Novy Super Flex’zone 1719 Handleiding

Novy Fornuis Super Flex’zone 1719

Bekijk gratis de handleiding van Novy Super Flex’zone 1719 (60 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 11 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Novy Super Flex’zone 1719 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/60
Gebruiksaanwijzing en installatievoorschriften
Super Flex’zone
Mode d’emploi et d’installation
Super Flex’zone
Montage- und Bedienungsanleitung
Super Flex’zone
Instructions for use and installation
Super Flex’zone
1719 / 1729

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Novy
Categorie: Fornuis
Model: Super Flex’zone 1719

Handleiding Novy Super Flex’zone 1719 – volledige tekst

3 Geachte klant Bedankt voor de beslissing om onze inductie kookplaat aan te schaffen Teneinde er voor te zorgen dat u optimaal gebruik kunt maken van deze apparatuur, adviseren wij om deze handleiding nauwkeurig te lezen en te bewaren voor eventueel later gebruik. INHOUD VEILIGHEID. 4 VOORZORGSMAATREGELEN VOOR GEBRUIK VAN HET TOESTEL. 4 GEBRUIK VAN HET APPARAAT. 4 V OORZORGSMAATREGELEN TEGEN BESCHADIGING. 5 VOORZORGSMAATREGELEN BIJ DEFECT VAN HET APPARAAT. 5 A NDERE VOORZORGSMAATREGELEN. 5 BESCHRIJVING VAN HET APPARAAT. 6 TECHNISCHE KENMERKEN. 6 BEDIENINGSPANEEL. 6 GEBRUIK VAN HET APPARAAT. 7 D ISPLAY. 7 VENTILATIE. 7 IN WERKING STELLEN EN GEBRUIK VAN HET APPARAAT. 7 V OOR HET EERSTE GEBRUIK. 7 PRINCIPE VAN INDUCTIE. 7 T IPTOETSEN. 8 ZONE VOOR DE STERKTEREGELING “ “ SLIDER EN DE TIMERINSTELLING. 8 I NWERKINGSTELLING. 8 DETECTIE VAN DE KOOKPOT. 8 AANDUIDING RESTWARMTE.

4 VEILIGHEID Voorzorgsmaatregelen voor gebruik van het toestel  Verwijder alle verpakkingen.  De installatie en de elektrische aansluiting van het apparaat dienen aan een erkende vakman toevertrouwd te worden. De fabrikant kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor eventuele schade voortkomend uit een foutieve inbouw of aansluiting.  Het apparaat mag enkel gebruikt worden wanneer het gemonteerd en geïnstalleerd is in een meubel met een gehomologeerd en aangepast werkvlak.  Het is enkel bestemd voor gewoon huishoudelijk gebruik (bereiding van voedingsmiddelen) met uitsluiting van alle ander huishoudelijk, commercieel of industrieel gebruik.  Verwijder alle etiketten en zelfklevers van het vitrokeramische glas.  Het apparaat niet ombouwen of wijzigen.  De kookplaat dient niet als ondergrond of werkvlak.

 De veiligheid wordt enkel verzekerd wanneer het apparaat volgens de vereiste voorschriften op een aardleiding is aangesloten.  Gebruik geen verlengkabel voor de aansluiting op het elektrische net.  Het apparaat mag niet gebruikt worden boven een vaatwasmachine of een droogkast, de vrijgekomen damp kan de elektronische apparatuur beschadigen. Gebruik van het apparaat  Schakel de warmtebron na gebruik steeds uit.  Waak steeds over bereidingen die oliën en vetten bevatten want deze kunnen vlug vlam vatten.  Pas op voor brandwonden tijdens en na het gebruik van het apparaat.  Kinderen het apparaat niet laten manipuleren.  Verzeker u ervan dat geen enkele elektrische kabel van een vast of los apparaat met het warme kookvlak of met een warme kookpot in contact komt.

 Magnetisch gevoelige voorwerpen (creditcards, informatica diskettes, rekenmachines) mogen zich niet in de onmiddellijke nabijheid van het functionerende apparaat bevinden.  Gebruik enkel de hiertoe voorziene kookpotten. Bij onverhoeds aanschakelen of restwarmte zouden andere materialen kunnen smelten of ontbranden.

 Bedek het apparaat nooit met een doek of een beschermblad. Het zou kunnen verhitten en ontvlammen.  Dit toestel is niet geschikt voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met verminderd lichamelijke, zintuiglijke waarneming of geestelijke vermogens of gebrek aan kennis en ervaring, tenzij zij begeleiding of instructies krijgen over het gebruik van het toestel door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.  Kinderen moeten zodanig begeleid worden dat het zeker is dat zij niet gaan spelen met het toestel.  Metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels en deksels mogen niet geplaatst worden op het glazen kookoppervlak omdat deze dan heet kunnen worden.

5 Voorzorgsmaatregelen tegen beschadiging  Beschadigde kookpotten of kookpotten met ruwe bodem (niet geëmailleerd gietijzer) kunnen het glas beschadigen.  De aanwezigheid van zand of andere schuurmaterialen kunnen het glas beschadigen.  Laat geen voorwerpen (zelfs kleine) op het glas vallen.  Vermijd het stoten van kookpotten tegen de rand van het glas.  Verzeker u ervan dat de ventilatie van het apparaat verloopt volgens de instructies van de fabrikant.  Plaats of laat geen lege kookpotten op de kookplaat.  Vermijd het contact van suiker, synthetische stoffen of aluminiumfolie met de hete zones. Deze stoffen kunnen tijdens het afkoelen het vitrokeramische oppervlak doen barsten of aantasten: schakel het apparaat uit en verwijder ze onmiddellijk van de nog hete zones (opgepast: risico voor brandwonden)  Plaats nooit een warme kookpot op de bedieningszone.

 Indien er onder het inbouwapparaat een lade is, zorg dan voor een voldoende afstand (2 cm) tussen de inhoud van de lade en de onderkant van het apparaat teneinde een goede ventilatie te verzekeren.  Leg geen ontvlambare voorwerpen (bvb. sprays) in de lade onder de kookplaat. Eventuele bestekbakken dienen in warmtebestendig materiaal te zijn uitgevoerd. Voorzorgsmaatregelen bij defect van het apparaat  Bij het vaststellen van een defect, het apparaat uitzetten en de elektrische toevoer uitschakelen.  Schakel onmiddellijk de elektrische stroom van het apparaat uit indien er een barst of spleet in het vitrokeramische glas is en verwittig de dienst na verkoop.  De herstellingen dienen enkel door gespecialiseerd personeel te worden uitgevoerd. In geen geval het apparaat zelf openen.

 WAARSCHUWING: Als het glazen kookoppervlak gebroken is, schakel het toestel uit om een mogelijke elektrische schok te voorkomen. Andere voorzorgsmaatregelen  Zorg ervoor dat de kookpot steeds in het midden van de kookzone staat. De bodem van de kookpot moet de kookzone zoveel mogelijk bedekken.

 Een magnetisch veld kan elektronische apparatuur beïnvloeden. Personen die een pacemaker dragen doen er goed aan eerst de verdeler of een arts te raadplegen.  Gebruik geen synthetische of aluminium kookpannen: deze kunnen op de nog hete zones smelten. GEEN WEGNEEMBARE HULPSTUKKEN GEBRUIKEN OM PANNEN DIE NIET AAN INDUCTIE ZIJN AANGEPAST TE VERWARMEN. RISICO'S VAN BRANDWONDEN EN BESCHADIGING VAN DE KOOKPLAAT.

6 BESCHRIJVING VAN HET APPARAATTechnische kenmerken Type Total vermogen Zones Normaal* Met Power* Super Power* Detectie kookpan 1719 7400 W 4 zones 220 x 180 mm 2100 W 2600 W 3700 W 100 mm 1729 11100 W 6 zones 220 x 180 mm 2100 W 2600 W 3700 W 100 mm * het vermogen kan variëren in functie van de afmetingen en het materiaal van de kookpotten Bedieningspaneel Zone voor de sterkteregeling “SLIDER“ en timerinstelling (zone achter) Zone voor de sterkteregeling “SLIDER“ en timerinstelling (zone voor) Warmhoud toets Aan / Uit Vergrendelingstoets Timer toets Aanduiding van de timer Aanduiding van het vermogenniveau W armhoudlampje Bridge lampje Stop&Go toets T imerlampje

7 GEBRUIK VAN HET APPARAAT Display Display Aanduiding Omschrijving 0 Nul Kookzone geactiveerd 1…9 Vermogenniveau Keuze kookniveau U Detectie kookpan Geen of onaangepaste kookpan A Onmiddellijke opwarming Aankookautomaat E Foutmelding Defect elektronisch circuitH Restwarmte De kookzone is warmP Power Het turbovermogen is geactiveerd Super Power Super Power is geactiveerd U Warmtebehoud Automatisch behoud op 42, 70, 94° II Stop&Go Stop&Go is geactiveerd Ventilatie De koelingsventilator functioneert helemaal automatisch. Hij komt langzaam op gang zodra de door de elektronica vrijgekomen calorieën een bepaalde hoeveelheid overschrijden. De ventilatie schakelt naar de tweede snelheid over wanneer het kookvlak intensief gebruikt wordt. De ventilator vermindert snelheid en stopt automatisch zodra het elektronische circuit voldoende is afgekoeld.

IN WERKING STELLEN EN GEBRUIK VAN HET APPARAAT Voor het eerste gebruik Poets uw toestel met een vochtige doek en droog het af. Gebruik geen detergent, deze kan op het glas een blauwachtige waas doen verschijnen. Principe van inductie Onder elke kookzone bevindt zich een inductie-spoel. Wanneer deze in werking is, produceert ze een variabel elektromagnetisch veld dat op zijn beurt inductiestroom produceert in de magnetische bodem van de kookpot. Hierdoor verwarmt de kookpot die op de kookzone staat.

8 Tiptoetsen Uw apparaat is uitgerust met tiptoetsen waarmee u de verschillende functies kan instellen. Het aanraken van de toets zet de functie in werking. Deze activering wordt weergegeven door een lichtje, een aflezing en/of een geluidssignaal. Niet op meerdere toesten tegelijk duwen bij normaal gebruik. Zone voor de sterkteregeling “ SLIDER “ en de timerinstelling Voor de selectie van het vermogen volstaat het om met uw vinger over de slider te glijdenU heeft ook de rechtstreekse toegang tot een bepaald niveau door metuw vinger het gewenste niveau rechtstreeks te selecteren.

Inwerkingstelling  In- en uitschakelen van de kookplaat : Actie Bedieningspaneel DisplayInschakelen D ruk op [ 0/I ] [ 0 ]Uitschakelen D ruk op [ 0/I ] geen of [ H ] In- en uitschakelen van een kookzone : Actie Bedieningspaneel DisplayInstellen Glijden over de “SLIDER“ [ 0 ] tot [ 9 ] (Sterkteregeling) naar rechts of links Uitschakelen Glijden tot [ 0 ] over de “SLIDER“ [ 0 ] of [ H ] Indien binnen de 20 seconden geen regeling is uitgevoerd, valt de elektronica terug op de wachtpositie. Detectie van de kookpot De detectie van de kookpot verzekert een optimale veiligheid. De inductiekookplaat werkt niet :  indien er geen kookpot op de kookzone staat of wanneer de kookpot ongeschikt is voor inductie. In dit geval is het onmogelijk het vermogen op te voeren en het symbool [ U ] verschijnt op de display. Wanneer een kookpot op de kookzone wordt geplaatst verdwijnt de [ U ].

 De werking wordt onderbroken wanneer tijdens het koken de kookpot van de kookzone wordt genomen. Het symbool [ U ] verschijnt op de display. De [ ] verdwijnt wanneer de U kookpot terug op het kookvlak wordt geplaatst. Het koken gaat door op het voordien gekozen vermogen. Schakel de kookzone uit na gebruik e pantedectie . D [ U ] blijft dan niet actief.“SLIDER“voor vermogenregeling en timerinstelling “SLIDER“ Directe keuze

9 Aanduiding restwarmte Als na het uitzetten van de kookzones of het volledig uitzetten van de kookplaat, de kookzones nog warm zijn, wordt dit aangegeven door [ H ]. Het symbool [ H ] gaat uit wanneer de kookzones zonder gevaar kunnen aangeraakt worden. Zolang het lampje van de restwarmte blijft branden, de kookzones niet aanraken en geen enkel warmtegevoelig voorwerp op de kookzones plaatsen. Gevaar voor brand of brandwonden! Power functie en Super Power functie De Power functie [ P ] en Super Power [ ] verlenenaan de gekozen kookzone een opgevoerd vermogen. Indien deze functie geactiveerd is, werken deze kookzones gedurende 10 minuten met een aanmerkelijk hoger vermogen. Power is ontworpen om bijvoorbeeld snel grote hoeveelheden water te verwarmen, zoals bij de bereiding van pasta.

 In- en uitschakelen van Power : Actie Bedieningspaneel DisplayPower inschakelen Tot het einde van de « SLIDER » [ P ] glijden of meteen op het einde van de “SLIDER” duwenPower uitschakelen Glijden over de “SLIDER“ [ 9 ] naar [ 0 ]  In- en uitschakelen van Super Power : Actie Bedieningspaneel DisplayPower inschakelen Tot het einde van de « SLIDER » [ P ] glijden of meteen op het einde van de “SLIDER” duwenSuper Power inschakelen [Druk opnieuw [ P ] en P ] Super Power uitschakelen Druk op [ P ] [ P ] naar [ 0 ] Power uitschakelen Glijden over de “SLIDER“ [ 9 ] naar [ 0 ]  Beheer van het maximaal vermogen : Het geheel van de kookplaat is voorzien van een maximaal vermogen. Wanneer de Power functie geactiveerd is – en om dit maximaal vermogen niet te overschrijden – vermindert de elektronische bediening automatisch het kookniveau van een andere kookzone.

Gedurende enkele seconden geeft de display van deze kookzone al knipperend [ 9 ] weer, vervolgens wordt het hoogst mogelijke kookniveau weergegeven: Gekozen kookzone Andere kookzone (bijvoorbeeld: kookniveau 9 ) [ P ] [ 9 ] wordt [ 6 ] of [ 8 ] wordt weergegeven naargelang de kookzone

10 Timer functie De timerfunctie kan voor alle kookzones tegelijk gebruikt worden en dit met verschillende tijdsaanduidingen ( van 0 tot 999 minuten ) voor ieder van de zones.  Regeling of wijziging van de kooktijd : Actie D Bedieningspaneel isplaySelecteer het vermogen SLIDER O ver « »glijden“ [ 1 ] tot [ P ] Selecteer de timer druk tegelijkertijd op [ - ] en [ + ] zandloper van de zone van de timer tot de zandloper van de licht op desbetreffende zone oplicht Duurtijd verminderen druk op [ - ] van de timer [ 60 ] gaat naar 59… Duurtijd verlengen druk op [ + ] van de timer de tijd verlengt Na enkele seconden knippert de led [min] niet meer. De tijd is geselecteerd en het aftellen begint.

 Uitschakelen van de timerfunctie: Actie Bedieningspaneel DisplaySelecteer de timer tegelijkertijd drukken op [ - ] de tijd wordt en [ + ] van de timer tot de gewenste weergegevenzanloper oplicht Stop de timer blijf op [ - ] van de timer drukken [ 000 ]Indien verschillende timers geactiveerd zijn, volstaat het deze actie te herhalen.  Gebruik van de timer zonder koken: De timer werkt ook onafhankelijk van de zones en wordt gedeactiveerd wanneer een zone in warmhoudfunctie wordt geschakeld. Indien de kooktafel wordt uitgeschakeld loopt de onafhankelijke kookwekker nog verder tot het einde van de ingestelde tijd.

Actie Bedieningspaneel DisplayDe kookplaat inschakelen druk op [ 0/I ] [ 0 ]Selecteer de timer druk tegelijkertijd op [ - ] en [ + ] [ 000 ] van de timerDuurtijd verminderen - druk op [ ] van de timer [ 60 ] gaat naar 59… Duurtijd verlengen druk op [ + ] van de timer de tijd verlengt Na enkele seconden knippert de led [min] niet meer. De tijd is geselecteerd en het aftellen begint.  Automatisch uitschakelen op het einde van de kooktijd: Zodra de geselecteerde kooktijd afgelopen is, g 0 aat de display knipperen [ 00 ], er klinkt een geluidssignaal en de kookzone stopt. Om het geluidssignaal en het knipperen te stoppen drukt u op [ - ] of [ + ] van de timer.

11 Programmeren van de aankookautomaat Alle kookzones zijn uitgerust met een aankookautomaat. De kookzone functioneert eerst een zekere tijd op volle kracht en vermindert dan automatisch tot het gekozen vermogen.  Programmeren van de aankookautomaat: Actie Bedieningspaneel DisplayHet vermogen kiezen over de “SLIDER glijden tot [ 7 ] 7 (vb. « ») en 3s blijven duwen [ 7 ] knippert met [ A ]  Stopzetten van de aankookautomaat : Actie Bedieningspaneel DisplayHet vermogen kiezen Glijdt over de “SLIDER“ [ 0 ] tot [ 9 ] Stop&Go Functie Deze functie onderbreekt de activiteit van de kookplaat tijdelijk en laat een herstart met dezelfde instellingen toe.

 Aan- en uitzetten van Stop&Go : Actie Bedieningspaneel DisplayStop&Go aanzetten Druk op [ II [ II ] verschijnt] Stop&Go uitzetten duw opr [ II ] » geanimeerde « SLIDER duw op de geanimeerde « de vorige instellingen » SLIDER verschijnen Herhalingfunctie Na het uitzetten van de kookplaat [ 0/I ] is het mogelijk de laatst gekozen instellingen te herhalen:  Staat van alle kookzones (vermogen)  Minuten en seconden van de geprogrammeerde kookzones door de timers Functie “automatisch koken” Warmhoud functie De herhalingsprocedure is als volgt:  Duw op de toets [ 0/I ] Duw opr [ II ] voor het knipperen stopt.De vorige instellingen zijn opnieuw actief Warmhoudfunctie Deze functie maakt het mogelijk een temperatuur van 42°C, 70°C of 94°C te bereiken en automatisch te behouden. Dit voorkomt dat vloeistoffen overlopen en dat uw gerechten aan de bodem van de kookpot gaan kleven.

12 Bridge Functie De linker zones, middelste zones, rechter zones) ze functie laat toe om 2 zones ( tegelijkertijd te laten werken en te bedienen. Gebruik van de Power functie is in dit geval niet mogelijk Actie Bedieningspaneel DisplayKookplaat aanzette Selecteer [ 0/I ] [ 0 ]Bridge activeren tegelijkertijd op [ ] ] duwen [ 0 ] et [ van de 2 te combineren zones Bridge verhogen over de SLIDER « » [ 1 tot 9 ] glijden tot het gewenste vermogenBridge stopzetten ] tgelijkertijd op [ ] duwen [ 0 van de 2 gecombineerde zonesVergrendeling van het bedieningspaneel Om te vermijden dat een selectie van de kookplaat wordt gewijzigd, bijvoorbeeld bij het poetsen van het glas, kan het bedieningspaneel worden vergrendeld (behalve de toets aan/uit [ 0/I ]).

Actie Bedieningspaneel DisplayKookplaat vergrendelen vinger gedurende 6s op [ ] houden led vergrendeling licht opDéverrouiller la table led vergrendeling gaat uit vinger gedurende 6s op [ ] houden KOOKADVIES Kwaliteit van de kookpotten Aangepaste kookpotten : staal, geëmailleerd staal, gietijzer, inox met magnetische bodem, aluminium met magnetische bodem. Niet aangepaste kookpotten : aluminium en inox zonder magnetische bodem, koper, messing, keramiek, porselein. De fabrikanten vermelden of hun producten geschikt zijn voor inductie. Om u ervan te verzekeren of de kookpotten geschikt zijn:  Giet een beetje water in een kookpot en plaats deze op een inductie kookzone ingesteld op [ 9 ]. Het water moet binnen enkele seconden opwarmen.  Houd een magneet tegen de bodem van de kookpot. De magneet moet blijven plakken.

Sommige kookpotten zoemen wanneer ze op een inductie kookzone geplaatst worden. Dit wil niet zeggen dat het apparaat defect is en het beïnvloedt geenszins het functioneren. Afmetingen van de kookpotten De kookzones passen zich in zekere mate automatisch aan de diameter van de kookpot aan. De bodem van deze kookpot dient wel een minimum diameter te hebben in functie van de diameter van de gekozen kookzone.

13 Voorbeelden van vermogenregeling (de hieronder vermelde waarden zijn enkel richtgevend) 1 - 2 Smelten Opwarmen Sauzen, boter, chocolade, gelatine Kant en- klaargerechten 2 - 3 Opzwellen Ontdooien Rijst, pudding en bereidde gerechten Groenten, vis, diepgevroren producten 3 Stoom- 4 Groenten, vis, vlees 4 - 5 Water Gekookte aardappelen, soep, pasta Verse groenten 6 - 7 Zachtjes koken Vlees, lever, eieren, braadworsten Goulash, rollade, pens 7 - 8 Koken Braden Aardappelen, beignets, platte koeken 9 Braden Op kooktemperatuur brengen Steaks, omeletten water P en Braden Op kooktemperatuur brengen Aan de kook brengen van grote hoeveelheden water ONDERHOUD EN REINIGING Laat het apparaat eerst afkoelen, anders is er risico voor brandwonden.  Verwijder de kookresten met een beetje water met afwasproduct of een in de handel aanbevolen product voor vitrokeramisch glas.

 Gebruik in geen geval toestellen die met “stoom” of met “druk” werken. Geen voorwerpen gebruiken die het vitrokeramisch glas kunnen beschadigen (zoals schuursponzen of mespunten…)  Gebruik geen schuurproducten, deze kunnen het apparaat beschadigen.  Droog het apparaat met een propere doek.  Verwijder onmiddellijk suiker of spijzen die suiker bevatten.

KLEINE STORINGEN VERHELPEN De kookplaat of de kookzone werkt niet :  de kookplaat is slecht op het elektrisch net aangesloten  de veiligheidszekering is gesprongen  kijk na of de vergrendeling niet is ingeschakeld de tiptoetsen zijn met water of vet bespat  er staat een voorwerp op de tiptoetsen Het symbool [ U ] : licht op er staat geen kookpot op de kookzone  de kookpot is niet geschikt voor inductie  de diameter van de bodem van de kookpot is te klein in vergelijking met de kookzone Het symbool [ E ] licht op :  Het elektronisch systeem is ontregeld. Ontkoppel de kookplaat en sluit opnieuw aan.  Doe beroep op de dienst na verkoop

14 Een enkele zone of alle zones vallen uit :  de veiligheid is in werking getreden  deze treedt in werking wanneer u vergeten heeft een kookzone uit te schakelen  de veiligheid treedt eveneens in werking wanneer één of meerdere tiptoetsen bedekt zijn  een kookpan is leeg en de bodem is oververhit  de kookplaat beschikt eveneens over een automatische vermindering van het vermogen en van een automatische uitschakeling bij oververhitting De ventilator blijft doorwerken na het uitzetten van de kooktafel :  dit is geen defect, de ventilator beveiligt zo de elektronische apparatuur  de ventilator stopt vanzelf. De bediening van automatisch koken treedt niet in werking :  de kookzone is nog warm [ H ]  het maximum kookniveau staat aan [ 9 ]  het kookniveau werd aangezet met de toets [ - ].

Het symbool [ U ] licht op :  Zie hoofdstuk “Warmhouden“.Het symbool [ II ] licht op :  Zie hoofdstuk “Stop&Go“. MILIEUBESCHERMING  de verpakkingsmaterialen zijn ecologisch en recycleerbaar.  de elektronische apparaten bevatten edele metalen. Informeer u bij uw administratie over de recyclagemogelijkheden. W erp het apparaat niet weg met het huisvuilDoe beroep op de daartoe voorziene ophaaldienst of breng uw elektrisch apparaat naar het containerpark van uw gemeente

15 INSTALLATIEVOORSCHRIFTEN De montage dient enkel door erkende specialisten te worden uitgevoerd. De gebruiker dient de wetgeving en de normen van het land van zijn verblijfplaats na te leven. Plaatsen van de waterdichte strip De zelfklevende strip geleverd met het apparaat vermijdt infiltratie in het meubel. Het plaatsen dient met grote zorg volgens onderstaande tekening te worden uitgevoerd. Inbouw  : De uitsparing in het tablet volgens model kookplaat  De afstand tussen de kookplaat en de muur dient minstens 50 mm te bedragen.  Y De kookplaat is een apparaat toebehorend aan de beschermingsklasse « ». Ingebouwd mag zich een hoge kastwand of een muur aan een zijde en aan de achterzijde bevinden. Aan de andere zijde mag geen enkel meubel of apparaat hoger zijn dan het kookvlak.

 De bekledingen van de werkbladen dienen te worden uitgevoerd in warmtebestendige materialen (100°C)  De materialen van het werkblad kunnen opzwellen bij contact van vocht. Om de uitsnijding te beschermen, bestrijk deze met een vernis of een speciale lijm.  De strippen aan de muurranden dienen hittebestendig te zijn.  Installeer de kookplaat niet boven een niet geventileerde oven of een vaatwasmachine.  Onder de omkasting van het apparaat een afstand van 20 mm voorzien om een goede verluchting van de elektronische apparatuur te verzekeren.  Indien er zich een lade onder de kookplaat bevindt, vermijd er ontvlambare voorwerpen in op te bergen (bv. spray) en voorwerpen die niet warmtebestendig zijn.  Voor de afstand tussen de kookplaat er de erboven geplaatste dampkap, dient u de instructies van de fabrikant van de dampkap te volgen.

16 ELEKTRISCHE AANSLUITING  De installatie en de aansluiting op het elektrische net mag enkel toevertrouwd worden aan een vakman (elektricien) die op de hoogte is van de voorgeschreven normen.  Na het monteren moeten de stukken die onder spanning staan beschermd blijven.  De nodige aansluitgegevens staan op het kenplaatje en het aansluitingsplaatje aan de onderkant van het apparaat.  Het apparaat dient door middel van een meerpolige stroomonderbreker van het net gescheiden te zijn. Staat deze open (niet aangesloten), dan moet de contactopening minstens 3mm bedragen.  Het elektrische circuit dient van het net gescheiden te zijn door middel van de nodige voorzieningen zoals bijvoorbeeld beveiligingsschakelaars, zekeringen, differentiële schakelaars en contacten.

 Indien het toestel niet voorzien is van een bereikbaar stopcontact, dan moeten middelen voor uitschakeling aan de vaste installatie toegevoegd worden inovereenstemming met de installatieregeling.  De voedingsslang moet zo geplaatst worden zodat deze de hete delen van de kookplaat of de oven niet raakt. Let op. Dit apparaat is voorzien voor een aansluiting op een netspanning van 230V~ 50 / 60 HZ Verbind steeds de aarding. Respecteer het aansluitingsschema. De aansluitdoos bevindt zich onder de kookplaat. Om het deksel te openen, gebruik een schroevendraaier en plaats deze in de 2 gleuven voor de 2 pijlen. AANSLUITING VAN DE KOOKPLAAT VOOR 1719 * berekend met de coëfficiënt van gelijktijdigheid volgens de standaard EN 60 335 -2- 6/1990 AANSLUITING VAN DE KOOKPLAAT VOOR 1729 * berekend met de coëfficiënt van gelijktijdigheid volgens de standaard EN 60 335 6/1990-2- Let op.

Netwerk Kabeldiameter Kabel Aansluiting Beschermingskaliber 230 V~ 50 /60 Hz 1 fase +N 3 x 2,5 mm2 H 05 VV - F H 05 RR - F 25 A * 400 V~ 50 /60 ,5 mmHz n 2 fase + N 4 x 1 2 H 05 VV - F H 05 RR - F 16 A * Netwerk Kabeldiameter Kabel Aansluiting Beschermingskaliber 230 V~ 50 /60 Hz 1 fase +N 3 x 4 mm 2 H 05 VV - F H 05 RR - F 40 A * 400 V~ 50 /60Hz n 2 fase + N 4 x 2,5 mm2 H 05 VV - F H 05 RR - F 25 A * 400 V~ 50 /60Hz 3 faser + N 5 x 1,5 mm 2 H 05 VV - F H 05 RR - F 16 A * We kunnen niet verantwoordelijk gesteld worden voor ongevallen voortkomend uit een slechte aansluiting of ongevallen die gebeuren door toestellen zonder of met een defecte aarding.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Novy Super Flex’zone 1719 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden