Oki C800 series Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Oki C800 series (112 pagina’s), behorend tot de categorie Printer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 45 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Oki C800 series of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Oki |
| Categorie: | Printer |
| Model: | C800 series |
Handleiding Oki C800 series – volledige tekst
Voorwoord > 2VOORWOORDWe hebben ernaar gestreefd de informatie in dit document volledig, accuraat en up-to-date weer te geven. De fabrikant is niet aansprakelijk voor de gevolgen van fouten waarvoor deze niet verantwoordelijk is. De fabrikant kan ook niet garanderen dat wijzigingen in software en apparatuur die zijn aangebracht door andere fabrikanten en waarnaar in deze handleiding wordt verwezen, geen invloed hebben op de toepasbaarheid van de informatie in de handleiding. De fabrikant is niet noodzakelijkerwijs aansprakelijk voor softwareproducten die door andere bedrijven zijn gemaakt en die in deze handleiding worden genoemd. Hoewel redelijkerwijs alles heeft gedaan om dit document zo accuraat en nuttig mogelijk te maken, verleent geen expliciete of impliciete garantie met betrekking tot de accuratesse of volledigheid van de betreffende informatie.
De meest recente stuurprogramma's en handleidingen zijn beschikbaar op:http://www. okiprintingsolutions. com07094313 Uitg. 2;Copyright © 2010. Alle rechten voorbehouden. Oki is een gedeponeerd handelsmerk van Oki Electric Industry Company, Ltd. Oki Printing Solutions is een handelsmerk van Oki Data Corporation. Energy Star is een handelsmerk van het United States Environmental Protection Agency. Microsoft, MS-DOS en Windows zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation. Apple, Macintosh, Mac en Mac OS zijn handelsmerken van Apple Inc. Andere product- en merknamen zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van de betreffende rechthebbenden. Als deelnemer aan het Energy Star-programma heeft de fabrikant vastgesteld dat dit product voldoet aan de Energy Star-normen voor zuinig energieverbruik.
Dit product voldoet aan de Richtlijnen 2004/108/EC (elektromagnetische compatibiliteit), 2006/95/EC (laagspanning) en 2009/125/EC (EuP) van de Raad, zoals gewijzigd, indien van toepassing, bij de aanpassing van de wetgeving van de lidstaten betreffende elektromagnetische compatibiliteit, laagspanning, eindapparatuur voor radio & telecommunicatie en energieverbruikende producten. Onderstaande kabels zijn gebruikt bij de evaluatie van dit product om te kunnen voldoen aan de EMC-richtlijn 2004/108/EC. Configuraties die hiervan afwijken kunnen er de oorzaak van zijn dat niet wordt voldaan aan de huidige wet- en regelgeving. Houd er rekening mee dat Microsoft Windows XP is gebruikt om de afbeeldingen in deze handleiding te produceren. Deze afbeeldingen wijken af als u een ander besturingssysteem gebruikt. Het principe blijft echter gelijk. TYPE KABEL LENGTE (METERS)KERN MANTELStroom 2.
Eerste hulp bij ongevallen > 3EERSTE HULP BIJ ONGEVALLENWees behoedzaam met tonerpoeder:Laat indien ingeslikt kleine hoeveelheden water drinken en schakel medische hulp in. NIET laten braken.Indien er tonerpoeder wordt ingeademd, moet de persoon naar buiten worden gebracht voor frisse lucht. Raadpleeg onmiddellijk een arts.Indien er tonerpoeder in de ogen is terechtgekomen, dienen deze gedurende ten minste 15 minuten met veel water te worden uitgespoeld terwijl de ogen geopend blijven.
Raadpleeg onmiddellijk een arts.Indien er tonerpoeder wordt gemorst, moet dit met koud water en zeep worden verwijderd om vlekken op de huid of kleding te voorkomen.FABRIKANTOki Data Corporation,4-11-22 Shibaura, Minato-ku,Tokyo 108-8551,JapanIMPORTEUR VOOR DE EU/ERKEND VERTEGENWOORDIGEROki Europe Limited (handelend als Oki Printing Solutions)Oki Europe LimitedBlays HouseWick RoadEghamSurrey TW20 0HJVerenigd KoninkrijkNeem voor algemene vragen en alle vragen over verkoop en ondersteuning contact op met uw plaatselijke leverancier.MILIEU-INFORMATIE
Inhoud > 5Afdrukken in kleur (alleen C801 en C810). 33Factoren die van invloed zijn op het uiterlijk van afdrukken. 33Tips voor afdrukken in kleur. 34Foto's afdrukken. 34Afdrukken vanuit Office-toepassingen. 34Specifieke kleuren afdrukken (bijvoorbeeld een bedrijfslogo). 34De helderheid of intensiteit van een afdruk aanpassen. 34Toegang tot de kleuraanpassingsopties. 35Kleuraanpassingsopties instellen. 35De functie Kleurmonster gebruiken. 36Het hulpprogramma voor kleurcorrectie gebruiken. 36Menufuncties - C801 en C810. 38Bedieningspaneel:. 38De instellingen wijzigen - gebruiker. 39De instellingen wijzigen - beheerder. 39Menu's. 40Menu Informatie. 40Menu Shutdown (menu Afsluiten). 40Menu Afdrukken. 41Menu Media. 42Menu Kleur. 44Menu Systeemconfiguratie. 44Netwerkmenu. 45Menu Onderhoud. 46Menu Gebruik. 47Menu (Boot) van beheerder. 48Menu Afdrukstatistieken. 50Menufuncties - C821 en C830.
Opmerking, Let op! en Waarschuwing! > 7OPMERKING, LET OP! EN WAARSCHUWING!Om uw product te beschermen en ervoor te zorgen dat u optimaal kunt profiteren van alle functies, is dit model ontworpen om alleen met originele tonercartridges te werken. Het kan voorkomen dat een andere tonercartridge helemaal niet werkt, zelfs als deze als 'geschikt' wordt omschreven. Indien de tonercartridge wel werkt, kunnen de prestaties en de afdrukkwaliteit van uw product van mindere kwaliteit zijn.Als u niet de oorspronkelijke producten gebruikt, kan uw garantie komen te vervallen.Specificaties kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd.
Alle handelsmerken worden erkend.OPMERKINGDeze tekst bevat extra informatie als aanvulling op de hoofdtekst.LET OP!Deze tekst bevat extra informatie die, indien deze wordt genegeerd, tot schade of storingen in het apparaat kan leiden.WAARSCHUWING!Deze tekst bevat extra informatie die, indien deze wordt genegeerd, kan leiden tot een risico op persoonlijk letsel.
Inleiding > 8INLEIDINGGefeliciteerd met uw keuze voor deze kleurenprinter. Uw nieuwe printer is uitgerust met geavanceerde mogelijkheden voor heldere, levendige afdrukken in kleur en scherpe afdrukken in zwart-wit. Uw printer biedt de volgende mogelijkheden:>Compacte A3-bureaubladprinter;>De meerlaagstechnologie ProQ2400 zorgt voor verfijnde tinten en een vloeiender kleurverloop zodat uw documenten worden afgedrukt in fotokwaliteit. >Een afdrukresolutie van 600 x 600, 1200 x 600 dpi (dots per inch) en ProQ2400-afdrukresolutie voor afbeeldingen van hoge kwaliteit waarin ook de fijnste details worden weergegeven. >Digitale LED-kleurentechnologie met enkele doorvoer voor een snelle verwerking van uw afdruktaken. >Met het hulpprogramma Profile Assistant kunt u ICC-profielen downloaden naar de vaste schijf (hiervoor hebt u een vaste schijf nodig) (C821 en C830).
>PostScript 3-, PCL 5C,-, PCL 6- en Epson FX-emulaties voor de verwerking van afdruktaken volgens de industrienorm en compatibiliteit met de meeste computerprogrammatuur (C821 en C830). >Met de functie voor beveiligd, gecodeerd afdrukken (C821 en C830) kunt u vertrouwelijke documenten afdrukken op printers die worden gedeeld met andere gebruikers in een netwerkomgeving. >10Base-T- en 100Base-TX-netwerkverbinding voor het delen van de printer met andere gebruikers in uw kantoornetwerk;>De modus Foto verbeteren voor het verbeteren van afdrukken en foto's (niet beschikbaar in PS-stuurprogramma's);>'Vraag Oki' – een gebruiksvriendelijke functie voor Windows waarmee u vanuit het scherm van de printerdriver rechtstreeks toegang hebt tot een speciale website voor het model dat u gebruikt.
Bovendien zijn ook de volgende optionele functies beschikbaar:>Automatisch tweezijdig afdrukken (duplex) voor zuinig papiergebruik en het compact afdrukken van grotere documenten (standaard op dn-modellen). >Extra papierladen voor nog eens 530/1060 vellen zodat er minder vaak papier hoeft te worden geladen of om andere papiersoorten, zoals briefpapier, alternatieve papierformaten of andere afdrukmedia te laden. >Extra geheugen, zodat u complexere pagina's kunt afdrukken zoals banners met een hoge resolutie (C821 en C830). >Interne vaste schijf voor beveiligd afdrukken, de opslag van overlays, macro's en laadbare lettertypen, het automatisch sorteren van meerdere kopieën van een document met meerdere pagina's, en het downloaden van ICC-profielen (C821 en C830). >Opslagkast.
Inleiding > 9PRINTEROVERZICHTVOORAANZICHTOp het LCD-scherm kunnen verschillende talen worden ingesteld. (Zie 'De taal op het LCD-scherm wijzigen' op pagina 10.)1. Uitvoervak (afgedrukte zijde naar beneden).Standaarduitvoervak voor afdrukken. Kan maximaal 250 vellen papier van 80 g/m² bevatten.2. Bedieningspaneel.Menugestuurd bedieningsknoppen en LCD-scherm.3. PapiercassetteStandaardlade voor blanco papier. Kan maximaal 300 vellen papier van 80 g/m² bevatten.4. Universele cassette.Deze cassette wordt gebruikt voor zwaarder papier, enveloppen en andere speciale media. Indien nodig kan deze cassette ook voor handmatige invoer van enkele vellen worden gebruikt.5. Ontgrendeling van de voorklep.6. Ontgrendeling van klep van universele lade7. Knop voor het openen van de printerkap.8. LED-koppen9.
Inleiding > 10ACHTERAANZICHTOp deze afbeelding wordt het verbindingspaneel, het uitvoervak aan de achterzijde en de locatie van de optionele duplexeenheid (voor dubbelzijdig afdrukken) weergegeven.Als de klep van het uitvoervak aan de achterzijde is uitgeklapt, wordt het papier aan de achterzijde van de printer uitgevoerd en wordt het papier gestapeld met de afgedrukte zijde naar boven. Dit uitvoervak wordt voornamelijk gebruikt voor zwaardere afdrukmedia. Als het uitvoervak wordt gebruikt in combinatie met de universele cassette, wordt het papier in een rechte baan door de printer geleid. Papier hoeft niet via allerlei bochten door de printer te worden geleid, waardoor het mogelijk is media te gebruiken tot maximaal 220 g/m².DE TAAL OP HET LCD-SCHERM WIJZIGENDe standaardtaal op uw machine voor het weergeven van berichten is Engels.
Indien vereist, kunt u dit wijzigen met het hulpprogramma voor het instellen van de taal.1. AAN/UIT-knop.2. Netsnoeraansluiting3. USB-interface4. Netwerkinterface.11. De netwerkinterface bevat mogelijk een 'beschermplug' die moet worden verwijderd voordat er een verbinding kan worden gemaakt.5. Duplexeenheid (indien geïnstalleerd).6. Achterzijde, uitvoervak voor 100 vel, afgedrukte zijde naar boven7. Parallelle poort.22. C821 en C830.1256347
In deze sectie wordt een algemeen advies gegeven over de keuze van de media en wordt uitgelegd hoe elk type moet worden gebruikt.U krijgt de beste prestaties als u standaardpapier van 75-90 g/m² gebruikt dat is ontworpen voor het gebruik in kopieermachines en laserprinters.Het gebruik van papier met veel reliëf of papier met een ruw oppervlak wordt niet aangeraden.Voorbedrukt papierEnveloppenEnveloppen moeten in de universele lade worden geplaatst.Transparanten Transparanten moeten in de universele lade worden geplaatst.Etiketten Etiketten moeten in de universele lade worden geplaatst.LET OP!Voorbedrukt papier kan worden gebruikt, maar de inkt mag niet uitlopen wanneer het papier wordt blootgesteld aan de hoge fusertemperaturen die bij het afdrukproces worden gebruikt.Bij voortdurend gebruik van voorbedrukt papier kan na enige tijd de papierdoorvoer nadelig worden beïnvloed waardoor het papier kan vastlopen.
Reinig de rollers van de papierdoorvoer zoals beschreven op pagina 87.LET OP!Enveloppen mogen geen vouwen, krullen of andere vervormingen hebben. De enveloppen moeten ook zijn voorzien van een rechthoekige sluitklep met hechtstrip, met lijm die intact blijft onder de druk van de hete fuser in dit type printer. Vensterenveloppen zijn niet geschikt. LET OP!Transparanten moeten van het type zijn dat speciaal bedoeld is voor kopieermachines en laserprinters. Vermijd met name het gebruik van kantoortransparanten die moeten worden beschreven met speciale stiften. Deze transparanten smelten in de fuser en veroorzaken schade. LET OP!Etiketten moeten ook van het type zijn dat wordt aanbevolen voor kopieermachines en laserprinters. De etiketvellen moeten geheel bedekt zijn met etiketten. Andere typen etiketvellen kunnen de printer beschadigen wanneer de etiketten loslaten tijdens het afdrukproces.
Aanbevolen papier > 12CASSETTELADENAls u een identieke papiersoort in een andere lade hebt geplaatst (de 2e/3e lade (indien aanwezig) of de universele lade), kunt u de printer zo instellen dat automatisch een andere lade wordt geselecteerd als de huidige lade geen papier meer bevat. Bij het afdrukken vanuit Windows-toepassingen, kan deze functie worden ingeschakeld in de stuurprogramma-instellingen. Bij het afdrukken vanaf andere systemen kunt u deze functie inschakelen in het menu Afdrukken. Indien lade 2/3 is geplaatst, kunt u deze verwijderen en vullen terwijl het papier wordt ingevoerd vanuit lade 1. U kunt lade 1 niet verwijderen terwijl het papier wordt ingevoerd vanuit lade 2/3 omdat onderdelen van lade 1 worden gebruikt om het papier vanuit lade 2 te geleiden. Dit geldt ook voor lade 2 wanneer papier wordt ingevoerd vanuit lade 3.
UNIVERSELE CASSETTEIn de universele lade kan papier met dezelfde formaten worden gebruikt als in de cassetteladen, maar kan zwaarder papier worden gebruikt tot maximaal 220 g/m². Voor heel zwaar papier moet u de uitvoerlade aan de achterzijde gebruiken. Als u deze stapelaar gebruikt, wordt het papier in een vrijwel rechte baan door de printer geleid. In de universele lade kan papier met een breedte van minimaal 64 mm en een lengte van maximaal 1321 mm (voor het afdrukken van banners) worden gebruikt. Gebruik voor papier dat langer is dan 431,8 mm een papiersoort met een gewicht tot maximaal 128 g/m² en het uitvoervak aan de achterzijde. Gebruik de universele cassette voor het afdrukken van enveloppen en transparanten. Er kunnen maximaal 50 transparanten of 10 enveloppen tegelijk worden geladen, waarbij de stapel niet hoger mag zijn dan 10 mm.
Papier of transparanten moeten met de afdrukzijde omhoog en met de bovenzijde als eerste in de printer worden geplaatst. Gebruik niet de functie voor dubbelzijdig afdrukken (duplex).
Aanbevolen papier > 13UITVOERVAK (AFDRUKZIJDE NAAR BOVEN)U moet het uitvoervak aan de achterzijde van de printer openen en de papiersteun uittrekken als u dit vak wilt gebruiken. In deze stand wordt het papier aan de achterzijde van de printer uitgevoerd, ongeacht de stuurprogramma-instellingen.Dit uitvoervak aan de achterzijde kan maximaal 100 vellen standaardpapier van 80 g/m² bevatten en ondersteunt papiersoorten tot maximaal 220 g/m².Gebruik voor papiersoorten zwaarder dan 128 g/m² altijd dit vak en de universele lade.DUPLEXEENHEIDAls u papier met een gewicht van 64 tot 105 g/m² gebruikt, kunt u met deze optie automatisch dubbelzijdig afdrukken op dezelfde papierformaten als de papierformaten die door lade 2/3 worden ondersteund (dat wil zeggen op alle cassetteformaten, behalve op A6). OPMERKING:De duplexeenheid is standaard op de dn- en cdtn-modellen aanwezig.
Papier in de printer plaatsen > 14PAPIER IN DE PRINTER PLAATSENCASSETTELADEN1. Verwijder de papiercassette uit de printer.2.Waaier het papier aan de korte zijden (1) en de lange zijden (2) uit om ervoor te zorgen dat er geen vellen aan elkaar kleven en tik vervolgens met de zijden van het papier op een vlak oppervlak om er weer een rechte stapel van te maken (3).3. Papier invoeren met de lange zijde (LEF) (papier met briefhoofd – bedrukte zijde naar beneden en bovenrand richting de rechterkant van de printer) (1) tot de markering (a).4. Stel de achterste schuif, de papiergeleiders (2) en de rollers van de cassettelade (3) in op het formaat en de afdrukstand van het gebruikte papier. Voor A6-papier: verwijderen en opnieuw installeren in de A6-positie.123a213
Papier in de printer plaatsen > 155. Sluit de papiercassette voorzichtig.Als u over twee papiercassetten beschikt en u drukt af vanuit de 1e cassette (bovenste cassette), kunt u de 2e cassette (onderste cassette) er tijdens het afdrukken uittrekken om papier bij te vullen. Als u echter afdrukt vanuit de 2e (onderste lade) lade, moet u de 1e lade (bovenste lade) niet uit de printer trekken. Als u dit doet, loopt het papier vast.Als u over 3 laden beschikt, geldt dit voor lade 1 en 2 wanneer u vanuit de 3e (onderste) lade afdrukt. Als u wilt afdrukken en papier wilt uitvoeren met de afgedrukte zijde naar beneden, controleert u of het uitvoervak aan de achterzijde van de printer (3) is gesloten (het papier wordt nu aan de bovenzijde van de printer uitgevoerd).
De capaciteit van het vak is ongeveer 250 vel, afhankelijk van het papiergewicht.Als u wilt afdrukken en het papier met de afgedrukte zijde naar boven wilt uitvoeren, controleert u of het uitvoervak aan de achterzijde van de printer (3) is geopend en de papiersteun (4) is uitgetrokken. Het papier wordt gestapeld in omgekeerde volgorde.
De capaciteit van het vak is ongeveer 100 vel, afhankelijk van het papiergewicht.LET OP!>BELANGRIJK: Stel de knop voor papierformaat (3) in op het formaat en de afdrukstand van het papier dat u gebruikt (in het bovenstaande voorbeeld A4 LEF).>C801 en C810: GDI-printers gebruiken de printerinstellingen die op de host (computer) zijn ingesteld.Als het paper met de lange zijde eerst moet worden ingevoerd, met het selectievakje Lange zijde invoer (LEF) worden ingeschakeld in het printerstuurprogramma.Als het paper met de lange zijde eerst moet worden ingevoerd, met het selectievakje Lange zijde invoer (LEF) worden ingeschakeld in het printerstuurprogramma.Als de instelling in het stuurprogramma niet overeenkomt met de afdrukstand, wordt op het display een foutbericht weergegeven.
Papier in de printer plaatsen > 16Gebruik altijd het (achterste) uitvoervak met afgedrukte zijde naar boven voor zwaar papier (zoals kaarten).Vastlopen van papier voorkomen:>Laat geen ruimte vrij tussen het papier en de geleiders, en het papier en de achterste schuif.>Plaats niet te veel papier in de papiercassette. Hoeveel papier er kan worden geladen, hangt af van het soort papier.>Plaats geen beschadigd papier.>Plaats geen papier van verschillend formaat in de papiercassette.>Trek de papierlade tijdens het afdrukken niet uit de printer (behalve zoals hierboven is beschreven voor de 2e lade).UNIVERSELE CASSETTE1. Open de universele lade (1).2. Vouw de papiersteunen uit (2).3. Druk de papiersteun (3) voorzichtig naar beneden om ervoor te zorgen dat de steun vastklemt in de onderste stand.4.
Plaats het papier en stel de papiergeleiders (4) in op het gebruikte papierformaat.>Voor enkelzijdig afdrukken op voorbedrukt A4-papier plaatst u het papier in de universele lade met de bedrukte zijde omhoog en met de linkerzijde (LEF) en bovenrand (SEF) als eerste in de printer.>Voor dubbelzijdig afdrukken (duplex) op voorbedrukt A4-papier plaatst u het papier met de bedrukte zijde omlaag en met de linkerzijde (LEF) en bovenrand (SEF) van de printer af. (De optionele duplexeenheid moet zijn geïnstalleerd voor deze functie.)LET OP!Open of sluit de het uitvoervak aan de achterzijde van de printer niet tijdens het afdrukken omdat hierdoor het papier kan vastlopen.24431
Papier in de printer plaatsen > 17>Enveloppen moeten met de afdrukzijde naar boven worden geplaatst. De bovenzijde moet aan de linkerkant worden geplaatst zodat de korte zijde als eerste wordt ingevoerd. Selecteer voor enveloppen niet de optie voor dubbelzijdig afdrukken.>Laad niet meer dan ongeveer 100 vel of 10 enveloppen. De maximale stapelhoogte is 10 mm.5. Druk de vergrendelingsknop van de cassette (5) naar binnen om de papiersteun vrij te maken, zodat het papier wordt opgetild en in de juiste positie wordt geplaatst.6. Stel in het menu Media het juiste papierformaat voor de universele lade in (zie “Menufuncties”).5
Gebruik > 18GEBRUIKC801 en C810Raadpleeg de volgende hoofdstukken voor informatie over het gebruik van het apparaat en over optionele accessoires voor het efficiënt en effectief verwerken van afdruktaken:>“Printerinstellingen in Windows (alleen C801 en C810)” op pagina 19>“Printerinstellingen in Mac OS X (alleen C801 en C810)” op pagina 24>“Afdrukken in kleur (alleen C801 en C810)” op pagina 33C821 en C830Raadpleeg de Printing Guide (Afdrukhandleiding) en de Barcode Guide (Barcodehandleiding). Hierin staat uitgebreide informatie over het gebruik van de printer en over optionele accessoires voor het efficiënt en effectief verwerken van afdruktaken.Voor complete informatie over het openen en gebruik van de printerbeveiligingsfuncties raadpleegt u de Security Guide (Beveiligingsgids).
Printerinstellingen in Windows (alleen C801 en C810) > 19PRINTERINSTELLINGEN IN WINDOWS (ALLEEN C801 EN C810)Via de menu’s op het bedieningspaneel van de printer hebt u toegang tot vele opties. Ook de printerdriver van Windows bevat veel instellingen voor dezelfde opties. Als opties in de printerdriver overeenkomen met de opties in de menu's op het bedieningspaneel, hebben de instellingen van de Windows-printerdriver bij het afdrukken van documenten vanuit Windows voorrang boven de instellingen van de menu's op het bedieningspaneel. De afbeeldingen in dit hoofdstuk tonen Windows XP. In andere versies van Windows worden mogelijk dialoogvensters weergegeven die iets afwijken van deze afbeeldingen, maar de principes zijn hetzelfde. AFDRUKVOORKEUREN IN WINDOWS-TOEPASSINGENAls u een document vanuit een Windows-toepassing afdrukt, verschijnt het dialoogvenster Afdrukken.
In dit dialoogvenster wordt gewoonlijk de naam van de printer weergegeven waarop het document wordt afgedrukt. Naast de naam van de printer bevindt zich de knop Eigenschappen. Als u op Eigenschappen klikt, wordt er een nieuw venster geopend met een korte lijst met printerinstellingen die beschikbaar zijn in het stuurprogramma en die u voor dit document kunt selecteren. In de toepassing zijn alleen instellingen beschikbaar die u eventueel wilt wijzigen voor specifieke toepassingen of documenten. De instellingen die u hier wijzigt, zijn meestal alleen geldig totdat de desbetreffende toepassing wordt afgesloten. TABBLAD INSTELLINGENAls u op de knop Eigenschappen klikt vanuit het dialoogvenster Afdrukken van uw toepassing, wordt het drivervenster geopend waarin u uw afdrukvoorkeuren voor het huidige document kunt opgeven. 1.
Het papierformaat moet overeenkomen met het papierformaat van uw document (tenzij u de afdruk wilt aanpassen aan een ander formaat) en overeenkomen met het formaat van het papier dat in de printer is geladen. 2. U kunt de papierbron instellen.
Printerinstellingen in Windows (alleen C801 en C810) > 204. U kunt allerlei afwerkingsopties selecteren, bijvoorbeeld voor het afdrukken van één pagina per vel of afdrukken van X op één (waarbij X een getal van 1 tot maximaal 16 kan zijn) voor het verkleind afdrukken van meer dan één pagina per vel. Als u boekjes afdrukt, worden er twee pagina’s per vel afgedrukt op elke zijde van het papier, zodat het papier bij het vouwen een boekje vormt. Met de optie voor het afdrukken van posters worden grote pagina’s verdeeld over meerdere vellen afgedrukt. 5. Als u dubbelzijdig afdrukt, kunt u de pagina over de lange zijde of over de korte zijde omslaan. 6. Als u al eerder afdrukvoorkeuren hebt ingesteld en als set hebt opgeslagen, kunt u ze opnieuw opvragen zodat u ze niet telkens opnieuw hoeft in te stellen als u ze nodig hebt. 7.
U kunt de standaardinstellingen met één druk op een knop herstellen. TABBLAD TAAKOPTIES1. De uitvoerresolutie van de afgedrukte pagina kan als volgt worden ingesteld. >Wanneer ProQ2400 is ingesteld, wordt het materiaal afgedrukt met 600 x 600 dpi x 2 bit. Voor deze optie is het meeste printergeheugen vereist en is de afdruktijd het langst. >De kwaliteit Fijn/Detail wordt afgedrukt met de instelling 1200 x 600 dpi en is voldoende, behalve voor de meest veeleisende toepassingen. >Met de instelling Normaal, 600 x 600 dpi, drukt u snel af. Deze instelling is geschikt voor de meeste concepten of afdrukken waarbij de kwaliteit minder van belang is. 2. U kunt watermerktekst afdrukken achter de afbeelding van de hoofdpagina. Dit is handig voor het markeren van documenten als concept, vertrouwelijk, enzovoort. 3.
U kunt maximaal 999 exemplaren opeenvolgend afdrukken, hoewel u de papierlade tijdens dergelijke lange afdruktaken moet aanvullen. 4. De afdrukstand kan worden ingesteld op staand (lengte) of liggend (breedte). 5. De afgedrukte pagina's kunnen worden aangepast aan groter of kleiner papier. 6.
U kunt toegang tot aanvullende instellingen krijgen door op de knop Geavanceerd te klikken. Zo kunt u bijvoorbeeld zwarte gebieden laten afdrukken met 100%K toner (waarmee een matter resultaat wordt verkregen). 7. U kunt de standaardinstellingen met één druk op een knop herstellen. 8. De kwaliteit van foto's kan worden verbeterd.
Printerinstellingen in Windows (alleen C801 en C810) > 21TABBLAD KLEUR1. De kleuruitvoer van de printer kan automatisch of, voor geavanceerde besturing, handmatig worden ingesteld. Meestal kan de automatische instelling worden gebruikt. De overige opties in dit venster worden alleen zichtbaar wanneer u een andere optie dan Automatisch selecteert. 2. U kunt kiezen uit diverse kleuraanpassingsopties, afhankelijk van de afbeeldingsbron van het document. Voor een foto die met een digitale camera is genomen, hebt u bijvoorbeeld een andere kleuraanpassing nodig dan voor een bedrijfsafbeelding die met een werkbladtoepassing is gemaakt. In het algemeen kunt u het beste de automatische instelling gebruiken.3. De uitvoer kan lichter of donkerder worden afgedrukt. Daarnaast kunnen de kleuren levendiger en met meer verzadiging worden afgedrukt.4.
Zwarte gebieden kunnen worden afgedrukt met 100% cyaan, magenta en geel, waardoor de gebieden meer glans krijgen (composiet zwart), of met alleen zwarte toner, waardoor de gebieden matter worden weergegeven (echt zwart). Als u de automatische instelling kiest, kan via de driver de beste keuze worden gemaakt, afhankelijk van de inhoud van de afbeelding.5. U kunt de standaardinstellingen met één druk op een knop herstellen.15423
Printerinstellingen in Windows (alleen C801 en C810) > 22INSTELLINGEN IN HET CONFIGURATIESCHERM VAN WINDOWSWanneer u het venster met drivereigenschappen rechtstreeks opent vanuit Windows in plaats van via een toepassing, zijn er meer instellingen beschikbaar. De wijzigingen die u hier aanbrengt, beïnvloeden in het algemeen alle documenten die u afdrukt vanuit Windows-toepassingen en worden opgeslagen voor alle Windows-sessies.TABBLAD ALGEMEEN1. In dit gebied wordt een aantal hoofdfuncties van de printer weergegeven.2. Met deze knop worden dezelfde vensters geopend als de vensters die eerder zijn beschreven voor items die kunnen worden ingesteld in toepassingen. De wijzigingen die u hier aanbrengt worden echter de nieuwe standaardinstellingen voor alle Windows-toepassingen.3. Met deze knop wordt een testpagina afgedrukt om te controleren of de printer goed werkt.TABBLAD GEAVANCEERD1.
U kunt opgeven op welke tijd van de dag de printer beschikbaar is.2. De huidige prioriteit wordt aangegeven, van 1 (laagste) tot 99 (hoogste). Documenten met de hoogste prioriteit worden het eerst afgedrukt.3. Hiermee geeft u op dat documenten in de wachtrij moeten worden geplaatst (opgeslagen in een speciaal afdrukbestand) voordat deze worden afgedrukt. Het document wordt vervolgens op de achtergrond afgedrukt, zodat de toepassing sneller beschikbaar wordt.1231235467981011
Printerinstellingen in Windows (alleen C801 en C810) > 234. Hiermee geeft u op dat het afdrukken pas moet worden gestart wanneer de laatste pagina in de wachtrij is geplaatst. Als tijdens het afdrukken door de toepassing verdere berekeningen moeten worden uitgevoerd, waardoor de afdruktaak langer wordt onderbroken dan een korte periode, wordt mogelijk aangenomen dat het afdrukken van het document al is voltooid. Als u deze optie inschakelt, wordt deze situatie voorkomen, maar wordt de afdruktaak iets later voltooid, omdat het begin van de afdruktaak wordt uitgesteld. 5. Deze optie is het tegenovergestelde van de optie die hiervóór is genoemd. Het afdrukken wordt direct gestart nadat het document in de wachtrij wordt geplaatst. 6. Hiermee kunt u opgeven dat het document niet in de wachtrij moet worden geplaatst, maar direct moet worden afgedrukt.
De toepassing kan normaal gesproken niet verder worden gebruikt totdat de afdruktaak is voltooid. Aangezien er in dit geval geen wachtrijbestand is, is er minder ruimte nodig op de vaste schijf van de computer. 7. Hiermee kunt u aangeven dat de spooler de documentinstellingen moet controleren en deze moet afstemmen op de printerinstellingen voordat het document naar de printer wordt verzonden. Als er een fout wordt gedetecteerd, blijft het document in de wachtrij staan en wordt het pas afgedrukt wanneer de printerinstellingen zijn gewijzigd en het document opnieuw wordt geactiveerd vanuit de afdrukwachtrij. Ook wanneer de wachtrij documenten bevat waarvan de instellingen niet zijn afgestemd, worden de correct afgestemde documenten wel afgedrukt. 8.
Hiermee geeft u aan dat de spooler bij het bepalen van de afdrukvolgorde voorrang moet geven aan documenten die al volledig in de wachtrij zijn geplaatst, zelfs als voltooide documenten een lagere prioriteit hebben dan documenten die nog niet volledig in de wachtrij zijn geplaatst.
Als er nog geen documenten volledig in de wachtrij zijn geplaatst, hebben grotere documenten in de wachtrij voorrang boven kleinere documenten. Gebruik deze optie als u de efficiëntie van de printer wilt optimaliseren. Wanneer deze optie is uitgeschakeld, worden er alleen documenten gekozen op basis van de prioriteitsinstellingen. 9. Hiermee geeft u aan dat er geen documenten via de spooler mogen worden verwijderd nadat deze zijn voltooid. Hierdoor kunnen documenten opnieuw vanaf de spooler naar de printer worden verzonden in plaats van deze opnieuw af te drukken vanuit de toepassing. Als u deze optie vaak gebruikt, is er veel ruimte nodig op de vaste schijf van de computer. 10. Hiermee geeft u aan of geavanceerde functies, zoals het afdrukken van boekjes, de paginavolgorde en pagina's per vel beschikbaar zijn, afhankelijk van de printer.
Laat deze optie ingeschakeld voor normale afdruktaken. U kunt de functie uitschakelen bij compatibiliteitsproblemen. In dat geval zijn deze geavanceerde opties echter mogelijk niet beschikbaar, hoewel deze wel door de hardware worden ondersteund. 11. Met deze knop hebt u toegang tot dezelfde instellingsvensters als bij het afdrukken vanuit toepassingen. Wijzigingen die zijn aangebracht in het Configuratiescherm van Windows worden de Windows-standaardinstellingen.
Printerinstellingen in Mac OS X (alleen C801 en C810) > 24PRINTERINSTELLINGEN IN MAC OS X (ALLEEN C801 EN C810)De informatie in de navolgende paragrafen is gebaseerd op Mac OS X Tiger (10.4). In andere versies worden mogelijk dialoogvensters weergegeven die iets afwijken van deze afbeeldingen, maar de principes zijn hetzelfde.AFDRUKOPTIES INSTELLENU kunt uw printer kiezen en opties selecteren voor het afdrukken van uw document in het dialoogvenster Print.Printeropties instellen:1. Open het document dat u wilt afdrukken.2. Als u het papierformaat of de paginastand wilt wijzigen, kiest u. Archief > Pagina-instelling. Zie “Opties voor pagina-instelling” op pagina 25 voor een beschrijving van de verschillende opties. 3. Sluit het dialoogvenster Pagina-instelling.4. Kies Archief > Print.5. Selecteer uw printer in het venstermenu Printer.6.
Als u printerdriverinstellingen wilt wijzigen, selecteert u de gewenste opties in het venstermenu Instellingen. U kunt meer opties selecteren in het menu Aantal en pagina's. Zie “Afdrukopties” op pagina 26 voor een beschrijving van deze opties.7. Klik op de knop Print.
Printerinstellingen in Mac OS X (alleen C801 en C810) > 25AFDRUKOPTIES INSTELLEN – DRIVERINSTELLINGEN OPSLAANU kunt een reeks printerdriveropties opslaan om deze voor toekomstige documenten te gebruiken.1. Open het document dat u wilt afdrukken.2. Als u het papierformaat of de paginastand wilt wijzigen, kiest u. Archief > Pagina-instelling.3. Selecteer Opslaan als standaard in het venstermenu Instellingen.4. Kies Archief > Print.5. Als u de huidige printerdriverinstellingen al een preset wilt opslaan, selecteert u Opslaan als in het menu Preset.6. Geef een naam op voor de preset en klik op OK.DE STANDAARDPRINTER EN HET PAPIERFORMAAT WIJZIGENIn de volgende stappen wordt uitgelegd hoe u de opties voor de standaardprinter en het papierformaat wijzigt.1. Selecteer Apple-menu > Systeemvoorkeuren.2. Klik op het symbool Print en fax.3.
Kies uw printer in de vervolgkeuzelijst Geselecteerde printer in printdialoog.4. Kies het gewenste papierformaat in de vervolgkeuzelijst Standaardformaat in pagina-instelling.OPTIES VOOR PAGINA-INSTELLINGIn de volgende paragrafen worden de beschikbare opties voor de pagina-instelling beschreven.PaginakenmerkenU kunt Opslaan als standaard kiezen om de huidige pagina-instellingen standaard te gebruiken voor alle documenten.
Printerinstellingen in Mac OS X (alleen C801 en C810) > 26Stel in voorHiermee kunt u het printermodel kiezen voordat u opties zoals Papierformaat en Richting wijzigt.PapierformaatKies een papierformaat dat overeenkomt met uw document en het papier dat u in de printer hebt geplaatst. De papiermarge is aan alle kanten 4,2 mm. Als uw eigen papierformaten wilt specificeren, kiest u Beheer speciale grootte...SchalenU kunt documenten op verschillende papierformaten vergroten of verkleinen. Als u uw document aan een speciaal papierformaat wilt aanpassen, kiest u Opties in de vervolgkeuzelijst Papierverwerking in het dialoogvenster Afdrukopties (zie “Afdrukopties” op pagina 26).RichtingU kunt de optie Staand of Liggend kiezen. Als u Liggend gebruikt, kunt u de richting 180 graden omdraaien.AFDRUKOPTIESAANTAL EN PAGINA'SAantalGebruik deze optie om het aantal af te drukken exemplaren op te geven.
Als u Gesorteerd hebt geselecteerd, worden alle pagina's van het document afgedrukt voordat het volgende exemplaar wordt afgedrukt.Pagina'sU kunt kiezen of u alle pagina's van een document of een deel ervan wilt afdrukken.LAYOUTPagina's per bladU kunt meerdere pagina's verkleinen en op één vel papier afdrukken. Als u bijvoorbeeld 4-up kiest, worden vier pagina's van uw document op één vel papier afgedrukt.
Printerinstellingen in Mac OS X (alleen C801 en C810) > 27U kunt de volgorde waarin documenten worden afgedrukt instellen en tevens een rand om elke documentpagina maken.TweezijdigU kunt de opties voor tweezijdig afdrukken in dit deelvenster niet gebruiken. Gebruik in plaats daarvan de opties in het deelvenster Duplex (zie “Duplex” op pagina 28).PLANNERGebruik deze optie om te kiezen of u uw document onmiddellijk of later wilt afdrukken. U kunt ook een prioriteit aan een afdruktaak toewijzen.Deze functies zijn nuttig als u grote documenten met een lange afdruktijd afdrukt.OMGAAN MET PAPIERPaginavolgordeU kunt uw document in de normale paginavolgorde (1, 2, 3...) of in omgekeerde volgorde (...3, 2, 1) afdrukken.PrintGebruik deze optie om te kiezen of u alleen even of alleen oneven pagina's wilt afdrukken.
Dit is nuttig als u de handmatige duplexeenheid gebruikt en eerst alle oneven pagina's afdrukt, het papier opnieuw plaatst en vervolgens alle even pagina's afdrukt.DoelpapierformaatPas documenten aan zodat ze op het papier in de printer passen. U kunt bijvoorbeeld een document van het formaat A3 nemen en dit op A4-papier afdrukken met een A4-printer.
Printerinstellingen in Mac OS X (alleen C801 en C810) > 28COLORSYNCKleurconversieVoor Kleurconversie is Standaard de enige optie die voor uw printermodel beschikbaar is.Quartz-filterGebruik een Quartz-filter als u een speciaal effect op uw afdruktaak wilt toepassen, zoals sepia of blauwtoon.VOORBLADKies een voorblad om een afgedrukt document in een grote stapel papier te kunnen vinden. Dit is nuttig in een druk kantoor waar vele mensen de printer gebruiken.DUPLEXAls u Duplex selecteert, kunt u dubbelzijdig afdrukken en zo op papier en kosten besparen en gewicht en volume beperken.Bij Lange kant binden worden de pagina's als een normaal boek afgedrukt. Bij Korte kant binden worden de pagina's als een kladblok afgedrukt.
Printerinstellingen in Mac OS X (alleen C801 en C810) > 29PAPIERBRONGebruik deze optie om de papierlade te selecteren die u voor uw afdruktaak gebruikt.AFDRUKKWALITEITAfdrukkwaliteitGebruik deze optie om de afdrukresolutie te kiezen. De instelling ProQ2400 produceert de beste grafische afbeeldingen maar het afdrukken van deze afbeeldingen duurt langer.Foto verbeterenGebruik Foto verbeteren om de afdrukkwaliteit van foto's aanzienlijk te verbeteren. De printerdriver analyseert fotobeelden en verwerkt deze om het algehele uiterlijk te verbeteren. U kunt deze instelling niet in combinatie met de afdrukkwaliteitinstelling ProQ2400 gebruiken.Bespaar tonerBij Bespaar toner wordt minder toner gebruikt wanneer u uw document afdrukt. Dit is het meest geschikt voor conceptdocumenten omdat de afdruk aanmerkelijk lichter is.
Printerinstellingen in Mac OS X (alleen C801 en C810) > 30KLEURKleurmodusKleuraanpassing Zwarte afwerkingGebruik deze optie om te bepalen hoe zwart wordt afgedrukt in kleurendocumenten. Kies Samengesteld zwart (CMYK) om de vier tonerkleuren te gebruiken voor de reproductie van zwart. Deze optie wordt aanbevolen voor het afdrukken van kleurenfoto's. Kies Puur zwart (K) om 100% zwarte toner voor de reproductie van zwart te gebruiken. Deze optie wordt aanbevolen voor tekst en zakelijke grafische afbeeldingen.KLEURMODUS BESCHRIJVINGGeavanceerde kleur De driver kiest de meest geschikte kleurinstellingen.Handmatig Hiermee kunt u handmatig de instellingen voor kleur en zwart-wit aanpassen of selecteren.Grijswaarden Hiermee converteert u alle kleuren naar grijstinten.KLEUR BESCHRIJVINGMonitor (6500K) - PerceptueelGeoptimaliseerd voor het afdrukken van foto's.
Bij het afdrukken van de kleuren ligt de nadruk op de verzadiging.Monitor (6500K) - Levendig Geoptimaliseerd voor het afdrukken van foto's maar met nog meer verzadigde kleuren.Monitor (9300K) Geoptimaliseerd voor het afdrukken van afbeeldingen vanuit toepassingen als Microsoft Office. Bij het afdrukken van de kleuren ligt de nadruk op de helderheid.Digitale camera De resultaten variëren naar gelang het onderwerp en de omstandigheden waarin de foto's zijn genomen.sRGB De printer reproduceert de sRGB-kleurruimte. Deze instelling kan handig zijn bij het aanpassen van de kleuren van een sRGB-invoerapparaat, zoals een scanner of digitale camera.
Printerinstellingen in Mac OS X (alleen C801 en C810) > 31Helderheid / VerzadigingGebruik deze optie om de helderheid voor een lichtere afdruk in te stellen. Wijzig de verzadiging om de kracht (of puurheid) van een kleur te wijzigen. Als de afgedrukte kleuren te sterk zijn, verlaagt u de verzadiging en verhoogt u de helderheid. Als algemene regel geldt dat de verzadiging met dezelfde mate dient te worden verlaagd als de mate waarmee de helderheid wordt verhoogd. Als u bijvoorbeeld de verzadiging met 10 verlaagt, verhoogt u ter compensatie de helderheid met 10. OPTIES VOOR DE PRINTERINSTELLINGPRINTEROPTIESPapiergewichtSelecteer de dikte van het papier of het type papier in de printer. Het is belangrijk om deze optie correct in te stellen omdat het de temperatuur beïnvloedt waarmee de toner op het papier wordt gefixeerd.
Als u bijvoorbeeld op gewoon A4-papier afdrukt, moet u niet Etiketten of Transparanten selecteren omdat de toner dan vlekt en het papier vastloopt. Automatische ladewisselingIndien de printer geen papier meer heeft in de huidige lade, zal met Automatische ladewisseling automatisch worden gewisseld naar een lade die hetzelfde type papier bevat en het afdrukken wordt voortgezet. PapierformaatcontroleKies Papierformaatcontrole als u wilt dat de printer u waarschuwt wanneer het papierformaat van het document afwijkt van het papier in de printer. Er wordt een waarschuwingsbericht weergegeven en de afdruk wordt voortgezet nadat u het correcte papier in de papierlade hebt geplaatst en op ONLINE hebt gedrukt. Indien deze optie is uitgeschakeld, gebruikt de printer het papier in de geselecteerde lade, ongeacht het documentformaat.
Gebruik altijd 100% zwarte (K) tonerKies deze optie als u wilt dat de printer altijd zwarte toner (K) gebruikt bij het afdrukken van puur zwart (RGB = 0,0,0). Dit is zelfs effectief wanneer samengesteld zwart (CMYK) in de kleuropties is geselecteerd. Voer onderhoudscyclus uit alvorens af te drukkenAfhankelijk van afdrukgewoonten en gebruikerspatronen, kan het uitvoeren van een onderhoudscyclus voor het afdrukken u verzekeren van de best mogelijke afdrukkwaliteit. Voor deze functie worden de afbeeldingstrommels en de transportband van de printer.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Oki C800 series stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Printer Oki
Handleiding Printer
Nieuwste handleidingen voor Printer