Novy 1922 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Novy 1922 (93 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 29 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Novy 1922 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Novy |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | 1922 |
| Apparaatplaatsing: | Ingebouwd |
| Soort bediening: | Draaiknop |
| Kleur van het product: | Zwart |
| Ingebouwd display: | Nee |
| Breedte: | 900 mm |
| Diepte: | 520 mm |
| Hoogte: | 55 mm |
| Soort materiaal (bovenkant): | Glas |
| Vermogen brander/kookzone 2: | 1750 W |
| Vermogen brander/kookzone 3: | 3100 W |
| Vermogen brander/kookzone 1: | 2800 W |
| Aantal branders/kookzones: | 5 zone(s) |
| Type kookplaat: | Gaskookplaat |
| Electronische ontsteking: | Ja |
| Type brander/kookzone 1: | Groot |
| Type brander/kookzone 2: | Regulier |
| Type brander/kookzone 3: | Extra groot |
| Makkelijk schoon te maken: | Ja |
| Aantal gaspitten: | 5 zone(s) |
| Aantal elektronische kook zones: | 0 zone(s) |
| Sudder brander/kookzone: | 1000 W |
| Normale brander/kookzone: | 1650 W |
| Grote brander/kookzone: | 3000 W |
| Extra grote hoge-snelheid kookzone: | 6000 W |
| Anti-slip voetjes: | Ja |
| Type brander/kookzone 4: | Regulier |
| Vermogen brander/kookzone 4: | 1750 W |
| Voedingsbron brander/kookzone 1: | Gas |
| Voedingsbron brander/kookzone 2: | Gas |
| Voedingsbron brander/kookzone 3: | Gas |
| Voedingsbron brander/kookzone 4: | Gas |
| Positie brander/kookzone 1: | Links achter |
| Positie brander/kookzone 2: | Links voor |
| Positie brander/kookzone 3: | Centraal |
| Positie brander/kookzone 4: | Rechts achter |
| Kookzone 1 vorm: | Rond |
| Kookzone 2 vorm: | Rond |
| Kookzone 3 vorm: | Rond |
| Kookzone 4 vorm: | Rond |
| AC-ingangsspanning: | 230 V |
| AC-ingangsfrequentie: | 50 Hz |
| Voedingsbron brander/kookzone 5: | Gas |
| Type brander/kookzone 5: | Sudderen |
| Positie brander/kookzone 5: | Rechts voor |
| Vermogen brander/kookzone 5: | 1000 W |
| Kookzone 5 vorm: | Rond |
Handleiding Novy 1922 – volledige tekst
32 GFC - 005/2 NL/BE: InhoudOverzicht van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 34GFC 2731GFC 2732GFC 2764GFC 2795Veiligheidsinstructies . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 38voor montage, aansluiting en werkingvoor het gebruik Het gebruik van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40Wokbrander ontsteken en instellenWokbrander uitschakelenKookzonebranders aansteken en instellenKookzone uitschakelenTips voor de juiste pannenTips om energiebesparend te kokenReiniging en onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43Alle vlakken en onderdelenDe keramische kookplaatHulp bij storingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
GFC - 005/2 33Uw bijdrage tot het milieuRichtlijn 2002/96/EG (WEEE): Informatie voor de eindverbruikerDe volgende informatie dient alleen voor de eindverbrui-kers die een product bezitten waarop o. a. het symbool (afb. A) is aangegeven. Dit symbool staat ook op de stik-ker met de technische gegevens van het apparaat (type-plaatje) die op het apparaat is bevestigd:Dit symbool betekent dat het product op basis van de be-staande voorschriften is ingedeeld bij de elektrische ofelektronische apparaten en voldoet aan de EU-richtlijn2002/96/EG (WEEE). Het apparaat mag daarom aan zijnlevenseinde in geen geval met het normale huisvuil wor-den afgevoerd. Het apparaat dient gratis ofwel op eenspeciale verzamelplaats voor elektrische en elektroni-sche apparaten te worden afgegeven of bij de aankoopvan een nieuw product aan een wederverkoper te wor-den overgedragen. Afb.
ADe eindverbruiker is verantwoordelijk voor de overdrachtvan het oude apparaat aan een geschikte verzamelpla-ats. Anders maakt hij zich op grond van de geldendewetten voor het verwijderen van afval schuldig aan eenstrafbaar feit. Door een correct gescheiden afvalverzameling van oudeapparaten voor recycling en een milieuvriendelijke afvoervan het afval wordt schade aan het milieu en de gezond-heid voorkomen en wordt de mogelijkheid van herge-bruik van apparaatbestanddelen geboden. Richt u voor meer informatie over de bestaande verza-melplaatsen tot uw gemeente of het verkooppunt waaru het apparaat hebt gekocht. De fabrikanten en importeurs voldoen zowel direct aanhun verantwoordelijkheid voor de productrecycling en demilieuvriendelijk afvoer van afval alsook door deel-neming aan een collectief systeem.
Verwijderen van de verpakkingDe verpakking beschermt het apparaat tegen transport-schade. Het verpakkingsmateriaal is zo gekozen dat hethet milieu niet belast en makkelijk kan worden verwij-derd en is daarom recycleerbaar. Het golfkarton/ kartonbestaat hoofdzakelijk uit oud papier.
De piepschuim blokken zijn zonder cfk geschuimd. Depolyethyleenfolie (PE) bestaat gedeeltelijk uit secundairegrondstoffen. De banden rond de verpakking bestaanuit polypropyleen (PP). De recyclage van de verpakking bespaart grondstoffenen vermindert de afvalberg. Uw speciaalzaak neemt over het algemeen de verpak-king terug. Als u de transportverpakking zelf verwijdert, vraag danhet adres van het dichtstbij zijnde kringloop- of recycla-gecentrum. ConformiteitsverklaringWij verklaren als fabrikant dat het beschreven apparaat,met het in het hoofdstuk "Technische gegevens" aange-geven CE-nr. , werd gebouwd in overeenstemming metde fundamentele eisen van de EG-richtlijn voor gastoe-stellen 90/396/EEG inclusief wijzigingen. Het apparaat komt met het in de bijbehorende verklaringvan EG-typeonderzoek beschreven prototype overeen.
38 GFC - 005/2 Veiligheidsinstructiesvoor montage, aansluiting en werkingDeze handleiding moet samen met de gebruiker worden overlopen. Deze handleiding moet samen met de ge-bruiker worden overlopen. • Het apparaat mag alleen met aardgas of vloeibaar gas (butaan/propaan of een mengsel van beide) wordengebruikt. • Dit apparaat moet volgens de geldende bepalingen worden geïnstalleerd en mag alleen in goed beluchteruimten worden gebruikt. Voor installatie en ingebruikname van het apparaat moeten deze handleidingworden gelezen. • De aansluitdruk bedraagt – voor aardgas 2L G25 25 mbar– voor vloeibaar gas 3B/P G30/G31 30 mbar. Het apparaat mag niet in gebruik worden genomen als de gasaansluitdruk buiten het vermelde bereik ligt: – aardgas G25 min. 20 mbar, max. 30 mbar– vloeibaar gas G30/G31 min. 25 mbar, max. 35 mbar• De netvoeding van het apparaat moet 230 V/50 Hz bedragen.
• De technische aansluitwaarden vindt u op de kenplaat van het apparaat. • Vóór de aansluiting van het apparaat moet worden gecontroleerd of de plaatselijke aansluitvoorwaarden(gassoort en gasdruk) met de instelling van het apparaat overeenkomen. • De instelwaarden voor dit apparaat staan op een informatieplaatje (of op het typeplaatje) vermeld. De in-stelwaarden bevinden zich ook in deze handleiding in het hoofdstuk „Technische gegevens“ (pagina 59). • Als een instelling wordt gewijzigd, moet deze worden vermeld. • Dit apparaat wordt niet op een afvoerschouw voor verbrande gassen aangesloten. Het moet volgens degeldende installatievoorwaarden worden opgesteld en aangesloten. Er moet in het bijzonder op een aan-gepaste ventilatie worden gelet. • De gasaansluiting evenals het instellen en aanpassen mogen uitsluitend door een erkende gasfitter wor-den uitgevoerd.
• De reparatie van de apparaten mag enkel door een door de fabrikant opgeleide gasfitter worden uitgevo-erd. Bij reparaties aan onderdelen waar gas doorstroomt moet altijd de energietoevoer worden afgesloten. Ondeskundig uitgevoerde werken vormen een risico voor uw veiligheid. • Wanneer met vloeibaar gas (butaan/propaan) wordt gewerkt, moeten alle verbindingen tussen de fles enhet apparaat absoluut gasdicht aangehaald zijn. • Vrij verlopende toevoerslangen niet inklemmen of op de hete kookplaat leggen. • De minimumafstand van hangkasten boven de kookplaat bedraagt 650 mm. Bij afzuigkappen gelden degegevens van de fabrikant.
GFC - 005/2 39voor het gebruik • Dit apparaat mag niet door personen (inclusief kinderen) met een beperkte lichamelijke, sensorische ofverstandelijke vaardigheid gebruikt worden. Tevens is het niet toegestaan het apparaat te gebruiken bij teweinig ervaring of te weinig kennis. U mag het alleen gebruiken als er iemand toezicht houdt die voor uwveiligheid verantwoordelijk is of als deze verantwoordelijke u instructies heeft gegeven over het gebruikvan het apparaat. • Op kinderen moet toezicht gehouden worden om te voorkomen dat ze met het apparaat spelen. • WAARSCHUWING: Als het oppervlak gescheurd is, moet het apparaat van het stroomnet losgekoppeldworden om een eventuele elektrische schok te voorkomen. • De apparaten mogen niet in een stoomreiniger gereinigd worden. • Neem het apparaat pas in gebruik nadat de gasfitter die het heeft geïnstalleerd u het gebruik ervan heeftuitgelegd.
• Lees zorgvuldig de informatie in deze handleiding. Hier vindt u belangrijke richtlijnen voor de veiligheid enhet gebruik van het apparaat. Denk eraan dat beschadigingen die te wijten zijn aan een foutief gebruikniet door de garantie worden gedekt. • Om een veilige werking van deze kookplaat te garanderen, mag alleen origineel toebehoren van de fabri-kant worden gebruikt. • Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor de bereiding van levensmiddelen in het huishouden. • Het apparaat niet gebruiken om ruimtes te verwarmen. • Bij storingen onmiddellijk de gastoevoer afsluiten. • Bewaar deze handleiding zorgvuldig. • Let erop dat de branderdeksels op hun plaats liggen. Branderdeksel ev. door draaien laten inklikken. • De kookzones alleen gebruiken als er een pan opstaat. • De oppervlakken van de kookplaat en het apparaat worden bij het werken warm. Kinderen steeds uit de buurt houden.
Brandend vet of olie nooit met water blussen. Een deksel opde pan leggen, de kookzone uitschakelen en de pan van de hete kookzone schuiven. • Snelkookpannen voortdurend in het oog houden tot de juiste druk bereikt is. De brander eerst op maxi-maal vermogen instellen en daarna (volgens de instructies van de pannenfabrikant) op tijd verlagen. • Het gebruik van een kooktoestel op gas veroorzaakt warmte en vochtigheid in de ruimte waar het staatopgesteld. Op een goede ventilatie van de keuken letten: de natuurlijke beluchtingsopeningen openhou-den of een mechanische beluchtingsinstallatie (bijv. een afzuigkap) voorzien. • Een intensief en langdurig gebruik van het apparaat kan een bijkomende ventilatie, bijv. door het openenvan een raam of een doelgerichte ventilatie, bijv. het gebruik van de mechanische beluchtingsinstallatieop een hogere stand, noodzakelijk maken.
40 GFC - 005/2 Het gebruik van het apparaatGelieve de veiligheidsinstructies op pagina 39 te lezen. Schakel bij gebruik van de kookzones de afzuiginstallatie in. Wokbrander ontsteken en instellenDe brander met dubbele kring heeft slechts een knop waarmee alle functies worden ingesteld. De symbolenvoor de verschillende bedieningsstanden zijn cirkelvormig rond de bedieningsknop gegroepeerd. Posities van de bedieningsknop1 Gesloten (UIT)2 OntstekingsstandBuitenste en binnenste kring volopen3 Buitenste kring kleinstand4 Binnenste kring vol-openBuitenste kring gesloten5 Buitenste kring gesloten– Om de brander aan te steken drukt u de knop even in endraait u hem tegen de wijzers van de klok in de stand „ontstekingsstand” (2). De wokbrander wordt met de elektrische ontsteking automatisch ontstoken. – Houd de knop nog ongeveer 10 seconden ingedrukt.
Dat is noodzakelijk omdat de gaskranen van het apparaat thermoelektrisch zijn beveiligd. Mocht een bran-der uitgaan, wordt zo verhinderd dat permanent onverbrand gas kan uitstromen. Als de brander na 10 seconden nog niet is ontstoken of als de vlam weer uitdooft moet de poging worden afgebroken. Na het verstrijken van ten minste één minuut kan een nieuwe poging worden gestart. – In geval van een stroomstoring of als de bougies vochtig zijn, kan het uitstromende gas ook met een luciferof een gasontsteker worden aangestoken. – Stel daarna de vlam op de gewenste grootte in door aan de knop te draaien. De zichtbare veranderingvan de vlamgrootte tussen stand (4) en (5) is slechts klein. In de kleinste instelling (5) is de vlamstabiliteitbeperkt. – Tegen de wijzers van de klok in draaien, in de richting „kleinstand binnenste kring” (5), verkleint de vlam.
GFC - 005/2 41Kookzonebranders aansteken en instellenElke kookzone heeft een eigen bedieningsknop. Welke knop bij welke kookzone hoort, kunt u aan de symbolenop het bedieningspaneel herkennen.Voorbeeld: Knop voor de achterste kookzon: Naast elke kookzoneknop staan de volgende drie symbolen:„z“ „UIT”-standgrote vlamkleine vlam– Om een brander aan te steken moet u de kookzoneknop indrukken en inde stand "grote vlam" draaien. De kookzone wordt met de elektrische ontsteking automatisch ontstoken.– Houd de knop nog ongeveer 10 seconden ingedrukt.Dat is noodzakelijk omdat de gaskranen van het apparaat thermoelektrisch zijn beveiligd. Mocht een bran-der uitgaan, wordt zo verhinderd dat permanent onverbrand gas kan uitstromen. Als de brander na 10 seconden nog niet is ontstoken of als de vlam weer uitdooft moet de poging worden afgebroken.
Na het verstrijken van ten minste één minuut kan een nieuwe poging worden gestart.– In geval van een stroomstoring of als de bougies vochtig zijn, kan het uitstromende gas ook met een luciferof een gasontsteker worden aangestoken. – Stel daarna de vlam op de gewenste grootte in door aan de knop te draaien. – Tegen de wijzers van de klok in draaien, in de richting „kleine vlam”, verkleint de vlam.– In de richting van de de wijzers van de klok draaien, in de richting „grote vlam”, vergroot de vlam.Instellingen tussen de standen „grote vlam” en „UIT” mogen niet worden gebruikt.– Kies de grootste vlam om aan de kook te brengen en draai vervolgens terug op een kleinere vlam.Kookzone uitschakelen– Om uit te schakelen de knop in de richting van de wijzers van de klokop „z“ draaien.
42 GFC - 005/2 Tips voor de juiste pannenMet de juiste pannen spaart u kooktijd en energie. • Kies een pandiameter die bij de grootte van de ko okz onepast : De vlammen moeten de panbodem bedekken, maarmogen niet buiten de rand van de panbodem uitkomen. Aande zijkant voorbijstromende warmte kann niet worden benuten verhit de handvatten. • Daar de warmteovergang van de vlam naar de panbodem bijgasvlam optimaal is, kunnen alle soorten potten en pannenworden gebruikt die hittebestendig zijn en voor het koken op vlammen geschikt zijn. Ideaal zijn pannen van roestvrij staal, aluminium, email en gietijzer, maar ook glassoorten zijn geschikt alsde fabrikant van het servies dit uitdrukkelijk vermeldt. • Ook pannen met een dunne of niet helemaal vlakke bodem zijn geschikt, zodat u geen speciaal kookser-vies hoeft te kopen.
Pannen met sandwichbodem kunnen zeer goed worden gebruikt, maar bieden geenbijzondere voordelen in vergelijking met eenvoudige pannen. • Nooit dunne aluminium schotels of plastic schalen gebruiken. Aanbevolen pandiameters: Krachtige brander: 22 tot 26 cmNormale brander 14 tot 24 cmKleine brander: 8 tot 16 cmWokbrander: 24 tot 28 cm. Tips om energiebesparend te koken• Kook met zo weinig mogelijk vloeistof. De inhoud van de pan wordt sneller warm en er gaan minder vit-amines en mineralen in de vloeistof over, die vaak wordt weggegooid. • Leg altijd een goed sluitend deksel op de kookpan. De inhoudvan de pan kookt alleen over als de gekozen vlam te groot is. Schakel terug op een kleinere vlam als de inhoud van de pante fel kookt. Zo hebt u minder energie nodig en vermindert ude vochtvorming bij het koken. • Kook levensmiddelen slechts zo lang als nodig.
GFC - 005/2 43Reiniging en onderhoud Alle vlakken en onderdelen• Geen schuurmiddelen en -sponsjes (vooral geen staalwol) of agressievereiningsmiddelen gebruiken! Chemische ovenreinigers, bleekmiddelen, roest-en vlekkenproducten kunnen een bijtend effect hebben en het oppervlak be-schadigen.• Zuur- of chloorhoudende schoonmaakproducten mogen niet worden ge-bruikt.• De oppervlakken vóór het schoonmaken laten afkoelen.• Meestal is het voldoende het apparaat na elk gebruik met een vochtige doek en wat afwasmiddel schoonte maken. Vervolgens droogwrijven. Resten van reinigingsproducten altijd met een vochtige doek volledigverwijderen; anders kunnen ze agressief reageren.• Vermijd het vastbranden van verontreinigingen.• Let erop dat de branderkoppen en branderdeksels na het schoonmaken correct op hun plaats liggen.Branderdeksel ev.
door draaien laten inklikken.De keramische kookplaat• Wacht steeds met het schoonmaken tot de kookplaat voldoende is afgekoeld. Uitzondering: suiker en gesmolten kunststof (zie lager).• Verkorstingen en overgekookte spijzen met een glasschraper verwijderen. Suiker en gesmolten kunststofonmiddellijk verwijderen zolang de kookplaat nog heet is.• Sterkere verontreinigingen en vlekken met een parelmoeren glans kunnen met een schoonmaakproductvoor roestvrij staal worden verwijderd.• Geen schoonmaakdoeken of sponsjes gebruiken die al voor iets anders worden gebruikt. Daardoor kanhet oppervlak verkleuren, wat echter pas zichtbaar wordt als de kookplaat weer wordt gebruikt.• Voor de bescherming en het onderhoud van de keramische kookplaat adviseren wij het gebruik van spe-ciaal ontwikkelde producten, bijv. Ceraclen® ® of Vitroclen .
44 GFC - 005/2 Hulp bij storingenReparaties alleen door een erkende vakman laten uitvoeren!Kijk eerst na of u geen bedieningsfout hebt gemaakt. Een aantal storingen kunt u zelf oplossen. Reparaties tijdens de garantieperiode zijn niet kosteloos wanneer het probleem aan een bedieningsfout tewijten is of wanneer u een voorschrift in het hoofdstuk „Hulp bij storingen” niet hebt nageleefd. Als u de klantenservice nodig hebt of als u reservedelen bestelt, vermeld dan de gegevens op het typeplaatje.Storing Oorzaak VerhelpenKookzones kunnen niet worden aangestoken/wer-ken niet. Huishoudzekering defect. Zekering controleren en ev. vervangen.Stekker niet ingestoken. Stekker insteken.Stroomstoring. De kookzone kan met een lucifer of een aansteker worden aangestoken.Geen gastoevoer. Gaskraan openen.Bougie vochtig, verkorst of defect.Bougie schoonmaken.
Eventueel laten ver-vangen.De kookzone kan met een lucifer of een aansteker worden aangestoken.Geleidedraad van de bougie gebroken of isolator bescha-digd.Bougie laten vervangen. De kookzone kan met een lucifer of een aansteker worden aangestoken.Ontstekingstransformator of schakelaar defect.Bel de klantenservice. De kookzone kan met een lucifer of een aansteker worden aangestoken.Lucht in de gasleiding (bijv. bij de eerste inwerking-stelling).Ontsteking herhalen, eventueel ook meer-maals.Branderdeksel ligt niet correct op de brander.Branderdeksel correct op de brander plaat-sen.Kookzone uitschakelen niet mogelijk.Kookzonekraan defect. Gaskraan sluiten, bel de klantenservice.Gaslucht in de kamer.
GFC - 005/2 45Montage en installatieVeiligheidsinstructies• Dit apparaat moet volgens de geldende bepalingen worden geïnstalleerd en mag alleen in goed beluchteruimten worden gebruikt. Voor installatie en ingebruikname van het apparaat moeten deze handleidingworden gelezen. • Let op. De voor de aansluiting van de apparaten toegelaten categorie kan regionaal verschillen. In gevalvan twijfel moet u bij de plaatselijke gasmaatschappij informeren welke gascategorie in aanmerking komt. • Vóór de aansluiting van het apparaat moet worden gecontroleerd of de plaatselijke aansluitvoorwaarden(gassoort en gasdruk) met de instelling van het apparaat overeenkomen. Bij afwijkingen moet het apparaatworden aangepast. • De instelwaarden voor dit apparaat staan op een informatieplaatje (of op het typeplaatje) vermeld.
De in-stelwaarden bevinden zich ook in deze handleiding in het hoofdstuk „Technische gegevens“ (pagina 59). • Bij de aansluiting op het gasnet moeten in het bijzonder de specifieke voorschriften en richtlijnen wordennageleefd van het land waar het apparaat wordt gebruikt. • Voorschriften van de plaatselijke gasmaatschappijen en van de overheid (bijv. brandveiligheid) moeteneveneens worden nageleefd. • De wettelijke voorschriften en aansluitvoorwaarden van de plaatselijke elektriciteitsmaatschappij moetenstrikt worden nageleefd. • Aansluiting en ingebruikneming evenals reparaties en het instellen en aanpassen mogen uitsluitend dooreen erkende fitter en in overeenstemming met de geldende veiligheidsvoorschriften worden uitgevoerd. Daarbij moeten de wettelijk erkende voorschriften en de aansluitvoorwaarden van de plaatselijke gas-maatschappij strikt worden nageleefd.
Ondeskundig uitgevoerde werken vormen een risico voor de veiligheid van de gebruiker. • Dit apparaat wordt niet op een afvoerschouw voor verbrande gassen aangesloten. Het moet volgens degeldende installatievoorwaarden worden opgesteld en aangesloten.
Er moet in het bijzonder op een aangepaste ventilatie worden gelet. • Wanneer de aansluitstekker van het apparaat niet toegankelijk is, het apparaat door LS-schakelaars, ze-keringen of contactoren met minstens 3 mm contactopeningswijdte beveiligen. • Bij aansluiting en reparatie moet het apparaat met één van de bovengenoemde voorzieningen stroomloosworden gemaakt. Bij reparaties aan onderdelen waar gas doorstroomt moet altijd de energietoevoer wor-den afgesloten. • Als de aansluitkabel van dit apparaat beschadigd raakt, moet hij door een bijzondere aansluitkabel ver-vangen worden die alleen bij de fabrikant of via de klantenservice verkrijgbaar is. • De aardleider moet zo lang zijn dat hij bij het begeven van de trekontlasting pas na de stroomvoerendeaders van de aansluitkabel met trekkracht wordt belast.
• Bij het omschakelen van aardgas op vloeibaar gas moeten in elk geval de spuitstukken van de wokbranderworden vervangen. Dat geldt ook in het omgekeerde geval. De aanpassing mag uitsluitend door een er-kende fitter worden uitgevoerd. • Wijzigingen aan het apparaat zijn alleen met uitdrukkelijke toestemming van de fabrikant toegelaten. • Als het apparaat is ingebouwd, mag er geen contact mogelijk zijn met onderdelen die tijdens het gebruikonder stroom staan.
46 GFC - 005/2 InbouwvoorwaardenDe opstellingsruimte moet een volume hebben van min. 20 m³ en via een raam of een deur naar buiten kunnenworden gelucht.De kookplaat wordt in een uitsparing in het aanrechtblad ingebouwd; deze uitsparing moet volgens de aange-geven inbouwmaten worden uitgezaagd.De afstand aan de zijkant t.o.v. hoge kasten moet ten minste 60 mm bedragen. Om goed te kunnen werkenmag de afstand echter niet minder dan ca. 300 mm bedragen.De muurstrip moet uit hittebestendig materiaal bestaan en mag achter de kookplaat geen contactdozen heb-ben. Aanbevolen is een draaglijst van kunststof met een deklijst van aluminium. Het gedeelte dat op het aan-rechtblad ligt, mag niet breder dan 30 mm zijn. De muur boven de muurstrip moet in de nabijheid van het apparaat uit onbrandbaar materiaal bestaan. Hout,kunststof, PVC-folie enz.
voldoen niet aan deze vereisten.Bij normaal gebruik kan op de omringende meubels stralingswarmte met een temperatuur van 65 °C bovende kamertemperatuur inwerken. De meubels moeten minstens daartegen bestand zijn.Bij inbouwmeubels moet de kunststofbekleding of het fineer met een hittebestendige lijm (100 °C) zijn aan-gebracht. De minimumafstand van hangkasten boven de kookplaat bedraagt 650 mm. Bij afzuigkappen gelden de ge-gevens van de fabrikant.Een correct ingebouwde kookplaat dient aan de onderkant door een afdekking (K-bodem) dusdanig te wordenbeschermd, dat de kookplaatonderkant niet toevallig kan worden aangeraakt.Deze afdekking mag alleen met behulp van gereedschap verwijderbaar zijn.6080
GFC - 005/2 47Gasaansluiting Controleer eerst of het juiste gas en de juiste aansluitdruk voorhanden zijn. Informatie over de aansluitdrukvindt u in deze handleiding in het hoofdstuk „Technische gegevens”.Op de gastype-sticker kunt u zien voor welk gastype de inbouwkookplaat is ingesteld.Een aanpassing aan een andere gassoort is mogelijk en wordt in deze handleiding in het hoofdstuk „Aanpas-sen aan een andere gassoort” uitgelegd.De gasaansluiting moet door een erkende gasfitter worden uitgevoerd!De externe gasaansluiting moet bij voorkeur goed toegankelijk in de naburige nevenkast worden voorzien.
De onderdelen van de leiding moeten zo worden gelegd dat ze tijdens het gebruik niet door de warmte kunnenworden beschadigd en dat ze niet met de beweeglijke onderdelen van de keukenelementen in aanraking ko-men.De gaskraan eerst gesloten laten en de stekker nog niet in het stopcontact steken.Elektrische aansluitingVoor de elektrische aansluiting is een geaarde veiligheidswandcontactdoos vereist. De elektrische aansluitingmoet in overeenstemming met de VDE-richtlijnen worden uitgevoerd en moet bij voorkeur in een extra kastworden ondergebracht. De netvoeding van het apparaat moet 230 V/50 Hz bedragen. De elektrische vermo-gensopname vindt u bij de Technische gegevens op pagina 59.De aansluitleiding moet zo worden gelegd dat ze bij het werken met het apparaat niet door de warmte wordtbeschadigd.
GFC - 005/2 49Voorbereidingen voor het inbouwen– De uitsparing in het aanrechtblad volgens de opgegeven maten zo exact mogelijk met een recht zaagbladof een bovenfrees uitzagen. De snijkanten dienen daarna te worden verzegeld zodat er geen vocht bin-nendringt.Apparaattype GFC 2731– Apparaat uit de verpakking nemen. De verschillende componenten zijn apart verpakt.
Controleer voor de montage of ze geen transport-schade vertonen.Montage van het apparaat– De gasaansluiting aan het apparaat volgens de gegevens op pagina 47 voorbereiden.– Het onderste gedeelte van de kookplaat in de voorbereide uitsparing in het aanrecht-blad plaatsen.– Schroeven (5.1) van alle spanklemmen (5.2) (voor 30 mm aanrechtblad spanklemmen(5.2) omdraaien) aan de rand van de uitsparing schuiven en aanhalen.– Een van de afdichtingen (6.7) uit de verpakking nemen en op het branderlichaam (6.9)plaatsen.Als spuitstukken moeten worden vervangen om het apparaat aan een andere gas-soort aan te passen, moet dat gebeuren vooraleer de keramische plaat wordt ge-monteerd.– Glaskeramische kookplateaus uitpakken. De meegeleverde afdichtband van onderenaan de rand op de keramische plaat plakken.5.15.25.2Afbeelding 5
50 GFC - 005/2 – De keramische plaat zo op het aanrechtblad leggen dat deaan de onderkant opgeplakte hoeken in het onderste ge-deelte van de kookplaat passen.De keramische plaat moet absoluut vlak liggen en terhoogte van de branderopening zorgvuldig worden inge-past.– Tweede pakking (6.7) samen met de drukring (6.6) in debranderopeningleggen. Drukring zo plaatsen dat deschroefopeningen op de schroefdraadopeningen in debrander (6.9) liggen.De drukring moet vlak liggen (niet scheef zetten)! – Met de meegeleverde schroeven de drukring (6.6) aan debrander (6.9) vastschroeven. De schroeven gelijkmatigaanhalen.– Branderonderdelen uit de verpakkingen nemen en een naeen opleggen (zie tekening); erop letten dat ze vastklikkenindien nodig.– Bedieningsknop (6.8) uit de verpakking nemen en opste-ken.– Er de pannendrager (6.1) opleggen.Apparaattype GFC 2732– Apparaat uit de verpakking nemen.
De verschillende componenten zijn apart verpakt. Controleer voor de montage of ze geen transport-schade vertonen.Montage van het apparaat– De gasaansluiting aan het apparaat volgens de gegevens op pagina 47 voorbereiden.– Het onderste gedeelte van de kookplaat in de voorbereide uitsparing in het aanrechtblad plaatsen.– Schroeven (5.1) (zie pagina 49) van alle spanklemmen (5.2) (voor 30 mm aanrechtblad spanklemmen(5.2) omdraaien) aan de rand van de uitsparing schuiven en aanhalen.Als spuitstukken moeten worden vervangen om het apparaat aan een andere gassoort aan te passen,moet dat gebeuren vooraleer de keramische plaat wordt gemonteerd.– Keramische plaat uitpakken.
GFC - 005/2 51De keramische plaat moet absoluut vlak liggen en terhoogte van de branderopening zorgvuldig worden inge-past.– Drukringen (7.4) met de opgestoken pakkingen (7.5)opleggen, drukring dusdanig plaatsen dat de schroefope-ningen op de schroefdraadboringen in de brander liggen.De drukring moet vlak liggen (niet scheef zetten)! – Met de meegeleverde schroeven de drukring (7.4) aan debrander vastschroeven. De schroeven gelijkmatig aanha-len.– Branderdelen uit de verpakkingen nemen.– De branderkoppen (7.3) opsteken, branderdeksels (7.2)opleggen.– Er de pannendrager (7.1) opleggen.– Bedieningsknop uit de verpakking nemen en opsteken. 7.17.37.27.57.4Afbeelding 7
52 GFC - 005/2 Apparaattype GFC 2764Ter bescherming van het glaskeramische kookplateau tijdens het transport, wordt deze op het kook-plaatonderdeel gemonteerd geleverd. Om het apparaat in het aanrechtblad te monteren moet het glas-keramische kookplateau eerst worden afgenomen. – Het apparaat hiervoor uit de verpakking nemen en de drukringen (8. 4) met opgestoken pakkingenverwij-deren nadat de bevestigingsschroeven werden uitgedraaid. – Het glaskeramische kookplateau voorzichtig op een geschikte plaats neerzetten. – Het apparaat daarna zoals beschreven monteren. Montage van het apparaat– De gasaansluiting aan het apparaat volgens de gegevens op pagina 47 voorbereiden. – Het onderste gedeelte van de kookplaat in de voorbereide uitsparing in het aanrechtblad plaatsen. – Schroeven (5. 1) (zie pagina 49) van alle spanklemmen (5. 2) (voor 30 mm aanrechtblad spanklemmen(5.
2) omdraaien) aan de rand van de uitsparing schuiven en aanhalen. Als spuitstukken moeten worden vervangen om het apparaat aan een andere gassoort aan te passen,moet dat gebeuren vooraleer de keramische plaat wordt gemonteerd. – De meegeleverde afdichtband van onderen aan derand op de keramische plaat plakken. – De glaskeramische plaat op het aanrechtblad pla-atsen. De keramische plaat moet absoluut vlak liggenen ter hoogte van de branderopening zorgvul-dig worden ingepast. – Drukringen (8. 4) met de opgestoken pakkingenopleggen en de drukring dusdanig plaatsen dat deschroefopeningen op de schroefdraadboringen inde brander liggen. De drukring moet vlak liggen (niet scheef zet-ten). Indien pakkingen op het glaskeramischekookplateau blijven kleven, dan dient bij het op-steken op de drukringen erop te worden geletdat de ca.
GFC - 005/2 53Apparaattype GFC 2795Ter bescherming van het glaskeramische kookplateau tijdens het transport, wordt deze op het kook-plaatonderdeel gemonteerd geleverd.
Om het apparaat in het aanrechtblad te monteren moet het glas-keramische kookplateau eerst worden afgenomen.– Het apparaat hiervoor uit de verpakking nemen en de drukringen (9.10) met opgestoken pakkingen ende drukring (9.6) met de pakking (9.7) verwijderen nadat de bevestigingsschroeven werden uitgedraaid.– Het glaskeramische kookplateau voorzichtig op een geschikte plaats neerzetten.– Het apparaat daarna zoals beschreven monteren.Montage van het apparaat– De gasaansluiting aan het apparaat volgens de gegevens op pagina 47 voorbereiden.– Het onderste gedeelte van de kookplaat in de voorbereide uitsparing in het aanrechtblad plaatsen.– Schroeven (5.1) (zie pagina 49) van alle spanklemmen (5.2) (voor 30 mm aanrechtblad spanklemmen(5.2) omdraaien) aan de rand van de uitsparing schuiven en aanhalen.Als spuitstukken moeten worden vervangen om het apparaat aan een andere gassoort aan te passen,moet dat gebeuren vooraleer de keramische plaat wordt gemonteerd.– Een van de pakkingen (9.7) uit de verpakking nemen en op het branderlichaam (10.1) (zie pagina 56)plaatsen.– De meegeleverde afdichtband van onderen aan de rand op de keramische plaat plakken.– De glaskeramische plaat op het aanrechtblad plaatsen.De keramische plaat moet absoluut vlak liggen en ter hoogte van de branderopening zorgvuldig wordeningepast.9.129.89.109.99.139.119.19.39.29.59.49.79.6Afbeelding 9
54 GFC - 005/2 Wokbrander– Tweede pakking (9.7) samen met de drukring (9.6) in de branderopening leggen. Drukring zo plaatsendat de schroefopeningen op de schroefdraadopeningen in de brander liggen.De drukring moet vlak liggen (niet scheef zetten)! – Met de meegeleverde schroeven de drukring aan de brander (10.1) (zie pagina 56) vastschroeven. Deschroeven gelijkmatig aanhalen.– Branderonderdelen uit de verpakkingen nemen en een na een opleggen (zie tekening); erop letten dat zevastklikken indien nodig.Normale, krachtige en kleine brander– Drukringen (9.10) met de opgestoken pakkingen opleggen en de drukringen dusdanig plaatsen dat deschroefopeningen op de schroefdraadboringen in de brander liggen.De drukringen moeten vlak liggen (niet scheeftrekken)!
Indien pakkingen op het glaskeramische koo-kplateau blijven kleven, dan dient bij het opsteken op de drukringen erop te worden gelet dat de ca.1,5 cm brede lip van de pakking in de uitsparing van de drukring wordt gelegd.– Met de meegeleverde schroeven de drukringen met de branders (10.2) (zie pagina 56) vastschroeven. Deschroeven gelijkmatig aanhalen.– Branderonderdelen uit de verpakkingen nemen en een na een opleggen (zie tekening); erop letten dat zevastklikken indien nodig.– Er de pannendragers (9.1) en (9.13) opleggen.– Bedieningsknop (9.8) uit de verpakking nemen en opsteken.Alle typesDe gasaansluiting uitvoeren– De gasaansluiting volgens de gegevens op pagina 47 uitvoer.Toevoerleidingen controlerenStroomvoorziening– Controleer de installatie van de aansluitkabel.
Hij mag niet ingeklemd zijn, over het fornuis heen worden geleid of tegen het afzuigluchtkanaal liggen.Gastoevoer– Slangen moeten zich op voldoende afstand van hete vlakken bevinden. Slangen niet inklemmen!
GFC - 005/2 55Inbedrijfstelling– De stekker in een geaarde contactdoos steken. – De gaskraan opendraaien, stekker van de gasveiligheidsslang in het gasstopcontact steken.Voor ingebruikneming moet de insta correct functioneert en of hetllateur controleren of het apparaatgasdicht is. Daarna is het apparaat klaar voor gebruik.De installateur moet de gebruiker de werking van het apparaat a.d.h. van de gebruiksaanwijzing ver-klaren.
De gebruiksaanwijzing vervolgens aan de gebruiker overhandigen.Aanpassen aan een andere gassoort• De aanpassing aan een andere gassoort mag uitsluitend door een erkende fitter worden uitgevoerd.• Alle met G20 gekentekende apparaten kunnen bij een Wobbe-index van 11,3-15,2 kWh/m3 worden ge-bruikt zonder de instelling te wijzigen.• Wanneer de instelling wordt gewijzigd, moet de nieuwe instelling worden vermeld.Let erop dat u spuitstukken met de correcte spuitstukdiameter gebruikt.
De gepaste spuitstukken staanop pagina 60 in de tabel „Spuitstukdiameters”.Voor de aanpassing de gas- en elektriciteitstoevoer onderbreken.De hierna beschreven werkvolgorde is heel precies die voor het type GFC 2795.Aangezien de componenten van deze kookplaat vergelijkbaar zijn met de opbouw van de overige types, wordtafgezien van een verdere, naar type onderscheidende beschrijving van de werkvolgorde voor de aanpassingaan een andere gassoort.– Bedieningsknop aftrekken.– De pannendragers, branderdeksels en -koppen afnemen.– Vervolgens de schroeven uitdraaien waarmee de drukringen aan de branderlichamen zijn vastgeschroefd.– Verwijder de drukringen met pakkingen (zie afb. op pagina 53).– Til de glaskeramische plaat af.
56 GFC - 005/2 Vervangen van de gasspuitstukkenVervangen van de hoofdgasspuitstukken Normale, krachtige en kleine brander– Vervang de hoofdgasspuitstukken in de branderonderdelen (10.2) met een steeksleutel.Wokbrander, buitenste kring– Draai de borgschroef (10.8) los en schuif de MS injector (10.7) zo ver in de mengbuis tot het spuitstukvan de buitenste ring (10.6) toegankelijk is.– Vervang het spuitstuk van de buitenste ring.– Verschuif de MS injector tot de afstand (X) overeenkomt met de volgende tabel. Draai de borgschroef(10.8) weer vast.– Controleer na het vervangen van de spuitstukken op gasdichtheid.10.110.5 10.4 10.310.610.8 10.7X10.210.2YAfbeelding 10
GFC - 005/2 57Wokbrander, binnenste kring– Maak de schroefverbinding (10.5) los (zie pagina 56) en draai de spuitstuk-houder (10.4) (zie pagina 56) eruit. – Vervang het spuitstuk van de binnenste ring (11.1).– Schroef de spuitstukhouder weer in en verbind hem met de toevoerleiding.– Stel de schuifbus (10.3) (zie pagina 56) weer in aan de hand van de boven-staande tabel (Y).Instellen van de minimumstand Om de minimumstand van de wokbrander in te stellen moet de keramische plaat verwijderd zijn!Wegens de daarna toegankelijke elektrische bedrading mag het apparaat tijdens deze werkzaamhedenniet opnieuw op het elektriciteitsnet worden aangesloten! Ontsteek de brander met een lucifer of meteen gasaansteker.– Zorg weer voor gastoevoer.Wokbrander– Breng de branderringen en branderdeksel van de wokbrander weer aan.
58 GFC - 005/2 – Schroef er de kleinstandspuitstukken (12.2) en (12.1) uit en draai er denieuwe kleinstandspuitstukken tot de aanslag in. In stand (12.2) i wordthet spuitstuk met de grootste diameter ingeschroefd. – Steek de kookzonebrander aan en draai de knop in de stand "buitenstekring kleinstand" (pagina 40, pos. 3).– Let erop dat de vlammen niet uitdoven als de knop snel van de maxi-mumstand naar stand (pagina 40, pos. 3) wordt gedraaid. Als dat hetgeval is, kan het kleinstandspuitstuk (12.2) minimaal naar links wordenteruggedraaid.– Steek de kookzonebrander aan en draai de knop in de stand "Binnen-ste kring kleinstand" (pagina 40, pos. 5).– Let erop dat de vlammen niet uitdoven als de knop snel van de maxi-mumstand naar stand (pagina 40, pos. 5) wordt gedraaid.
Als dat het geval is, kan het kleinstandspuitstuk(12.1) minimaal naar links worden teruggedraaid.– Neem de branderringen en branderdeksel van de wokbrander weer af.– Draai de schakelaar terug of schuif de schakelaar, de veer en de MS-schijf er weer op en borg de com-ponenten met de borgring.– Voer een functionele controle uit.Normale, krachtige en kleine brander– Draai de schakelaar terzijde of verwijder de borgring en neem de MS-schijf,de veer en de schakelaar af. – Schroef er het kleinstandspuitstuk (13.1) uit en draai er het nieuwe klein-standspuitstuk tot de aanslag in.– Draai de schakelaar terug of schuif de schakelaar, de veer en de messingringer weer op en borg de componenten met de borgring.– Monteer de kookplaat opnieuw.
Ga hierbij te werk zoals in het hoofdstuk"Monteren van het apparaat" (pagina 49 tot 54) is beschreven.– Voer een functionele controle uit.12.212.1Afbeelding 1213.1Afbeelding 13
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Novy 1922 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis Novy
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis