Novy 1917 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Novy 1917 (48 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 16 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Novy 1917 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/48
Chère Madame,
vous venez d'acheter un de nos produits et nous vous en remercions vivement. Nous sommes
certains que ce nouvel appareil, moderne, fonctionnel et pratique, réaliavec des matériaux de
première qualité, saura vous donner entière satisfaction.
L'utilisation est très simple; cependant nous vous conseillons tout d'abord de lire attentivement cette
notice qui vous permettra d'obtenir d'excellents résultats.
Ces instructions ne sont valables que pour les pays de destination dont vous trouverez les
symboles d'identification sur la couverture de la notice et sur l'appareil.
Le constructeur décline toute responsabilité dans le cas de dommages aux personnes et
aux choses qui seraient dus à une installation incorrecte ou à une mauvaise utilisation de
l'appareil.
Le Constructeur ne répond pas des inexactitudes de cette notice imputables à des erreurs d’impression ou
de transcription. Même Lesthétique des figures contenues dans cette notice est purement indicative.
Toujours soucieux d’améliorer nos produits, nous nous réservons d’apporter toutes modifications estimées
utiles ou nécessaires, dans l’intérêt aussi de l’utilisateur, sans préjuger les caractéristiques essentielles de
bon fonctionnement et de sécurité.COD.04027BL(04027FR) - 18.06.2007
INSTRUCTIONS ET CONSEILS POUR
L'EMPLOI, L’INSTALLATION ET
L'ENTRETIEN DES TABLES DE CUISSON
ENCASTRABLES AGAZ EN VERRE

Beoordeel deze handleiding

4.9/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Novy
Categorie: Fornuis
Model: 1917
Apparaatplaatsing: Ingebouwd
Soort bediening: Draaiknop
Kleur van het product: Zwart
Breedte: 680 mm
Diepte: 500 mm
Hoogte: 50 mm
Soort materiaal (bovenkant): Keramisch
Vermogen brander/kookzone 2: 1000 W
Vermogen brander/kookzone 3: 3100 W
Vermogen brander/kookzone 1: 1750 W
Aantal branders/kookzones: 5 zone(s)
Type kookplaat: Gaskookplaat
Electronische ontsteking: Ja
Type brander/kookzone 1: Regulier
Type brander/kookzone 2: Sudderen
Type brander/kookzone 3: Extra groot
Makkelijk schoon te maken: Ja
Aantal gaspitten: 5 zone(s)
Aantal elektronische kook zones: 0 zone(s)
Sudder brander/kookzone: 1000 W
Normale brander/kookzone: 1750 W
Vermogen: 7500 W
Grote brander/kookzone: 2800 W
Extra grote hoge-snelheid kookzone: 3100 W
Anti-slip voetjes: Ja
Type brander/kookzone 4: Groot
Vermogen brander/kookzone 4: 2800 W
Voedingsbron brander/kookzone 1: Gas
Voedingsbron brander/kookzone 2: Gas
Voedingsbron brander/kookzone 3: Gas
Voedingsbron brander/kookzone 4: Gas
Positie brander/kookzone 1: Links achter
Positie brander/kookzone 2: Links voor
Positie brander/kookzone 3: Centraal
Positie brander/kookzone 4: Rechts achter
Kookzone 1 vorm: Rond
Kookzone 2 vorm: Rond
Kookzone 3 vorm: Rond
Kookzone 4 vorm: Rond
AC-ingangsspanning: 230 V
AC-ingangsfrequentie: 50 Hz
Voedingsbron brander/kookzone 5: Gas
Type brander/kookzone 5: Regulier
Positie brander/kookzone 5: Rechts voor
Vermogen brander/kookzone 5: 1750 W
Kookzone 5 vorm: Rond

Handleiding Novy 1917 – volledige tekst

Dit nieuwe apparaat is eenvoudig in hetgebruik, maar om een zo goed mogelijk resultaat te behalen is het belangrijk dit boekje aandachtigdoor te lezen alvorens u het apparaat in werking stelt.Deze instructies zijn alleen geldig voor het land van bestemming waarvan deherkenningstekens staan aangegeven op het voorblad van het instructieboekje en op dekookplaat zelf.De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade aan dingen ofpersonen die te wijten zijn aan een onjuist uitgevoerde installatie of onjuist gebruik van hetapparaat.De fabrikant is niet aansprakelijk voor mogelijke onnauwkeurigheden vanwege in dit boekje voorkomendedruk-of overschrijvingsfouten. Ook de illustraties zijn zuiver indicatief.

20GEBRUIK1) BRANDERSOp het werkblad van de kookplaat is een schemaaangebracht waarop vermeld wordt op welkebrander de bedieningsknop betrekking heeft. De kraan van de gastoevoer van het distributienet ofde gasfles opendraaien, en de branders als volgtaansteken:- Automatische elektrische ontstekingU draait de met de te gebruiken branderovereenkomende knop naar links, u brengt hem opde hoogste stand (grote vlam afb. 1) en u druktvervolgens de knop in. - Ontsteking van met thermo-elementenbeveiligde brandersU moet de knoppen van met thermo-elementenbeveiligde branders naar links draaien, op dehoogste stand brengen (grote vlam afb. 1) tot dezeniet verder kan. Vervolgens de knop indrukken ende hierboven aangegeven handelingen herhalen. De knop na ontsteking nog ongeveer 10 secondeningedrukt houden.

Hoe gebruikt u de brandersOm een zo hoog mogelijk rendement te verkrijgenmet een zo laag mogelijk gasverbruik dient u hetvolgende in acht te nemen:- Gebruik pannen die geschikt zijn voor de branders(zie onderstaande tabel en afb. 2). - Zet zodra het kookpunt is bereikt de knop op delaagste stand (kleine vlam afb. 1). - Gebruik altijd pannen met deksel. Branders Vermogen Bodemoppervlakpannen in cmDrievoudige krans 3100 24 ÷ 26Snel 2800 20 ÷ 22Semisnel vooraan 1400 16 ÷ 18rechtsSemisnel achteraan 1750 16 ÷ 18linksHulp 1000 10 ÷ 14WAARSCHUWING:- Met thermo-elementen beveiligde branderskunnen alleen worden aangestoken als deknop op Maximum staat (grote vlam afb. 1). - Bij uitvallen van de elektriciteit kunt u debranders aansteken met een lucifer. - Laat het apparaat wanneer de branders ingebruik zijn niet onbewaakt acht en zorgervoor dat er zich geen kinderen in denabijheid bevinden.

Verzeker er u met namevan dat de handgrepen in de juiste stand staanen blijf in de buurt wanneer u gerechten bereidtmet gebruik van gemakkelijk ontvlambare olieen vetten. - Gebruik geen spuitbussen in de nabijheid vande kookplaat als deze in gebruik is.

21GEBRUIKN.B.:Bij gebruik van een gaskookplaat wordt er warmte en vocht voortgebracht in de ruimte waarin deplaat zich bevindt. Derhalve is een goede luchtdoorstroming in deze ruimte noodzakelijk, tevensmoet u ervoor zorgen dat de natuurlijke ventilatieopeningen (afb. 3) vrij zijn en dat u demechanische beluchtingsinrichting (aanzuigkap of elektroventilator, afb. 4 en afb. 5) in werkingstelt.Bij intensief en langdurig gebruik van het apparaat, kan een extra beluchting noodzakelijk zijn, zoalsbijvoorbeeld een open raam of een doelmatiger capaciteit verhoging van het aanzuigmechanisme,indien aanwezig.AFB. 3 AFB. 4 AFB. 5(*) LUCHTINGANG: ZIE HOOFDSTUK INSTALLATIE (PARAGRAFEN 5 EN 6)

22AFB. 6LET OP:Ontkoppel de kookplaat van gas-ofelektriciteitsleiding alvorens u overgaat totreiniging van het toestel.2) KOOKPLAATReinig de geëmailleerde stalen roosters, degeëmailleerde dekseltjes “C”, de branderkoppen“M” (zie afb. 6) met lauw zeepsop, spoel ze om endroog ze vervolgens zorgvuldig af.Het reinigen dient te gebeuren wanneer het werkvlaken de onderdelen niet warm zijn en u moet geenmetalen sponsjes, schuurpoeder of bijtende spraysgebruiken. Laat niet toe dat azijn, koffie, melk, zoutwater en citroen- of tomatensap lange tijd in contactblijven met de oppervlakken.WAARSCHUWING:-Controleer voor u de vlamverdeler “M”terugplaatst dat de gasopeningen niet verstoptzijn door vreemde voorwerpen.- Vergewis u ervan dat het geëmailleerde kapje“C” (afb. 6) juist op de branderkop geplaatstis.

Aan deze voorwaarde is voldaan wanneerhet kapje volledig stabiel op de branderkoprust.- Indien het open-en dichtdraaien van eenkraantje niet meer soepel verloopt, deze nietforceren maar onmiddellijk de hulp inroepenvan de technische klantenservice.- Verwijder eventueel gemorst kooknat altijdmet een lapje.REINIGEN

In twijfelgevallen moet u het apparaatniet in gebruik nemen maar u tot gespecialiseerdtechnisch personeel wenden.De verpakkingsonderdelen (karton, zakjes,schuimplastic, spijkers...) kunnen gevaaropleveren en moeten altijd buiten het bereik vankinderen gehouden worden.U moet in de aanbouwkeuken voor de kookplaateen opening maken van de in afbeelding 7aangegeven afmetingen, waarbij u zich ervan moetverzekeren dat de beschikbare afmetingen voor deinbouw van het apparaat (zie afb. 8) wordenaangehouden.Het toestel moet geclassificeerd worden inklasse 3 en is daarom onderworpen aan de voordergelijke apparaten geldende voorschriften.AFB. 7 AFB. 8ABCDE5F 553 473 63.5 63.5 175 min.AAN TE HOUDEN AFMETINGEN(in mm)

24INSTALLATIE4) VASTZETTEN VAN DE PLAATDe plaat is voorzien van een speciale dichting omte voorkomen dat er vocht in het meubel komt. Voorhet correct aanbrengen van deze dichting dient uzich nauwkeurig te houden aan de volgendespecificaties:- Alle losse delen van de kookplaat wegnemen.- De dichting in 4 delen snijden volgens de nodigelengte, om zo onder de 4 randen van het glas tekunnen aanbrengen.- Draai de plaat om en breng dichting “E” (afb. 9)aan op zijn plaats onder de rand van de plaat,zodat de buitenkant van de dichting precies op debuitenste rand van de glas kookplaat past. Deuiteinden van de stroken moeten op elkaaraansluiten zonder elkaar te overlappen.- Druk de dichting op uniforme wijze met een vingervast.- Plaats de kookplaat in de opening van het meubelen maak de bevestigings haken “G” vast metbehulp van de schroeven “F” (zie afb.

10).- Het is mogelijk dat U per ongeluk de heetoppervlakte van de houder van het vlak tijdenshet gebruik aanraakt, dus vastschroef een houtenbintbalk op een afstand van 60 mm (op zijn minst)van de top (afb.7).AFB. 10AFB. 9

25INSTALLATIEBELANGRIJKEINSTALLATIEVOORSCHRIFTENWij wijzen de installateur erop dat de eventuelezijwanden niet hoger mogen zijn dan dekookplaat. Bovendien moeten de achterwanden de oppervlakken die aan de kookplaatgrenzen of er omheen staan, bestand zijntegen een overtemperatuur van 65K. De lijm waarmee het plastic laminaat aan hetmeubel is bevestigd moet bestand zijn tegentemperaturen van minstens 150° C om tevermijden dat de bekleding los komt. De installatie van het toestel moet conform devoorschriften van de normen zijn. Dit toestel isniet aangesloten op een apparaat voor deverwijdering van de verbrandingsproducten. Het dient daarom te worden aangesloten inovereenstemming met de eerder genoemdeinstallatieregels. U dient bijzondere aandachtte besteden aan de hieronder vermeldebepalingen die van toepassing zijn voorventilatie en verluchting.

5) VENTILATIE VERTREKKEN Het is noodzakelijk dat het lokaal waar het toestelwordt geïnstalleerd voortdurend geventileerd is omeen goede werking ervan te garanderen. Debenodigde hoeveelheid lucht is de hoeveelheid dienodig is voor de juiste verbranding van het gas envoor de ventilatie van het vertrek, met een volumevan minstens 20 m3. De natuurlijke luchttoevoerrechtstreeks te geschieden door permanenteopeningen in de wanden van het vertrek naarbuiten, met een minimum doorsnede van 100 cm2(zie afb. 3). Deze openingen moet zodanig wordenuitgevoerd dat ze niet kunnen worden verstopt. Ook indirecte ventilatie is toegelaten, door middelvan het opname van de lucht uit ruimte die aan hette ventileren vertrek grenzen, op voorwaarde datde voorschriften van de normen strikt wordenopgevolgd.

OPGELET: indien de branders van hetwerkvlak niet voorzien zijn van eenveiligheidsthermokoppel, moet de ventilatie-opening een doorsnede hebben van minimum200 cm2.

6) PLAATS EN ONTLUCHTINGDe gaskooktoestellen moeten altijd deverbrandingsproducten afvoeren doorwasemkappen die zijn aangesloten opschoorstenen, rookpijpen of rechtstreeks naarbuiten (zie afb. 4). Indien het niet mogelijk is eenwasemkap te gebruiken is ook het gebruik vaneen ventilator toegestaan, die geïnstalleerd is ineen venster of een wand naar buiten, en dietegelijkertijd met het toestel ingeschakeld moetworden (zie afb. 5), op voorwaarde dat debepalingen betreffende de ventilatie die zijnopgesomd in de normen strikt worden nageleefd. 7) GASAANSLUITINGControleer alvorens u het apparaat aansluit datde gegevens op het etiket dat aan de onderkantvan de plaat is aangebracht overeenkomen metdie van het gasdistributie of elektriciteitsnet.

Een op de laatste bladzijde van dit boekje enaan de onderkant van het onderstelaangebracht etiket geeft deafstellingsvoorwaarden aan: het soort gas en debedrijfsdruk. De gasaansluiting moet overeenkomstig degeldende wettelijke voorschriften wordenuitgevoerd. Bij kanaaldistributie van het gas moet u hetapparaat aansluiten op de gastoevoerinstallatievolgens norm NBN D 51-003:o ofwel met een rigide stalen buis volgens denormen, met intern gedrade verbindstukkenovereenkomstig ISO norm 7/1. o Ofwel met koperen buis volgens de normen, metmechanische afdichtingsverbindingsstukkenovereenkomsting de norm. o Ofwel met een roestvrij stalen flexibile buis uit eenstuk, overeenkomsti, met een verlengstuk vanmaximaal 2 meter en met dichtingenovereenkomsting de normen.

Wanneer het gas rechtstreeks vanuit eengasfles wordt aangevoerd moet het apparaatgevoed worden met een drukregelaarovereenkomsting de normen en wordenaangesloten:o ofwel met een koperen buis conform de normen,met mechanische afdichtingsverbindingsstukkenvolgens de normen. o Ofwel met roestvrij stalen flexibele buis uit eenstuk, overeenkomsting, met een verlengstuk vanmaximaal 2 meter en met dichtingenovereenkomstig de normen.

26WAARSCHUWING:- het verbindingsstuk voor de gastoevoer naarhet apparaat heeft een interne rondebedrading van 1/2”, mannelijk,overeenkomstig UNI ISO normen 228-1. - De roestvrij stalen flexibele een rubberenslang moet zodanig worden geïnstalleerd dathij niet in aanraking komt met bewegendedelen van de inbouwmodule (zoals laden) endat hij niet dwars door de inbouwruimtesheenloopt. Bij gebruik van een rubberen slang moet u dehievolgende voorschriften strikt navelen:- de slang mag nooit in aanraking komen metdelen met temperaturen hoger dan 65K. - Hij mag nooit onderworpen zijn aan draaiing oftrekkracht, mag geen vernauwlngen ofuitzonderlijk nauwe bochten bevatten. - Hij mag niet in aanraking komen met scherpevoorwerpen, punten e. d. - De slang moet over de gehele lengtegemakkelijk te controleren zijn op zijn goedestaat. - U moet de slang vervangen voor de op deslang gestempelde datum.

- Het apparaat is conform de voorschriften vande hieronder genoemde Europese Richtlijnen:EEG 90/396 + 93/68 betreffende deGasvelligheid. 8) AANSLUITING OP HETELEKTRICITEITSNETDe elektrische verbinding moet overeenkomstigde geldende wettelijke normen wordenuitgevoerd. Alvorens u overgaat tot aansluiting moet u hetvolgende controleren:- dat schakeldoos of installatie voorzien is van eenvolgens de op dit moment geldende wettelijkebepalingen adekwate aardeverbinding. Ledereaansprakelijkheid voor niet inachtneming vandeze voorschriften wordt hierbij afgewezen. In geval aansluiting op het elektriciteitsnetplaatsvindt via een schakeldoos:- een voedingskabel “C” met een voor de op hetetiket aangegeven belading aangepastegenormaliseerde stekker gebruiken (zie afb. 11). De snoeren aansluiten volgens het schema vanafb.

- De voedingskabel moet zodanig geplaatst zijn dater op geen enkel punt een overtemperatuur van65K plaatsvindt. - Gebruik voor de aansluiting geen connectors ofadapters of verdeelschakelaars die los contactkunnen veroorzaken met daaruit voortkomendegevaarlijke oververhitting. - De output moet toegankelijk zijn na degeïntegreerde functie. WAARSCHUWING:alle onze toestellen zijn ontworpen engefabriceerd volgens de Europese normenEN 60 335-1 en EN 60 335-2-6 en desbetreffendeemendamenten. Het apparaat is conform de voorschriften van dehieronder genoemde Europese Richtlijnen:- EEG 89/336 + 92/31 + 93/68 met betrekkig totde Elektromagnetische Compatibiliteit. - EEG 73/23 + 93/68 betreffende de Veiligheidvan de Elektra. INSTALLATIEAFB. 11.

27AFSTELLINGENAlvorens u overgaat tot een afstelling moet uhet apparaat loskoppelen van hetelektriciteitsnet. Wanneer de afstelling of voorafstelling klaar ismoet de installateur de eventueel verwijderdeverzegeling weer terugplaatsen.Regulatie van de primaire lucht is bij onzebranders niet nodig.9) KRANENRegulatie van het “Minimum”:- De brander aansteken en de knop op de“Minimum” stand zetten (kleine vlam afb.1).- De knop “M” verwijderen (afb. 12) van de kraandie door eenvoudige druk op de kraanstanghieraan vastzit.- Een kleine schroevedraaier “D” (afb.

12) in het gat“C” steken en de schroef naar rechts of naar linksdraaien tot dat de vlam van de brander goed isafgesteld op het “Minimum”.Vergewis u ervan dat wanneer u snel van de“Maximumstand” naar de “Minimumstand” gaat devlam niet uitgaat.Natuurlijk wordt bovenstaande afstellinguitgevoerd wanneer de branders functionerenop G20 or G25, terwijl u in geval de branders opG30 or G31 functioneren de schroef helemaalaan moet draaien.AFB. 12

G 30 - BUTAAN 28 - 30 73 51 30400 10005 HULP G 31 - PROPAAN 37 71 51 30400 1000G 20 - AARDGAS20 95 75 X 400 1000 reg. G 25 - AARDGAS25 111 73 F1 400 1000 reg. PLAATS VAN DE BRANDERSAFB. 1310) VERVANGING MONDSTUKKENDe branders kunnen worden aangepast aan dediverse soorten gas door mondstukken temonteren die overeenstemmen met het gebruiktegas. Om dit te doen is het nodig de koppen van debranders weg te nemen en met een rechte sleutel“B” het mondstuk “A” (zie afb. 13) los te schroevenen te vervangen door een mondstuk datovereenstemt met het gebruikte gas. Wij radenaan het mondstuk krachtig vast te zetten.

Nadat hij deze vervangingen heeft gedaanmoet de technicus verdergaan met het regelenvan de branders zoals beschreven in paragraaf9, de eventuele organen voor regeling ofvoorafgaande regeling verzegelen en op hettoestel het aanwezige etiket vervangen doorhet etiket dat overeenstemt met de nieuwegasregeling. Dit etiket zit in de verpakking vande vervangingsmondstukken. De envelop met de injectoren en de etikettenkan inbegrepen zijn in de uitrusting ofbeschikbaar zijn bij het erkende servicecentrum.

29ONDERHOUNDAlvorens u met het onderhoud begint moet uhet apparaat loskoppelen van het elektriciteits-en gasnet.11) VERVANGING VAN ONDERDELENOm de onderdelen die zich binnen in de plaat bevindente vervangen moet u de kookplaat uit het meubelverwijderen, hem omkeren, de schroeven “V”losschroeven en onderstel “T” verwijderen (zie afb. 14).Na verrichting van bovengenoemde handelingenkunt u de branders (afb. 15), de kranen (afb. 16) ende elektrische componenten (afb. 17) vervangen.Het verdient aanbeveling de dichting “D” iederekeer dat u een kraan vervangt door een nieuwedichting te vervangen teneinde een perfecteafdichting tussen lichaam en oploopstuk teverzekeren (zie afb. 16).Het invetten van de kranen (afb.

18 - 19)Als een kraan niet meer soepel open of dicht gaat,dient u hem onverwijld in te vetten, waarbij u devolgende aanwijzingen opvolgt:- Het kraanstuk of thermostaatlichaam demonteren.- De kegel en zijn behuizing met een in eenoplosmiddel gedrenkte doek schoonmaken.- De kegel licht met het speciaal daartoe bestemdevet invetten.- De kegel op zijn plaats zetten, waarbij u hemmeermalen beweegt, de kegel er opnieuwuithalen, het overtollige vet verwijderen encontroleren of de doorstroomopeningen van hetgas niet verstopt zijn.- Alle delen weer in omgekeerde volgorde terugmonteren.Voor het gemak van de onderhoudsreparateur volgthieronder een tabel met de soorten en doorsnedenvan de voedingskabels en het vermogen van deelektrische componenten.AFB. 17 AFB. 18 AFB. 19AFB. 14 AFB. 15 AFB. 16

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Novy 1917 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden