Olimpia Splendid Mystral E Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Olimpia Splendid Mystral E (356 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 78 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Olimpia Splendid Mystral E of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/356
MYSTRAL E INVERTER
EN
FR
DE
ES
PT
EL
PL
RO
NL
IT
MODE D’EMPLOI ET D’ENTRETIEN
INSTRUCTION FOR USE AND MAINTENANCE
INSTRUCCIONES PARA EL USO Y EL MANTENIMIENTO
ΟΔΗΓΙΕΣ ΧΡΗΣΗΣ ΚΑΙ ΣΥΝΤΗΡΗΣΗΣ
GEBRAUCHS- UND WARTUNGSANWEISUNGEN
INSTRUÇÕES PARA O USO E MANUTENÇÃO
INSTRUCȚIUNI DE FOLOSIRE ȘI ÎNTREȚINERE
INSTRUKCJA OBSŁUGI I KONSERWACJI
GEBRUIKS- EN ONDERHOUDSAANWIJZINGEN
ISTRUZIONI PER USO E MANUTENZIONE
Attenzione: rischio di incendio
Caution: risk of re
Attention : risque d'incendie
Achtung: Brandrisiko
Atención: riesgo de incendio
Atenção: risco de incêndio
Let op: brandgevaar
Προσοχή: κίνδυνος πυρκαγιάς
Uwaga: ryzyko pożaru
Atenție: risc de incendiu

Beoordeel deze handleiding

4.4/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Olimpia Splendid
Categorie: Airco
Model: Mystral E

Handleiding Olimpia Splendid Mystral E – volledige tekst

WAARSCHUWINGEN1. Het apparaat bevat het gas R32 (classicatie ontvlambaarheid A2L). 2. Neem de van kracht zijnde wetten in acht (bijv. de nationale wet inzake het gas). 3. Besteed aandacht aan het feit dat het koelmiddel R32 geurloos is. 4. Houd er rekening mee dat toestellen met ontvlambaar koelgas niet in te kleine ruimtes mogen worden geïnstalleerd. De afmetingen die voor de kamer zijn toegestaan, zijn afhankelijk van de hoogte waarop het toestel wordt geïnstal-leerd t. o. v. de vloer en de totale hoeveelheid koelgas. Raadpleeg de relatieve tabel in de handleiding voor meer informatie. 5.

Het apparaat kan gebruikt worden door kinderen niet jonger dan 8 jaar en door personen met verminderde lichamelijke, zintuigelijke of geestelijke capacitei-ten, dan wel zonder ervaring of de benodigde kennis, op voorwaarde dat zij onder toezicht staan of dat zij instructies voor het gebruik van het apparaat ontvangen hebben en begrepen hebben welke gevaren daaraan inherent zijn. 6. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. 7. De reiniging en het onderhoud die door de gebruiker uitgevoerd moeten worden, mogen niet zonder toezicht door kinderen uitgevoerd worden. 8. Als het netsnoer beschadigd is, moet dit vervangen worden door de fabrikant of diens technische assistentiedienst of hoe dan ook door iemand met een gelijkaardige kwalicatie, zodat ieder risico voorkomen wordt. 9.

De installatie, de eerste start en de daarop volgende fasen van onderhoud, met uitzondering van de reiniging of van het wassen van het omgevingsluchtlter, moet uitsluitend uitgevoerd worden door geautoriseerd en gekwaliceerd personeel. 10. Om ieder risico op elektrocutie te voorkomen, is het absoluut van belang de hoofdschakelaar af te sluiten voordat de elektrische aansluitingen tot stand gebracht worden en voordat enig onderhoud op de apparaten uitgevoerd wordt. 11. Tijdens de installatie moeten referenties en minimum ruimtes, die in de af-beelding aangeduid worden, in acht worden genomen.

12. Volg tijdens de elektrische aansluiting van het apparaat de aanwijzingen die in de afbeelding staan. 13. Maak geen gebruik van middelen ter versnelling van het ontdooiingsproces of voor de reiniging, die niet door de producent aanbevolen worden. 14. Het apparaat moet in een vertrek geplaatst worden die geen inschakelings-bronnen heeft die voortdurend in werking zijn (bijvoorbeeld open vuur, een gastoestel dat in werking is of een elektrische verwarming die in werking is). 15. Niet perforeren of boren. 16. Let op het feit dat koelvloeisto?en soms geen geur hebben. 17. Gebruik NIET de reeds eerder gebruikte aansluitingen. NL.

NEDERLANDSNL - 1 0 - SYMBOLEN De pictogrammen die in het volgende hoofdstuk staan, maken het mogelijk de benodigde informatie voor het correcte gebruik van de machine onder veilige omstandigheden snel en op eenduidige wijze te verstrekken. Inhoudsopgave De paragrafen die voorafgegaan worden door dit symbool bevatten zeer belangrijke informatie en voorschriften, met name over de veiligheid. De veronachtzaming ervan kan de volgende gevolgen hebben:- gevaar voor de persoonlijke veiligheid van de operators- verlies van de contractuele garantie- afwijzing van aansprakelijkheid door de fabrikant. GEVAAR Signaleert dat het apparaat ontvlambaar koelmiddel gebruikt. Als de koelvloeistof uitloopt en wordt blootgesteld aan een externe ontstekingsbron bestaat risico op brand.

GEVAARLIJKE ELEKTRISCHE SPANNING Wijst het betrokken personeel op het feit dat indien de beschreven handeling niet uitgevoerd wordt met inachtneming van de veiligheidsvoorschriften, het risico bestaat een elektrische schok te krijgen. ALGEMEEN GEVAAR Signaleert aan het betrokken personeel dat de beschreven handeling risico’s inhoudt voor lichamelijke schade indien de veiligheidsnormen niet in acht worden genomen. ALGEMEEN ADVIES. 2 NAMEN VAN ONDERDELEN. 12AFSTANDSBEDIENING. 14INSTRUCTIES VOOR DE WERKING. 21VOORZORGSMAATREGELEN BIJ DE INSTALLATIE. 22INSTALLATIE BINNENUNIT. 23INSTALLATIE BUITENUNIT. 28WERKINGSTEST. 31ONDERHOUD. 32PROBOLEEMOPLOSSING.

33INHOUDSOPGAVE VERWIJDERING Het symbool op het product of de verpakking geeft aan dat het niet bij het normale huisvuil mag worden gedaan maar naar een erkend inzamelbedrijf voor de recycling van elektrische en elektronische apparatuur moet worden gebracht. Door het product op passende wijze te verwijderen helpt u mogelijke schadelijke gevolgen voor het milieu en de gezondheid als gevolg van een ongeschikte verwijdering van het product te vermijden.

NEDERLANDSNL - 2ALS ELEKTRISCHE APPARATUUR WORDT GEBRUIKT, MOETEN DE BASISVEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN ALTIJD WORDEN GEVOLGD OM HET RISICO OP BRAND, ELEKTRISCHE SCHOKKEN EN PERSOONLIJKE ONGE-VALLEN TE BEPERKEN, INCLUSIEF HET VOLGENDE:0. 1 - ALGEMEEN ADVIES 1. Document van vertrouwelijke aard, volgens de wettelijke bepalingen, met verbod op reproductie of versturing aan derden zonder de uitdrukkelijke au-torisatie van de rma OLIMPIA SPLENDID. De machines kunnen bijwerkingen ondergaan en dus andere onderdelen vertonen dan die afgebeeld worden zonder om deze reden de teksten van deze handleiding te compromitteren. 2. Lees deze handleiding met aandacht alvorens verder te gaan met om het even welke handeling (installatie, onderhoud, gebruik) en houd u strikt aan hetgeen in de afzonderlijke hoofdstukken beschreven wordt. 3.

Al het personeel, betrokken bij het transport en de installatie van de machi-ne, moet op de hoogte worden gesteld van de onderhavige instructies. 4. DE FABRIKANT STELT ZICH OP GENERLEI WIJZE AANSPRAKELIJK VOOR PERSOONLIJK LETSEL OF MATERIËLE SCHADE DIE HET GEVOLG IS VAN DE VERONACHTZAMING VAN DE VOORSCHRIFTEN DIE IN DEZE HANDLEI-DING STAAN. 5. De fabrikant behoudt zich het recht voor om ieder gewenst moment wijzigin-gen aan de eigen modellen aan te brengen terwijl de essentiële kenmerken die in deze handleiding beschreven worden onveranderd blijven. 6. De installatie en het onderhoud van de apparatuur voor klimaatregeling, zoals dit apparaat, zouden gevaarlijk kunnen zijn omdat binnenin deze appa-raten onder druk staand koelgas en onder spanning staande elektrische componenten aanwezig zijn.

De installatie, het eerste starten en de daarop volgende onderhoudsfasen dienen dan ook uitsluitend door geautoriseerd en gekwaliceerd personeel worden uitgevoerd. 7.

Installaties die uitgevoerd worden zonder inachtneming van de aanwijzingen die in deze handleiding staan en het gebruik buiten de voorgeschreven tem-peratuurlimieten doen de garantie komen te vervallen. 8. Het gewone onderhoud van de lters en de algemene externe reiniging kun-nen ook door de gebruiker uitgevoerd worden omdat hierbij geen moeilijke of gevaarlijke handelingen betrokken zijn. 9. Tijdens de montage en bij elk onderhoud is het noodzakelijk de voorzorgs-maatregelen in acht te nemen die in deze handleiding genoemd worden en die ook op de stickers binnenin de apparaten staan. Bovendien moeten alle voorzorgsmaatregelen getro?en worden die door het gezonde verstand in-gegeven worden alsmede door de veiligheidsvoorschriften die van kracht zijn in de plaats van installatie. 10. Gebruik voor de installatie en het onderhoud gereedschappen, ge-schikt voor ontvlambaar gas.

NEDERLANDSNL - 3 11. Het is nodig om altijd veiligheidshandschoenen en -bril te dragen wanneer ingrepen aan de koelzijde van de apparaten uitgevoerd worden. 12. De klimaatregelaars MOGEN NIET geïnstalleerd worden in een ruimte waar ontvlambare en/of explosieve gassen aanwezig zijn, in zeer vochtige ruim-tes (wasruimtes, kassen, enz. ) of in ruimtes waar andere machines een ster-ke warmtebron vormen. 13. In geval van vervanging van de componenten mogen uitsluitend originele reserveonderdelen van OLIMPIA SPLENDID gebruikt worden. 14. BELANGRIJK. Om ieder risico op elektrocutie te voorkomen is het absoluut van belang om de hoofdschakelaar af te sluiten alvorens elektrische aan-sluitingen tot stand te brengen en bij iedere vorm van onderhoud die op de apparaten uitgevoerd wordt. 15. Blikseminslag, naburige auto’s en mobiele telefoons kunnen storingen ver-oorzaken.

Het apparaat enkele seconden van de stroom afsluiten en vervol-gens weer starten. 16. Op regenachtige dagen is het raadzaam om de elektrische voeding te af te sluiten om schade door blikseminslag te voorkomen. 17. Als het apparaat een lange tijd niet wordt gebruikt of niemand de geklimati-seerde kamer gebruikt, is het raadzaam de elektrische stroomtoevoer af te sluiten om ongevallen te vermijden. 18. Gebruik geen vloeibare of corrosieve reinigingsmiddelen om het apparaat te reinigen, verstuif geen water of andere vloeisto?en op het apparaat daar ze de onderdelen in pvc kunnen beschadigen of zelfs elektrische schokken kunnen veroorzaken. 19. De binnenkant van het apparaat en de afstandsbediening niet nat maken. Kortsluitingen of brand zou kunnen optreden. 20.

Laat de klimaatregelaar niet gedurende lange tijd in werking indien het vocht-gehalte hoog is en deuren of ramen open zijn. De vochtigheid zou condensvor-ming kunnen veroorzaken waardoor het interieur nat of beschadigd wordt. 22. Sluit de voedingsstekker tijdens de werking niet aan of af. Gevaar voor brand en elektrische schokken. 23. Raak het product (indien in werking) niet aan met natte handen. Gevaar voor brand en elektrische schokken. 24. Plaats de verwarming of andere apparatuur niet in de nabijheid van de voe-dingskabel. Gevaar voor brand en elektrische schokken.

NEDERLANDSNL - 4 25. Zorg ervoor dat het water niet in de elektrische delen dringt. Dit zou brand, storingen of elektrische schokken kunnen teweegbrengen. 26. Open het rooster voor luchtingang niet tijdens de werking van het apparaat. Kans op letsel, schokken of beschadiging van het product. 27. Blokkeer de luchtinlaat of -uitlaat niet; het kan het product beschadigen. 28. Steek geen vingers of objecten in de luchtinlaat of -uitlaat wanneer het ap-paraat in werking is. De aanwezigheid van scherpe bewegende delen kan leiden tot verwondingen. 29. Het water dat uit het apparaat komt niet drinken. Dit is niet hygiënisch en zou ernstige gezondheidsproblemen kunnen veroorzaken. 30. Bij gaslekken van andere apparaten de omgeving goed verluchten alvorens de airco in te schakelen. 31. Het apparaat niet demonteren noch wijzigingen erop aan brengen. 32.

Ventileer de ruimte goed indien het apparaat samen met een kachel enz. gebruikt wordt. 33. Gebruik de apparatuur niet voor andere doeleinden dan waarvoor het ont-worpen is. 34. De personen die op een koelcircuit werken of ingrijpen, moeten in het bezit zijn van de gepaste certicatie, afgegeven door een bevoegde instantie, die hun bevoegdheid vaststelt om koelmiddelen veilig te behandelen volgens een door brancheverenigingen erkende beoordelingsspecicatie. 35. Laat geen R32-gas in de atmosfeer ontsnappen; R32 is een geuoreerd broeikasgas met een aardopwarmingspotentieel (GWP) = 675. 36. De apparaten die worden beschreven in deze handleiding zijn conform de toepasselijke Europese Richtlijnen en de eventuele daaropvolgende wijzi-gingen. 37. Het apparaat bevat ontvlambaar gas A2L. Raadpleeg deze handlei-ding voor de correcte installatiewijze.

2 - OPMERKINGEN OVER DE GEFLUOREERDE GASSEN • Deze airconditioner bevat geuoreerde gassen. Raadpleeg het type-plaatje op het apparaat voor specieke informatie over het type en de hoeveelheid gas.

NEDERLANDSNL - 5 • Als er een lekzoeker op het systeem is geïnstalleerd, moet u minstens om de 12 maanden op lekkage controleren. • Als wordt gecontroleerd of geen lekken aanwezig zijn, is het raadzaam om een gedetailleerd register van alle inspecties bij te houden. • Controleer de zone rondom de apparatuur, voordat werkzaamheden aan het apparaat worden verricht, om na te gaan of er geen brand- en/of verbrandings-gevaar heerst. Tref de volgende maatregelen voor de reparatie van het koelsys-teem, voordat werkzaamheden aan het systeem worden verricht. 1. Vóór en tijdens de werkzaamheden MOET de zone gecontroleerd worden met een specieke koudemiddeldetector, zodat de monteur een mogelijk ge-vaarlijke atmosfeer kan herkennen. Controleer of de lekdetector geschikt is voor het gebruik in combinatie met ontvlambare koudemiddelen, geen vonken veroorzaakt en afgedicht of intrinsiek veilig is. 2.

De kalibratie van elektronische lekdetectoren kan vereist zijn. Kalibreer ze, indien nodig, in en zone waar geen koudemiddel in aanwezig is. 3. Controleer of de detector geen potentiële ontstekingsbron is en geschikt is voor het gebruikte koudemiddel. De detector moet ingesteld zijn op een LFL-percentage van het koudemiddel en moet voor het gebruikte koudemid-del zijn gekalibreerd. Het geschikte gaspercentage (maximaal 25%) moet be-vestigd worden. 3a. De lekdetectievloeisto?en kunnen voor het merendeel van de koudemidde-len worden gebruikt. Het gebruik van reinigingsmiddelen die chloor bevatten MOET worden vermeden. Gevaar voor corrosie van de koperen leidingen. 4. Elimineer open vuur als u vermoedt dat er sprake is van een lekkage. 5.

Alle ontstekingsbronnen (ook een brandende sigaret) moeten buiten bereik worden gehouden van de plaats waar alle werkzaamheden worden verricht waarbij ontvlambaar koudemiddel in de omringende ruimte kan vrijkomen. 6. Controleer of de ruimte voldoende geventileerd is, voordat werkzaamheden in het systeem worden verricht.

Er moet een continue ventilatie worden ge-waarborgd. 7. Controleer altijd vóór elke handeling of:• de condensors leeg zijn. Deze handeling moet veilig worden verricht om mogelijke vonkvorming te vermijden;• geen enkele elektrische component onder spanning staat en er geen blootliggende kabels zijn tijdens het vullen, aftappen of spoelen van het systeem;• de aarding niet onderbroken is. 8. Controleer regelmatig of de kabels niet blootgesteld wordt aan slijtage, cor-rosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of aan ieder ander nadelig e?ect van de omgeving. 9. Verricht de onderstaande standaardprocedures bij reparatiewerkzaamheden of andersoortige werkzaamheden aan het koudemiddelcircuit:• verwijder het koudemiddel;.

NEDERLANDSNL - 6• spoel het circuit met inert gas;• evacueer;• spoel het circuit opnieuw met inert gas;• open het circuit door de snijbranden of solderen. 9a. De stikstof zonder zuurstof (OFN) MOET doorgeblazen worden via het sys-teem, zowel voorafgaand aan als tijdens het soldeerproces. 9b. Wanneer de denitieve OFN-vulling gebruikt wordt, moet het systeem ont-lucht zijn tot aan de atmosferische druk om de uitvoering van het werk toe te staan. Deze handeling is absoluut noodzakelijk als soldeerwerken op de leidingen uitgevoerd moeten worden. 10. Het koudemiddel moet in specieke gasessen worden opgeslagen. Het systeem moet “gereinigd” worden met OFN om de unit veilig te maken. Het kan zijn dat deze procedure meerdere malen moet worden herhaald. Gebruik GEEN perslucht of zuurstof voor deze handeling. 10a.

Controleer tijdens de vulling van het systeem of er GEEN contaminatie van verschillende elementen is. De buizen of leidingen MOETEN zo kort mogelijk zijn om de hoeveelheid koudemiddel erin tot een minimum te beperken. 11. De gasessen moeten verticaal worden gehouden. Gebruik uitsluitend gas-essen die voor het opvangen van koudemiddelen geschikt zijn. De gases-sen moeten voorzien zijn van een terugstroomklep en uitschakelkleppen die in goede staat verkeren. Bovendien moet een set gekalibreerde weegscha-len aanwezig zijn. 12. De leidingen moeten beschikken over afkoppelsystemen en mogen GEEN lekken vertonen. Controleer, voordat het aftapapparaat gebruikt wordt, of het apparaat goed onderhouden is en de eventueel aanverwante elektrische componenten zijn afgedicht, om te vermijden dat eventueel vrijkomend kou-demiddel vlam kan vatten. 13.

Controleer of het koelsysteem geaard is, voordat het systeem met koude-middel wordt gevuld. Breng een label op het systeem aan als het is gevuld. Let bijzonder goed om te vermijden dat het koelsysteem overbelast wordt. 14.

Onderwerp het systeem aan een druktest met OFN, voordat het wordt ge-vuld, en aan een dichtingstest nadat het is gevuld voordat het in werking wordt gesteld. Onderwerp het systeem aan een extra dichtingstest, voordat de plaats wordt verlaten. 14a. Tap het koudemiddel veilig af. Draag het koudemiddel over naar gases-sen die voor het opvangen hiervan geschikt zijn. Zorg voor voldoende gasessen, zodat de volledige hoeveelheid kan worden opgevangen. Alle gasessen zijn voor dit type koudemiddel van een label voorzien (speciale gasessen voor het terugwinnen van koudemiddel). De gasessen moeten voorzien zijn van een terugstroomklep en een afsluiter die in goede staat verkeren. Lege gasessen moeten worden afgevoerd en, indien mogelijk, voor de terugwinning worden gekoeld.

NEDERLANDSNL - 7 14b. De technicus moet alle benodigde hulpmiddelen, die in goede staat verke-ren, beschikken over een reeds aanwijzingen en voor de terugwinning van koudemiddelen (ook ontvlambaar) geschikt zijn, binnen handbereik hebben. Bovendien moeten een reeks gebalanceerde weegschalen,die in goede staat verkeren, aanwezig zijn. Controleer of de leidingen in goede staat verkeren en voorzien zijn van lekvrije koppelingen. 14c. Controleer vóór het gebruik of de machine voor het terugwinnen in goede staat verkeert, goed is onderhouden en alle elektrische componenten ervan zijn geïsoleerd, zodat eventueel vrijkomend koudemiddel ze niet kan binnen-dringen. Bij twijfel contact opnemen met de fabrikant. 15. Het opgevangen koudemiddel moet in de geschikte gases aan de leveran-cier worden afgegeven, met ondertekening van het afvaloverdrachtsbewijs.

Koudemiddelen mogen NIET worden gemengd in het aftapapparaat of de gasessen. 16. Controleer, wanneer vulapparatuur gebruikt wordt, of geen contaminatie tussen verschillende koudemiddelen plaatsvindt. De slangen of de leidin-gen moeten zo kort mogelijk zijn om de hoeveelheid koudemiddel erin tot het minimum te beperken. 17. De unit niet doorboren of verbranden. 18. Elektrische componenten die vervangen worden MOETEN geschikt zijn voor en overeenstemmen met de specicaties van het apparaat. Elk onderhoud MOET worden verricht in overeenstemming met de aanwijzingen van deze handleiding. Bij twijfel contact opnemen met de fabrikant. 19.

Verricht de volgende controles:• De afmetingen van de kamer, waarin de delen aanwezig zijn die het koude-middel bevatten, zijn in overeenstemming met de huidige vulhoeveelheid van het koudemiddel;• Het ventilatie-apparaat werkt correct en de uitgangen zijn niet verstopt; • De markeringen op de unit zijn altijd leesbaar en goed zichtbaar.

Herstel ze als dit niet het geval is;• De leidingen of componenten die het koudemiddel bevatten, MOETEN geïnstalleerd worden op een plaats waar ze door geen enkele substantie kunnen corroderen, tenzij de componenten zijn vervaardigd van materi-alen die intrinsiek corrosiebestendig zijn of op passende wijze tegen dit risico zijn beschermd. 20. De koelgassen zijn reukloos. 21. Raadpleeg de plaatselijke regelgeving voor de verwijdering en de markering (door middel van opschriften) van het apparaat dat koelgas bevat. 22. Voor de opslag van het apparaat: De verpakking voor de opslag moet zo resistent zijn dat het apparaat geen beschadigingen kan ondergaan en een mogelijke lekkage van koelgas wordt vermeden. 23. Het teruggewonnen koudemiddel mag niet in een ander koelsysteem wor-den aangebracht, tenzij het is gezuiverd en gecontroleerd.

NEDERLANDSNL - 8 24. De ontmanteling MOET uitgevoerd worden door een gekwaliceerd techni-cus die de PBM correct MOET gebruiken en de apparatuur perfect MOET kennen. Alle koudemiddelen MOETEN in veiligheid teruggewonnen worden; neem altijd een monster van olie en van koudemiddel op alvorens het circuit te legen. 25. Alvorens ongeacht welke handeling in het kader van de ontmanteling te be-ginnen:- Isoleer het systeem elektrisch. - Controleer of de hulpmiddelen voor de mechanische verplaatsing ter be-schikking zijn, voor de verplaatsing van de gasessen, indien nodig. - De hulpmiddelen en gasessen voor de terugwinning MOETEN in over-eenstemming zijn met de normen. 26. De apparatuur moet geëtiketteerd zijn met de aanduiding dat het buiten dienst gesteld is en het koudemiddel verwijderd is. Het etiket moet voorzien zijn van datum en handtekening.

Controleer of op de apparatuur etiketten aanwezig zijn die aangeven dat de apparatuur een ontvlambaar koudemiddel bevat. 27. Als de compressoren, of de oliën voor compressoren, verwijderd moeten worden, controleer dan of ze in veiligheid zijn afgevoerd en een aanvaard-baar niveau hebben, om er zeker van te zijn dat het ontvlambare koudemid-del niet in het smeermiddel achterblijft. Het afvoerproces moet uitgevoerd worden voordat de compressor naar de leveranciers teruggebracht wordt. Om dit proces te versnellen mag alleen de elektrische verwarming van de romp van de compressor gebruikt worden. 3 - BEOOGD GEBRUIK • De klimaatregelaar mag uitsluitend gebruikt worden voor het produceren van warme of koude lucht (naar keuze) met als enig doel de omgevingstemperatuur comfortabel te maken.

4 - RISICOZONES • De airconditioners mogen niet worden geïnstalleerd in omgevingen waar ont-vlambare of explosieve gassen aanwezig zijn, in zeer vochtige omgevingen (wasserijen, broeikassen, enz. ) of op plaatsen waar zich andere machines be-vinden die een sterke warmtebron genereren, in de buurt van een bron van zout water of zwavelhoudend water. • Gebruik GEEN gassen, benzine of andere ontvlambare vloeisto?en in de buurt van de airconditioner.

NEDERLANDSNL - 9 • De airco heeft geen ventilator om frisse lucht in het lokaal te brengen. Verlucht door de deuren en vensters te openen. • Installeer altijd een automatische schakelaar en zorg voor een speciaal voe-dingscircuit. Dit product mag uitsluitend worden gebruikt volgens de specicaties, aangeduid in deze handleiding. Als het op een andere wijze wordt gebruikt dan aangeduid kan dit leiden tot zware ongevallen. DE FABRIKANT KAN NIET AANSPRAKELIJK WORDEN GESTELD VOOR SCHADE AAN PERSONEN OF ZAKEN, VOORTVLOEIEND UIT HET NIET IN ACHT NEMEN VAN DE NORMEN, AANWEZIG IN DEZE HANDLEIDING. 5 - UIT TE VOEREN CONTROLES VOOR DE INSTALLATIEa. Controles van het gebied Alvorensdewerkzaamhedentestartenopsystemenmetontvlambarekoelvloeisto?enzijn veiligheidscontroles vereist om het risico op ontsteking tot het minimum te herleiden.

Om een koelsysteem te repareren moeten de volgende voorzorgsmaatregelen genomen worden alvorens op het systeem in te grijpen. b. Werkprocedure Het werk moet volgens een gecontroleerde procedure worden uitgevoerd zodat het risico op aanwezigheid van ontvlambaar gas of damp tijdens de werkzaamheden wordt voorkomen. c. Algemeen werkgebied Al het onderhoudspersoneel en al het personeel dat in het lokaal werkt, moet op de hoogte worden gesteld van de aard van het uit te voeren werk. Vermijd om in enge ruimtes te werken. De zone rond het werkgebied moet worden ingedeeld. Zorg ervoor dat de omstandigheden in het werkgebied veilig zijn en controleer het ontvlambaar materiaal. d.

Controle van de aanwezigheid van koelvloeistof Het gebied moet voor, tijdens en na de uitvoering van het werk met behulp van een speciekekoelmiddeldetectorgecontroleerdwordenzodatdetechnicuservanopdehoogte is als potentieel ontvlambare atmosferen aanwezig zijn. Controleer of het apparaat om lekken op te sporen geschikt is voor ontvlambare koel-vloeisto?en,m. a. w.

NEDERLANDSNL - 10turen moeten worden uitgevoerd, moet een geschikt brandbeveiligingssysteem voorzien zijn. PlaatsbrandblussersopbasisvanCO2ofdrogeblussto?enindebuurtvandevulzone. f. Geen ontstekingsbronnen Personen die werkzaam zijn op de koelsystemen en worden blootgesteld aan contact met buizen waarin ontvlambare koelmiddelen vloeien of vloeiden, mogen geen ontste-kingsbronnen gebruiken om het risico op brand of explosie te vermijden. Elke mogelijke ontstekingsbron, zoals sigarettenrook, moet op een veilige afstand van de plaats worden gehouden waar de installatie, de reparatie, de verwijdering plaatsvindt daarkoelvloeistoekkenzichindeomgevingkunnenbevinden. Alvorenshetwerkuitte voeren, moet het gebied rond het apparaat worden gecontroleerd om er zeker van tezijndatergeenontvlambaresto?enontstekingsrisico’saanwezigzijn. Plaatsbordenmet ROOKVERBOD.

g. Geventileerd gebied Zorg ervoor dat de zone open is of op geschikte wijze wordt geventileerd alvorens met het systeem te werken of werkzaamheden bij hoge temperaturen uit te voeren. Zorg voor een constante ventilatie tijdens de werkzaamheden. De ventilatie moet op veilige wijze elk spoor van het koelmiddel kunnen verwijderen en indien mogelijk naar buiten leiden. h. Controles op het koelsysteem Als de elektrische onderdelen worden gewijzigd, moeten ze geschikt zijn voor het doel envoldoenaandespecicaties. Volgaltijdderichtlijnenvandefabrikantvoorhetonderhoud en de technische assistentie. Bij twijfels de klantendienst van de fabrikant raadplegen.

De systemen met ontvlambare koelmiddelen moeten aan de volgende controles worden onderworpen:• de omvang van de lading moet overeenkomen met die van de kamer waarin de componenten met het koelmiddel zijn geïnstalleerd;• de ventilatiesystemen en -uitgangen moeten correct werken en mogen niet verstopt zijn;• als een indirect koelcircuit in gebruik is, moet u de aanwezigheid van het koelmiddel in het secundair circuit controleren; de markering, aanwezig op de installaties, moet zichtbaar en leesbaar blijven;• onleesbare markeringen en signaleringen moeten worden gecorrigeerd;• de koelleidingen of -onderdelen moeten zodanig worden geïnstalleerd dat het onmo-gelijkisdatzeaansto?enwordenblootgesteld,diedecomponentenmetkoelmid-delen zouden kunnen aantasten, tenzij deze componenten werden geproduceerd metcorrosiebestendigematerialenofzetegencorrosievesto?enzijnbeschermd.

NEDERLANDSNL - 11i. Controles van de elektrische apparatuur Voor de reparatie en het onderhoud van de elektrische onderdelen zijn een aanvankelijke veiligheidscontrole en inspectieprocedures op de componenten vereist. Bij een storing, die de veiligheid in het gedrang kan brengen, geen elektrische voeding aan het circuit aansluiten tot de reparatie heeft plaatsgevonden. Als de storing niet onmiddellijk kan worden gerepareerd en de werkzaamheid moet worden verdergezet, een geschikt tijdelijke oplossing aanwenden. Deel deze oplossing aan de eigenaar van het systeem mee zodat alle partijen ervan op de hoogte zijn.

Voor de aanvankelijke veiligheidscontroles:• de condensors legen: deze werkzaamheid moet op veilige wijze worden uitgevoerd om het ontstaan van vonken te vermijden;• controleer of de onderdelen en de stroomkabels niet worden blootgesteld aan spanning tijdens het vullen, repareren of zuiveren van de installatie;• controleer de continuïteit van de aarding. l. Reparaties van hermetische componenten• Bij reparatiewerkzaamheden van hermetische componenten de stroomtoevoerlijnen van het apparaat afsluiten alvorens hermetische afdekkingen e. d. te verwijderen. Als absoluut stroomtoevoer voor het apparaat is vereist tijdens het onderhoud moet u een constant actieve lekzoeker in het meest kritische punt plaatsen zodat gevaarlijke situaties worden gesignaleerd.

• Lees aandachtig het volgende om in geval van interventies op de elektrische on-derdelen te waarborgen dat de behuizing niet worden gewijzigd, wat het bescher-mingsniveau zou kunnen beïnvloeden. Dit omvat kabelschade, een overmatig aantal aansluitingen, kabelschoenen die nietzijnvervaardigdvolgensdeoorspronkelijkespecicaties,pakkingschade,deverkeerde installatie van sluitingen, enz. • Controleer of de apparaten stevig zijn gemonteerd.

• Controleer of de pakkingen of de afdichtingsmaterialen niet zijn versleten en dus niet meer kunnen worden gebruikt om de inlaat van ontvlambare atmosferen te voorkomen. De vervangingsonderdelen moeten voldoen aan de indicaties van de fabrikant. Het gebruik van afdichtingsmiddelen op basis van silicone kan de doeltreendheid van bepaalde apparatuur voor de detectie van lekken beletten. Intrinsiek veilige componenten mogen niet worden geïsoleerd voordat eraan wordt gewerkt.

LED Functie1Indicator voor Timer, temperatuur en Foutcodes.2Licht op tijdens de werking van de timer.3SLEEP (SLAAP) modus4Het symbool verschijnt wanneer het toestel wordt ingeschakeld, en verdwijnt wanneer het toestel wordt uitgeschakeld.5Het symbool verschijnt wanneer de stroom wordt ingeschakeld.De vorm en de plaats van de schakelaars en de richtingaanwijzers kunnen per model verschillen, maar hun functie is dezelfde.

NEDERLANDSNL - 168AFSTANDSBEDIENINGVervanging van BatterijenVerwijder het batterijklepje aan de achterkant van de afstandsbediening door het in de richting van de pijl te schuiven. Plaats de batterijen in de richting (+ en -) zoals aangegeven op de afstandsbediening. Plaats het batterijdeksel terug door het op zijn plaats te schuiven. Gebruik 2 stuks LRO3 AAA (1. 5V) batterijen. Gebruik geen oplaadbare batterijen. Vervang de oude batterijen door nieuwe van hetzelfde type wanneer het display niet meer leesbaar is. Gooi batterijen niet weg als ongesorteerd stedelijk afval. Dergelijk afval moet afzonderlijk worden ingezameld voor speciale behandeling. Bij sommige modellen kunt u, telkens wanneer u de batterijen voor de eerste keer in de afstandsbediening plaatst, het controletype Alleen koelen of Verwarmingspomp instellen.

Zodra u de batterijen hebt geplaatst, schakelt u de afstandsbediening uit en gaat u als volgt te werk. 1. Druk lang op de MODE toets, totdat het ( ) -pictogram knippert, om het type Cooling only in te stellen. 2. Druk lang op de MODE toets, totdat het ( ) -pictogram knippert, om het type Verwarmingspomp in te stellen. Let op: Als u de afstandsbediening in de koelstand zet, zal het niet mogelijk zijn de verwarmingsfunctie te activeren in eenheden met een verwarmingspomp. Als u moet resetten, haalt u de batterijen eruit en installeert u ze opnieuw. Bij sommige modellen van de afstandsbediening kunt u de temperatuurweergave programmeren tussen °C en °F. 1. Houd de toets TURBO gedurende 5 seconden ingedrukt om in de wijzigingsmodus te komen;2. Houd de TURBO toets ingedrukt, totdat wordt omgeschakeld naar °C en °F;3.

8 (70mm)23INSTALLATIE BINNENUNITStap 2: Installeer de montageplaat2. 1 Haalde montageplaat van de achterkant van de binnenunit. 2. 2 Vergewisdat u voldoet aan de minimum installatiemaatvereisten als stap 1, bepaal aan de hand van de afmetingen van de montageplaat de positie en plak de montageplaat dicht tegen de muur. 2. 3 Stel de montageplaat horizontaal af met een waterpas en markeer vervolgens de schroefgaten op de muur. 2. 4 Zetde montageplaat neer en boor met een boormachine gaten in de gemarkeerde posities. 2. 5 Doeexpansiepluggen in de gaten, hang vervolgens de montageplaat op en zet hem vast met schroeven. 2. 8 (70mm)Let op:(I) dat de montageplaat stevig genoeg en vlak tegen de muur zit na de installatie. (II) De afgebeelde figuur kan afwijken van het werkelijke voorwerp, gelieve deze laatste als maatstaf te nemen.

Stap 3: Muurgat borenEr moet een gat in de muur worden geboord voor de koelmiddelleidingen, de afvoerleiding en de verbindingskabels. 3. 1 Bepaalde plaats van het gat in de muur op basis van de positie van de montageplaat. 3. 2 Hetgat moet een diameter hebben van ten minste 70 mm en een kleine schuine hoek om de drainage te vergemakkelijken. 3. 3 Door het muurgat met 70mm kernboor en met kleine schuine hoek lager dan het binneneind ongeveer 5mm tot 10mm. 3. 4 Plaatsde muurhuls en de muurhulsafdekking (beide zijn optionele onderdelen) om de aansluitingsonderdelen te beschermen. Voorzichtig:Bij het boren van het gat in de muur moet u draden, leidingen en andere gevoelige onderdelen vermijden. Muurkoker Afdekking (Optioneel)BinnenMuurkoker (Optioneel)Buiten5-10mmKleine schuine hoek70mm.

Er zijn drie optionele leidingsmodi voor binnenunits, zoals aangegeven in de onderstaande figuur:In Pijpmodus 1 of Pijpmodus 3 moet een inkeping worden gemaakt door met een schaar de plastic folie van de pijpuitgang en de kabeluitgang aan de overeenkomstige kant van de binnenunit door te knippen. Let op: Bij het afsnijden van de plastic folie bij de uitlaat, moet de snede glad worden gemaakt. 321Pijpleiding uitgangKabeluitgang4. 2 Buigde verbindingsbuizen met de poort naar boven zoals aangegeven in de figuur. JANEE4. 3 Demonteerde plastic afdekking in de pijpleidingen en verwijder de beschermkap op het uiteinde van de pijpleidingaansluitingen. 4. 4 Controleerof er vuil zit op de poort van de verbindingspijp en zorg ervoor dat de poort schoon is. 4. 5 Nadathet midden is uitgelijnd, draait u de moer van de verbindingspijp om de moer met de hand zo vast mogelijk aan te draaien. 4.

6 Gebruikeen momentsleutel om het aan te draaien volgens de aanhaalmomenten in de tabel met aanhaalmomenten; (Zie de tabel met aanhaalmomenten in hoofdstuk INSTALLATIEVOORSCHRIFTEN)4. 7 Wikkelde verbinding in met de isolatiebuis. Let op: Voor R32-koelmiddel moet de connector buiten worden geplaatst. BinnenBuitenDe connector moet buiten zijn.

NEDERLANDSNL - 2625INSTALLATIE BINNENUNITStap 5: Afvoerslang aansluiten5.1 Deafvoerslangaanpassen(indien van toepassing)In sommige modellen zijn beide zijden van de binnenunit voorzien van afvoerpoorten, u kunt een van deze poorten kiezen om de afvoerslang aan te bevestigen.

En stop de ongebruikte aftappoort met het rubbertje in een van de poorten.Afvoerpoorten5.2 Sluitde afvoerslang aan op de afvoerpoort, zorg ervoor dat de verbinding stevig is en dat de afdichting goed is.5.3 Wikkelde verbinding stevig in met teflon tape om lekkage te voorkomen.Let op: Zorg ervoor dat er geen kronkels of deuken zijn, en de buizen moeten schuin naar beneden worden geplaatst om verstopping te voorkomen, om een goede afvoer te verzekeren.Stap 6: Bedrading aansluiten6.1 Kiesde juiste kabelgrootte aan de hand van de maximale bedrijfsstroom op het typeplaatje.(Controleer de afmetingen van de kabels, zie hoofdstuk VOORZORGSMAATREGELEN VOOR INSTALLATIE)6.2 Openhet voorpaneel van de binnenunit.6.3 Gebruikeen schroevendraaier en open het deksel van de elektrische schakelkast om het klemmenblok te onthullen.6.4 Schroefde kabelklem los.6.5 Steekeen uiteinde van de kabel in de positie van de besturingskast vanaf de achterkant van het rechter uiteinde van de binnenunit.6.6 Sluitde draden aan op de overeenkomstige klemmen volgens het bedradingsschema op het deksel van de elektrische schakelkast.

NEDERLANDSNL - 2725INSTALLATIE BINNENUNITStap 5: Afvoerslang aansluiten5. 1 Deafvoerslangaanpassen(indien van toepassing)In sommige modellen zijn beide zijden van de binnenunit voorzien van afvoerpoorten, u kunt een van deze poorten kiezen om de afvoerslang aan te bevestigen. En stop de ongebruikte aftappoort met het rubbertje in een van de poorten. Afvoerpoorten5. 2 Sluitde afvoerslang aan op de afvoerpoort, zorg ervoor dat de verbinding stevig is en dat de afdichting goed is. 5. 3 Wikkelde verbinding stevig in met teflon tape om lekkage te voorkomen. Let op: Zorg ervoor dat er geen kronkels of deuken zijn, en de buizen moeten schuin naar beneden worden geplaatst om verstopping te voorkomen, om een goede afvoer te verzekeren. Stap 6: Bedrading aansluiten6. 1 Kiesde juiste kabelgrootte aan de hand van de maximale bedrijfsstroom op het typeplaatje.

(Controleer de afmetingen van de kabels, zie hoofdstuk VOORZORGSMAATREGELEN VOOR INSTALLATIE)6. 2 Openhet voorpaneel van de binnenunit. 6. 3 Gebruikeen schroevendraaier en open het deksel van de elektrische schakelkast om het klemmenblok te onthullen. 6. 4 Schroefde kabelklem los. 6. 5 Steekeen uiteinde van de kabel in de positie van de besturingskast vanaf de achterkant van het rechter uiteinde van de binnenunit. 6. 6 Sluitde draden aan op de overeenkomstige klemmen volgens het bedradingsschema op het deksel van de elektrische schakelkast. En zorg ervoor dat ze goed verbonden zijn. 6. 7 Schroefde kabelklem vast om de kabels te bevestigen. 6. 8 Installeerhet deksel van de elektrische schakelkast en het voorpaneel.

VoorpaneelBedradingsschemaDeksel bedieningskast26INSTALLATIE BINNENUNITStap 7: Wikkelen van leidingen en kabelsNadat alle koelmiddelleidingen, verbindingsdraden en afvoerslang zijn geïnstalleerd, moeten ze, om ruimte te besparen en ze te beschermen en te isoleren, met isolatietape worden gebundeld voordat ze door het gat in de muur worden geleid. 7.

● Deairconditionermagingeengevalmetwaterwordengespoeld. ● Vluchtigevloeistoffen(bijv. thinnerofbenzine)beschadigendeairconditioner,gebruik daarom alleen een zachte droge doek of een natte doek gedrenkt ineen neutraal schoonmaakmiddel om de airconditioner schoon te maken. ● Verzorgdathetfilterregelmatigwordtschoongemaakt,omtevoorkomendat er stof op komt, waardoor de werking van het filter wordt aangetast. Wanneer de bedrijfsomgeving stoffig is, moet de reinigingsfrequentiedienovereenkomstig worden verhoogd. ● Raaknahetverwijderenvanhetfilterschermdelamellenvandebinnenunitniet aan om krassen te voorkomen. Maak het toestel schoon.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Olimpia Splendid Mystral E stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden