Novy Domino 3784 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Novy Domino 3784 (56 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 66 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Novy Domino 3784 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Novy |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | Domino 3784 |
Handleiding Novy Domino 3784 – volledige tekst
Algemene opmerkingen2NLInhoud 1 Algemene opmerkingen1. 1 Hier vindt u. Lees eerst zorgvuldig de informatie in dit boekje door vooraleer u uw kookplaat in gebruik neemt. Hier vindt u belangrijke richtlijnen voor uw veiligheid, het gebruik, het schoonmaken en het onderhoud van het toestel, zodat u er lang plezier aan beleeft. Als er een storing optreedt, kijk dan eerst na in het hoofdstuk „Wat te doen bij problemen. ”. Kleinere storingen kunt u vaak zelf verhelpen en u vermijdt op die manier onnodige servicekosten. Bewaar deze handleiding zorgvuldig. Geef deze gebruiks- en montagehandleiding ter informatie en veiligheid aan een nieuwe eigenaar door. 1. 2 Reglementair gebruikDe kookplaat is alleen voor de bereiding van levensmiddelen in het huishouden en in gelijkaardige omgevingen bedoeld.
Gelijkaardige omgevingen zijn:• Het gebruik in winkels, kantoren en gelijkaardige werkomstandigheden• Het gebruik in landbouwbedrijven• Het gebruik door klanten in hotels, motels en andere typische woonomgevingen• Het gebruik in logies en ontbijt• Ze mag niet voor een ander doel en alleen onder toezicht worden gebruikt. 1 Algemene opmerkingen. 21. 1 Hier vindt u. 21. 2 Reglementair gebruik. 22 Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen. 32. 1 Voor aansluiting en werking. 32. 2 Voor de kookplaat in het algemeen. 32. 3 Voor personen. 42. 4 Symbool- en instructieverklaring. 53 Beschrijving van het toestel. 64 Bediening kookveld. 74. 1 Het inductiekookveld. 74. 2 Panherkenning. 74. 3 Gebruiksduurbeperking. 74. 4 Andere functies. 74. 5 Oververhittingsbeveiliging (inductie). 74. 6 Servies voor inductiekookplaat. 84. 7 Tips om energie te besparen. 84. 8 Kookstanden. 84. 9 Restwarmteweergave. 84.
Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen3NL2 Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen2. 1 Voor aansluiting en werking• De apparaten worden volgens de geldende veiligheidsvoorschriften gebouwd. • Aansluiting op het net, onderhoud en reparatie van het apparaat mogen alleen door een erkend vakman volgens de geldende veiligheidsvoorschriften worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde werkzaamheden vormen een risico voor uw veiligheid. • Als de netaansluitkabel van dit toestel beschadigd is, moet ze door de fabrikant of zijn klantenservice of door een gelijkaardig gekwalifi ceerde persoon worden vervangen om risico's te vermijden. • Het toestel mag niet met een externe schakelklok of een extern afstandsbesturingssysteem worden gebruikt. 2. 2 Voor de kookplaat in het algemeen• Wegens de zeer snelle reactie bij een hoog ingestelde kookstand de inductiekookplaat niet zonder toezicht gebruiken.
• Houd bij het koken rekening met de hoge opwarmsnelheid van de kookzones. Vermijd het leegkoken van pannen omdat daarbij het gevaar bestaat dat de pannen oververhit raken. • Plaats geen lege potten en pannen op de ingeschakelde kookzones. • Wees voorzichtig bij het gebruik van au-bain-marie-pannen. Au-bain-marie-pannen kunnen ongemerkt droogkoken. Dat veroorzaakt beschadigingen aan de pan en aan de kookplaat. De fabrikant kan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. • Schakel een kookzone na gebruik altijd met de min-toets uit en niet alleen met de panherkenning. • Oververhitte vetten en olie kunnen spontaan ontbranden. Bij het bereiden van gerechten met vet en olie altijd in de buurt blijven. Brandend vet of olie nooit met water blussen. Het toestel uitschakelen en dan de vlammen voorzichtig met bijv. een deksel of een blusdeken afdekken. • De keramische plaat is zeer stevig.
• Bij breuken, barsten, scheuren of andere beschadigingen aan de keramische kookplaat bestaat gevaar voor elektrische schokken. Het toestel onmiddellijk buiten gebruik nemen. Onmiddellijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klantenservice. • Als de kookplaat door een defect in de sensorregeling niet meer kan worden uitgeschakeld, onmiddellijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klantenservice. • Voorzichtig bij het werken met huishoudelijke apparatuur. Netsnoeren mogen niet met de hete kookzones in contact komen. • Brandgevaar: nooit voorwerpen op de kookplaat laten liggen. • De keramische kookplaat mag niet worden gebruikt om er voorwerpen op neer te leggen. • Geen aluminiumfolie of kunststof op de kookzones leggen. Alles wat kan smelten uit de buurt van de hete kookzone houden, bijv.
kunststof, folie, in het bijzonder suiker en gerechten met een hoog suikergehalte. Suiker onmiddellijk met een speciale glasschraper volledig van de keramische kookplaat verwijderen zolang deze nog warm is, om beschadigingen te vermijden. • Metalen voorwerpen (zoals keukengerei, bestek. ) mogen niet op de inductiekookplaat worden gelegd, omdat ze heet kunnen worden. Gevaar voor verbranding. • Geen brandgevaarlijke, licht ontvlambare of vervormbare voorwerpen direct onder de kookplaat leggen. • Metalen voorwerpen die op het lichaam worden gedragen, kunnen in de onmiddellijke nabijheid van de inductiekookplaat heet worden. Opgelet, gevaar van verbranding. Voor niet-magnetiseerbare voorwerpen (bijv. gouden of zilveren ringen) geldt dit niet.
Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen4NL• Nooit gesloten conservenblikken en compoundverpakkingen op kookzones verwarmen. Door de energietoevoer kunnen deze uiteenspatten. • De sensoren schoonhouden omdat verontreinigingen door het apparaat als vingercontact kunnen worden herkend. Nooit voorwerpen (pannen, vaatdoeken, enz. ) op de sensoren plaatsen. • Als pannen tot over de sensoren overkoken, is het aanbevolen op de UIT-toets te drukken. • Hete pannen niet in de buurt van de sensortoetsen schuiven en deze niet afdekken. In dat geval wordt het toestel automatisch uitgeschakeld. • Plaats de pan zoveel mogelijk in het midden van de kookzone. • Grote pannen zoveel mogelijk op de achterste kookzones gebruiken, om te vermijden dat de sensortoetsen te warm worden (oververhitting van de touch-control; foutmelding E2).
• Als er zich in de woning huisdieren bevinden die aan de kookplaat kunnen, moet de kinderbeveiliging worden geactiveerd. • Als bij inbouwfornuizen de pyrolysefunctie wordt gebruikt, mag de inductiekookplaat niet worden gebruikt. • De keramische kookplaat mag in geen geval met een stoomreinigingsapparaat of dergelijke worden schoongemaakt. 2. 3 Voor personen• Deze toestellen kunnen door kinderen vanaf 8 jaar alsook door personen met verminderd lichamelijk, zintuiglijk of geestelijk vermogen of met gebrek aan ervaring en/of kennis worden gebruikt als erop toezicht wordt gehouden of als ze over het veilige gebruik van het toestel zijn geïnstrueerd en ze de bijbehorende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het toestel spelen. De reiniging en het onderhoud door de gebruiker mogen niet door kinderen worden uitgevoerd, tenzij het onder toezicht gebeurt.
• Er mogen alleen fornuisrekken of kookplaatafdekkingen van de kookplaatfabrikant of door de fabrikant in de gebruiksaanwijzing van het toestel vrijgegeven fornuisrekken of kookplaatafdekkingen worden gebruikt. Het gebruik van niet geschikte fornuisrekken of kookplaatafdekkingen kan tot ongevallen leiden. • Personen met pacemakers of geïmplanteerde insulinepompen moeten zich ervan verzekeren dat hun implantaten niet door de inductiekookplaat worden beïnvloed (het frequentiebereik van de inductiekookplaat bedraagt 20-50 kHz).
Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen5NL2. 4 Symbool- en instructieverklaringHet apparaat werd volgens de huidige stand van de techniek geproduceerd. Desondanks kunnen machines risico's opleveren, die constructief niet te vermijden zijn. Om voldoende veiligheid voor de bediener te waarborgen, worden extra veiligheidsinstructies gegeven in de vorm van de hiervolgend beschreven tekstmarkeringen. Alleen als deze in acht worden genomen, is er voldoende veiligheid tijdens de werking gewaarborgd. De gemarkeerde tekstpassages hebben verschillende betekenissen:GEVAAROpmerking die op een direct dreigend gevaar wijst, waarvan de mogelijke gevolgen overlijden of zeer ernstig letsel zijn. OPGELETOpmerking die op een mogelijk gevaarlijke situatie wijst, waarvan de mogelijke gevolgen overlijden of zeer ernstig letsel zijn.
LET OPOpmerking die op een gevaarlijke situatie wijst, waarvan de mogelijke gevolgen lichte verwondingen of beschadiging van het apparaat zijn. OPMERKINGHet in acht nemen van opmerkingen vergemakkelijkt de omgang met het apparaat. Bovendien worden op sommige plekken de volgende gevaarsymbolen gebruikt:WAARSCHUWING VOOR ELEKTRISCHE ENERGIE. ER BESTAAT LEVENSGEVAAR. In de buurt van dit symbool zijn onder spanning staande onderdelen aangebracht. Afdekkingen die hiermee gemarkeerd zijn, mogen uitsluitend door een erkende elektromonteur worden verwijderd. OPGELET. HETE OPPERVLAKKEN. Dit symbool is aangebracht op oppervlakken die heet worden. Er bestaat gevaar voor ernstig brandletsel of verbrandingen. De oppervlakken kunnen ook na het uitschakelen van het apparaat heet zijn. GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN VOOR DE OMGANG MET ELEKTROSTATISCH GEVOELIGE COMPONENTEN EN MODULES (ESD) IN ACHT NEMEN.
Achter afdekkingen die met het hiernaast staande symbool gekenmerkt zijn, bevinden zich elektrostatisch gevoelige componenten en modules. Aanraken van stekkeraansluitingen, geleiders en componentenpins moet absoluut worden vermeden.
Elke correcte bediening wordt door een signaaltoon bevestigd.In de rest van de tekst wordt voor de touch-control-sensortoets het woord 'toets' gebruikt.3774 3775 3784 3785
Bediening kookveld7NL4 Bediening kookveld4. 1 Het inductiekookveldDe kookplaat is met een inductiekookveld uitgerust. Een inductiespoel onder de keramische kookplaat wekt een elektromagnetisch wisselveld op, dat het vitrokeramisch glas doordringt en in de bodem van de pan een warmtevormende stroom induceert. Bij een inductiekookzone wordt de warmte niet meer door een verwarmingselement via de pan op de te koken gerechten overgedragen; de nodige warmte wordt m. b. v. inductiestromen direct in de pan gevormd.
Voordelen van het inductiekookveld• Energiebesparend koken door rechtstreekse energieoverdracht op de pan (aangepaste pannen van magnetiseerbaar materiaal zijn noodzakelijk),• meer veiligheid omdat de energie alleen wordt doorgegeven als er een pan op de kookzone staat,• energieoverdracht tussen inductiekookzone en panbodem met een hoog rendement,• hoge opwarmsnelheid,• weinig risico op verbrandingen omdat de kookplaat alleen door de panbodem wordt verwarmd, overkokende gerechten branden niet vast,• snelle, nauwkeurige regeling van de energietoevoer. 4. 2 Panherkenning Als er geen of een te kleine pan op de kookzone staat als de kookzone is ingeschakeld, dan wordt deze niet van energie voorzien. Een knipperende in de kookstandweergave maakt daarop attent. Als er een geschikte pan op de kookzone wordt geplaatst, wordt de ingestelde stand ingeschakeld en de kookstandweergave brandt.
De energietoevoer wordt onderbroken als de pan wordt verwijderd, in de kookstandweergave verschijnt een knipperende. Indien kleinere pannen worden opgezet, waarbij de panherkenning toch in werking treedt, wordt slechts zoveel energie toegevoerd als nodig is. PanherkenningsgrenzenKookzonediameter(mm)Aanbevolen minimumdiameterpanbodem (mm)160200200 x 240110120120De bodem van de pan mag niet kleiner dan een bepaalde minimumdiameter zijn, omdat de inductie anders niet wordt ingeschakeld. Plaats de pan altijd in het midden van de kookzone om een optimaal rendement te verkrijgen.
Belangrijk: naargelang van de kwaliteit van de pan kan de vereiste minimumdiameter voor het reageren van de panherkenning afwijken. 4. 3 GebruiksduurbeperkingDe inductiekookplaat bezit een automatische gebruiksduurbeperking. De ononderbroken gebruiksduur voor elke kookzone is afhankelijk van de gekozen kookstand (zie tabel). De voorwaarde is dat tijdens de gebruiksduur de instellingen van de kookzone niet worden veranderd. Als de gebruiksduurbeperking heeft gereageerd, wordt de kookzone uitgeschakeld; er is een kort signaal te horen en in de aanwijzing verschijnt een H. De automatische uitschakeling heeft voorrang op de bedrijfsduurbeperking, d. w. z. de kookzone wordt pas uitgeschakeld als de tijd van de automatische uitschakeling is afgelopen (bijv. automatische uitschakeling met 99 minuten en kookstand 9 is mogelijk).
GebruiksduurbeperkingIngestelde kookstand Gebruiksduurbeperking in uren1, 23, 456, 7, 8, 96541,54. 4 Andere functiesAls één of meer sensortoetsen langer of tegelijk worden ingedrukt (bijv. door een per ongeluk op de sensortoetsen geplaatste pan), wordt er niet geschakeld. U hoort een signaaltoon en in het display verschijnt ER03. Na een paar seconden wordt er uitgeschakeld. A. u. b. het voorwerp van de sensortoetsen halen. 4. 5 Oververhittingsbeveiliging (inductie)Als de kookplaat langdurig op vol vermogen wordt gebruikt, kan bij een hoge kamertemperatuur de elektronica niet meer voldoende worden gekoeld. Om te vermijden dat te hoge temperaturen in de elektronica optreden, wordt evt. het vermogen van de kookzone automatisch gereduceerd. Als bij normaal gebruik van de kookplaat en normale kamertemperatuur regelmatig E2 of ER21 verschijnt, is de koeling waarschijnlijk onvoldoende.
Bediening kookveld8NL4. 6 Servies voor inductiekookplaatDe pannen die voor de inductiekookplaat worden gebruikt, moeten van metaal zijn, magnetische eigenschappen bezitten en een voldoende grote bodem hebben. Gebruik uitsluitend pannen met een bodem die voor inductie geschikt is. Geschikte pannen Ongeschikte pannenGeëmailleerde stalen pannen met dikke bodemPannen van koper, roestvrij staal, aluminium, vuurvast glas, hout, keramiek of terracottaGietijzeren pannen met geëmailleerde bodemPannen van roestvrij gelaagd staal, roestvrij ferrietstaal of aluminium met speciale bodemZo kunt u vaststellen of uw pan geschikt is:Voer de hierna beschreven magneettest uit of kijk of de pan het symbool voor het koken met inductiestroom draagt. Magneettest:Ga met een magneet over de bodem van uw pan. Wordt de magneet aangetrokken, dan kunt u de pan op de inductiekookplaat gebruiken.
Opmerking:Bij het gebruik van sommige pannen die geschikt zijn voor inductie, kunnen geluiden optreden, die te wijten zijn aan de bouwwijze van deze pannen. Fout: de panbodem is gewelfd. De temperatuur kan door de elektronica niet correct worden bepaald. 4. 7 Tips om energie te besparenHier vindt u enkele belangrijke aanwijzingen om zuinig en effi ciënt met uw nieuwe inductiekookplaat en uw kookgerei om te gaan. • De panbodemdiameter moet even groot zijn als de kookzonediameter. • Bij de aankoop van pannen dient u er rekening mee te houden dat vaak de bovenste pandiameter wordt vermeld. Die is meestal groter dan de panbodem. • Snelkookpannen zijn door de gesloten kookruimte en de overdruk bijzonder tijdbesparend en zuinig. Door de korte bereidingsduur blijven vitamines bewaard.
Een grote, nauwelijks gevulde pan verbruikt veel energie. 4. 8 KookstandenHet verwarmingsvermogen van de kookzones kan in meerdere standen worden ingesteld. In de tabel vindt u toepassingsvoorbeelden voor de verschillende standen. Kookstand Toepassing01-234-567-89PUIT-stand, benutting van de restwarmteVerder koken van kleine hoeveelhedenDoorkokenGaar koken van grote hoeveelheden, gaar braden van grote stukkenBraden, bechamelsaus makenBradenAan de kook brengen, aanbraden, bradenPowerstand (hoogste vermogen)Bij kookpannen zonder deksel moet ev. een hogere kookstand worden gekozen. 4. 9 Restwarmteweergave De keramische kookplaat is met een restwarmteweergave H uitgerust. Zolang de H na het uitschakelen brandt, kan de restwarmte worden gebruikt om te smelten en om gerechten warm te houden. Na het uitdoven van de letter H kan de kookzone nog heet zijn. Er bestaat gevaar voor verbranding.
Bediening kookveld9NL4.10 Bediening van de toetsenDe hier beschreven besturing verwacht na het bedienen van een (keuze-) toets daarna de bediening van een volgende toets.De volgende toets moet principieel binnen 10 seconden worden bediend, anders wordt de keuze geannuleerd. De plus-/min-toetsen kunnen apart worden aangeraakt of ingedrukt gehouden worden.Kookplaat en kookzone inschakelen1. Zo lang op de Aan/Uit-toets drukken tot de kookstandweergaven 0 aantonen. De besturing is klaar voor gebruik.2. Vervolgens op een kookzonekeuzetoets drukken (bijv. voor vooraan). De geselecteerde kookstandweergave is helder verlicht.3. Met de plus-toets of min-toets een kookstand kiezen. Door de plus-toets wordt de kookstand 1 ingeschakeld, door de min-toets de kookstand 9.4. Meteen daarna voor inductie geschikt kookgerei op de kookzone plaatsen. De panherkenning schakelt de inductiespoel in.
De pan wordt verwarmd.Zolang er geen metalen pan op de kookzone wordt geplaatst, verschijnt het symbool .Zonder pan wordt de kookzone om veiligheidsredenen na 10 minuten uitgeschakeld. Meer hierover in het hoofdstuk „panherkenning”.Om tegelijk op andere kookzones te koken de punten 2 tot 4 herhalen.Kookzone uitschakelen5. Op de gewenste kookzonekeuzetoets drukken (bijv. voor vooraan). De geselecteerde kookstandweergave is helder verlicht.6. a) Meermaals op de min-toets drukken tot de kookstandweergave 0 aantoont, ofb) Op de Aan/Uit-toets drukken. De volledige kookplaat wordt uitgeschakeld (alle kookzones worden uitgeschakeld).Kookplaat uitschakelen7. Op de Aan/Uit-toets drukken. De kookplaat wordt onafhankelijk van de instelling volledig uitgeschakeld.geschikt voor inductie
Bediening kookveld10NL4.11 Powerstand (indien aanwezig)De powerstand stelt extra vermogen voor de inductiekookzones ter beschikking. Een grote hoeveelheid water kan snel aan de kook worden gebracht.De powerstand werkt gedurende 5 minuten, vervolgens wordt automatisch naar kookstand 9 teruggeschakeld.1. De kookplaat inschakelen.2. Vervolgens op een kookzonekeuzetoets drukken (bijv. voor achteraan ). De geselecteerde kookstandweergave is helder verlicht.3. Eén keer op de min-toets drukken om de hoogste kookstand 9 in te stellen.4. Eén keer op de plus-toets drukken om de powerstand te activeren. In de kookstandweergave verschijnt een P.5. Na 5 minuten wordt de powerstand automatisch uitgeschakeld. De P verdwijnt en er wordt naar kookstand 9 teruggeschakeld.Opmerkingen:• Om de powerstand vervroegd uit te schakelen, op de min-toets drukken.• Opgelet, gevaar voor oververhitting!
Geen olie/frituurvet met de powerstand heet maken.4.12 Brugfunctie (indien aanwezig)De voorste en de achterste kookzone kunnen voor het koken aaneengeschakeld worden (brugfunctie). Daardoor kunnen grote pannen worden gebruikt.1. De kookplaat inschakelen.2. Om de brugfunctie in te schakelen het sensorveld van de voorste en achterste kookzone gelijktijdig aanraken.De brugfunctie is ingeschakeld, het symbool verschijnt.Met de plus-toets of min-toets een kookstand kiezen.3. Om de combinatie te desactiveren opnieuw op beide toetsen tegelijk drukken of de kookplaat uitschakelen.OpmerkingenDe braadslede of de pan moet de gebruikte kookzones ten minste voor de helft bedekken om door de panherkenning te worden herkend!
Bediening kookveld11NL4.13 KinderbeveiligingDe kinderbeveiliging moet verhinderen dat kinderen de kookplaat per ongeluk of opzettelijk inschakelen. Hiervoor wordt de bediening geblokkeerd.Kinderbeveiliging inschakelen1. Op de Aan/Uit-toets drukken om de kookplaat in te schakelen.2. Meteen daarna gelijktijdig op de min-toets en de kookzonekeuzetoets achter drukken.3. Vervolgens op de kookzonekeuzetoets achter drukken om de kinderbeveiliging te activeren.In de kookstandweergaven verschijnt een L voor Child-Lock; de bediening is geblokkeerd en de kookplaat wordt uitgeschakeld.Kinderbeveiliging uitschakelen4. Op de Aan/Uit-toets drukken.5. Meteen daarna gelijktijdig op de min-toets en de kookzonekeuzetoets achter drukken.6. Vervolgens op de min-toets drukken om de kinderbeveiliging uit te schakelen.
De L verdwijnt.Kinderbeveiliging slechts voor één kookproces uitschakelenVoorwaarde: de kinderbeveiliging is volgens punt 1-3 ingeschakeld.• Op de Aan/Uit-toets drukken.• Meteen daarna gelijktijdig op de min-toets en de kookzonekeuzetoets achter drukken.Nadat de L is verdwenen kan door de gebruiker een kookzone ingeschakeld worden.• Na het uitschakelen van de kookplaat is de kinderbeveiliging weer actief (ingeschakeld).OpmerkingBij een stroomstoring wordt de ingeschakelde kinderbeveili-ging niet opgeheven, d.w.z.
ze blijft behouden (geactiveerd).4.14 PowermanagementTelkens twee kookzones zijn – om technische redenen – tot een module gecombineerd en beschikken over een maximaal vermogen.Als deze vermogensgrens bij het inschakelen van een hoge kookstand of de powerfunctie wordt overschreden, reduceert het powermanagement de kookstand van de bijbehorende module-kookzone.De aanwijzing van deze kookzone knippert eerst, daarna wordt de maximaal mogelijke kookstand constant getoond.
Bediening kookveld12NL4. 15 Automatische uitschakeling (timer)Door de automatische uitschakeling wordt elke ingeschakelde kookzone na een instelbare tijd automatisch uitgeschakeld. Er kunnen kooktijden van 01 tot 99 minuten worden ingesteld. 1. De kookplaat inschakelen. Een of meer kookzones inschakelen en gewenste kookstanden kiezen. 2. Zo vaak tegelijkertijd op de plus-toets en de min-toets drukken tot het controlelampje (decimale punt) van de gewenste kookzone brandt. De achterste kookstandweergaven tonen 00 aan, de voorste gaan uit. 3. Meteen daarna met de plus-toets of min-toets een kooktijd invoeren. Om de automatische uitschakeling voor nog een kookzone te programmeren, zo vaak tegelijk op de plus-toets en de min-toets drukken tot het controlelampje (decimale punt) van de overeenkomstige kookstandweergave brandt. 4. Na afl oop van de tijd wordt de kookzone uitgeschakeld.
Er is een tijd lang een signaal te horen, dat kan worden uitgeschakeld door op een willekeurige toets (behalve de Aan/Uit-toets) te drukken. Opmerkingen• Ter controle van de verstreken tijd (automatische uitschakeling) zo vaak tegelijk op de plus-toets en de min-toets drukken, tot het controlelampje (decimale punt) van de overeenkomstige kookstandweergave brandt. De aangetoonde waarde kan afgelezen en veranderd worden. • Automatische uitschakeling vervroegd wissen: de respectievelijke kookzone selecteren en met de min-toets 0 instellen. 4. 16 Kookwekker (eierwekker)(kookzone uitgeschakeld)1. De kookplaat inschakelen. 2. Eén keer tegelijkertijd op de plus-toets en min-toets drukken. De achterste kookstandweergaven tonen 00 aan. De voorste kookstandweergaven gaan uit. 3. Meteen daarna met de plus-toets of min-toets de tijd in minuten instellen. 4.
Na afl oop van de tijd is er een tijd lang een signaal te horen, dat kan worden uitgeschakeld door op een willekeurige toets (behalve de Uit-toets) te drukken.
Reiniging en onderhoud14NL6 Reiniging en onderhoud• Vóór het reinigen de kookplaat uitschakelen en laten afkoelen. • De keramische kookplaat mag in geen geval met een stoomreinigingsapparaat of dergelijke worden schoongemaakt. • Bij het reinigen erop letten dat slechts kort over de Aan/Uit-toets wordt geveegd. Op die manier wordt vermeden dat de kookplaat per ongeluk wordt ingeschakeld. 6. 1 Keramische kookplaatBelangrijk. Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen zoals grove schuurmiddelen, krassende pannenreinigers, roest- en vlekkenverwijderaar enz. Reiniging na gebruik1. Maak de hele kookplaat altijd schoon als ze vuil is – het beste telkens na gebruik. Gebruik hiervoor een vochtige doek en wat afwasmiddel. Daarna wrijft u de kookplaat met een schone doek droog, zodat er geen resten van afwasmiddel op het oppervlak achterblijven. Wekelijks onderhoud2.
Reinig en onderhoud de kookplaat een keer in de week grondig met gebruikelijke reinigingsproducten voor vitrokeramiek. Houdt u zich in elk geval aan de instructies van de fabrikant. De reinigingsproducten vormen bij het aanbrengen een beschermend laagje dat water en vuil tegenhoudt. Alle verontreinigingen blijven op deze laag zitten en kunnen daarna veel gemakkelijker worden verwijderd. Vervolgens met een schone doek droogwrijven. Er mogen geen resten van reinigingsmiddelen op het oppervlak achterblijven, omdat ze bij het opwarmen agressief reageren en het oppervlak veranderen. 6. 2 Speciale verontreinigingenSterk verontreinigingen en vlekken (kalkvlekken, parelmoerachtig glanzende vlekken) kunt u het best verwijderen als de kookplaat nog lauwwarm is. Gebruik hiervoor gebruikelijke reinigingsmiddelen. Ga daarbij te werk zoals onder punt 2 beschreven.
Ingebrande suiker en gesmolten kunststof verwijdert u meteen – zolang ze nog heet zijn – met een glasschraper. Daarna de kookplaat reinigen zoals onder punt 2 beschreven. Zandkorrels die mogelijk tijdens het aardappelen schillen of sla schoonmaken op de kookplaten vallen, kunnen bij het verschuiven van pannen krassen veroorzaken. Let er dus op dat er geen zandkorrels op het oppervlak blijven liggen. Kleurveranderingen van de kookplaat hebben geen invloed op de werking en de stevigheid van de vitrokeramiek. Het gaat hierbij niet om een beschadiging van de kookplaat, maar om niet verwijderde en daarom ingebrande resten. Glanzende plekken ontstaan door slijtage van de panbodem, in het bijzonder bij het gebruik van kookgerei met een aluminium bodem of door ongeschikte reinigingsmiddelen. Ze kunnen slechts moeizaam met gebruikelijke reinigingsmiddelen worden verwijderd.
Eventueel de reiniging meermaals herhalen. Door het gebruik van agressieve reinigingsmiddelen en door schurende panbodems wordt het decor in de loop van de tijd afgeschuurd en ontstaan er donkere vlekken.
Wat te doen bij problemen. 15NL7 Wat te doen bij problemen. Ongekwalifi ceerde ingrepen en reparaties aan het apparaat zijn gevaarlijk omdat er gevaar voor stroomstoten en kortsluiting bestaat. Om lichamelijk letsel en schade aan het toestel te voorkomen, moeten ze worden vermeden. Daarom mogen dergelijke werkzaamheden alleen door een elektrotechnicus, bijv. van de technische klantenservice, worden uitgevoerd. Denk eraanAls er aan uw apparaat storingen optreden, controleer dan eerst aan de hand van deze gebruiksaanwijzing of u de oorzaken niet zelf kunt verhelpen. Hierna vindt u tips voor het verhelpen van storingen. De zekeringen vallen meermaals uit. • Neem contact op met de klantenservice of een elektromonteur. De kookplaat heeft barsten of breuken. • Bij breuken, barsten, scheuren of andere beschadigingen aan de keramische kookplaat bestaat gevaar voor elektrische schokken.
Het toestel onmiddellijk buiten gebruik nemen. Onmiddellijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klantenservice. De inductiekookplaat kan niet worden ingeschakeld. • Heeft de zekering van de huisinstallatie (zekeringenkast) gereageerd. • Is het netsnoer aangesloten. • Is de kinderbeveiliging ingeschakeld, d. w. z. wordt er een L aangetoond. • Zijn de sensoren gedeeltelijk door een vochtige doek, vloeistof of een metalen voorwerp bedekt. A. u. b. verwijderen. • Wordt verkeerd kookgerei gebruikt. Zie hoofdstuk „Servies voor inductiekookplaat”. De kookplaat c. q. de kookzone is plots uitgeschakeld. • Hebt u per ongeluk op de Aan/Uit-toets gedrukt. • Zijn de sensoren gedeeltelijk door een vochtige doek, vloeistof of een metalen voorwerp bedekt. Een signaaltoon weerklinkt gedurende een beperkte tijd. Na een paar seconden wordt er uitgeschakeld. A. u. b.
het voorwerp van de sensortoetsen halen. • Heeft de veiligheidsuitschakeling gereageerd, d. w. z. een kookstand werd langer dan een bepaalde tijd ongewijzigd gebruikt.
Zie hoofdstuk Gebruiksduurbeperking. Het pansymbool verschijnt. • Er werd een kookzone ingeschakeld en de kookplaat verwacht dat er een geschikte pan wordt opgezet (panherkenning). Pas dan wordt er energie afgegeven. Het pansymbool blijft verschijnen, hoewel er een pan werd opgezet. • De pan is niet geschikt voor inductie of heeft een te kleine diameter. LED voor de kookstanden of voor de restwarmtever-klikker H brandt niet of slechts af en toe. • LED defect. Service contacteren. Gevaar voor verbranding omdat er niet meer voor hoge temperaturen wordt gewaarschuwd. Het symbool of Er03 knippert en er is gedurende een bepaalde tijd een signaal te horen. • Er is een permanente activering van de touch-control-sensortoetsen door overgekookte levensmiddelen, kookgerei of andere voorwerpen. Oplossing: het oppervlak schoonmaken of het voorwerp verwijderen.
Om het symbool te wissen, op dezelfde toets drukken of de kookplaat uit- en inschakelen. De foutcode E2 wordt getoond. • De elektronica is te heet. De inbouwsituatie van de kookplaat controleren, in het bijzonder op voldoende ventilatie letten. Zie hoofdstuk Oververhittingsbeveiliging. De foutcode E8 wordt getoond. • Fout aan de ventilator rechts of links. De aanzuigopening is geblokkeerd of afgedekt, of de ventilator is defect. De montage van de kookplaat controleren, in het bijzonder op voldoende ventilatie letten. Zie hoofdstuk Ventilatie. De foutcode U400 wordt getoond. • De kookplaat is verkeerd aangesloten. De besturing wordt na 1s uitgeschakeld en er is een continu signaal te horen. De correcte netspanning aansluiten. Er wordt een foutcode (ERxx of Ex) getoond. • Er is een technisch defect. A. u. b. contact opnemen met de service.
De kookplaat maakt geluiden (klikkende of krakende geluiden) of bij het inschakelen van de kookplaat is gezoem te horen. • Dat heeft een technische oorzaak en heeft geen invloed op de kwaliteit en de werking. De koelventilator blijft na het uitschakelen nog lopen.
• Dat is normaal omdat de elektronica wordt afgekoeld. De gebruikte kookpannen maken geluid. • Dat heeft een technische oorzaak; er bestaat geen gevaar voor de inductiekookplaat of de pan. Pulserend kookgedrag. • De inductie-elementen kunnen hun vermogen slechts tot op een bepaalde kookstand reduceren. Onder deze kookstand begint het verwarmingselement in fasen te werken. Dat betekent dat het inductie-element naargelang van de gekozen kookstand in een bepaald interval in- en weer uitgeschakeld wordt. Dit ritmisch gedrag is hoorbaar en wordt bij het koken door het opstijgen en verdwijnen van luchtbellen op de panbodem zichtbaar. Het pulserend kookgedrag op bepaalde kookstanden is normaal en heeft geen negatieve invloed op het kookresultaat. Oplossing: Indien mogelijk potten en pannen met een dikke bodem en dus een goede warmteaccumulatie en -verdeling gebruiken.
Montagehandleiding16NL8 Montagehandleiding8. 1 Veiligheidsinstructies voor de keukenmeubelmonteur• Het fi neer, de lijm of de kunststofbekleding van de aangrenzende meubels moeten temperatuurbestendig zijn (min. 75°C). Als het fi neer en de bekleding onvoldoende temperatuurbestendig zijn, kunnen ze vervormen. • Bij het ingebouwde toestel mag geen contact mogelijk zijn met onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan. • Het gebruik van muurstrips van massief hout op het werkblad achter de kookplaat is toegelaten voor zover de minimumafstanden volgens de inbouwtekeningen worden gerespecteerd. • De minimumafstanden aan de achterkant van de kookplaatuitsparingen moeten volgens de inbouwtekening worden gerespecteerd. • Bij het inbouwen naast een hoge kast is een veiligheidsafstand van minstens 50 mm vereist. De zijkant van de hoge kast moet met warmtebestendig materiaal worden bekleed.
Om goed te kunnen werken dient de afstand echter ten minste 300 mm te bedragen. • Het verpakkingsmateriaal (plastic folie, piepschuim, spijkers, enz. ) moet uit de buurt van kinderen worden gehouden omdat deze delen mogelijke risicobronnen vormen. Kleine onderdelen kunnen worden ingeslikt en bij folie bestaat er verstikkingsgevaar. 8. 2 Ventilatie• De inductiekookplaat is voorzien van een ventilator die automatisch aan- en uitgaat. Als de temperatuurwaarden van de elektronica een bepaalde drempel overschrijden, start de ventilator met lage snelheid. Wordt de inductiekookplaat intensief gebruikt, dan schakelt de ventilator over naar een hogere snelheid. Als de elektronica voldoende is afgekoeld, reduceert de ventilator zijn snelheid en schakelt automatisch uit.
• Als het vermogen van een kookzone regelmatig vanzelf gereduceerd of uitgeschakeld wordt (zie hoofdstuk 'Oververhittingsbeveiliging'), is de koeling waarschijnlijk onvoldoende. In dat geval is het aanbevolen de achterwand van de onderkast ter hoogte van de uitsparing in het werkblad te openen en de voorste dwarslijst van het meubel over de gehele breedte van de kookplaat te verwijderen, zodat een betere luchtcirculatie mogelijk is. min. 5 mm min. 20 mm min. 5 mm min. 20 mmmin. 30 mm min. 30 mmVoor een betere ventilatie van de kookplaat wordt vooraan een luchtspleet van 5 mm aanbevolen. 8. 3 MontageBelangrijke opmerkingen• Eventuele dwarslijsten onder het werkblad moeten tenminste ter hoogte van de uitsparing in het werkblad worden verwijderd. • Als bij inbouwfornuizen de pyrolysefunctie wordt gebruikt, mag de inductiekookplaat niet worden gebruikt.
• Bij de inbouw boven een lade moet erop worden gelet dat er geen puntige voorwerpen in de lade worden bewaard. Die kunnen anders aan de onderkant van de kookplaat blijven haken en de lade blokkeren. • Als er zich een tussenbodem onder de kookplaat bevindt, moet de minimale afstand tot de onderkant van de kookplaat 20 mm bedragen om voldoende ventilatie van de kookplaat te garanderen. • De kookplaat mag niet boven koelkasten, vaatwassers, wasmachines of droogkasten worden ingebouwd. • Om brand te vermijden, moet erop worden gelet dat geen brandgevaarlijke, licht ontvlambare of door warmte vervormbare voorwerpen direct naast of onder de kookplaat worden geplaatst of gelegd. KookplaatafdichtingVóór het inbouwen moet de meegeleverde kookplaatafdichting zonder onderbreking worden ingelegd.
• U moet verhinderen dat er tussen de rand van de kookplaat en het werkblad of tussen het werkblad en de muur vloeistoff en in de daaronder ingebouwde elektrische apparaten kunnen indringen. • Bij inbouw van de kookplaat in een oneff en werkblad, bijv. met een keramisch of vergelijkbaar oppervlak (tegels enz.
) moet de pakking, die zich evt. aan de kookplaat bevindt, worden verwijderd. In de plaats daarvan moet de verbinding tussen kookplaat en werkblad met plastische afdichtmaterialen (kit) worden afgedicht. • De kookplaat in geen geval met silicone vastkleven. Anders is het later niet meer mogelijk de kookplaat weer te verwijderen zonder ze te vernielen. Uitsparing in het werkbladDe uitsparing in het werkblad moet zo nauwkeurig mogelijk met een goed, recht zaagblad of een bovenfrees worden uitgezaagd. De snijvlakken dienen daarna te worden verzegeld zodat er geen vocht kan binnendringen. De uitsparing voor de kookplaat wordt volgens de afbeeldingen uitgezaagd. De keramische kookplaat moet absoluut horizontaal en op gelijke hoogte met het werkblad liggen. Eventuele spanningen kunnen de glazen plaat doen breken. Controleren of de pakking van de kookplaat correct zit en volledig afsluit.
Montagehandleiding17NLPlaatstrip• De kookplaat inzetten en justeren.• Aan de onderkant de plaatstrips met schroeven aan de voorziene bevestigingsgaten inzetten, justeren en vastzetten.• De schroeven alleen met een schroevendraaier met de hand vastzetten; geen elektrische schroevendraaier gebruiken.• Bij dunne werkbladen op de juiste positie van de plaatstrip letten. • Als een bevestiging van de plaatstrip bij zeer dunne werkbladen niet meer mogelijk is, moet ter hoogte van de plaatstrip een lat onder het werkblad worden geplaatst.Belangrijk:Als de keramische kookplaat scheef zit of spant, bestaat er verhoogd breukgevaar bij de montage!Minimumafstand tot naburige wandenUitfreesmaatBuitenafmetingen kookplaatKabeldoorvoer door de achterwandInbouwhoogte[mm]
Montagehandleiding18NL8. 4 Elektrische aansluitingWAARSCHUWING VOOR ELEKTRISCHE ENERGIE. ER BESTAAT LEVENSGEVAAR. In de buurt van dit symbool zijn onder spanning staande onderdelen aangebracht. Afdekkingen die hiermee gemarkeerd zijn, mogen uitsluitend door een erkende elektromonteur worden verwijderd. • De elektrische aansluiting mag uitsluitend door een erkend vakman worden uitgevoerd. • De wettelijke voorschriften en aansluitvoorwaarden van de plaatselijke elektriciteitsmaatschappij moeten strikt worden nageleefd. • Bij het aansluiten van het apparaat moet een installatie worden voorzien die het mogelijk maakt het apparaat met een contactopeningswijdte van ten minste 3 mm met alle polen van het net te scheiden. Geschikte scheidingsinstallaties zijn LS-schakelaars, zekeringen en contactoren. Bij aansluiting en reparatie het toestel met een van deze installaties stroomloos maken.
• De aardleider moet zo lang zijn dat hij bij het begeven van de trekontlasting pas na de stroomvoerende aders van de aansluitkabel met trekkracht wordt belast. • De overtollige kabellengte moet uit de inbouwzone onder het toestel worden getrokken. • U moet er ook op letten dat de netspanning met de op het typeplaatje aangegeven netspanning overeenstemt. • Bij het ingebouwde toestel mag geen contact mogelijk zijn met onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan. • Let op: Door een verkeerde aansluiting kan de vermogenselektronica worden vernield. • Het apparaat is alléén toegelaten voor een vaste aansluiting. Het mag niet met een geaard stopcontact worden aangesloten.
AansluitwaardenNetspanning: 220-240V ~, 50/60 HzNominale componentenspanning: 220-240VGeen aansluitkabel standaard aanwezig• Om de aansluiting uit te voeren moet het deksel van de aansluitdoos aan de onderkant van het apparaat worden losgemaakt om zo de aansluitklem te bereiken. Na de aansluiting moet het deksel weer vastgemaakt en de aansluitleiding met de snoerklem beveiligd worden.
• De aansluitleiding moet minstens van het type H05 RR-F zijn. Aansluitkabel standaard aanwezig• De kookplaat is bij levering met een temperatuurbestendige aansluitkabel uitgerust. • De aansluiting op het net wordt volgens het aansluitschema uitgevoerd, tenzij de aansluitkabel al met een stekker is uitgerust. • Als de netaansluitkabel van dit apparaat wordt beschadigd, moet hij door een speciale aansluitkabel worden vervangen. Om risico’s te vermijden mag dit alleen door de fabrikant of zijn klantenservice gebeuren.
Buitenbedrijfstelling, afvoer19NL9 Buitenbedrijfstelling, afvoer9. 1 BuitenbedrijfstellingAls het apparaat ooit is uitgediend, vindt de buitenbedrijfstelling plaats. • Schakel de zekering in de huisinstallatie uit om het risico op elektrische schokken uit te sluiten. • Voer de kookplaat na de demontage milieuvriendelijk af. 9. 2 Verwijderen van de verpakkingVerwijder de transportverpakking op een zo milieubewust mogelijke manier. De recyclage van het verpakkingsmateriaal bespaart grondstoff en en vermindert de afvalberg. 9. 3 Verwijderen van oude apparatenHet symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als huishoudafval mag worden behandeld. Het moet echter naar een plaats worden gebracht waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled. Door dit product correct te verwijderen, draagt u bij aan de bescherming van het milieu en de volksgezondheid.
Het milieu en de volksgezondheid worden in gevaar gebracht door het product verkeerd te verwijderen. Voor meer details in verband met het recyclen van dit product, kunt u het beste contact opnemen met de gemeentelijke instanties, het bedrijf of de dienst belast met de verwijdering van huishoudafval of de winkel waar u het product hebt gekocht. 8. 5 Technische gegevensAfmetingen kookplaathoogte/ breedte/ diepte. mm 55x380x520Kookzonesvoor. cm / kWachter. cm / kW20x24/ 1,6 (1,85)20x24/ 2,1 (3,0)Brugfunctie. cm / kW 40x24/ 3,7Kookplaat. kW 3,7* Vermogen bij ingeschakelde powerstandAfmetingen kookplaathoogte/ breedte/ diepte. mm 55x380x520Kookzonesvoor. cm / kWachter. cm / kW16/ 1,420/ 2,3 (3,0)*Kookplaat. kW 3,7* Vermogen bij ingeschakelde powerstand8.
6 InbedrijfstellingNa het inbouwen van de kookplaat en na het inschakelen van de voedingsspanning (aansluiting op het net) vindt eerst een zelftest van de besturing plaats en verschijnt er een service-informatie voor de klantenservice.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Novy Domino 3784 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis Novy
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis