Novy 1821 Novy Panorama Pro Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Novy 1821 Novy Panorama Pro (80 pagina’s), behorend tot de categorie Afzuigkap. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 225 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Novy 1821 Novy Panorama Pro of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Novy |
| Categorie: | Afzuigkap |
| Model: | 1821 Novy Panorama Pro |
Foutcodes Novy 1821 Novy Panorama Pro
Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.
| Code | Betekenis | Oplossing |
|---|---|---|
| E2 | De kooktafel is oververhit | Laat de kooktafel afkoelen. Daarna kunt u deze terug inschakelen. |
| E8 | De luchttoevoer van de ventilator is afgesloten | Maak de luchttoevoer vrij. |
| Er03 | Een voorwerp of vloeistof bedekt de toetsen van de bediening | Maak de toetsen vrij of kuis deze af. Het symbool verdwijnt zodra de toetsen vrijgemaakt of afgekuist zijn. |
| Er47 | Probleem in het intern BUS-systeem van het apparaat | Indien deze foutmelding blijft verschijnen, contacteer de dienst na verkoop. |
Handleiding Novy 1821 Novy Panorama Pro – volledige tekst
Inhoud1 ALGEMENE INFORMATIE 32 VEILIGHEID 32. 1 Voorzorgsmaatregelen voor gebruik van het apparaat 32. 2 Gebruik van het apparaat 32. 3 Voorzorgsmaatregelen tegen beschadiging 32. 4 Voorzorgsmaatregelen bij defect van het apparaat 42. 5 Andere voorzorgsmaatregelen 43 BESCHRIJVING VAN HET APPARAAT 43. 1 Principe van inductie 43. 2 Technische kenmerken van de inductiekookplaat 43. 3 Geluiden bij inductie 53. 4 Globaal overzicht 54 Inductiekookplaat Novy Panorama Power 64. 1 Bediening van de kookplaat 64. 1. 1 Bedieningspaneel Novy Panorama Power 3 (1831) 64. 1. 2 Bedieningspaneel Novy Panorama Power 4 (1841) 64. 1. 3 In- en uitschakelen 64. 1. 4 Pandetectie 64. 1. 5 Aanduiding restwarmte 64. 1. 6 Power functie 64. 1. 7 Timer functie 74. 1. 8 Manuele Bridge Functie 84. 1. 9 Vergrendeling van de bediening 85 Inductiekookplaat Novy Panorama Pro 85. 1 Bediening van de kookplaat 85. 1.
2 Onderhoud van de afzuigkap 159. 2. 1 Reinigen na gebruik van het apparaat 159. 2. 2 Reiniging van de vetfilters 169. 2. 3 Reinigen bij overkoken/morsen in het apparaat 1610 KLEINE STORINGEN VERHELPEN 1710. 1 Meldingen op de kookplaat 1710. 2 Meldingen bij de afzuiging 1810. 3 Overig 18OVERZICHT VAN DE FUNCTIES 19Novy PANORAMA PRONovy PANORAMA POWER.
– 3 –1 ALGEMENE INFORMATIE– Lees aandachtig de gebruiksaanwijzing en de montage instructie vóór de installatie en ingebruikname van dit apparaat. Hierin vindt u belangrijke informatie voor de montage en gebruik van het apparaat. – Dit apparaat is enkel geschikt voor huishoudelijk gebruik. – Controleer de staat van het apparaat en het montagemateriaal zodra u ze uit de verpakking haalt. Neem het toestel met zorg uit de verpakking. Gebruik geen scherpe messen om de verpakking te openen. Installeer het apparaat niet indien het beschadigd is en richt u in dat geval tot Novy. – Bewaar deze handleiding zorgvuldig en geef deze door aan de persoon die het apparaat eventueel na u gebruikt. – Bewaar zorgvuldig de stickers met het serienummer van het apparaat. Dit serienummer hebt u nodig voor het melden van een storing van het apparaat.
– Recyclage van de transportverpakking en het oude apparaat: De gebruikte materialen zijn niet schadelijk voor het milieu en geschikt voor recyclage. Opteer voor een milieuvriendelijke afvoer van de verpakking. Uw apparaat bevat tevens vele recycleerbare materialen. Daarom dienen gebruikte apparaten van ander afval te worden gescheiden. De recyclage van de apparaten die door uw fabrikant wordt georganiseerd wordt op deze manier onder de beste omstandigheden uitgevoerd, overeenkomstig de Europese richtlijn 2002/96/CE betreffende elektrisch en elektronisch afval. Informeer bij uw gemeente of bij uw verkoper naar de dichtstbijzijnde inzamelplaats voor uw oude apparaten. In deze gebruiksaanwijzing wordt gewerkt met een aantal symbolen. Hieronder vindt u de betekenis van deze symbolen. Symbool BetekenisIndicatie Toelichting van een indicatie op het toestel.
Info/WaarschuwingDit symbool duidt op een belan- grijke tip of een gevaarlijke situatieLeef deze instructie na om letsel en materiële schade te voorkomen. 2 VEILIGHEID2.
1 Voorzorgsmaatregelen voor gebruik van het apparaat– Verwijder alle etiketten en zelfklevers van het glas. – Het apparaat niet ombouwen of wijzigen. – De kookplaat dient niet als ondergrond of werkvlak gebruikt te worden. – De veiligheid wordt enkel verzekerd wanneer het apparaat volgens de vereiste voorschriften op een aardleiding is aangesloten. – Gebruik geen verlengkabel voor de aansluiting op het elektrische net. 2. 2 Gebruik van het apparaat– Voor het eerste gebruik poets de glasplaat met een vochtige doek en droog het af. Gebruik geen detergent, deze kan op het glas een blauwachtige waas doen verschijnen. – Metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels en deksels mogen niet geplaatst worden op het glazen kookoppervlak omdat deze dan heet kunnen worden.
– Verzeker u ervan dat geen enkele elektrische kabel van een vast of los apparaat met het warme kookvlak of met een warme kookpot in contact komt. – Gebruik enkel geschikte kookpotten/pannen. Andere mate-rialen kunnen smelten of ontbranden. – Bedek het apparaat nooit met een doek of een beschermblad. Het zou kunnen verhitten en ontvlammen. – Schakel de warmtebron na gebruik steeds uit. – Waak steeds over bereidingen die oliën en vetten bevatten want deze kunnen vlug vlam vatten. – Magnetisch gevoelige voorwerpen (creditcard, smartphone) mogen zich niet in de onmiddellijke nabijheid van het functionerende apparaat bevinden. – Pas op voor brandwonden tijdens en na het gebruik van het apparaat.
– Dit apparaat is niet geschikt voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met verminderd lichamelijke, zintuiglijke waarneming of geestelijke vermogens of gebrek aan kennis en ervaring, tenzij zij begeleiding of instructies krijgen over het gebruik van het toestel door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. – Kinderen moeten zodanig begeleid worden dat het zeker is dat zij niet gaan spelen met het toestel. 2. 3 Voorzorgsmaatregelen tegen beschadiging– Beschadigde kookpotten of kookpotten met ruwe bodem (niet geëmailleerd gietijzer) kunnen het glas beschadigen. – De aanwezigheid van zand of andere schuurmaterialen kunnen het glas beschadigen. – Laat geen voorwerpen (zelfs kleine) op het glas vallen. – Vermijd het stoten van kookpotten tegen de rand van het glas. – Verzeker u ervan dat de ventilatie van het apparaat verloopt.
– 4 –volgens de instructies van de fabrikant. – Plaats of laat geen lege kookpotten op de kookplaat. – Vermijd het contact van suiker, synthetische stoffen of aluminiumfolie met de hete zones. Deze stoffen kunnen tijdens het afkoelen het vitro keramische oppervlak doen barsten of aantasten: schakel het apparaat uit en verwijder ze onmiddellijk van de nog hete zones (opgepast: risico voor brandwonden)– Risico van brand. Geen voorwerpen op de kookplaat leggen. – Plaats nooit een warme kookpot op de bedieningszone. – Indien er onder het inbouwapparaat een lade is, zorg dan voor een voldoende afstand (2 cm) tussen de inhoud van de lade en de onderkant van het apparaat teneinde een goede ventilatie te verzekeren. – Leg geen ontvlambare voorwerpen (bijv. sprays) in de lade onder de kookplaat. Eventuele bestekbakken dienen in warmtebestendig materiaal te zijn uitgevoerd. 2.
4 Voorzorgsmaatregelen bij defect van het apparaat– Bij het vaststellen van een defect, het apparaat uitzetten en de elektrische toevoer uitschakelen. – Schakel onmiddellijk de elektrische stroom van het apparaat uit indien er een barst of spleet in het vitro-keramische glas is en verwittig de dienst na verkoop. – De herstellingen dienen enkel door gespecialiseerd personeel te worden uitgevoerd. In geen geval het apparaat zelf openen. WAARSCHUWING: Als het glazen kookoppervlak gebroken is, schakel het toestel uit om een mogelijke elektrische schok te voorkomen. 2. 5 Andere voorzorgsmaatregelen– Zorg ervoor dat de kookpot steeds in het midden van de kookzone staat. De bodem van de kookpot moet de kookzone zoveel mogelijk bedekken. – Een magnetisch veld kan elektronische apparatuur beïnvloeden. Personen die een pacemaker dragen doen er goed aan eerst de verdeler of een arts te raadplegen.
Vlammen voorzichtig met een deksel, smoordeksel of iets dergelijks verstikken. Het gebruik van niet geschikte potten en pannen of van verwijderbare accessoires om potten, niet geschikt voor inductie, op te warmen, valt niet onder de garantie voorwaarden. De fabrikant kan niet verantwoordelijk gehouden worden voor beschadigingen aan de kookplaat en haar omgeving die hiervan het gevolg kunnen zijn. 3 BESCHRIJVING VAN HET APPARAATHet apparaat is een inductiekookplaat met geïntegreerde werkblad afzuiging. De inductiekookplaat beschikt over 3 of 4 naast elkaar liggende kookzones met achteraan in de kookplaat een geïntegreerde afzuigtoren die voor het verwijderen van de kookdampen zorgt. De kookplaat en afzuigkap kunnen afzonderlijk bediend worden. Verderop in deze gebruiksaanwijzing vindt u de uitleg van de bediening van het apparaat. 3.
1 Principe van inductieOnder elke kookzone bevindt zich een inductiespoel. Wanneer deze in werking is, produceert ze een variabel elektromagnetisch veld dat op zijn beurt inductiestroom produceert in de magnetische bodem van de kookpot. Hierdoor verwarmt de kookpot die op de kookzone staat. Uiteraard zijn aangepaste kookpotten vereist:– Aanbevolen zijn alle metalen kookpotten met magnetische basis (eventueel met een magneet te controleren) zoals: gietijzeren ketel, zwarte ijzeren pan, geëmailleerde metalen kookpotten, in inox met magnetische bodem, …– Uitgesloten zijn alle kookpotten in koper, inox, aluminium, glas, hout, keramiek, aardewerk, inox zonder magnetische bodem…De inductie kookzone houdt onmiddellijk rekening met de afmeting van de gebruikte kookpot. Is de diameter te klein dan werkt de kookpot niet. De diameter varieert in functie van de diameter van de kookzone.
6 Wh/kg* het vermogen kan variëren in functie van de afmetingen en het materiaal van de kookpotten** berekend volgens de methoden voor het meten van de gebruikseigen-schappen(EN 60350-2)3. 3 Geluiden bij inductieBij gebruik van een inductiekookplaat kunnen in het kookgerei allerlei geluiden ontstaan. Deze geluiden zijn afhankelijk van constructie en het materiaal van de bodem van het kookgerei. BrommenDit treedt op als u kookt op een hogere vermogensstand, en wordt veroorzaakt door de hoeveelheid energie die van de kookplaat naar het kookgerei wordt gestuurd. Het geluid verdwijnt of is zachter als u de kookplaat op een lagere stand instelt. KnetterenDit geluid ontstaat als het kookgerei uit verschillende materiaallagen is gemaakt. Het geluid wordt veroorzaakt door trillingen in de aanraakvlakken van de verschillende materiaallagen.
Het fluitende geluid verdwijnt of is zachter als u de kookplaat op een lagere stand instelt. KlikkenBij lage vermogensstanden kunnen bij elektronische schake-lingen klikgeluiden optreden. ZoemenEr kan een zoemend geluid ontstaan als de ventilator wordt ingeschakeld. Deze ventilator koelt de elektronica als u de kookplaat intensief gebruikt. Ook nadat u de kookplaat heeft uitgeschakeld, blijft de ventilator doorlopen als de temperatuur te hoog is. 3. 4 Globaal overzicht1233445678891Bovenste glas afzuigtoren2Opvangbeveiliging3Bovenste opvangreservoir4Vetfilter5Voorste glas afzuigtoren6Inductiekookplaat7Afzuigtoren8Onderste opvangreservoir9Aansluitbocht.
4 PandetectieDe ingeschakelde kookzone is enkel actief wanneer een kookpot gedetecteerd wordt door het pandetectie systeem. De inductiekookplaat werkt niet:– Indien er geen pan op de kookzone staat of wanneer de pan ongeschikt is voor inductie. In dit geval is het onmogelijk het vermogen op te voeren en het symbool knippert op het display. – De werking wordt onderbroken wanneer tijdens het koken de pan van de kookzone wordt genomen. Het symbool knippert op het display. De verdwijnt wanneer de kookpot terug op het kookvlak wordt geplaatst. Het koken gaat door op het voordien gekozen vermogen. Schakel de kookzone uit na gebruik. 4. 1. 5 Aanduiding restwarmteAls na het uitzetten van de kookzone of het volledig uitzetten van de kookplaat, het glas van de kookzone nog warm is, wordt dit aangegeven door H.
Het symbool H verdwijnt wanneer het glas van de kookzone zonder gevaar kan aangeraakt worden. WAARSCHUWING: Zolang de indicatie van de restwarmte actief blijft, de kookzone(s) niet aanraken en geen enkel warmtegevoelig voorwerp op de kookzone plaatsen. Gevaar voor brand of brandwonden. 4. 1.
6 Power functieDe Powerfunctie P verleent aan de gekozen kookzone een opgevoerd vermogen. Indien deze functie geactiveerd is, werken deze kookzones gedurende 10 minuten met een aanmerkelijk hoger vermogen. Power is ontworpen om bijvoorbeeld snel grote hoeveelheden water te verwarmen, zoals bij de bereiding van pasta. In- en uitschakelen van Power:Power inschakelen DisplayDruk op kookzone selectieknop. Druk op de knop en daarna op de knop tot PPPower uitschakelen9‐0Druk op de knopBeheer van het maximaal vermogen:De kookplaat is opgedeeld in 2 afzonderlijke verwarmings-groepen.
– 7 –A1 A2Panorama Power 3 zones (1831)A1 A2Panorama Power 4 zones (1841)Als deze vermogensgrens bij het inschakelen van een hoge kookstand of de powerfunctie wordt overschreden, reduceert het power management de kookstand van de desbetreffende kookzone. De aanwijzing van deze kookzone knippert eerst, en wordt daarna automatisch gereduceerd naar de maximaal mogelijke kookstand Het maximale vermogen van de zones A1 en A2 is afzonderlijk 3000W en 1850W. Indien simultaan gekookt wordt op zones A1 en A2 wordt een vermogen van 3700W verdeeld over deze 2 zones. Kookzone in cm Vermogen (W)A1 24 x 20 Normaal: 2100Power: 3000A2 24 x 20 Normaal: 1600Power: 1850Vermogensgrens DisplayGekozen kookzone met PowerfunctiePVermogensgrens geactiveerd8[ 9 ] wordt tot [ 8 ] gereduceerd en knippert4. 1.
7 Timer functieDe timerfunctie kan voor alle kookzones tegelijk gebruikt worden en dit met verschillende tijdsaanduidingen (van 0 tot 99 minuten) voor iedere zone. Timer functieRegeling of wijziging van de kooktijd DisplayDruk op de kookzone selectieknop. Selecteer het gewenste vermogen met de + of ‐ knop1‐PSelecteer de timer00druk tegelijkertijd op ‐ en + Duurtijd verminderen60‐59. druk op ‐Duurtijd verlengen01‐02. druk op + Een punt naast de aanduiding van de vermogensstand van de geselecteerde zone licht op om de activatie van de timer weer te geven. De tijd is geselecteerd en het aftellen begint. Uitschakelen van de timerfunctieSelecteer de timer DisplayDruk op de kookzone selectieknop.
Druk tegelijkertijd op + en ‐lampje van de zone is aanStop de timer00Druk op ‐ tot timer op 00 staatDe timer kan ook als onafhankelijke kookwekker worden gebruikt zonder dat een kookzone wordt geschakeld. Indien de kookplaat wordt uitgeschakeld loopt de onafhankelijke kookwekker nog verder tot het einde van de ingestelde tijd. Gebruik van de timer zonder koken:Timer zonder koken DisplayDe kookplaat inschakelen.
– 8 –Automatisch uitschakelen op het einde van de kooktijd:Zodra de geselecteerde kooktijd afgelopen is, gaat de display knipperen 00, er klinkt een geluidssignaal en de kookzone stopt. Om het geluidssignaal en het knipperen te stoppen drukt u op een toets. 4. 1. 8 Manuele Bridge FunctieDeze functie laat toe om de 2 rechter zones te koppelen tot 1 grote zone. Deze functie kan enkel manueel geactiveerd wanneer een grote pot/pan op het kookoppervlak wordt gezet. Bridge functie:Manueel activeren DisplayTegelijkertijd op kookzone selectieknop + duwen van de 2 te combineren zones A1, A2. 0 ]Vermogen verhogen0‐9Druk op de + of ‐ knop tot het gewenste vermogenBridge stopzetten0Tegelijkertijd op kookzone selectieknop duwen van de 2 gecombineerde zones4. 1.
9 Vergrendeling van de bedieningOm te vermijden dat een selectie van de kookplaat wordt gewijzigd, bijvoorbeeld bij het poetsen van het glas, kan de bediening worden vergrendeld (behalve de toets aan/uit). Vergrendeling:Vergrendelen Display1. Schakel de kookplaat in met de knop 2. Druk gelijktijdig op de knop ‐ en van de zone rechtsvoor 3. Druk nogmaals op de knop van de zone rechtsvoorLOntgrendelen01. Schakel de kookplaat in met de knop 2. Druk gelijktijdig op de knop ‐ en van de zone rechtsvoor 3. Druk nogmaals op de knop ‐5 Inductiekookplaat Novy Panorama Pro5. 1 Bediening van de kookplaat5. 1.
Het aanraken van de toets zet de functie in werking. Deze activering wordt weergegeven door een lichtje, een aflezing en/of een geluidssignaal. WAARSCHUWING: Niet op meerdere toetsen tegelijk duwen bij normaal gebruik. Voor de selectie van het vermogen volstaat het om met uw vinger over de slider te glijden net onder de led aanduiding. U heeft ook de rechtstreekse toegang tot een bepaald niveau door met uw vinger het gewenste niveau rechtstreeks te selecteren. Zone voor sliderbediening (SLIDER).
– 9 –5. 3 Bediening van de kookplaat5. 3. 1 In- en uitschakelenIn- en uitschakelen van de kookplaat:Inschakelen DisplayDruk op en 2 sec blijven duwen. Led licht opUitschakelenDruk op. Led licht dooftIn- en uitschakelen van een kookzone:Instellen DisplayGlij van links naar rechts over de “SLIDER”(Vermogenregeling)0‐9 Uitschakelen 0HGlij van rechts naar links over de “SLIDER” tot de display 0 of H = “hot” aangeeft. Indien binnen de 20 seconden geen regeling is uitgevoerd, valt de elektronica terug op de wachtpositie. 5. 3. 2 PandetectieDeze kookplaat is uitgerust met een interactief controlesysteemdat het gebruik van de kookplaat nog vereenvoudigt. Wanneer u een pan op de ingeschakelde kookplaat plaatst, wordt deze automatisch gedetecteerd. Bovendien krijgt u een indicatie 0 welke slider u dient te gebruiken voor de desbetreffende zone.
De detectie van de pan verzekert een optimale veiligheid. De inductiekookplaat werkt niet:– Indien er geen pan op de kookzone staat of wanneer de pan ongeschikt is voor inductie. In dit geval is het onmogelijk het vermogen op te voeren en het symbool knippert op het display. – De werking wordt onderbroken wanneer tijdens het koken de pan van de kookzone wordt genomen. Het symbool knippert op het display. De verdwijnt wanneer de kookpot terug op het kookvlak wordt geplaatst. Het koken gaat door op het voordien gekozen vermogen. Schakel de kookzone uit na gebruik. De pandetectie blijft dan niet actief. 5. 3. 3 Aanduiding restwarmteAls na het uitzetten van de kookzone of het volledig uitzetten van de kookplaat, het glas van de kookzone nog warm is, wordt dit aangegeven door H. Het symbool H verdwijnt wanneer het glas van de kookzone zonder gevaar kan aangeraakt worden.
4 Power functie en Super Power functieDe Powerfunctie P en Super Power verlenen aan de gekozen kookzone een opgevoerd vermogen. Indien deze functie geactiveerd is, werken deze kookzones gedurende 10 minuten met een aanmerkelijk hoger vermogen. Power is ontworpen om bijvoorbeeld snel grote hoeveelheden water te verwarmen, zoals bij de bereiding van pasta.
In- en uitschakelen van Power:Power inschakelen DisplayTot het einde van de “SLIDER” glijden ofmeteen op het einde van de “SLIDER” duwenPPower uischakelen9‐0Over de “SLIDER” glijdenIn- en uitschakelen van Super Power:Power inschakelen DisplayTot het einde van de “SLIDER” glijden ofmeteen op het einde van de “SLIDER” duwenPSuper Power inschakelen + PDruk opnieuw einde van de “SLIDER”Super Power uitschakelenP‐0Over de “SLIDER” glijdenPower uitschakelen9‐0Over de “SLIDER” glijdenBeheer van het maximaal vermogen:De kookplaat is opgedeeld in 2 afzonderlijke verwarmings-groepen. 8888min888A2 A1B2 B1A1A2B1B2Als deze vermogensgrens bij het inschakelen van een hoge kookstand of de powerfunctie wordt overschreden, reduceert het power management de kookstand van de desbetreffende kookzone.
De aanwijzing van deze kookzone knippert eerst, en wordt daarna automatisch gereduceerd naar de maximaal mogelijke kookstand Het maximale vermogen van iedere zone afzonderlijk is 3700W. Indien simultaan gekookt wordt op zones A1 en A2 of B1 en B2 wordt het vermogen van 3700W verdeeld over deze 2 zones A1 en A2 of B1 en B2.
– 10 –Kookzone in cm Vermogen (W)A1A2B1B224 x 2024 x 2024 x 2024 x 20Normaal: 2100Power: 3000Super power: 3700Vermogensgrens DisplayGekozen kookzone met PowerfunctiePVermogensgrens geactiveerd8[ 9 ] wordt tot [ 8 ] gereduceerd en knippertOm 2 zones tegelijkertijd op een maximaal vermogen te kunnen gebruiken, maak gebruik van een combinatie tussen zone A1 of A2 en B1 of B2. 5. 3. 5 Timer functieDe timerfunctie kan voor alle kookzones tegelijk gebruikt worden en dit met verschillende tijdsaanduidingen (van 0 tot 99 minuten) voor iedere zone. Timer functieRegeling of wijziging van de kooktijd DisplaySelecteer het vermogen door over de “SLIDER” te glijden1‐PSelecteer de timerdruk tegelijkertijd op ‐ en + van de timer en eventueel nogmaals tegelijkertijd indrukken tot de zandloper van de desbetreffende zone oplichtDuurtijd verminderen060‐059. druk op ‐ van de timerDuurtijd verlengen001‐002.
druk op + van de timerNa enkele seconden knippert de led [‐] niet meer. De tijd is geselecteerd en het aftellen begint. Uitschakelen van de timerfunctieSelecteer de timer DisplayDruk tegelijkertijd op ‐ en + tot de gewenste zandloper oplichtresterende tijdStop de timer000Blijf op ‐ van de timer drukken tot de timer op 000 staat, of het vermogen van de kookzone op 0 zettenIndien verschillende timers op meerdere zones geactiveerd zijn, dient deze handeling meermaals herhaald te worden. De geactiveerde timer indicatie licht meer op naast de desbetreffende zone. De timer kan ook als onafhankelijke kookwekker worden gebruikt zonder dat een kookzone wordt geschakeld. Indien de kookplaat wordt uitgeschakeld loopt de onafhankelijke kookwekker nog verder tot het einde van de ingestelde tijd. Gebruik van de timer zonder koken:Timer zonder koken DisplayDe kookplaat inschakelen.
druk op + van de timerNa enkele seconden knippert de led [min] niet meer. De tijd is geselecteerd en het aftellen begint. Automatisch uitschakelen op het einde van de kooktijd:Zodra de geselecteerde kooktijd afgelopen is, gaat de display knipperen 000, er klinkt een geluidssignaal en de kookzone stopt. Om het geluidssignaal en het knipperen te stoppen drukt u op ‐ of + van de timer. 5. 3. 6 Programmeren van de aankookautomaatAlle kookzones zijn uitgerust met een aankookautomaat. De kookzone functioneert eerst een zekere tijd op volle kracht en vermindert dan automatisch tot het gekozen vermogen. Programmeren van de aankookautomaat:Activeren van de aankookautomaat Displayover de “SLIDER” glijden tot (bv.
– 11 –5. 3. 7 Stop & Go FunctieDeze functie onderbreekt de activiteit van de kookplaat tijdelijk en laat een herstart met dezelfde instellingen toe. Aan- en uitzetten van Stop & Go:Aanzetten DisplayDruk op II I IUitzetten0‐9Druk op IIDruk daarna op de geanimeerde “SLIDER”5. 3. 8 HerhalingsfunctieNa het uitzetten van de kookplaat is het mogelijkde laatst gekozen instellingen te herhalen: (dit tot maximaal 10 seconden)– Staat van alle kookzones (vermogen)– Minuten en seconden van de geprogrammeerde kookzones door de timers– Functie “automatisch koken”– WarmhoudfunctieDe herhalingsprocedure is als volgt:– Duw op de toets – Duw op II voor het knipperen stopt. De vorige instellingen zijn opnieuw actief. 5. 3. 9 WarmhoudfunctieDeze functie maakt het mogelijk een temperatuur van 42°C, 70°C of 94°C te bereiken en automatisch te behouden.
Dit voorkomt dat vloeistoffen overlopen en dat uw gerechten aan de bodem van de kookpot gaan kleven. 8Aanzetten, stopzetten van de Warmhoudfunctie:Warmhouden 42° DisplayDruk 1 maal op [ Warmhoudtoets ] U Warmhouden 70°U Druk 2 maal op [ Warmhoudtoets ] Warmhouden 94°U Druk 3 maal op [ Warmhoudtoets ] Stopzetten warmhoudfunctie0Glijd over de “SLIDER“ 0 tot 9of [ Warmhoud toets ] drukken tot [ 0 ]De maximale duur van het warmhouden is 2 uur. 5. 3. 10 Bridge FunctieDeze functie laat toe om de 2 linker en 2 rechter zones te koppelen tot 2 grote zones. Deze functie kan manueel of automatisch geactiveerd wanneer een grote pot/pan op het kookoppervlak wordt gezet. Bridge functie:Manueel activeren DisplayTegelijkertijd op [ Warmhoudtoets ] duwenvan de 2 te combineren zones A1, A2 of B1, B2. 0 Automatisch activerenPlaats een kookpot op de zones A1, A2 of B1, B2.
11 Grill functieDeze speciale kookfunctie optimaliseert het opwarmen en warmhouden van een gietijzeren pot/grillplaat. Hierdoor bekomt u betere kookresultaten van uw gerecht. De zones A1 en A2 of B1 en B2 worden hierbij automatisch met de bridge functie aan elkaar gekoppeld. Grill functie:Activeren DisplayToets tegelijkertijd op de “SLIDER” van de twee kookzones A1, A2 of B1, B2. knippertVermogen verhogenGlijd over de linker “SLIDER” tot het gewenstevermogen, beide zones geven het gekozen vermogen weerGrill stopzettenToets tegelijkertijd op de “SLIDER” van de twee kookzones5. 3. 12 Vergrendeling kookplaatOm te vermijden dat een selectie van de kookplaat wordt gewijzigd, bijvoorbeeld bij het poetsen van het glas, kan de bediening worden vergrendeld (behalve de toets aan/uit).
– 12 –6 Bediening van de afzuigtoren6. 1 Bedieningspaneel afzuigkapBediening afzuigingInschakelen / verhogen positie afzuigtoren Afzuigsnelheid verlagenAfzuigsnelheid verhogenUitschakelen / verlagen positie afzuigtoren Aanduiding afzuigsnelheidReinigingsindicatie vetfilterReinigingsindicatie recirculatiefilter (optioneel)Vooringestelde afzuigfunctieVergrendelingstoets afzuigkap6. 2 Bediening via mobiele applicatieDeze afzuigkap kan ook op afstand worden bestuurd via een mobiel toestel. Is de Novy applicatie op uw mobiel toestel geïnstalleerd, dan kunt u deze verbinden met de afzuigkap. Wanneer de afzuigkap niet is verbonden met het mobiel toestel dan kan de afzuigkap op een normale manier bediend worden via de bediening op de afzuigkap zelf.
InstellenOm de Novy applicatie voor uw afzuigkap en toestel te installeren hebt u het volgende nodig:– De afzuigkap dient met het stroomnet verbonden en ingeschakeld te zijn. – Een smartphone of tablet met een actuele versie van iOS of Android besturingssysteem. Download de Novy applicatie via uw favoriete app store. – Uw afzuigkap en mobiel toestel dienen binnen elkaars bereik van elkaar te vallen. De applicatie leidt u door de volledige procedure. Volg de aanwijzingen op in de applicatie. 6. 3 GebruiksmodesDit apparaat kan gebruikt worden in afvoer- of in recirculatie-modus (standaard instelling bij levering)6. 3. 1 Afvoer modusDe aangezogen lucht wordt door de vetfilters eerst gereinigd alvorens afgevoerd te worden naar buiten. Dit kan gedaan worden door gebruik te maken van kanaalwerk aangesloten tussen het apparaat en een wanduitblaasrooster.
Daarna ontdaan van geuren door de recirculatiefilter alvorens de lucht terug in de keuken wordt ingeblazen. Om het apparaat in recirculatie modus te zetten (standaard instelling), houd de toetsencombinatie + en ‐ en gedurende 3 seconden ingedrukt wanneer de afzuigtoren gesloten is. De led naast de reinigingsindicatie recirculatiefilter brandt gedurende 3 seconden. Zorg voor voldoende ventilatie in de keuken voor een optimale efficiëntie van het recirculatie systeem. 6. 4 In- en uitschakelen en naloopfunctieWAARSCHUWING: Bij het inschakelen van afzuiging komt automatisch de afzuigtoren achteraan in de inductiekookplaat omhoog naar de gewenste hoogte. Zorg ervoor dat niets de beweging kan hinderen.
– 13 –Afzuigtoren:Inschakelen stand 10 cm DisplayDruk kort op led licht opInschakelen stand 30 cm led licht opDruk op en houd 2 seconden ingedrukt Inschakelen vooringesteld afzuigfunctie led licht opDruk op Naloopfunctie inschakelen 1e led knippertDruk op en houd 2 seconden ingedrukt Naloopfunctie uitschakelen led dooftDruk nogmaals op Andere posities afzuigtoren: De afzuigtoren kan ingesteld worden in de 3 standaard posities van 10, 20 en 30cm via de en toetsen. Indien u zelf de hoogte wilt kiezen, kunt u tijdens het bewegen van de afzuigtoren deze op iedere positie doen stoppen. Druk op de toets wanneer de afzuigtoren omhoog beweegt, of als deze naar beneden beweegt. Vooringesteld afzuigfunctie: Vooringestelde functie waarbij de afzuigtoren direct in de meest gangbare kookhoogte 20 cm positioneert en afzuigstand 5 wordt ingesteld (standaard instelling).
Deze instelling kan desgewenst aangepast worden via de Novy applicatie. Naloopfunctie: Deze functie wordt gestart na het beëindigen van het koken. Hierbij worden voor een bepaalde vaste tijd alle laatste kookdampen uit de keuken opgenomen door de afzuigtoren op de lage afzuigstand van 10cm. Bij recirculatie worden hierbij tevens de recirculatiefilters gedroogd. De nalooptijd is standaard ingesteld op 30 minuten in recirculatiemodus en 10 minuten in afvoermodus. Het is aangeraden om altijd deze functie volledig uit te voeren. Na het beëindigen van de nalooptijd schakelt de motor en afzuigtoren zich automatisch uit en sluit de afzuigtoren zich. 6. 5 Vermogensniveau verhogen en verlagen De afzuigtoren kan ingesteld worden in 8 vermogensniveaus waarvan 3 intensiefstanden bij afvoer modus (stand 6,7 en 8). Activeer de intensiefstand in geval van sterke geur - of dampontwikkeling.
De afzuigtoren werkt dan gedurende een vaste tijd op een hoger debiet, voor stand 6 gedurende 1 uur en voor stand 7 en 8 gedurende 6 minuten als het apparaat in afvoermodus is ingesteld.
Na deze tijd schakeld de afzuigtoren terug naar stand 5. Vermogensniveau aanpassen:Vermogen verhogen DisplayDruk op + led(s) intenserVermogen verlagen led(s) verzwakkenDruk op ‐ 6. 6 Auto-stopOm te vermijden dat de afzuiging aan zou blijven staan, wordt de motor automatisch na 3 uur uitgeschakeld en sluit de afzuigtoren zich (enkel indien tijdens die 3 uur de bediening niet werd gewijzigd). 6. 7 Vergrendeling afzuigkapOm te vermijden dat de afzuigkap per ongeluk wordt ingeschakeld, bijvoorbeeld bij het poetsen van het glas, kan debediening worden vergrendeld. Vergrendeling afzuigkapVergrendelen DisplayVinger gedurende 3 seconden op houden van de vergrendelingstoets van de afzuigkap. led licht opOntgrendelenled dooftVinger gedurende 3 seconden op houden van de vergrendelingstoets van de afzuigkap. 7 Reinigingsindicaties7.
1 Reinigingsindicatie vetfiltersIndicatie: led naast gaat brandenNa 20 kookuren brandt de led naast het symbool. Volg de reinigingsinstructies op die beschreven staan in het hoofdstuk Reiniging en onderhoud. Na het reinigen en het terug plaatsen van de vetfilters, reset de reinigingsindicatie. Reset: druk gedurende 3 seconden op de toets wanneer de afzuigtoren volledig gesloten is. 7. 2 Vervangingsindicatie recirculatiefilter (alleen bij recirculatie)Indicatie: led naast gaat brandenNa een vast ingestelde tijd geeft de led indicatie op het toestel aan dat het monoblock recirculatiefilter vervangen dient te worden.
– 14 –Volg de vervangingsinstructies die beschreven staan in de handleiding van de recirculatie box/filter. Een nieuw monoblock filter kunt u verkrijgen via de vakhandel of via de website van Novy. Na het vervangen van de recirculatiefilter, dient u de reinigingsindicatie te resetten. Reset: druk gedurende 3 seconden op de toets wanneer de afzuigtoren volledig gesloten is. 7. 3 I/O module connectieHet apparaat kan optioneel uitgerust worden met de Input/Output module n° 990036 (vanaf versie v5). Indien de input module gebruikt wordt bij een “gesloten” input situatie, dan zal de afzuigtoren naar de gewenste hoogte bewegen maar start de aanzuiging niet. De 2 leds tussen de reinigingsindicatie en knipperen. Nadat de input situatie “open” komt kan de aanzuiging starten. Deze situatie kan bijvoorbeeld gebruikt worden wanneer een venstercontact nodig is bij de afvoer modus van de afzuigkap.
Indien de output van de module gebruikt wordt, zal het relais zich sluiten op de aansluiting wanneer de afzuigtoren actief is. De output blijft nog 5 minuten gesloten na het uitschakelen van de afzuigtoren. 8 KOOKADVIESKwaliteit van de kookpannen/pottenAangepaste kookpannen/potten: staal, geëmailleerd staal, gietijzer, inox met magnetische bodem, aluminium met magnetische bodem (±100mm min). Niet aangepaste kook-potten: aluminium en inox zonder magnetische bodem, koper, messing, keramiek, porselein. De fabrikanten vermelden of hun producten geschikt zijn voor inductie. Om u ervan te verzekeren of de kookpotten geschikt zijn:– Giet een beetje water in een kookpot en plaats deze op een inductie kookzone ingesteld op 9. Het water moet binnen enkele seconden opwarmen. – Houd een magneet tegen de bodem van de kookpot. De magneet moet blijven plakken.
Sommige kookpotten zoemen wanneer ze op een inductie kookzone geplaatst worden. Dit wil niet zeggen dat het apparaat defect is en het beïnvloedt geenszins het functioneren.
Dit geluid neemt af wanneer u een andere vermogensstand instelt. Til de pannen op als u ze wilt verplaatsen, zo voorkomt u vlekken en krassen door wrijving. – Bereid gerechten zo vaak mogelijk met een deksel op de pot. Afmetingen van de kookpottenDe kookzones passen zich in zekere mate automatisch aan de diameter van de kookpot aan. De bodem van deze kookpot dient wel een minimum diameter (± 9cm) te hebben in functie van de diameter van de gekozen kookzone. Plaats de kookpot goed in het midden van de kookzone teneinde een optimaal rendement van uw kooktafel te verkrijgen. Indien de diameter van de kookpot veel groter is dan de zone, zal dit geen optimaal kookresutaat opleveren. Het oppervlak van de kookpot die dan net boven de inductiespoel staat genereert dan de warmte.
De rest van het oppervlak die niet boven de inductiespoel staat krijgt dan de warmte door via de opbouwlagen van de kookpot. Daarom wordt het aangeraden indien de kookpot veel groter is dan de kookzone deze op een iets lager vermogenniveau op te warmen zodat de warmte mooi verdeeld kan worden.
– 15 –9 REINIGING EN ONDERHOUDVolg alle instructies zoals beschreven in het hoofdstuk VeiligheidControleer voorafgaand de reiniging of de kooplaat volledig uitgeschakeld is en het glas boven de kookzones voldoende is afgekoeld. Volg onderstaande reinigingsinstructies voor een langere levensduur en optimale werking van het apparaat. 9. 1 Onderhoud van de kookplaatLaat het apparaat eerst afkoelen, anders is er risico op brandwonden. Gebruik in geen geval toestellen die met “stoom” of met “druk” werken. Geen voorwerpen gebruiken die het vitrokeramische glas kunnen beschadigen, zoals een schuurspons, schuurmiddel en agressieve reinigingsmiddelen. Reinigen glas kookplaatVeeg het oppervlak schoon met een vochtige doek of spons met eventueel wat afwasmiddel (het beste telkens na gebruik). Daarna wrijft u de kookplaat met een droge doek of met keukenpapier droog.
Let er altijd op dat alle doeken die u gebruikt proper zijn, zodat krassen op het oppervlak vermeden worden. Voor hardnekkige vlekkenSterke verontreinigingen en vlekken (kalkvlekken, parelmoer-achtig glanzende vlekken) kunt u het best verwijderen als de kookplaat nog lauwwarm is. Gebruik hiervoor gebruikelijke reinigingsmiddelen en reinigingsmethode. Indien dit echter niet zou volstaan kunt u gebruik maken van een specifiek reinigingsproduct voor het reinigen van vitrokeramisch glas (bv. vitroclen)Overgekookte spijzen eerst met een natte doek inweken en vervolgens de vuilresten met een speciale glasschraper voor keramische kookplaten verwijderen. Daarna de kookplaat reinigen zoals onder “Reinigen glas kookplaat” beschreven. Ingebrande suiker en gesmolten kunststof verwijdert u meteen – in nog hete toestand – met een glasschraper.
Zandkorrels, die eventueel bij het aardappelen schillen of sla schoonmaken op de kookplaten vallen, kunnen bij het verschuiven van pannen krassen veroorzaken. Let er dus op dat er geen zandkorrels op het oppervlak blijven liggen. Kleurveranderingen van de kookplaat hebben geen invloed op de werking en de stevigheid van de vitrokeramiek. Het gaat hierbij niet om een beschadiging van de kookplaat, maar om niet verwijderde en daarom ingebrande resten. Glanzende plekken ontstaan door slijtage van de panbodem, in het bijzonder bij het gebruik van kookservies met een aluminiumbodem of door ongeschikte reinigingsmiddelen. Ze kunnen alleen maar moeizaam met gebruikelijke reinigings-middelen worden verwijderd. Eventueel de reiniging meermaals herhalen.
Door het gebruik van agressieve reinigingsmiddelen en door schurende panbodems wordt het glasoppervlak in de loop van de tijd afgeschuurd en er ontstaan donkere vlekken. Gebruik de kookplaat niet als een werkblad of om materialenop te leggen. Til de pannen/ potten altijd op en schuif deze niet over de glasplaat9. 2 Onderhoud van de afzuigkap9. 2. 1 Reinigen na gebruik van het apparaat- Breng de afzuigtoren naar hoogste stand, druk op meermaals of houd 2 seconden ingedrukt. - Hef het bovenste glas van de afzuigtoren. Plaats het bovenste glas niet op een ingeschakelde kookplaat dit om opwarming te vermijden.
– 16 –Reinig met een vochtige doek of spons met eventueel een pH neutraal afwasmiddel. Wrijf met droge doek/ keukenpapier droog.- Kantel het voorste glas met beide handen en hef deze uit de afzuigtoren.qReinig zowel het voorste als vaste achterste glas met een vochtige doek of spons met eventueel een pH neutraal afwasmiddel. Wrijf met droge doek/ keukenpapier droog.Druk op na het terugplaatsen van alle onderdelen in de afzuigtoren.Zorg ervoor dat de aanzuigopening vrij is bij het terugplaatsen van het bovenste glas.Geen voorwerpen gebruiken die het glas kunnen beschadigen, zoals een schuurspons, schuurmiddel en agressieve reinigingsmiddelen.
9.2.2 Reiniging van de vetfiltersWanneer de vetfilters gereinigd dienen te worden wordt dit aangegeven door de vetfilter reinigingsindicate (zie 4.5.1)- Volg stappen beschreven in 6.2.1.- Neem de vetfilters uit de afzuigtoren (neem positie van vetfilter in acht, er is een linkse en een rechtse vetfilter)Reinig in vaatwas/ onderdompelen in heet water met ontvettend afwasmiddel.WAARSCHUWING: Indien de bovenvermelde instructies niet worden uitgevoerd, ontstaat er door een te sterke vervuiling, kans op brandgevaar.Het bovenste en voorste glas van de afzuigtoren NIET in de vaatwasser stoppen.
Dit kan krassen veroorzaken in het glas en de coating beschadigen aan de onderzijde.Na het reinigen:– Plaats de filters en het glas terug in de afzuigtoren.– Druk op na het terugplaatsen van alle onderdelen in de afzuigtoren.– Druk gedurende 3 seconden op de toets wanneer de afzuigtoren volledig gesloten is.9.2.3 Reinigen bij overkoken/morsen in het apparaat- Volg stappen beschreven in 6.2.1 en 6.2.2.- Neem de bovenste opvangreservoirs uit de toren en reinig deze indien nodig.- Neem de opvangbeveiliging uit en reinig indien nodig.
– 17 – - Bij morsen van grote hoeveelheden vocht, schuif de onderste opvangreservoirs uit de onderkant van de afzuigkap en reinig indien nodig. Volg de stappen in omgekeerde volgorde om het apparaat terug kookklaar te maken. Bij het terugplaatsen van de opvangbeveiliging dient de korte zijde naar voor gericht te zijn van de opvangbeveiliging. Druk op na het terugplaatsen van alle onderdelen in de afzuigtoren. 10 KLEINE STORINGEN VERHELPEN10. 1 Meldingen op de kookplaatCode– er staat geen kookpot op de kookzone– de kookpot is niet geschikt voor inductie– de diameter van de bodem van de kookpot is te klein in vergelijking met de kookzoneUZie hoofdstuk 5. 3. 9 Warmhouden (1821)E– Het elektronisch systeem is ontregeld. – Ontkoppel de kookplaat en sluit opnieuw aan. – Doe beroep op de dienst na verkoopI IZie hoofdstuk 5. 3.
7 Stop&Go (1821) (Er03)Een voorwerp of vloeistof bedekt de toetsen van de bediening. Het symbool verdwijnt van zodra de toetsen vrijgemaakt of afgekuist zijn. (1821)E2De kooktafel is oververhit, laat afkoelen, daarna kunt u ze terug inschakelen. E8De luchttoevoer van de ventilator is afgesloten. Maak deze vrij. U400De kooktafel werd niet goed aan het netwerk aangesloten. Kijk de aansluiting na. (1821)(Er47) Probleem in het intern BUS-systeem van het apparaat. Indien één van deze foutmeldingen blijft verschijnen, kunt u de dienst na verkoop contacteren.
De kookplaat of de kookzone werkt niet:– de kookplaat is slecht op het elektrisch net aangesloten– de veiligheidszekering is gesprongen– kijk na of de vergrendeling is ingeschakeld – de tiptoetsen zijn met water of vet bespat– er staat een voorwerp op de tiptoetsenEen enkele zone of alle zones vallen uit:– de veiligheid is in werking getreden– deze treedt in werking wanneer u vergeten bent een kookzone uit te schakelen– de veiligheid treedt eveneens in werking wanneer één of meerdere tiptoetsen bedekt zijn– een kookpan is leeg en de bodem is oververhit– de kookplaat beschikt eveneens over een automatische vermindering van het vermogen en van een automatische uitschakeling bij oververhittingDe ventilator blijft doorwerken na het uitzetten van de kooktafel:– dit is geen defect, de ventilator beveiligt zo de elektronische apparatuur– de ventilator stopt vanzelf.
– 18 –De bediening van automatisch koken treedt niet in werking:– de kookzone is nog warm [ H ]– het maximum kookniveau staat aan [ 9 ]– het kookniveau werd aangezet met de toets [ ‐ ]. 10. 2 Meldingen bij de afzuigingCode1e ledknippert – Naloopfunctie geactiveerd2 Ledsknipperen– De toren werd niet detecteerd op de gevraagde positie. – Controleer of niets de beweging van de afzuigtoren kan verhinderen– Druk op – Contacteer Novy3 Ledsknipperen– Veiligheidsschaklaar in afzuigtoren blijft constant geactiveerd– Druk op – Contacteer Novy– Draai met een schroevendraaier aan de spindel van de afzuigtoren via de sleuf in de spindel. 4 Ledsknipperen– Voorste glas afzuigtoren niet aanwezig– Voorste glas afzuigtoren niet correct geplaatst– Druk op – Detectieschakelaat afzuigtoren defectDe afzuigkap zuigt niet goed af. Wat kan dit probleem veroorzaken.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Novy 1821 Novy Panorama Pro stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Afzuigkap Novy
Handleiding Afzuigkap
Nieuwste handleidingen voor Afzuigkap