Olimpia Splendid NEXYA S5 E Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Olimpia Splendid NEXYA S5 E (340 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 29 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Olimpia Splendid NEXYA S5 E of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Olimpia Splendid |
| Categorie: | Airco |
| Model: | NEXYA S5 E |
Handleiding Olimpia Splendid NEXYA S5 E – volledige tekst
NLPTFRENITISTRUZIONI PER USO E MANUTENZIONEINSTRUCTION FOR USE AND MAINTENANCEMODE D’EMPLOI ET D’ENTRETIENHINWEISE FÜR DIE VERWENDUNG UND PFLEGEINSTRUCCIONES PARA EL USO Y EL MANTENIMIENTOMANUAL DE INSTALAÇÃÕ INSTRUÇÕES DE USO E MANUTENÇÃÕAANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATIE, HET GEBRUIK EN HET ONDERHOUDESDENEXYA S5 ECASSETTE
Pagina 4 Veiligheidsmaatregelen Veiligheidsmaatregelen Lees de veiligheidsmaatregelen voor gebruik en installatie Onjuiste installatie door het negeren van instructies kan ernstige schade of letsel veroorzaken. De ernst van potentiële schade of letsel wordt geclassificeerd als WAARSCHUWING of VOORZICHTIG. WAARSCHUWING VOORZICHTIG Dit symbool geeft de mogelijkheid van persoonlijk letsel of verlies van levens aan. Dit symbool geeft de mogelijkheid van materiële schade of ernstige gevolgen aan. WAARSCHUWING Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en personen met verminderde fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of een gebrek aan ervaring en kennis, indien zij op een veilige manier toezicht hebben gehouden op of instructies hebben gekregen over het gebruik van het apparaat en de risico's in kwestie begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en onderhoud door de gebruiker mag niet door kinderen worden uitgevoerd zonder toezicht (EN Standaardvoorschriften). Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (met inbegrip van kinderen) met beperkte fysieke, zintuiglijke of geestelijke vermogens, of een gebrek aan ervaring en kennis, tenzij zij toezicht of instructies hebben gekregen over het gebruik van het apparaat door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen moeten onder toezicht staan om ervoor te zorgen dat ze niet met het apparaat spelen. WAARSCHUWINGEN VOOR HET GEBRUIK VAN HET PRODUCT • Als er een abnormale situatie ontstaat (zoals een brandende geur), schakel het apparaat dan onmiddellijk uit en trek de stekkeruit het stopcontact. Bel uw dealer voor instructies om elektrische schokken, brand of letsel te voorkomen.
Dit kan brand of verbrandingveroorzaken. • Gebruik de airconditioner niet op plaatsen in de buurt van of in de buurt van brandbare gassen. Uitgestoten gas kan zich rondhet apparaat verzamelen en een explosie veroorzaken. • Gebruik de airconditioner niet in een natte ruimte zoals een badkamer of wasruimte. Te veel blootstelling aan water kan leidentot kortsluiting van elektrische componenten. • Stel uw lichaam niet rechtstreeks bloot aan koele lucht voor een langere periode. • Laat kinderen niet met de airconditioner spelen. Kinderen moeten te allen tijde onder toezicht staan in de buurt van hetapparaat. • Als de airconditioner samen met branders of andere verwarmingstoestellen wordt gebruikt, moet de ruimte grondig wordengeventileerd om zuurstofgebrek te voorkomen. • In bepaalde functionele omgevingen, zoals keukens, serverruimtes, enz.
Pagina 5 Veiligheidsmaatregelen WAARSCHUWINGEN VOOR REINIGING EN ONDERHOUD• Schakel het apparaat uit en ontkoppel de stroomtoevoer voordat u het reinigt. Als u dit niet doet, kan dit een elektrische schokveroorzaken. • Reinig de airconditioner niet met te veel water. • Reinig de airconditioner niet met brandbare reinigingsmiddelen. Brandbare reinigingsmiddelen kunnen brand of vervormingveroorzaken. VOORZICHTIG • Schakel de airconditioner uit en schakel de stroomtoevoer uit als u gaan het niet voor een lange tijd gebruiken. • Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact tijdens stormen. • Zorg ervoor dat watercondensatie ongehinderd uit het apparaat kan lopen. • Bedien de airconditioner niet met natte handen. Dit kan een elektrische schok veroorzaken. • Gebruik het apparaat niet voor andere doeleinden dan waarvoor het bestemd is gebruik.
• Klim niet op de buitenunit en plaats er geen voorwerpen op. • Laat de airconditioner niet langdurig werken met geopende deuren of ramen of als de luchtvochtigheid zeer hoog is. ELEKTRISCHE WAARSCHUWINGEN • Gebruik alleen het gespecificeerde netsnoer. Als het netsnoer beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant, zijnservicemedewerker of vergelijkbare gekwalificeerde personen om gevaar te voorkomen. • Houd de netstekker schoon. Verwijder stof of vuil dat zich op of rond de stekker ophoopt. Vuile stekkers kunnen brand of eenelektrische schok veroorzaken. • Trek niet aan het netsnoer om de stekker uit het stopcontact te halen. Houd de stekker stevig vast en trek hem uit hetstopcontact. Rechtstreeks aan het snoer trekken kan het beschadigen, wat kan leiden tot brand of elektrische schokken.
• Wijzig de lengte van het netsnoer niet en gebruik geen verlengsnoer om het apparaat van stroom te voorzien. • Deel het stopcontact niet met andere apparaten. Onjuiste of onvoldoende stroomvoorziening kan brand of een elektrischeschok veroorzaken.
• Het product moet op het moment van installatie goed geaard zijn, anders kan er een elektrische schok optreden. • Volg voor alle elektrische werkzaamheden alle lokale en nationale bedradingsnormen, voorschriften en deinstallatiehandleiding. Sluit de kabels stevig aan en klem ze stevig vast om te voorkomen dat externe krachten de klembeschadigen. Onjuiste elektrische aansluitingen kunnen oververhit raken en brand veroorzaken, en kunnen ook schokkenveroorzaken. Alle elektrische aansluitingen moeten worden gemaakt volgens het Elektrische Aansluitschema dat zich op depanelen van de binnen- en buitenunits bevindt. • Alle bedrading moet op de juiste manier worden aangebracht om ervoor te zorgen dat het deksel van de besturingskaart goedkan sluiten.
Als het deksel van de besturingskaart niet goed gesloten is, kan dit leiden tot corrosie en kunnen de aansluitpuntenop de klem opwarmen, vlam vatten of elektrische schokken veroorzaken. • Als de stroom wordt aangesloten op vaste bedrading, moet een alle polen omvattende ontkoppelinrichting met een vrije ruimtevan minstens 3 mm in alle polen en een lekstroom die hoger kan zijn dan 10 mA, de aardlekschakelaar (RCD) met eennominale aardlekstroom die niet hoger is dan 30 mA, en de ontkoppeling worden opgenomen in de vaste bedrading volgens debedradingsregels. NEEM NOTA VAN DE SPECIFICATIES VAN DE ZEKERINGEN De printplaat van de airconditioner is voorzien van een zekering voor overstroombeveiliging. De specificaties van de zekering zijn afgedrukt op de printplaat, zoals : T3,15A/250VAC, T5A/250VAC, enz.
Pagina 6 Veiligheidsmaatregelen WAARSCHUWINGEN VOOR DE INSTALLATIE VAN HET PRODUCT 1. De installatie moet worden uitgevoerd door een geautoriseerde dealer of specialist. Een defecte installatie kan leiden totwaterlekkage, elektrische schokken of brand. 2. De installatie moet worden uitgevoerd volgens de installatie-instructies. Onjuiste installatie kan waterlekkage, elektrischeschokken of brand veroorzaken. 3. Neem contact op met een geautoriseerde servicetechnicus voor reparatie of onderhoud van dit apparaat. Dit apparaat moetworden geïnstalleerd in overeenstemming met de nationale bedradingsvoorschriften. 4. Gebruik voor de installatie alleen de meegeleverde accessoires, onderdelen en gespecificeerde onderdelen. Het gebruik vanniet-standaard onderdelen kan leiden tot waterlekkage, elektrische schokken, brand en kan het apparaat doen falen. 5.
Installeer het apparaat op een stevige plaats die het gewicht van het apparaat kan dragen. Als de gekozen locatie het gewichtvan de unit niet kan dragen, of als de installatie niet goed wordt uitgevoerd, kan de unit vallen en ernstig letsel en schadeveroorzaken. 6. Installeer de afvoerleidingen volgens de instructies in deze handleiding. Onjuiste afvoer kan leiden tot waterschade aan uw huisen eigendommen. 7. Bij apparaten met een elektrische hulpverwarming mag het apparaat niet binnen 1 meter (3 voet) van brandbare materialenworden geïnstalleerd. 8. Installeer het toestel niet op een plaats waar het blootgesteld kan worden aan brandbare gassen. Als er zich brandbaar gasophoopt rond het toestel, kan dit brand veroorzaken. 9. Schakel de stroom niet in voordat alle werkzaamheden zijn voltooid. 10.
Raadpleeg bij het verplaatsen of verplaatsen van de airconditioner ervaren servicetechnici voor het loskoppelen en opnieuwinstalleren van het apparaat. 11. Hoe u het apparaat op zijn steun installeert, leest u de informatie voor details in de hoofdstukken "installatie binnenunit" en"installatie buitenunit". 1.
Deze airco-eenheid bevat gefluoreerde broeikasgassen. Voor specifieke informatie over het type gas en de hoeveelheid,verwijzen wij u naar het desbetreffende etiket op de unit zelf of naar de "Gebruiksaanwijzing - Productfiche" in de verpakkingvan de buitenunit (Alleen producten uit de Europese). 2. Installatie, service, onderhoud en reparatie van deze unit moeten worden uitgevoerd door een gecertificeerde technicus. 3. Het verwijderen en recyclen van het product moet worden uitgevoerd door een gecertificeerde technicus. 4. Voor apparatuur die gefluoreerde broeikasgassen bevat in hoeveelheden van 5 ton CO2-equivalent of meer, maar van minderdan 50 ton CO2-equivalent, moet het systeem, indien het een lekdetectiesysteem heeft geïnstalleerd, ten minste om de 24maanden worden gecontroleerd op lekkage. 5.
Wanneer het apparaat op lekken wordt gecontroleerd, wordt een goede registratie van alle controles ten zeerste aanbevolen. Opmerking over Gefluoreerde gassen.
Pagina 7 Veiligheidsmaatregelen WAARSCHUWING voor het gebruik van R32/R290 Koelmiddel • Bij gebruik van brandbaar koudemiddel moet het apparaat in een goed geventileerde ruimte worden opgeslagen, waar degrootte van de ruimte overeenkomt met die van de ruimte die voor het gebruik ervan nodig is.Voor de R32 koelmiddelmodellen:Het apparaat moet worden geïnstalleerd, bediend en opgeslagen in een ruimte met een vloeroppervlak van meer dan X m2.
Hetapparaat mag niet in een onbemeste ruimte worden geïnstalleerd, indien deze ruimte kleiner is dan X m2 (Zie het volgendeformulier).Model (Btu/h) Hoeveelheid te laden koelmiddel (kg) Installatiehoogte Minimale oppervlakte van de kamer (m2) Europese richtlijnen voor afvalverwijdering Deze markering op het product of in de literatuur geeft aan dat afgedankte elektrische en elektronische apparatuur niet met het algemene huishoudelijke afval mag worden vermengd. Correcte verwijdering van dit product (Afval van elektrische en elektronische apparatuur) Dit apparaat bevat koelmiddel en andere potentieel gevaarlijke stoffen. Bij het afvoeren van dit apparaat vereist de wet een speciale inzameling en verwerking. Gooi dit product niet weg als huishoudelijk afval of ongesorteerd huishoudelijk afval.
Bij het afvoeren van dit apparaat heeft u de volgende mogelijkheden: • Voer het apparaat af bij de daarvoor bestemde gemeentelijke inzamelpunten voor elektronisch afval.• Bij aankoop van een nieuw apparaat neemt de verkoper het oude apparaat gratis terug.• De fabrikant neemt het oude apparaat gratis terug.• Verkoop het apparaat aan gecertificeerde schroothandelaren.Speciaal bericht Het weggooien van dit apparaat in het bos of in een andere natuurlijke omgeving brengt uw gezondheid in gevaar en is slecht voor het milieu. Gevaarlijke stoffen kunnen in het grondwater en in de voedselketen terechtkomen. 12000 ≤1,11 2,2m 1 18000 ≤1,65 2,2m 2 24000 ≤2,58 2,2m 5 36000 ≤3,84 2,2m 10 48000 ≤4,24 2,2m 12
Pagina 8 Specificaties en kenmerken Specificaties en kenmerken van de eenheid Weergave van de binnenunit OPMERKING: Verschillende modellen hebben een verschillend display. Niet alle hieronder beschreven indicatoren zijn beschikbaar voor de airconditioner die u hebt aangeschaft. Controleer het display van het apparaat dat u hebt gekocht. De afbeeldingen in deze handleiding dienen ter verduidelijking. De werkelijke vorm van uw binnenunit kan enigszins afwijken. De werkelijke vorm heeft de overhand. Dit displaypaneel op de binnenunit kan worden gebruikt om het toestel te bedienen als de afstandsbediening verkeerd is geplaatst of als de batterijen leeg zijn. De Cassette 24k units kunnen geconfigureerd worden in de Twins System modus.
Pagina 9 Specificaties en kenmerken van de eenheid • HANDMATIGE knop : Met deze toets selecteert u de modus in de volgende volgorde: AUTO, VOLG ME FUNCTIE, UIT.VOLG ME FUNCTIE-modus: In de modus VOLG ME FUNCTIE knippert het operatielampje. Het systeem schakelt danover op AUTO nadat het gedurende 30 minuten met een hoge windsnelheid is afgekoeld.
De afstandsbediening wordt tijdensdeze handeling uitgeschakeld.UIT-stand : Wanneer het display wordt uitgeschakeld, wordt het apparaat uitgeschakeld en wordt de afstandsbedieningopnieuw ingeschakeld.Display Display Louver Luchtuitlaat Luchtinlaat Luchtuitlaat Louver Luchtinlaat LED-display Infrarood ontvanger Handmatige knop Verrichtingsindicator Alarmindicator PRE-DEF-indicator (voorverwarmen/ontdooien) Elektrische verwarmingsindicator (sommige modellen) led-display Timerindicator Verrichtingsindicator Alarmindicator Wanneer de draadloze besturingsfunctie is geactiveerd (sommige modellen) PRE-DEF-indicator(voorverwarmen/ontdooien) Timerindicator
Pagina 10 Specificaties en kenmerken van de eenheid Bedrijfstemperatuur Wanneer uw airconditioner buiten de volgende temperatuurbereiken wordt gebruikt, kunnen bepaalde veiligheidsvoorzieningen worden geactiveerd en het apparaat uitschakelen. Omvormer Gesplitste Type KOELMODUSVERWARMENDE modusDroogstandKamertemperatuur Buitentemperatuur -15°C - 24°C 0°C - 50°C -15°C - 50°C(Voor modellen met lage temperaturen). 0°C - 52°C (Voor speciale tropische modellen) 0°C - 52°C (Voor speciale tropische modellen) Type met vaste snelheid KOELMODUS VERWARMENDE modus Droogstand Kamertemperatuur 16°C-32°C 10°C-32°C Buitentemperatuur 18°C-43°C -7°C-24°C11°C-43°C -7°C-43°C (Voormodellen metlage-temperatuur-koelsystemen) 18°C-43°C 18°C-52°C (Voor speciale tropische modellen) 18°C-52°C (Voor speciale tropische modellen) OPMERKING: De relatieve luchtvochtigheid in de kamer is minder dan 80%.
Pagina 11 Specificaties en kenmerken van de eenheid Andere kenmerken Standaardinstelling Wanneer de airconditioner na een stroomstoring opnieuw opstart, zal deze standaard op de fabrieksinstellingen (AUTO-modus, AUTO-ventilator, 24°C (76°F)) worden ingesteld. Dit kan leiden tot inconsistenties op de afstandsbediening en het paneel van de unit. Gebruik uw afstandsbediening om de status bij te werken. Auto-Restart (sommige modellen) In geval van een stroomstoring zal het systeem onmiddellijk stoppen. Wanneer de stroom terugkeert, zal het bedieningslampje op de binnenunit knipperen. Om het apparaat opnieuw te starten, drukt u op de AAN/UIT-knop van deafstandsbediening. Als het systeem een automatische herstartfunctie heeft, zal het apparaat opnieuw starten met dezelfde instellingen.
Drie minuten beveiliging (sommige modellen) Een beveiligingsfunctie voorkomt dat de airconditioner gedurende ongeveer 3 minuten wordt geactiveerd wanneer deze direct na gebruik opnieuw wordt opgestart. Jaloeziehoekgeheugenfunctie (sommige modellen) Sommige modellen zijn ontworpen met een jaloeziehoekgeheugenfunctie. Wanneer het toestel na een stroomonderbreking opnieuw opstart, zal de hoek van de horizontale jaloezieën automatisch terugkeren naar de vorige positie. De hoek van de horizontale jaloezie mag niet te klein zijn, omdat er zich condens kan vormen en in het apparaat kan druppelen. Om de jaloezie te resetten, drukt u op de handknop, waarmee de horizontale jaloezie-instellingen worden gereset. Koelmiddel lekdetectiesysteem (sommige modellen) In het geval van een koudemiddellek zal de LED DISPLAY de foutcode van het koudemiddellek weergeven en zal het LED-indicatielampje knipperen.
Pagina 12 Verzorging en Onderhoud Verzorging en Onderhoud Uw binnenunit reinigen VOOR REINIGING OF ONDERHOUD SCHAKEL UW AIRCONDITIONERSYSTEEM ALTIJD UIT EN SCHAKEL DE STROOMTOEVOER UIT VOORDAT U HET SYSTEEM REINIGT OF ONDERHOUDT. VOORZICHTIG Gebruik alleen een zachte, droge doek om het apparaat schoon te maken. Als het apparaat bijzonder vuil is, kunt u een in warm water gedrenkte doek gebruiken om het schoon te vegen. • Gebruik geen chemicaliën of chemisch behandeldedoeken om het apparaat te reinigen. • Gebruik geen benzeen, verfverdunner, polijstpoeder ofandere oplosmiddelen om het apparaat te reinigen. Zekunnen het plastic oppervlak doen barsten of vervormen. • Gebruik geen water dat warmer is dan 40°C (104°F) omhet te reinigen. Hierdoor kan het paneel vervormen ofverkleuren.
Uw luchtfilter reinigen Een verstopte airconditioner kan de koelefficiëntie van uw toestel verminderen en kan ook slecht zijn voor uw gezondheid. Zorg ervoor dat u het filter eens in de twee weken reinigt. WAARSCHUWING: NIET VERWIJDEREN OF REINIG HET FILTER ZELF Het verwijderen en reinigen van het filter kan gevaarlijk zijn. Verwijdering en onderhoud moeten worden uitgevoerd door een gecertificeerde technicus. 1. Verwijder het luchtfilter. 2. Reinig het luchtfilter door het oppervlak te stofzuigen of tewassen in warm water met een mild reinigingsmiddel. 3. Spoel het filter met schoon water en laat het aan de luchtdrogen. Laat het filter NIET in direct zonlicht drogen. 4. Monteer het filter opnieuw. Bij gebruik van water moet de inlaatzijde naar beneden gericht zijn en uit de buurt van de waterstroom. Als u een stofzuiger gebruikt, moet de inlaatzijde naar de stofzuiger wijzen.
VOORZICHTIG • Voordat u het filter vervangt of reinigt, dient u hetapparaat uit te schakelen en de stroomtoevoer teonderbreken. • Raak bij het verwijderen van het filter geen metalenonderdelen in het apparaat aan. De scherpe metalenranden kunnen u snijden.
• Gebruik geen water om de binnenkant van de binnenunitte reinigen. Dit kan de isolatie vernielen en elektrischeschokken veroorzaken. • Stel de filter niet bloot aan direct zonlicht tijdens hetdrogen. Dit kan de filter doen krimpen. VOORZICHTIG • Onderhoud en reiniging van de buitenunit moet wordenuitgevoerd door een geautoriseerde dealer of een erkendservicebedrijf. • Reparaties aan het apparaat moeten worden uitgevoerddoor een erkende dealer of een erkend servicebedrijf.
Pagina 13 Verzorging en Onderhoud Onderhoud - Lange periodes van niet-gebruik Als u van plan bent uw airconditioner voor langere tijd niet te gebruiken, doe dan het volgende: Reinig alle filters Zet de FAN-functie aan totdat het apparaat volledig is uitgedroogd. Draai het toestel en ontkoppel de stroomtoevoer Verwijder de batterijen uit de afstandsbediening Onderhoud - Pre-Season Inspection Doe na lange periodes van niet-gebruik, of voor periodes van frequent gebruik, het volgende: Controleer op beschadigde draden Reinig alle filters Controleren op lekkages Vervang de batterijen Zorg ervoor dat niets alle luchtinlaten en -uitlaten blokkeert.
Pagina 14 Problemen oplossen Problemen oplossen VEILIGHEIDSMAATREGELEN Als een van de volgende omstandigheden zich voordoet, schakel uw toestel dan onmiddellijk uit. • Het netsnoer is beschadigd of abnormaal warm. • Je ruikt een brandende geur• Het apparaat zendt luide of abnormale geluiden uit. • Een zekering gaat kapot of de stroomonderbreker gaat vaak kapot. • Water of andere voorwerpen vallen in of uit het apparaatPROBEER DEZE NIET ZELF TE REPAREREN. NEEM ONMIDDELLIJK CONTACT OP MET EENGEAUTORISEERDE DIENSTVERLENER. Veelvoorkomende problemen De volgende problemen zijn geen storing en hoeven in de meeste situaties niet te worden gerepareerd. Uitgifte Mogelijke oorzaken Het apparaat gaat niet aan als u op de AAN/UIT-knop drukt. De unit heeft een 3-minuten beveiliging die voorkomt dat de unit overbelast wordt.
De unit kan niet binnen drie minuten na uitschakeling opnieuw worden opgestart. Koel- en verwarmingsmodellen: Als het operatielampje en de PRE-DEF-indicator (voorverwarmen/ontdooien) branden, is de buitentemperatuur te koud en wordt de antikoudewind van het apparaat geactiveerd om het apparaat te ontdooien. Bij modellen met alleen koelen: Als de indicator "Alleen koelen" brandt, is de buitentemperatuur te koud en wordt de antivriesbeveiliging van het apparaat geactiveerd om het apparaat te ontdooien. Het apparaat schakelt over van de KOEL/VERWARMENDE modus naar de VENTILATOR modus. Het apparaat kan zijn instelling wijzigen om te voorkomen dat er zich vorst op het apparaat vormt. Zodra de temperatuur stijgt, zal het apparaat weer in de eerder geselecteerde modus gaan werken. De ingestelde temperatuur is bereikt, op welk punt de unit de compressor uitschakelt.
Wanneer het apparaat na het ontdooien opnieuw in de VERWARMEN-modus start, kan er witte nevel vrijkomen als gevolg van het vocht dat tijdens het ontdooiproces wordt gegenereerd. De binnenunit maakt geluiden Bij het terugzetten van de jaloezie kan er een ruisend luchtgeluid optreden. Er is een piepend geluid te horen wanneer het systeem UIT staat of in de KOELEN-stand staat. Het geluid is ook te horen wanneer de afvoerpomp (optioneel) in werking is. Er kan een piepend geluid optreden nadat de unit in de VERWARMEN-stand heeft gedraaid als gevolg van uitzetting en inkrimping van de kunststof onderdelen van de unit. Zowel de binnenunit als de buitenunit maken lawaai. Laag sissend geluid tijdens het gebruik: Dit is normaal en wordt veroorzaakt door koelgas dat door zowel binnen- als buitenunits stroomt.
Laag sissend geluid wanneer het systeem start, net is gestopt met draaien, of aan het ontdooien is: Dit geluid is normaal en wordt veroorzaakt doordat het koelgas stopt of van richting verandert. Piepend geluid: Normale uitzetting en inkrimping van kunststof en metalen onderdelen, veroorzaakt door temperatuurveranderingen tijdens het gebruik, kan piepende geluiden veroorzaken.
Pagina 15 Problemen oplossen Uitgifte Mogelijke oorzaken De buitenunit maakt geluiden Het apparaat maakt verschillende geluiden op basis van de huidige bedrijfsmodus. Er wordt stof uitgestoten door de binnen- of buitenunit. Het apparaat kan tijdens langere perioden van niet-gebruik stof ophopen, dat bij het inschakelen van het apparaat wordt uitgestoten. Dit kan worden beperkt door het apparaat gedurende lange perioden van inactiviteit af te dekken. Het apparaat geeft een slechte geur af Het apparaat kan geuren uit de omgeving absorberen (zoals meubilair, koken, sigaretten, enz. ) die tijdens de werkzaamheden vrijkomen. De filters van het apparaat zijn beschimmeld en moeten worden gereinigd. De ventilator van de buitenunit werkt niet Tijdens de werking wordt de ventilatorsnelheid geregeld om de werking van het product te optimaliseren.
OPMERKING: Als het probleem aanhoudt, neem dan contact op met een lokale dealer of met de dichtstbijzijnde klantenservice. Geef hen een gedetailleerde beschrijving van de storing van het apparaat en uw modelnummer. Problemen oplossen Als er problemen optreden, controleer dan de volgende punten voordat u contact opneemt met een reparatiebedrijf. Probleem Mogelijke oorzaken Oplossing Slechte koelprestaties Temperatuurinstelling kan hoger zijn dan de omgevingstemperatuur in de kamer. Verlaag de temperatuurinstelling De warmtewisselaar op de binnen- of buitenunit is vuil. Reinig de aangetaste warmtewisselaar Het luchtfilter is vuil Verwijder het filter en reinig het volgens de instructies De luchtinlaat of -uitlaat van beide apparaten is geblokkeerd. Zet het apparaat uit, verwijder de obstructie en zet het weer aan.
Deuren en ramen staan open Zorg ervoor dat alle deuren en ramen gesloten zijn terwijl u het apparaat bedient. Overmatige warmte wordt opgewekt door het zonlicht Sluit ramen en gordijnen tijdens periodes van hoge hitte of felle zonneschijn Te veel warmtebronnen in de ruimte (mensen, computers, elektronica, etc.
Pagina 16 Problemen oplossen Probleem Mogelijke oorzaken Oplossing Het apparaat werkt niet Stroomuitval Wacht tot de stroom weer hersteld is De stroom is uitgeschakeld Zet de stroom aan De zekering is doorgebrand Vervang de zekering De batterijen van de afstandsbediening zijn leeg Vervang de batterijen De 3-minuten beveiliging van de unit is geactiveerd. Wacht drie minuten na het herstarten van het apparaat. Timer is geactiveerd Schakel de timer uit Het apparaat start en stopt vaak Er zit te veel of te weinig koelmiddel in het systeem. Controleer op lekken en laad het systeem op met koudemiddel. Incompresseerbaar gas of vocht is in het systeem terechtgekomen. Evacueren en opladen van het systeem met koudemiddel Het systeemcircuit is geblokkeerd Bepaal welk circuit geblokkeerd is en vervang het defecte apparaat.
De compressor is kapot Vervang de compressor De spanning is te hoog of te laag Installeer een manostaat om de spanning te regelen Slechte verwarmingsprestaties De buitentemperatuur is extreem laag Gebruik een extra verwarmingstoestel Koude lucht komt binnen via deuren en ramen Zorg ervoor dat alle deuren en ramen gesloten zijn tijdens het gebruik. Laag koudemiddel door lekkage of langdurig gebruik Controleer op lekkages, sluit indien nodig opnieuw af en vul het koudemiddel bij. Knipperlichten blijven knipperen Het apparaat kan stoppen met werken of veilig blijven draaien. Als de indicatielampjes blijven knipperen of er foutcodes verschijnen, wacht dan ongeveer 10 minuten. Het probleem kan zichzelf oplossen. Zo niet, schakel dan de stroom uit en sluit hem dan weer aan. Zet het apparaat aan.
Foutcode verschijnt en begint met de letters als volgt in de vensterweergave van de binnenunit: - E(x), P(x), F(x)- EH(xx), EL(xx), EC(xx)- PH(xx), PL(xx), PC(xx)OPMERKING: Als uw probleem aanhoudt na het uitvoeren van de bovenstaande controles en diagnoses, schakelt u het apparaat onmiddellijk uit en neemt u contact op met een geautoriseerd servicecentrum.
Pagina 17 Accessoires Accessoires Het airconditioningsysteem wordt geleverd met de volgende accessoires. Gebruik alle installatieonderdelen en accessoires om de airconditioner te installeren. Onjuiste installatie kan leiden tot waterlekkage, elektrische schokken en brand, of kan ertoe leiden dat de apparatuur uitvalt. De onderdelen die niet bij de airconditioner worden geleverd, moeten apart worden aangeschaft.
(sommige modellen) Varieert per model Gaspedaal (sommige eenheden) 1 Tapschroef (sommige modellen) 4 Riem (sommige modellen) 4 Keelbander (sommige modellen) 2 Leiding installatieplaatje (sommige modellen) 1 Optionele accessoires • Er zijn twee soorten afstandsbedieningen: bedrade en draadloze. Selecteer een afstandsbediening op basis van de voorkeuren en eisen van de klant en installeer deze op een geschikte plaats. Raadpleeg de catalogi en technische literatuur voor begeleiding bij het selecteren van een geschikte afstandsbediening. Naam Vorm Hoeveelheid (PC) Verbindende pijpmontage Vloeibare zijde Φ6,35 (1/4 in) Onderdelen die u apart moet aanschaffen. Raadpleeg de dealer over de juiste buismaat van het apparaat dat u hebt aangeschaft.
Pagina 21 Installatie binnenunit Installatie binnenunit Installatie-instructies - Binnenunit OPMERKING: De installatie van het paneel moet worden uitgevoerd nadat de leidingen en bedrading zijn voltooid. Stap 1: Selecteer de installatieplaats Voordat u de binnenunit installeert, moet u een geschikte locatie kiezen. De volgende standaarden helpen u bij het kiezen van een geschikte locatie voor de unit. De juiste installatielocaties voldoen aan de volgende normen: Er is voldoende ruimte voor installatie en onderhoud. Er is voldoende ruimte voor het aansluiten van de pijp en de afvoerbuis. Het plafond is horizontaal en de structuur ervan kan het gewicht van de binnenunit dragen. De luchtinlaat en -uitlaat zijn niet geblokkeerd. De luchtstroom kan de hele ruimte vullen. Er is geen directe straling van verwarmingstoestellen.
Installeer de unit NIET op de volgende locaties: Gebieden met olieboringen of fracking Kustgebieden met een hoog zoutgehalte in de lucht Gebieden met bijtende gassen in de lucht, zoals warmwaterbronnen Gebieden die te maken hebben met stroomschommelingen, zoals fabrieken Ingesloten ruimten, zoals kasten Keukens die aardgas gebruiken Gebieden met sterke elektromagnetische golven Gebieden waar brandbare materialen of gas worden opgeslagen Kamers met een hoge luchtvochtigheid, zoals badkamers of wasruimtes Aanbevolen afstanden tussen de binnenunit en het plafond De afstand tussen de gemonteerde binnenunit en het binnenplafond moet voldoen aan de volgende specificaties. Plafond Plafondplaat B (Plafondgat) Voorpaneel Grond
Pagina 23 Installatie binnenunit Stap 2: Hang de binnenunit op 1. Gebruik het bijgeleverde papieren sjabloon om een rechthoekig gat in het plafond te maken, zodat er aan alle zijden minstens 1m (39") overblijft.
De grootte van het gesneden gat moet 4 cm (1,6") groter zijn dan de bobygrootte.Zorg ervoor dat u de gebieden markeert waar de haakgaten in het plafond zullen worden geboord.Koudemiddelleiding zijde Afvoerslang zijde Afvoerslang zijde Koudemiddelleiding zijde 780mm / 30" (Ophangbout) 840mm / 33" (Lichaam) 880mm / 34,7" (Plafondopening) 950mm / 37,4" (paneel) 680mm / 26" (Ophangbout) 840mm / 33" (Lichaam) 880mm / 34,7" (Plafondopening) 950mm / 37,4" (paneel) 647mm / 25,5" (paneel) 600mm / 23,6" (Plafondopening) 570mm / 22,4" (Lichaam) 545mm / 21,5" (Ophangbout) 523mm / 20,6" (Ophangbout) 570mm / 22,4" (Lichaam) 600mm / 23,6" (Plafondopening) 647mm / 25,5" (paneel) 24-48K Klassieke Modellen afmetingen van het gat ophet verlaagde plafondCompacte modellen afmetingen van het gat in het verlaagde plafond
Pagina 24 Installatie binnenunit VOORZICHTIG De behuizing van het apparaat moet perfect in lijn liggen met het gat. Zorg ervoor dat het apparaat en het gat dezelfde grootte hebben voordat u verder gaat. 2. (A)Boor 4 gaten 5cm (2") diep aan de plafondhaakposities in hetbinnenplafond. Zorg ervoor dat u de boor in een hoek van 90°ten opzichte van het plafond houdt.(B) Boor 4 gaten 12cm-15,5cm (4,7"-6,1") diep bij de plafondhaakposities in het binnenplafond. Zorg ervoor dat u de boor in een hoek van 90° ten opzichte van het plafond houdt. 3. Plaats de plafondhaken met behulp van een hamer in devoorgeboorde gaten. Borg de bout met de bijgeleverderingen en moeren.4. Monteer de vier ophangbouten.5. Monteer de binnenunit. U hebt twee personen nodig om debinnenunit op te tillen en vast te zetten. Steek deophangbouten in de ophanggaten van de unit.
Bevestig zemet de bijgeleverde ringen en moeren.(A) OPMERKING: De onderkant van de unit moet 10-18mm(0,4-0,7") (Klassieke -Modelle) of 24mm (0,9") (Compactmodellen) hoger zijn dan de plafondplaat. Over het algemeen moet L (aangegeven in de volgende afbeelding) de helft van de lengte van de ophangbout zijn of lang genoeg om te voorkomen dat de moeren loskomen. 770mm / 30,3" (Ophangbout) 830mm / 32,7" (Lichaam) 900mm / 35,4" (Plafondopening) 950mm / 37,4" (paneel) 670mm / 26,4" (Ophangbout) 830mm / 32,7" (Lichaam) 900mm / 35,4" (Plafondopening) 950mm / 37,4" (paneel) Koudemiddelleiding zijde Afvoerslang zijde Muur Hoofdbestanddeel Plafondplaat of 24mm (0,9")
Pagina 25 Installatie binnenunit (B) OPMERKING: De onderkant van het apparaat moet 10-25 mm(0,4-0,98") hoger zijn dan de plafondplaat. Over het algemeen moet L (aangegeven in de volgende afbeelding) de helft van de lengte van de ophangbout zijn of lang genoeg om te voorkomen dat de moeren loskomen. VOORZICHTIG Zorg ervoor dat het apparaat volledig waterpas staat. Onjuiste installatie kan ertoe leiden dat de afvoerpijp weer in de unit terechtkomt of dat er water weglekt. OPMERKING: Zorg ervoor dat de binnenunit waterpas staat.De unit is uitgerust met een ingebouwde afvoerpomp en vlotterschakelaar. Als de unit tegen de richting van de condensaatstroom in wordt gekanteld (de kant van de afvoerbuis is omhoog gericht), kan de vlotterschakelaar defect raken en kan er water lekken.
(voor sommige modellen) OPMERKING VOOR NIEUWE HUISINSTALLATIE Bij de installatie van het toestel in een nieuwe woning kunnen de plafondhaken vooraf worden ingebed. Zorg ervoor dat de haken niet loskomen door betonkrimp. Bevestig na het installeren van de binnenunit het installatiepapiersjabloon op de unit met bouten om vooraf de afmeting en de positie van de opening aan het plafond te bepalen. Volg de bovenstaande instructies voor de rest van de installatie. Stap 3: Wandgat boren voor aansluitende leidingen 1. Bepaal de plaats van het muuropeningsgat aan de hand vande plaats van de buitenunit.2. Boor met een 65 mm (2,56") of 90 mm (3,54") (afhankelijkvan het model) een gat in de muur. Zorg ervoor dat het gatin een lichte neerwaartse hoek wordt geboord, zodat hetbuitenste uiteinde van het gat ongeveer 12 mm (0,5") lageris dan het binnenste uiteinde. Dit zorgt voor een goedewaterafvoer.3.
Plaats de beschermende muurmanchet in het gat. Ditbeschermt de randen van het gat en helpt bij het afdichtenvan het gat als u klaar bent met de installatie.Waterstand Papierpatroon voor installatie (op sommige modellen) Midden van de plafondopening bouten
Pagina 26 Installatie binnenunit VOORZICHTIG Wanneer u het muuroppervlak boort, zorg er dan voor dat u geen draden, loodgieterij en andere gevoelige Stap 4: Sluit de afvoerslang aan De afvoerbuis wordt gebruikt om water van het apparaat af te voeren. Onjuiste installatie kan leiden tot schade aan het apparaat en aan eigendommen. VOORZICHTIG • Isoleer alle leidingen om condensatie, die totwaterschade kan leiden, te voorkomen.• Als de afvoerbuis gebogen of verkeerd geïnstalleerd is,kan er water lekken en een storing in dewaterniveauschakelaar veroorzaken.• In de VERWARMEN-modus zal de buitenunit waterafvoeren. Zorg ervoor dat de afvoerslang op eengeschikte plaats wordt geplaatst om waterschade enuitglijden te voorkomen.• Trek NIET met kracht aan de regenpijp.
Pagina 27 Installatie binnenunit OPMERKING OVER DE INSTALLATIE VAN DE AFVOERPIJP • Bij gebruik van een verlengde regenpijp moet debinnenverbinding met een extra beschermbuis wordenvastgezet om te voorkomen dat deze loskomt.• De afvoerbuis moet met een helling van minimaal 1/100naar beneden hellen om te voorkomen dat er water in deairconditioner terugstroomt.• Om te voorkomen dat de buis doorhangt, moeten er omde 1-1,5 m (39-59") draden in de ruimte wordengehangen.• Als de afvoer van de afvoerbuis hoger is dan depompverbinding van het lichaam, moet u een opvoerbuisvoor de uitlaat van de binnenunit voorzien.
De liftpijpmag niet hoger zijn dan 75 cm (29,5") van hetplafondbord en de afstand tussen de unit en de liftpijpmoet minder dan 30 cm (11,8") zijn (afhankelijk van hetmodel).Een onjuiste installatie kan ertoe leiden dat er water in de unit terugstroomt en dat deze onder water komt te staan. • Om luchtbellen te voorkomen, moet u de afvoerslangwaterpas houden of licht betegeld (
Pagina 28 Installatie van de buitenunit Installatie van de buitenunit Installeer het apparaat volgens de plaatselijke codes en voorschriften, er kunnen kleine verschillen zijn tussen de verschillende regio's. Installatie-instructies - Buitenunit Stap 1: Selecteer de installatieplaats Voordat u de buitenunit installeert, moet u een geschikte locatie kiezen. De volgende standaarden helpen u bij het kiezen van een geschikte locatie voor de unit. De juiste installatielocaties voldoen aan de volgende normen: Voldoet aan alle ruimtelijke eisen die hierboven in de vereisten voor de installatieruimte zijn aangegeven. Goede luchtcirculatie en ventilatie Stevig en solide - de locatie kan het apparaat ondersteunen en zal niet vibreren.
Geluid van het apparaat zal anderen niet storen Beschermd tegen langdurige periodes van direct zonlicht of regen Als er sneeuwval wordt verwacht, dient u het apparaat boven het basiskussen te plaatsen om te voorkomen dat er ijs wordt opgebouwd en dat er schade aan de spoel wordt toegebracht. Monteer de unit hoog genoeg om boven de gemiddelde hoeveelheid sneeuw te komen. De minimale hoogte moet 18 inch zijn Installeer de unit NIET op de volgende locaties: In de buurt van een obstakel dat de luchtinlaten en -uitlaten zal blokkeren In de buurt van een openbare straat, drukke gebieden, of waar het lawaai van de eenheid anderen zal storen.
In de buurt van dieren of planten die schade ondervinden van de afvoer van warme lucht In de buurt van elke bron van brandbaar gas Op een locatie die wordt blootgesteld aan grote hoeveelheden stof Op een locatie die wordt blootgesteld aan een te grote hoeveelheid zoute lucht SPECIALE OVERWEGINGEN VOOR EXTREEM WEER Als het apparaat wordt blootgesteld aan zware wind: Installeer het apparaat zo dat de luchtuitlaatventilator in een hoek van 90° ten opzichte van de windrichting staat. Bouw indien nodig een barrière voor het apparaat om het te beschermen tegen extreem zware wind.
Zie onderstaande afbeeldingen. Als het apparaat vaak wordt blootgesteld aan hevige regen of sneeuw: Bouw een schuilplaats boven het apparaat om het te beschermen tegen de regen of sneeuw. Zorg ervoor dat de luchtstroom rond het apparaat niet wordt belemmerd. Als het apparaat vaak wordt blootgesteld aan zilte lucht (zeezijde): Gebruik een buitenunit die speciaal is ontworpen om corrosie te weerstaan. 60cm (24in) boven Sterke wind Sterke wind Windscherm Sterke wind.
Pagina 29 Installatie van de buitenunit Stap 2: Installeer de afvoerklep (alleen de warmtepompunit) Voordat u de buitenunit vastschroeft, moet u de afvoerkoppeling aan de onderkant van de unit installeren. Houd er rekening mee dat er twee verschillende soorten afvoerkoppelingen zijn, afhankelijk van het type buitenunit. Als de afvoeraansluiting voorzien is van een rubberen afdichting (zie Afb. A ), doe dan het volgende:1. Monteer de rubberen afdichting aan het uiteinde van deafvoerkoppeling die op de buitenunit wordt aangesloten. 2. Steek de afvoergoot in het gat in de bodemplaat van hetapparaat. 3. Draai de afvoerkoppeling 90° tot deze vastklikt aan devoorkant van de unit. 4. Sluit een verlengstuk voor de afvoerslang (nietmeegeleverd) aan op de afvoerkoppeling om het watertijdens de verwarmingsmodus van de unit af te voeren.
Als de afvoerverbinding niet voorzien is van een rubberen afdichting (zie Afb. B ), doe dan het volgende:1. Steek de afvoergoot in het gat in de bodemplaat van hetapparaat. De afvoerkoppeling klikt op zijn plaats. 2. Sluit een verlengstuk voor de afvoerslang (nietmeegeleverd) aan op de afvoerkoppeling om het watertijdens de verwarmingsmodus van de unit af te voeren. IN KOUDE KLIMATEN In koude klimaten moet u ervoor zorgen dat de afvoerslang zo verticaal mogelijk staat, zodat het water snel kan worden afgevoerd. Als het water te langzaam wegloopt, kan het in de slang bevriezen en het apparaat onder water zetten. Stap 3: Veranker de buitenunit De buitenunit kan met een bout (M10) aan de grond of aan een muurbeugel worden verankerd. Bereid de installatiebasis van de unit voor volgens de onderstaande afmetingen.
◀ Pagina 31 ▶Koelmiddelleiding Aansluiting Koelmiddelleiding Aansluiting Laat bij het aansluiten van de koudemiddelleidingen geen andere stoffen of gassen dan het opgegeven koudemiddel in het apparaatkomen. De aanwezigheid van andere gassen of stoffen zal de capaciteit van de unit verlagen en kan een abnormaal hoge druk in de koelcyclus veroorzaken. Dit kan een explosie en letsel veroorzaken. Opmerking over de pijplengte Zorg ervoor dat de lengte van de koelmiddelleiding, het aantal bochten en de valhoogte tussen de binnen- en buitenunits voldoen aan de eisen die in de volgende tabel staan vermeld: De maximale lengte en valhoogte op basis van de modellen (eenheid: m/ft.) Type modelCapaciteit (Btu/ h)Lengte van de leidingen Maximumhoogte
◀ Pagina 32 ▶ Koelmiddelleiding Aansluiting Aansluitingsinstructies -Refrigerant Piping VOORZICHTIG De aftakkende leiding moet horizontaal worden geïnstalleerd. Een hoek van meer dan 10° kan een storing veroorzaken. Installeer de verbindingspijp NIET totdat zowel de binnen- als de buitenunits zijn geïnstalleerd. Isoleer zowel de gas- als de vloeistofleiding om waterlekkage te voorkomen. Stap 1: Gesneden buizen Let er bij de voorbereiding van de koudemiddelleidingen extra op dat deze goed worden doorgesneden en afgefakkeld. Dit zorgt voor een efficiënte werking en minimaliseert de noodzaak voor toekomstig onderhoud. 1. Meet de afstand tussen de binnen- en buitenunits. 2. Snijd met een pijpsnijder de pijp iets langer af dan de gemeten afstand. 3. Zorg ervoor dat de pijp in een perfecte hoek van 90° wordt gesneden.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Olimpia Splendid NEXYA S5 E stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Airco Olimpia Splendid
Handleiding Airco
Nieuwste handleidingen voor Airco