanneer de timer is Ja 0…2 0: Signaaltoon gedurende 120 sec 1: Signaaltoon gedurende 10 sec 2: Geen toon De gedeelten van het gebruikersmenu die niet in de bovenstaande tabel worden genoemd, zijn fabrieksinstellingen. Wijzig ze niet.

37 Reiniging en onderhoud NL 5 Reiniging en onderhoud • Schakel de kookplaat uit en laat hem afkoelen voordat u hem schoonmaakt. • Reinig de glaskeramische kookplaat nooit met een stoomreiniger of iets dergelijks. • Zorg er bij het schoonmaken voor dat u slechts licht over de AAN/UIT-toets veegt. Anders kan de kookplaat per ongeluk worden ingeschakeld. 5. 1 Glaskeramische kookplaat Belangrijk. Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen zoals ruw schuurmiddel, schurende pannenreinigers, roest- en vlekverwijderaars etc. Schoonmaken na gebruik 1. Maak altijd de hele kookplaat schoon als deze vuil is geworden. Het wordt aanbevolen dit elke keer te doen wanneer de kookplaat wordt gebruikt. Gebruik voor het reinigen een vochtige doek en een beetje afwasmiddel.

Droog de kookplaat vervolgens af met een schone, droge doek om er zeker van te zijn dat er geen schoonmaakmiddel op het oppervlak van de kookplaat achterblijft. Wekelijkse schoonmaak 2. Reinig de gehele kookplaat eenmaal per week grondig met in de handel verkrijgbare reinigingsmiddelen voor glaskeramiek. Volg de instructies van de fabrikant zorgvuldig op. Wanneer het reinigingsmiddel wordt aangebracht, bedekt het de kookplaat met een beschermende film die bestand is tegen water en vuil. Al het vuil blijft op de folie achter en kan daarna eenvoudig worden verwijderd. Wrijf de kookplaat daarna droog met een schone doek. Zorg ervoor dat er geen reinigingsmiddel op het oppervlak van de kookplaat achterblijft, aangezien dit agressief zal reageren als de kookplaat wordt opgewarmd en het oppervlak zal veranderen. 5.

2 Specifieke vervuiling Sterke vervuiling en vlekken (kalkaanslag en glanzende, parelmoerachtige vlekken) kunnen het beste worden verwijderd als de kookplaat nog een beetje warm is. Gebruik in de handel verkrijgbare reinigingsmiddelen om de kookplaat schoon te maken. Ga verder zoals beschreven onder punt 2.

Laat gekookt voedsel eerst weken met een natte doek en verwijder vervolgens de resterende vervuiling met een speciaal glazen schraper voor keramische kookzones. Maak de kookplaat daarna weer schoon zoals beschreven bij artikel 2. Verbrande suiker en gesmolten plastic moeten onmiddellijk, als ze nog heet zijn, worden verwijderd met een glasschraper. Maak de kookplaat daarna weer schoon zoals beschreven bij artikel 2. Zandkorrels die op de kookplaat terecht komen wanneer u aardappelen schilt of sla schoonmaakt, kunnen het oppervlak van de kookplaat krassen wanneer u pannen verplaatst. Zorg ervoor dat er geen zandkorrels op de kookplaat achterblijven. Veranderingen in de kleur van het keramische oppervlak hebben geen invloed op de functie en stabiliteit van het glaskeramiek.

Deze kleurveranderingen zijn geen veranderingen in het materiaal, maar voedselresten die niet zijn verwijderd en die in het oppervlak zijn ingebrand. Glimmende plekken ontstaan wanneer de bodem van het kookgerei over het oppervlak van de kookplaat wrijft, vooral bij gebruik van kookgerei met een aluminium bodem of ongeschikte reinigingsmiddelen. Ze zijn moeilijk te verwijderen met gewone reinigingsmiddelen. Mogelijk moet u het reinigingsproces meerdere keren herhalen. Na verloop van tijd zal de decoratie slijten en zullen er donkere vlekken ontstaan als gevolg van het gebruik van agressieve schoonmaakmiddelen en defecte pannenbodems.

38 6 Probleemoplossing Probleemoplossing NL Foutcode E2 wordt aangegeven. Interferentie met en reparaties aan het apparaat door ongekwalificeerde personen zijn gevaarlijk omdat deze kunnen leiden tot een elektrische schok of een kortsluiting. U mag het apparaat niet modificeren of proberen te repareren; dit kan persoonlijk letsel en schade aan het apparaat veroorzaken. Laat dergelijke werkzaamheden altijd uitvoeren door een deskundige, bijv. een monteur van de klantenservice. Houd er rekening mee dat: Als uw apparaat niet goed werkt, controleer dan of u het probleem zelf kunt verhelpen door deze gebruiksaanwijzing te raadplegen. Sommige problemen kunt u wellicht zelf verhelpen. Ze worden hieronder beschreven. De zekeringen slaan regelmatig door. Neem contact op met een technische klantenservice of een elektricien. Heeft de kookplaat scheuren of barsten.

Er is een risico van elektrische schokken als de glaskeramische kookplaat breuken, barsten, scheuren of andere beschadigingen krijgt. Schakel het apparaat onmiddellijk uit. Koppel de zekering onmiddellijk los en bel de klantenservice. Kunt u de inductiekookplaat niet aanzetten. • Is er een zekering doorgeslagen in het bedradingssysteem (zekeringenkast) in huis. • Is de kookplaat aangesloten op het lichtnet. • Is het kinderslot geactiveerd, d. w. z. toont het display een “L”. • Zijn de sensortoetsen gedeeltelijk bedekt met een vochtige doek,. vloeistof of een metalen voorwerp. Dan moet u dit herstellen. • Gebruikt u ongeschikt kookgerei. Zie het gedeelte over Kookgerei voor inductiekookplaten. • Controleer of de wateropvangbak ontbreekt of verkeerd is bevestigd. De kookplaat of een kookzone is plotseling uitgeschakeld • Hebt u per ongeluk op de AAN/UIT-toets gedrukt.

• Zijn de sensortoetsen gedeeltelijk bedekt met een vochtige doek, vloeistof of een metalen voorwerp. Er klinkt kort een zoemer. Na enkele seconden schakelt het apparaat uit.

Verwijder het voorwerp dat zich voor de sensortoetsen bevindt. • Is de veiligheidsuitschakeling geactiveerd, d. w. z. is een vermogensstand langer dan een bepaalde tijd onveranderd gebruikt. Zie het gedeelte over de gebruiksduurlimiet. Het pan-teken verschijnt. • Er is een kookzone ingeschakeld en de kookplaat verwacht dat er een geschikte pot of pan op de kookzone wordt geplaatst (panherkenning). Pas als er een pan op de kookzone is geplaatst, wordt er stroom geleverd. Het pan-teken verschijnt nog steeds, ook al is er een pot of pan op de kookplaat geplaatst. • Het kookgerei is niet geschikt voor inductiekoken of de pot of pan is te klein. LED-indicatie voor kookstanden en restwarmte-indicatie H brandt niet of slechts gedeeltelijk. • Display defect. Bel de klantenservice. Verbrandingsgevaar, omdat de temperatuurwaarschuwing niet gegarandeerd is.

Het symbool of ER03 knippert en er klinkt een in de tijd beperkt continu signaal. • Overgekookt voedsel, kookgerei of andere items zorgen ervoor dat de touch control sensortoetsen consistent in werking worden gehouden. Remedie: oppervlak reinigen of voorwerp verwijderern. Om het symbool te wissen drukt u op dezelfde toets of schakelt u de kookplaat uit en weer in. De elektronische unit is te heet. Controleer de installatie van de kookplaat. Zorg voor voldoende ventilatie. Zie het hoofdstuk over “Bescherming tegen oververhitting”. Verwarm geen lege pannen en gebruik het juiste kookgerei. Foutcode E8 wordt aangegeven. • Storing in de linker of rechter kookplaatventilator. De aanzuigopening is verstopt of afgedekt of de ventilator is defect. • Controleer de installatie van de kookplaat. Zorg voor voldoende ventilatie. Geen indicatie, geen functie. De kookplaat is verkeerd aangesloten.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Opera Fonda 800 DFO80B1 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden