Oce CS163 Handleiding

Oce Printer CS163

Bekijk gratis de handleiding van Oce CS163 (399 pagina’s), behorend tot de categorie Printer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 12 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Oce CS163 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/399
Océ CS193/CS173/CS163
OcéGebruikershandleiding
Netwerkfaxbewerkingen - NL

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Oce
Categorie: Printer
Model: CS163

Handleiding Oce CS163 – volledige tekst

Editie 2007-10NLOcé-Technologies B.V.Copyright© 2007, OcéAlle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, gekopieerd, bewerkt of overgedragen in welke vorm dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Océ.Océ geeft geen volledigheidsverklaring of garanties met betrekking tot de inhoud van deze handleiding. Océ geeft geen impliciete garantie met betrekking tot de verhandelbaarheid of de geschiktheid voor een bepaald doel.Verder behoudt Océ zich het recht voor deze publicatie van tijd tot tijd inhoudelijk te wijzigen zonder de verplichting anderen hiervan op de hoogte te stellen.

CS 193/173/163 Inhoud-1Inhoud1 Inleiding1. 1 Informatie over deze handleiding. 1-41. 1. 1 Inhoud. 1-41. 1. 2 Functies die in deze handleiding worden besproken. 1-5Netwerkscanfuncties. 1-5G3 FAX-functie. 1-5Netwerkfaxfunctie. 1-51. 1. 3 Voorstelling van productnaam. 1-51. 2 Toelichting bij de standaardprocedures m. b. t. de handleiding. 1-6Veiligheidsrichtlijnen. 1-6Volgorde van de acties. 1-6Tips. 1-6Speciale tekstmarkeringen. 1-71. 3 Handleidingen. 1-71. 3. 1 Gedrukte handleiding. 1-7Handleiding. 1-71. 3. 2 Handleiding cd-handleidingen. 1-7Kopieerbewerkingen. 1-7Afdrukbewerkingen. 1-7Mapbewerkingen. 1-7Netwerkscan-/fax-/netwerkfaxbewerkingen (deze handleiding). 1-7Netwerkbeheerder. 1-72 Voordat u de functies Netwerkscan/Fax/Netwerkfax gebruikt2. 1 Informatie vóór het opslaan van documenten. 2-32. 1. 1 Verzendfuncties. 2-3Functietype.

2-3Voorzorgsmaatregelen voor het gebruik van de faxfunctie (G3). 2-3Voorzorgsmaatregelen voor het gebruik van netwerkfax. 2-3Voorzorgsmaatregelen voor het gebruik van internetfax. 2-4Voorzorgsmaatregelen voor het gebruik van IP-adres fax. 2-42. 1. 2 Gebruikersauthenticatie. 2-5Machine- authenticatie. 2-5Externe serverauthenticatie. 2-5Gebruikersregistratie. 2-62. 1. 3 Beperking op de bestandsnaam. 2-62. 2 Overzicht. 2-72. 2. 1 Beschikbare netwerkscanfuncties. 2-7Scan naar e-mail. 2-7FTP TX. 2-7SMB TX. 2-8Opslaan in mailbox. 2-8WebDAV TX. 2-9Webservice. 2-92. 2. 2 Beschikbare faxfuncties. 2-10G3-faxverzending/ontvangst. 2-10Polling. 2-102. 2. 3 Beschikbare netwerkfaxfuncties. 2-11Internetfax. 2-11IP-adresfax. 2-11.

Inhoud-2 CS 193/173/1633 Bedieningspaneel/ tiptoetsscherm3. 1 Bedieningspaneel. 3-33. 2 Tiptoetsscherm. 3-53. 2. 1 Schermlay-out. 3-5Pictogrammen op het tiptoetsscherm. 3-63. 2. 2 Weergeven met/zonder optionele instellingen. 3-7Zonder faxkit. 3-7Met faxkit. 3-73. 2. 3 Weergave en bediening van het linkerpaneel. 3-8Opdr. lijst. 3-8Opdr. lijst – Verwijderen. 3-9Opdr. lijst – Opdrachtdetails. 3-9Functie controle – Functiecontrole. 3-14Functie controle – Functiecontrole – Adres controleren/Registreren. 3-15Functie controle – Functiecontrole – Scaninstellingen. 3-15Functie controle – Functiecontrole – Origineel instellingen. 3-16Functie controle – Functiecontrole – Communicatie-instellingen. 3-16Functie controle – Functiecontrole – E-mailinstellingen controleren. 3-174 Registratie van basisinformatie4. 1 Het gebruik starten. 4-34. 1. 1 Vereiste omgeving en uitrusting. 4-34. 1.

2 Netwerkverbinding en -instellingen. 4-3Netwerkverbinding. 4-3Netwerkinstellingen. 4-3Het e-mailadres van de machine opgeven. 4-44. 1. 3 Een modulaire kabel aansluiten. 4-44. 2 Adresregistratie. 4-54. 2. 1 Adresboek. 4-54. 2. 2 Groep. 4-54. 3 Optionele instellingen. 4-5Fax/scanprogramma's. 4-5De beeldscherminhoud instellen. 4-54. 4 Webservices gebruiken. 4-64. 4. 1 Instellingen die vereist zijn voor het gebruik van Webservices. 4-64. 4. 2 Het stuurprogramma van deze machine op de computer installeren. 4-6Controle vóór de installatie. 4-6Installatieprocedure. 4-65 Gegevens verzenden5. 1 Bewerkingsstroom. 5-35. 1. 1 Scan/netwerkfax. 5-35. 1. 2 Fax (G3). 5-65. 1. 3 Een programma oproepen. 5-95. 1. 4 Verzenden. 5-125. 2 Menustructuur in de Fax/Scan-functie. 5-16Tabblad Adresboek. 5-16Tabblad Directe invoer. 5-17Tabblad Opdr. historie. 5-18Tabblad Adres zoeken. 5-18Tabblad Hoorn van haak.

Inhoud-6 CS 193/173/1635. 7 Opnieuw kiezen (G3/IP). 5-795. 7. 1 Opnieuw kiezen. 5-795. 7. 2 Handmatig herkiezen. 5-795. 7. 3 Bestand opnieuw verzenden (G3). 5-806 Gegevens ontvangen (G3/IP/I-fax)6. 1 Gegevens ontvangen (G3: wanneer de externe telefoon niet is aangesloten). 6-36. 1. 1 Auto RX (alleen fax). 6-36. 2 Gegevens ontvangen (G3: wanneer de externe telefoon is aangesloten). 6-46. 2. 1 Handm. RX (alleen telefoon). 6-46. 3 Gegevens ontvangen (I-fax). 6-5Automatische ontvangst. 6-5Handmatige ontvangst. 6-56. 4 Gegevens ontvangen (IP). 6-66. 5 Proxy-ontvangst in geheugen. 6-66. 5. 1 Proxy-ontvangst in geheugen. 6-66. 5. 2 Opdrachten die in het geheugen zijn opgeslagen, doorsturen (G3). 6-66. 6 Gegevens opslaan bij ontvangst. 6-76. 6. 1 Uitvoeren met verkleinde afdruk. 6-76. 6. 2 Uitvoeren met verkleinde afdruk volgens het papierformaat. 6-7Stap 1: het optimale papierformaat selecteren.

6-8Stap 2: papier voor de eigenlijke afdruk selecteren. 6-9Afdrukbeperkingen. 6-116. 6. 3 Uitvoeren in volledig formaat. 6-126. 6. 4 Opnamemethode voor ontvangen gegevens. 6-136. 7 Ontvangstgegevens. 6-14Afgedrukt binnen het origineel. 6-14Afgedrukt buiten het origineel. 6-147 Nuttige functies (G3/IP/I-fax)7. 1 Geheugen RX (G3/IP/I-fax). 7-37. 2 PC-faxontvangst (G3). 7-37. 3 TSI distributie (G3). 7-47. 4 Vertrouwelijke communicatie (G3). 7-5Instellingen die nodig zijn voor een vertrouwelijke ontvangst. 7-5Een vertrouwelijke ontvangst uitvoeren. 7-5Een vertrouwelijke verzending uitvoeren. 7-57. 5 Relay distributie (G3). 7-67. 5. 1 Relay distributie. 7-67. 5. 2 Om de relay distributie in te schakelen. 7-67. 5. 3 Faxen verzenden naar een relay distributiestation. 7-77. 6 Afvragen TX/RX (G3). 7-87. 6. 1 Afvragen TX. 7-87. 6. 2 Opvragen RX. 7-87. 7 Bulletin (G3). 7-97.

11-5Netwerkverbinding. 11-5Lokale verbinding. 11-511. 2 Het faxstuurprogramma installeren. 11-611. 2. 1 Verbindings- en installatieprocedures. 11-6Windows 2000/XP/Server2003. 11-6Windows Vista. 11-7Windows NT4. 11-711. 2. 2 Het faxstuurprogramma installeren met behulp van de Wizard Printer toevoegen. 11-8Instellingen van deze machine. 11-8TCP/IP-instelling voor deze machine. 11-8Het RAW-poortnummer voor deze machine opgeven. 11-8LPD-instelling voor deze machine. 11-8Voor Windows XP/Server 2003. 11-8Voor Windows Vista. 11-10Voor Windows 2000/NT 4. 11-1111. 2. 3 Het faxstuurprogramma installeren met behulp van Plug and play. 11-13Voor Windows XP/Server 2003. 11-13Voor Windows Vista. 11-14Voor Windows 2000. 11-1511. 2. 4 Het faxstuurprogramma verwijderen. 11-1611. 3 Instellingen faxstuurprogramma (Windows). 11-1711. 3. 1 Een fax verzenden. 11-17Faxbewerkingen.

CS 193/173/163 Inhoud-1311. 3. 4 De instellingen voor het tabblad Basis opgeven. 11-28Een aangepast formaat opgeven. 11-29De instellingen voor de gebruikersauthenticatie opgeven. 11-30De instellingen voor de afdelingsregistratie opgeven. 11-3111. 3. 5 De instellingen voor het tabblad Opmaak opgeven. 11-32Meerdere pagina's op één pagina afdrukken (N in 1, Posterfunctie). 11-3311. 3. 6 De instellingen voor het tabblad Stempel/Samenstelling opgeven. 11-34Verzenden met een watermerk. 11-34Een watermerk bewerken. 11-3411. 3. 7 De instellingen voor het tabblad Configureren opgeven. 11-36Een optie selecteren. 11-36Codeerwachtwoord wijzigen. 11-3711. 3. 8 Een telefoonboek gebruiken. 11-37Een ontvanger toevoegen aan het telefoonboek. 11-37Een telefoonboek bewerken. 11-4011. 3. 9 De instellingen van het stuurprogramma opslaan. 11-42De instellingen van het stuurprogramma opslaan.

11-42De instellingen oproepen. 11-43De instellingen bewerken. 11-43De instellingen van het stuurprogramma importeren en exporteren. 11-4412 Web Connection12. 1 Met Web Connection. 12-312. 1. 1 Bedrijfsomstandigheden. 12-312. 1. 2 Web Connection openen. 12-312. 1. 3 Cache webbrowser. 12-4Met Internet Explorer. 12-4Met Netscape Navigator. 12-4Met Mozilla Firefox. 12-412. 1. 4 Structuur van de pagina's. 12-512. 2 Aan- en afmelden. 12-712. 2. 1 Aanmeldings- en afmeldingsbewerkingen. 12-7Wanneer de instellingen voor gebruikersauthenticatie en gebruikersregistratie nietzijn opgegeven. 12-7Wanneer de instellingen voor gebruikersauthenticatie en gebruikersregistratie zijnopgegeven. 12-812. 2. 2 Logout. 12-912. 2. 3 Login. 12-10Opties die kunnen worden geselecteerd wanneer u bent aangemeld bij Web Connection. 12-10Aanmelden als een publieke gebruiker.

CS 193/173/163 1-3Inleiding11 InleidingHartelijk dank voor uw aankoop van deze machine.Deze handleiding beschrijft de bedieningsinstructies, voorzorgsmaatregelen voor een correct gebruik en eenvoudige probleemoplossing van de netwerkscan-/fax-/netwerkfaxbewerkingen van de CS 193/173/163. Om de functies van dit product optimaal en effectief te gebruiken, is het aanbevolen deze handleiding te raadplegen volgens uw behoeften.Om het product veilig en correct te gebruiken, moet u de bijhorende handleidingen lezen – Kopie-/Afdruk-/Netwerkscan-/Fax-/Netwerkfax-/Mapbewerkingen en Netwerkbeheerder.Raadpleeg de handleiding voor gedetailleerde veiligheidsinformatie en voorzorgsmaatregelen bij het gebruik.Raadpleeg de handleiding voor beschrijvingen van handelsmerken en auteursrechten.De in deze handleiding gebruikte afbeeldingen kunnen iets afwijken van de aanzichten op de feitelijke apparatuur.

1Inleiding1-4 CS 193/173/1631. 1 Informatie over deze handleidingDit document is een handleiding voor de netwerkscan-, fax- en netwerkfaxbewerkingen voor de CS 193/173/163. Hieronder wordt de inhoud van deze handleiding beschreven en vindt u de verklaringen met betrekking tot de productnaam. Deze handleiding is bedoeld voor gebruikers met een basiskennis van computers en van deze machine. Voor details over de besturingssystemen Windows en Macintosh of andere softwaretoepassingen, dient u de respectievelijke handleidingen te raadplegen. 1. 1. 1 InhoudDeze handleiding bestaat uit de volgende hoofdstukken:No. Hoofdstuknaam Omschrijving1 Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de conventies die in de handleiding worden gebruikt en geeft een overzicht van de beschikbare handleidingen.

2 Voordat u de functies Netwerkscan/Fax/Netwerkfax gebruiktDit hoofdstuk beschrijft de onderwerpen die u moet onthouden voordat u de fax-/scanfuncties van de machine gebruikt. 3 Bedieningspaneel/ tip-toetsschermDit hoofdstuk beschrijft de functie van de toetsen op het bedieningspaneel en het gebruik van het tiptoetsscherm. 4 Registratie van basisinfor-matieDit hoofdstuk beschrijft de registratieprocedure die vereist is voordat u de fax-/scanfuncties van de machine kunt gebruiken. 5 Faxstuurprogramma Dit hoofdstuk beschrijft de systeemvereisten en de installatieprocedures voor het faxstuurprogramma. 6 Instellingen faxstuurpro-gramma (Windows)Dit hoofdstuk beschrijft de benodigde stappen voor het instellen van het fax-stuurprogramma.

7 Gegevens verzenden Dit hoofdstuk beschrijft de reeks bewerkingen voor het verzenden van via het netwerk gescande gegevens, G3-faxen en netwerkfaxen en alle beschikbare in-stellingsitems. Voor het toelichten van de belangrijkste bewerkingen worden stroomdiagrammen gebruikt. Raadpleeg de stroomdiagrammen voor de stroom van elke bewerking. U vindt er ook de menustructuur van items die kunnen wor-den opgegeven om de fax-/scanfunctie te gebruiken.

Wanneer u op de koppe-ling van de menustructuur klikt, wordt de pagina weergeven die het instellingsscherm beschrijft. 8 Gegevens ontvangen (G3/IP/I-fax)Dit hoofdstuk biedt een overzicht van G3- en netwerkfaxontvangsten. 9 Nuttige functies (G3/IP/I-fax)Dit hoofdstuk beschrijft nuttige G3- en netwerkfaxfuncties. 10 Uitleg van rapporten/lijstenDit hoofdstuk biedt uitleg over rapporten die automatisch worden afgedrukt wan-neer de fax-/scanfuncties worden gebruikt en over lijsten die kunnen worden af-gedrukt in de toepassingsmodus. 11 Gebruikersfunctie-instel-lingenDit hoofdstuk beschrijft het instellen van items in de gebruikersfunctie onder de instellingen in de toepassingsmodus die verwant zijn met de fax-/scanfuncties. In de gebruikersfunctie kunnen bestemmingsregistraties en verwante items wor-den opgegeven.

Wanneer u op de koppeling die aan het begin van het hoofdstuk wordt beschreven klikt, wordt de pagina weergegeven met de beschrijving van de toepassingsfunctie. 12 Beheerdersfunctie-instel-lingenDit hoofdstuk beschrijft het instellen van items in de beheerdersfunctie onder de instellingen in de toepassingsmodus die verwant zijn met de fax-/scanfuncties. In de beheerdersfunctie kunnen lijnparameters en andere instellingen worden opgegeven. Wanneer u op de koppeling die aan het begin van het hoofdstuk wordt beschreven klikt, wordt de pagina weergegeven met de beschrijving van de toepassingsfunctie. 13 Web Connection Dit hoofdstuk beschrijft het overzicht van de toepassingssoftware waarmee u de machine kunt configureren met een webbrowser vanaf een computer op een net-werk.

14 Probleemoplossing Fax/Scan-functieDit hoofdstuk gaat over acties voor het omgaan met foutmeldingen en mislukte verzendingen. 15 Bijlage Dit hoofdstuk biedt een woordenlijst en instructies voor het invoeren van tekst. 16 Index.

CS 193/173/163 1-5Inleiding11.1.2 Functies die in deze handleiding worden besprokenNetwerkscanfunctiesDeze functie verzendt beeldgegevens die op de machine zijn gescand via een netwerk. De volgende verzendmethoden zijn beschikbaar voor de netwerkscanfuncties.- Scan naar e-mail- Scan naar SMB- Scan naar FTP- Scannen naar WebDAV- Opslaan in gebruikersmailbox- WebserviceG3 FAX-functieDeze functie verzendt beeldgegevens die op de machine zijn gescand via een telefoonlijn.NetwerkfaxfunctieDeze functie verzendt beeldgegevens die op de machine zijn gescand via een netwerk. Zoals bij de G3-faxfunctie, wordt de gegevensverzending/-ontvangst meestal uitgevoerd tussen compatibele apparaten. Er kan een gelijksoortige functionaliteit met minder communicatiekosten worden gebruikt, door te communiceren via een netwerkverbinding.

De volgende verzendmethoden zijn beschikbaar voor de netwerkfaxfuncties.- Internetfax- IP-adresfax1.1.3 Voorstelling van productnaamIn deze handleiding verschijnt een afkorting voor de toepasselijke verzendmethode na de functienaam die wordt gebruikt als een koptekst.Productnaam VoorstellingCS 193/173/163 Deze machine, 193/173/163Microsoft Windows NT 4.0 Windows NT 4.0Microsoft Windows 2000 Windows 2000Microsoft Windows XP Windows XPMicrosoft Windows Vista Windows VistaCombinatie van OS Windows NT 4.0/2000/XPGeïntegreerde netwerkcontroller NetwerkcontrollerPrintercontroller, inbegrepen in deze machine, en afdruksysteem AfdruksysteemVerzendingsmethode AfkortingG3 fax G3Internetfax I-FAXIP-adresfax IPScan naar e-mail E-mailScan naar FTP FTPScan naar SMB SMBScannen naar WebDAV WebDAVOpslaan in gebruikersmailbox gebruikersboxWanneer de functies G3 FAX, IP-adres fax en Internetfax samen worden vermeldG3/IP/I-fax

de handleidingHieronder volgt een beschrijving van de symbolen en tekstopmaak die in deze handleiding worden gebruikt.Veiligheidsrichtlijnen6 GEVAARAls u de instructies die met dit symbool zijn aangeduid niet volgt, kan dit leiden tot fatale of ernstige letsels door de elektrische stroom.% Let goed op bij alle gevaaraanduidingen om letsel te voorkomen.7 WAARSCHUWINGAls u de instructies met dit symbool niet opvolgt, kan dit leiden tot ernstig letsel of materiële schade.% Let goed op bij alle waarschuwingsaanduidingen om letsel te voorkomen en een veilig gebruik van het apparaat te garanderen.7 VOORZICHTIG Het niet naleven van aanwijzingen die op deze wijze geaccentueerd zijn, kan licht letsel of materiële schade tot gevolg hebben.% Houd rekening met alle waarschuwingen om letsels te voorkomen en een veilig gebruik van de machine te garanderen.Volgorde van de acties1 Het cijfer 1 met de hier aangegeven opmaak geeft de eerste stap in een reeks handelingen aan.2 Vervolgnummers in deze opmaak geven vervolgstappen van een reeks handelingen aan.?Tekst met deze markering geeft aanvullende informatie.% Tekst met deze markering beschrijft de handeling waarmee het gewenste resultaat kan worden bereikt.

Tips2Opmerking Tekst die op deze manier is gemarkeerd, bevat nuttige informatie en tips om een veilig gebruik van de machine te garanderen.2Let opTekst die op deze manier is geaccentueerd, bevat informatie waaraan moet worden gedacht.!Detail Tekst die op deze manier is gemarkeerd, bevat verwijzingen naar meer gedetailleerde informatie.De hier ingevoegde illustratie toont welke bewerkingen moeten worden uitgevoerd.

CS 193/173/163 1-7Inleiding1Speciale tekstmarkeringenDe toets [Stop] De namen van de toetsen op het bedieningspaneel worden geschreven zoals hierboven weergegeven. MACHINE-INSTELLINGDisplayteksten zijn geschreven zoals hierboven getoond. 2Opmerking De afbeeldingen van de machine in deze handleiding kunnen verschillen en zijn afhankelijk van de configuratie van de machine. 1. 3 HandleidingenDeze machine wordt geleverd met gedrukte handleidingen en PDF-handleidingen op de cd met de handleidingen. 1. 3. 1 Gedrukte handleidingHandleidingDeze handleiding bevat bedieningsprocedures en beschrijvingen van de meest gebruikte functies. Daarnaast bevat deze handleiding opmerkingen en waarschuwingen die moeten worden gevolgd voor een veilig gebruik van de machine. Zorg dat u deze handleiding leest voordat u de machine gebruikt. 1. 3.

2 Handleiding cd-handleidingenKopieerbewerkingenDeze handleiding bevat beschrijvingen van de bewerkingen in de kopieermodus en van het onderhoud van de machine. Raadpleeg deze handleiding voor details over papier en originelen, kopieerprocedures door middel van handige toepassingsfuncties, het vervangen van verbruiksproducten en bewerkingen voor het oplossen van problemen, zoals het verwijderen van vastgelopen papier. AfdrukbewerkingenDeze handleiding bevat details over de afdrukfuncties die kunnen worden opgegeven met de standaard ingebouwde printercontroller. Raadpleeg deze handleiding voor standaard bedieningsprocedures over het gebruik van de afdrukfuncties. MapbewerkingenDeze handleiding bevat details over de bedieningsprocedures voor het gebruik van gebruikersboxen op de harde schijf.

Raadpleeg deze handleiding voor details over het opslaan van gegevens in gebruikersboxen, het ophalen van gegevens van gebruikersboxen en het overdragen van gegevens. Netwerkscan-/fax-/netwerkfaxbewerkingen (deze handleiding)Deze handleiding bevat details over de netwerkscan, G3 fax, netwerkfaxbewerkingen en faxstuurprogrammafuncties.

Raadpleeg deze handleiding voor details over het gebruik van de netwerkscanfunctie via e-mail of FTP, G3 fax, Internetfax, IP-adresfaxbewerkingen en Pc-faxfuncties. Om de faxfuncties te kunnen gebruiken, moet de optionele faxkit afzonderlijk worden aangeschaft. NetwerkbeheerderDeze handleiding bevat beschrijvingen over instelmethode voor elke functie die een netwerkverbinding gebruikt, meestal via het gebruik van Web Connection. Raadpleeg deze handleiding voor details over het gebruik van netwerkfuncties.

CS 193/173/163 2-3Voordat u de functies Netwerkscan/Fax/Netwerkfax gebruikt22 Voordat u de functies Netwerkscan/Fax/Netwerkfax gebruikt2. 1 Informatie vóór het opslaan van documenten2. 1. 1 VerzendfunctiesFunctietypeDeze machine kan gescande afbeeldingen verzenden en ontvangen via het netwerk of via een telefoonlijn. Deze handleiding bevat beschrijvingen van de volgende functies. 2Let opWanneer u de [hoofdvoedingsschakelaar] uitschakelt en opnieuw inschakelt, moet u min. 10 seconden wachten voordat u de machine opnieuw inschakelt. De machine zal mogelijk niet correct werken als deze onmiddellijk na het uitschakelen opnieuw wordt ingeschakeld. Voorzorgsmaatregelen voor het gebruik van de faxfunctie (G3)Deze machine kan geen faxen in kleur verzenden/ontvangen.

De types telefoonlijnen die op deze machine kunnen worden aangesloten, zijn:- Abonnementstelefoonlijn (inclusief faxnetwerk)- PBX (eigen telefooncentrales met bidirectioneel systeem)Controleer de telefoonlijn op het volgende:- U kunt geen bedrijfstelefoon aansluiten als een externe telefoon. - Als een specifieke digitale lijn Als een digitale specifieke lijn met multiplexfunctionaliteit wordt gebruikt voor een bedrijfsnetwerk, kan de snelheid van de faxverzending worden beperkt of zal de Super G3-fax mogelijk niet beschikbaar zijn. Met de standaard fabrieksinstellingen zal er slechts in zeldzame gevallen een communicatiefout optreden. Dit wordt veroorzaakt wanneer het multiplexapparaat wordt ingesteld op de laagst mogelijke band voor spraakoverdracht. Deze beperkingen variëren afhankelijk van de netwerkconfiguraties. Neem contact op met uw netwerkbeheerder voor meer informatie.

Voorzorgsmaatregelen voor het gebruik van netwerkfaxDe volgende voorwaarden zijn vereist voor het gebruik van de netwerkfaxfunctie. - De machine is verbonden met het netwerk. (vereist)De machine kan in een TCP/IP-netwerkverbinding worden gebruikt. Sluit eerst de kabel aan om de verbinding met het netwerk te maken.

Detail Raadpleeg "Netwerkverbinding en -instellingen" op pagina 4-3 voor meer informatie. Om deze machine op een netwerk te kunnen gebruiken, moeten instellingen zoals het IP-adres van deze machine, worden opgegeven. Raadpleeg de handleiding – Netwerkbeheerder voor meer informatie. Functietype OptiesNetwerkscanfuncties • Scan naar e-mail• FTP TX•SMB TX• Opslaan in gebruikersbox•WebDAV TX• WebserviceFaxfunctie • G3-faxverzending/-ontvangst• PollingNetwerkfaxfunctie • Internetfax (I-fax)• IP-adresfax.

2Voordat u de functies Netwerkscan/Fax/Netwerkfax gebruikt2-4 CS 193/173/163Voorzorgsmaatregelen voor het gebruik van internetfaxDe volgende voorwaarden zijn vereist voor het gebruik van de internetfaxfunctie.- Deze machine is verbonden met een netwerk en maakt het mogelijk e-mails te verzenden en te ontvangen.- In "Inst. netwerk- faxfuncties" van Beheerderinstelling, is de functie Netwerkfax ingesteld op "AAN".Wanneer een e-mailbericht wordt verzonden, kan het bestand in bijlage worden beschadigd afhankelijk van de netwerkomstandigheden. Controleer het bestand in bijlage altijd op schade.Zal als het scherm TX-resultaat of het scherm Activiteitenrapport "----" aangeeft, zal het e-mailbericht mogelijk niet bij de ontvanger worden afgeleverd vanwege een probleem in een internetpad. "----" geeft aan dat het verzenden van een bericht naar de server is gelukt.

Als de machine een MDN (message disposition notification) weergeeft, verschijnt "OK" in het scherm TX-resultaat of het scherm Activiteitenrapport. Gebruik de G3-faxfunctie om belangrijke gegevens te verzenden/ontvangen.!Detail Om de Internetfaxfunctie te gebruiken, moet de instelling door de leverancier worden uitgevoerd. Neem contact op met uw leverancier voor meer informatie.2Opmerking Meer details over "Instellingen netwerkfaxfuncties" vindt u in de handleiding – Netwerkbeheerder.Voorzorgsmaatregelen voor het gebruik van IP-adres faxU kunt geen extra telefoonlijn toevoegen als de IP-adres-faxfunctie wordt gebruikt.De IP-adres-faxfunctie is alleen beschikbaar tussen compatibele modellen van Océ.

CS 193/173/163 2-5Voordat u de functies Netwerkscan/Fax/Netwerkfax gebruikt22.1.2 GebruikersauthenticatieU kunt deze machine zo instellen dat een account- of gebruikersnaam en een wachtwoord moeten worden ingevoerd om de machine te kunnen gebruiken. Neem contact op met de beheerder voor een geautoriseerde account- of gebruikersnaam.Machine- authenticatie1 Voer de gebruikersnaam en het wachtwoord in.2 Druk op [Aanmelden] of druk op de toets [Toegang].Externe serverauthenticatie1 Geef de gebruikersnaam, het wachtwoord en de server die de authenticatie uitvoert op.2 Druk op [Aanmelden] of druk op de toets [Toegang].

2Voordat u de functies Netwerkscan/Fax/Netwerkfax gebruikt2-6 CS 193/173/163Gebruikersregistratie1 Voer de gebruikersnaam en het wachtwoord in. 2 Druk op [Aanmelden] of druk op de toets [Toegang]. Detail Als "Verbied functies bij bevest. fout" in de Beheerdermodus is ingesteld op "Mode 2" en als een gebruiker een bepaald aantal keer een verkeerd wachtwoord gebruikt, wordt deze gebruiker geblokkeerd en kan hij/zij de machine niet langer gebruiken. Neem contact op met de beheerder om de gebruiksbeperkingen te annuleren. 2. 1. 3 Beperking op de bestandsnaamU kunt documentgegevens die moeten worden opgeslagen, een naam geven. - Een naam mag maximaal 30 tekens bevatten. - U kunt de naam ook wijzigen nadat deze is opgeslagen. - U kunt de naam opgeven wanneer de gegevens worden opgeslagen.

Als de gegevens worden opgeslagen zonder dat u een naam opgeeft, wordt een vooraf ingestelde naam toegepast. - Vooraf ingestelde namen worden gemaakt door de volgende elementen te combineren. - Als voorbeeld wordt de naam "CKMBT_C35307102315230" gebruikt. Detail "S" verschijnt voor documenten die zijn opgeslagen in het scherm van de Fax/Scan-functie of het scherm Gebruikersbox. Item Omschrijvingc Deze letter geeft de functie aan op het ogenblik dat het document werd opgeslagen. C: KopieS: Fax/ScanP: AfdrukkenKMBT_C353 Dit stelt de naam voor van het apparaat dat de gegevens heeft gescand. De fabrieks-standaard is "KMBT_(productnaam)". Deze naam kan worden gewijzigd met de para-meter "Apparaatnaam" onder "Beheerder-/Machine-instellingen" in Beheerderinstellingen. U kunt een naam met maximaal 10 tekens opgeven. 07102315230 Dit getal geeft het jaar (laatste twee cijfers of A. D.

), de maand, de dag, het uur en de minuten aan van het tijdstip waarop de gegevens zijn gescand. Als het document deel uitmaakt van een reeks scans, is het laatste cijfer een volgnummer. _0001 Dit cijfer geeft de pagina aan wanneer gegevens met meerdere pagina's zijn gescand.

Dit nummer verschijnt niet naast in de aanduiding "Bestandsnaam", maar wordt auto-matisch toegevoegd als onderdeel van de naam wanneer het bestand wordt verzon-den. Denk hieraan wanneer een bestandsnaam maakt, zodat deze voldoet aan de naamgevingsvereisten van de server die de bestanden ontvangt, zoals wanneer de ge-gevens via FTP worden verzonden. TIF Dit is de extensie voor de opgegeven gegevensindeling. Deze tekst verschijnt niet in "Bestandsnaam", maar wordt automatisch toegevoegd als onderdeel van de naam wanneer het bestand wordt verzonden.

CS 193/173/163 2-7Voordat u de functies Netwerkscan/Fax/Netwerkfax gebruikt22.2 Overzicht2.2.1 Beschikbare netwerkscanfuncties"Scannen" verwijst naar de bewerking waarbij de afbeeldingen worden ingelezen van een origineel dat via de ADF wordt ingevoerd of op de glasplaat is geplaatst.

De scanfuncties kunnen worden gebruikt om de scangegevens tijdelijk op te slaan in het interne geheugen van de machine en de gegevens via het netwerk te verzenden.Scan naar e-mailDe gescande gegevens kunnen naar een opgegeven e-mailadres worden verzonden.% Selecteer de bestemmingen via het tiptoetsscherm van de machine om de gescande gegevens te verzenden als een e-mailbijlage.FTP TXDe gescande gegevens kunnen naar een opgegeven FTP-server worden geüpload.% Voer het adres van de FTP-server, het aanmeldingswachtwoord en overige informatie in via het tiptoetsscherm van deze machine.– De gegevens die naar de FTP-server zijn geüpload, kunnen vanaf een computer op het netwerk worden gedownload.OrigineelMachineInternetGeheugenE-mail en scangegevensSMTP-server POP-serverE-mail-ontvangstOrigineelMachineGeheugenScangegevensDownloadFTP ServerInternet

2Voordat u de functies Netwerkscan/Fax/Netwerkfax gebruikt2-8 CS 193/173/163SMB TXDe gescande gegevens kunnen naar een gedeelde map op een specifieke computer worden verzonden. % Voer de hostnaam, het bestandspad en andere informatie in via het tiptoetsscherm van de machine.Opslaan in mailboxGescande gegevens kunnen worden opgeslagen in een gebruikersbox die op de harde schijf van deze machine is gemaakt, zodat de gegevens opnieuw kunnen worden gebruikt. De bestandsnaam kan worden ingevoerd via het tiptoetsscherm van deze machine wanneer de gegevens zijn opgeslagen.U kunt ook andere gegevens, zoals de ontvangen faxgegevens, opslaan in gebruikersboxen. Raadpleeg de handleiding – Mapbewerkingen voor meer informatie.OrigineelMachineGeheugenScangegevensOpslaan naar een gedeelde mapHarde schijfMachine

CS 193/173/163 2-9Voordat u de functies Netwerkscan/Fax/Netwerkfax gebruikt2WebDAV TXDe gescande gegevens kunnen naar een opgegeven server worden geüpload.% Voer het adres van de server, het aanmeldingswachtwoord en overige informatie in via het tiptoetsscherm van de machine.– De gegevens die naar de server zijn geüpload, kunnen vanaf een computer op het netwerk worden gedownload.WebserviceAls een stuurprogramma is geïnstalleerd met de machine die door een computer op het netwerk (Windows Vista) is herkend, is het mogelijk een scanopdracht te geven vanaf de computer of om een scan uit te voeren volgens het doel van de machine en de gescande gegevens naar de computer te verzenden.OrigineelMachineGeheugenScangegevensServerInternetDownloadWindows VistaScaninstructieOrigineelScangegevens

2Voordat u de functies Netwerkscan/Fax/Netwerkfax gebruikt2-10 CS 193/173/1632.2.2 Beschikbare faxfunctiesG3-faxverzending/ontvangstDeze machine kan G3 fax verzenden/ontvangen. % Selecteer de bestemmingen via het tiptoetsscherm van de machine om de gegevens te verzenden.– U kunt ook gegevens toevoegen met de bewerkingsfunctie die beschikbaar is met de functie Scannen.PollingDoor een opdracht voor opvragen te verzenden, kunt u originele gegevens ontvangen van andere faxmachines (Opvragen RX). U kunt ook originele gegevens opslaan die moeten worden verzonden wanneer een opdracht voor Opvragen verzenden is ontvangen van andere faxapparaten (Opvragen TX). U kunt de gegevens ook opslaan naar de Opvragen TX gebruikersbox of de Bulletin Board gebruikersbox voor Opvragen TX.Ontvanger AfzenderRegistrerenPollingBekijkenBulletin boardOntvanger Afzender

CS 193/173/163 2-11Voordat u de functies Netwerkscan/Fax/Netwerkfax gebruikt22.2.3 Beschikbare netwerkfaxfunctiesInternetfaxDe internetfaxfunctie verzendt en ontvangt gescande originelen als een bestand in bijlage (TIFF-indeling) via het intranet (bedrijfsnetwerken) of het internet.

Deze communicatie via intranet of internet zorgt voor een aanzienlijke verlaging van de communicatiekosten in vergelijking met algemene faxberichten.% Geef het e-mailadres voor de bestemming op om het e-mailbericht te verzenden.IP-adresfaxDeze functie maakt faxverzending via een IP-netwerk mogelijk.% Geef de hostnaam of het IP-adres voor de bestemming op om een fax te verzenden.De verschillen tussen IP-adres fax en G3 FAX of Internetfax zijn de volgende.- Het SMTP-protocol wordt gebruikt voor het verzenden en ontvangen van de afbeeldingsgegevens.- Alleen beschikbaar binnen een intranet (bedrijfsnetwerken).- In tegenstelling tot internetfax, is er geen e-mailserver vereist.- Beschikbaar om faxen in kleuren te verzenden/ontvangen.OrigineelIntranet/internetE-mail + Internet ontvangenSMTP-server POP-serverbijlage bestand (TIFF-indeling)SMTPIntranetEen fax verzenden door een IP-adres of hostnaam van de bestemming op te geven.

CS 193/173/163 3-3Bedieningspaneel/ tiptoetsscherm33 Bedieningspaneel/ tiptoetsscherm3.1 Bedieningspaneel% Gebruik het bedieningspaneel voor de fax-/scanbewerkingen.Hieronder worden de toetsen en schakelaars op het bedieningspaneel beschreven.12345678910111213141516171819202122No. Onderdeelnaam Omschrijving1 Tiptoetsscherm In dit scherm worden diverse schermen en berichten weergegeven. Vast-leggen van de diverse instellingen door rechtstreeks het paneel aan te tippen.2 Indicator hoofdvoeding Licht groen op wanneer de machine wordt ingeschakeld met de hoofdvoe-dingsschakelaar.3 [Voedingsknop] (hulpvoeding) Druk op deze knop om de machinebewerkingen, zoals het kopiëren, af-drukken of scannen in/uit te schakelen.

Wanneer u deze knop uitschakelt gaat de machine naar een energiebesparende status.4 Toets [Geheugenfunctie] Indrukken om een gewenste instelfunctie voor kopiëren/scannen te regi-streren of om een geregistreerde kopieer-/scanfunctie op te roepen.5 Toets [Hulpprogramma] Indrukken om de Toepassingsfunctie en het scherm Teller weer te geven.6 Toets [Reset] Indrukken voor het wissen van alle instellingen (behalve geregistreerde in-stellingen) die op het bedieningspaneel en het tiptoetsscherm ingevoerd zijn.7 Toets [Interruptie] Druk op deze toets om de Interruptiemodus te activeren. Wanneer het ap-paraat zich in de interruptiemodus bevindt, licht de indicator op de toets [Interruptie] groen op en verschijnt de melding "Nu in modus Onderbre-ken." op het tiptoetsscherm. Druk opnieuw op de toets [Interruptie] om de modus Onderbreken te annuleren.

3Bedieningspaneel/ tiptoetsscherm3-4 CS 193/173/1637 VOORZICHTIG Pas geen overmatige druk toe op het tiptoetsscherm aangezien dit krassen of schade kan veroorzaken. % Druk nooit met kracht op het tiptoetsscherm en gebruik nooit een hard of spits voorwerp voor het maken van een keuze op het tiptoetsscherm. 8 Toets [Stop] Wanneer u tijdens het scannen op de toets [Stop] drukt, wordt de scanbe-werking tijdelijk gestopt. 9 Toets [Voorbeeldkopie] Indrukken om één testkopie af te drukken als controle voordat u een groot aantal exemplaren afdrukt. 10 Toets [Start] Indrukken om het scannen te starten. Wanneer de machine klaar is om het scannen te starten, licht de indicator op de toets [Start] blauw op. Als de indicator op de toets [Start] oranje oplicht, kan het scannen niet worden gestart. Indrukken voor het opnieuw starten van een gestopte opdracht.

11 Gegevensindicator Knippert blauw terwijl een afdrukopdracht wordt ontvangenLicht blauw op wanneer gegevens worden afgedrukt. 12 Toets [C] Indrukken voor het wissen van een waarde (zoals het aantal kopieën, een zoomfactor of een formaat) die ingevoerd is met de cijfertoetsen. 13 Toetsenbord Gebruiken voor het invoeren van het aantal exemplaren dat moet worden afgedrukt. Gebruiken voor het invoeren van de zoomfactor. Gebruiken voor het invoeren van verschillende instellingen. 14 Toets [Help] Druk op deze toets om het Help-scherm te openen. Het scherm Help kan de beschrijving en bedieningsprocedure voor elke functie weergeven. 15 Toets [Display vergroten] Indrukken voor het activeren van de functie Display vergroten. 16 Toets [Toegankelijkheid] Indrukken om het scherm voor het opgeven van de instellingen voor de toegankelijkheidsfuncties voor de gebruiker.

Druk voor het verla-ten van de spaarstandfunctie opnieuw op de toets [Spaarstand]. 18 Toets [Toegang] Als de gebruikersauthenticatie of de gebruikersregistratie-instellingen werden toegepast, drukt u op deze toets nadat u de gebruikersnaam en het wachtwoord (voor gebruikersauthenticatie) of de accountnaam en het wachtwoord (voor gebruikersregistratie) hebt ingevoerd, om deze machine te gebruiken. Deze toets wordt ook gebruikt om af te melden. 19 Schakelaar [Helderheid] Gebruiken om de helderheid (het contrast) van het tiptoetsscherm aan te passen. 20 Toets [Box] Indrukken om de gebruikersboxfunctie te openen. Wanneer de machine in de gebruikersboxfunctie is, licht de indicator op de toets [Box] groen op. Raadpleeg ‘Handleiding – Mapbewerkingen' voor meer informatie over het gebruik van gebruikersboxen. 21 Toets [Fax/Scan] Indrukken om de Fax/scanfunctie te openen.

Wanneer de machine in de fax/scanfunctie is, licht de indicator op de toets [Fax/Scan] groen op. 22 Toets [Kopie] Indrukken voor het opvragen van de kopieerfunctie. (Standaard bevindt het apparaat zich in de kopieerfunctie. )Wanneer het apparaat zich in de kopieerfunctie bevindt, licht de indicator op de toets [Kopie] groen op. Raadpleeg ‘Handleiding – Kopieerbewerkin-gen' voor meer informatie. No. Onderdeelnaam Omschrijving.

Hieronder vindt u de pictogrammen die op het tiptoetsscherm verschijnen.Pictogram OmschrijvingGeeft aan dat gegevens van de machine worden verzonden, ongeacht de huidige functie.Geeft aan dat gegevens op de machine worden ontvangen, ongeacht de huidige functie.Geeft aan dat een fout is opgetreden tijdens een bewerking voor een afbeeldingssta-bilisatie, een afdrukbewerking of een scanbewerking.Druk op dit pictogram om een scherm met een waarschuwingscode weer te geven.Als het waarschuwingsscherm werd gesloten tijdens het optreden van een waar-schuwing, drukt u deze knop in om het waarschuwingsscherm opnieuw weer te geven.Verschijnt wanneer er een bericht is dat aangeeft dat de verbruiksproducten moeten worden vervangen of dat de machine onderhoud vraagt.

Drukt op dit pictogram om het bericht weer te geven en voer vervolgens de vervanging of het onderhoud uit.Verschijnt wanneer een fout optreedt met betrekking tot de POP-server.Geeft aan dat er geen papier in de papierlade is.Geeft aan dat er zeer weinig papier resteert in de papierlade.Als de optionele Image controller is geïnstalleerd, kunt u op dit pictogram drukken om het scherm voor de instellingen van de image controller weer te geven.Geeft aan dat de Uitgebreide beveiligingsmodus is ingesteld op AAN.Geeft aan dat er een extern geheugen is geïnstalleerd.

CS 193/173/163 3-7Bedieningspaneel/ tiptoetsscherm33.2.2 Weergeven met/zonder optionele instellingenDe items die op het scherm worden weergegeven, verschillen afhankelijk van het feit of de optionele faxkit op de machine is geïnstalleerd.Zonder faxkitEr verschijnt geen faxadres of faxmenu.Met faxkitHet tabblad Opdr. historie verschijnt waar u bestemmingen in de verzendhistorie kunt selecteren. Ook het tabblad Hoorn van haak verschijnt waarmee u de functie Hoorn van haak kunt inschakelen. U kunt ook de instellingen opgeven voor de faxverzending op het tabblad Directe invoer en [Com.-instellingen].

3Bedieningspaneel/ tiptoetsscherm3-8 CS 193/173/1633.2.3 Weergave en bediening van het linkerpaneelIn het linkerpaneel van het tiptoetsscherm kunnen de toetsen voor het controleren van de opdrachtstatus en de instellingen worden weergegeven. Hieronder vindt u de toetsen die verschijnen in het linkerpaneel in de functie Fax/Scan.Opdr.lijstDe bewerking in wachtrij, zoals het opslaan van documentgegevens naar een gebruikersbox of het afdrukken/verzenden van documenten, wordt een opdracht genoemd.% Druk op [Opdr.lijst] om de opdrachten die worden verwerkt, weer te geven.12No. Onderdeelnaam Omschrijving1 [Opdr. lijst] U kunt opdrachten die worden verwerkt en de opdrachthistorie controleren.2 [Functie controle] U kunt informatie over de geselecteerde instellingen voor de gebruikers-box, het scannen, afdrukken en verzenden van documenten, controleren.

CS 193/173/163 3-9Bedieningspaneel/ tiptoetsscherm3Opdr.lijst – VerwijderenEen opdracht die wordt verwerkt, kan worden geannuleerd door de opdracht uit de lijst te verwijderen.1 Selecteer de opdracht in de opdrachtlijst.2 Druk op [Verwijderen].3 Controleer het bericht dat verschijnt.4 De opdracht verwijderenOpdr.lijst – Opdrachtdetails1 Druk op [Opdrachtdetails].In het rechtergebied verschijnt een historielijst samen met een lijst van de opdrachten die worden verwerkt.2 Controleer de opdrachtdetails zoals nodig.Opdrachten worden in de volgende vier categorieën geklasseerd:Item Omschrijving[Printen] Geeft een lijst weer met afdrukopdrachten voor het kopiëren, het afdrukken vanaf een computer en het afdrukken van ontvangen faxen.[Verzenden] Geeft een overzicht weer van de opdrachten voor fax- en scanverzendingen.[Ontvangen] Toont de faxontvangstopdrachten.[Opslaan] Geeft een overzicht weer van opdrachten voor opgeslagen documenten in gebrui-kersboxen.

3Bedieningspaneel/ tiptoetsscherm3-10 CS 193/173/163Huidige opdrachten op de pagina Printen. Detail Als de gebruikersauthenticatie-instellingen werden toegepast, is de documentnaam niet zichtbaar voor andere gebruikers. Documentnamen verschijnen niet op het scherm voor beveiligde documenten. Als Wijzig opdrachtprioriteit in de Beheerdersinstellingen is ingesteld op "Beperk", is het bedieningselement Wijzig opdrachtprioriteit niet beschikbaar. Als de interruptie is ingeschakeld in de instelling Wijzig opdrachtprioriteit, wordt de afdrukopdracht onderbroken wanneer u op deze schermtoets drukt en wordt een andere opdracht met een hogere prioriteit afgedrukt. De onderbroken opdracht wordt automatisch afgedrukt nadat de onderbrekende opdracht is voltooid. Opdr. historie op de pagina Printen.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Oce CS163 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden