Olimpia Splendid Dolceclima Compact 8 Handleiding

Olimpia Splendid Airco Dolceclima Compact 8

Bekijk gratis de handleiding van Olimpia Splendid Dolceclima Compact 8 (354 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 51 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Olimpia Splendid Dolceclima Compact 8 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/354
MODE D’EMPLOI ET D’ENTRETIEN
INSTRUCTION FOR USE AND MAINTENANCE
INSTRUCCIONES PARA EL USO Y EL MANTENIMIENTOINSTRUCCIONES PARA EL USO Y EL MANTENIMIENTO
ΟΔΗΓΙΕΣ ΧΡΗΣΗΣ ΚΑΙ ΣΥΝΤΗΡΗΣΗΣ
GEBRAUCHS- UND WARTUNGSANWEISUNGEN
INSTRUÇÕES PARA O USO E MANUTENÇÃO
EN
FR
DE
ES
PT
EL
INSTRUCȚIUNI DE FOLOSIRE ȘI ÎNTREȚINERE
INSTRUKCJA OBSŁUGI I KONSERWACJI
PL
RO
GEBRUIKS- EN ONDERHOUDSAANWIJZINGEN
NL
IT
SV
FI
NO
HU
CS
UK
DA
ISTRUZIONI PER USO E MANUTENZIONE
INSTRUKTIONER FÖR ANVÄNDNING OCH UNDERHÅLL
YTTÖ- JA HUOLTO-OHJEET
BRUKS- OG VEDLIKEHOLDSINSTRUKSJONER
KEZELÉSI ÉS KARBANTARTÁSI ÚTMUTATÓ
VOD K POUŽITÍ A ÚDRŽBĚ
ІНСТРУКЦІЯ З ВИКОРИСТАННЯ ТА ОБСЛУГОВУВАННЯ
BRUGS- OG VEDLIGEHOLDELSESANVISNING
Attenzione: rischio di incendio
Caution: risk of re
Attention : risque d'incendie
Achtung: Brandrisiko
Atención: riesgo de incendio
Atenção: risco de incêndio
Let op: brandgevaar
Προσοχή: κίνδυνος πυρκαγιάς
Uwaga: ryzyko pożaru
Atenție: risc de incendiu
Varning: brandrisk
Varoitus: tulipalovaara
Advarsel: Fare for brann
Figyelmeztetés: tűzveszély
Pozor: nebezpečí požáru
Увага: ризик виникнення пожежі
Advarsel: Brandfare
INSTRUCCIONES PARA EL USO Y EL MANTENIMIENTO
DOLCECLIMA COMPACT S
& DOLCECLIMA SLIM

Beoordeel deze handleiding

5.0/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Olimpia Splendid
Categorie: Airco
Model: Dolceclima Compact 8
Kleur van het product: Wit
Ingebouwd display: Ja
Timer: Ja
Gewicht: 23200 g
Breedte: 345 mm
Diepte: 355 mm
Hoogte: 703 mm
Geluidsniveau: 63 dB
Gewicht verpakking: 28000 g
Breedte verpakking: 377 mm
Diepte verpakking: 402 mm
Hoogte verpakking: 877 mm
Soort: Mobiele airconditioner uit één stuk
Aantal snelheden: 2
Stroom: 1 A
Koelend medium: R410A
Type timer: Digitaal
Ingebouwde ventilator: Ja
Variabel vermogen: Ja
Air conditioner functies: Cooling, Dehumidifying, Fan
Jaarlijks energieverbruik (koelen): - kWu
Op afstand bedienbaar: Ja
Slang diameter: 150 mm
Lengte van slang: 1.5 m
Koelcapaciteit in watt (opgegeven): 2100 W
Energieverbruik per uur (koeling): 0.81 kWu
Energieverbruik per uur (verwarming): - kWu
Ontvochtiging capaciteit: 1 L/u
Luchtstroom (hoge snelheid): 300 m³/uur
Luchtstroom (lage snelheid): 270 m³/uur
Koelcapaciteit (max): 8000 BTU/h
Koel capaciteit in watt (max): - W
Verwarmingscapaciteit in watt (max): - W
Koeling energie efficientie: 2.6
Verwarmingscapaciteit in watt (opgegeven): - W
Afstandsbediening inbegrepen: Ja
AC-ingangsspanning: 220 - 240 V
AC-ingangsfrequentie: 50 Hz
Koelkast medium gewicht: 300 g
Type beeldscherm: LCD
Zwenkwieltjes: Ja
Timerduur (maximum): 12 uur
Comfort-slaapstand: Ja
Stroomsterkte (koeling): 5.8 A
Vermogens consumptie (koeling): 3900 W

Handleiding Olimpia Splendid Dolceclima Compact 8 – volledige tekst

WAARSCHUWINGEN1. Het apparaat bevat het gas R290 (classicatie ontvlambaarheid A3). 2. Het apparaat moet opgeslagen worden in een goed geventileerd vertrek, waarvan de afmetingen overeenkomen met de maten die gespeciceerd zijn voor het gebruik van het apparaat. Het apparaat moet geïnstalleerd, gebruikt en bewaard worden in een vertrek waarvan het oppervlak de minimum afmetingen heeft die aangeduid worden in de tabel van pagina 6. Dit apparaat bevat een hoeveelheid koelgas R290 die gelijk is aan de hoeveelheid die vermeld wordt op het etiket met gegevens dat op het apparaat aangebracht is. 3.

Het apparaat mag gebruikt worden door kinderen van 8 jaar of ouder en door personen met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke bekwaamheden, of zonder ervaring of de benodigde kennis, op voorwaarde dat ze onder toezicht staan, of nadat ze instructies over het veilige gebruik van het apparaat ontvangen hebben en de gevaren die daaraan inherent zijn begrepen hebben. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. De reiniging en het onderhoud die door de gebruiker uitgevoerd moeten worden mogen niet uitgevoerd worden door kinderen zonder toezicht (van toepassing voor de landen van de Europese Unie). 4.

Het apparaat mag gebruikt worden door personen (met inbegrip van kinderen) met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke bekwaamheden, of zonder ervaring of de benodigde kennis, op voorwaarde dat ze onder toezicht staan, of nadat ze instructies over het veilige gebruik van het apparaat ontvangen hebben, van iemand die verantwoordelijk voor hun veiligheid is (alleen van toepassing voor de landen buiten de Europese Unie). 5. Als het netsnoer beschadigd is, moet dit vervangen worden door de fabrikant of diens technische assistentiedienst of hoe dan ook door iemand met een gelijkaardige kwalicatie, zodat ieder risico voorkomen wordt. 6.

Om ieder risico van elektrische schokken te voorkomen, is het absoluut noodzakelijk de stekker uit het stopcontact te trekken alvorens ongeacht welke onderhoudsingreep op het apparaat uit te voeren. 7. Voor de correcte werking van het apparaat moeten de minimum afstanden en de aanwijzingen in acht genomen worden die in deze handleiding staan. NLΠΡΟΕΙΔΟΠΟΙΗΣΕΙΣ1. Η συσκευή περιέχει αέριο R290 (ταξινόμηση ευφλεκτικότητας A3). 2. Το μηχάνημα πρέπει να φυλάσσεται σε καλά αεριζόμενο χώρο, όπου το μέγεθος του χώρου αντιστοιχεί στις μετρήσεις που καθορίζονται για τη χρήση της συσκευής. Η συσκευή πρέπει να τοποθετείται, να χρησιμοποιείται και να αποθηκεύεται σε δωμάτιο του οποίου η επιφάνεια συμμορφώνεται με τις ελάχιστες διαστάσεις που αναφέρονται στον πίνακα στη σελίδα 6.

DOLCECLIMA COMPACT S & DOLCECLIMA SLIMNL - 1NEDERLANDSINHOUDSOPGAVE0 - WAARSCHUWINGEN. 20. 1 - ALGEMENE INFORMATIE. 20. 2 - SYMBOLEN. 20. 2. 1 - Redactionele pictogrammen. 20. 3 - ALGEMEEN ADVIES. 30. 4 - BEOOGD GEBRUIK. 50. 5 - RISICOZONES. 50. 6 - WAARSCHUWINGEN VOOR HET KOELGAS R290. 51 - OMSCHRIJVING VAN HET APPARAAT. 101. 1 - LIJST VAN DE MEEGELEVERDE ONDERDELEN. 101. 2 - IDENTIFICATIE VAN DE VOORNAAMSTE ONDERDELEN. 102 - INSTALLATIE. 112. 1 - TRANSPORT VAN DE AIRCONDITIONER. 112. 2 - WAARSCHUWINGEN. 112. 3 - MOBIELE INSTALLATIE. 112. 4 - VASTE INSTALLATIE. 122. 5 - ELEKTRISCHE AANSLUITING. 122. 6 - DRAINAGE. 122. 6. a - Gebruik als ontvochtiger. 123 - GEBRUIK VAN HET APPARAAT. 123. 1 - SYMBOLEN EN TOETSEN BEDIENINGSPANEEL. 133. 2 - TOETSEN AFSTANDSBEDIENING. 133. 3 - GEBRUIK VAN DE AFSTANDSBEDIENING. 143. 3. a - Plaatsing van de batterijen. 143. 3. b - Vervanging van de batterijen.

143. 3. c - Positie van de afstandsbediening. 143. 4 - GEBRUIK VAN HET APPARAAT. 153. 4. a - Voorafgaande handelingen. 153. 4. b - Inschakeling/uitschakeling apparaat. 153. 5 - VENTILATIEWERKWIJZE (FAN). 153. 6 - WERKWIJZE KOELING (COOL). 153. 7 - WERKWIJZE ONTVOCHTIGING (DRY). 153. 8 - WERKWIJZE AUTO (Automatisch). 163. 9 - NACHTWERKING. 163. 10 - WERKWIJZE TIMER. 163. 10. a - Geprogrammeerde inschakeling. 163. 10. b - Geprogrammeerde uitschakeling. 163. 11 - INSTELLING MEETEENHEID VAN DE TEMPERATUUR. 163. 12 - OVERIGE FUNCTIES. 173. 12. a - Functie FOLLOW ME. 173. 12. b - Functie Short Cut. 173. 12. c - Auto-Restart. 173. 12. d - Wi-Fi. 174 - ONDERHOUD EN REINIGING. 174. 1 - REINIGING. 174. 1. a - Reiniging van het apparaat en van de afstandsbediening. 174. 1. b - Reiniging van het aanzuiglter. 184. 1. c - Wenken voor de energiebesparing. 184. 2 - ONDERHOUD. 184. 2.

NL - 2NEDERLANDS 0 - WAARSCHUWINGEN0. 1 - ALGEMENE INFORMATIE Wij wensen u eerst en vooral te bedanken omdat u de voorkeur hebt gegeven aan een door ons geproduceerd apparaat. 2 - SYMBOLEN De pictogrammen die in het volgende hoofdstuk staan, maken het mogelijk de benodigde informatie voor het correcte gebruik van de machine onder veilige omstandigheden snel en op eenduidige wijze te verstrekken. 2. 1 - Redactionele pictogrammenSignaleert dat dit document aandachtig moet worden gelezen alvorens het apparaat te installeren en/of te gebruiken. Signaleert dat het servicepersoneel met het apparaat moet omgaan, in overeenstemming met de installatiehandleiding. Signaleert dat er extra informatie in de meegeleverde handleidingen kan aanwezig zijn. Duidt aan dat er informatie in de gebruiksaanwijzing of installatiehandleiding beschikbaar is.

Duidt aan dat het servicepersoneel met het apparaat moet omgaan, in overeenstemming met de installatiehandleiding. Signaleert dat het apparaat ontvlambaar koelmiddel gebruikt. Als de koelvloeistof uitloopt en wordt blootgesteld aan een externe ontstekingsbron bestaat risico op brand. Wijst het betrokken personeel op het feit dat indien de beschreven handeling niet uitgevoerd wordt met inachtneming van de veiligheidsvoorschriften, het risico bestaat een elektrische schok te krijgen. Signaleert aan het betrokken personeel dat de beschreven handeling risico’s inhoudt voor lichamelijke schade indien de veiligheidsnormen niet in acht worden genomen. Signaleert aan het betrokken personeel, dat de beschreven handeling risico’s inhoudt voor brandwonden door contact met zeer hete componenten, indien de veiligheidsnormen niet in acht worden genomen.

De veronachtzaming ervan kan de volgende gevolgen hebben:- gevaar voor de persoonlijke veiligheid van de operators- verlies van de contractuele garantie- afwijzing van aansprakelijkheid door de fabrikant. Duidt op acties die absoluut niet uitgevoerd mogen worden. Signaleert aan het betrokken personeel dat het verboden is om het apparaat af te dekken om oververhitting te voorkomen. ILLUSTRATIESDe illustraties zijn gegroepeerd op de eerste pagina’s van de handleiding.

DOLCECLIMA COMPACT S & DOLCECLIMA SLIMNL - 3NEDERLANDS0. 3 - ALGEMEEN ADVIES 1. Document van vertrouwelijke aard, volgens de wettelijke bepalingen, met verbod op reproduc-tie of versturing aan derden zonder de uitdrukkelijke autorisatie van de rma OLIMPIA SPLEN-DID. De machines kunnen bijwerkingen ondergaan en dus andere onderdelen vertonen dan die afgebeeld worden zonder om deze reden de teksten van deze handleiding te compromitteren. 2. Lees deze handleiding met aandacht alvorens verder te gaan met om het even welke handeling (installatie, onderhoud, gebruik) en houd u strikt aan hetgeen in de afzonderlijke hoofdstukken beschreven wordt. 3. Bewaar de handleiding goed zodat u hem altijd bij de hand heeft en indien nodig kunt raadplegen. 4.

Controleer nadat u het apparaat uit de verpakking gehaald heeft of het apparaat intact is; het verpakkingsmateriaal mag niet binnen het bereik van kinderen gehouden worden omdat dit een bron van gevaar kan zijn. 5. DE FABRIKANT STELT ZICH OP GENERLEI WIJZE AANSPRAKELIJK VOOR PERSOONLIJK LETSEL OF MATERIËLE SCHADE DIE HET GEVOLG IS VAN DE VERONACHTZAMING VAN DE VOORSCHRIFTEN DIE IN DEZE HANDLEIDING STAAN. 6. De fabrikant behoudt zich het recht voor om ieder gewenst moment wijzigingen aan de eigen modellen aan te brengen terwijl de essentiële kenmerken die in deze handleiding beschreven worden onveranderd blijven. 7. Het onderhoud van apparatuur voor de klimaatregeling, zoals dit apparaat, kan gevaarlijk blijken te zijn omdat koelgas onder druk en elektrische onderdelen onder spanning in dit apparaat aanwezig zijn.

De eventuele onderhoudsingrepen (met uitzondering van de reiniging van de lters) moeten dus uitsluitend uitgevoerd worden door geautoriseerd en gekwaliceerd personeel. 8. Installaties die uitgevoerd worden zonder inachtneming van de aanwijzingen die in deze handleiding staan en het gebruik buiten de voorgeschreven temperatuurlimieten doen de garantie komen te vervallen. 9.

Voor eventuele reparaties mag u zich uitsluitend tot de bevoegde technische ser-vicecentra van de fabrikant wenden en ALS ELEKTRISCHE APPARATUUR WORDT GEBRUIKT,MOETEN DE BASISVEILIG-HEIDSVOORSCHRIFTEN STEEDS WORDEN GEVOLGD OM HET RISICO OP BRAND, ELEK-TRISCHE SCHOKKENEN ONGEVALLEN TE BEPERKEN, INCLUSIEF HET VOLGENDE: Om eventuele beschadiging van de compressor te voorkomen, wordt iedere start met 3 minuten vertraagd ten opzichte van de laatste uitschakeling.

NL - 4NEDERLANDSom het gebruik van originele reserveonder-delen vragen. Wordt het bovenstaande niet in acht genomen dan kan de veili-gheid van het apparaat hierdoor in gevaar gebracht worden. 16. Laat de klimaatregelaar niet gedurende lange tijd in werking indien het vochtgehalte hoog is en deuren of ramen open zijn. De vochtigheid zou condensvorming kunnen veroorzaken waardoor het interieur nat of beschadigd wordt. 17. Sluit de voedingsstekker niet af tijdens de werking. Risico op brand of elektrische schokken. 18. Leg geen zware of hete voorwerpen bovenop het apparaat. 19. Voordat het apparaat elektrisch aangesloten wordt, moet gecontroleerd worden of de gegevens die op het plaatje staan overeenkomen met die van het elektrische distributienet. Het stopcontact moet met een aarding uitgerust zijn. Het plaatje (20) bevindt zich op de zijkanten van het apparaat (Afb. 2). 20.

Installeer het apparaat volgens de instructies van de fabrikant. Een verkeerde installatie kan persoonlijk letsel, dierenleed of materiële schade veroorzaken waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk gesteld kan worden. 21. Bij incompatibiliteit tussen het stopcontact en de stekker van het apparaat moet het stopcontact door professioneel gekwaliceerd personeel vervangen worden door een van een ander type, dat geschikt is, en moet dit personeel controleren of de doorsnede van de kabels van het stop-contact geschikt is voor het vermogen dat door het apparaat geabsorbeerd wordt. Doorgaans wordt afgeraden om adapters en/of verlengsnoeren te gebruiken. Mocht het gebruik daarvan toch noodzakelijk zijn, dan moeten ze conform de van kracht zijnde veiligheidsvoorschriften zijn en mag het stroomdebiet (A) ervan niet lager zijn dan het maximum debiet van het apparaat. 22.

Dit apparaat is niet bestemd om te werken door middel van een externe timer of met een apart systeem voor afstandsbediening. 23. Gebruik het apparaat altijd alleen in de verticale stand. 24.

DOLCECLIMA COMPACT S & DOLCECLIMA SLIMNL - 5NEDERLANDS 45. Gebruik het apparaat niet als de ruimte kort geleden behandeld is met een insecticide in de vorm van gas, bij brandende wierook, chemische dampen of olieresidu. 46. Gebruik de machine niet zonder dat de lters correct in positie gebracht zijn. 47. De demontage, reparaties of omschakeling die uitgevoerd wordt door iemand die niet daartoe geautoriseerd is, kan ernstige schade veroorzaken en de garantie van de fabrikant annuleren. 48. Gebruik het apparaat niet bij defecten of een slechte werking, als de kabel of de stekker beschadigd zijn of als het apparaat gevallen is of op enige andere wijze beschadigd is. Schakel het apparaat uit, trek de stekker uit het stopcontact en laat het nakijken door professioneel gekwaliceerd personeel. 49. Het apparaat niet demonteren of wijzigingen erop aanbrengen. 50.

Het is extreem gevaarlijk het apparaat zelf te repareren. 51. Als u besluit om het apparaat af te danken wordt geadviseerd om het apparaat onwerkzaam te maken door, nadat u de stekker uit het stopcontact gehaald heeft, het elektrische snoer door te knippen. Er wordt bovendien geadviseerd om de onderdelen van het apparaat die een gevaar kunnen ople-veren, vooral voor kinderen die ermee kunnen gaan spelen, onschadelijk te maken. 52. Voor het ontdooiingsproces en voor de reiniging van het apparaat mogen geen andere instrumenten gebruikt worden dan die door de fabrikant aanbevolen worden. 53. Het apparaat is voorzien van een thermische beveiliging die de elektronische kaart behoedt te-gen een te hoge temperatuur. Mocht deze beveiliging in werking treden, trek de stekker dan uit het stopcontact en wacht tot het apparaat volledig afgekoeld is (minstens 20÷30 minuten).

Steek de stekker daarna weer in het stopcontact en herstart het apparaat. Als het apparaat niet herstart wordt, trek de stekker dan uit het stopcontact en neem contact op met een Assistentiecentrum. 54. ZEKERING: 3,15A/250VAC Trage zekering.

NL - 6NEDERLANDSHoeveelheid gas R290 in Kg (zie etiket met gegevens op het apparaat)0,120 0,130 0,140 0,150 0,160 0,170 0,180 0,190 0,200 0,210 0,220Minimum afmetingen van de ruimte voor het gebruik en de opslag (m2 )6 7 7 8 8 9 9 10 10 11 11 4. DIT APPARAAT BEVAT EEN HOEVEELHEID KOELGAS R290 DIE GELIJK IS AAN DE HOEVEEL-HEID DIE VERMELD WORDT OP HET ETIKET MET GEGEVENS DAT OP HET APPARAAT AAN-GEBRACHT IS. 5. HET APPARAAT MOET OPGESLAGEN WORDEN IN EEN VERTREK WAARIN GEEN ONTSTE-KINGSBRONNEN MET CONTINUE WERKING AANWEZIG ZIJN (BIJVOORBEELD: OPEN VUUR, APPARATEN DIE OP GAS WERKEN OF VERWARMINGSTOESTELLEN MET ELEKTRISCHE WERKING). 6. Niet perforeren of verbranden. 7. Houd er rekening mee dat koelgas geurloos kan zijn. 8. R290 is een koelgas conform de Europese richtlijnen op het gebied van het milieu. Perforeer het circuit van het koelgas op geen enkele plek. 9.

Gebruik geen middelen om het ontdooiingsproces te versnellen, of voor de reiniging, met uitzonde-ring van de door de producent aanbevolen middelen. 10. Wanneer het apparaat ontdooid en gereinigd wordt, mogen geen andere instrumenten gebruikt worden dan die door de fabrikant aanbevolen worden. 11. Als het apparaat geïnstalleerd, gebruikt of bewaard wordt in een niet geventileerde zone, dan moet die ruimte ontworpen zijn ter preventie van de accumulatie van gelekt koelmiddel, die te wijten is aan elek-trische verwarmingstoestellen, kachels, of andere ontstekingsbronnen. 12. Neem de nationale voorschriften op het gebied van gas in acht. 13. Houd de ventilatie-openingen vrij van obstructies. 14. Het apparaat moet zo opgeslagen worden dat mechanische schade vermeden wordt. 15.

Een ieder die boven of in een koelgascircuit moet werken, moet in het bezit zijn van een geldig cer-ticaat, waarop verklaard wordt dat die persoon competent is om op veilige wijze koelmiddelen te hanteren, dat in overeenstemming is met een specieke beoordeling die erkend is door de sector. 16.

Alle handelingen voor de werking, die van invloed zijn op de veiligheidsvoorzieningen, moe-ten uitgevoerd worden door gespecialiseerd personeel. Het onderhoud en de reparaties die de assistentie van ander gespecialiseerd personeel vereisen, moeten uitgevoerd worden onder toezicht van een persoon die competent is voor het gebruik van ontvlambare koelmiddelen. 17. VERVOER VAN APPARATUUR DIE ONTVLAMBARE KOELMIDDELEN BEVAT Raadpleeg de wetgeving voor het vervoer. 18. MARKERING VAN DE APPARATUUR MET SYMBOLEN Raadpleeg de plaatselijke wetgeving. 19. VERWIJDERING VAN APPARATUUR DIE ONTVLAMBARE KOELMIDDELEN GEBRUIKT Raadpleeg de nationale wetgeving. 20. OPSLAG VAN DE APPARATUUR/APPARATEN De opslag van de apparatuur moet conform de instructies van de fabrikant zijn. 21.

OPSLAG VAN DE VERPAKTE (NIET VERKOCHTE) APPARATUUR De verpakking moet zo uitgevoerd zijn dat een interne mechanische beschadiging van de apparatuur geen lekkage van koelmiddel veroorzaakt. Het maximum aantal delen van de apparatuur dat samen opgeslagen kan worden wordt aangeduid door de plaatselijke wetgeving. 22. INFORMATIE OVER HET ONDERHOUDa) Controles van het gebied Voordat handelingen uitgevoerd worden op systemen die ontvlambare koelmiddelen bevatten, moeten de vei-ligheidscontroles uitgevoerd worden om zich ervan te verzekeren dat het risico op ontbranding minimaal is. Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht om eventuele reparaties van het koelmiddelsysteem uit te voeren voordat het gebruikt wordt.

b) Afwikkeling van het werk Het werk moet uitgevoerd worden onder controle, om het risico op de aanwezigheid van gas of ontvlam-bare dampen tijdens de uitvoering van het werk zelf te minimaliseren. c) Algemeen werkgebied Al het personeel dat met het onderhoud belast is, en de andere operators die in het werkgebied aan-.

DOLCECLIMA COMPACT S & DOLCECLIMA SLIMNL - 7NEDERLANDSwezig zijn, moeten geïnstrueerd zijn over de aard van het werk dat verricht gaat worden. Vermijd het om in kleine ruimtes te werken. De zone rondom het werkgebied moet afgebakend zijn. Controleer of het gebied veilig gesteld is dankzij de controle van ontvlambaar materiaal. d) Controle van de aanwezigheid van koelmiddel Het gebied moet vóór en tijdens het werk gecontroleerd worden met gebruik van een adequate detector van koelmiddelen om er zeker van te zijn dat de operator zich bewust is van de aanwezigheid van een potentieel ontvlambare atmosfeer. Controleer of het apparaat voor de detectie van lekken geschikt is voor ontvlambare koelmiddelen, dus of het vonkvrij is, op passende wijze verzegeld of intrinsiek veilig is.

e) Aanwezigheid van brandblussers Mocht ongeacht welke warme bewerking op de koelapparatuur uitgevoerd moeten worden, of op on-geacht welk daarop aangesloten deel, dan moet adequate brandblusapparatuur binnen handbereik be-schikbaar zijn. Zorg ervoor dat er altijd een droge poederblusser of een CO2-blusser aanwezig is vlakbij het gebied waar het vullen plaatsvindt. f) Afwezigheid van ontvlambare bronnen Geen enkele operator die aan het werk is op het koelsysteem waarbij het blootleggen van ongeacht welke lei-ding nodig is die een ontvlambaar koelmiddel bevat of bevat heeft, mag enige ontvlambare bron gebruiken op een wijze dat brand of een explosie veroorzaakt kan worden.

Alle mogelijke ontvlambare bronnen, met inbegrip van het gebruik van sigaretten, moeten voldoende ver van de plaats van installatie, reparatie, verwijdering en sloop gehouden worden, waar het ontvlambare koelmiddel in de omringende ruimte zou kunnen worden afge-geven. Voordat het werk begint moet het gebied rondom de apparatuur bestudeerd worden om er zeker van te zijn dat geen ontvlambare elementen of risico’s op ontbranding aanwezig zijn. Gebruik markeringen die het roken verbieden.

g) Geventileerd gebied Controleer of het installatiegebied in de open lucht is of op passende wijze geventileerd wordt voordat het systeem gestart wordt of ongeacht welke warme bewerking op de apparatuur uitgevoerd wordt. De mate van ventilatie moet aanwezig zijn gedurende de gehele periode waarin de bewerking uitgevoerd wordt. De ventilatie moet in staat zijn om ieder koelmiddel dat vrijgekomen is op veilige wijze te versprei-den en om het bij voorkeur naar buiten in de atmosfeer uit te stoten. h) Controles op de koelapparatuur Wanneer de elektrische onderdelen vervangen worden, moeten de nieuwe onderdelen geschikt zijn voor het gebruik en conform de aangeduide specicaties zijn. De richtlijnen van de fabrikant over het onderhoud en de assistentie moeten altijd in acht genomen worden. Raadpleeg bij twijfel de technische dienst van de fabrikant voor assistentie.

De volgende controles moeten uitgevoerd worden op installaties waarin ontvlam-bare koelmiddelen gebruikt worden: controleer of de grootte van de vulling in overeenstemming is met de afmetingen van het vertrek waarin de delen die het koelmiddel bevatten geïnstalleerd zijn; of het systeem en de ventilatie-openingen correct werken en niet verstopt zijn; als van een koelcircuit gebruik gemaakt wordt, moet de aanwezigheid van koelmiddel in het secundaire circuit gecontroleerd worden; of de markering die op de machine aangebracht is nog steeds zichtbaar en leesbaar is.

Markeringen en aanduidingen die niet leesbaar zijn moeten gecorrigeerd worden; of de koelleidingen en -onderdelen geïnstalleerd zijn in een positie waarin het onwaarschijnlijk is dat ze blootgesteld worden aan ongeacht welke stof die de onderdelen die het koelmiddel bevatten zou kunnen aantasten door corrosie, tenzij die onderdelen uit een materiaal bestaan dat intrinsiek bestand is tegen corrosie of dat op passende wijze daartegen beschermd wordt.

i) Controles op de elektrische apparaten De reparatie en het onderhoud van de elektrische onderdelen moeten eerste veiligheidscontroles en inspectiepro-cedures van de onderdelen bevatten. Mocht een defect optreden dat de veiligheid kan compromitteren, schakel dan niet de elektrische voeding naar het circuit in zolang het probleem niet op passende wijze verholpen is. Gebruik een tijdelijke geschikte oplossing als het defect niet onmiddellijk verholpen kan worden en het nodig is dat de werking voortgezet wordt. Deze situatie moet meegedeeld worden aan de eigenaar van de apparatuur zodat alle partijen er-over geïnformeerd zijn.

De eerste veiligheidscontroles bevatten: controleer of de condensatoren ontladen zijn: deze controle moet op veilige wijze uitgevoerd worden om vonken te voorkomen; controleer of de elektrische onderdelen en kabels die onder spanning staan tijdens het vullen, het herstel of de ontluchting van het systeem niet blootgesteld worden; controleer de continuïteit van de aardaansluiting. 23. REPARATIE VERZEGELDE ONDERDELENa) Tijdens de reparatie van verzegelde onderdelen moeten alle elektrische voedingen van de uitrusting waarop gewerkt wordt afgesloten worden voordat ongeacht welke verzegelde afdekking, enz. , weggenomen wordt.

Mocht het absoluut nodig zijn dat de elektrische voeding op de uitrusting ingeschakeld is tijdens de reparatie, dan moet een permanent werkzame lekdetector in positie gebracht zijn op het meest kritieke punt, om de operator te waarschuwen voor een potentieel gevaarlijke situatie.

NL - 8NEDERLANDSb) Besteed bijzondere aandacht aan wat nu volgt om er zeker van te zijn dat de afdekking op geen enkele wijze wijzi-gingen ondergaat die van invloed zijn op het veiligheidsniveau wanneer op elektrische onderdelen gewerkt wordt. Dit omvat beschadigingen van kabels, een overmatig aantal aansluitingen, eindstukken die niet zijn vervaardigd volgens de oorspronkelijke specicaties, beschadigingen van pakkingen, verkeerde montage van kabelklemmen, enz. Con-troleer of de apparatuur op veilige wijze gemonteerd is. Controleer of de pakkingen of de verzegelingsmaterialen niet dusdanig verslechterd zijn dat de binnenkomst van ontvlambare atmosferen niet meer voorkomen kan worden. De vervangingsonderdelen moeten voldoen aan de specicaties van de fabrikant. Het gebruik van siliconenkit kan de doeltreffende werking van enkele soorten lekdetectiesystemen belemmeren.

De intrinsiek veilige onderdelen mogen niet geïsoleerd worden voordat erop ingegre-pen wordt. 24. REPARATIE VAN INTRINSIEK VEILIGE ONDERDELEN Pas geen enkele inductielading en ladingen met permanente capaciteit toe op het circuit, zonder eerst gecontroleerd te hebben of de maximum spanning en stroom, die voor de gebruikte apparatuur toegestaan zijn, niet overschreden worden. De intrinsiek veilige onderdelen zijn de enige waarop ingegrepen kan worden terwijl ze onder spanning staan en een ontvlambare atmosfeer aanwezig is. Het testsysteem moet op de correcte stroomsterkte staan. Vervang de onderdelen alleen door de reserveonderdelen die aangeduid worden door de fabrikant. Andere dan de aangeduide onderdelen kunnen na een lek de ontbranding van het koelmiddel in de atmosfeer veroorzaken. 25.

Houd tijdens de controle ook rekening met de ef-fecten van veroudering of van constante trillingen die veroorzaakt worden door elementen als compressoren of ventilatoren. 26. DETECTIE VAN ONTVLAMBARE KOELMIDDELEN Gebruik in geen enkel geval potentiële ontstekingsbronnen om lekken van koelmiddel te detecteren. Gebruik geen steekvlammen (of iedere ander detectiesysteem dat van open vuur gebruik maakt). 27. LEKDETECTIEMETHODEN De volgende lekdetectiemethoden worden als aanvaardbaar beschouwd voor systemen die ontvlambare koelmid-delen bevatten. Gebruik elektronische lekdetectors voor ontvlambare koelmiddelen, ook als de gevoeligheid mo-gelijk niet geschikt is of ze opnieuw gekalibreerd moeten worden. (De detectie-uitrusting moet gekalibreerd worden in een gebied zonder koelmiddel. ) Controleer of de detector geen potentiële ontstekingsbron is en geschikt is voor het gebruikte koelmiddel.

De lekdetectie-uitrusting moet ingesteld zijn op een percentage LFL van het koelmiddel en gekalibreerd zijn ten aanzien van het gebruikte koelmiddel en het geschikte percentage gas (maximaal 25%) is bevestigd. De vloeistoffen voor de detectie van lekken kunnen gebruikt worden met het merendeel van de koelmid-delen maar het gebruik van reinigingsmiddelen die chloor bevatten moet vermeden worden aangezien chloor op het koelmiddel zou kunnen reageren en de koperen leidingen kan aantasten door corrosie. Als een lek vermoed wordt, moet al het open vuur verwijderd/gedoofd worden. Als een koelmiddellek gedetecteerd wordt waarvoor lassen nodig is, win dan al het koelmiddel uit het systeem terug of isoleer het (door middel van de afsluitkleppen) in een deel van het systeem dat zich ver van het lek bevindt.

Vervolgens moet vóór en tijdens het lasproces zuurstofvrije stikstof (OFN) in het systeem vrijgelaten worden. 28. VERWIJDERING EN LEDIGING Gebruik conventionele procedures wanneer op het circuit van het koelmiddel gewerkt wordt voor het uitvoe-ren van reparaties of om iedere andere reden.

Desondanks is het belangrijk dat de beste praktijk in acht geno-men wordt gezien het feit dat rekening gehouden moet worden met de ontvlambaarheid. Neem de volgende procedure in acht:• Verwijder het koelmiddel;• Ontlucht het circuit met inert gas;• Leeg het;• Ontlucht het nog een keer met inert gas;• Open het circuit door middel van snijden of lassen. De koelmiddelvulling moet hersteld worden in cilinders die geschikt zijn voor de terugwinning. Reinig het systeem met OFN om de eenheid veilig te maken. Het zou nodig kunnen zijn deze procedure meerdere malen te moeten herhalen. Gebruik geen perslucht of zuurstof voor deze handeling.

De reiniging moet voltooid worden door het luchtledige deel van het systeem met OFN te vullen en door te blijven gaan met vullen tot de werkdruk bereikt wordt, vervolgens moet de OFN in de atmosfeer geloosd worden en tenslotte moet het systeem weer in een lucht-ledige situatie gebracht worden. Herhaal het proces tot geen koelmiddel meer in het systeem achtergebleven is. Wanneer de laatste vulling met OFN gebruikt wordt, moet het systeem op de atmosferische druk gebracht worden.

DOLCECLIMA COMPACT S & DOLCECLIMA SLIMNL - 9NEDERLANDSom het te kunnen gebruiken. Deze handeling is absoluut van vitaal belang als laswerken op de leidingen uitge-voerd moeten worden. Controleer of de afvoer van de vacuümpomp zich niet vlakbij enige ontstekingsbron bevindt en of de ventilatie beschikbaar is. 29. VULPROCEDURES Naast de conventionele vulprocedures moeten de volgende vereisten in acht genomen worden. Controleer of er geen vermenging van verschillende koelmiddelen plaatsvindt tijdens het vullen van de apparatuur. De leidingen moeten zo kort mogelijk zijn om de hoeveelheid koelmiddel erin tot het minimum te beperken. De cilinders moe-ten in de opgerichte stand gehouden blijven. Controleer of het koelsysteem aangesloten is op de aarde alvorens het met koelmiddel te vullen. Etiketteer het systeem wanneer het eenmaal gevuld is (als dat nog niet gedaan was).

Let bijzonder goed op dat het koelsysteem niet overbelast wordt. Test de druk met de OFN alvorens het systeem opnieuw te vullen. Voer de dichtingstest van het systeem na aoop van het vullen uit maar voorafgaand aan de inbedrijfstelling. Een extra dichtingstest moet uitgevoerd worden voordat de plaats van installatie verlaten wordt. 30. BUITENDIENSTSTELLING Alvorens deze procedure uit te voeren, is het van essentieel belang dat de technicus vertrouwd geraakt is met de apparatuur en alle onderdelen daarvan. Het wordt als een goede praktijk beschouwd om alle koelmiddelen op veilige wijze terug te winnen. Alvorens deze handeling uit te voeren, moeten een oliemonster en een koelmid-delmonster genomen worden, voor als het nodig is eerst een analyse uit te voeren voordat een teruggewonnen koelmiddel opnieuw wordt gebruikt.

Het is van essentieel belang dat de elektrische energie beschikbaar is voordat met deze procedure begonnen wordt. a) Raak vertrouwd met de apparatuur en met de werking ervan. b) Breng de elektrische isolatie van het systeem tot stand.

c) Controleer voordat deze procedure uitgevoerd wordt, of:• De mechanische uitrusting voor de verplaatsing beschikbaar is, indien nodig, om de cilinders van het koelmiddel te verplaatsen; • Alle veiligheidsvoorzieningen beschikbaar zijn en correct gebruikt worden; • Het terugwinningsproces altijd door een competent persoon gecontroleerd wordt; • De uitrusting die voor de terugwinning gebruikt wordt, en de cilinders, conform de toepasselijke standaards zijn. d) Leeg het koelsysteem, indien mogelijk. e) Als geen situatie van vacuüm verkregen kan worden, gebruik dan een collector zodat het koelmiddel uit de diverse delen van het systeem verwijderd kan worden. f) Controleer of de cilinder op de weegschalen geplaatst is voordat de terugwinning wordt uitgevoerd. g) Start de terugwinningsmachine en handel conform de instructies van de fabrikant. h) Overbelast de cilinders niet.

(Niet meer dan 80% van het vulvolume van de vloeistof). i) Overschrijd niet de maximum werkdruk van de cilinder, ook niet tijdelijk. j) Wanneer de cilinders correct gevuld zijn en het proces voltooid is, controleer dan of de cilinders en de uitrusting onmiddellijk van de plaats van installatie verwijderd worden en of alle isolatiekleppen ervan gesloten zijn. k) Het teruggewonnen koelmiddel mag niet in een ander koelsysteem geladen worden, tenzij dit gerei-nigd en gecontroleerd is. 31. ETIKETTERING De uitrusting moet geëtiketteerd zijn met de aanduiding dat hij buiten dienst gesteld is en het koelmiddel ver-wijderd is. Breng de datum en uw handtekening op het etiket aan. Controleer of er etiketten op de uitrusting aanwezig zijn die aangeven dat de uitrusting een ontvlambaar koelmiddel bevat. 32.

TERUGWINNING Wanneer koelmiddel uit een systeem verwijderd wordt, of dit nu voor onderhoud of voor de buitendienststelling is, is het een goede zaak om alle koelmiddelen op veilige wijze te verwijderen.

Bij de overdracht van het koelmiddel naar de cilinders moet gecontroleerd worden of alleen cilinders gebruikt worden die geschikt zijn voor de terugwinning van het koelmiddel. Controleer of het correcte aantal cilinders beschikbaar is om de volledige vulling van het sys-teem in op te slaan. Alle te gebruiken cilinders zijn ontworpen voor het teruggewonnen koelmiddel en daarvoor geë-tiketteerd (of wel speciale cilinders voor de terugwinning van koelmiddel). De cilinders moeten uitgerust zijn met een drukafvoerklep en bijbehorende perfect werkende afsluitkleppen. De lege terugwinningscilinders worden luchtledig gemaakt en indien mogelijk gekoeld worden voordat de terugwinning plaatsvindt.

De uitrusting voor de terugwin-ning moet perfect werkzaam zijn en een set met instructies voor de terugwinning bevatten, die binnen handbereik is en geschikt is voor de terugwinning van ontvlambare koelmiddelen. Bovendien moet een groep gekalibreerde weegschalen beschikbaar en perfect werkzaam zijn. De leidingen moeten voorzien zijn van hermetisch gesloten aansluitingen met afsluiting in perfecte staat. Voordat de terugwinningsmachine gebruikt wordt, moet gecontroleerd.

22272327242629212825ANL - 10NEDERLANDSworden of deze in goede staat van werking verkeert, of correct onderhoud erop uitgevoerd is en of ieder elektrisch onderdeel ervan verzegeld is, om ontsteking te voorkomen in geval koelmiddel vrijkomt. Raadpleeg de fabrikant in geval van twijfel. Het teruggewonnen koelmiddel moet teruggegeven worden aan de leverancier, in de correcte cilinder en met de bijbehorende Nota voor Overbrenging van Afval. Meng geen koelmiddelen in de terugwinning-seenheden en met name in de cilinders. Als de compressoren, of de oliën van de compressoren, verwijderd moeten worden, controleer dan of ze geleegd zijn tot een aanvaardbaar niveau om er zeker van te zijn dat het ontvlambare koelmiddel niet in het smeermiddel achterblijft. Het ledigingsproces moet uitgevoerd worden voordat de compressor naar de leveranciers teruggebracht wordt.

Gebruik alleen elektrische verwarmingssystemen op het hoofddeel van de compressor, om dit proces te versnellen. Verwijder de olie uit een systeem op veilige wijze. 1 - OMSCHRIJVING VAN HET APPARAAT1. 1 - LIJST VAN DE MEEGELEVERDE ONDERDELENHet apparaat is apart verpakt in een kartonnen verpakking. De verpakking kan met de hand vervoerd worden door twee werknemers of op een transporttruck geladen worden. Sla de verpakking apart op, niet stapelen. 1. Buigzame leiding voor luchtafvoer (werkwijze koeling en automatisch)2. Aansluiting buigzame leiding zijde machine3. Aansluiting voor buigzame leiding voor instal-latie vaste / Slider4. Slider voor installatie op schuifraam / rolluik5. Aansluiting voor Slider / venster6. Flens voor vaste installatie7. Condensafvoerleiding (modaliteit alleen ontvochtiging)8-9. Isolatie voor installatie Slider10. Pluggen voor ens vaste installatie10a.

DOLCECLIMA COMPACT S & DOLCECLIMA SLIMNL - 11NEDERLANDS2 - INSTALLATIE2. 1 - TRANSPORT VAN DE AIRCONDITIONER • Het transport en de verplaatsing van het apparaat moet in de verticale stand plaats-vinden. • Als de airconditioner liggend verplaatst wordt dan moet u minimaal één uur wach-ten voordat u de airconditioner in werking kunt stellen. • Alvorens het apparaat te verplaatsen of te vervoeren, moet het condenswater vol-ledig afgevoerd worden, zoals beschreven wordt in paragraaf 4. 2. a WAARSCHUWING Transport van de airconditioner op kwetsbare vloeren (bv. houten vloeren): • Voer het condenswater volledig af. • Let tijdens de verplaatsing van de airconditioner bijzonder goed op omdat de wielen sporen op de vloer kunnen achterlaten. Ofschoon het onbuigzame zwenkwielen be-treft, kunnen deze beschadigd raken door het gebruik of vuil worden.

Er wordt aanbevolen te controleren of de wielen schoon zijn en vrij kunnen draaien. 2. 2 - WAARSCHUWINGEN De veronachtzaming van het volgende kan het apparaat schade berokkenen. a. Installeer de klimaatregelaar op vlakke, stabiele oppervlakken en op de vloer. b. Sluit de klimaatregelaar alleen aan op stopcontacten die van een aarding voorzien zijn. c. Controleer of gordijnen of andere voorwerpen de luchtaanzuiglters niet afsluiten (Afb. 7). d. Controleer of tussen de klimaatregelaar en aangrenzende wanden een minimum afstand van 50 cm gehandhaafd blijft (Afb. 1). e. Bij het in gebruik nemen van het apparaat moet altijd opgelet worden of er geen obstakels zijn voor de aanzuiging en de uitlaat van de lucht. f. De airconditioner mag niet in vertrekken gebruikt worden die als wasruimte dienen. g. Installeer de airconditioner uitsluitend in droge vertrekken. h.

De airconditioner moet niet worden geactiveerd in de aanwezigheid van gevaarlijke materialen, dampen of vloeistoffen worden gebrachti. Reinig de luchtlters minstens één keer per week. 2.

3 - MOBIELE INSTALLATIEDe airconditioner moet in een geschikte ruimte geïnstalleerd worden. Er wordt aanbevolen zonlicht te beperken door middel van rolluiken, gordijnen, zonweringen, en om deuren en ramen gesloten te houden. Alvorens over te gaan tot de verwijderbare installatie is het nodig de “SLIDER KIT” als volgt te monteren (Afb. 11a):a. Monteer de “SLIDER KIT” door de twee plastic platen vast te zetten. b. Laat de kleinere plaat schuiven tot de gewenste lengte bereikt wordt. c. Draai de vastzetschroeven aan om de platen te blokkeren. Ga verder met de verwijderbare installatie zoals beschreven wordt:a. Zet de airconditioner voor een raam of voor een terras-/balkondeur. b. Breng het eindstuk aan de machinezijde (2) in positie op de buigzame leiding (1) zoals Afb. 8 toont. c. Breng het eindstuk (3) in positie op de andere zijde van de buigzame leiding (1) (Afb. 8). d.

Steek het eindstuk aan de machinezijde (2) in de opening van de luchtuitlaat van het apparaat (26), zoals afbeelding 9 toont. e. Breng het eindstuk (3) in positie op een wijze dat de lucht naar buiten afgevoerd wordt (Afb. 10)f. Als men over een (verticaal of horizontaal) schuifraam beschikt, of over een rolluik, dan is het mogelijk de bijgeleverde “SLIDER KIT” (4) te gebruiken die een efciëntere installatie mogelijk maakt. Ga voor de installatie met SLIDER KIT te werk zoals de afbeeldingen 11 en 12 tonen. g. Breng de kleefpakking (8) (Afb. 12) aanh. Breng de “SLIDER KIT” (4) in positie en pas hem aan (Afb. 12)i. Breng de buigzame leiding (1) in positie en breng de pakking (9) aan (Afb. 12).

NL - 12NEDERLANDS Rol de slang alleen zover als nodig is uit zodat de luchtgeleider klem tussen de openslaande gedeelten van het kozijn blijft zitten. 2. 4 - VASTE INSTALLATIEDe airconditioner kan ook met gaten vast aan het raam of aan de muur geïnstalleerd worden. De luchtstroom mag niet belemmerd worden door beschermende roosters e. d. Eventuele beschermende roosters e. d. moeten een totale doorsnede voor de luchtdoorlaat hebben die niet minder mag zijn dan 140 cm2. a. Breng het eindstuk aan de machinezijde (2) in positie op de buigzame leiding (1), zoals Afb. 8 toont. b. Boor een gat in het glas of in de wand, met een diameter van 127 mm, op een hoogte van de vloer tussen 300 en 1200 mm (Afb. 13). c. Breng het eindstuk (6) in positie in het gat van de wand en markeer de boorpunten (Afb. 14-a, 14-b). d. Verwijder het eindstuk (6) en boor de gaten van 6 mm (Afb. 14-c, 14-d). e.

Steek de bijgeleverde pluggen (10) in de gaten (Afb. 14-e). f. Breng het eindstuk (6) in positie in het gat van de wand en zet het vast met de bijgeleverde schroeven (10) (Afb. 14-f, 14-g). g. Steek het eindstuk aan de machinezijde (2) in de opening van de luchtuitlaat van het apparaat (26), zoals afbeelding 9 toont. h. Sluit het andere uiteinde van de buigzame leiding (1) aan op het eindstuk (6) (Afb. 14-i). i. Sluit de dop (6a) wanneer het apparaat niet in werking is (Afb. 14-h). 2. 5 - ELEKTRISCHE AANSLUITINGHet apparaat wordt geleverd met een voedingskabel met stekker. Voor het aansluiten van de airconditioner, ervoor zorgen dat: • De waarden van de spanning en frequentie aan de specicaties van de machinegegevens voeldoen. • De kracht lijn met een efciënte aarding is uitgerust en de juiste afme-tingen voor de maximale absorptie van de airconditioner heeft.

• De apparatuur uitsluitend door een socket wordt gevoed dat compatibel met de meegeleverde stekker is. • Het apparaat moet worden geïnstalleerd conform de nationale voorschriften betreffende elektrische aansluitingen. Waarschuwing De eventuele vervanging van de voedingskabel mag alleen worden uitgevoerd door Olimpia Splendid technische dienst of door personeel met gelijkaardige kwalicatie. 2. 6 - DRAINAGEAl naargelang de gebruikswijzen van het apparaat is het nodig de condensafvoerleiding aan te sluiten. 2. 6. a - Gebruik als ontvochtigerVoor het correcte gebruik van het apparaat moet als volgt gehandeld worden (afbeeldingen 15 en 16):a. Verwijder de dop (28). b. Plaats de bijgeleverde leiding (7) op de aansluiting. Controleer of het uiteinde van de afvoerleiding (7) in positie gebracht is op het afvoerputje of in een recipiënt. Controleer of de leiding (7) niet verstopt is.

3 - GEBRUIK VAN HET APPARAATDe werkwijzen van de conditioner kunnen zowel met de afstandsbediening als op het bedieningspaneel op de conditioner geselecteerd worden. De ontvangst van de geselecteerde functie wordt bevestigd door een “pieptoon” van de zoemer.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Olimpia Splendid Dolceclima Compact 8 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden