Oki Office 86 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Oki Office 86 (168 pagina’s), behorend tot de categorie Printer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 21 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Oki Office 86 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Oki |
| Categorie: | Printer |
| Model: | Office 86 |
Handleiding Oki Office 86 – volledige tekst
NederlandsiiEr is veel aan gedaan om de volledigheid, nauwkeurigheid en actualiteitvan de informatie in deze handleiding te garanderen. Het is echter nietmogelijk verantwoordelijkheid te aanvaarden voor fouten veroorzaaktdoor derden. Er kunnen evenmin rechten worden ontleend indien doorderden wijzigingen zijn aangebracht in de software en in de apparatuurwaar in deze handleiding naar wordt verwezen. Het in deze handleidingvermelden van softwareproducten afkomstig van andere producentenhoudt niet automatisch een aanbeveling door de producent in.Copyright © 2003 Oki.
Alle rechten voorbehouden.Energy Star is een handelsmerk van het United States EnvironmentalProtection Agency.Dit product voldoet aan de Europese Richtlijnen 89/336/EEC(EMS), 73/23/EEC (LVD) en 1999/5/EC (R&TTE),voor zover noodzakelijk gewijzigd ter voldoening aan dewettelijke regels van de lidstaten inzakeelektromagnetische straling, laagspanning en radio- &telecommunicatie apparatuur.Energy StarAls deelnemer aan het Energy Star programma heeft deproducent vastgesteld dat dit product voldoet aan deEnergy Star richtlijnen voor efficiënt energieverbruik.
NederlandsiiiInhoudsopgaveInhoudsopgave. iiiSpeciale opmerkingen in deze handleiding. ixHoofdstuk 1 - Inleiding. 1Kenmerken. 1 Productopties. 2MFP optie kit. 2ISDN. 2T37 Ifax. 2 Bedieningspaneel en onderdelen. 3 Onderdelen. 4Toetsen en indicators op het bedieningspaneel. 7Het snelkiestoetsenbord. 13 Gebruik van snelkiestoetsen voor het kiezen. 13Gebruik van snelkiestoetsen voor het selecteren van functies en voor programmeren. 13Geluidssignalen. 15Hoofdstuk 2 - Installatie. 16Aan de slag. 16De juiste plaats voor uw fax. 16Uitpakken. 17Installatie van uw fax. 18Installatie van papier invoer-/opvangblad en documentenbladen. 18Installatie van de toner cartridge. 19 Aansluiten op de telefoonlijn. 23 Aansluiten van telefoon, handset of antwoordapparaat. 23Aansluiten op het lichtnet. 24Papier plaatsen. 25Instellen van de klok. 26 De ontvangstinstelling aangeven. 27Ontvangstinstellingen.
NederlandsivHoofdstuk 3 - Telefoonregister. 35Snelkiestoetsen programmeren. 35Samengesteld kiezen. 37 Kiescodes programmeren. 38 Groepen programmeren. 40Hoofdstuk 4 - Basishandelingen. 42Documenten voorbereiden. 42Documentformaat. 42Documenten met meerdere pagina’s. 43Plaatsen van documenten. 43Verzenden naar één lokatie. 45 Kiezen met de ZOEK toets. 46Real-time kiezen. 46 Nummerherhaling. 46Bevestigen van resultaten. 47Stoppen van een verzending. 47Faxberichten handmatig ontvangen. 47Faxberichten in het geheugen ontvangen. 48In geheugen ontvangen. 48Zonder papier ontvangen. 48Met weinig toner ontvangen. 49 Wissen van in het geheugen ontvangen berichten. 50 Weigeren van ongewenste faxberichten. 50Stroomstoringen en geheugen. 51Kopiëren. 51 Kopiëren via handmatige papierinvoer. 52Gebruik van spreekverzoek. 52Een spreekverzoek afgeven. 53Reageren op een spreekverzoek.
NederlandsvInstellen van vertrouwelijke postbus. 64Sluiten van een vertrouwelijke postbus. 65 Wijzigen van postbuswachtwoord. 66Afdrukken van vertrouwelijke documenten. 67Relaisverzenden. 67Relais-start-station. 67 Relaisstation. 68Relaisverzendrapport. 68 Een relaisverzending inleiden. 68 Afroepen. 69 Op afroep verzenden. 69Op afroep ontvangen. 71Annuleren van op afroep verzenden. 72 Standaard eenmalige / bulletin afroepverzending. 72 ITU bulletin afroepverzending. 72 Afdrukken van bulletin afroepberichten. 73 Tweevoudige toegang (Dual Access). 73Tijdens het verzenden van faxberichten. 73Tijdens de ontvangst van faxberichten. 74Tijdens het kopiëren. 74 Tijdens het automatisch afdrukken van rapporten. 74Hoofdstuk 6 - Programmeren. 75Aanpassen van functies. 75Bekijken van huidige instellingen. 75Gebruikersfunctie-instellingen. 75Lijst met functie-instellingen.
75 Uw functie-instellingen wijzigen. 84Fax belsignalen instellen. 85Persoonlijke postbussen. 86 Instellen van een persoonlijke postbus (Bulletin afroepen). 86Sluiten van een persoonlijke postbus (Bulletin afroepen). 86Programmeren van doorzendnummer. 87 Geheugenwachtwoord. 88 Instellen van geheugenwachtwoord. 88 Wijzigen van het geheugenwachtwoord. 88Verwijderen van geheugenwachtwoord. 89 Beperkte toegang. 89Instellen wachtwoord voor beperkte toegang. 89Wijzigen van wachtwoord voor beperkte toegang. 90Wissen van wachtwoord voor beperkte toegang. 91.
140Instelling ONDERWERP. 141Afdrukken INVOERRAPPORT. 141Adresbevestiging AAN. 142Adresbevestiging VAN. 142TIFF/PDF afbeeldingen. 143Vaste TEXT melding aangehecht aan een Internet FAX. 143Wanneer een TIFF wordt verzonden:. 143.
NederlandsviiiWanneer een PDF wordt verzonden:. . . . . . . . . . . . . . . . . . .144Onderwerp. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 144Van:. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .144TIFF viewer. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 144PDF . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .144Internet FAX ontvangst. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .145 Ontvangen van een TIFF-bestand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 147Ontvangen van tekst . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 148Netwerkscanner. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149Oplossen van problemen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
NederlandsixSpeciale opmerkingen in deze handleidingOpmerking:Een opmerking ziet er in deze handleiding zo uit. Deopmerkingen zijn toelichtingen of tips met extra informatie.De opmerkingen helpen u het product beter te gebruiken ente begrijpen.Voorzichtig:Dit zijn speciale opmerkingen met extra informatie om storingen of bescha-diging van het product te voorkomen.WAARSCHUWING: EEN WAARSCHUWING ZIET ER IN DEZE HANDLEIDING ZO UIT. DE WAARSCHUWINGEN BEVATTEN EXTRA INFORMATIE EN DIENEN ALTIJD TE WORDEN OPGEVOLGD OM PERSOONLIJK LETSEL TE VOORKOMEN.
Nederlands Hoofdstuk 1 - Inleiding 1Hoofdstuk 1 - InleidingDit faxapparaat gebruikt de geavanceerde LED-technologie omontvangen en gekopieerde afbeeldingen op normaal papier over tebrengen. Het faxapparaat is ontworpen om de verzending en ontvangstvan documenten snel en probleemloos te kunnen laten uitvoeren.KenmerkenHet faxapparaat heeft de volgende kenmerken: • 10 Snelkiestoetsen voor het automatisch, met één druk op de toetslaten kiezen van voorgeprogrammeerde faxnummers. • 100 Kiescodes voor het automatisch laten kiezen van additionelevoorgeprogrammeerde faxnummers. • 10 voorgeprogrammeerde groepen om een document met éénhandeling naar meerdere bestemmingen (lokaties) te laten verzenden. • Een zoekfunctie om snel op naam de voorgeprogrammeerdefaxnummers op te kunnen zoeken. • Halftoon verzending (foto modus) met 64 grijstintwaarden.
• Faxcommunicatie tot een snelheid van 33.600 bits per seconde. • Automatische nummerherhaling als het faxnummer bezet is of nietantwoordt of als zich een ander probleem bij de communicatievoordoet het automatisch opnieuw verzenden van een pagina ofalleen de verminkte gegevens van een pagina. • Geavanceerde verzendfuncties zoals uitgestelde verzendingen,verzenden naar meerdere bestemmingen, vertrouwelijk verzenden,relaisverzending en afroep verzenden. • Geavanceerde ontvangstfuncties zoals automatische ontvangst in eenalgemene geheugenpostbus met of zonder invoer van een wachtwoordafdrukken van de ontvangen faxberichten, vertrouwelijk ontvangen inpersoonlijke postbussen en op afroep ontvangen. • Rapporten voor een overzicht van al uw faxcommunicatie eninstellingen van de fax. • Automatische energiespaarstand.
Nederlands Hoofdstuk 1 - Inleiding 2 • Instellingen voor handmatige en automatische ontvangst vanfaxberichten, automatische omschakeling tussen telefoongesprekkenen faxberichten en de mogelijkheid om op uw fax een telefoon /antwoordapparaat aan te sluiten. • De functie Besloten gebruikersgroep stelt u in staat zelf te bepalenwie faxberichten naar uw fax kan verzenden of te bepalen naar welkefaxapparaten kan worden verzonden en van kan worden ontvangen. • De fax kan maximaal 50 kopieën van een origineel document (80 gr/ m2papier) maken. • 2 MB intern geheugen. • Bij verzendingen zal uw fax tijdens het scannen al beginnen met hetkiezen van het faxnummer (functie Scan bij kiestoon) en op diemanier tijd besparen omdat niet wordt gewacht tot er verbinding is.
• Een geavanceerde tweevoudige toegangsfunctie (Dual Access)waarmee u bijvoorbeeld documenten in het geheugen kunt inlezenvoor verzending terwijl uw fax een ander document verzendt ofontvangt. • Een hoge scansnelheid voor het inlezen van documenten. • Toegang beperken tot het gebruik van uw fax dankzij een vier-cijferigwachtwoord.ProductoptiesMFP optie kitMet deze optie is uw fax in staat om met een computer te communiceren.Raadpleeg Bijlage B voor meer informatie.ISDNDeze optie stelt uw faxapparaat in staat om via een digitale lijndocumenten te ontvangen en te verzenden. Raadpleeg Bijlage C voormeer informatie.T37 IfaxDeze optie stelt uw faxapparaat in staat documenten te verzenden naar /ontvangen van een e-mailadres met behulp van het ITU-T T37 protocol.Raadpleeg Bijlage D voor meer informatie.
Nederlands Hoofdstuk 1 - Inleiding 4Onderdelen 1. Papier invoer-/opvangblad - Plaats hier max. 100 vel papier. Max.30 vel ontvangen faxberichten of gemaakte kopieën kunnen bovenop dit blad worden opgevangen. 2. Documentenblad - Bevat max. 20 documenten die wordenverzonden of gekopieerd. 3. Documentgeleiders - Stel deze in op de breedte van de documentendie worden verzonden of gekopieerd. 4. Snelkiestoetsenbord 5. Handmatige papierinvoer - Plaats in deze opening het papier als ueen ander type papier wilt gebruik dan zich in het faxapparaatbevindt. 6. Documentenopvangblad - Ondersteunt documenten die zijnverzonden of gekopieerd. 7. Bedieningspaneel
Nederlands Hoofdstuk 1 - Inleiding 5 8. PC connector - Sluit de interfacekabel op deze connector aan. 9. LINE aansluiting - Met deze aansluiting wordt de fax op detelefoonlijn aangesloten. 10. TEL aansluiting - Met deze aansluiting kunt u een telefoon ofantwoordapparaat op uw fax aansluiten. Opmerking: Er is slechts 1 aansluiting beschikbaar. Wanneer de ISDNG4 optie is geïnstalleerd, dan kan geen telefoon ofantwoordapparaat worden aangesloten omdat deze fax bijgebruik van ISDN geen spraakcommunicatie ondersteunt. 11. Hoofdschakelaar 12. Elektrische aansluiting - Sluit hier de meegeleverdevoedingskabel op aan.
Nederlands Hoofdstuk 1 - Inleiding 6 13. LED-element - Deze zwarte staaf vormt het onderdeel in uw faxdat de ontvangen faxberichten of de kopieën op de drum schrijft.Telkens wanneer u de toner cartridge vervangt, dient u ook dezezwarte staaf te reinigen. 14. Toner cartridge - Deze zwarte cilinder in de drum cartridge bevatde zwarte poeder die de inkt voor uw fax vormt. U dient een nieuwetoner cartridge te plaatsen zodra de melding WEINIG TONER ofVERVANG TONER CARTR. op het display verschijnt. 15. Drum cartridge - De drum cartridge bevat de groenelichtgevoelige drum waarop met het LED-element de afbeeldingenworden geschreven. Zodra de melding VERVANG DRUM CARTR.op het display verschijnt, dient u een nieuwe drum cartridge teplaatsen.
Nederlands Hoofdstuk 1 - Inleiding 7Toetsen en indicators op het bedieningspaneel 1. LCD (display): Kijk tijdens de werking en het programmeren vanuw fax naar het display. Het display toont instructies en informatie. 2. Resolutie/WWWW JA toets: Gebruik deze toets om de resolutie voor hetdocument aan te geven nadat u het document heeft geplaatst.Gebruik STD voor standaard documenten, FIJN en EX. FIJN voor gedetailleerde documenten met kleine letters en FOTO voordocumenten met kleuren of een groot aantal grijstinten. U zal dezetoets ook gebruiken als WWWW JA toets om gekozen instellingen tebevestigen of voor het verplaatsen van de cursor tijdens hetprogrammeren. 3.
Contrast/NEE XXXX toets: Gebruik deze toets om het contrast voorhet document aan te geven nadat u het document heeft geplaatst.Gebruik LICHT voor documenten die te licht zijn, NORMAALvoor documenten met een goed contrast en DONKER voororiginelen die te donker zijn. U zal deze toets ook gebruiken als de NEE XXXX toets om instellingen te wijzigen of voor het verplaatsenvan de cursor tijdens het programmeren. 4. ONTV. toets: Met deze toets stelt u de ontvangstinstelling van uw faxin. De gekozen ontvangstinstelling bepaalt hoe de fax omgaat metinkomende telefoongesprekken en faxberichten. Staat uw fax in derusttoestand dan toont het display uw huidige keuze. Raadpleegparagraaf “De ontvangstinstelling aangeven” tijdens de installatie voormeer informatie over de beschikbare ontvangstinstellingen van uw fax. 5.
Nederlands Hoofdstuk 1 - Inleiding 8 6. ZOEK toets: Bij alle onder de snelkiestoetsen en kiescodesgeprogrammeerde faxnummers kan een Lokatie ID (naam) wordenopgeslagen, zodat u met deze toets zelf of in combinatie met denumerieke toetsen, de faxnummers op alfabet kunt opzoeken. Ukunt de ZOEK toets ook gebruiken voor het zoeken naarongeprogrammeerde snelkiestoetsen en kiescodes. 7. HAAK/SPREEK toets: Door tijdens de faxcommunicatie op dezetoets te drukken start u een spreekverzoek. U laat dan de gebruikeraan de andere kant van de lijn weten dat u na de verzending of na deontvangst met hem of haar wilt spreken. Om deze functie te kunnengebruiken, dienen beide faxapparaten te zijn voorzien van eenaangesloten telefoon. Om een spreekverzoek te beantwoordenneemt u de hoorn op en drukt u op deze toets.
Vindt geenfaxcommunicatie plaats, druk dan op deze toets om de telefoonlijnte reserveren voor het handmatig kiezen met de telefoonhoorn op de haak (in enkele landen niet mogelijk). Via de luidspreker van uwfax hoort u de kiestoon en het kiezen van het nummer.Opmerking 1:Is de ISDN G4 optie geïnstalleerd, dan kunt u niet op dezetoets voor handmatig kiezen drukken. U hoort ook geenkiestoon wanneer op deze toets wordt gedrukt.Opmerking 2:De spreekverzoekfunctie wordt niet ondersteund bijcommunicatiesnelheden boven de 14.400 bps. 8. HERHAAL toets: Door op deze toets te drukken, kunt u het laatstgekozen nummer opnieuw kiezen.Opmerking: Staat uw fax in de energiespaarstand (nadat de faxgedurende drie minuten niet is gebruikt), dan zal dehandmatige herhalingstoets niet werken.
Nederlands Hoofdstuk 1 - Inleiding 9 9. KIESCODE toets: Kiescodes zijn verkorte nummers waarmee usnel een faxnummer kunt kiezen. In plaats van het gehelefaxnummer te kiezen, kunt u een twee-cijferige kiescode invoeren.U kunt ook de Lokatie ID’s (namen) gebruiken die bij de kiescodeszijn opgeslagen en met de ZOEK toets op naam het gewenstefaxnummer zoeken. Deze toets wordt ook in combinatie met de #/Groep toets gebruikt om voorgeprogrammeerde groepen te kiezenvoor verzending van hetzelfde faxbericht naar meerderebestemmingen. 10. FUNCTIE toets: Gebruik deze toets om de geavanceerde verzend-en ontvangstfuncties van uw fax te gebruiken, om rapporten af tedrukken en voor het programmeren. Om een functie te kiezen, druktu op de FUNCTIE toets en vervolgens op de snelkiestoets met defunctie die u wilt gebruiken.
Tijdens het programmeren of kiezenvan andere functies kunt u opnieuw op de FUNCTIE toets drukkenom direct terug te gaan naar de rusttoestand van uw fax. 11. KOPIE toets: Na het plaatsen van een document kunt u op dezetoets drukken om een kopie te maken. Als er geen document isgeplaatst, kunt u op deze toets drukken om het resultaat van delaatste verzending op het display te laten verschijnen. Door nog eenkeer op deze toets te drukken laat u een Bevestigingsrapportafdrukken. Met de KOPIE toets kunt u ook snelkiestoetsen enkiescodes nog sneller programmeren. Nadat u een faxnummer metde numerieke toetsen heeft ingevoerd, drukt u op de KOPIE toetsom dat nummer direct onder een ongeprogrammeerde snelkiestoetsof kiescode op te slaan.
Nederlands Hoofdstuk 1 - Inleiding 10 12. STOP toets: Met deze toets annuleert u de huidige opdracht enschakelt u de ALARM indicator uit. Druk na het bijvullen van papierop deze toets om de alarmstatus uit te schakelen en de in het geheugenopgeslagen faxberichten af te laten drukken. Drukt u tijdens hetprogrammeren op de STOP toets, dan gaat u stap-voor-stap terug langsde programmeerfuncties die u al eerder had gekozen. 13. START toets: Druk op deze toets om de op het display aangegevenactiviteit te starten of de informatie die u op het display heeftingevoerd te bevestigen. Wanneer de fax in de energiespaarstandstaat, drukt u op de START toets om deze stand te verlaten. 14. ALARM indicator: Deze indicator licht rood op en tevens hoort ueen geluidssignaal zodra zich een probleem heeft voorgedaan. Omde alarm indicator uit te schakelen, drukt u op de STOP toets enverhelpt u het probleem. 15.
Plus (+) toets (Snelkiestoets 8): Elk faxnummer dat u opslaat, kanmaximaal 32 cijfers lang zijn. Dient u echter een nummer te kiezendat langer is dan 32 cijfers, dan kunt u het nummer kiezen door eencombinatie van snelkiestoetsen, kiescodes of de numerieke toetsente gebruiken. Wanneer u een lang nummer programmeert onder eensnelkiestoets of kiescode, dan drukt u aan het eind van het eerstedeel van het nummer op de Plus-toets. De fax weet nu dat dit eensamengesteld nummer is. Bij het programmeren van uw TSI/CSIfaxnummer en telefoonnummer, wordt deze toets gebruikt om een“+” symbool in te voeren voor uw landnummer (Nederland “+31”en België “+32”). Opmerking: Als de ISDN G4 optie is geïnstalleerd, dan kunnen welsamengestelde nummers worden geprogrammeerd, maarniet worden gebruikt.
Nederlands Hoofdstuk 1 - Inleiding 11 16. PAUZE toets (Snelkiestoets 7): Gebruik deze toets op hetsnelkiestoetsenbord om tijdens het programmeren van faxnummerseen pauze van 3 seconden in te voeren. U kunt deze toetsbijvoorbeeld gebruiken om de fax opdracht te geven te wachtenvoor een buitenlijn of internationale lijn. De pauzes in een nummerzijn aangegeven met een “P” symbool. 17. SPATIE toets (Snelkiestoets 5): Gebruik deze toets op hetsnelkiestoetsenbord om tijdens het programmeren spaties in tevoeren of om eerder geprogrammeerde informatie te wissen. Integenstelling tot de PAUZE toets worden spaties alleen gebruikt voor een betere leesbaarheid en hebben ze geen invloed op hetkiezen zelf. 18. Snelkiestoetsenbord: Voor een beschrijving van alle functies vanhet snelkiestoetsenbord kunt u de volgende paragraaf “Hetsnelkiestoetsenbord” raadplegen. 19.
Snelkieskaart: Na het programmeren van een bestemming ondereen snelkiestoets, kunt u de naam van de bestemming op desnelkieskaart schrijven. Open het plastic dekseltje en gebruik eenpotlood om de naam te vermelden. Sluit daarna opnieuw hetdekseltje. 20. #/Groep toets: Nadat u een aantal snelkiesnummers ofKIESCODE nummers heeft geprogrammeerd, kunt u deze toetsgebruiken om groepen samen te stellen zodat u een faxbericht naarmeerdere bestemmingen kunt verzenden. Nadat een document isgeplaatst, drukt u op de KIESCODE toets en gebruikt u deze toetsom de gewenste groep te kiezen.
Nederlands Hoofdstuk 1 - Inleiding 12 21. 0/UNIEK toets: Bij het kiezen zult u deze toets gebruiken om een“0” in te voeren. Bij het programmeren van de Zender ID of eenLokatie ID kunt u deze toets gebruiken om een groot aantal unieketekens in te voeren, zoals ! # & ’ ( ) * + , - . / : ; = ? · ä ß ñ ö ü Æ ÅØ æ å ø. 22. Numerieke toetsen: Bij het kiezen functioneren deze toetsen net zoals bij een telefoon. U kunt de numerieke toetsen ook gebruiken omnummers, letters en andere tekens in te voeren tijdens hetprogrammeren. Na het indrukken van de ZOEK toets kunt u denumerieke toetsen gebruiken om de namen van lokaties in uw faxop alfabet te zoeken. 23. Toon toets: Is uw fax ingesteld voor pulskiezen, dan kunt u metdeze toets tijdens het huidige gesprek overschakelen van puls- naartoonkiezen.
U kunt deze toets ook gebruiken om tijdens hetprogrammeren nummers in te voeren die bestaan uit een combinatievan puls- en toonkiezen. Opmerking: Deze functie werkt niet in alle landen. 24. Caps toets (Sneltoets 1): Wanneer bij invoer van tekens CAPS ophet display verschijnt, drukt u op deze toets om een hoofdletter in tevoeren. 25. Verwijderen toets (Sneltoets 6): Bij invoer van tekens en cijferskunt u op deze toets drukken om het teken te verwijderen dat doorde cursor wordt aangegeven.
Nederlands Hoofdstuk 1 - Inleiding 13Het snelkiestoetsenbordDe snelkiestoetsen vormen voor uw fax een belangrijk onderdeel. U zultze gebruiken voor snelkiezen en voor toegang tot de meeste faxfuncties enprogrammeeropties van uw fax.Gebruik van snelkiestoetsen voor het kiezenOm een snelkiestoets voor het kiezen te gebruiken, kunt u op debetreffende snelkiestoets drukken. Onder elke toets kunt u tweefaxnummers opslaan: een eerste nummer dat altijd als eerste wordtgekozen en een alternatief nummer dat automatisch wordt gekozen als heteerste nummer bezet is of niet antwoordt.
U kunt ook de bij desnelkiestoetsen behorende Lokatie ID’s (namen) gebruiken en dezelokaties met de ZOEK toets op naam zoeken.Gebruik van snelkiestoetsen voor het selecteren van functies en voor programmerenU zult de snelkiestoetsen ook gebruiken voor het kiezen van specialeverzend- en ontvangstfuncties, voor het afdrukken van rapporten, voor hetafdrukken van een schoonmaakpagina en bij het programmeren.Om een functie op het snelkiestoetsenbord te kiezen, drukt u op deFUNCTIE toets en vervolgens op de bijbehorende snelkiestoets.1/UITGESTELD VERZENDEN toets: Gebruik deze toets om eenfaxbericht op een later tijdstip en latere datum te verzenden (binnen devolgende drie dagen).2/AFDRUKFUNCTIES toets: Gebruik deze toets om een vertrouwelijkdocument af te drukken dat in het geheugen van uw vertrouwelijkepostbus is opgeslagen.
Het document wordt afgedrukt nadat u uw vier-cijferige wachtwoord heeft ingevoerd. Is de geheugenontvangstinstellingingesteld, gebruik deze toets dan om algemene faxberichten af te drukkendie in het geheugen zijn ontvangen. U kunt deze toets ook gebruiken omde door u in het geheugen opgeslagen bulletin afroepberichten af tedrukken.
Nederlands Hoofdstuk 1 - Inleiding 14 Opmerking: Door de ontvangstinstelling van uw fax te wijzigen kunt uook de algemene faxberichten (niet-vertrouwelijkefaxberichten) die in het geheugen waren ontvangenafdrukken.3/VERTROUWELIJK VERZ. toets: Gebruik deze toets om eenvertrouwelijk document naar een postbus (een geheugenopslagplaats) inde andere fax te verzenden.4/RELAISVERZENDEN toets: Gebruik deze toets om een documentdoor te laten zenden. Bij relaisverzending zal uw fax het document naareen tweede fax verzenden, dat het bericht vervolgens doorzendt naar eenaantal andere faxapparaten.5/AFROEPEN toets: Met deze toets stelt u uw fax in om een documentin de documentinvoer in de wachtstand te plaatsen of meteen in hetgeheugen op te slaan tot andere faxapparaten vragen om toezending vandit document (op afroep verzenden).
Als geen document is geplaatst, kuntu deze toets gebruiken om een andere fax te bellen en het aanwezigedocument op te halen (op afroep ontvangen).6/RAPPORT AFDRUKKEN toets: Gebruik deze toets om handmatigrapporten door uw fax te laten afdrukken.7/TELLERS WEERGEVEN toets: Uw fax houdt op verschillendemanieren bij hoeveel pagina’s zijn afgedrukt en gescand. Met deze toetskunt u de tellerstanden voor het aantal afdrukken en scans van uw faxcontroleren en kunt u de drumteller terugzetten nadat u de drum cartridgeheeft vervangen.8/LOKATIE PROGR.
toets: Gebruik deze toets om de snelkiestoetsen,kiescodes en groepen te programmeren.9/GEBRUIKERS PROGRAMMA toets: Gebruik deze toets omgebruikersfuncties te wijzigen, kiesparameters te wijzigen, de klok in testellen, de informatie op te slaan waarmee uw fax zich kan identificeren,om persoonlijke postbussen aan te geven voor vertrouwelijke ontvangst ofvoor bulletin afroepberichten, om het nummer voor doorzenden te
Nederlands Hoofdstuk 1 - Inleiding 15programmeren, om het wachtwoord voor het afdrukken van in hetgeheugen ontvangen documenten te programmeren, om de wachtwoordenvoor beperkt gebruik van uw fax in te stellen en, indien aanwezig, ISDN-parameters in te stellen.10/SCHOONMAAKPAGINA toets: Gebruik deze toets om eenschoonmaakpagina af te drukken zodat overtollige tonerpoeder van dedrum wordt verwijderd.GeluidssignalenUw fax kan diverse geluidssignalen geven om u in bepaalde situaties tewaarschuwen.Na indrukken toets-signaal: Dit is een korte pieptoon die u na hetindrukken van een toets hoort.Foutalarm-signaal: Heeft u op een verkeerde toets gedrukt, dan zal defax drie korte pieptonen geven. Treedt tijdens de faxcommunicatie eenprobleem op, dan geeft de fax drie lange pieptonen. Druk op de STOPtoets om het foutalarm-signaal uit te schakelen.
Laat eventueel bij eenmislukte faxverzending daarna een Bevestigingsrapport afdrukken om tekijken wat de oorzaak van het probleem is door tweemaal op de KOPIEtoets te drukken als er geen document is geplaatst.Spreekverzoek-signaal: U of de andere partij kan tijdens defaxcommunicatie een spreekverzoek geven. Als de persoon bij de anderefax een spreekverzoek geeft of er op antwoordt, dan zal uw fax eenrepeterend geluidssignaal geven en het display zal u informeren wat umoet doen.Einde communicatie-signaal: Na elke succesvolle faxcommunicatie zaluw fax een korte pieptoon geven om u te laten weten dat er tijdens decommunicatie geen storingen zijn opgetreden.Handset van houder-signaal: Als uw fax is voorzien van een handset endeze ligt na het afsluiten van de faxcommunicatie niet op de houder, danzal de fax een waarschuwing geven.
Nederlands Hoofdstuk 2 - Installatie 16Hoofdstuk 2 - InstallatieAan de slagOm uw nieuwe fax op de juiste wijze te installeren, volgt u deonderstaande instructies van het uitpakken van de fax tot en met hetinstellen van de faxgegevens. U dient de aangegeven stappen te volgenom te zorgen dat uw fax probleemloos kan functioneren.Heeft u voor uw fax opties gekocht, raadpleeg dan de bij de optiesgeleverde documentatie.De juiste plaats voor uw fax 1. Installeer uw fax in een stofarme ruimte en uit het directe zonlicht. 2. Zorg rondom de fax voor genoeg ruimte zodat voldoende ventilatiemogelijk is. 3. Plaats de fax dicht bij een wandcontactdoos en eentelefoonaansluiting. 4. Kies een ruimte waarin de relatieve luchtvochtigheid 20% - 80%bedraagt, en de temperatuur tussen 10°C en 32°C ligt.
Nederlands Hoofdstuk 2 - Installatie 17UitpakkenControleer voordat u begint of alle hieronder aangegeven onderdelen in deverpakking aanwezig zijn. Verwijder de inhoud van de doos en plaatsdeze op een stevige ondergrond. 1. Faxapparaat 2. Toner cartridge 3. Drum cartridge (in de fax) 4. Voedingskabel 5. Telefoonsnoer en steker 6. Papier invoer-/opvangblad 7. Documentenblad 8. Documentenopvangblad 9. Deze handleiding (CD)Opmerking: U kunt tevens een optionele handset, handsetsnoer,handsethouder, en aansluitsnoer aantreffen. Indien u ietsmist, neem dan direct contact op met uw leverancier.Bewaar de verpakking en de doos voor als u hetfaxapparaat wilt verzenden of vervoeren.9
Nederlands Hoofdstuk 2 - Installatie 18Let op!:Voor transport dient u altijd eerst de drum cartridge en de toner cartridge uitde fax te verwijderen. Raadpleeg “Transporteren van de fax” in hethoofdstuk “Problemen oplossen”.Installatie van uw faxInstallatie van papier invoer-/opvangblad en documentenbladen 1. Steek de nokjes van het papier invoer-/opvangblad in de achtersteopeningen aan de bovenzijde van de fax. 2. Plaats het documentenblad in de lange horizontale opening aan debovenzijde van de fax. U voelt het blad vastklikken.
Nederlands Hoofdstuk 2 - Installatie 19 3. Steek de nokjes van de documentenopvangblad in de openingen aande voorzijde van de fax.Installatie van de toner cartridge 1. Open het bovendeksel. 2. Pak het bedieningspaneel vast. Trek het voorzichtig omhoog en naaru toe tot het bedieningspaneel ontgrendeld. Draai hetbedieningspaneel daarna omhoog. 3. Verwijder voorzichtig het beschermingsblad uit de documentinvoer.
Nederlands Hoofdstuk 2 - Installatie 20Let op!:Voorkom dat de drum cartridge langer dan 5 minuten wordt blootgesteld aanomgevingslicht. Stel de drum cartridge nooit bloot aan zonlicht. Raak nooitde groene drum in de drum cartridge aan. 4. Til de drum cartridge uit de fax en bewaar de drum cartridge uit hetdirecte zonlicht. Raak NOOIT het groene oppervlak van de drum aan. 5. Verwijder voorzichtig het beschermingsblad voor de drum cartridge. 6. Plaats de drum cartridge terug in uw fax. Zorg dat de nokjes aanbeide zijden van de drum zijn geplaatst zoals is aangegeven. Drukdaarna met beide handen stevig op de drum cartridge tot dezevastklikt.
Nederlands Hoofdstuk 2 - Installatie 21 7. Verwijder de kunststof afdekking die zich over het tonerreservoirbevindt.WAARSCHUWING:WEES VOORZICHTIG MET DE TONER CARTRIDGE. VOORKOM DAT TONER WORDT GEMORST OP KLEDING OF POREUS MATERIAAL. DOEN ZICH MET DE TONER PROBLEMEN VOOR, RAADPLEEG DAN HET HOOFDSTUK “VEILIGHEID” AAN HET BEGIN VAN DEZE HANDLEIDING. 8. Verwijder de toner cartridge uit de verpakking en schud dezevoorzichtig heen en weer om de toner gelijkmatig te verdelen.Verwijder daarna voorzichtig de witte plastic tape van de onderkantvan de toner cartridge.Let op!:Draai nooit aan de gekleurde hendel voordat u de toner cartridge heeft geplaatst.
Nederlands Hoofdstuk 2 - Installatie 23 12. Sluit het bedieningspaneel door op het deksel te drukken tot u klikhoort.Aansluiten op de telefoonlijn 1. Steek één kant van het telefoonsnoer in de LINE aansluiting aan deachterkant van de fax. 2. Steek de andere kant van het telefoonsnoer in detelefoonlijnwandcontactdoos.Opmerking: U kunt nu naar keuze een externe telefoon,antwoordapparaat of de optionele handset op uw faxaansluiten. Volg de onderstaande aanwijzingen.Aansluiten van telefoon, handset of antwoordapparaat 1. Steek een kant van het telefoonsnoer in de TEL1 aansluiting aan deachterzijde van de fax. 2. Steek de andere kant van het telefoonsnoer in uw telefoon, dehandset of het antwoordapparaat.
Nederlands Hoofdstuk 2 - Installatie 24 Opmerking 1: Heeft uw antwoordapparaat een telefoonaansluiting danadviseren wij u om eerst het antwoordapparaat op uw faxaan te sluiten en daarna uw telefoon op hetantwoordapparaat aan te sluiten. Opmerking 2: U dient de ontvangstinstelling [TAA] te hebbeningeschakeld om het antwoordapparaat te latensamenwerken met de fax. Raadpleeg ook “Deontvangstinstelling aangeven” verderop in dezehandleiding. Opmerking 3: Wanneer de ISDN G4 optie is geïnstalleerd, dan kan geentelefoon, handset of antwoordapparaat wordenaangesloten omdat deze fax bij gebruik van ISDN geenspraakcommunicatie ondersteunt.Aansluiten op het lichtnetLet op!:Voordat u de voedingskabel aansluit, dient u te controleren of dehoofdschakelaar in de UIT-stand (“0” dient te zijn ingedrukt) staat. 1. Steek de voedingskabel in de aansluiting aan de achterkant van defax. 2.
Nederlands Hoofdstuk 2 - Installatie 25Papier plaatsenUw fax heeft een capaciteit van 100 vel (80 gr/m2 ) papier. Voor de besteresultaten, dient u uitsluitend papier te gebruiken dat ook wordt toegepastin laserprinters of kopieermachines.Om te zorgen dat het ontvangen document kan worden afgedrukt op hetin de fax aanwezige papier, zal de fax de verticale lengte van de pagina totmaximaal 75% van de originele lengte verkleinen. Ontvangt ubijvoorbeeld een document op Legal-formaat, dan zal de fax de pagina’sautomatisch verkleinen tot A4- of Letter-formaat, zodat alle informatie oppapier verschijnt.Opmerking: Uw fax is standaard ingesteld voor het gebruik van A4-formaat papier. Wilt u een ander papierformaat gebruiken,wijzig dan de instelling van de gebruikersfunctie“13:PAPIERFORMAAT”. Raadpleeg het hoofdstuk“Programmeren” verderop in deze handleiding voor meerinformatie hierover. 1.
Stel de rechter papiergeleider in op de breedte van uw papier. 2. Haal maximaal 100 vel papier uit het verpakkingsmateriaal. Let ophet “Afdrukzijde” etiket op de verpakking. Waaier het papier los. Iser nog papier in uw fax en u wilt papier bijladen, haal eerst hetresterende papier uit uw fax en maak vervolgens een nieuwe nettestapel papier.Let op!:Zorg dat de stapel papier goed is geplaatst om te voorkomen dat de bovenstevellen niet worden ingevoerd.
Nederlands Hoofdstuk 2 - Installatie 26 3. Plaats het papier met de afdrukzijde naar beneden in de fax. Opmerking: Wanneer u papier bijvult, dient u meer dan 10 vel bij tevullen om te voorkomen dat de fax signaleert dat geeninvoer mogelijk is. 4. Stel de linker papiergeleider zo in dat deze tegen het papier aanligt.Instellen van de klokVolg de onderstaande instructies om de tijd en datum op uw fax in testellen. 1. Druk op de FUNCTIE toets. 2. Druk op de GEBRUIKERS PROGRAMMA snelkiestoets. 3. Druk op de numerieke toets 3. Het display toont: 3:KLOKINSTELLEN. 4. Druk op de W JA toets. Het display toont de huidige datum en tijd. 5. Gebruik de numerieke toetsen om een nieuwe datum en tijd in tevoeren. 6. Druk op de W JA toets om uw invoer te bevestigen. 7. Druk op de FUNCTIE toets om af te sluiten.
Nederlands Hoofdstuk 2 - Installatie 27De ontvangstinstelling aangevenUw fax heeft verschillende ontvangstinstellingen waarmee wordt bepaaldhoe zowel inkomende faxberichten als telefoongesprekken wordenverwerkt. In de rusttoestand van de fax verschijnt altijd de huidigeontvangstinstelling op het display. Opmerking: Wanneer de ISDN G4 optie is geïnstalleerd, dan kunnen deontvangstinstellingen [T/F] en [TAA] niet wordengekozen, omdat geen spraakcommunicatie wordtondersteund wanneer deze fax ISDN gebruikt. Deontvangstinstelling [TEL] kan niet worden gebruikt voorhet handmatig ontvangen van faxberichten maar wel voorhet instellen van de fax om geen faxberichten te kunnenontvangen.OntvangstinstellingenDe voor u meest geschikte ontvangstinstelling is afhankelijk van hoe u defax gebruikt en welk soort toestellen op uw fax of op dezelfde telefoonlijnzijn aangesloten.
Lees de beschreven ontvangstinstellingen en volgdaarna de onderstaande instructies.Automatisch ontvangen [FAX]: Als uw fax is aangesloten op eentelefoonlijn die alleen voor faxcommunicatie wordt gebruikt, kies dan de[FAX] instelling. Uw fax zal alle inkomende oproepen beschouwen alsfaxberichten en deze automatisch ontvangen.Handmatig ontvangen [TEL]: Gebruikt u dezelfde lijn voor zowel defax als voor telefoongesprekken, en zijn de meeste daarvantelefoongesprekken, dan is de [TEL] instelling mogelijk de beste keuze.Telkens wanneer iemand belt zal uw fax als een telefoon overgaan. U kuntde optionele handset of uw telefoon gebruiken om het gesprek aan tenemen. Hoort u na het opnemen een stilte of CNG-signalen (kortepieptonen om de drie seconden), druk dan op de START toets om hetfaxbericht te ontvangen.
Neemt u de hoorn niet op en probeert iemand ueen faxbericht te zenden, dan zal uw fax dit niet ontvangen. Opmerking: Sommige oudere typen faxapparaten kunnen geen CNGsignalen verzenden en in zo’n situatie hoort u nietswanneer u in de ontvangstinstelling [TEL] een oproepbeantwoordt.
Nederlands Hoofdstuk 2 - Installatie 28Neemt u een oproep aan met een telefoon die op dezelfde telefoonlijnmaar niet direct op uw fax is aangesloten, dan kunt u uw fax op afstandopdracht geven het document te ontvangen door met de toetsen van eentoon-telefoontoestel een twee-cijferig nummer in te voeren. Raadpleeggebruikersfunctie “16:ONTV. OP AFSTAND” in het hoofdstuk“Programmeren”. Telefoon/fax-schakelaar [T/F]: Als de inkomende oproepen zowelfaxberichten als telefoongesprekken betreffen, dan kunt u deze instellinggebruiken. In de [T/F] instelling detecteert uw fax automatisch of het omeen telefoongesprek of om een faxbericht gaat. Wanneer de oproepafkomstig is van een fax met CNG-signalen (korte pieptonen om de drieseconden) dan zal uw fax het faxbericht automatisch ontvangen. Is het eentelefoongesprek, dan gaat uw fax als een telefoon bellen en kunt u detelefoon opnemen.
Als u niet binnen 20 of 35 seconden (ziegebruikersfunctie “10:T/F-SCHAKELTIJD” in hoofdstuk“Programmeren”) opneemt, dan zal uw fax overschakelen naarautomatische ontvangst. In uw afwezigheid kan dan de andere partij uhandmatig een faxbericht zenden en kan uw fax faxberichten van ouderetypen faxapparaten zonder CNG-signalen ontvangen (deze faxapparatenstaken meestal een faxverzending als zij niet binnen 35 seconden contactkrijgen met uw fax). Opmerking 1: Gebruik deze instelling alleen als uw telefoontoestel dichtbij uw fax staat. Na het eerste belsignaal (in sommigelanden het tweede belsignaal) stoppen detelefoontoestellen maar gaat uw fax verder met bellen. Heeft u telefoontoestellen in een andere ruimte dan uw faxstaan, dan stelt u de gebruikersfunctie “11:BEL-REACTIETIJD” in op 20 seconden (zie hoofdstuk“Programmeren”) en gebruikt u de automatischeontvangstinstelling [FAX].
Hoort u na het opnemen een stilte of CNG-signalen, dan kunt u uw fax op afstand opdracht geven hetdocument te ontvangen door met de toetsen van uw toon-telefoontoestel een twee-cijferig nummer (ziegebruikersfunctie “16:ONTV. OP AFSTAND”) in tevoeren. Opmerking 2: Om deze ontvangstinstelling te kunnen gebruiken moet detelefoon op uw fax zijn aangesloten. Als de telefoon niet opuw fax is aangesloten maar wel op dezelfde telefoonlijn,.
Nederlands Hoofdstuk 2 - Installatie 29dan kan de fax niet signaleren dat de telefoon isopgenomen en begint de automatische ontvangst terwijl unog bezig bent met uw telefoongesprek. Telefoon-antwoordapparaat [TAA]: Gebruik deze instelling als u opuw fax een antwoordapparaat heeft aangesloten. Komt een oproep binnenen u beantwoordt het niet, dan schakelt het antwoordapparaat in en wordtuw uitgaande boodschap weergegeven. Gelijktijdig controleert uw fax ofhet om een telefoongesprek of faxbericht gaat. Is het een telefoongesprek,dan schakelt uw fax niet in en kan de andere partij een boodschapinspreken. Opmerking: Voor het ontvangen van faxberichten afkomstig van ouderetypen faxapparaten zonder CNG-signalen (de lijn is stil)moet uw antwoordapparaat een stiltedetectie-functiehebben, binnen 2 belsignalen de oproep beantwoorden enmoet uw uitgaande boodschap korter zijn dan 20seconden.
Detecteert uw antwoordapparaat een stilte danwordt de opname beëindigd en schakelt uw fax over naarautomatische ontvangst. Dit moet allemaal binnen 35seconden gebeuren. In een aantal landen is de [TAA]ontvangstinstelling uitgeschakeld. Om deze in teschakelen, kunt u contact opnemen met uw leverancier. In geheugen ontvangen [GEH]: Bij het kiezen van deze instelling zal uwfax alle inkomende berichten in het geheugen opslaan en niet directafdrukken. U kunt daarna de AFDRUKFUNCTIES snelkiestoetsgebruiken om de in het geheugen ontvangen berichten af te drukken. Om te voorkomen dat ontvangen berichten worden afgedrukt terwijl uwfax in deze ontvangstinstelling staat, kunt u een wachtwoordprogrammeren. Raadpleeg “Instellen van geheugenwachtwoord” inhoofdstuk “Programmeren”.
PC-modus [PC]: Gebruik deze ontvangstinstelling indien uw fax isaangesloten op een PC en u de optionele MFP-software op uw computerheeft geïnstalleerd. De ontvangen faxberichten worden directdoorgezonden naar uw computer en niet door uw fax afgedrukt of in hetgeheugen van uw fax opgeslagen.
Nederlands Hoofdstuk 2 - Installatie 30Wijzigen van de ontvangstinstellingU kunt de ontvangstinstellingen van uw fax als volgt wijzigen. 1. Druk op de ONTV. toets. Uw fax toont nu de huidigeontvangstinstelling. 2. Druk opnieuw op de ONTV. toets. Uw fax schakelt over naar devolgende instelling. 3. Blijf op de ONTV. toets drukken tot de gewenste instelling op hetdisplay verschijnt. Na een korte pauze gaat uw fax terug naar derusttoestand en verschijnt de nieuwe ontvangstinstelling op hetdisplay. Opmerking: Is een wachtwoord voor geheugenontvangst ingesteld, dandient u dit wachtwoord in te voeren om een andereontvangstinstelling te selecteren.Fax-gegevens instellenFaxapparaten gebruiken de gegevens die u hier invoert om zichzelf tijdensde communicatie te identificeren. In de meeste landen is het vastleggenvan deze gegevens wettelijk verplicht.
De gegevens die u invoert bestaatuit:TSI/CSI: Dit is het faxnummer van uw fax. Dit nummer verschijnt altijdop het display en de rapporten van andere merken faxapparaten waarmeeu communiceert. Dit nummer zal bij de ontvanger mogelijk ook langs debovenrand van door u verzonden faxberichten worden afgedrukt.Zender ID: Dit bevat meestal de naam van uw onderneming of de plaatsen afdeling ervan. Deze beschrijving wordt bovenaan elk verzondenfaxbericht afgedrukt. U kunt maximaal 32 tekens invoeren. De eerste 16tekens worden ook gebruikt als Persoonlijk ID en dit verschijnt mogelijkop het display en op de rapporten van faxen van hetzelfde merk als uwfaxapparaat. Opmerking: Sommige faxapparaten zullen uw TSC/CSI niet op deontvangen pagina’s afdrukken.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Oki Office 86 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Printer Oki
Handleiding Printer
Nieuwste handleidingen voor Printer