Novy 1767 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Novy 1767 (128 pagina’s), behorend tot de categorie Kookplaten en fornuizen. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 21 mensen. Heb je een vraag over Novy 1767 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/128
1724_V03_GA1_MA1
1724 – 1726 – 1763 – 1767
Novy Inductie Power
Novy Induction Power
Novy Induktionskochfeld Power
Novy Induction Power
NL Gebruiksaanwijzing &
installatievoorschriften p. 2
FR Mode d’emploi &
instructions d'installation p. 33
DE Bedienungsanleitung
& Montageanleitung S. 64
EN User manual &
installation instructions p. 96

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Novy
Categorie: Kookplaten en fornuizen
Model: 1767
Apparaatplaatsing: Ingebouwd
Soort bediening: Touch
Kleur van het product: Zwart
Aantal vermogenniveau's: 9
Ingebouwd display: Nee
Timer: Ja
Breedte: 40 mm
Diepte: 100 mm
Hoogte: - mm
Soort materiaal (bovenkant): Glas
Aantal branders/kookzones: 4 zone(s)
Type kookplaat: Inductiekookplaat zones
Aantal elektronische kook zones: 4 zone(s)
Reguliere brander/kookzone diameter: 210 mm
Normale brander/kookzone: 3700 W
Controle positie: Boven voorzijde
Aangesloten lading (elektrisch): 7400 W
LED-indicatoren: Ja
Aan/uitschakelaar: Ja

Handleiding Novy 1767 – volledige tekst

– 2 – – 3 –NLinhoud NLINHOUD1 ALGEMENE INFORMATIE 32 MILIEU EN BESPARING 42.1 Verpakkingsmateriaal 42.2 Afvoeren van het oude apparaat 42.3 Tips voor lager energieverbruik en hogere eciëntie 43 GEBRUIK VAN HET APPARAAT 53.1 Eerste gebruik van het apparaat 53.2 Voorzorgsmaatregelen tegen beschadiging 54 BESCHRIJVING VAN HET APPARAAT 64.1 Principe van inductie 64.2 Technische kenmerken van de inductiekookplaat 74.3 Geluiden bij inductie 85 INDUCTIEKOOKPLAAT 95.1 Bedieningspaneel 95.2 Toetsen en slider bediening 95.3 Bediening van de kookplaat 105.3.1 In- en uitschakelen 105.3.2 Pandetectie 105.3.3 Aanduiding restwarmte 115.3.4 Power functie en Super Power functie 115.3.5 Timer functie 145.3.6 Programmeren van de aankookautomaat 155.3.7 Stop & Go Functie 165.3.8 Herhalingsfunctie 165.3.9 Warmhoudfunctie 165.3.10 Flexzone 175.3.11 Grill functie 175.3.12 Vergrendeling kookplaat 186 KOOKADVIES 197 REINIGING EN ONDERHOUD 217.1 Onderhoud van de kookplaat 218 KLEINE STORINGEN VERHELPEN 238.1 Meldingen op de kookplaat 238.2 Storingen 249 OVERZICHT FUNCTIES 2510 INSTALLATIE VOORSCHRIFTEN 2811 MONTAGE INSTRUCTIES 2811.1 Elektrische aansluiting 31

– 2 – – 3 –NL 1 ALGEMENE INFORMATIELees aandachtig de veiligheidsvoorschriften en de gebruiksaanwijzing & installatievoorschriften vóór de installatie en ingebruikname. De veiligheidsvoorschriften staan vermeld in een apart boekje dat met het toestel is meegeleverd en op onze website www.novy.com.Leef de veiligheidsvoorschriften en de gebruiksaanwijzing & installatievoorschriften na om letsel en materiële schade te voorkomen.In deze handleiding wordt gewerkt met een aantal symbolen. Hieronder vindt u de betekenis van deze symbolen.Symbool BetekenisIndicatie Toelichting van een indicatie op het toestel.Info/WaarschuwingDit symbool duidt op een belangrijke tip of een gevaarlijke situatie

– 4 –NL 2 MILIEU EN BESPARING2.1 VerpakkingsmateriaalDit toestel is beschermd door verpakking tegen transportschade.De gebruikte materialen zijn niet schadelijk voor het milieu en geschikt voor recyclage. Opteer voor een milieuvriendelijke afvoer van de verpakking. 2.2 Afvoeren van het oude apparaatUw apparaat bevat tevens vele recycleerbare materialen.Daarom dienen gebruikte toestellen van ander afval te worden gescheiden. De recyclage van de apparaten die door uw fabrikant wordt georganiseerd wordt op deze manier onder de beste omstandigheden uitgevoerd, overeenkomstig de Europese richtlijn 2012/19/EU betreende elektrisch en elektronisch afval. Informeer bij uw gemeente of bij uw verkoper naar de dichtstbijzijnde inzamelplaats voor uw oude toestel.

Houd oude toestellen buiten het bereik van kinderen.2.3 Tips voor lager energieverbruik en hogere eciëntieHieronder volgen een aantal tips om uw toestel nog energiezuiniger en eciënter te maken. −Kies een kookzone die bij de grootte van de pan past. De bodem van de pan moet de kookzone zoveel mogelijk bedekken. −Zorg ervoor dat de pan steeds in het midden van de kookzone staat. −Gebruik kookgerei met een bodemdiameter die over-eenkomt met de diameter van de kookzone. −Plaats deksels op de pannen. Dat voorkomt dat on-nodig warmte ontsnapt en vermindert kookdampen en condens. −Gebruik pannen met vlakke bodem. Een pan met een niet vlakke bodem verbruikt meer energie. −Gebruik kookgerei dat past bij de hoeveelheid le-vensmiddel. Voor een kleine pan is minder energie nodig dan voor een grote, niet geheel gevulde pan. − Gebruik zo min mogelijk water.

Hoe meer water er in de pan zit, des te meer energie is er nodig om op te warmen. − Schakel na het aankoken of aanbraden tijdig terug naar een lagere vermogensstand voor een lager energieverbruik en om overproductie van dampen te beperken.

– 5 –NL 3 GEBRUIK VAN HET APPARAAT 3.1 Eerste gebruik van het apparaat −Verwijder alle zichtbare stickers voor ingebruikname. −Poets altijd eerst de glasplaat met een vochtige doek en droog het af voor het eerste gebruik. Gebruik geen schoonmaakmiddel; hierdoor kan een blauwachtige waas ontstaan.3.2 Voorzorgsmaatregelen tegen beschadiging −Beschadigde kookpotten of kookpotten met ruwe bodem (niet geëmailleerd gietijzer) kunnen het glas beschadigen. −De aanwezigheid van zand of andere schuurmaterialen kunnen het glas beschadigen. −Laat geen voorwerpen (zelfs kleine) op het glas vallen. −Vermijd het stoten van kookpotten tegen de rand van het glas. −Plaats of laat geen lege kookpotten op de kookplaat. −Plaats nooit een warme kookpot op de bedieningszone.

– 6 –NL 4 BESCHRIJVING VAN HET APPARAAT4.1 Principe van inductieOnder elke kookzone bevindt zich een inductiespoel. Wanneer deze in werking is, produceert ze een variabel elektromagnetisch veld dat op zijn beurt inductiestroom produceert in de magnetische bodem van de kookpot. Hierdoor verwarmt de kookpot die op de kookzone staat.Uiteraard zijn aangepaste kookpotten vereist: −Aanbevolen zijn alle metalen kookpotten met magnetische basis (eventueel met een magneet te controleren) zoals: gietijzeren ketel, zwarte ijzeren pan, geëmailleerde metalen kookpotten, in inox met magnetische bodem, … −Uitgesloten zijn alle kookpotten in koper, inox, aluminium, glas, hout, keramiek, aardewerk, inox zonder magnetische bodem…De inductie kookzone houdt onmiddellijk rekening met de afmeting van de gebruikte kookpot. Is de diameter te klein dan werkt de kookpot niet.

– 8 –NL4.3 Geluiden bij inductieBij gebruik van een inductiekookplaat kunnen in het kookgerei allerlei geluiden ontstaan. Deze geluiden zijn afhankelijk van constructie en het materiaal van de bodem van het kookgerei.BrommenDit treedt op als u kookt op een hogere vermogensstand, en wordt veroorzaakt door de hoeveelheid energie die van de kookplaat naar het kookgerei wordt gestuurd. Het geluid verdwijnt of is zachter als u de kookplaat op een lagere stand instelt.KnetterenDit geluid ontstaat als het kookgerei uit verschillende materiaallagen is gemaakt. Het geluid wordt veroorzaakt door trillingen in de aanraakvlakken van de verschillende materiaallagen.FluitenDergelijke geluiden treden over het algemeen op bij kookgerei dat is samengesteld uit verschillende materiaallagen, en als twee aangrenzende kookzones gelijktijdig op de maximale instelling worden gebruikt.

Het fluitende geluid verdwijnt of is zachter als u de kookplaat op een lagere stand instelt.KlikkenBij lage vermogensstanden kunnen bij elektronische schake lingen klikgeluiden optreden.ZoemenEr kan een zoemend geluid ontstaan als de ventilator wordt ingeschakeld. Deze ventilator koelt de elektronica als u de kookplaat intensief gebruikt. Ook nadat u de kookplaat heeft uitgeschakeld, blijft de ventilator doorlopen als de temperatuur te hoog is.

– 9 –NL 5 INDUCTIEKOOKPLAAT 5.1 BedieningspaneelBediening kookplaatAanduiding en selectie van de timertijdIn- / uitschakelen van de kookplaat Stop & Go toets Zone selectie toets8Flexzone indicatieuTimer selectie toetsWarmhoud functie toets Grill functie toets Sliderbediening vermogenVergrendelingstoets 5.2 Toetsen en slider bedieningHet apparaat is uitgerust met tiptoetsen waarmee u de verschillende functies kan instellen. Het aanraken van de toets zet de functie in werking. Deze activering wordt weergegeven door een lichtje, een aflezing en/of een geluidssignaal.WAARSCHUWING: Niet op meerdere toetsen tegelijk duwen bij normaal gebruik.Voor de selectie van het vermogen volstaat het om met uw vinger op de led aanduiding van de sliderbediening te glijden.

U heeft ook de rechtstreekse toegang tot een bepaald niveau door met uw vinger het gewenste niveau rechtstreeks te selecteren.Zone voor sliderbediening (SLIDER)

– 10 –NL5.3 Bediening van de kookplaat5.3.1 In- en uitschakelenIn- en uitschakelen van de kookplaat:InschakelenDisplayDruk op en 2 sec blijven duwen.Bedieningspaneel licht opUitschakelenDruk op . Bedieningspaneel dooftIn- en uitschakelen van een kookzone:InstellenDisplaySelecteer de zone via de zone selectie toetsGlij van links naar rechts over de “SLIDER”(sliderbedieining vermogen)0‐9 Uitschakelen0HSelecteer de zone via de zone selectie toetsGlij van rechts naar links over de “SLIDER”tot de display 0 of H = “hot” aangeeft.Indien binnen de 20 seconden geen regeling is uitgevoerd, valt de elektronica terug op de wachtpositie.5.3.2 PandetectieDeze kookplaat is uitgerust met een interactief controlesysteemdat het gebruik van de kookplaat nog vereenvoudigt.Wanneer u een pan op de ingeschakelde kookplaat plaatst, wordt deze automatisch gedetecteerd.

Bovendien krijgt u een indicatie 0 welke slider u dient te gebruiken voor de desbetreende zone. De detectie van de pan verzekert een optimale veiligheid.De inductiekookplaat werkt niet: −Indien er geen pan op de kookzone staat of wanneer de pan ongeschikt is voor inductie. In dit geval is het onmogelijk het vermogen op te voeren en het symbool verschijnt op het display. −De werking wordt onderbroken wanneer tijdens het koken de pan van de kookzone wordt genomen. Het symbool verschijnt op het display. De verdwijnt wanneer de kookpot terug op het kookvlak wordt geplaatst. Het koken gaat door op het voordien gekozen vermogen.Schakel de kookzone uit na gebruik. De pandetectie blijft dan niet actief.

– 10 – – 11 –NL5.3.3 Aanduiding restwarmteAls na het uitzetten van de kookzone of het volledig uitzetten van de kookplaat, het glas van de kookzone nog warm is, wordt dit aangegeven door H. Het symbool H verdwijnt wanneer het glas van de kookzone zonder gevaar kan aangeraakt worden. WAARSCHUWING: Zolang de indicatie van de restwarmte actief blijft, de kookzone(s) niet aanraken en geen enkel warmtegevoelig voorwerp op de kookzone plaatsen. Gevaar voor brand of brandwonden!5.3.4 Power functie en Super Power functieDe Powerfunctie P en Super Power verlenen aan de gekozen kookzone een opgevoerd vermogen. De Super Power functie is alleen van toepassing op de twee linker zones (A1 en A2).

Indien deze functie geactiveerd is, werken deze kookzones gedurende 10 minuten met een aanmerkelijk hoger vermogen.Power is ontworpen om bijvoorbeeld snel grote hoeveelheden water te verwarmen, zoals bij de bereiding van pasta.In- en uitschakelen van Power:Power inschakelenDisplayTot het einde van de “SLIDER” glijden ofmeteen op het einde van de “SLIDER” duwenPPower uischakelen9‐0Over de “SLIDER” glijdenIn- en uitschakelen van Super Power:Power inschakelenDisplayTot het einde van de “SLIDER” glijden ofmeteen op het einde van de “SLIDER” duwenPSuper Power inschakelen + PDruk opnieuw einde van de “SLIDER”Super Power uitschakelenP‐0Over de “SLIDER” glijdenPower uitschakelen9‐0Over de “SLIDER” glijden

– 12 –NLBeheer van het maximaal vermogen:De kookplaat is opgedeeld in 2 afzonderlijke verwarmings-groepen. 1724/1726 1763 1767Als deze vermogensgrens bij het inschakelen van een hoge kookstand of de powerfunctie wordt overschreden, reduceert het power management de kookstand van de desbetreende kookzone. De aanwijzing van deze kookzone knippert eerst, en wordt daarna automatisch gereduceerd naar de maximaal mogelijke kookstand Het maximale vermogen van iedere zone afzonderlijk is 3000W.Indien simultaan gekookt wordt op zones A1 en A2 of B1 en B2 wordt een vermogen van 3700W verdeeld over deze 2 zones A1 en A2 of B1 en B2.

– 14 –NL5.3.5 Timer functieDe timerfunctie kan voor alle kookzones tegelijk gebruikt worden en dit met verschillende tijdsaanduidingen (van 0 tot 1H59 minuten) voor iedere zone.Timer functieRegeling of wijziging van de kooktijdDisplaySelecteer het vermogen door over de “SLIDER” te glijden1‐PSelecteer de timerDruk op het timer icoon boven de zone selectie toets van de gewenste kookzoneDuurtijd verlengen0 0 1‐1 5 9...Druk op de [+] boven de aanduiding (H MM)Duurtijd verminderen0 6 0‐0 5 9...druk op [–] van de timerNa enkele seconden knippert de led niet meer. De tijd is geselecteerd en het aftellen begint.Uitschakelen van de timerfunctieSelecteer de timerDisplayDruk op het timer icoon boven de zone selectie toets van de gewenste kookzoneStop de timer0 0 0Druk op [–] van de timer tot de timer op 000 staat.Na enkele seconden knippert de led niet meer.

De timer tijd is nu uitgeschakeld.Indien verschillende timers op meerdere zones geactiveerd zijn, dient deze handeling meermaals herhaald te worden. De geactiveerde timer indicatie licht niet meer op boven de desbetreende kookzone.De timer kan ook als onafhankelijke kookwekker worden gebruikt zonder dat een kookzone wordt geschakeld. Indien de kookplaat wordt uitgeschakeld loopt de onafhankelijke kookwekker nog verder tot het einde van de ingestelde tijd.

– 15 –NLGebruik van de timer zonder koken:Timer zonder kokenDisplayDe kookplaat inschakelen.Druk op gedurende 2 seconden.Wacht 10 secondenSelecteer de timer0 0 0Druk op de timer indicatie [‐‐‐]Duurtijd verminderen0 6 0‐0 5 9...Druk op [–] van de timerDuurtijd verlengen0 0 1‐0 0 2...Druk op [+] van de timerNa enkele seconden knippert het timerdisplay niet meer. De tijd is geselecteerd en het aftellen begint. Automatisch uitschakelen op het einde van de kooktijd:Zodra de geselecteerde kooktijd afgelopen is, gaat de display knipperen 000, er klinkt een geluidssignaal. Om het geluidssignaal en het knipperen te stoppen drukt u op [000] van de timer.5.3.6 Programmeren van de aankookautomaatAlle kookzones zijn uitgerust met een aankookautomaat.

– 16 –NL5.3.7 Stop & Go FunctieDeze functie onderbreekt de activiteit van de kookplaat tijdelijk en laat een herstart met dezelfde instellingen toe.Aan- en uitzetten van Stop & Go:AanzettenDisplayDruk op II gedurende 2 seconden. I IUitzetten0‐9Druk op II gedurende 2 seconden.gedurende 2 seconden tot deze knippert.Druk daarna op een zone selectie toets.5.3.8 HerhalingsfunctieNa het uitzetten van de kookplaat is het mogelijkde laatst gekozen instellingen te herhalen: (dit tot maximaal 10 seconden) − Staat van alle kookzones (vermogen) −Minuten en seconden van de geprogrammeerde kookzones door de timers − Functie “automatisch koken” − WarmhoudfunctieDe herhalingsprocedure is als volgt: − Duw op de toets gedurende 2 seconden.

− Duw op II voor het knipperen stopt.De vorige instellingen zijn opnieuw actief.5.3.9 WarmhoudfunctieDeze functie maakt het mogelijk een temperatuur van 70°C te bereiken en automatisch te behouden. Dit voorkomt dat vloeistoen overlopen en dat uw gerechten aan de bodem van de kookpot gaan kleven.Aan- en uitzetten van de warmhoudfunctie:AanzettenDisplaySelecteer de zone via de zone selectie toetsDruk op Uitzetten0Selecteer de zone via de zone selectie toetsDruk op De maximale duur van het warmhouden is 2 uur.

– 16 – – 17 –NL5.3.10 FlexzoneDeze functie laat toe om de 2 linker flexzones te koppelen tot 1 grote zone. Deze functie kan manueel of automatisch geactiveerd worden wanneer een grote pot/pan op het kookoppervlak wordt gezet.FlexzoneManueel activerenDisplayTegelijkertijd op de 2 flexzones selectie toetsen drukken van de 2 te combineren flexzones A1, A2.u 0Automatisch activerenuPlaats een kookpot op de flexzones A1, A2. Druk daarna op de knipperende u om te bevestigen.Vermogen verhogen0‐9Glijd over de linker “SLIDER” tot het gewenste vermogen, beide zones geven het gekozen vermogen weer.Flexzone stopzetten0Tegelijkertijd op de 2 zone selectie toetsen drukken van de 2 gecombineerde zones5.3.11 Grill functieDeze speciale kookfunctie optimaliseert het opwarmen en warmhouden van een gietijzeren pot/grillplaat. Hierdoor bekomt u betere kookresultaten van uw gerecht.

De kookzones A1 en A2 worden hierbij automatisch met de Flexzone aan elkaar gekoppeld.Grill functie:ActiverenDisplaySelecteer de zone via de zone selectie toets. Druk op uVermogen verhogen Glijd over de “SLIDER” tot het gewenstevermogen, beide zones geven het gekozen vermogen weerGrill stopzetten0Selecteer de zone via de zone selectie toets. Druk op

– 18 – – 19 –NL5.3.12 Vergrendeling kookplaatOm te vermijden dat een selectie van de kookplaat wordt gewijzigd, bijvoorbeeld bij het poetsen van het glas, kan de bediening worden vergrendeld (behalve de toets aan/uit).Deze functie kan enkele geactiveerd worden 10 seconden na het inschakelen van de kookplaat.Vergrendeling kookplaat:VergrendelenDisplayDruk op gedurende 2 seconden.Het icoon brandt nu fel.OntgrendelenDruk op gedurende 2 seconden.Het icoon brandt nu normaal.

– 18 – – 19 –NL 6 KOOKADVIESKwaliteit van de kookpannen/pottenAangepaste kookpannen/potten: staal, geëmailleerd staal, gietijzer, inox met magnetische bodem, aluminium met magnetische bodem (±100mm min). Niet aangepaste kook potten: aluminium en inox zonder magnetische bodem, koper, messing, keramiek, porselein. De fabrikanten vermelden of hun producten geschikt zijn voor inductie.Om u ervan te verzekeren of de kookpotten geschikt zijn: −Giet een beetje water in een kookpot en plaats deze op een inductie kookzone ingesteld op 9 . Het water moet binnen enkele seconden opwarmen. −Houd een magneet tegen de bodem van de kookpot. De magneet moet blijven plakken.Sommige kookpotten zoemen wanneer ze op een inductie kookzone geplaatst worden. Dit wil niet zeggen dat het apparaat defect is en het beïnvloedt geenszins het functioneren. Dit geluid neemt af wanneer u een andere vermogensstand instelt.

 Til de pannen op als u ze wilt verplaatsen, zo voorkomt u vlekken en krassen door wrijving. − Bereid gerechten zo vaak mogelijk met een deksel op de pot.Afmetingen van de kookpottenDe kookzones passen zich in zekere mate automatisch aan de diameter van de kookpot aan. De bodem van deze kookpot dient wel een minimum diameter (± 9cm) te hebben in functie van de diameter van de gekozen kookzone. Plaats de kookpot goed in het midden van de kookzone teneinde een optimaal rendement van uw kooktafel te verkrijgen. De bodem van de kookpot moet de kookzone zoveel mogelijk bedekken. Indien de diameter de diameter van de kookpot veel groter is dan de zone, zal dit geen optimaal kookresutaat opleveren.

De rest van het oppervlak die niet boven de inductiespoel staat krijgt dan de warmte door via de opbouwlagen van de kookpot.Daarom wordt het aangeraden indien de kookpot veel groter is dan de kookzone deze op een iets lager vermogenniveau op te warmen zodat de warmte mooi verdeeld kan worden.Voorbeelden van vermogensregeling(de hieronder vermelde waarden zijn enkel richtgevend)Toepassing DisplaySmeltenOpwarmen − Sauzen, boter, chocolade, gelatine − Kant- en klaargerechten1‐2OpzwellenOntdooien − Rijst, pudding en bereidde gerechten − Groenten, vis, diepgevroren producten2‐3Stoom − Groenten, vis, vlees3‐4Water − Gekookte aardappelen, soep, pasta − Verse groenten4‐5Zachtjes koken − Vlees, lever, eieren, braadworsten − Goulash, rollade, pens6‐7KokenBraden − Aardappelen, beignets, platte koeken7‐8BradenOp kooktemperatuur brengen − Steaks, omeletten − water9Koken − Aan de kook brengen van grote hoeveelheden waterP+

– 20 – – 21 –NL 7 REINIGING EN ONDERHOUDVolg alle instructies zoals beschreven in het hoofdstuk “Gebruik van het apparaat” en zoals vermeld staan in het aparte boekje “Veiligheidsvoorschriften” dat met het toestel is meegeleverd of op onze website www.novy.com vermeld wordt.Controleer voorafgaand de reiniging of de kooplaat volledig uitgeschakeld is en het glas boven de kookzones voldoende is afgekoeld.Volg onderstaande reinigingsinstructies voor een langere levensduur en optimale werking van het apparaat.7.1 Onderhoud van de kookplaatLaat het apparaat eerst afkoelen, anders is er risico op brandwonden.Gebruik in geen geval toestellen die met “stoom” of met “druk” werken.Geen voorwerpen gebruiken die het vitrokeramische glas kunnen beschadigen, zoals een schuurspons, schuurmiddel en agressieve reinigingsmiddelen.Reinigen glas kookplaatVeeg het oppervlak schoon met een vochtige doek of spons met eventueel wat afwasmiddel (het beste telkens na gebruik).Daarna wrijft u de kookplaat met een droge doek of met keukenpapier droog.

– 22 –NLVoor hardnekkige vlekkenSterke verontreinigingen en vlekken (kalkvlekken, parelmoer achtig glanzende vlekken) kunt u het best verwijderen als de kookplaat nog lauwwarm is. Gebruik hiervoor gebruikelijke reinigingsmiddelen en reinigingsmethode. Indien dit echter niet zou volstaan kunt u gebruik maken van een specifiek reinigingsproduct voor het reinigen van vitrokeramisch glas (bv. vitroclen)Overgekookte spijzen eerst met een natte doek inweken en vervolgens de vuilresten met een speciale glasschraper voor keramische kookplaten verwijderen. Daarna de kookplaat reinigen zoals onder “Reinigen glas kookplaat” beschreven.Ingebrande suiker en gesmolten kunststof verwijdert u meteen – in nog hete toestand – met een glasschraper. Daarna de kookplaat reinigen zoals onder “Reinigen glas kookplaat” beschreven.

Zandkorrels, die eventueel bij het aardappelen schillen of sla schoonmaken op de kookplaten vallen, kunnen bij het verschuiven van pannen krassen veroorzaken. Let er dus op dat er geen zandkorrels op het oppervlak blijven liggen.Kleurveranderingen van de kookplaat hebben geen invloed op de werking en de stevigheid van de vitrokeramiek. Het gaat hierbij niet om een beschadiging van de kookplaat, maar om niet verwijderde en daarom ingebrande resten.Glanzende plekken ontstaan door slijtage van de panbodem, in het bijzonder bij het gebruik van kookservies met een aluminiumbodem of door ongeschikte reinigingsmiddelen. Ze kunnen alleen maar moeizaam met gebruikelijke reinigings middelen worden verwijderd.

Eventueel de reiniging meermaals herhalen.Door het gebruik van agressieve reinigingsmiddelen en door schurende panbodems wordt het glasoppervlak in de loop van de tijd afgeschuurd en er ontstaan donkere vlekken. Gebruik de kookplaat niet als een werkblad of om materialen op te leggen.Til de pannen/potten altijd op en schuif deze niet over de glasplaat.

– 22 – – 23 –NL 8 KLEINE STORINGEN VERHELPEN8.1 Meldingen op de kookplaatCode − er staat geen kookpot op de kookzone − de kookpot is niet geschikt voor inductie −de diameter van de bodem van de kookpot is te klein in vergelijking met de kookzoneZie hoofdstuk 5.3.9 WarmhoudfunctieE − Het elektronisch systeem is ontregeld. −Ontkoppel de kookplaat en sluit opnieuw aan. − Doe beroep op de dienst na verkoopI IZie hoofdstuk 5.3.7 Stop&Go Functie (Er03)Een voorwerp of vloeistof bedekt de toetsen van de bediening. Het symbool verdwijnt van zodra de toetsen vrijgemaakt of afgekuist zijn. E2De kooktafel is oververhit, laat afkoelen, daarna kunt u ze terug inschakelen.E8De luchttoevoer van de ventilator is afgesloten.Maak deze vrij.U400De kooktafel werd niet goed aan het netwerk aangesloten. Kijk de aansluiting na.(Er47)Probleem in het intern BUS-systeem van het apparaat.

Indien één van deze foutmeldingen blijft verschijnen, kunt u de dienst na verkoop contacteren.De kookplaat of de kookzone werkt niet: −de kookplaat is slecht op het elektrisch net aangesloten. − de veiligheidszekering is gesprongen. − kijk na of de vergrendeling is ingeschakeld. − de tiptoetsen zijn met water of vet bespat. − er staat een voorwerp op de tiptoetsen.

– 24 –NLEen enkele zone of alle zones vallen uit: − de veiligheid is in werking getreden. −deze treedt in werking wanneer u vergeten bent een kookzone uit te schakelen. −de veiligheid treedt eveneens in werking wanneer één of meerdere tiptoetsen bedekt zijn. − een kookpan is leeg en de bodem is oververhit. − de kookplaat beschikt eveneens over een automa-tische vermindering van het vermogen en van een automatische uitschakeling bij oververhitting.De ventilator blijft doorwerken na het uitzetten van de kooktafel: −dit is geen defect, de ventilator beveiligt zo de elektronische apparatuur. − de ventilator stopt vanzelf.De bediening van automatisch koken treedt niet in werking: − de kookzone is nog warm [ H ]. − het maximum kookniveau staat aan [ 9 ].

− het kookniveau werd aangezet met de toets [ ‐ ].8.2 StoringenStoring: In geval van storing, aarzel niet om onze hersteldienst te contacteren: www.novy.com/contact.Kies eerst uw land.Voor een goede en vlotte afhandeling is het noodza-kelijk dat de hersteldienst weet welk type apparaat u heeft. Deze gegevens vindt u op het typeplaatje aan de onderkant van het toestel.

Druk nogmaals op einde van de “SLIDER”UIT - Over de “SLIDER” glijden [0-9]Vermogensgrens geactiveerd[ 9 ] wordt tot [ 8 ] gereduceerd en knippert [8]Stop & Go functieAAN - Druk op I IUIT - Druk op I ISelecteer de timerDruk op het boven de zone selectie toets Duurtijd verminderenDruk op [–] van de timerDuurtijd verlengenDruk op [+] van de timerUitschakelen van de timerfunctieDruk op het boven de zone selectie toets Blijf op [–] van de timer drukken tot deze op 0 staatGebruik van de timer zonder koken De kookplaat inschakelen. Druk op het boven de zone selectie toets Programmeren van de aankookautomaatAAN - Over de “SLIDER” glijden, 3 sec blijven duwen op gewenste vermogenUIT - Glijd over de “SLIDER“WarmhoudfunctieIN - Druk op UIT - Druk op

– 28 –NL 10 INSTALLATIE VOORSCHRIFTENDe afstand tussen de kookplaat en de muur dient minstens 50 mm te bedragen. − De kookplaat is een apparaat toebehorend aan de beschermingsklasse « Y ». Ingebouwd mag zich een hoge kastwand of een muur aan één zijde en aan de achterzijde bevinden. Aan de andere zijde mag geen enkel meubel of apparaat hoger zijn dan het kookvlak. − Minimaal 650 mm tussen werkblad en bovenkast. −De strippen aan de muurranden dienen hittebesten-dig te zijn. − Het apparaat mag niet gemonteerd worden boven een vaatwasmachine, oven, koelapparaten of een was- of droogmachine. −Onder de omkasting van het apparaat dient een afstand van 20 mm voorzien te worden om goede verluchting te verzekeren.

11 MONTAGE INSTRUCTIES Volg de onderstaande stappen voor de mon-tage van het toestel en maak gebruik van de montage tekeningen in deze instructie.21 Controleer het toestel vóór montage op schade. Niet monteren als er schade is aan het toestel.2 Controleer of alle materialen meegeleverd zijn.

– 30 –NL23 mm43c3c Ventilatie Voorzie een ventilatieopening net onder het werkblad van minimaal 3mm over ten minste de volledige breedte van de inductiekookplaat voor voldoende koeling van de kookplaat. Zorg ook voor voldoende luchtinlaat onder het apparaat.4 Plak de waterdicht strip op 2mm van de buitenrand aan de achterkant van de glasplaat. 5 Plaats het toestel in de voorziene opening. Neem de kookplaat links en rechts stevig vast. Kantel deze lichtjes, zodat eerst de achterzijde in de openingen past. Laat daarna de voorzijde voor-zichtig zakken.

– 30 – – 31 –NL11.1 Elektrische aansluiting −Na het monteren moeten de stukken die onder spanning staan beschermd blijven. −De nodige aansluitgegevens staan op het kenplaatje en het aansluitingsplaatje aan de onderkant van het apparaat. −Het apparaat dient door middel van een meerpolige stroomonderbreker van het net gescheiden te zijn. Staat deze open (niet aangesloten), dan moet de contactopening minstens 3mm bedragen. −Het elektrische circuit dient van het net gescheiden te zijn door middel van de nodige voorzieningen zoals bijvoorbeeld beveiligingsschakelaars, zekeringen, dierentiële schakelaars en contacten. −Indien het toestel niet voorzien is van een bereikbaar stopcontact, dan moeten middelen voor uitscha-keling aan de vaste installatie toegevoegd worden inovereenstemming met de installatieregeling.

− De voedingsslang moet zo geplaatst worden zodat deze de hete delen van de kookplaat of de oven niet raakt.Let op! Dit apparaat is voorzien voor een aansluiting op een netspanning van 230V~ 50 / 60 Hz. Verbind steeds de aarding.De installatie en de aansluiting op het elektrische net mag enkel toevertrouwd worden aan een vakman (elektricien) die op de hoogte is van de voorgeschreven normen.

– 32 –NL6 De aansluitdoos bevindt zich aan de onderzijde van de kookplaat. Om het deksel te openen, gebruik een schroevendraaier en plaats deze in de 2 gleuven voor de pijlen. Schakel de hoofdschakelaar of de betreffende zekering uit voordat het toestel aangesloten wordt. Sluit het toestel aan volgens de bovenstaande tabel en schema.Let op! De draden goed doorsteken en de schroeven goed aanspannen.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Novy 1767 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden




Handleiding Kookplaten en fornuizen Novy

Novy

Novy 1755 Handleiding

27 September 2023
Novy

Novy 3762 Handleiding

27 September 2023
Novy
Novy

Novy 1777 Handleiding

27 September 2023
Novy

Novy 1778 Handleiding

27 September 2023
Novy

Novy 1754 Handleiding

27 September 2023
Novy

Novy 1767 Handleiding

27 September 2023
Novy

Novy 1758 Handleiding

27 September 2023
Novy

Novy 3754 Handleiding

27 September 2023

Handleiding Kookplaten en fornuizen

Nieuwste handleidingen voor Kookplaten en fornuizen