Novy 4100 Handleiding


Pagina's 26 Deutsch, Français, Nederlands Koelkast

Bekijk de handleiding van Novy 4100 gratis online of download de PDF. 24 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

D
F
NL
7082 616-00 IKS..1/3 0307
Gebrauchsanweisung
für Einbaukühlgeräte
Consignes d'utilisation
Réfrigérateurs encastrables
Gebruiksaanwijzing
voor inbouwkoelkasten
D 4100
D 4120
D 4129

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Novy
Categorie: Koelkast
Model: 4100
Apparaatplaatsing: Ingebouwd
Kleur van het product: Wit
Deurscharnieren: Links
Ingebouwd display: Nee
Breedte: 890 mm
Diepte: 550 mm
Hoogte: 570 mm
Netbelasting: - W
Geluidsniveau: - dB
Jaarlijks energieverbruik: 120.4 kWu
Energie-efficiëntieklasse (oud): A+
Geschikt voor paneelaanpassing: Nee
Nettocapaciteit koelkast: - l
Brutocapaciteit koelkast: 155 l
Koelkast binnenverlichting: Ja
Aantal planken koelkast: 4
Eierenrekje: Nee
Flessenrek: Nee
No Frost system: Ja
Automatisch ontdooien (koelkast): Ja
Totale brutocapaciteit: 155 l
Ingebouwde vriezer: Nee
Stroomvoorziening: 220-240V, 0.8 A
Aantal compressors koelkast: 1
Ingebouwde functie: Nee
Multi-luchtwegsysteem: Nee
Water dispenser: Nee
Ijsblokjeshouder: Nee

Handleiding Novy 4100 – volledige tekst

3IKS. 1NL* afhankelijk van model en uitvoeringBepalingenW Het apparaat werd ontworpen voor het koelen en in het vriesvak* invriezen en bewaren van levens-middelen evenals het maken van ijs. Het is bestemd voor huishoudelijk gebruik. Bij profes-sioneel gebruik (in de horeca, detailhandel enz. ) moeten de op de betreffende bedrijfstak van toepassing zijnde voorschriften worden nageleefd. W Het apparaat is ontworpen voor een bepaalde klimaat-klasse d. w. z. een minimale omgevingstemperatuur waar-onder en een maximale omgevingstemperatuur waarbo-ven het apparaat niet gebruikt mag worden. U vindt de klimaatklasse van het apparaat op het typeplaatje.

Hierbij worden de volgende afkortingen gebruikt: Klimaatklasse ontworpen voor omgevingstemperaturen van _________________________________________ SN +10 °C tot +32 °C N +16 °C tot +32 °C ST +18 °C tot +38 °C T +18 °C tot +43 °C- Het koelmiddelcircuit werd op lekkages gecontroleerd. - Het apparaat voldoet aan alle van toepassing zijnde veiligheidsbepalingen en de EG-richtlijnen 2006/95/EG en 2004/108/EG. Tips voor energiebesparingW Houd de ventilatieopeningen vrij. W Laat de deur nooit onnodig lang open staan. W Plaats de levensmiddelen soort bij soort in het apparaat; houdt u aan de maximale bewaartijd. W Bewaar alle levensmiddelen goed verpakt of afgedekt; rijpvorming wordt zo voorkomen. W Laat warme gerechten eerst tot kamertemperatuur afkoe-len voordat u ze in het apparaat plaatst. W Laat diepvriesproducten in het koelgedeelte ontdooien.

W Ontdooi het vriesvak* zodra zich een dikkere laag ijs ge-vormd heeft. Het apparaat vriest dan beter en zuiniger. Wij feliciteren u met uw nieuwe apparaat. Door uw aankoop heeft u gekozen voor alle voordelen van de modernste koudetechniek, die u een hoogwaardige kwaliteit, een lange levensduur en een hoge bedrijfszekerheid garandeert. De uitvoering van uw apparaat biedt u elke dag opnieuw optimaal bedieningscomfort.

Met dit apparaat, gefabriceerd met milieuvriendelijke technieken en recyclebare materialen, leveren u en wij geza-menlijk een actieve bijdrage aan het behoud van ons milieu. Lees, om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen, a. u. b. de informatie in deze gebruiksaanwijzing aandachtig door. Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe apparaat. Inhoud pag. Gebruiksaanwijzing Het apparaat in vogelvlucht. 26 2 Typeplaatje. 2 Inhoud. 3 Bepalingen. 3 Energiebesparing. 3Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 4 Aanwijzing m. b. t. afdanken. 4 Inbouw- en ventilatie-aanwijzing. 4Ingebruikneming en controlepaneel. 5 Aansluiten. 5 In- en uitschakelen. 5 Temperatuur instellen. 5 SuperCool. 5Verdelen, aanpassen. 6 Verdelen van de levensmiddelen. 6 Indeling aanpassen. 6Vriesvak*. 7 Invriezen. 7 Bewaarinstructies. 7 IJsblokjes maken. 7Ontdooien, reinigen. 8Storingen - Problemen.

4IKS. 1* afhankelijk van model en uitvoeringVeiligheidsinstructies en waarschuwingenAanwijzing m. b. t. afdankenDe verpakking is van recyclebare materialen gefabri-ceerd. - Golfkarton/karton- Voorgevormde delen van geschuimd polystyreen- Folies van polyetheen- Spanbanden van polypropeen• Verpakkingsmateriaal is geen speelgoed voor kinde-ren - verstikkingsgevaar door folies. • Breng a. u. b. de verpakking naar een officiële inzamelpunt. Het afgedankte apparaat bevat nog waardevolle materialen en moet gescheiden van het ongesor-teerde afval worden afgevoerd. • Afgedankte apparaten onbruikbaar maken: trek de stekker uit het stopcontact, snijd het netsnoer door en zet de sluiting buiten werking zodat kinderen zich niet kunnen opsluiten. • Let erop dat het koelmiddelcircuit tijdens het transport van het afgedankte apparaat niet wordt beschadigd.

• Informatie over het gebruikte koelmiddel vindt u op het typeplaatje. • Het recyclen van afgedankte apparaten moet vakkundig ge-beuren overeenkomstig de plaatselijk geldende voorschriften en wetten. Technische veiligheidW Om persoonlijk letsel en materiële schade te voor-komen, het apparaat alleen verpakt transporteren en met twee personen neerzetten. W Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maar brandbaar. W Leidingen van het koelmiddelcircuit niet beschadigen. Eruit spuitend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken of ontbranden. W Wanneer koelmiddel vrijkomt, dan open vuur of ontste-kingsbronnen in de nabijheid van het lekpunt verwijderen, stekker uit het stopcontact trekken en de ruimte goed ventileren. W Bij schade aan het apparaat onmiddellijk - voor het aan-sluiten - bij de leverancier reclameren.

W In geval van een storing het apparaat van het net loskop-pelen: stekker uit het stopcontact trekken (hierbij niet aan de aansluitkabel trekken) of zekering laten aanspringen resp. eruit draaien. W Reparaties en ingrepen aan het apparaat alleen door de technische dienst laten uitvoeren, daar anders aanzienlijke gevaren voor de gebruiker ontstaan. Hetzelfde geldt voor het vervangen van het netsnoer. Veiligheid bij gebruikW Bewaar geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijfgassen, zoals butaan, propaan, pentaan enz. , in het apparaat. Eventueel vrijkomende gassen zouden door elektrische componenten kunnen ontbranden. U herkent dergelijke spuitbussen aan de erop gedrukte inhoudsvermelding of aan een vlamsymbool. W Producten met een hoog percentage alcohol alleen goed afgesloten en staande bewaren.

W In het inwendige van het apparaat geen open vuur of ont-stekingsbronnen gebruiken. W Geen elektrische apparaten binnen het apparaat gebrui-ken (bijv. stoomreinigingsapparatuur, verwarmingsappara-tuur, ijsmakers enz. ). W Plint, laden, deuren enz. niet als voetensteun of om te leunen misbruiken. W Dit apparaat is niet bedoeld voor personen (ook kinde-ren) met fysieke, sensorische of mentale gebreken of personen, die niet over voldoende ervaring en kennis beschikken, tenzij zij door een persoon, die voor hun vei-ligheid verantwoordelijk is, in het gebruik van het apparaat worden onderwezen of die aanvankelijk toezicht uitoefent. Kinderen mogen niet zonder toezicht achterblijven om te voorkomen dat ze met het apparaat spelen. W Voorkom voortdurend huidcontact met koude oppervlak-ken of te koelen/te bevriezen levensmiddelen want dat kan een pijnlijk of dof gevoel en bevriezing veroorzaken.

Bij langdurig huidcontact veiligheidsmaatregelen treffen, bijv. handschoenen dragen. W Consumptie-ijs, met name waterijs of ijsblokjes, na het eruit nemen niet onmiddellijk en niet te koud consumeren. Door de lage temperaturen bestaat "Gevaar voor verbran-ding".

W Consumeer geen levensmiddelen die over de datum zijn, ze kunnen een voedselvergiftiging veroorzaken. Inbouw- en ventilatie-aanwijzingW Vermijd standplaatsen direct in het zonlicht, naast het fornuis, de radiator en dergelijke. W Dek de ventilatieopeningen nooit af. Zorg al-tijd voor een goede luchttoevoer en -afvoer. W De plaatsingsruimte van uw apparaat moet vol-gens de norm EN 378 pro 8 g koelmiddelmassa R 600a 1 kubieke m bezitten zodat er in geval van een lekkage in het koelmiddelcircuit geen ontvlambare gas-lucht-mengeling in de plaatsingsruimte van het apparaat kan ontstaan. Informatie over de hoeveelheid koelmiddel vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het ap-paraat. W Het koel-/vriesapparaat enkel in stabiele meubelstukken inbouwen. W Neem de aanwijzingen van de bijgevoegde inbouwhand-leiding in acht.

5IKS. 1NL* afhankelijk van model en uitvoeringWij adviseren u om het apparaat te reinigen voordat u het in gebruik neemt (zie verder onder "Reinigen"). Schakel het apparaat met het vriesvak ongeveer 2 uur voor-dat u de eerste levensmiddelen erin plaatst in. AansluitenStroomsoort (wisselstroom) en spanningop de opstellingsplaats moeten met de informatie op het typeplaatje overeenstemmen. Het typeplaatje be-vindt zich aan de linker binnenkant, afb. AW Het apparaat alleen via een correct geïnstalleerd randaardestopcontact aansluiten. W Het stopcontact moet d. m. v. een zekering van 10 A of zwaarder beveiligd zijn, buiten de achterzijde van het ap-paraat liggen en goed toegankelijk zijn. W Het apparaat niet- op stand-alone ondulatoren aansluiten,- in combinatie met zgn.

energiebesparingsstekkers gebrui-ken - de elektronica kan beschadigd worden,- samen met andere elektrische apparaten via een verdeel-lijst of een verlengkabel aansluiten - oververhittings- en brandgevaar. W Bij het loshalen van het netsnoer van de achterzijde van het apparaat de verwijderen, om rammelen kabelhouderte voorkomen. In- en uitschakelen, afb. A1W Draai de groef van de temperatuurrege-Inschakelen:laar met een muntstuk naar rechts totdat het groene 1controlelampje* oplicht - het normale bedrijf wordt 3aangegeven. - De binnenverlichting brandt. W Draai de temperatuurregelaar in de Uitschakelen:stand "0". - Het controlelampje* en alle lampjes in de toetsen zijn 3uit. - De binnenverlichting is uit. Ingebruikneming en controlepaneelTemperatuur instellen W Afb. Temperatuurregelaar met een muntstuk ver-A1 1draaien:- de groef van de temperatuurregelaar naar de middelste stand draaien.

6IKS. 1* afhankelijk van model en uitvoeringVerdelen, aanpassenVerdelen van de levensmiddelenDoor de natuurlijke luchtcirculatie in de koelruimte ontstaan gebieden met verschillende temperaturen. Voor de diverse soorten levensmiddelen kan deze temperatuurverdeling voordelig zijn. Zo heerst direct boven de groenteladen en tegen de achterwand de laagste temperatuur (optimaal voor bijv. worst en vleeswaren). Bovenin het apparaat, aan de voorkant en in de deur heerst de hoogste temperatuur (optimaal voor bijv. kaas en smeerbare boter). Plaats de levensmiddelen daarom volgens het indelingsvoorbeeld, afb. , in het apparaat. BTips voor het koelen- Leg de levensmiddelen niet te dicht tegen elkaar zodat de lucht er goed tussen circuleren kan. Ventilatorluchtgaten* aan de achterkant bedekken - belangrijk voor het nietkoelvermogen.

- Bewaar levensmiddelen die snel geur of smaak afgeven of aannemen evenals vloeistoffen altijd in een gesloten koelkastdoos of afgedekt. - Ethyleengasproducerende en -gevoelige levensmiddelen zoals fruit, groente en sla, altijd gescheiden bewaren of verpakken, om de houdbaarheid niet te reduceren; bijv. appels niet met kiwi's of kool bewaren. Indeling aanpassenW Het conservenblikkenvak* kunt u verplaatsen en alle opbergvakken zijn voor het reinigen uitneembaar, afb. : Cschuif het opbergvak omhoog, neem het er naar voren uit en zet het in de omgekeerde volgorde terug. W Door het verschuiven van de flessen- en conserven-houder kunt u flessen beveiligen tegen omvallen bij het openen en sluiten van de deur. Bij een uitvoering als in afb. neem de houder altijd bij het fixeerdeeltje van C1kunststof. - Voor het reinigen kan de houder worden weggenomen: Bij een uitvoering- als in afb.

:D- De glasplaat omhoogheffen, de uitsparing over het opleg-vlak trekken en hoger of dieper inzetten, afb. D1- Het rooster omhoogheffen, naar voren trekken en hoger of dieper inzetten, afb. D2- De glasplaten* zijn door uittrekstops beveiligd tegen ongewild uittrekken. W Voor grote apparaten, vanaf 1216 mm hoogte* geldt: Gebruik het voorste vlak boven de fruit-/groenteladen voor het kortstondig neerzetten van te koelen levens-middelen, bijv. wanneer u opnieuw inricht of sorteert. Daardoor wordt het gebruik gemakkelijker. Laat de te koe-len levensmiddelen er echter staan, anders kunnen nietze bij het sluiten van de deur naar achteren geschoven worden of omvallen, afb. D3W De bieden plaats voor hoge dozen: De halve glasplatenbijgevoegde draagrails, afb. , op de gewenste hoogte E1rechts en links op de oplegnoppen steken, daarbij op het rechter- (R) en het linkerdeel (L) letten.

De glaspla-ten / overeenkomstig afb. inschuiven. De glas-1 2 E2plaat met aanslagrand moet achteraan liggen. 2- Als u plaats voor hoge dozen nodig heeft, moet u ge-woonweg de voorste halve glasplaat* voorzichtig onder de achterste plaat schuiven, afb. E21 boter, kaas2 eieren3 pakken melk/sap, dranken, flessen4 In het vriesvak: diepvries-producten*5 conservenblikken, bakproducten6 zuivelproducten7 vlees, worst, vis, kant-en-klare maaltijden8 fruit, groente, slamax. 0SuperCool°C97531B478123556.

7IKS. 1NL* afhankelijk van model en uitvoeringBewaarinstructiesW Diepvriesproducten (reeds ingevroren producten) kunnen onmiddellijk in het vriesvak worden gelegd. W Bij voorkeur geen flessen in het vak leggen om ze snel te koelen; indien toch, dan uiterlijk na één uur eruit nemen, ze barsten anders. W Eenmaal ontdooide levensmiddelen bij voorkeur niet opnieuw invriezen, maar tot een gerecht verwerken. Voe-dingswaarde en smaak blijven zo het beste bewaard.

W Als richtwaarden voor de houdbaarheid van verschillende levensmiddelen in het vriesvak geldt: Gevogelte, rundvlees, lam 6 tot 12 maanden Vis, varkensvlees 2 tot 6 maanden Wild, konijn, kalfsvlees 4 tot 8 maanden Worst, ham 2 tot 4 maanden Kant-en-klare gerechten 2 tot 4 maanden Groente en fruit 6 tot 12 maanden Kaas, brood, bakproducten 2 tot 6 maanden Van gistdeeg gebakken gebak 1 tot 5 maanden Consumptie-ijs 2 tot 3 maanden Of de minimale of maximale bewaartijd geldig is, hangt af van de kwaliteit van de levensmiddelen, de voorbe-werking voor het invriezen en de kwaliteitseisen van de individuele huishouding. Houd voor de wat vettere levensmiddelen altijd de minimale bewaartijd aan; vetten worden snel ranzig. IJsblokjes maken*W De ijsblokjeshouder voor driekwart met water vullen. W IJsblokjeshouder in het apparaat zetten en laten bevriezen.

W Vervorm de houder enigszins om de ijsblokjes eruit te laten springen of houd hem even onder stromend water. (vier sterren, indien aanwezig, afhankelijk van model) In het vriesvak kunt u bij een bewaartemperatuur van -18 °C en lager (vanaf de middelste temperatuurinstel-ling) diepvriesproducten en levensmiddelen verscheidene maanden lang bewaren, ijsblokjes maken en bovendien verse levensmiddelen invriezen. Invriezen van verse levensmiddelenVerse levensmiddelen moeten zo snel mogelijk door en door bevroren worden. Voedingswaarde, vitamines, uiter-lijk en smaak van de levensmiddelen blijven dan het beste bewaard.

Daarom doet u er goed aan bij het invriezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen als volgt te werk te gaan:W Ca. 4 uur voor het erin leggen - De temperatuurregelaar op de middelste tot koudste stand instellen (ca. 3e punt). Reeds opgeslagen diep-vriesproducten krijgen een koudereserve. W Vervolgens de verse levensmiddelen erin leggen. Er kan max. /24 uur worden ingevroren. 2 kg De verse levensmiddelen zo goed mogelijk verdeeld op de bodem van het vak leggen en niet met reeds opgesla-gen diepvriesproducten in contact brengen; ontdooien wordt hierdoor vermeden. W Na nog eens 24 uur zijn de nieuwe in te vriezen levens-middelen bevroren. Zet de temperatuurregelaar in de normale stand terug. Het normale koelproces wordt weer hersteld. Het invriezen is voltooid. Opmerking: De temperatuur van de lucht in het vak (gemeten met een thermometer of andere meetapparatuur) kan schommelen.

Dit heeft bij een gevuld vak echter weinig invloed op de ingevroren levensmiddelen. De kerntemperatuur van de ingevroren levensmiddelen ligt dan rond het gemiddelde van deze schommelingen. Vriesvak*.

8IKS. 1* afhankelijk van model en uitvoeringOntdooienHet koelgedeelteontdooit automatisch. Het vrijkomende water verdampt door de vrijkomende warmte van de compressor - waterdruppels op de achterwand zijn normaal en wijzen niet op een storing. W U hoeft er slechts voor te zorgen dat het dooiwater on-gehinderd door de afvoeropening in de achterwand kan wegstromen. In het vriesvak*ontstaat na geruime tijd een dikkere laag rijp of ijs. Hierdoor stijgt het energieverbruik. Ont-dooi daarom regelmatig: W Schakel het apparaat uit om het te laten ontdooien: trek de stekker uit het stopcontact of zet de temperatuurregelaar op de stand "0". W Bewaar de ingevroren levensmiddelen, in kranten of de-kens gewikkeld, op een koele plaats. W Plaats een pan warm (niet: kokend) water in het vak om het sneller te laten ontdooien.

Gebruik voor het ontdooien geen elektrische verwarmings- of stoomreinigingsapparaten, ontdooisprays, open vuur of scherpe voor-werpen om ijs te verwijderen. Gevaar voor verwondingen en beschadigingen. W Laat de deur van het vriesvak en het apparaat tijdens het ontdooien openstaan. Wis het dooiwater met een spons of doek op. Maak het apparaat vervolgens schoon. ReinigenW Voor het reinigen altijd het apparaat uitschake-len. Stekker uit het stopcontact trekken of de voorgeschakelde zekeringen eruit schroeven resp. laten aanspringen. W Binnenruimte en delen van het interieur met lauwwarm water en een beetje schoonmaakmiddel met de hand reinigen. Niet met stoomreinigingsapparatuur werken - ge-vaar voor verwonding en beschadiging. W Gebruik bij voorkeur zachte poetsdoeken en een pH-neu-trale allesreiniger.

- Beschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat nooit: het is belangrijk voor de techni-sche dienst. W De boterdoos* kunt u in de vaatwasmachine plaatsen. De plateaus, glasplaten en de overige uitrusting moet u met de hand reinigen. Ontdooien, reinigenW De draagplateaus* volgens de afbeel-ding eruit nemen: - De glasplaat* omhoogheffen, de uitsparing over het oplegvlak trekken, naar de kant toe neerlaten en schuin naar voren eruit nemen. - Het rooster* omhoogheffen, naar voren trekken en wegdraaien. - Schuif de draagplateaus altijd met de aanslagrand achter naar boven wijzend terug, daar de levensmiddelen anders aan de achterwand vast kunnen vrie-zen. - U kunt draagplateaus en opbergvakken demonteren om ze te reinigen - trek de lijsten en de zijkanten van de glas-platen. - Beschermfolies van alle sierlijsten trekken.

W Trek de fruit-/groenteladen 1op telescooprails* er voor het reinigen helemaal uit en til ze naar boven weg (afb. ). LOpgelet: Om beschadigingen te vermijden, de uitge-trokken rails onmiddellijk opnieuw inschuiven. 2Voor het terugzetten de op de uitge-fruit-/groenteladentrokken rails plaatsen en gewoonweg inschuiven (afb. ). MW Reinig de dooiwater-afvoeropening in de achterwand boven of achter* de groenteladen regelmatig, zie pijl op afb. Indien nodig met een spits hulpmiddel, bijv. wat- tenstaafjes of iets dergelijks, reinigen. W Steek vervolgens de stekker weer in het stopcontact (of schakel de zekering in de meterkast weer in) en schakel het apparaat in. Leg de diepvrieslevensmiddelen weer terug in het apparaat.

Moet het apparaat voor langere tijd uitgeschakeld wor-den, maak het dan leeg, trek de stekker uit het stopcontact, maak het op de hierboven beschreven manier schoon en laat de deur van het apparaat open staan om geurvorming te voorkomen. 12131232.

9IKS. 1NL* afhankelijk van model en uitvoeringBinnenverlichtingDe binnenverlichting wordt automatisch uitgeschakeld wan-neer het apparaat langer dan ca. 15 minuten open staat. Gaat de binnenverlichting niet automatisch aan wanneer u het apparaat opent maar is de temperatuurindicator wel verlicht, dan is het gloeilampje misschien defect. Vervangen van de gloeilamp:W Type gloeilamp: max. 25 W, de stroom en spanning moeten overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje. Gebruik enkel gloeilampen met dezelfde afmeting. E14-fitting. W Schakel het apparaat uit. Trek de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. W Afb. : Het afdekkapje boven en beneden grijpen en F1 wegtrekken. W Afb. : De gloeilamp vervangen. Bij het draaien iets F2meer kracht toepassen om de wrijving van de borgring te overwinnen.

Bij het indraaien op de juiste plaatsing van de borgring in de lampfitting letten. W Zet het afdekkapje achter terug en druk de boven- en onderkant vast. Technische dienst en typeplaatjeKunt u geen van de hierboven beschreven oorzaken vaststellen en de storing niet zelf verhelpen, neem dan a. u. b. contact op met de dichtstbijzijnde tech-nische dienst (zie bijgevoegd overzicht). Geef de volgende gegevens op het typeplaatje door: , de typeaanduiding 1 het servicenummer en 2 het apparaatnummer. 3Hierdoor wordt een snelle en efficiënte service mogelijk. Het typeplaatje vindt u op de linker binnenkant van het apparaat. Laat het apparaat dicht tot de klantendienst komt om een nog groter koudeverlies te vermijden. _______________________________________________De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikkeling van alle typen en modellen. Hebt u er daarom a. u. b.

begrip voor dat wij wijzigingen in vorm, uitvoering en techniek moe-ten voorbehouden. Het apparaat is zodanig geconstrueerd en gefabriceerd dat storingen nagenoeg niet voorkomen en een lange levens-duur gegarandeerd is. Doet zich desondanks een storing voor, ga dan a. u. b.

na of deze misschien het gevolg is van een verkeerde bediening. Is dit het geval dan moeten we helaas - ook tijdens de garan-tietermijn - de reparatiekosten in rekening brengen. De volgende storingen kunt u zelf opsporen en verhelpen:Storing - mogelijke oorzaak en oplossing _______________________________________________Het apparaat werkt niet. - Is het apparaat correct ingeschakeld. - Zit de stekker goed in het stopcontact. - Is de zekering in de meterkast in orde. De binnenverlichting brandt niet. - Is het apparaat ingeschakeld. - Is het gloeilampje defect. Vervang het lampje als onder "Binnenverlichting" beschreven. Het apparaat maakt te veel lawaai. - Staat het apparaat op een stevige ondergrond. Worden meubels/voorwerpen naast het apparaat door het draai-ende aggregaat aan het trillen gebracht.

Schuif het apparaat eventueel iets weg, stel het met de stelpoten waterpas, zet de flessen en verpakkingen van elkaar af. - Normaal zijn: (borrelen of ruisen) stromingsgeluidenveroorzaakt door het koelmiddel dat in het koelmiddelcir-cuit stroomt. Een kort. Dit ontstaat altijd als de compressor (de klikkenmotor) automatisch in- of uitgeschakeld wordt. De motor bromt even iets har-Brommen van de motorder als het aggregaat wordt ingeschakeld. De temperatuur is niet laag genoeg. - Is de temperatuur goed ingesteld. Stel indien nodig een lagere temperatuur in. - De losse thermometer in het apparaat geeft een foute temperatuur weer. - Sluit de apparaatdeur goed. - Is er voldoende be- en ontluchting. Ventilatierooster eventueel vrijmaken. - Is de omgevingstemperatuur te hoog. (zie passage "Be-palingen")- Werd het apparaat te vaak of te lang geopend.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Novy 4100 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden