Novy Pro 1778 Handleiding

Novy Fornuis Pro 1778

Bekijk gratis de handleiding van Novy Pro 1778 (80 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 37 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Novy Pro 1778 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/80
Gebruiksaanwijzing en installatievoorschriften
Inductiekookplaten Pro
Mode d’emploi et d’installation
Table à induction Pro
Montage- und Bedienungsanleitung
Induktions Kochfelder Pro
1773
/2
– 1775
/2
– 1776
/2
– 1777
/2
– 1778
/3

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Novy
Categorie: Fornuis
Model: Pro 1778
Apparaatplaatsing: Ingebouwd
Soort bediening: Touch
Kleur van het product: Zwart
Aantal vermogenniveau's: 3
Ingebouwd display: Nee
Timer: Ja
Breedte: 880 mm
Diepte: 520 mm
Hoogte: - mm
Soort materiaal (bovenkant): Glas
Aantal branders/kookzones: 4 zone(s)
Type kookplaat: Inductiekookplaat zones
Aantal elektronische kook zones: 4 zone(s)
Reguliere brander/kookzone diameter: 220 mm
Normale brander/kookzone: 3700 W
Controle positie: Boven voorzijde
Aangesloten lading (elektrisch): 11100 W
Installatie compartiment breedte: 810 mm
Installatie compartiment diepte: 490 mm
LED-indicatoren: Ja
Grote brander/kookzone diameter: 260 mm
Grote brander/kookzone: 5500 W
Aan/uitschakelaar: Ja

Handleiding Novy Pro 1778 – volledige tekst

INHOUD VEILIGHEID. 3 VOORZORGSMAATREGELEN VOOR GEBRUIK VAN HET TOESTEL. 3 GEBRUIK VAN HET APPARAAT. 4 VOORZORGSMAATREGELEN TEGEN BESCHADIGING. 5 VOORZORGSMAATREGELEN BIJ DEFECT VAN HET APPARAAT. 6 ANDERE VOORZORGSMAATREGELEN. 6 BESCHRIJVING VAN HET APPARAAT. 7 TECHNISCHE BESCHRIJVING. 7 IMPLEMENTATIE POTTEN. 7 BEDIENINGSPANEEL. 8 BEDIENING VAN DE KOOKPLAAT. 9 AFFICHEUR. 9 VENTILATIE. 9 INGEBRUIKNAME VAN DE KOOKPLAAT. 9 VOOR HET EERSTE OPWARMEN. 9 PRINCIPE VAN DE INDUCTIE. 9 SENSORTOETSEN. 10 SLIDERBEDIENING EN TIMERINSTELLING. 10 KOOKPLAAT IN- EN UITSCHAKELEN. 10 PANHERKENNING. 11 AANDUIDING RESTWARMTE. 11 POWER EN SUPER POWER FUNCTIE. 11 COUNTER-FUNCTIE. 12 TIMER FUNCTIE. 12 AANKOOKAUTOMAAT. 13 STOP&GO FUNCTIE. 14 MEMORY-FUNCTIE. 14 WARMHOUDFUNCTIE. 14 VERGRENDELING KOOKPLAAT. 15 BRUG EN AUTOMATISCHE BRUGFUNCTIE. 15 “CHEF “ FUNCTIE. 16 GRILL FUNCTIE.

3 VEILIGHEID Voorzorgsmaatregelen voor gebruik van het toestel • Verwijder alle verpakkingen. • De installatie en de elektrische aansluiting van het apparaat dienen aan een erkende vakman toevertrouwd te worden. De fabrikant kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor eventuele schade voortkomend uit een foutieve inbouw of aansluiting. • Het apparaat mag enkel gebruikt worden wanneer het gemonteerd en geïnstalleerd is in een meubel met een gehomologeerd en aangepast werkvlak. • Het is enkel bestemd voor gewoon huishoudelijk gebruik (bereiding van voedingsmiddelen) met uitsluiting van alle ander huishoudelijk, commercieel of industrieel gebruik. • Verwijder alle etiketten en zelfklevers van het vitrokeramische glas. • Het apparaat niet ombouwen of wijzigen. • De kookplaat dient niet als ondergrond of werkvlak.

• De veiligheid wordt enkel verzekerd wanneer het apparaat volgens de vereiste voorschriften op een aardleiding is aangesloten. • Gebruik geen verlengkabel voor de aansluiting op het elektrische net. • Het apparaat mag niet gebruikt worden boven een vaatwasmachine of een droogkast, de vrijgekomen damp kan de elektronische apparatuur beschadigen. • Dit apparaat is niet bestemd voor gebruik met een externe tijdschakelklok of een afstandsbediening.

4 Gebruik van het apparaat • Schakel de warmtebron na gebruik steeds uit. • Waak steeds over bereidingen die oliën en vetten bevatten want deze kunnen vlug vlam vatten. • Pas op voor brandwonden tijdens en na het gebruik van het apparaat. • Kinderen het apparaat niet laten manipuleren. • Verzeker u ervan dat geen enkele elektrische kabel van een vast of los apparaat met het warme kookvlak of met een warme kookpot in contact komt. • Magnetisch gevoelige voorwerpen (creditcards, informatica diskettes, rekenmachines) mogen zich niet in de onmiddellijke nabijheid van het functionerende apparaat bevinden. • Gebruik enkel de hiertoe voorziene kookpotten. Bij onverhoeds aanschakelen of restwarmte zouden andere materialen kunnen smelten of ontbranden. • Bedek het apparaat nooit met een doek of een beschermblad. Het zou kunnen verhitten en ontvlammen.

• Kinderen jonger dan 8 jaar, personen van wie de psychische en of mentale capaciteit vermindert zijn en personen van wie de kennis onaangepast is, kunnen dit toestel enkel onder toezicht gebruiken of indien zij opgeleid zijn om dit toestel te gebruiken in veilige omstandigheden. • Zij dienen daarbij op de hoogte te zijn van de mogelijke risico’s die zich kunnen voordoen. Kinderen mogen niet met dit toestel spelen. • Zonder toezicht van een volwassene kan het reinigen en onderhoud van dit toestel niet aan kinderen toevertrouwd worden. • Metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels en deksels mogen niet geplaatst worden op het glazen kookoppervlak omdat deze dan heet kunnen worden.

5 Voorzorgsmaatregelen tegen beschadiging • Beschadigde kookpotten of kookpotten met ruwe bodem (niet geëmailleerd gietijzer) kunnen het glas beschadigen. • De aanwezigheid van zand of andere schuurmaterialen kunnen het glas beschadigen. • Laat geen voorwerpen (zelfs kleine) op het glas vallen. • Vermijd het stoten van kookpotten tegen de rand van het glas. • Verzeker u ervan dat de ventilatie van het apparaat verloopt volgens de instructies van de fabrikant. • Plaats of laat geen lege kookpotten op de kookplaat. • Vermijd het contact van suiker, synthetische stoffen of aluminiumfolie met de hete zones. Deze stoffen kunnen tijdens het afkoelen het vitrokeramische oppervlak doen barsten of aantasten: schakel het apparaat uit en verwijder ze onmiddellijk van de nog hete zones (opgepast: risico voor brandwonden) • Risico van brand! Geen voorwerpen op de kookplaat leggen.

• Plaats nooit een warme kookpot op de bedieningszone. • Indien er onder het inbouwapparaat een lade is, zorg dan voor een voldoende afstand (2 cm) tussen de inhoud van de lade en de onderkant van het apparaat teneinde een goede ventilatie te verzekeren. • Leg geen ontvlambare voorwerpen (bvb. sprays) in de lade onder de kookplaat. Eventuele bestekbakken dienen in warmtebestendig materiaal te zijn uitgevoerd.

6 Voorzorgsmaatregelen bij defect van het apparaat • Bij het vaststellen van een defect, het apparaat uitzetten en de elektrische toevoer uitschakelen. • Schakel onmiddellijk de elektrische stroom van het apparaat uit indien er een barst of spleet in het vitrokeramische glas is en verwittig de dienst na verkoop. • De herstellingen dienen enkel door gespecialiseerd personeel te worden uitgevoerd. In geen geval het apparaat zelf openen. • Als het glazen kookoppervlak gebroken is, WAARSCHUWING:schakel het toestel uit om een mogelijke elektrische schok te voorkomen. Andere voorzorgsmaatregelen • Zorg ervoor dat de kookpot steeds in het midden van de kookzone staat. De bodem van de kookpot moet de kookzone zoveel mogelijk bedekken. • Een magnetisch veld kan elektronische apparatuur beïnvloeden. Personen die een pacemaker dragen doen er goed aan eerst de verdeler of een arts te raadplegen.

• Gebruik geen synthetische of aluminium kookpannen: deze kunnen op de nog hete zones smelten. • Vuur nooit blussen met water. Schakel de kookzone uit. Vlammen voorzichtig met een deksel, smoordeksel of iets dergelijks verstikken. HET GEBRUIK VAN NIET GESCHIKTE POTTEN EN PANNEN OF VAN VERWIJDERBARE ACCESSOIRES OM POTTEN, NIET GESCHIKT VOOR INDUCTIE, OP TE WARMEN, VALT NIET ONDER DE GARANTIEVOORWAARDEN. DE FABRIKANT KAN NIET VERANTWOORDELIJK GEHOUDEN WORDEN VOOR BESCHADIGINGEN AAN DE KOOKPLAAT EN HAAR OMGEVING DIE HIERVAN HET GEVOLG KUNNEN ZIJN.

** berekend volgens de methoden voor het meten van de gebruikseigenschappen(EN 60350-2) Implementatie potten Belangrijk: Voor een optimale werking is het belangrijk dat de pan zo centraal mogelijk op de zones staat (zie schema).

9 BEDIENING VAN DE KOOKPLAAT Afficheur Weergave Benaming Beschrijving 0 Nul De kookzone is geactiveerd 1…9 Vermogensstand Instelling van het vermogen U Panherkenning Geen pan opgezet of niet geschikt A Aankookautomaat Maximaal vermogen + aankoken E Foutmelding Fout van de elektronica H Restwarmte Kookzone is heet P Booster (powerstand) Het boostervermogen is geactiveerd Dubbele booster Het dubbele boostervermogen is geactiveerd Warmhoudfunctie De functie houdt spijzen op 42°C. Warmhoudfunctie De functie houdt spijzen op 70°C. Warmhoudfunctie De functie houdt spijzen op 90°C. II Stop&Go De kookplaat pauzeert Grill Functie De Grill Functie is geactiveerd. Ventilatie De ventilator werkt automatisch. Hij start met lage snelheid zodra de waarden van de elektronica een bepaalde drempel overschrijden. De snelheid wordt verhoogd als de inductiekookplaat intensief wordt gebruikt.

De ventilator reduceert zijn snelheid en stopt automatisch zodra de elektronica voldoende is afgekoeld. INGEBRUIKNAME VAN DE KOOKPLAAT Voor het eerste opwarmen Maak het apparaat eerst met een vochtige doek schoon en wrijf het dan droog. Gebruik geen reinigingsmiddel, omdat dat het glazen oppervlak blauwachtig kan doen verkleuren. Principe van de inductie Onder elke kookzone bevindt er zich een inductiespoel. Als de kookzone wordt ingeschakeld, wekt deze spoel een magneetveld op. Het magneetveld produceert op zijn beurt in de panbodem, die magnetisch moet zijn, wervelstromen. Daardoor wordt de panbodem warm. De kookzone wordt slechts indirect warm door de door de pan afgegeven warmte. De inductiekookzones functioneren alleen met magnetische pannen. • Voor inductie geschikte pannen met magnetische bodem: gietijzer, staal, geëmailleerd staal, roestvrij staal met magnetische bodem.

• Niet voor inductie geschikte pannen: koper, aluminium, glas, hout, aardewerk, keramiek, niet magnetiseerbaar roestvrij staal. De inductiekookzone wordt automatisch aan de grootte van de pan aangepast.

10 Sensortoetsen De kookplaat wordt m.b.v. sensortoetsen bediend. Deze reageren op lichte aanrakingen van het glas met de vinger. Als u de toetsen ongeveer een seconde lang aanraakt, worden de besturingsopdrachten uitgevoerd. Elke reactie van de schakelvelden wordt door een akoestisch of visueel signaal bevestigd. Bij het normale gebruik drukt u slechts op één toets tegelijk. Sliderbediening en timerinstelling Voor de selectie van het vermogen volstaat het om met uw vinger over de slider te glijden. U heeft ook de rechtstreekse toegang tot een bepaald niveau door met uw vinger het gewenste niveau rechtstreeks te selecteren. Kookplaat in- en uitschakelen • Kookplaat: inschakelen/uitschakelen: Actie Bedieningspaneel Display Inschakelen Druk 2 sec. op [ ] [ 0 ] Uitschakelen Druk 2 sec.

11 Panherkenning De panherkenning verzekert een optimale veiligheid: • De inductie functioneert niet als er zich geen pan op de kookzone bevindt of als er een pan wordt gebruikt die niet geschikt is voor inductie. In dat geval kan de kookstand niet worden verhoogd en verschijnt het symbool [ U ] op het display. De [ U ] verdwijnt als er een pan op de kookzone wordt gezet. • Als de pan tijdens het koken van de kookzone wordt genomen, wordt de kookzone meteen uitgeschakeld en op het display verschijnt het symbool [ U ]. De [ U ] verdwijnt als de pan weer op de kookzone wordt gezet. De kookzone wordt altijd met de eerder ingestelde kookstand weer ingeschakeld. Schakel de kookzone uit na gebruik opdat de panherkenning [ U ] niet meer verschijnt.

Aanduiding restwarmte Als na het uitzetten van de kookzones of het volledig uitzetten van de kookplaat, het glas boven de kookzones nog warm is, wordt dit aangegeven door [ H ]. Het symbool [ H ] gaat uit wanneer het glas boven de kookzones zonder gevaar kunnen aangeraakt kan worden. Zolang het lampje van de restwarmte blijft branden, de kookzones niet aanraken en geen enkel warmtegevoelig voorwerp op de kookzones plaatsen. Gevaar voor brand of brandwonden. Power en Super Power functie Alle kookzones zijn met een Power functie en een Super power functie, d. w. z. met een vermogensversterking, uitgerust. De Power functie wordt door [ P ] aangetoond. De Super power wordt door [ P ] en een knipperend symbool [ ] aangetoond. Als de functies zijn ingeschakeld, werken deze kookzones gedurende 10 minuten met een hoger vermogen.

12 • Automatische regeling van de Power functie (powermanagement): De kookplaat is uitgerust met een begrenzing van het maximaal vermogen te bescherming van het apparaat. Als deze vermogensgrens bij het inschakelen van een hoge kookstand of de powerfunctie wordt overschreden, reduceert het powermanagement de kookstand van de bijbehorende module-kookzone. De aanwijzing van deze kookzone knippert eerst, daarna wordt de maximaal mogelijke kookstand constant getoond. Geselecteerde kookzone Andere kookzone (bijv. : kookstand 9)[ P ] is zichtbaar [ 9 ] wordt tot [ 8 ] gereduceerd en knippert Counter-functie Alle kookzones zijn uitgerust met een counter-functie die actief wordt wanneer de kookzone wordt geselecteerd. Deze functie geeft dan de gebruikstijd ervan weer in seconden 1-59 en 1-99 minuten.

Timer functie Met de geïntegreerde timer functie kan voor alle vier kookzones een kooktijd van 1 tot 99 minuten worden ingesteld. Elke kookzone kan een andere instelling hebben. • Inschakelen of wijzigen van de tijd: Voorbeeld 16 minuten bij inschakelen 7 : Actie Bedieningspaneel Display Zone selecteren Druk op [ 0 ] van de kookzone [ 0 ] Vermogensstand kiezen Over de „SLIDER” tot 7 glijden [ 7 ] Timer activeren Druk 3 sec op de [00] van de timer [ 00 ] Tientallen kiezen Over de „SLIDER” tot 1 glijden [ 1 knippert ] [ 0 vaste ] Tientallen bevestigen Druk op [10] van de timer [ 1 vaste ] [ 0 knippert ] Eenheden kiezen Over de „SLIDER” tot 6 glijden [ 1 vaste ] [ 6 knippert ] Eenheden bevestigen Wacht 2 seconden [ 16 ] De tijd is ingesteld en het aftellen begint.

13 • Kookwekker functie: Voorbeeld 29 minuten: Actie Bedieningspaneel Display Kookplaat inschakelen Druk 2 sec. op [ ] [ 0 ] Timer activeren Druk 3sec. op [00] van de timer [ 00 ] Tientallen kiezen Over de „SLIDER” tot 2 glijden [ 2 knippert ] [ 0 vaste ] Tientallen bevestigen Druk op [20] van de timer [ 2 vaste ] [ 0 knippert ] Eenheden kiezen Over de „SLIDER” tot 9 glijden [ 2 vaste ] [ 9 knippert ] Eenheden bevestigen Wacht 2 seconden [ 29 ] Na afloop van de geprogrammeerde kookduur wordt de kookzone uitgeschakeld, er klinkt een geluidssignaal en [ 00 ] knippert. Aankookautomaat Alle kookzones zijn uitgerust met een aankookautomaat functie. Als de aankookautomaat geactiveerd is, wordt de betreffende kookzone een bepaalde tijd op het hoogste vermogen ingeschakeld (aankoken). Daarna wordt automatisch teruggeschakeld naar de ingestelde vermogensstand.

14 Stop&Go functie Deze functie onderbreekt tijdelijk de activiteit van de kookplaat en laat een herstart met dezelfde instellingen toe. • Pauze-functie activeren/uitschakelen: Actie Bedieningspaneel Display Menu inschakelen Op menutoets [ ] drukken het menu wordt weergegeven Stop&Go inschakelen Druk op de "SLIDER" onder het symbool [ II ] [ II ] in alle aanwijzingen Stop&Go uitschakelen Druk op de "SLIDER" onder het symbol [ II ] Vorige instellingen worden weergegeven Memory-functie Na het uitschakelen van de kookplaat blijven de laatste instellingen bewaard. Met de Memory-functie kunt u deze waarden weer activeren. De volgende instellingen kunnen met de Memory-functie weer worden geactiveerd: • Vermogensstanden van de kookzones. • Timerinstellingen van de kookzones. • Instellingen van de aankookautomaat Memory-functie oproepen: • Kookplaat inschakelen (druk 2 sec.

op [ ]) • Druk op de "SLIDER" onder hetdisplay [ II ] binnen 6 seconden De vorige instellingen zijn opnieuw actief. Warmhoudfunctie Met deze functie is het mogelijk een temperatuur van 42 °C, 70 °C of 94 °C in te stellen en automatisch te behouden. • In- en uitschakelen: Actie Bedieningspaneel Display Zone selecteren Druk op [ 0 ] van de kookzone [ 0 ] Activeer warmhouden 42°C Druk 1 maal op [ ] [ ] Activeer warmhouden 70°C Druk 2 maal op [ ] [ ] Activeer warmhouden 94°C Druk 3 maal op [ ] [ ] Warmhoudfunctie stoppen Over de „SLIDER” glijden [ 0 ] tot [ 9 ] of [ H ] De maximale duur warmhouden is 2 uur.

15 Vergrendeling kookplaat Om te vermijden dat een instelling van de kookzones wordt gewijzigd, kan het bedieningspaneel worden vergrendeld (behalve de toets [ ]). • Vergrendeling activeren: Actie Bedieningspaneel Display Kookplaat inschakelen Druk 2 sec. op [ ] [ 0 ] Menu inschakelen Op menutoets [ ] drukken het menu wordt weergegeven Vergrendeling inschakelen Druk op de "SLIDER" onder het symbool [ ] [ L ] in alle aanwijzingen De tabel kan niet worden vergrendeld wanneer de vermogen worden geselecteerd op de kookzones. • Vergrendeling uitschakelen: Actie Bedieningspaneel Display Menu inschakelen Op menutoets [ ] drukken het menu wordt weergegeven Vergrendeling uitschakelen Druk 3 sec.

op de "SLIDER" Onder het symbool [ ] [ 0 ] Brug en automatische brugfunctie Deze functie laat toe om 2 zones (voor en achter) om te vormen tot een grotze zone en tegelijkertijd te laten werken en te bedienen als een standaard zone. Actie Bedieningspaneel Display Brug functie inschakelen Plaats een pan op een van de twee zones die overbrugd moeten worden en druk tegelijkertijd op de bijbehorende selectietoetsen of Automatisch: Zet een grote kookpot op beide zones [ 0 ] en [ ] aan het achter kookzone Vermogensstand instellen Over de „SLIDER” glijden [ 0 ] tot [ 9 ] en [ ] op achter kookzone Brug functie uitschakelen Toets tegelijkertijd op de display van de 2 kookzones [ 0 ]

16 “Chef“ functie Deze functie verandert de kookplaat in 2 of 3 grote kookzones. (afhankelijk per model). De zones voor en achter worden hierbij automatisch in de brug functie geschakeld met een bepaald vermogen. Deze vermogensstand kan hierbij zelf ingesteld worden en wordt dan de nieuwe standaard instelling. Met de Chef functie verandert u dus uw kookplaat in een professioneel toestel waarbij u de zones kunt instellen voor het intensief koken, sudderen of warmhouden.

• “Chef“ functie activeren: Actie Bedieningspaneel Display Menu inschakelen Op menutoets [ ] drukken het menu wordt weergegeven Activeer de “CHEF” functie Druk op de "SLIDER" onder het Onder symbool [ ] [ C ], [ H ], [ E ] [ F ] vervolgens [ 3 ] en [ ], [6], [ 9 ] en [ ] Vermogensstand “CHEF” zone Druk op gewenste zone [ 0 ] tot [ 9 ] en [ ] aanpassen Vermogensstand instellen Over de „SLIDER” glijden [ 0 ] tot [ 9 ] en [ ] • “Chef“ functie uitschakelen: Actie Bedieningspaneel Display Menu inschakelen Op menutoets [ ] drukken het menu wordt weergegeven Stop de functie “Chef“ Druk op de "SLIDER" onder het symbool [ ] [ 0 ] Grill functie Met deze functie kan het optimale gebruik van de grillplaat met het combineren van twee zones en gebruik van de juiste vermogens.

• Grill functie activeren: Actie Bedieningspaneel Display Menu inschakelen Op menutoets [ ] drukken het menu wordt weergegeven Activeer de “GRILL” functie Druk op de "SLIDER" onder het symbool [ GRILL ] [ ] en [ ] aan het Vermogen instellen Over de „SLIDER” glijden [ ] en [ ] aan het achter kookzone • Grillfunctie uitschakelen: Actie Bedieningspaneel Display Menu inschakelen Op menutoets [ ] drukken het menu wordt weergegeven Stop de “GRILL” functie Druk op de "SLIDER" onder het symbool [ GRILL ] [ 0 ]

17 Vergrendeling voor het reinigen van de kookplaat Om te vermijden dat een instelling van de kookzones wordt gewijzigd, bijvoorbeeld bij het poetsen van het glas, kan het bedieningspaneel worden vergrendeld 20 seconden (behalve de toets [ ]). • Vergrendeling activeren: Actie Bedieningspaneel Display Menu inschakelen Op menutoets [ ] drukken het menu wordt weergegeven Vergrendeling inschakelen Druk op de "SLIDER" onder het symbool [ CLEAN ] [ L ] in alle aanwijzingen en een teller wordt weergegeven [ 20 ], [ 19 ], [ 18 ]… Helderheid aanpassen Deze functie wijzigt het helderheidsniveau.

• Wijzig de helderheid: Actie Bedieningspaneel Display Menu inschakelen Op menutoets [ ] drukken het menu wordt weergegeven Selecteer functie Druk op de "SLIDER" onder het symbool [ ] de "SLIDER" geeft het helderheidsniveau Wijzig de helderheid Over de „SLIDER” glijden de "SLIDER" geeft het helderheidsniveau Instellingen bewaren Op menutoets [ ] drukken of wacht 3s [ 0 ] Volumeregeling aanpassen Deze functie past het volume. • Het volume wijzigen: Actie Bedieningspaneel Display Menu inschakelen Op menutoets [ ] drukken het menu wordt weergegeven Selecteer functie Druk op de "SLIDER" onder het symbool [ ] de "SLIDER" geeft het volumeniveau Het volume wijzigen Over de „SLIDER” glijden de "SLIDER" geeft het volumeniveau Instellingen bewaren Op menutoets [ ] drukken of wacht 3s [ 0 ]

18 Kookgeheugen functie Na het instellen van de vermogensstand en tijdsduur, is het mogelijk om deze instelling op deze zone te onthouden. Deze instellingen kunnen dan bij een volgend gebruik van deze zone gewoon gestart worden. • Vermogensstanden van de kookzones • Timerinstellingen van de kookzones • Warmhoudfunctie • Aankookautomaat • Om een memory programma in te stellen voor een kookzone Actie Bedieningspaneel Display Zone selecteren Druk op [ 0 ] van de kookzone [ 0 ] Vermogensstand selecteren (Bijvoorbeeld 7) Over de „SLIDER” tot 7 glijden [ 7 ] Timer instellen Druk 3 sec.

op [00] [ 00 ] Tientallen kiezen Over de „SLIDER” tot 1 glijden [ 1 knippert ] [ 0 vast ] Tientallen bevestigen Druk op [ 10 ] [ 1 vaste ] [ 0 knippert ] Units kiezen Over de „SLIDER” tot 6 glijden [ 1 vaste ] [ 6 knippert ] Units bevestigen Wacht 2 seconden [ 16 ] Zone selecteren Druk op [ 7 ] van de kookzone [ 7 ] Menu inschakelen Op menutoets [ ] drukken het menu wordt weergegeven Instellingen bewaren Druk op de "SLIDER" onder het display [ ] 3 seconden [ ] naast [ 7 ] • Kookgeheugen functie vor de kookzones activeren: Actie Bedieningspaneel Display Zone selecteren met [ ] Druk op [ 0 ] van de kookzone [ 0 ] en [ ] Menu inschakelen Op menutoets [ ] drukken het menu wordt weergegeven Inschakelen instellingen Druk op de "SLIDER" onder het symbool [ ] [ ] naast [ 7 ] en [ 16 ] op Timer-weergaven • Om een programma-geheugen te verwijderen voor een kookzone Actie Bedieningspaneel Display Zone selecteren met [ ] Druk op [ 0 ] van de Kookzone [ 0 ] en [ ] Vermogensstand op 0 instellen Over de „SLIDER” tot 0 glijden [ 0 ] en [ ] Menu inschakelen Op menutoets [ ] drukken het menu wordt weergegeven Instellingen bewaren Druk op de "SLIDER" onder het symbool [ ] 3 seconden [ 0 ]

19 ‘’Pot move’’ functie Met deze functie is het mogelijk de vermogensstand, de geprogrammeerde timer en de gekozen kookfunctie van de ene op de andere kookzone over te dragen. • Wisselen tussen 2 kookzones: Actie Bedieningspaneel Display Zone selecteren Druk gedurende 3 sec. op de Vermogensweergave van de Ingeschakelde kookzone Andere kookzones knipperen Plaats het kookgerei op een andere kookzone of druk op de kookzone weergave van een andere zone Instellingen wisselen Gebruiksduurbeperking De kookplaat bezit een automatische gebruiksduurbeperking. De ononderbroken gebruiksduur voor elke kookzone is afhankelijk van de gekozen kookstand. De voorwaarde is dat tijdens de gebruiksduur de instellingen van de kookzone niet worden veranderd. Als de gebruiksduurbeperking reageert, wordt de kookzone uitgeschakeld.

20 KOOKADVIES Kookpannen Geschikte materialen: staal, geëmailleerd staal, gietijzer, roestvrij staal met magnetische bodem, aluminium met magnetische bodem Niet geschikte materialen: aluminium en roestvrij staal zonder magnetische bodem, koper, messing, glas, aardewerk, porselein. De fabrikanten van de pannen vermelden meestal of hun producten geschikt zijn voor inductie. Zo controleert u de inductiecompatibiliteit van de pannen: • Giet wat water in de pan en plaats ze op de inductiekookzone. Stel de kookzone op stand [ 9 ] in. Het water moet binnen enkele seconden warm worden. • Houd een magneet tegen de bodem van de pan. Als de magneet blijft plakken is de pan geschikt. Sommige pannen zoemen wanneer ze op een inductiekookzone worden geplaatst. Dit wil niet zeggen dat het apparaat defect is en het beïnvloedt geenszins het functioneren.

De kwaliteit van de bodem van de pan kan het bereidingsresultaat beïnvloeden, zoals het niet doorkoken van gerechten door te weinig vermogensopname of niet gelijke warmteverdeling. Gebruik alleen pannen met een gladde bodem. Een ruwe bodem kan krassen op het glas van de kookplaat veroorzaken. Gebruik waar mogelijk pannen met rechte rand. Bij pannen met schuine rand werkt de inductie ook bij de randen van de pan. Daardoor kan de rand van een pan verkleuren. Afmetingen van de pannen De kookzones passen zich tot een bepaalde grens automatisch aan de diameter van de panbodem aan. De bodem van de pan mag niet kleiner dan een bepaalde minimumdiameter zijn, omdat de inductie anders niet wordt ingeschakeld. Plaats de pan altijd in het midden van de kookzone om een optimaal rendement te verkrijgen.

Gebruik hiervoor een vochtige doek en wat reinigingsmiddel of een speciaal product voor keramisch glas. • Om het apparaat te reinigen moet het uitgeschakeld zijn. • Het reinigen van het apparaat met een stoomreiniger of een hogedrukreiniger is om veiligheidsredenen niet toegelaten. • Gebruik in geen geval schurende of bijtende reinigingsmiddelen zoals grill- en ovensprays, vlekken- of roestmiddelen, schuurpoeder of sponsjes met een krassend oppervlak. • Wrijf de kookplaat vervolgens met een schone doek droog. Verwijder suiker of spijzen die suiker bevatten onmiddellijk. KLEINE STORINGEN VERHELPEN De kookplaat of de kookzones kunnen niet worden ingeschakeld: • De kookplaat is verkeerd op het elektrisch net aangesloten. • De zekering van de elektrische installatie is niet correct ingezet of defect. • De kookplaat is vergrendeld. • De sensoren zijn met water of vuil bedekt.

• Er staat een pan of een voorwerp op de toetsen. In het display verschijnt [ U ]: • De kookpan staat niet op de kookzone. • De kookpan is niet geschikt voor inductie. • De diameter van de panbodem is te klein voor deze kookzone.

22 Een enkele kookzone of de volledige kookplaat vallen uit: • De veiligheidsuitschakeling werd geactiveerd. • U hebt vergeten een kookzone uit te schakelen. • Meerdere sensoren zijn bedekt. • De pan is leeg en oververhit. • De elektronica heeft wegens oververhitting het vermogen automatisch gereduceerd of de kookplaat automatisch uitgeschakeld. • De koeling kan onvoldoende zijn. De achterwand van de onderkast moet ter hoogte van de uitsparing in het werkblad open zijn zodat de lucht kan circuleren.De voorste dwarslijst van het meubel moet worden verwijderd, zodat er onder het werkblad over de hele breedte van het apparaat een opening is waar de lucht door kan. De koelventilator blijft na het uitschakelen nog lopen: • Dat is geen defect; de ventilator blijft lopen tot het apparaat is afgekoeld. • De ventilator stopt automatisch.

De aankookautomaat treedt niet in werking: • De kookzone is nog heet [ H ]. • De hoogste kookstand is ingeschakeld [ 9 ]. Symbool [ U ]: • Zie hoofdstuk „Warmhouden”. Symbool [ II ]: • Zie hoofdstuk „Stop&Go” Het symbool [ ] of[ Er03 ]licht op: • Een voorwerp of vloeistof bedekt de toetsen van de bediening. Het symbool verdwijnt van zodra de toetsen vrijgemaakt of afgekuist zijn. Het symbool [ E2 ]licht op: • De kooktafel is oververhit, laat afkoelen, daarna kunt u ze weer terug inschakelen. Het symbool [ E8 ]licht op: • De luchttoevoer van de ventilator is afgesloten. Maak deze vrij. Het symbool [ U400 ]licht op: • De kooktafel werd niet goed aan het netwerk aangesloten. Kijkde aanlsuiting na. Het symbool [ Er47 ]licht op: • De kooktafel werd niet goed aan het netwerk aangesloten. Kijkde aanlsuiting na.

23 MILIEUBESCHERMING • Het verpakkingsmateriaal is milieuvriendelijk en geschikt voor recycling. • Elektrische en elektronische apparaten bevatten nog waardevolle materialen. Ze bevatten echter ook nog schadelijke stoffen, die voor de werking en de veiligheid noodzakelijk zijn. • Werp het oude apparaat in geen geval weg met het huisvuil. • Doe beroep op het door uw gemeente ingerichte inzamelpunt voor verwijdering en recycling van elektrische en elektronische

24 INSTALLATIEVOORSCHRIFTEN De montage dient enkel door erkende specialisten te worden uitgevoerd. De gebruiker dient de wetgeving en de normen van het land van zijn verblijfplaats na te leven. Plaatsen van de waterdichte strip De zelfklevende strip geleverd met het apparaat vermijdt infiltratie in het meubel. Het plaatsen dient met grote zorg volgens onderstaande tekening te worden uitgevoerd. Waarschuwing: Breng geen voegafdichtingsmiddel aan tussen de onderzijde van de kookplaat en werkblad.

Inbouw • De uitsparing in het tablet volgens model kookplaat: Afmetingen uitsnijding Afmetingen vlakbouw Afmetingen glas Typ Breedte Diepte Breedte Diepte Straal Breedte Diepte Hoogte 1773/2 560 490 654 524 7 650 520 4 1775/2 750 490 804 524 7 800 520 4 1776/2 750 490 804 524 7 800 520 4 1777/2 890 390 914 414 7 910 410 4 1778/3 850 490 904 524 7 900 520 4 • De afstand tussen de kookplaat en de muur dient minstens 50 mm te bedragen. • De kookplaat is een apparaat toebehorend aan de beschermingsklasse « Y ». Ingebouwd mag zich een hoge kastwand of een muur aan een zijde en aan de achterzijde bevinden. Aan de andere zijde mag geen enkel meubel of apparaat hoger zijn dan het kookvlak. • De bekledingen van de werkbladen dienen te worden uitgevoerd in warmtebestendige materialen (100°C) • De materialen van het werkblad kunnen opzwellen bij contact van vocht.

Om de uitsnijding te beschermen, bestrijk deze met een vernis of een speciale lijm. • De strippen aan de muurranden dienen hittebestendig te zijn. • Installeer de kookplaat niet boven een niet geventileerde oven of een vaatwasmachine. • Onder de omkasting van het apparaat een afstand van 20 mm voorzien om een goede verluchting van de elektronische apparatuur te verzekeren. • Indien er zich een lade onder de kookplaat bevindt, vermijd er ontvlambare voorwerpen in op te bergen (bv. spray) en voorwerpen die niet warmtebestendig zijn.

25 • Voor de afstand tussen de kookplaat er de erboven geplaatste dampkap, dient u de instructies van de fabrikant van de dampkap te volgen. Bij gebrek aan instructies, dient u een afstand van minimum 760 mm te respecteren. • De verbindingskabel mag na aansluiting aan geen enkele mechanische spanning onderhevig zijn, zoals bijvoorbeeld een lade. • Gebruik alleen kookplaat beschermrekken ontworpen door de fabrikant Waarschuwing:van de kookplaat, rekken die door de fabrikant aangeduid zijn als geschikt of beschermrekken geïntegreerd in het apparaat. Het gebruik van ongeschikte rekken kan ongelukken veroorzaken. ELEKTRISCHE AANSLUITING • De installatie en de aansluiting op het elektrische net mag enkel toevertrouwd worden aan een vakman (elektricien) die op de hoogte is van de voorgeschreven normen. • Na het monteren moeten de stukken die onder spanning staan beschermd blijven.

• De nodige aansluitgegevens staan op het kenplaatje en het aansluitingsplaatje aan de onderkant van het apparaat. • Het apparaat dient door middel van een meerpolige stroomonderbreker van het net gescheiden te zijn. Staat deze open (niet aangesloten), dan moet de contactopening minstens 3mm bedragen. • Het elektrische circuit dient van het net gescheiden te zijn door middel van de nodige voorzieningen zoals bijvoorbeeld beveiligingsschakelaars, zekeringen, differentiële schakelaars en contacten. • Indien het toestel niet voorzien is van een bereikbaar stopcontact, dan moeten middelen voor uitschakeling aan de vaste installatie toegevoegd worden inovereenstemming met de installatieregeling. • De voedingsslang moet zo geplaatst worden zodat deze de hete delen van de kookplaat of de oven niet raakt. Let op.

Dit apparaat is voorzien voor een aansluiting op een netspanning van 230V~ 50 / 60 HZ Verbind steeds de aarding. Respecteer het aansluitingsschema. De aansluitdoos bevindt zich onder de kookplaat.

26 AANSLUITING VAN DE KOOKPLAAT VOOR 1776/2 -1778/3 * berekend met de coëfficiënt van gelijktijdigheid volgens de standaard EN 60 335-2-6 Let op ! De draden goed doorsteken en de schroeven goed aanspannen. Netwerk Aansluiting Aansluitsnoer Aansluitsnoer Aansluitschema Kaliber automaten 230 V~ 50/60 Hz 1 fase +N 3 x 4 mm2 H 05 VV - F H 05 RR - F 40 A * 400 V~ 50/60Hz 2 fasen + N 4 x 2,5 mm2 H 05 VV - F H 05 RR - F 25 A * 400 V~ 50/60Hz (NL) 2 fasen + 2N 5 x 2,5 mm2 H 05 VV - F H 05 RR - F 25 A * 400 V~ 50/60Hz 3 fasen + N 5 x 1,5 mm2 H 05 VV - F H 05 RR - F 16 A * 230 V~ 50/60 Hz 2 fasen 3 x 4 mm2 H 05 VV - F H 05 RR - F 40 A * 230 V~ 50/60 Hz (BE) 3 fasen 4 x 2,5 mm2 H 05 VV - F H 05 RR - F 25 A * We kunnen niet verantwoordelijk gesteld worden voor ongevallen voortkomend uit een slechte aansluiting of ongevallen die gebeuren door toestellen zonder of met een defecte aarding.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Novy Pro 1778 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden