Novy Flex Zone 1786 Handleiding

Novy Fornuis Flex Zone 1786

Bekijk gratis de handleiding van Novy Flex Zone 1786 (60 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 26 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Novy Flex Zone 1786 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/60
Gebruiksaanwijzing en installatievoorschriften
Inductiekookplaten Flex Zone
Mode d’emploi et dinstallation
Table à induction Flex Zone
Montage und Bedienungsanleitung
Induktions Kochfelder Flex Zone
Instructions for use and installation
Flex Zone Induction hob
1706-1
1786-1

Beoordeel deze handleiding

4.4/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Novy
Categorie: Fornuis
Model: Flex Zone 1786

Handleiding Novy Flex Zone 1786 – volledige tekst

2 Geachte Klant, We danken U hartelijk voor het in ons gestelde vertrouwen bij uw keuze van de vitrokeramische inductiekookplaat. Teneinde dit apparaat goed te kennen raden we U aan deze gebruiksaanwijzing volledig en aandachtig door te lezen en ze te bewaren om ten gepaste tijde te kunnen raadplegen. INHOUD VEILIGHEID. 3 V OORZORGSMAATREGELEN VOOR GEBRUIK VAN HET TOESTEL. 3 GEBRUIK VAN HET APPARAAT. 3 VOORZORGSMAATREGELEN TEGEN BESCHADIGING. 4 VOORZORGSMAATREGELEN BIJ DEFECT VAN HET APPARAAT. 4 ANDERE BESCHERMINGEN. 4 BESCHRIJVING VAN HET APPARAAT. 5 TECHNISCHE KENMERKEN. 5 BEDIENINGSPANEEL. 5 GEBRUIK VAN HET APPARAAT. 5 T IPTOETSEN. 5 D ISPLAY. 6 VENTILATIE. 6 IN WERKING STELLEN. 6 VOOR HET EERSTE GEBRUIK. 6 PRINCIPE VAN INDUCTIE. 6 INWERKINGSTELLING. 7 DETECTIE VAN DE KOOKPOT. 7 AANDUIDING RESTWARMTE. 7 POWERFUNCTIE. 7 SUPER POWER FUNCTIE. 8 T IMER FUNCTIE. 8 WARMHOUDFUNCTIE.

3 VEILIGHEID Voorzorgsmaatregelen voor gebruik van het toestel  Verwijder alle verpakkingen.  De installatie en de elektrische aansluiting van het apparaat dienen aan een erkende vakman toevertrouwd te worden. De fabrikant kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor eventuele schade voortkomend uit een foutieve inbouw of aansluiting.  Het apparaat mag enkel gebruikt worden wanneer het gemonteerd en geïnstalleerd is in een meubel met een gehomologeerd en aangepast werkvlak.  Het is enkel bestemd voor gewoon huishoudelijk gebruik (bereiding van voedingsmiddelen) met uitsluiting van alle ander huishoudelijk, commercieel of industrieel gebruik.  Verwijder alle etiketten en zelfklevers van het vitrokeramisch glas.  Het apparaat niet ombouwen of wijzigen.  De kookplaat dient niet als ondergrond of werkvlak.

 De veiligheid wordt enkel verzekerd wanneer het apparaat volgens de vereiste voorschriften op een aardleiding is aangesloten.  Gebruik geen verlengkabel voor de aansluiting op het elektrisch net.  Het apparaat mag niet gebruikt worden boven een vaatwasmachine of een droogkast, de vrijgekomen damp kan de elektronische apparatuur beschadigen. Gebruik van het apparaat  Schakel de warmtebron na gebruik steeds uit.  Waak steeds over bereidingen die oliën en vetten bevatten want deze kunnen vlug vlam vatten.  Pas op voor brandwonden tijdens en na het gebruik van het apparaat.  Verzeker u ervan dat geen enkele elektrische kabel van een vast of los apparaat met het warme kookvlak of met een warme kookpot in contact komt.

 Magnetisch gevoelige voorwerpen (creditcards, informatica diskettes, rekenmachines) mogen zich niet in de onmiddellijke nabijheid van het functionerende apparaat bevinden.  Gebruik enkel de hiertoe voorziene kookpotten. Bij onverhoeds aanschakelen of restwarmte zouden andere materialen kunnen smelten of ontbranden.  Bedek het apparaat nooit met een doek of een beschermblad.

Het zou kunnen verhitten en ontvlammen.  Dit toestel is niet geschikt voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met verminderd lichamelijke, zintuigelijke waarneming of geestelijke vermogens of gebrek aan kennis en ervaring, tenzij zij begeleiding of instructies krijgen over het gebruik van het toestel door een persoon, die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.  Kinderen moeten zodanig begeleid worden dat het zeker is dat zij niet gaan spelen met het toestel.  Metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels en deksels mogen niet geplaatst worden op het glazen kookoppervlak omdat deze dan heet kunnen worden.

4 Voorzorgsmaatregelen tegen beschadiging  Beschadigde kookpotten of kookpotten met ruwe bodem (niet geëmailleerd gietijzer) kunnen het vitrokeramische glas beschadigen.  De aanwezigheid van zand of andere schuurmaterialen kunnen de vitrokeramiek beschadigen.  Laat geen voorwerpen (zelfs kleine) op het glas vallen.  Vermijd het stoten van kookpotten tegen de rand van het glas.  Verzeker u ervan dat de ventilatie van het apparaat verloopt volgens de instructies van de fabrikant.  Plaats of laat geen lege kookpotten op de kookplaat.  Vermijd het contact van suiker, synthetische stoffen of aluminiumfolie met de hete zones. Deze stoffen kunnen tijdens het afkoelen het vitrokeramische oppervlak doen barsten of aantasten: schakel het apparaat uit en verwijder ze onmiddellijk van de nog hete zones (opgepast: risico voor brandwonden)  Plaats nooit een warme kookpot op de bedieningszone.

 Indien er onder het inbouwapparaat een lade is, zorg dan voor een voldoende afstand (2 cm) tussen de inhoud van de lade en de onderkant van het apparaat teneinde een goede ventilatie te verzekeren.  Leg geen ontvlambare voorwerpen (bv sprays) in de lade onder de kookplaat. Eventuele bestekbakken dienen in warmtebestendig materiaal te zijn uitgevoerd. Voorzorgsmaatregelen bij defect van het apparaat  Bij het vaststellen van een defect, het apparaat uitzetten en de elektrische toevoer uitschakelen.  Schakel onmiddellijk de elektrische stroom van het apparaat uit indien er een barst of spleet in het glas is en verwittig de dienst na verkoop.  De herstellingen dienen enkel door gespecialiseerd personeel te worden uitgevoerd. In geen geval het apparaat zelf openen.

 WAARSCHUWING: Als het glazen kookoppervlak gebroken is schakel het toestel uit om een mogelijke elektrische schok te voorkomen Andere beschermingen  Zorg ervoor dat de kookpot steeds in het midden van de kookzone staat. De bodem van de kookpot moet de kookzone zoveel mogelijk bedekken.

 Een magnetisch veld kan elektronische apparatuur beïnvloeden. Personen die een pacemaker dragen doen er goed aan eerst een arts te raadplegen.  Gebruik geen synthetische of aluminium kookpannen: deze kunnen op de nog hete zones smelten. GEEN LOSSE TOEBEHOREN GEBRUIKEN OM POTTEN EN PANNEN, DIE NIET VOOR INDUCTIE GESCHIKT ZIJN, OP TE WARMEN. GEVAAR VOOR BRANDWONDEN EN BESCHADIGINGEN VAN DE KOOKPLAAT.

Deze activering wordt weergegeven door een lichtje, een aflezing en/of een geluidssignaal. Druk niet op meerdere toetsen tegelijk. [ ] toets- [ + ] toets Aan / Uit Power toets Vergrendelingstoets Stop&Go Aanduiding van de timer [ + ] en [ - ] toets van de timer Lampjes voor keuze van zone voor timer Warmhoud toets Aanduiding van het vermogenniveau

6 Display Display Aanduiding Functie 0. Nul Kookzone geactiveerd1…9 Vermogenniveau Keuze kookniveau U Detectie kookpan Geen of onaangepaste kookpan A Onmiddellijke opwarming Aankookautomaat E Foutmelding Defect elektronisch circuitH Restwarmte De kookzone is warm P Power Het turbovermogen is geactiveerd Super Power Super Power is geactiveerd u Warmtebehoud ° Automatisch behoud op 42U Warmtebehoud Automatisch behoud op 70°II Stop&Go Stop&Go is geactiveerd ∏ Bridge Beide kookzones zijn verbonden Ventilatie De koelingsventilator functioneert helemaal automatisch. Hij komt langzaam op gang zodra de door de elektronica vrijgekomen calorieën een bepaalde hoeveelheid overschrijden. De ventilatie schakelt naar de tweede snelheid over wanneer het kookvlak intensief gebruikt wordt. De ventilator vermindert snelheid en stopt automatisch zodra het elektronisch circuit voldoende is afgekoeld.

IN WERKING STELLEN Voor het eerste gebruik Poets uw toestel met een vochtige doek en droog het af. Gebruik geen detergent, deze kan op het glas een blauwachtige waas doen verschijnen. Principe van inductie Onder elke kookzone bevindt zich een inductie element. Wanneer dit in werking is produceert het een variabel elektromagnetisch veld dat op zijn beurt inductiestroom produceert in de magnetische bodem van de kookpot. Hierdoor verwarmt de kookpot die op de kookzone staat.

7 Inwerkingstelling Schakel eerst de kooktafel in, daarna de kookzone:  In- en uitschakelen van de kookplaat : Actie Bedieningspaneel DisplayInschakelen [ 0 ] Druk op [ 0/I ] Uitschakelen Druk op [ 0/I ] Geen of [ H ]  In- en uitschakelen van een verwarmingszone : Actie Bedieningspaneel DisplayKiezen Druk op [ + ] van de zone [ 4 ]Verhogen - ] Druk op [ + ] of [ [ 1 ] tot [ 9 ] Verlagen - Druk op [ ] [ 9 ] tot [ 1 ] Uitschakelen Druk tegelijkertijd op [ + ] en [ - ] [ 0 ] of [ H ] of druk op [ - ] [ 0 ] of [ H ] Indien binnen de 20 seconden geen regeling is uitgevoerd, valt de elektronica terug op de wachtpositie. Detectie van de kookpot De detectie van de kookpot verzekert een optimale veiligheid :  De inductie functioneert niet indien er geen kookpot op de kookzone staat of wanneer de kookpot ongeschikt is voor inductie.

In dit geval is het onmogelijk het vermogen op te voeren en het symbool [ ] verschijnt op de display. Wanneer een kookpot op de U kookzone wordt geplaatst verdwijnt de [ U ].  De werking wordt onderbroken wanneer tijdens het koken de kookpot van de kookzone wordt genomen. Het symbool [ U ] verschijnt op de display. De [ U ] verdwijnt wanneer de kookpot terug op het kookvlak wordt geplaatst. Het koken gaat door op het voordien gekozen vermogen. Aanduiding restwarmte Na het uitzetten van de kookzones of het volledig uitzetten van de kookplaat zijn de kookzones nog warm en wordt dit aangegeven door [ H ]. Het symbool [ H ] gaat uit wanneer de kookzones zonder gevaar kunnen aangeraakt worden. Zolang het getuigenlampje van de restwarmte blijft branden, de kookzones niet aanraken en geen enkel warmtegevoelig voorwerp op de kookzones plaatsen. Gevaar voor brand of brandwonden.

Powerfunctie De Power functie [ P ] verleent aan de gekozen kookzone een versterkt vermogen. Indien deze functie geactiveerd is, werken deze kookzones gedurende 10 minuten met een aanmerkelijk hoger vermogen.

8  In- en uitschakelen van de booster: Actie Bedieningspaneel DisplayDe booster inschakelen Druk op [ P ] Controlelampje K nippert 10 min De zone kiezen Druk op [ + ] of [ + ] van de zone [ P ]De booster Druk op [ uitschakelen - ] [ 9 ] Super Power functie De Super Power functie heeft 2 vermogensniveaus:  1ste niveau Power weergegeven door [ P ] 2 de niveau SuperPower weergegeven door 2 en 4 verticale segmenten [ en] [P]. Wanneer deze functie geactiveerd is werkt de zone gedurende 10 minuten met een ultra hoog vermogen  In- en uitschakelen van Super Power : Actie Bedieningspaneel DisplayDe zone kiezen Druk op [ + ] of [ ] van de [ - zone 4 ] of [ 9 ] S uper Power inschakelen Druk op [ P ] [ Druk opnieuw [ P ] dan [ + ] en P ] Super Power uitschakelen Druk op [ - ] [ 9 ]  Gebruik van het maximaal vermogen: Het geheel van de kooktafel is met een maximaal vermogen uitgerust.

Wanneer de booster functie in werking is, en om dit maximaal vermogen niet te overschrijden, wordt het vermogen van een andere kookzone automatisch verminderd. De display van deze kookzone zal gedurende enkele seconden knipperen [ 9 ] en duidt dan het maximum vermogen aan: Gekozen kookzone Andere kookzone ( bv. : kookniveau 9 ) [ P ] is aangeduid [ 9 ] gaat over naar [ 6 ] of [ 8 ] volgens type kookzone Timer functie De timer kan voor de 4 kookzones tegelijk worden gebruikt met verschillende tijdregelingen (van 0 tot 99 minuten) voor elke zone.

9  De kooktijd van een kookzone stopzetten: Actie Bedieningspaneel DisplayDe timer selecteren - Druk tegelijkertijd op [ ] en [ + ] De tijd wordt van de timer tot gewenste kookzone aangaat weergegeven - Druk op [ ] van de timer Geeft [ 01 ] weer - ] Druk nogmaals op [ Geeft [ 00 ] weer Herhaal het proces als u meerdere timers wil activeren/stopzetten.  Automatisch stoppen aan het eind van de kooktijd: Zodra de geselecteerde kooktijd afgelopen is, g aat de display knipperen [ 00 ], er klinkt een geluidssignaal en de kookzone stopt. Om het geluidssignaal en het knipperen te stoppen drukt u - op [ ] of [ + ] van de timer.  Instellen en wijzigen van de “Eierwekker” De “Eierwekker” werkt onafhankelijk van de kookzones. Als deze timer aan staat en u zet de kookplaat uit, dan loopt de “Eierwekker” door tot het eind van de ingestelde tijd.

Actie Bedieningspaneel DisplayInschakelen Druk op [ 0/I ] Contolelampje a anDe timer selecteren - Druk tegelijkertijd op [ ] en [ + ] De tijd wordt van de timer weergegevenTijd verkorten - ] Druk op [ [ 00 ] wordt 30, 29,… Tijd verlengen Druk op [ + ] Tijd wordt langer Als de tijd op [ 00 ] komt, begint hij te knipperen en te piepen.  De “Eierwekker” stopzetten Actie Bedieningspaneel DisplayDe timer selecteren - Druk tegelijkertijd op [ ] en [ + ] De tijd wordt weergegevenDe timer stopzetten - ] Druk op [ Geeft [ 01 ] weer - ] Druk nogmaals op [ Geeft [ 00 ] weer Indien meerdere timers geactiveerd zijn volstaat het de handeling te herhalen. Warmhoudfunctie Deze functie maakt het mogelijk een temperatuur van 42°C of 70° te bereiken en automatisch te behouden. Dit voorkomt dat vloeistoffen overlopen en dat uw gerechten aan de bodem van de kookpot gaan kleven.

10 70°C selecteren ] Druk op [ U Controlelampje Warmhoudfunctie KnippertDruk opnieuw [ U ] Kookzone selecteren - Druk op [ + ] of [ ] van de zone [ U ] Stopzetten - Druk op [ ] of [ + ] van de zone [ 0 ] tot [ 9 ] Deze functie kan onafhankelijk gebruikt worden bij alle kookzones. Wanneer de kookpot de kookzone verlaat, blijft de functie “ Warmtebehoud “ actief gedurende ongeveer 10 minuten. De maximale duur van het warmhouden is 2 uur. Programmeren van de aankookautomaat Alle kookzones zijn uitgerust met een aankookautomaat. De kookzone functioneert eerst een zekere tijd op volle kracht en vermindert dan automatisch tot het geselecteerde niveau.

 Inwerkingstelling van de automatische bediening : Actie Bedieningspaneel DisplayZone selecteren Druk op [ + ] van de zone [ 4 ]Volledig vermogen instellen Druk op [ + ] [ 4 ] tot [ 9 ] Automatisch koken Druk op [ + ] [ 9 ] knippert met [A] Vermogen selecteren - ] [ Druk op [ 9 ] [ 8 ] [ 7 ] (bijvoorbeeld 7) [ 7 ] knippert met [A]  Stopzetten van automatische bediening : Actie Bedieningspaneel DisplayStopzetten - Druk op [ + ] of [ ] van de zone [ 8 ] en [ 6 ] (bijvoorbeeld 7) en [ + ] en [ - ] van de zone [ 0 ] Stop&Go functie Met deze functie worden alle kookactiviteiten van de kookplaat onderbroken en kunnen ze met dezelfde instellingen weer worden voortgezet.

11 De herhalingsprocedure is als volgt:  Duw op de toets [ 0/I ]  Vervolgens op de [ II ] toets duwen in minder dan 6 seconden De vorige instellingen zijn opnieuw actief. Bridge Functie Deze functie laat toe om 2 zones tegelijkertijd te laten werken en te bedienen. Gebruik van de Power functie is in dit geval niet mogelijk Actie Bedieningspaneel DisplayKookplaat aanzette Selecteer [ 0/I ] [ 0 ] of [ H ] Bridge activeren Druk tegelijkertijd op [ + ] rechts achter rechts voor en - [ ] ] [ 0 ] en [ ∏ Bridge verhogen f - ] Druk op [ + ] o [ [ 1 tot 9 ] Bridge stopzetten ] Druk tegelijkertijd op [ +rechts achter en [ - ] rechts voor [ 0 ] of [ H ] Het is ook mogelijk om het activeren van een tweede bridge voor referentie 1706-1.

Druk tegelijkertijd op [ [ + ] - en ] links voor links achter.Vergrendeling van het bedieningspaneel Om te vermijden dat een selectie van de kookplaat wordt gewijzigd, bijvoorbeeld bij het poetsen van het glas, kan het bedieningspaneel worden vergrendeld (behalve de toets aan/uit [ 0/I ]).  Vergrendelen: Actie Bedieningspaneel DisplayKookplaat vergrendelen Druk gedurende 2 sec op [ ] Controlelampje vergrendeling brandt  Ontgrendelen: Actie Bedieningspaneel DisplayKookplaat ontgrendelen ] Druk gedurende 2 sec op [ Controlelampje vergrendeling geblust KOOKADVIES Kwaliteit van de kookpotten Aangepaste kookpotten: staal, geëmailleerd staal, gietijzer, inox met magnetische bodem, aluminium met magnetische bodem Niet aangepaste kookpotten : aluminium en inox zonder magnetische bodem, koper, messing, keramiek, porselein De fabrikanten vermelden of hun producten geschikt zijn voor inductie.

12  Giet een beetje water in een kookpot en plaats deze op een inductie kookzone geregeld op [ 9 ]. Het water moet binnen enkele seconden opwarmen.  Houd een magneet tegen de bodem van de kookpot. De magneet moet blijven plakken. Sommige kookpotten maken lawaai wanneer ze op een inductie kookzone geplaatst worden. Dit wil niet zeggen dat het apparaat defect is en het beïnvloedt geenszins het functioneren. Afmetingen van de kookpotten De kookzones passen zich tot op zekere hoogte automatisch aan de diameter van de kookpot aan. De bodem van deze kookpot dient wel een minimum diameter te hebben in functie van de diameter van de gekozen kookzone. Plaats de kookpot goed in het midden van de kookzone teneinde een optimaal rendement van uw kooktafel te verkrijgen.

Voorbeelden van vermogenregeling (de hieronder vermelde waarden zijn enkel richtgevend) 1 tot 2 Smelten Opwarmen Sauzen, boter, chocolade, gelatine Kant- en klaargerechten 2 tot 3 Opzwellen Ontdooien Rijst, pudding en bereidde gerechten Groenten, vis, diepgevroren producten 3 tot 4 Stoom Groenten, vis, vlees 4 tot 5 Water Gekookte aardappelen, soep, pasta Verse groenten 6 tot 7 Zachtjes koken Vlees, lever, eieren, braadworstenGoulash, rollade, pens 7 tot 8 Koken Braden Aardappelen, beignets, platte koeken9 Braden Op kooktemperatuur brengen Steaks, omeletten water P en Braden Op kooktemperatuur brengen Op kooktemperatuur brengen van grote hoeveelheden water ONDERHOUD EN REINIGING Laat het apparaat eerst afkoelen, anders is er risico op brandwonden. Maak de kookplaat niet schoon als het glas te heet is: risico op brandwonden.

 Verwijder de kookresten met een beetje water met afwasproduct of een in de handel aanbevolen product voor vitrokeramisch glas.  Gebruikt in geen enkel geval apparaten „met stoom“ of „druk“.  krassen kunnen maken in het glas Geen voorwerpen gebruiken die  Gebruik geen schuurproducten, deze kunnen het apparaat beschadigen.  Droog het apparaat met een propere doek.

13 KLEINE STORINGEN VERHELPEN De kookplaat of de kookzone werkt niet:  de kookplaat is slecht op het elektrisch net aangesloten  de veiligheidszekering is gesprongen  kijk na of de vergrendeling niet is ingeschakeld  de tiptoetsen zijn met water of vet bespat  er staat een voorwerp op de tiptoetsen. Het symbool [ U ] licht op:  er staat geen kookpot op de kookzone  de kookpot is niet geschikt voor inductie  de diameter van de bodem van de kookpot is te klein in vergelijking met de kookzone Het symbool [ II ] licht op:  Zie hoofdstuk “Stop&Go“. Het symbool [ ∏] licht op :  Zie hoofdstuk “Bridge“.

Het symbool [ E ] licht op:  doe beroep op de dienst na verkoop Een enkele zone of alle zones vallen uit:  de veiligheid is in werking getreden  deze treedt in werking wanneer u vergeten bent een kookzone uit te schakelen  de veiligheid treedt eveneens in werking wanneer één of meerdere tiptoetsen bedekt zijn  een kookpan is leeg en de bodem is oververhit  de kookplaat beschikt eveneens over een automatisch verminderingsdispositief van het vermogen en van een automatische uitschakeling bij oververhitting De ventilator blijft doorwerken na het uitzetten van de kooktafel:  dit is geen defect, de ventilator beveiligt zo de elektronische apparatuur  de ventilator stopt vanzelf De aankookautomaat treedt niet in werking:  de kookzone is nog warm [ H ]  het maximum kookniveau staat aan [ 9 ]  het kookniveau werd aangezet met de toets [ - ] Het symbool [ U ] licht op :  Zie hoofdstuk “Warmhoudfunctie“.

14 MILIEUBESCHERMING  de verpakkingsmaterialen zijn ecologisch en recycleerbaar  de elektronische apparaten bestaan uit recycleerbare materialen en soms uit materialen die giftig zijn voor het milieu maar noodzakelijk voor het goed functioneren en de veiligheid van het apparaat INSTALLATIE De montage dient enkel door erkende specialisten te worden uitgevoerd. De gebruiker dient de wetgeving en de normen van het land van zijn verblijfplaats na te leven. Plaatsen van de waterdichte strip : De zelfklevende strip geleverd met het apparaat vermijdt infiltratie in het meubel. Het plaatsen dient met grote zorg volgens onderstaande tekening te worden uitgevoerd.

Inbouw :  Inbouwafmetingen volgens model : Typ Uitsparing voor inbouw afmetingen glas Afmetingen voor vlakbouw Breedte Diepte Breedte Diepte Dikte Diepte Dikte Breedte glas Straal1706-1 985 380 1000 400 1006 406 4 4 7 1786-1 805 490 880 520 886 526 4 4 7 De afstand tussen de kookplaat en de muur dient minstens 50 mm te bedragen.  Y De kookplaat is een apparaat toebehorend aan de beschermingsklasse « ». Ingebouwd mag zich een hoge kastwand of een muur aan een zijde en aan de achterzijde bevinden. Aan de andere zijde mag geen enkel meubel of apparaat hoger zijn dan het kookvlak.  De bekledingen van de werkbladen dienen te worden uitgevoerd in warmtebestendige materialen (100°C)  De materialen van het werkblad kunnen opzwellen bij contact van vocht. Om de uitsnijding te beschermen, bestrijk deze met een vernis of een speciale lijm.

 werp het apparaat niet weg met het huisvuil doe beroep op de daartoe voorziene ophaaldienst of breng uw elektrisch apparaat naar het containerpark van uw gemeente De beschermfolie (3) verwijderen en de dichtingstrip (2) op de rand van de kookplaat plakken op 2 mm van de buitenrand

15  De strippen aan de muurranden dienen hittebestendig te zijn.  Installeer de kookplaat niet boven een niet geventileerde oven of een vaatwasmachine.  Onder de omkasting van het apparaat een afstand van 20 mm voorzien om een goede verluchting van de elektronische apparatuur te verzekeren  Indien er zich een lade onder de kookplaat bevindt, vermijd er ontvlambare voorwerpen in op te bergen (bv. spray) en voorwerpen die niet warmtebestendig zijn.  en Voor de afstand tussen de kookplaat de erboven geplaatste dampkap, dient u de instructies van de fabrikant van de dampkap te volgen. Bij gebrek aan instructies, dient u een afstand van minimum 760 mm te respecteren.  De verbindingskabel mag na aansluiting aan geen enkele mechanische spanning onderhevig zijn, zoals bijvoorbeeld een lade.

ELEKTRISCHE AANSLUITING  De installatie en de aansluiting op het elektrische net mag enkel toevertrouwd worden aan een vakman (elektricien) die op hoogte is van de voorgeschreven normen.  Na het monteren moeten de stukken die onder spanning staan beschermd blijven.  De nodige aansluitgegevens staan op het kenplaatje et het aansluitingsplaatje aan de onderkant van het apparaat.  Het apparaat dient door middel van een meerpolige stroomonderbreker van het net gescheiden te zijn. Staat deze open (niet aangesloten), dan moet de contactopening minstens 3mm bedragen.  Het elektrische circuit dient van het net gescheiden te zijn door middel van de nodige voorzieningen zoals bijvoorbeeld beveiligingsschakelaars, zekeringen, differentiële schakelaars en contacten. Let op. Dit apparaat is voorzien voor een aansluiting op een netspanning van 230V Hz ~ 50/60Verbind steeds de aarding.

16 AANSLUITING VAN DE KOOKPLAAT VOOR 5 ZONEs * berekend met de coëfficiënt van gelijkt N 60 335ijdigheid volgens de standaard E -2- 6/1990 Let op ! De draden goed doorsteken en de schroeven goed Netwerk Kabeldiameter Kabel Aansluiting Beschermingskaliber 230 V~ 1F+N 50 1 fase +N/60 Hz 3 x 4 mm2 H 05 VV - F H 05 RR - F 40 A * 400 V~ 2F+N 50 2 4 x 2,5 mm/60Hz fasen + N 2 H 05 VV - F H 05 RR - F 25 A * 400 V~ 3F+N 50 3 faser + N/60Hz 5 x 1,5 mm2 H 05 VV - F H 05 RR - F 16 A * We kunnen niet verantwoordelijk gesteld worden voor ongevallen voortkomend uit een slechte aansluiting of ongevallen die gebeuren door toestellen zonder of met een defecte aarding.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Novy Flex Zone 1786 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden