Nokia 3110 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Nokia 3110 (51 pagina’s), behorend tot de categorie Mobiel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 16 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Nokia 3110 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Nokia |
| Categorie: | Mobiel |
| Model: | 3110 |
Handleiding Nokia 3110 – volledige tekst
CONFORMITEITSVERKLARINGHierbij verklaart NOKIA CORPORATION dat het productRM-237/RM-274 in overeenstemming is met de essentiële eisen en andere relevante bepalingen van richtlijn1999/5/EG. Een kopie van de conformiteitsverklaring kunt u vinden op de volgende website: http://www. nokia. com/phones/declaration_of_conformity/. © 2007 Nokia. Alle rechten voorbehouden. Nokia, Nokia Connecting People, Nokia Care, Visual Radio en Navi zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Nokia Corporation. Nokia tune is een geluidsmerk van NokiaCorporation. Namen van andere producten en bedrijven kunnen handelsmerken of handelsnamen van de respectievelijke eigenaren zijn. Onrechtmatige reproductie, overdracht, distributie of opslag van dit document of een gedeelte ervan in enige vorm zonder voorafgaande geschreven toestemming van Nokia is verboden. US Patent No 5818437 and other pending patents.
Nokia voert een beleid dat gericht is op voortdurende ontwikkeling. Nokia behoudt zich het recht voor zonder voorafgaande kennisgeving wijzigingen en verbeteringen aan te brengen in deproducten die in dit document worden beschreven.
VOOR ZOVER MAXIMAAL TOEGESTAAN OP GROND VAN HET TOEPASSELJKE RECHT, ZAL NOKIA OF EEN VAN HAAR LICENTIEHOUDERS ONDER GEEN OMSTANDIGHEID AANSPRAKELIJK ZIJN VOOR ENIG VERLIESVAN GEGEVENS OF INKOMSTEN OF VOOR ENIGE BIJZONDERE, INCIDENTELE OF INDIRECTE SCHADE OF GEVOLGSCHADE VAN WELKE OORZAAK DAN OOK. DE INHOUD VAN DIT DOCUMENT WORDT ZONDER ENIGE VORM VAN GARANTIE VERSTREKT. TENZIJ VEREIST KRACHTENS HET TOEPASSELIJKE RECHT, WORDT GEEN ENKELE GARANTIE GEGEVEN BETREFFENDEDE NAUWKEURIGHEID, BETROUWBAARHEID OF INHOUD VAN DIT DOCUMENT, HETZIJ UITDRUKKELIJK HETZIJ IMPLICIET, DAARONDER MEDE BEGREPEN MAAR NIET BEPERKT TOT IMPLICIETE GARANTIESBETREFFENDE DE VERKOOPBAARHEID EN DE GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL. NOKIA BEHOUDT ZICH TE ALLEN TIJDE HET RECHT VOOR ZONDER VOORAFGAANDE KENNISGEVING DIT DOCUMENTTE WIJZIGEN OF TE HERROEPEN.
De beschikbaarheid van bepaalde producten en toepassingen voor deze producten kan per regio verschillen. Neem contact op met uw Nokia leverancier voor details en de beschikbaarheidvan taalopties. Toepassingen van derden die bij uw apparaat geleverd worden, kunnen gemaakt zijn door en in eigendom zijn van personen en entiteiten die geen relatie of verband met Nokia hebben. Nokia beschikt niet over de auteursrechten of de intellectuele eigendomsrechten op deze toepassingen van derden. Als zodanig draagt Nokia geen verantwoordelijkheid voor de ondersteuningvoor eindgebruikers of de functionaliteit van deze toepassingen of de informatie in deze toepassingen of het materiaal. Nokia biedt geen garantie voor deze toepassingen van derden.
MET HET GEBRUIK VAN DE TOEPASSINGEN ACCEPTEERT U DAT DE TOEPASSINGEN WORDEN GELEVERD ZONDER ENIGE VORM VAN GARANTIE, HETZIJ UITDRUKKELIJK HETZIJ IMPLICIET, DIT VOOR ZOVERMAXIMAAL IS TOEGESTAAN OP GROND VAN HET TOEPASSELIJKE RECHT.
U ACCEPTEERT TEVENS DAT NOCH NOKIA NOCH GELIEERDE PARTIJEN VERKLARINGEN DOEN OF GARANTIES VERSTREKKEN,UITDRUKKELIJK OF IMPLICIET, MET INBEGRIP VAN (MAAR NIET BEPERKT TOT) GARANTIES BETREFFENDE TITEL, VERKOOPBAARHEID, GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL OF DAT DE TOEPASSINGENGEEN INBREUK MAKEN OP OCTROOIEN, AUTEURSRECHTEN, HANDELSMERKEN OF ANDERE RECHTEN VAN DERDEN. Dit apparaat voldoet aan richtlijn 2002/95/EG, onder restrictie van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in de elektrische en elektronische apparatuur. ExportbepalingenDit apparaat bevat mogelijk onderdelen, technologie of software die onderhevig zijn aan wet- en regelgeving betreffende export van de V. S. en andere landen. Ontwijking in strijd met dewetgeving is verboden.
MEDEDELING FCC/INDUSTRIE CANADADit apparaat kan TV- of radiostoringen veroorzaken (bijvoorbeeld als u in de nabijheid van de ontvangapparatuur een telefoon gebruikt). De Federal Communications Commision (FCC) ofIndustrie Canada kunnen u vragen niet langer uw telefoon te gebruiken als deze storingen niet verholpen kunnen worden. Neem contact op met uw lokale servicedienst als u hulp nodig hebt. Dit apparaat voldoet aan deel 15 van de FCC-regels. De werking is afhankelijk van de volgende twee voorwaarden: (1) Dit apparaat veroorzaakt geen schadelijke storingen, en (2) dit apparaatmoet storingen van buitenaf die een ongewenste werking tot gevolg hebben accepteren. Veranderingen of aanpassingen die niet uitdrukkelijk door Nokia zijn goedgekeurd, kunnen het rechtvan de gebruiker om met deze apparatuur te werken tenietdoen. Kijk op www. nokia.
com/support voor de nieuwste versie van deze handleiding, contactpersonen, informatie en aanvullende services en ook PC Suite en andere softwarete downloaden. Neem contact op met het dichtstbijzijnde Service Point en stel de telefoon in.
9200423/Uitgave 3Dit product is gelicentieerd onder de MPEG-4 Visual Patent Portfolio License (i) voor privé- en niet-commercieel gebruik in verband met informatie die is geëncodeerd volgens de visuele normMPEG-4 door een consument in het kader van een privé- en niet-commerciële activiteit en (ii) voor gebruik in verband met MPEG-4-videomateriaal dat door een gelicentieerde videoaanbiederis verstrekt. Voor ieder ander gebruik is of wordt expliciet noch impliciet een licentie verstrekt. Aanvullende informatie, waaronder informatie over het gebruik voor promotionele doeleinden,intern gebruik en commercieel gebruik, is verkrijgbaar bij MPEG LA, LLC. Zie http://www. mpegla. com.
Voor uw veiligheidLees deze eenvoudige richtlijnen. Het niet opvolgen van de richtlijnen kan gevaarlijk of onwettig zijn. Lees de volledige gebruikershandleidingvoor meer informatie. SCHAKEL HET APPARAAT ALLEEN IN ALS HET VEILIG ISSchakel het apparaat niet in als het gebruik van mobiele telefoons verboden is of als dit storing of gevaar zou kunnen opleveren. VERKEERSVEILIGHEID HEEFT VOORRANGHoud u aan de lokale wetgeving. Houd terwijl u rijdt uw handen vrij om uw voertuig te besturen. De verkeersveiligheid dient uweerste prioriteit te hebben terwijl u rijdt. STORINGAlle draadloze apparaten kunnen gevoelig zijn voor storing. Dit kan de werking van het apparaat negatief beïnvloeden. SCHAKEL HET APPARAAT UIT IN ZIEKENHUIZENHoud u aan alle mogelijke beperkende maatregelen. Schakel het apparaat uit in de nabijheid van medische apparatuur.
SCHAKEL HET APPARAAT UIT IN VLIEGTUIGENHoud u aan alle mogelijke beperkende maatregelen. Draadloze apparatuur kan storingen veroorzaken in vliegtuigen. SCHAKEL HET APPARAAT UIT TIJDENS HET TANKENGebruik het apparaat niet in een benzinestation. Gebruik het apparaat niet in de nabijheid van brandstof of chemicaliën. SCHAKEL HET APPARAAT UIT IN DE BUURT VAN EXPLOSIEVENHoud u aan alle mogelijke beperkende maatregelen. Gebruik het apparaat niet waar explosieven worden gebruikt. GEBRUIK HET APPARAAT VERSTANDIGGebruik het apparaat alleen in de normale positie zoals in de productdocumentatie wordt uitgelegd. Raak de antennes niet onnodig aan. DESKUNDIG ONDERHOUDDit product mag alleen door deskundigen worden geïnstalleerd of gerepareerd. TOEBEHOREN EN BATTERIJENGebruik alleen goedgekeurde toebehoren en batterijen. Sluit geen incompatibele producten aan.
WATERBESTENDIGHEIDHet apparaat is niet waterbestendig. Houd het apparaat droog. MAAK BACK-UPSMaak een back-up of een gedrukte kopie van alle belangrijke gegevens die in de telefoon zijn opgeslagen.
AANSLUITEN OP ANDERE APPARATENWanneer u het apparaat op een ander apparaat aansluit, dient u eerst de handleiding van het desbetreffende apparaat te raadplegenvoor uitgebreide veiligheidsinstructies. Sluit geen incompatibele producten aan. ALARMNUMMER KIEZENControleer of de telefoonfunctie van het apparaat ingeschakeld en operationeel is. Druk zo vaak als nodig is op de end-toets om hetscherm leeg te maken en terug te keren naar de stand-by modus. Voer het alarmnummer in en druk op de beltoets. Geef op waar uzich bevindt. Beëindig het gesprek pas wanneer u daarvoor toestemming hebt gekregen. Over dit apparaatHet draadloze apparaat zoals beschreven in deze handleiding is goedgekeurd voor gebruik in het EGSM 900-netwerk en de GSM 1800-en 1900-netwerken. Neem contact op met uw serviceprovider voor meer informatie over netwerken.
Houd u bij het gebruik van de functies van dit apparaat aan alle regelgeving en eerbiedig lokale gebruiken, privacy en legitiemerechten van anderen, waaronder auteursrechten. Auteursrechtbeschermingsmaatregelen kunnen verhinderen dat bepaalde afbeeldingen, muziek (inclusief beltonen) en andereinhoud worden gekopieerd, gewijzigd, overgedragen of doorgestuurd. Waarschuwing: Als u andere functies van dit apparaat wilt gebruiken dan de alarmklok, moet het apparaat zijn ingeschakeld. Schakelhet apparaat niet in wanneer het gebruik van draadloze apparatuur storing of gevaar kan veroorzaken. © 2007 Nokia. Alle rechten voorbehouden. 5.
NetwerkdienstenOm de telefoon te kunnen gebruiken, moet u zijn aangemeld bij een aanbieder van een draadloze verbindingsdienst. Veel van de functiesvereisen speciale netwerkfuncties. Deze functies zijn niet op alle netwerken beschikbaar. Er zijn ook netwerken waar u specifieke regelingenmet uw serviceprovider moet treffen voordat u gebuik kunt maken van de netwerkdiensten. Uw serviceprovider kan u instructies geven enuitleggen hoeveel het kost. Bij sommige netwerken gelden beperkingen die het gebruik van netwerkdiensten negatief kunnen beïnvloeden. Zo bieden sommige netwerken geen ondersteuning voor bepaalde taalafhankelijke tekens en diensten. Het kan zijn dat uw serviceprovider verzocht heeft om bepaalde functies uit te schakelen of niet te activeren in uw apparaat. In dat geval wordendeze functies niet in het menu van uw apparaat weergegeven.
Uw apparaat kan ook beschikken over een speciale configuratie, zoalsveranderingen in menunamen, menuvolgorde en pictogrammen. Neem voor meer informatie contact op met uw serviceprovider. Dit apparaat ondersteunt WAP 2. 0-protocollen (HTTP en SSL) die werken met TCP/IP-protocollen. Voor de technologie van sommige functiesvan deze telefoon, zoals MMS (Multimedia Messaging), e-mailen, chatten, synchroniseren op afstand en het downloaden van content via eenbrowser of MMS, is netwerkondersteuning nodig. Gedeeld geheugenDe volgende functies in dit apparaat maken mogelijk gebruik van gedeeld geheugen: de galerij, contacten, tekst-, chat- en multimediaberichten,e-mailberichten, agenda, takenlijstnotities, Java™-spelletjes en -toepassingen, en de notitietoepassing.
Door het gebruik van een of meer vandeze functies is er mogelijk minder geheugen beschikbaar voor de overige functies die geheugen delen. Het is mogelijk dat op uw apparaateen bericht wordt weergeven dat het geheugen vol is, wanneer u een functie probeert te gebruiken die gedeeld geheugen gebruikt.
Verwijderin dit geval voordat u doorgaat een gedeelte van de informatie of registraties die in het gedeelde geheugen zijn opgeslagen. ToebehorenPraktische regels aangaande accessoires en toebehoren•Houd alle accessoires en toebehoren buiten het bereik van kleine kinderen. •Als u de elektriciteitskabel van een accessoire of toebehoren losmaakt, neem deze dan bij de stekker en trek aan de stekker, niet aan hetsnoer•Controleer regelmatig of eventuele toebehoren die in een auto zijn geïnstalleerd nog steeds goed bevestigd zitten en naar behoren werken•De montage van ingewikkelde autotoebehoren moet alleen door bevoegd personeel worden uitgevoerd. Netwerkdiensten© 2007 Nokia. Alle rechten voorbehouden. 6.
1. Algemene informatieToegangscodesBeveiligingscodeDe beveiligingscode (5 tot 10 cijfers) beveiligt de telefoon tegen onbevoegd gebruik. De code is standaard ingesteld op12345. U kunt de code wijzigen en de telefoon instellen op het vragen naar de code. Zie 'Beveiliging', p. 30. PIN-codesDe PIN-code (Persoonlijk IdentificatieNummer) en de UPIN-code (Universeel Persoonlijk IdentificatieNummer) van 4 tot 8 cijfersbeveiligen de SIM-kaart tegen onbevoegd gebruik. Zie 'Beveiliging', p. 30. Voor bepaalde functies hebt u de PIN2-code van 4 tot 8 cijfers nodig die bij sommige SIM-kaarten wordt geleverd. De module-PIN is vereist voor toegang tot informatie in de beveiligingsmodule. Zie 'Beveiligingsmodule', p. 42. De ondertekenings-PIN is nodig voor de digitale handtekening. Zie 'Digitale handtekening', p. 43.
PUK-codesDe PUK-code (Personal Unblocking Key) en de UPUK-code (Universal Personal Unblocking Key) van 8 cijfers zijn nodig omrespectievelijk een geblokkeerde PIN-code of UPIN-code te wijzigen. De PUK2-code, die uit 8 cijfers bestaat, is nodig om eengeblokkeerde PIN2-code te wijzigen. Als de codes niet bij de SIM-kaart zijn geleverd, neemt u contact op met uw serviceproviderom de codes op te vragen. BlokkeerwachtwoordHet blokkeerwachtwoord van 4 cijfers is nodig als u de dienst Oproepen blokkeren gebruikt. Zie 'Beveiliging', p. 30. Dienst voor configuratie-instellingenVoor sommige netwerkdiensten, zoals mobiele internetdiensten, MMS, Nokia Xpress-audioberichten en synchronisatie met eenexterne internetserver, moeten de juiste configuratie-instellingen op het apparaat worden ingesteld.
Neem contact op met uwserviceprovider, de dichtstbijzijnde erkende Nokia-leverancier of bezoek de website van Nokia voor meer informatie overbeschikbaarheid. Zie 'Nokia-ondersteuning', p. 8. Als u de verbindingsinstellingen in een configuratiebericht hebt ontvangen en de instellingen niet automatisch wordenopgeslagen en geactiveerd, wordt Configuratieinst. ontv. weergegeven.
Selecteer Tonen > Opslaan om de instellingen op te slaan. Als dit wordt gevraagd, toetst u de PIN-code in die door uwserviceprovider werd meegeleverd. U kunt de ontvangen instellingen verwijderen door Uit of Tonen > Wegd. te selecteren. Content downloadenU kunt mogelijk nieuwe content (bijvoorbeeld thema's) naar de telefoon downloaden (netwerkdienst). Belangrijk: Maak alleen gebruik van diensten die u vertrouwt en die een adequate beveiliging en bescherming tegenschadelijke software bieden. Informeer bij de serviceprovider naar de beschikbaarheid en tarieven van de verschillende diensten. Software-updatesNokia kan software-updates uitbrengen met nieuwe voorzieningen, uitgebreide functies of verbeterde prestaties. U kunt dezeupdates aanvragen via de toepassing Nokia Software Updater PC.
Als u de apparaatsoftware wilt bijwerken, moet u beschikkenover de toepassing Nokia Software Updater en een compatibele pc met Microsoft Windows 2000 of XP als besturingssysteem,breedbandinternettoegang, en een compatibele gegevenskabel om het apparaat op de pc aan te sluiten. Voor meer informatie en het downloaden van de toepassing Nokia Software Updater, gaat u naar www. nokia. com/softwareupdate of de lokale website van Nokia. Als software-updates over-the-air door uw netwerk worden ondersteund, moet u ook om updates kunnen verzoeken via hetapparaat. Zie 'Software-updates over-the-air', p. 30. Het downloaden van software-updates kan leiden tot het overbrengen van grote hoeveelheden gegevens via het netwerk vanuw serviceprovider. Neem contact op met uw serviceprovider voor meer informatie over de kosten van gegevensoverdracht. © 2007 Nokia. Alle rechten voorbehouden. 7.
Controleer of de batterij van het apparaat voldoende capaciteit heeft, of sluit de lader aan voordat u het bijwerken start. Belangrijk: Maak alleen gebruik van diensten die u vertrouwt en die een adequate beveiliging en bescherming tegenschadelijke software bieden. Nokia-ondersteuningInformatie over ondersteuningOp www. nokia. com/support of de lokale Nokia-website vindt u de nieuwste versie van deze handleiding, aanvullendeinformatie, downloads en diensten voor uw Nokia-product. Dienst voor configuratie-instellingenU kunt ook gratis configuratie-instellingen downloaden voor MMS, GPRS, e-mail en andere diensten voor uw apparaatmodelvan www. nokia. com/support. Nokia PC SuiteU vindt PC Suite en bijbehorende informatie op de Nokia-website op www. nokia. com/support.
KlantenserviceAls u contact wilt opnemen met de klantenservice, raadpleegt u de lijst met lokale Nokia Care-contactcentra opwww. nokia. com/customerservice. OnderhoudVoor onderhoudsdiensten raadpleegt u de dichtstbijzijnde Nokia-servicevestiging via www. nokia. com/repair. 2. Aan de slagOp alle afbeeldingen wordt de Nokia 3110 classic weergegeven. SIM-kaart en batterij installerenSchakel het apparaat altijd uit en ontkoppel de lader voordat u de batterij verwijdert. Raadpleeg de leverancier van uw SIM-kaart over beschikbaarheid en voor informatie over het gebruik van SIM-diensten. Dit kande serviceprovider of een andere leverancier zijn. Dit apparaat is bestemd voor gebruik met een BL-5C-batterij. Gebruik altijd originele Nokia-batterijen. Zie 'Controleren van deechtheid van Nokia-batterijen', p. 44.
Plaats de SIM-kaart (5) met het contactoppervlaknaar beneden gericht in de houder. Sluit de SIM-kaarthouder (6). 3. Let goed op de contactpunten van de batterij (7), en plaats de batterij (6). Plaatshet bovenste gedeelte van de achtercover op het apparaat (9) en sluit deze (10). Een microSD-kaart plaatsenGebruik alleen compatibele microSD-kaarten die door Nokia zijn goedgekeurd voor gebruik met dit apparaat. Nokia maaktgebruik van goedgekeurde industriële normen voor geheugenkaarten, maar sommige merken zijn mogelijk niet helemaalAan de slag© 2007 Nokia. Alle rechten voorbehouden. 8.
compatibel met dit apparaat zijn. Incompatibele kaarten kunnen de kaart en het apparaat beschadigen en gegevens die op dekaart staan aantasten. 1. Schakel het apparaat uit en verwijder achterover en de batterij van het apparaat. 2. Schuif de houder van geheugenkaart open om deze te ontgrendelen (1). 3. Open de kaarthouder (2) en plaats de geheugenkaart in de kaarthouder met de contactpunten naarbinnen gericht (3). 4. Sluit de kaarthouder (4) en schuif de kaarthouder terug om deze te vergrendelen (5). 5. Plaats de batterij en bevestig de achtercover op het apparaat. De batterij opladenControleer het modelnummer van uw lader voordat u deze bij dit apparaat gebruikt. Dit apparaat is bedoeld voor gebruik metde volgende voedingsbronnen: AC-3 of AC-4. Waarschuwing: Gebruik alleen batterijen, laders en toebehoren die door Nokia zijn goedgekeurd voor gebruik metdit model.
Het gebruik van alle andere typen kan de goedkeuring of garantie doen vervallen en kan gevaarlijk zijn. Vraag uw leverancier naar de beschikbaarheid van goedgekeurde toebehoren. Trek altijd aan de stekker en niet aan het snoerals u toebehoren losmaakt. 1. Sluit de lader aan op een gewone wandcontactdoos. 2. Steek de stekker van de lader in de aansluiting aan de onderkant van het apparaat. Als de batterij volledig ontladen is, kan het enkele minuten duren voordat de batterij-indicator op hetscherm wordt weergegeven en u weer met het apparaat kunt bellen. De oplaadtijd is afhankelijk van de gebruikte lader. Het opladen van een batterij van het type BL-5C metde lader AC-3 duurt ongeveer 2 uur en 45 minuten wanneer het apparaat zich in de standby-modus bevindt. AntenneUw apparaat heeft een interne antenne. HoofdtelefoonWaarschuwing: Luister naar muziek op een gematigd geluidsvolume.
Voortdurende blootstelling aan een hooggeluidsvolume kan uw gehoor beschadigen. Let met name goed op het geluidsvolume als u een andere hoofdtelefoon op het apparaat aansluit.
Waarschuwing: Wanneer u de hoofdtelefoon gebruikt, kan uw vermogen om geluiden van buitenaf te horen negatiefworden beïnvloed. Gebruik de hoofdtelefoon niet wanneer dit uw veiligheid in gevaar kan brengen. Sluit geen producten aan die een outputsignaal produceren aangezien dit het apparaat kan beschadigen. Sluit geenstroombron aan op de Nokia AV-connector. Bij het aansluiten van een extern apparaat of een hoofdtelefoon op de Nokia AV-connector, anders dan die door Nokiazijn goedgekeurd voor gebruik met dit apparaat, moet u vooral letten op het geluidsvolume. Aan de slag© 2007 Nokia. Alle rechten voorbehouden. 9.
Het apparaatToetsen en onderdelenDe afbeelding geeft de Nokia 3110 classic weer.1 — Luistergedeelte2 — Weergave3 — Linkerselectietoets4 — Beltoets5 — Infrarood-poort (IR)6 — Navi™-toets: Bladertoets in vier richtingen en middelste selectietoets7 — Rechterselectietoets8 — Eindetoets9 — Toetsen10 — Microfoon11 — Aansluiting lader12 — Nokia AV-aansluiting (2,5 mm)13 — Mini USB-kabelaansluiting14 — Volumetoets omlaag15 — Volumetoets omhoog16 — Aan/uit-toets17 — Luidspreker18 — Cameralens (alleen Nokia 3110 classic)Het apparaat in- en uitschakelenU schakelt het apparaat in of uit door de aan/uit-toets ingedrukt te houden.Als de PIN-code of UPIN-code wordt gevraagd, voert u de code (weergegeven als ****) in en selecteert u OK.Er kan worden gevraagd om de tijd en datum in te stellen.
Voer de plaatselijke tijd in, selecteer de tijdzone van uw locatieuitgedrukt in tijdsverschil met GMT (Greenwich Mean Time), en voer de datum in. Zie 'Tijd en datum', p. 26.Wanneer u het apparaat voor de eerste keer inschakelt en het apparaat in de standby-modus staat, wordt u mogelijk gevraagdde configuratie-instellingen op te halen bij uw serviceprovider (netwerkdienst). Raadpleeg Verb. mt onderst.serviceprovider voor meer informatie. Zie 'Configuratie', p. 30. Zie 'Dienst voor configuratie-instellingen', p. 7.Standby-modusWanneer het apparaat gereed is voor gebruik en geen tekens zijn ingevoerd, bevindt het apparaat zich in de standby-modus.Het apparaat© 2007 Nokia. Alle rechten voorbehouden. 10
Weergave1 — Signaalsterkte van het mobiele netwerk 2 — Oplaadstatus van batterij 3 — Indicatoren4 — Naam van het netwerk of het operatorlogo5 — Klok6 — Hoofdscherm7 — De functie van de linkerselectietoets is Favor. of een snelkoppeling naar een andere functie. Zie'Linkerselectietoets', p. 26. 8 — De functie van de middelste selectietoets is Menu. 9 — De functie van de rechterselectietoets is Namen of een snelkoppeling naar een andere functie. Zie'Rechterselectietoets', p. 26. Sommige operators kunnen een eigen benaming hebben voor het openen van de website vande operator. Energie besparenHet apparaat beschikt over de functie Energiespaarstand en Slaapstand waarmee u in de standby-modus, wanneer er geentoets van het apparaat wordt ingedrukt, energie kunt besparen, zodat u langer met de batterij kunt doen. Deze functies kunnenworden geactiveerd. Zie 'Weergave', p. 25.
Actief standbyIn de modus Actief standby wordt een lijst weergegeven van geselecteerde apparaatfuncties en informatie waartoe u directtoegang hebt. Als u de modus Actief standby wilt in- of uitschakelen, selecteert u Menu > Instellingen > Weergave > Actief standby >Actief standby > Aan of Uit. In de standby-modus bladert u omhoog of omlaag door de lijst en kiest u Select. of Bekijk. De pijlen geven aan dat er meerinformatie beschikbaar is. Als u het navigeren wilt stoppen, selecteert u Uit. Als u de modus Actief standby wilt indelen en wijzigen, selecteert u Opties en kiest u een beschikbare optie. Sneltoetsen in de standby-modusAls u de lijst met gekozen nummers wilt openen, drukt u eenmaal op de beltoets. Ga naar het nummer of de gewenste naamen druk op de beltoets om het nummer te kiezen. Houd 0 ingedrukt om de webbrowser te openen. Houd 1 ingedrukt om uw voicemailbox te bellen.
Indicatoren ongelezen berichten berichten die nog niet zijn verzonden, zijn geannuleerd of waarvan de verzending is mislukt gemiste oproep/ De telefoon is verbonden met de dienst voor chatberichten en de aanwezigheidsstatus is on line of off line. ontvangen chatberichten De toetsen zijn geblokkeerd. De telefoon gaat niet over wanneer een oproep of tekstbericht wordt ontvangen. Het apparaat© 2007 Nokia. Alle rechten voorbehouden. 11.
De wekker is geactiveerd. De timer is actief. De stopwatch wordt uitgevoerd in de achtergrond. / De telefoon is aangemeld bij het GPRS- of EGPRS-netwerk. / Er is een GPRS- of EGPRS-verbinding tot stand gebracht. / De GPRS- of EGPRS-verbinding is tijdelijk onderbroken (in de wachtstand geplaatst). Er is een Bluetooth-verbinding actief. / Er is een P2T-verbinding actief of onderbroken. Als u over twee telefoonlijnen beschikt, wordt de tweede telefoonlijn geselecteerd. Alle inkomende oproepen worden doorgeschakeld naar een ander nummer. De luidspreker is geactiveerd of de muziekstandaard is op het apparaat aangesloten. Gesprekken zijn beperkt tot een besloten groep gebruikers. Het tijdelijke profiel is geselecteerd. / / Er is een hoofdtelefoon, handsfree-eenheid of oorlus aangesloten op het apparaat.
VluchtmodusU kunt alle activiteiten van de radiofrequentie deactiveren en nog steeds toegang hebben tot de offline spelletjes, agenda entelefoonnummers. Gebruik de vluchtmodus in een omgeving die gevoelig is voor radiosignalen—aan boord van een vliegtuig of in een ziekenhuis. Wanneer de vluchtmodus actief is, wordt weergegeven. Selecteer Menu > Instellingen > Profielen > Vlucht > Activeer of Aanpassen om de vluchtmodus te activeren of in testellen. Als u de vluchtmodus wilt deactiveren, selecteert u een ander profiel. Alarmnummer in vluchtmodus - Voer het alarmnummer in, druk op de beltoets, en selecteer Ja wanneer Vluchtprofielafsluiten. wordt weergegeven. De telefoon probeert een alarmnummer te kiezen. Waarschuwing: In het vluchtprofiel kunt u geen oproepen doen of ontvangen, ook geen alarmoproepen. Ook overigefuncties waarvoor netwerkdekking vereist is, kunnen niet worden gebruikt.
Als u wilt bellen, moet u de telefoonfunctieeerst activeren door een ander profiel te kiezen. Als het apparaat vergrendeld is, moet u de beveiligingscode invoeren.
Als u een alarmnummer wilt kiezen terwijl het apparaat is vergrendeld en het vluchtprofiel gebruikt, kunt u ook hetgeprogrammeerde alarmnummer in het veld voor de beveiligingscode invoeren en de toets 'Bellen' selecteren. Op hetapparaat wordt een bevestiging weergegeven dat het vluchtprofiel wordt afgesloten en een alarmnummer wordtgekozen. ToetsenblokvergrendelingOm te voorkomen dat toetsen per ongeluk worden ingedrukt, selecteert u Menu en drukt u binnen 3,5 seconde op * om detoetsen te blokkeren. U kunt de toetsenblokkering weer opheffen door Vrijgev. te selecteren en binnen 1,5 seconde op * te drukken. Als Toetsen-blokkering is ingesteld op Aan, voert u de beveiligingscode in indien u hierom wordt gevraagd. Als u een oproep wilt beantwoorden terwijl de toetsen zijn geblokkeerd, drukt u op de beltoets.
Wanneer u de oproep beëindigtof niet aanneemt, worden de toetsen weer automatisch geblokkeerd. Verdere functies zijn Automatische toetsenblokkering en Toetsenblokkering. Zie 'Telefoon', p. 29. Wanneer de toetsenvergrendeling is ingeschakeld, kunt u soms wel het geprogrammeerde alarmnummer kiezen. Functies zonder een SIM-kaartU kunt verschillende functies van het apparaat gebruiken zonder een SIM-kaart te installeren (bijvoorbeeld gegevensoverdrachtmet een compatibele pc of een ander compatibel apparaat). Sommige functies worden grijs weergegeven en kunnen nietworden gebruikt. Het apparaat© 2007 Nokia. Alle rechten voorbehouden. 12.
4. OproepfunctiesBellenNummer kiezen1. Voer het netnummer en telefoonnummer in. Voor internationale gesprekken drukt u tweemaal op * voor het internationale voorvoegsel (het +-teken vervangt deinternationale toegangscode) en voert u de landcode, het netnummer (laat zo nodig de eerste 0 weg) en het abonneenummerin. 2. Druk op de beltoets om het nummer te kiezen. Druk op de volumetoetsen omhoog of omlaag om het geluidsniveau van eenoproep aan te passen. 3. Als u de oproep wilt beëindigen of de kiespoging wilt annuleren, drukt u op de eindetoets. U kunt zoeken naar een naam of telefoonnummer dat u hebt opgeslagen in Contacten. Zie 'Zoeken naar een contact', p. 23. Druk op de beltoets om het nummer te kiezen. Als u de lijst met gekozen nummers wilt openen, drukt u in de standby-modus eenmaal op de beltoets.
Selecteer het gewenstenummer of de gewenste naam en druk op de beltoets om het nummer te kiezen. SnelkeuzetoetsenWijs een telefoonnummer toe aan één van de cijfertoetsen, 2 tot en met 9. Zie 'Snelkeuzetoetsen', p. 24. U kunt het nummer op een van de volgende manieren kiezen:Druk op een cijfertoets en vervolgens op de beltoets. OFAls Snelkeuze is ingesteld op Aan, houdt u de gewenste cijfertoets ingedrukt totdat het nummer wordt gekozen. Meer gedetailleerde informatie vindt u in Snelkeuze. Zie 'Bellen', p. 29. Uitgebreide spraakgestuurde nummerkeuzeU kunt een oproep plaatsen door de naam uit te spreken van de persoon die in de lijst met contacten van het apparaat isopgeslagen. Spraakopdrachten zijn taalgevoelig. Stel Taal voor spraakherkenning in voordat u spraakgestuurde nummerkeuze gebruikt. Zie 'Telefoon', p. 29.
Opmerking: Het gebruik van spraaklabels kan moeilijkheden opleveren in een drukke omgeving of tijdens eennoodgeval. Voorkom dus onder alle omstandigheden dat u uitsluitend van spraaklabels afhankelijk bent. 1. Houd in de standby-modus de rechterselectietoets of de volume-omlaagtoets ingedrukt.
U hoort een korte toon en de tekstNu spreken wordt weergegeven. 2. Spreek duidelijk de naam uit van de contactpersoon die u wilt bellen. Als de ingesproken tekst wordt herkend, wordt eenlijst met gevonden items weergegeven. Het apparaat speelt de spraakopdracht van het bovenste item in de lijst af. Als ditniet de gewenste opdracht is, bladert u naar een andere vermelding. Het gebruik van spraakopdrachten voor het uitvoeren van een geselecteerde apparaatfunctie is vergelijkbaar met despraakgestuurde nummerkeuze. Zie 'Spraakopdrachten', p. 26. Een oproep beantwoorden of weigerenDruk op de beltoets om een inkomende oproep te beantwoorden. Druk op de toets Einde om de oproep te beëindigen. U weigert een inkomende oproep door op de toets Einde te drukken. Als u de beltoon wilt uitschakelen, selecteert u Stil.
Druk tijdens een gesprek op de beltoets om de oproep in de wachtstand te beantwoorden (netwerkdienst). Het eerste gesprekwordt in de wachtstand geplaatst. U beëindigt het actieve gesprek door op de toets Einde te drukken. U kunt ook de functieWachtfunctieopties activeren. Zie 'Bellen', p. 29. Opties tijdens een gesprekVeel van de opties die u tijdens gesprekken kunt gebruiken, zijn netwerkdiensten. Neem contact op met uw serviceprovidervoor informatie over beschikbaarheid van netwerkdiensten. Selecteer Opties tijdens een gesprek en selecteer een van de volgende opties:Oproepfuncties© 2007 Nokia. Alle rechten voorbehouden. 13.
Gespreksopties zijn Dempen of Dempen uit, Contacten, Menu, Toetsen blokk. , Opnemen, Stemhelderheid, Luidsprekerof Telefoon. Netwerkopties zijn Opnemen of Weigeren, Standby of Uit standby, Nieuwe oproep, Toev. aan conf. , Beëindigen, Allesafsluiten, en de volgende:•DTMF verzenden — om toonreeksen te verzenden. •Wisselen — om te schakelen tussen het actieve gesprek en het gesprek in de wachtstand. •Doorverbinden — om een gesprek in de wachtstand door te verbinden met het actieve gesprek en zelf de verbinding teverbreken. •Conferentie — om een conferentiegesprek te voeren. •Privéoproep — om een privégesprek in een conferentiegesprek te houden. Waarschuwing: Houd het apparaat niet dicht bij uw oor wanneer de luidspreker wordt gebruikt, aangezien hetvolume erg luid kan zijn. 5.
Tekst invoerenTekstmodiU kunt op twee verschillende manieren tekst invoeren, bijvoorbeeld wanneer u berichten wilt verzenden: via de methode voornormale tekstinvoer of via de methode voor tekstinvoer met woordenboek. Houd tijdens het invoeren van tekst Opties ingedrukt om te schakelen tussen normale tekstinvoer, aangegeven door entekstinvoer met woordenboek, aangegeven door. Niet alle talen worden ondersteund in de tekstinvoer met woordenboek. Hoofdletters en kleine letters worden aangegeven door , en. U kunt schakelen tussen hoofdletters en kleine lettersdoor op # te drukken. U kunt naar de nummermodus, aangegeven door , overschakelen door # ingedrukt te houden enNummermodus te selecteren. U kunt overschakelen naar de nummermodus door # ingedrukt te houden. Als u de schrijftaal wilt instellen, selecteert u Opties > Schrijftaal.
Gewone tekstinvoerDruk herhaaldelijk op een cijfertoets (2 t/m 9) totdat het gewenste teken wordt weergegeven. De beschikbare tekens zijnafhankelijk van de taal die is geselecteerd voor het invoeren van tekst.
Als de volgende letter die u wilt invoeren zich onder dezelfde toets bevindt als de huidige letter, wacht u tot de cursor verschijnten voert u de letter in. De meest gebruikte leestekens en andere speciale tekens zijn beschikbaar als u herhaaldelijk op de cijfertoets 1 drukt, of drukop * om een speciaal teken te selecteren. Tekstinvoer met woordenboekTekstinvoer met woordenboek is gebaseerd op een ingebouwd woordenboek waar u zelf ook woorden aan kunt toevoegen. 1. U begint met het invoeren van een woord met de cijfertoetsen 2 t/m 9. Druk eenmaal op een toets voor één letter. 2. Wanneer u het gewenste woord hebt ingevoerd, bevestigt u de invoer met het toevoegen van een spatie door op 0 tedrukken. Als het woord niet correct is, druk dan herhaaldelijk op * en selecteer het woord uit de lijst. Als er een vraagteken (.
) achter het woord wordt weergegeven, bevindt het woord dat u wilt invoeren zich niet in hetwoordenboek. Als u het woord aan het woordenboek wilt toevoegen, selecteert u Spellen. Voer het woord in door normaletekstinvoer te gebruiken en selecteer Opslaan. Als u een samengesteld woord wilt invoeren, voert u het eerste gedeelte vanhet woord in en bevestigt u dit door op de navigatietoets naar rechts te drukken. Voer het laatste gedeelte van het woordin en bevestig het woord. 3. U begint met het invoeren van het volgende woord. 6. Door de menu's navigerenHet apparaat biedt een uitgebreid scala aan functies, die gegroepeerd zijn in menu's. 1. Selecteer Menu om het menu te openen. 2. Blader door het menu en selecteer een optie (bijvoorbeeld Instellingen). Tekst invoeren© 2007 Nokia. Alle rechten voorbehouden. 14.
3. Als het geselecteerde menu ook weer is onderverdeeld in submenu's, selecteert u een submenu, bijvoorbeeld Oproepen. 4. Als het geselecteerde submenu ook weer submenu's bevat, herhaalt u stap 3. 5. Selecteer de gewenste instelling. 6. Selecteer Terug om terug te keren naar het vorige menuniveau. Selecteer Uit om het menu te sluiten. Als u de menuweergave wilt wijzigen, selecteert u Opties > Hoofdmenuweerg. > Lijst, Roosterweergave, Rooster(labels) of Tab. Als u het menu anders wilt indelen, bladert u naar het menu dat u wilt verplaatsen en selecteert u Opties > Indelen >Verpl. Ga naar de plaats waar u het menu naartoe wilt verplaatsen en selecteer OK. Selecteer OK > Ja om de wijziging op teslaan. 7. BerichtenU kunt tekstberichten, multimediaberichten, e-mailberichten, audioberichten, flitsberichten en kaarten lezen, invoeren,verzenden en opslaan.
Alle berichten worden ingedeeld in mappen. TekstberichtenMet uw apparaat kunnen tekstberichten worden verzonden die langer zijn dan de tekenlimiet voor één bericht. Langereberichten worden verzonden als twee of meer berichten. Uw serviceprovider kan hiervoor de desbetreffende kosten in rekeningbrengen. Tekens met accenten of andere symbolen en tekens in sommige taalopties nemen meer ruimte in beslag, waardoorhet aantal tekens dat in één bericht kan worden verzonden, wordt beperkt. Met SMS (Short Message Service) kunt u tekstberichten verzenden en ontvangen en tevens berichten met afbeeldingenontvangen (netwerkdienst). Voordat u een tekstbericht kunt verzenden, moet u het nummer van de berichtencentrale opslaan. Zie'Berichtinstellingen', p. 21. Informeer bij uw serviceprovider naar de beschikbaarheid en abonnementsmogelijkheden van de e-maildienst voor SMS-berichten.
U kunt een emailadres opslaan in Contacten. Zie 'Gegevens opslaan', p. 23. Teksberichten invoeren en verzenden1. Selecteer Menu > Berichten > Bericht maken > SMS-bericht. 2. Typ een of meer telefoonnummers of e-mailadressen in het veld Aan:.
Als u een telefoonnummer of e-mailadres wilt ophalen,selecteert u Toevoeg. 3. Als u een e-mailbericht via SMS wilt verzenden, typt u een onderwerp in het veld Onderwerp:. 4. Typ uw bericht in het veld Bericht:. Een indicator boven in het scherm geeft het totale aantal resterende tekens aan en het aantal berichten dat nodig is voorde verzending ervan. Zo betekent bijvoorbeeld 673/2 dat er 673 tekens resteren en dat het bericht in twee gedeelten wordtverzonden. 5. Selecteer Verzenden om het bericht te verzenden. Zie 'Berichten verzenden', p. 16. Tekstberichten lezen en beantwoorden1. Als u een ontvangen bericht wilt bekijken, drukt u op Tonen. Selecteer Uit om het bericht later te bekijken. 2. Als u het bericht later wilt bekijken, selecteert u Menu > Berichten > Inbox. wordt weergegeven als er ongelezenberichten in de inbox staan. 3.
Als u een bericht wilt beantwoorden, selecteert u Beantw. en het berichttype. 4. Voer het antwoord in. 5. Selecteer Verzenden om het bericht te verzenden. Zie 'Berichten verzenden', p. 16. MultimediaberichtenAlleen compatibele apparaten die deze functie ondersteunen, kunnen multimediaberichten ontvangen en weergeven. Demanier waarop een bericht wordt weergegeven, kan verschillen, afhankelijk van het ontvangende apparaat. Het draadloze netwerk kan de omvang van MMS-berichten limiteren. Als de omvang van de ingevoegde afbeelding de limietoverschrijdt, kan de afbeelding door het apparaat worden verkleind zodat deze via MMS kan worden verzonden. Een multimediabericht kan tekst en objecten zoals afbeeldingen en geluids- en videoclips bevatten. Berichten© 2007 Nokia. Alle rechten voorbehouden. 15.
Informeer bij uw serviceprovider naar de beschikbaarheid en abonnementsmogelijkheden van de netwerkdienst voormultimediaberichten (MMS). Zie 'Berichtinstellingen', p. 21. Multimediaberichten invoeren en verzenden1. Selecteer Menu > Berichten > Bericht maken > Multimedia. 2. Schrijf uw bericht. Het apparaat ondersteunt multimediaberichten die meerdere pagina's (dia's) bevatten. Een bericht kan als bijlage eenagendanotitie en/of een visitekaartje bevatten. Een dia kan tekst, één afbeelding en één geluidsfragment of tekst en éénvideoclip bevatten. Als u een dia aan het bericht wilt toevoegen, selecteert u Nw of u selecteert Opties > Invoegen >Dia. Als u een bestand aan het bericht wilt toevoegen, selecteert u Invoegn. 3. U kunt het bericht bekijken voordat u het verzendt door Opties > Bekijken te selecteren. 4. Selecteer Verzenden om het bericht te verzenden. 5.
Typ een of meer telefoonnummers of e-mailadressen in het veld Aan:. Als u een telefoonnummer of e-mailadres wilt ophalen,selecteert u Toevoeg. 6. Als u een e-mailbericht via SMS wilt verzenden, typt u een onderwerp in het veld Onderwerp:. 7. Selecteer Verzenden om het bericht te verzenden. Zie 'Berichten verzenden', p. 16. Multimedia plus-berichten invoeren en verzendenAan een multimedia plus-bericht kan iedere content worden toegevoegd. Zulke content kan bestaan uit afbeeldingen, videoclips,geluidsfragmenten, visitekaartjes, agendanotities, thema's, streaming links of zelfs niet-ondersteunde bestanden (zoalsbestanden die via e-mail zijn ontvangen). 1. Selecteer Menu > Berichten > Bericht maken > Multimedia plus. 2. Typ een of meer telefoonnummers of e-mailadressen in het veld Aan:. Als u een telefoonnummer of e-mailadres wilt ophalen,selecteert u Toevoeg. 3.
Voer een onderwerp en het bericht in. 4. Als u een bestand aan het bericht wilt toevoegen, selecteert u Invoegen of Opties > Invoegen en het bestandstype. 5. U kunt het bericht bekijken voordat u het verzendt door Opties > Bekijken te selecteren. 6.
Selecteer Verzenden om het bericht te verzenden. Zie 'Berichten verzenden', p. 16. Multimediaberichten lezen en beantwoordenBelangrijk: Wees voorzichtig met het openen van berichten. Objecten in e-mailberichten of multimediaberichtenkunnen schadelijke software bevatten of anderszins schadelijk zijn voor uw apparaat of pc. 1. Als u het ontvangen bericht wilt bekijken, drukt u op Tonen. Selecteer Uit om het bericht later te bekijken. 2. Als u het gehele bericht wilt weergeven als het een presentatie bevat, selecteert u Spelen. Als u de bestanden in de presentatieof de bijlagen wilt bekijken, selecteert u Opties > Objecten of Bijlagen. 3. Als u het bericht wilt beantwoorden, selecteert u Opties > Antwoorden en het berichttype. 4. Voer het antwoord in. 5. Selecteer Verzenden om het bericht te verzenden. Zie 'Berichten verzenden', p. 16.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Nokia 3110 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Mobiel Nokia
Handleiding Mobiel
Nieuwste handleidingen voor Mobiel