Oce CS193 Netwerkbeheerder Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Oce CS193 Netwerkbeheerder (263 pagina’s), behorend tot de categorie Printer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 17 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Oce CS193 Netwerkbeheerder of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Oce |
| Categorie: | Printer |
| Model: | CS193 Netwerkbeheerder |
Handleiding Oce CS193 Netwerkbeheerder – volledige tekst
Editie 2007-10NLOcé-Technologies B.V.Copyright© 2007, OcéAlle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, gekopieerd, bewerkt of overgedragen in welke vorm dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Océ.Océ geeft geen volledigheidsverklaring of garanties met betrekking tot de inhoud van deze handleiding. Océ geeft geen impliciete garantie met betrekking tot de verhandelbaarheid of de geschiktheid voor een bepaald doel.Verder behoudt Océ zich het recht voor deze publicatie van tijd tot tijd inhoudelijk te wijzigen zonder de verplichting anderen hiervan op de hoogte te stellen.
3 Aanmelden bij de beheerdersfunctie van Web Connection. 2-82. 4 Een certificaat voor deze machine maken voor op SSL gebaseerde communicatie. 2-102. 4. 1 Create a self-signed Certificate. 2-112. 4. 2 Request a Certificate. 2-122. 4. 3 Install a Certificate. 2-142. 4. 4 Set an Encryption Strength. 2-152. 4. 5 Set Mode using SSL. 2-162. 4. 6 Remove a Certificate. 2-172. 5 Het certificaat voor deze machine ophalen. 2-182. 5. 1 Create a Certificate. 2-182. 5. 2 Download a Certificate. 2-182. 6 Een gebruikerscertificaat op deze machine registreren. 2-192. 6. 1 E-mail Address. 2-202. 6. 2 Automatically Obtain Certificates. 2-212. 7 De datum en tijd op deze machine opgeven. 2-222. 7. 1 Manual Setting. 2-232. 7. 2 TCP/IP Settings. 2-232. 7. 3 Time Zone. 2-232. 7. 4 Time Adjustment Setting. 2-242. 8 Scangegevens naar een Windows-computer verzenden. 2-252. 8. 1 TCP/IP Settings. 2-262. 8.
1 De gebruikersboxinstellingen wijzigen of een gebruikersbox verwijderen. 2-175Open User Box. 2-1752. 46. 2 Een nieuwe gebruikersbox maken. 2-176Create User Box. 2-1762. 46. 3 Systeemboxinstellingen wijzigen of systeemboxen verwijderen. 2-177Open System User Box. 2-1772. 46. 4 Een nieuwe systeemgebruikersbox maken. 2-179Create System User Box. 2-1792. 47 Instelling tabblad Print Setting. 2-1812. 47. 1 De basisinstellingen voor de afdrukfunctie opgeven. 2-181Basic Setting. 2-1812. 47. 2 De instellingen opgeven voor PCL/PS/XPS-afdruk. 2-182PCL Setting. 2-182PS Setting. 2-183XPS Settings. 2-1842. 47. 3 De time-out voor de interface opgeven. 2-184Interface Setting. 2-1842. 48 Instellingen tabblad Store Address. 2-1852. 48. 1 Een adresboekbestemming registreren of bewerken. 2-185Address Book. 2-1852. 48. 2 Een groepsbestemming registreren of bewerken. 2-189Group. 2-1892. 48.
CS 193/173/163 1-3Inleiding11 InleidingHartelijk dank voor uw aankoop van deze machine.Deze handleiding beschrijft de instelmethoden voor elke functie van de CS 193/173/163, waarbij hoofdzakelijk van Web Connection wordt gebruik gemaakt.
Lees deze handleiding grondig door om het gebruik van dit product te starten en te genieten van een optimale functionaliteit en een optimaal gebruik.Om het product veilig en correct te gebruiken, moet u de volgende bijgeleverde handleidingen lezen: – Kopie-/Afdruk-/Netwerk Scan/Fax-/Netwerkfax-/Boxbewerkingen en Netwerkbeheerder.Raadpleeg de handleiding voor gedetailleerde veiligheidsinformatie en voorzorgsmaatregelen bij het gebruik.Raadpleeg de handleiding voor beschrijvingen van handelsmerken en auteursrechten.De in deze handleiding gebruikte afbeeldingen kunnen iets afwijken van de aanzichten op de feitelijke apparatuur.1.1 Informatie over deze handleidingDit document is een handleiding met een samenvatting van de instelprocedures voor een effectief gebruik van het product met behulp van de netwerkfuncties.
de handleidingDe tekens en tekstindelingen die in deze handleiding gebruikt worden, zijn hieronder beschreven.Veiligheidsrichtlijnen6 GEVAARAls u de instructies die met dit symbool zijn aangeduid niet volgt, kan dit leiden tot fatale of ernstige letsels door de elektrische stroom.% Houd rekening met alle gevaren om letsels te voorkomen.7 WAARSCHUWINGAls u de instructies met dit symbool niet opvolgt, kan dit leiden tot ernstig letsel of materiële schade.% Let goed op bij alle waarschuwingsaanduidingen om letsel te voorkomen en een veilig gebruik van het apparaat te garanderen.7 VOORZICHTIG Als u de instructies die met dit symbool zijn aangeduid niet volgt, kan dit leiden tot lichte verwondingen of materiële schade.% Houd rekening met alle waarschuwingen om letsels te voorkomen en het veilige gebruik van de machine te garanderen.Volgorde van actie1 Het cijfer 1 met de hier aangegeven opmaak geeft de eerste stap in een reeks handelingen aan.2 Opeenvolgende cijfers, zoals hier opgemaakt, geven opeenvolgende stappen in een reeks handelingen aan.?Tekst met deze markering geeft aanvullende informatie.% Tekst met deze markering beschrijft de handeling waarmee het gewenste resultaat kan worden bereikt.
Tips2Opmerking Tekst die op deze manier is gemarkeerd, bevat nuttige informatie en tips om een veilig gebruik van de machine te garanderen.2Let opTekst die op deze manier is geaccentueerd, bevat informatie waaraan moet worden gedacht.!Detail Tekst die op deze manier is gemarkeerd, bevat verwijzingen naar meer gedetailleerde informatie.Een afbeelding die hier is ingevoegd, toont aan welke bewerkingen moeten worden uitgevoerd.
CS 193/173/163 1-5Inleiding1Speciale tekstmarkeringenDe toets [Stop] De namen van de toetsen op het bedieningspaneel worden geschreven zoals hierboven weergegeven. MACHINE-INSTELLINGDisplayteksten zijn geschreven zoals hierboven getoond. 2Opmerking De afbeeldingen van de machine in deze handleiding kunnen verschillen en zijn afhankelijk van de configuratie van de machine. 1. 3 HandleidingenDeze machine wordt geleverd met gedrukte handleidingen en PDF-handleidingen op de cd met de handleidingen. 1. 3. 1 Gedrukte handleidingHandleidingDeze handleiding bevat bedieningsprocedures en beschrijvingen van de meest gebruikte functies. Daarnaast bevat deze handleiding opmerkingen en waarschuwingen die moeten worden gevolgd voor een veilig gebruik van de machine. Zorg dat u deze handleiding leest voordat u de machine gebruikt. 1. 3.
2 Handleiding cd-handleidingenKopieerbewerkingenDeze handleiding bevat beschrijvingen van de bewerkingen in de kopieermodus en van het onderhoud van de machine. Raadpleeg deze handleiding voor details over papier en originelen, kopieerprocedures door middel van handige toepassingsfuncties, het vervangen van verbruiksproducten en bewerkingen voor het oplossen van problemen, zoals het verwijderen van vastgelopen papier. AfdrukbewerkingenDeze handleiding bevat details over de afdrukfuncties die kunnen worden opgegeven met de standaard ingebouwde printercontroller. Raadpleeg deze handleiding voor standaard bedieningsprocedures over het gebruik van de afdrukfuncties. BoxbewerkingenDeze handleiding bevat details over de bedieningsprocedures voor het gebruik van gebruikersboxen op de harde schijf.
Raadpleeg deze handleiding voor details over het opslaan van gegevens in gebruikersboxen, het ophalen van gegevens van gebruikersboxen en het overdragen van gegevens. Netwerk scan/fax/NetwerkfaxbewerkingenDeze handleiding bevat details over de netwerkscan, G3 fax, netwerkfaxbewerkingen en faxstuurprogrammafuncties.
Raadpleeg deze handleiding voor details over het gebruik van de netwerkscanfunctie via e-mail of FTP, G3 fax, Internetfax, IP-adresfaxbewerkingen en Pc-faxfuncties. Om de faxfuncties te kunnen gebruiken, moet de optionele faxkit afzonderlijk worden aangeschaft. Netwerkbeheerder (deze handleiding)Deze handleiding bevat beschrijvingen over instelmethode voor elke functie die een netwerkverbinding gebruikt, meestal via het gebruik van Web Connection. Raadpleeg deze handleiding voor details over het gebruik van netwerkfuncties.
CS 193/173/163 2-3Instelitems volgens bewerking22 Instelitems volgens bewerking2.1 Algemene instellingen voor op TCP/IP gebaseerde communicatie opgeven% Geef de instellingen op om deze machine te gebruiken in een TCP/IP-netwerkomgeving.– Geef deze instelling vooraf op om deze machine te gebruiken door deze te verbinden met het netwerk.2Let opOm alle wijzigingen toe te passen op de netwerkinstellingen, moet de machine worden uitgeschakeld en opnieuw ingeschakeld.Wanneer u de hoofdvoedingsschakelaar uitschakelt en opnieuw inschakelt, moet u min. 10 seconden wachten voordat u de machine opnieuw inschakelt.
De machine zal mogelijk niet correct werken als deze onmiddellijk na het uitschakelen opnieuw wordt ingeschakeld.TCP/IP instelling1 Selecteer [5 Netwerkinstelling] op het scherm Beheerderinstelling van het bedieningspaneel.2 Selecteer [1 TCP/IP instelling].!Detail Raadpleeg "Het scherm Netwerkinstelling weergeven" op pagina 3-3 voor details over het weergeven het scherm Netwerkinstelling.Item Definitie Voorafgaande bevestigingTCP/IP instelling Selecteer [AAN].Instelmethode IP-adres Selecteer of het IP-adres automatisch wordt opgehaald of als het rechtstreeks wordt opgegeven.De IP-toepassingmetho-de die moet worden gebruiktInstelmethode auto IP-adresSelecteer de methode voor het automatisch ophalen om het IP-adres automatisch te verkrijgen.IP-adres Om het IP-adres rechtstreeks op te geven, geeft u het IP-adres van deze machine op.IP-adres van dit appa-raatSubnet Mask Om het IP-adres rechtstreeks op te geven, geeft u het sub-netmasker op van het netwerk dat moet worden verbonden.Het subnetmasker van deze machine
2Instelitems volgens bewerking2-4 CS 193/173/163Apparaat instellen1 Selecteer [5 Netwerkinstelling] op het scherm Beheerderinstelling van het bedieningspaneel.2 Selecteer [5 Detailinstellingen].3 Selecteer [1 Apparaat instellen].Standaard Gateway Om het IP-adres rechtstreeks op te geven, geeft u de stan-daard gateway op van het netwerk dat moet worden verbonden.Standaard gateway van deze machineDynamische DNS- instellingOm de hostnaam die is opgegeven met [DNS hostnaam] au-tomatisch te registreren voor de DNS-server die de functie Dynamische DNS ondersteunt, selecteert u [Activeren].Of Dynamische DNS wordt gebruiktDNS hostnaam Geef de hostnaam op van deze machine (tot 63 tekens).DNS-domein auto verkrijgenBepaal of de DNS-domeinnaam automatisch moet worden opgevraagd.Dit item is ingeschakeld wanneer DHCP is uitgeschakeld.Of automatisch ophalen beschikbaar is met DHCPDNS standaard domeinnaamAls de DNS-domeinnaam niet automatisch wordt opge-haald, geeft u de naam op van het domein waarbij deze ma-chine hoort (maximaal 255 tekens, inclusief de hostnaam).Standaard domeinnaamDNS zoeken domeinnaam 1 tot 3Voer de domeinnaam voor het zoeken van de DNS in (maxi-maal 255 tekens, inclusief de hostnaam).DNS-server auto verkrijgenBepaal of het DNS-serveradres automatisch moet worden opgevraagd.Dit item is ingeschakeld wanneer DHCP is uitgeschakeld.Of automatisch ophalen beschikbaar is met DHCPVoorkeur DNS server Als het DNS-serveradres niet automatisch wordt opgehaald, moet u het adres van de voorkeurs-DNS-server opgeven.Adres van de serverSecundaire DNS-server 1 en 2Geef het adres op van een alternatieve DNS-server.
CS 193/173/163 2-5Instelitems volgens bewerking22.2 Met Web Connection% Geef de instellingen op voor het gebruik van Web Connection.2Opmerking Deze handleiding beschrijft de manier waarop u de instellingen kunt opgeven die vereist zijn voor elke bewerking met Web Connection.Web Connection is een hulpprogramma voor apparaatbeheer dat wordt ondersteund door de HTTP-server die is geïntegreerd in de printercontroller. Wanneer u een webbrowser gebruikt op een computer die met het netwerk is verbonden, kunt u machine-instellingen opgeven en de status van de machine controleren.
Sommige instellingen kunnen worden opgegeven vanaf de computer in plaats van via het bedieningspaneel van de machine.Geef de instellingen op volgens het volgende stroomdiagram.2.2.1 TCP/IP instellingen% Geef de instellingen op om deze machine te gebruiken in een TCP/IP-netwerkomgeving.!Detail Raadpleeg "Algemene instellingen voor op TCP/IP gebaseerde communicatie opgeven" op pagina 2-3 voor meer informatie.TCP/IP SettingsWeb Connection SettingsTCP Socket SettingGebruiken met SSL?Ja NeeSSL/TLS SettingEinde
2Instelitems volgens bewerking2-6 CS 193/173/1632.2.2 Web Connection instellingen1 Selecteer [5 Netwerkinstelling] op het scherm Beheerderinstelling van het bedieningspaneel.2 Selecteer [3 http-serverinst.].!Detail Raadpleeg "Het scherm Netwerkinstelling weergeven" op pagina 3-3 voor details over het weergeven het scherm Netwerkinstelling.Item Definitie Voorafgaande bevestigingWeb Connection instellingenSelecteer [AAN].
CS 193/173/163 2-7Instelitems volgens bewerking22.2.3 TCP Socket Setting1 Selecteer het tabblad Network in de beheerdersfunctie van Web Connection.2 Selecteer "TCP Socket Setting"!Detail Raadpleeg "Aanmelden bij de beheerdersfunctie van Web Connection" op pagina 2-8 voor meer informatie over het aanmelden bij de beheerdersfunctie van Web Connection.2.2.4 SSL/TLS Setting% Geef de instellingen op voor op SSL gebaseerde communicatie!Detail Raadpleeg "Een certificaat voor deze machine maken voor op SSL gebaseerde communicatie" op pagina 2-10 voor meer informatie.Item Definitie Voorafgaande bevestigingTCP Socket (ASCII Mode)Om dit te gebruiken in het Flash-formaat, schakelt u het se-lectievakje "TCP Socket (ASCII Mode)" in.Port No. (ASCII Mode)Geef het poortnummer op.
2Instelitems volgens bewerking2-8 CS 193/173/1632.3 Aanmelden bij de beheerdersfunctie van Web ConnectionOm de instellingen voor deze machine op te geven met Web Connection, moet u zijn aangemeld bij de beheerdersfunctie. Hieronder wordt beschreven hoe u zich kunt aanmelden bij de gebruikersfunctie.!Detail Wanneer u in de beheerdermodus bent aangemeld, wordt het bedieningspaneel van de machine geblokkeerd en kan deze niet worden gebruikt.Afhankelijk van de status van de machine, zult u zich mogelijk niet kunnen aanmelden op de beheerderfunctie.1 Selecteer "Administrator" op de pagina Login.2 Klik op de knop [Login].– Selecteer indien nodig de taal en het formaat voor de weergave.– Als het selectievakje "When in warning, the dialog is displayed." is ingeschakeld, verschijnen waarschuwingsberichten tijdens de bewerkingen na het aanmelden.3 Geef het wachtwoord op voor de machinebeheerder.
CS 193/173/163 2-9Instelitems volgens bewerking24 Klik op [OK].De pagina van de beheerdermodus verschijnt.2Let opAls "Functies verboden bij authenticatiefout" in de beheerdermodus is ingesteld op "Modus 2" en als een onjuist wachtwoord een bepaald aantal keer verkeerd wordt ingevoerd, is het niet langer mogelijk aan te melden op de beheerdermodus. Meer informatie over de parameter "Functies verboden bij authenticatiefout" vindt u in de handleiding – Kopieerbewerkingen.
2Instelitems volgens bewerking2-10 CS 193/173/1632.4 Een certificaat voor deze machine maken voor op SSL gebaseerde communicatie!Detail Wanneer u een certificaat maakt voor deze machine, wordt de communicatie van een clientcomputer met deze machine gecodeerd met SSL om het onthullen van communicatie-inhoud en het wachtwoord te voorkomen.!Detail Wanneer u de volgende instellingen opgeeft, kan de communicatie van een clientcomputer met deze machine worden gecodeerd met SSL.
CS 193/173/163 2-11Instelitems volgens bewerking22.4.1 Create a self-signed Certificate1 Selecteer het tabblad Security in de beheerdersfunctie van Web Connection.2 Selecteer "SSL/TLS Setting".3 Selecteer [Setup].4 Selecteer "Create a self-signed Certificate".Item Definitie Voorafgaande bevestigingCommon Name Toont het IP-adres of de domeinnaam van de machine.Organization Voer de naam in van de organisatie of groep die wordt ge-bruikt voor het maken van een organisatiecertificaat (tot 63 tekens).Organizational Unit Voer de naam in van de account die wordt gebruikt voor het maken van een accountcertificaat (tot 63 tekens).Locality Voer de naam in van de plaats die wordt gebruikt voor het maken van een plaatscertificaat (tot 127 tekens).State/Province Voer de naam in van de provincie die wordt gebruikt voor het maken van een provinciecertificaat (tot 127 tekens).Country Wanneer u een landcertificaat maakt, voer dan een landcode van twee tekens in die wordt bepaald door ISO 3166.Verenigde Staten: US, Groot-Brittannië: GB, Italië: IT, Au-stralië: AU, Nederland: NL, Canada: CA, Spanje: ES, Tsjechi-sche Republiek: CZ, China: CN, Denemarken: DK, Duitsland: DE, Japan: JP, Frankrijk: FR, België: BE, Rusland: RUAdmin.
E-mail Address Geef het adres op voor de beheerder (tot 128 tekens). Adres voor de beheerderValidity Start Date Voert de startdatum in voor de geldigheidsduur. Toont de datum en tijd wanneer deze pagina wordt weergegeven.Validity Period Voer het aantal dagen in vanaf de startdatum voor de geldig-heidsduur voor het certificaat.Encryption Strength Geeft de codeermethode op.
2Instelitems volgens bewerking2-12 CS 193/173/1632.4.2 Request a Certificate1 Selecteer het tabblad Security in de beheerdersfunctie van Web Connection.2 Selecteer "SSL/TLS Setting".3 Selecteer [Setup].4 Selecteer "Request a Certificate".Mode using SSL/TLS Geef de modus op die gebruik maakt van SSL/TLS.[OK] Maakt een zelf-ondertekend certificaat Het kan enkele minu-ten duren om een certificaat te maken.Item Definitie Voorafgaande bevestigingItem Definitie Voorafgaande bevestigingCommon Name Toont het IP-adres of de domeinnaam van de machine.Organization Voer de naam in van de organisatie of groep die wordt ge-bruikt voor het maken van een organisatiecertificaat (tot 63 tekens).Organizational Unit Voer de naam in van de account die wordt gebruikt voor het maken van een accountcertificaat (tot 63 tekens).Locality Voer de naam in van de plaats die wordt gebruikt voor het maken van een plaatscertificaat (tot 127 tekens).State/Province Voer de naam in van de provincie die wordt gebruikt voor het maken van een provinciecertificaat (tot 127 tekens).Country Wanneer u een landcertificaat maakt, voer dan een landcode van twee tekens in die wordt bepaald door ISO 3166.Verenigde Staten: US, Groot-Brittannië: GB, Italië: IT, Au-stralië: AU, Nederland: NL, Canada: CA, Spanje: ES, Tsjechi-sche Republiek: CZ, China: CN, Denemarken: DK, Duitsland: DE, Japan: JP, Frankrijk: FR, België: BE, Rusland: RUAdmin.
E-mail Address Geef het adres op voor de beheerder (tot 128 tekens). Adres voor de beheerder[OK] Maakt aanvraaggegevens voor het ondertekenen van een certificaat.
2Instelitems volgens bewerking2-14 CS 193/173/1632.4.3 Install a Certificate1 Selecteer het tabblad Security in de beheerdersfunctie van Web Connection.2 Selecteer "SSL/TLS Setting".3 Selecteer [Setup].4 Selecteer "Install a Certificate".5 Nadat u een certificaat hebt aangevraagd bij de certificeringsinstantie, moet u het certificaat dat u werd gestuurd door de certificeringsinstantie, op deze machine installeren.Item Definitie Voorafgaande bevestigingInstall a Certificate Plak de tekstgegevens die door de certificeringsinstantie zijn verzonden.[OK] Gaat naar het scherm Set an Encryption Strength en het scherm Set Mode using SSL.
CS 193/173/163 2-15Instelitems volgens bewerking22.4.4 Set an Encryption Strength1 Selecteer het tabblad Security in de beheerdersfunctie van Web Connection.2 Selecteer "SSL/TLS Setting"3 Selecteer [Setup].4 Selecteer "Set an Encryption Strength".Item Definitie Voorafgaande bevestigingEncryption Strength Geeft de codeermethode op.Mode using SSL/TLS Geef het toepassingsbereik van SSL/TLS op.[Install] Installeert het certificaat.Item Definitie Voorafgaande bevestigingEncryption Strength Wijzig, indien nodig de coderingssterkte. Geef de coderings-sterkte op.
2Instelitems volgens bewerking2-16 CS 193/173/1632.4.5 Set Mode using SSL1 Selecteer het tabblad Security in de beheerdersfunctie van Web Connection.2 Selecteer "SSL/TLS Setting".3 Selecteer [Setup].4 Selecteer "Set Mode using SSL".Item Definitie Voorafgaande bevestigingMode using SSL/TLS Wijzig, indien nodig, het ingestelde SSL/TSL-toepassings-bereik. Geef het toepassingsbereik van SSL/TLS op.
CS 193/173/163 2-17Instelitems volgens bewerking22.4.6 Remove a Certificate1 Selecteer het tabblad Security in de beheerdersfunctie van Web Connection.2 Selecteer "SSL/TLS Setting".3 Selecteer [Setup].4 Selecteer "Remove a Certificate".– Verwijder, indien nodig, het certificaat dat op deze machine is geïnstalleerd. Om het geïnstalleerde certificaat te verwijderen, klikt u op [OK].!Detail Als Uitgebreide beveil.modus is ingesteld op "ON", kan het certificaat niet worden verwijderd.
2Instelitems volgens bewerking2-18 CS 193/173/1632.5 Het certificaat voor deze machine ophalen% Haal het certificaat voor deze machine op aan de zijde van de gebruiker.– Download het certificaat dat voor deze machine is gemaakt door deze machine te starten met Web Connection.Nadat het certificaat voor deze machine is opgehaald, worden de berichten gecodeerd op basis van het verkregen certificaat (openbare sleutel) en vervolgens door de gebruiker van deze machine verzonden.Geef de instellingen op volgens het volgende stroomdiagram.!Detail Gebruikers kunnen het certificaat voor deze machine ophalen door een bericht met een digitale handtekening in bijlage te ontvangen van de machine.
Raadpleeg "Scangegevens via e-mail verzenden (met de digitale handtekening in bijlage)" op pagina 2-39 voor meer informatie over het verzenden van e-mails met de digitale handtekening in bijlage.2.5.1 Create a Certificate% Maak een certificaat voor deze machine.!Detail Raadpleeg "Een certificaat voor deze machine maken voor op SSL gebaseerde communicatie" op pagina 2-10 voor meer informatie.2.5.2 Download a Certificate1 Selecteer het tabblad Security in de beheerdersfunctie van Web Connection.2 Selecteer "SSL/TLS Setting".3 Selecteer [Setup].4 Selecteer "Certificate Download".5 Om een certificaat naar de computer te downloaden, klikt u op [Download].Create a CertificateDownload a CertificateEinde
CS 193/173/163 2-19Instelitems volgens bewerking22.6 Een gebruikerscertificaat op deze machine registreren% Registreer een gebruikerscertificaat op deze machine– Wanneer u een certificaat op deze machine registreert, zijn de volgende methodes beschikbaar: handmatige registratie op het ogenblik van de adresregistratie en automatische registratie door een bericht met een digitale handtekening in bijlage te verzenden.Nadat het certificaat voor deze machine is geregistreerd, worden de berichten gecodeerd op basis van het geregistreerde certificaat (openbare sleutel) en vervolgens door de gebruiker van deze machine verzonden.Geef de instellingen op volgens het volgende stroomdiagram.(1) Handmatige registratie(2) Automatische registratie(1) (2)E-mail AddressAutomatically obtainCertificatesEinde
2Instelitems volgens bewerking2-20 CS 193/173/1632.6.1 E-mail Address1 Selecteer het tabblad Store Address in de beheerdersfunctie van Web Connection.2 Selecteer "Address Book".3 Selecteer [New Registration].4 Selecteer "Address Book (E-mail)".2Let opAls het te registreren e-mailadres niet overeenkomt met het e-mailadres van het certificaat, kan het certificaat niet worden geregistreerd. Controleer of beide e-mailadressen overeenkomen en registreer vervolgens het certificaat.Item Definitie Voorafgaande bevestigingRegistration of Certifica-tion InformationSchakel het selectievakje "Registration of Certification Infor-mation" in.
Om een opslaglocatie op te geven voor de certi-ficeringsgegevens die moeten worden geregistreerd, klikt u op [Browse].Alleen bestanden in het DER-formaat (Distinguished Enco-ding Rules) worden ondersteund voor certificaatgegevens.Om de certificaatgegevens te verwijderen, selecteert u "De-letion of Certification Information".Opslaglocatie certificaat
CS 193/173/163 2-21Instelitems volgens bewerking22.6.2 Automatically Obtain Certificates1 Selecteer het tabblad Network in de beheerdersfunctie van Web Connection.2 Selecteer "E-mail Setting".3 Selecteer "S/MIME".!Detail Nadat u de instellingen voor "Automatically Obtain Certificates" hebt opgegeven, registreert u het e-mailadres waarvoor een certificaat moet worden geregistreerd in het adresboek. Nadat u het e-mailadres hebt geregistreerd, verzendt u het bericht met de digitale handtekening in bijlage vanaf de computer op het netwerk naar deze machine. Als het e-mailadres dat op deze machine is geregistreerd overeenkomt met het e-mailadres van het ontvangen certificaat, wordt het certificaat automatisch geregistreerd.Item Definitie Voorafgaande bevestigingS/MIME Comm. Setting Selecteer "ON".Automatically Obtain CertificatesSelecteer "ON".
2Instelitems volgens bewerking2-22 CS 193/173/1632.7 De datum en tijd op deze machine opgeven% Geef de datum en tijd van de interne klok van deze machine op.De volgende specificatiemethoden zijn beschikbaar: handmatige specificatie en ophalen van de NTP-server via het netwerk.Om de faxfunctie op deze machine te gebruiken, moet u de datum en tijd van deze machine vooraf opgeven.Om deze machine te laten aanmelden bij de Active Directory, kan het nodig zijn de datum en tijd van deze machine in te stellen.Geef de instellingen op volgens het volgende stroomdiagram.!Detail De volgende paragrafen bevatten beschrijvingen van de instellingen voor het aanmelden van deze machine bij de Active Directory.
CS 193/173/163 2-23Instelitems volgens bewerking22.7.1 Manual Setting1 Selecteer het tabblad Maintenance in de beheerdersfunctie van Web Connection.2 Selecteer "Date/Time Setting".3 Selecteer "Manual Setting".2.7.2 TCP/IP Settings% Geef de instellingen op om deze machine te gebruiken in een TCP/IP-netwerkomgeving.!Detail Raadpleeg "Algemene instellingen voor op TCP/IP gebaseerde communicatie opgeven" op pagina 2-3 voor meer informatie.2.7.3 Time Zone% Geef op het scherm Manual Setting de instelling op voor "Time Zone".!Detail Raadpleeg "Manual Setting" op pagina 2-23 voor meer informatie.Item Definitie Voorafgaande bevestigingYear Voer het jaar in.Month Voer de maand in.Day Voer de dag in.Hour Voer het uur in.Minute Voer de minuten in.Time Zone Selecteer het tijdverschil met GMT. TijdzoneDaylight Saving Time Geef, indien nodig, de instelling voor de zomertijd op.
2Instelitems volgens bewerking2-24 CS 193/173/1632.7.4 Time Adjustment Setting1 Selecteer het tabblad Maintenance in de beheerdersfunctie van Web Connection.2 Selecteer "Date/Time Setting".3 Selecteer "Time Adjustment Setting".Item Definitie Voorafgaande bevestigingTime Adjustment Setting Selecteer "ON".NTP Server Address Geef het adres van de NTP-server op. (Notatie: "***.***.***.***", bereik voor ***: 0 tot 255)Als de DNS-server is opgegeven, kan het adres worden op-gegeven met de hostnaam.Dit item kan ook worden opgegeven met IPv6.Adres van de serverPort Number Standaardinstelling: 123Geef het poortnummer op.Poortnummer voor de server[Adjust] Maakt een verbinding met de NTP-server met de opgegeven voorwaarden om de tijd aan te passen.
CS 193/173/163 2-25Instelitems volgens bewerking22.8 Scangegevens naar een Windows-computer verzenden% Geef de instellingen op voor het verzenden van scangegevens naar een Windows-computer.De scangegevens kunnen rechtstreeks naar een specifieke op het netwerk opgegeven computer worden verzonden. Om een bewerking Scan naar PC (SMB) uit te voeren, moet u eerst de instellingen voor gedeelde bestanden in Windows opgeven op de computer die de gegevens ontvangt.Deze machine ondersteunt de direct hosting-service. Om een doelcomputer op te geven in de IPv6-omgeving door middel van de computernaam, moet de instelling Direct Hosting worden ingeschakeld. Wanneer de instelling Direct Hosting is ingeschakeld, wordt de DNS-server gebruikt voor de naamresolutie om de communicatie te starten met de opgegeven computernaam en wordt het IPv6-adres opgehaald.
Om een direct hosting-service te gebruiken, moet u een DNS-server voorbereiden en de DNS-instellingen van deze machine correct opgeven.Om een computer op een ander netwerk op te geven door middel van de Windows-naam (NetBIOS-naam), moet een WINS-server worden gebruikt.Geef de instellingen op volgens het volgende stroomdiagram.!Detail Raadpleeg "Een adresboekbestemming registreren of bewerken" op pagina 2-185 voor meer informatie over het registreren van SMB-adressen.Raadpleeg de handleiding – Netwerkscan-/Fax-/Netwerkfaxbewerkingen voor meer informatie over op SMB gebaseerde bestandsoverdracht.TCP/IP SettingClient settingDe WINS-server gebruiken?Ja NeeDirect hosting SettingWINS SettingEinde
2Instelitems volgens bewerking2-26 CS 193/173/1632.8.1 TCP/IP Settings% Geef de instellingen op om deze machine te gebruiken in een TCP/IP-netwerkomgeving.!Detail Om een doelcomputer op te geven in de IPv6-omgeving door middel van de computernaam, moet de instelling Direct Hosting worden ingeschakeld.
Om de instelling Direct Hosting in te schakelen, moet u een DNS-server voorbereiden en de DNS-instellingen van deze machine correct opgeven.Raadpleeg "Algemene instellingen voor op TCP/IP gebaseerde communicatie opgeven" op pagina 2-3 voor meer informatie.2.8.2 Client Setting1 Selecteer het tabblad Network in de beheerdersfunctie van Web Connection.2 Selecteer "SMB Setting".3 Selecteer "Client Setting".Item Definitie Voorafgaande bevestigingSMB TX Setting Selecteer "ON".NTLM Setting Geef de NTLM-versie op.Om SMB TX uit te voeren op Mac OSX, Samba (Linux/Unix), geeft u "v1" op.Om SMB TX uit te voeren op Windows 98SE/Windows Me, geeft u "v1/v2" of "v1" op.Doelbesturingssysteem
2Instelitems volgens bewerking2-28 CS 193/173/1632.8.4 WINS Setting1 Selecteer het tabblad Network in de beheerdersfunctie van Web Connection.2 Selecteer "SMB Setting".3 Selecteer "WINS Setting".Item Definitie Voorafgaande bevestigingWINS Selecteer "ON" om de WINS-server te gebruiken.Auto Obtain Setting Om het WINS-serveradres automatisch te verkrijgen, selec-teert u "Enable".Dit item is ingeschakeld wanneer DHCP is uitgeschakeld.Of automatisch ophalen beschikbaar is met DHCPWINS Server Address 1 en 2Geef het adres van de WINS-server op. (Notatie: "***.***.***.***", bereik voor ***: 0 tot 255)Adres van de serverNode Type Setting Geef de naamresolutiemethode op.• B Node: query via broadcast• P Node: query naar WINS-server• M Node: query eerst via broadcast, daarna WINS-server• M Node: query eerst aan WINS-server, dan via broad-cast
CS 193/173/163 2-29Instelitems volgens bewerking22.9 Scangegevens via e-mail verzenden% Geef de instellingen op voor het verzenden van scangegevens via e-mail.!Detail De scangegevens kunnen naar een opgegeven e-mailadres worden verzonden als een bestand in bijlage van het bericht. Als de SMTP-server SMTP over SSL of STARTTLS ondersteund, is deze instelling aanbevolen. Omdat communicatie kan worden gecodeerd via SSL/TLS, kan de machine veilig communiceren met de server.Als de SMTP-server SMTP authenticatie vereist, moet de instelling SMTP authentication worden opgegeven.Als de SMTP-server POP vóór SMTP authenticatie vereist, moet de instelling POP before SMTP authentication worden opgegeven. Als de POP-server daarnaast POP over SSL- of APOP-authenticatie ondersteunt, kunnen de instellingen hiervoor worden opgegeven.Geef de instellingen op volgens het volgende stroomdiagram.
2Instelitems volgens bewerking2-30 CS 193/173/163!Detail Raadpleeg "Een adresboekbestemming registreren of bewerken" op pagina 2-185 voor meer informatie over het registreren van e-mailadressen.Raadpleeg de handleiding – Netwerkscan-/Fax-/Netwerkfaxbewerkingen voor meer informatie over op e-mail gebaseerde bestandsoverdracht.2.9.1 TCP/IP Settings% Geef de instellingen op om deze machine te gebruiken in een TCP/IP-netwerkomgeving.!Detail Raadpleeg "Algemene instellingen voor op TCP/IP gebaseerde communicatie opgeven" op pagina 2-3 voor meer informatie.2.9.2 E-Mail TX (SMTP)E-mail TX (SMTP)1 Selecteer het tabblad Network in de beheerdersfunctie van Web Connection.2 Selecteer "E-mail Setting".3 Selecteer "E-mail TX (SMTP)".
(Notatie: "***.***.***.***", bereik voor ***: 0 tot 255)Als de DNS-server is opgegeven, kan het adres worden op-gegeven met de hostnaam.Dit item kan ook worden opgegeven met IPv6.Adres van de serverPort Number Standaardinstelling: 25Geef het poortnummer op.Poortnummer voor de serverConnection Timeout Geef de tijd op voordat er een time-out optreedt in de verbin-ding van de server.Max Mail Size Selecteer of de grootte van de verzonden berichten moet worden beperkt.Server Capacity Om het maximale e-mailformaat te beperken, moet u de maximale toegelaten grootte van de e-mail, inclusief de bij-lage, opgeven.E-mails die deze maximale grootte overschrijden, worden verwijderd.Als een e-mail wordt opgesplitst, wordt deze instelling uitgesloten.Ontvangstlimiet van de serverAdmin.
E-mail Address Het beheerdersadres dat is opgegeven in "Machine Setting" op het tabblad Maintenance in de beheerdersfunctie van Web Connection, wordt weergegeven.Binary Division Om het formaat van de e-mail op te splitsen, selecteert u "ON".Als de e-mailsoftware die wordt gebruikt voor het ontvangen van e-mails geen functie heeft voor het herstellen van de e-mail, zullen de e-mails mogelijk niet kunnen worden gelezen.Herstelfunctie van de e-mailsoftwareDivided Mail Size Om de e-mail op te splitsen moet u een formaat voor de de-len van de e-mail opgeven.Ontvangstlimiet van de server
2Instelitems volgens bewerking2-32 CS 193/173/163Admin. E-mail Address1 Selecteer het tabblad Maintenance in de beheerdersfunctie van Web Connection.2 Selecteer "Machine Setting".3 Geef het beheerdersadres op.!Detail Als "Change the From Address" is ingesteld op "Restrict", kan From address niet worden gewijzigd wanneer een e-mailbericht wordt verzonden. Raadpleeg de handleiding – Netwerkscan/fax/netwerkfaxbewerkingen voor meer informatie.Item Definitie Voorafgaande bevestigingAdmin. E-mail Address Geef het adres op voor de beheerder (tot 128 tekens).Als het beheerdersadres niet is ingesteld, kunnen er geen berichten worden verzonden.Het ingestelde adres wordt weergegeven op het zenderge-deelte van het bericht. Voordat de berichten worden verzon-den, kan het adres via het bedieningspaneel worden gewijzigd naar een ander adres dan dat van de beheerder.Adres voor de beheerder
CS 193/173/163 2-33Instelitems volgens bewerking22.9.3 SMTP over SSL/Start TLSE-mail TX (SMTP)1 Selecteer het tabblad Network in de beheerdersfunctie van Web Connection.2 Selecteer "E-mail Setting".3 Selecteer "E-mail TX (SMTP)".4 Geef de volgende instellingen op.Action for Invalid Certificate1 Selecteer het tabblad Security in de beheerdersfunctie van Web Connection.2 Selecteer "SSL/TLS Setting".3 Selecteer [Setup].4 Selecteer "Set Mode using SSL".!Detail Om de instellingen voor "Action for Invalid Certificate" op te geven, maakt u vooraf een certificaat voor deze machine.
Raadpleeg "Een certificaat voor deze machine maken voor op SSL gebaseerde communicatie" op pagina 2-10 voor meer informatie.Item Definitie Voorafgaande bevestigingUse SSL/TLS Om de communicatie tussen deze machine en de SMTP-server te coderen met SSL/TTS, selecteert u "SMTP over SSL" of "Start TLS".Of de server SSL of STARTTLS ondersteuntPort Number Standaardinstelling: 25Geef het poortnummer op als "Start TLS" is geselecteerd.Poortnummer voor de serverPort No. (SSL) Standaardinstelling: 465Als "SMTP over SSL" is geselecteerd, moet u het poortnum-mer opgeven dat voor SSL-communicatie moet worden gebruikt.Poortnummer voor de server
2Instelitems volgens bewerking2-34 CS 193/173/1632.9.4 SMTP Authentication1 Selecteer het tabblad Network in de beheerdersfunctie van Web Connection.2 Selecteer "E-mail Setting".3 Selecteer "E-mail TX (SMTP)".4 Geef de volgende instellingen op.!Detail Een SMTP-authenticatiemethode die wordt ondersteund door de SMTP-server en wordt geleverd met de krachtigste coderingssterkte, wordt automatisch geselecteerd uit Digest-MD5, CRAM-MD5, PLAIN en LOGIN.Als de gebruiker slechts bij één domein (realm) hoort, wordt dit door de SMTP-server gemeld op het ogenblik van de eerste communicatie en gebeurt de communicatie automatisch met de domeinnaam. Daarom is er geen instelling voor de domeinnaam vereist.
Als de gebruiker bij twee of meer domeinen hoort, moet u echter de domeinnaam waarbij de gebruiker hoort opgeven.Item Definitie Voorafgaande bevestigingAction for Invalid CertificateGeef de bewerking op wanneer de geldigheidsperiode voor het ontvangen certificaat is verlopen.Als "Continue" is geselecteerd, gaat de verwerking verder, zelfs als de datum van het certificaat ongeldig is.Als "Delete the Job" is geselecteerd, wordt de opdracht ver-wijderd als de datum van het certificaat ongeldig is.Item Definitie Voorafgaande bevestigingSMTP Authentication Om de SMTP authenticatie uit te voeren, schakelt u het se-lectievakje "SMTP Authentication" in.Of de server SMTP vereistUser ID Geef de gebruikers-ID op voor de SMTP-authenticatie (tot 255 tekens).Password Geef het wachtwoord op voor de SMTP-authenticatie (tot 128 tekens).Domain Name Geef de domeinnaam op voor de SMTP-authenticatie (tot 255 tekens).Als de authenticatiemethode Digest-MD5 is, moet de do-meinnaam worden opgegeven.AuthenticatiemethodeAuthentication Settings Bepaal of er moet worden gesynchroniseerd met gebrui-kersauthenticatie.Als de gebruikersauthenticatie wordt uitgevoerd, wordt dit item weergegeven.Of de gebruikerauthenti-catie moet worden ge-synchroniseerd
Als de ingesteld tijd voor POP voor SMTP echter te kort is ingesteld, zullen de berichten mogelijk niet worden verzonden.E-mail RX (POP)1 Selecteer het tabblad Network in de beheerdersfunctie van Web Connection.2 Selecteer "E-mail Setting".3 Selecteer "E-mail RX (POP)".Item Definitie Voorafgaande bevestigingPOP Before SMTP Om POP voor SMTP uit te voeren, selecteert u "ON".Of de server de POP vóór SMTP-authen-ticatie moet worden uitgevoerdPOP Before SMTP Time Geef de periode op voor de toegang tot de SMTP-server nadat u bent aangemeld bij de POP-server.Of de POP-server verschilt van de SMTP-server
(Notatie: "***.***.***.***", bereik voor ***: 0 tot 255)Als de DNS-server is opgegeven, kan het adres worden op-gegeven met de hostnaam.Dit item kan ook worden opgegeven met IPv6.Adres van de serverLogin Name Geef de aanmeldingsnaam voor de POP-server op (tot 63 tekens).Password Voer het wachtwoord in voor het aanmelden op de POP-ser-ver (tot 15 tekens).Connection Timeout Geef de tijd op voordat er een time-out optreedt in de verbin-ding van de server.Port Number Standaardinstelling: 110Geef het poortnummer op.Poortnummer voor de serverItem Definitie Voorafgaande bevestigingUse SSL/TLS Om de communicatie tussen deze machine en de POP-ser-ver te coderen met SSL, schakelt u het selectievakje "Use SSL/TLS" in.Of de server SSL ondersteuntPort No. (SSL) Standaardinstelling: 995Geef het poortnummer op dat wordt gebruikt bij SSL-com-municatie.Poortnummer voor de server
CS 193/173/163 2-37Instelitems volgens bewerking2Action for Invalid Certificate1 Selecteer het tabblad Security in de beheerdersfunctie van Web Connection.2 Selecteer "SSL/TLS Setting".3 Selecteer [Setup].4 Selecteer "Set Mode using SSL".!Detail Om de instellingen voor "Action for Invalid Certificate" op te geven, maakt u vooraf een certificaat voor deze machine. Raadpleeg "Een certificaat voor deze machine maken voor op SSL gebaseerde communicatie" op pagina 2-10 voor meer informatie.Item Definitie Voorafgaande bevestigingAction for Invalid CertificateGeef de bewerking op wanneer de geldigheidsperiode voor het ontvangen certificaat is verlopen.Als "Continue" is geselecteerd, gaat de verwerking verder, zelfs als de datum van het certificaat ongeldig is.Als "Delete the Job" is geselecteerd, wordt de opdracht ver-wijderd als de datum van het certificaat ongeldig is.
2Instelitems volgens bewerking2-38 CS 193/173/1632.9.7 APOP Authentication1 Selecteer het tabblad Network in de beheerdersfunctie van Web Connection.2 Selecteer "E-mail Setting".3 Selecteer "E-mail RX (POP)".4 Geef de volgende instellingen op.!Detail Als de POP-server is aangemeld met APOP, wordt het wachtwoord gecodeerd met Digest-MD5. Als "ON" is opgegeven voor de APOP-authenticatie, kunt u zich niet aanmelden op de server als de POP-server APOP niet ondersteunt.Item Definitie Voorafgaande bevestigingAPOP Authentication Om de aanmeldingsnaam en het wachtwoord te coderen wanneer u zich aanmeldt bij een POP-server, selecteert u "ON".Of de server APOP vereist
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Oce CS193 Netwerkbeheerder stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Printer Oce
Handleiding Printer
Nieuwste handleidingen voor Printer