Nokia 2300 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Nokia 2300 (74 pagina’s), behorend tot de categorie Mobiel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 38 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Nokia 2300 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Nokia |
| Categorie: | Mobiel |
| Model: | 2300 |
Handleiding Nokia 2300 – volledige tekst
CONFORMITEITSVERKLARINGNOKIA CORPORATION verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat het product RM-4 conform is aan de bepalingen van de volgende Richtlijn van de Raad: 1999/5/EC.Een kopie van de conformiteitsverklaring kunt u vinden op de volgende website:http://www.nokia.com/phones/declaration_of_conformity/.Copyright© 2004 Nokia. Alle rechten voorbehouden.Onrechtmatige reproductie, overdracht, distributie of opslag van dit document of een gedeelte ervan in enige vorm zonder voorafgaande geschreven toestemming van Nokia is verboden.US Patent No 5818437 and other pending patents. T9 text input software Copyright (C) 1997–2004. Tegic Communications, Inc. All rights reserved.Nokia en Nokia Connecting People zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Nokia Corporation.
Namen van andere producten en bedrijven kunnen handelsmerken of handelsnamen van de respectievelijke eigenaren zijn.Nokia tune is een geluidsmerk van Nokia Corporation.Nokia voert een beleid dat gericht is op continue ontwikkeling. Nokia behoudt zich het recht voor zonder voorafgaande kennisgeving wijzigingen en verbeteringen aan te brengen in de producten die in dit document worden beschreven.In geen geval is Nokia aansprakelijk voor enig verlies van gegevens of inkomsten of voor enige bijzondere, incidentele, onrechtstreekse of indirecte schade.
De inhoud van dit document wordt zonder enige vorm van garantie verstrekt. Tenzij vereist krachtens het toepasselijke recht, wordt geen enkele garantie gegeven betreffende de nauwkeurigheid, betrouwbaarheid of inhoud van dit document, hetzij uitdrukkelijk hetzij impliciet, daaronder mede begrepen maar niet beperkt tot impliciete garanties betreffende de verkoopbaarheid en de geschiktheid voor een bepaald doel. Nokia behoudt zich te allen tijde het recht voor zonder voorafgaande kennisgeving dit document te wijzigen of te herroepen.De beschikbaarheid van bepaalde producten kan per regio verschillen. Neem hiervoor contact op met de dichtstbijzijnde Nokia-leverancier.
Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved. 4InhoudsopgaveVOOR UW VEILIGHEID. 8Algemene informatie. 11Stickers in het pakket. 11Toegangscodes. 111. Aan de slag. 13Toetsen en schermindicatoren. 13Een SIM-kaart en batterij plaatsen. 14De batterij opladen. 15De telefoon in- en uitschakelen. 16Display in standby-modus. 16Overige belangrijke indicatoren. 17De covers verwisselen. 172. Algemene functies. 19Opbellen. 19Bellen met behulp van het telefoonboek. 19Conferentiegesprekken. 19Opnieuw kiezen. 20Snelkeuze. 20Een oproep beantwoorden. 21Mogelijkheden tijdens een gesprek. 21Voicemailberichten opvragen. 21Toetsen blokkeren. 22.
Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved. 8VOOR UW VEILIGHEIDLees deze eenvoudige richtlijnen. Het overtreden van de regels kan gevaarlijk of onwettig zijn. Meer informatie vindt u in deze handleiding.Schakel de telefoon niet in als het gebruik van mobiele telefoons verboden is, of als dit storing of gevaar zou kunnen opleveren.VERKEERSVEILIGHEID HEEFT VOORRANGGebruik geen telefoon terwijl u een auto bestuurt. Parkeer de auto eerst.STORINGAlle draadloze telefoons zijn gevoelig voor storing. Dit kan de werking van de telefoon beïnvloeden.SCHAKEL DE TELEFOON UIT IN ZIEKENHUIZENVolg alle regels en aanwijzingen op. Schakel de telefoon uit in de nabijheid van medische apparatuur.SCHAKEL DE TELEFOON UIT IN VLIEGTUIGENDraadloze telefoons kunnen storingen veroorzaken.SCHAKEL DE TELEFOON UIT TIJDENS HET TANKENGebruik de telefoon niet in een benzinestation.
Gebruik de telefoon niet in de nabijheid van benzine of chemicaliën.SCHAKEL DE TELEFOON UIT IN DE BUURT VAN EXPLOSIEVENGebruik de telefoon niet waar explosieven worden gebruikt. Houd u aan beperkende maatregelen en volg eventuele voorschriften of regels op.GEBRUIK DE TELEFOON VERSTANDIGGebruik de telefoon alleen zoals het is bedoeld. Raak de antenne niet onnodig aan.
VOOR UW VEILIGHEID9Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved.DESKUNDIG ONDERHOUDLaat alleen bevoegd personeel het apparaat installeren of repareren.ACCESSOIRES EN BATTERIJENGebruik alleen goedgekeurde accessoires en batterijen. Sluit geen ongeschikte producten aan.WATERBESTENDIGHEIDDe telefoon is niet waterbestendig. Houd het apparaat droog.MAAK BACK-UPSVergeet niet om een back-up te maken van alle belangrijke gegevens.AANSLUITEN OP ANDERE APPARATENWanneer u het apparaat op een ander apparaat aansluit, moet u de gebruikershandleiding van dat apparaat lezen voor gedetailleerde veiligheidsinstructies. Sluit geen ongeschikte producten aan.BELLENControleer of de telefoon is ingeschakeld. Toets het net- en abonneenummer in en druk op Oproep. Als u een gesprek wilt beëindigen, drukt u op Eind.
Als u een gesprek wilt beantwoorden, drukt u op Opnemen.ALARMNUMMER KIEZENControleer of de telefoon is ingeschakeld. Druk zo vaak als nodig is op om het scherm leeg te maken (bijvoorbeeld om een gesprek te beëindigen, een menu af te sluiten, enzovoort). Toets het alarmnummer in en druk op (Oproep). Geef op waar u zich bevindt. Beëindig het gesprek niet voordat u daarvoor toestemming hebt gekregen.
Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved. 10■NetwerkdienstenDe draadloze telefoon zoals beschreven in deze handleiding is goedgekeurd voor gebruik op EGSM 900- en GSM 1800-netwerken.De beschikbaarheid van dualband is afhankelijk van het netwerk. Vraag uw netwerkexploitant of u zich op deze dienst kunt abonneren.Sommige functies die in deze handleiding worden beschreven zijn netwerkdiensten. Dit zijn speciale diensten waarop u zich via uw netwerkexploitant kunt abonneren. U kunt pas gebruik maken van deze diensten nadat u zich via de exploitant van uw thuisnet op de gewenste dienst(en) hebt geabonneerd en u de gebruiksinstructies hebt ontvangen.Opmerking: Het is mogelijk dat sommige netwerken geen ondersteuning bieden voor bepaalde taalafhankelijke tekens en/of diensten.■Lader en accessoireControleer voor gebruik altijd het modelnummer van een oplader.
Deze apparatuur is bedoeld voor gebruik met de volgende voedingsbronnen: ACP-7 en ACP-12.Waarschuwing: Gebruik alleen batterijen, laders en accessoires die door de fabrikant van de telefoon zijn goedgekeurd voor gebruik met dit type telefoon. Het gebruik van andere types kan de goedkeuring en garantie doen vervallen en kan bovendien gevaarlijk zijn.Vraag uw leverancier naar de beschikbare goedgekeurde accessoires.Als u de stekker van een accessoire uit het stopcontact verwijdert, moet u aan de stekker trekken, niet aan het snoer.
Algemene informatie11Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved.Algemene informatie■Stickers in het pakketDe stickers bevatten belangrijke informatie voor service en klantenondersteuning. Bewaar deze stickers op een veilige plaats.Plak de sticker in deze handleiding.■Toegangscodes•Beveiligingscode: deze code, die bij de telefoon wordt geleverd, beveiligt de telefoon tegen onbevoegd gebruik. De standaardcode is 12345.Zie Beveiligingsniveau in het menu Beveiligingsinstellingen op pagina 51 voor meer informatie.•PIN-code: deze code, die bij de SIM-kaart wordt geleverd, beveiligt de kaart tegen onbevoegd gebruik. Als u de optie PIN-code vragen in het menu Beveiligingsinstellingen activeert (zie pagina 51), wordt naar de code gevraagd telkens als de telefoon wordt ingeschakeld.Als u driemaal na elkaar een onjuiste PIN-code invoert, wordt de SIM-kaart geblokkeerd.
Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved. 12Als u driemaal achter elkaar een onjuiste PIN2-code invoert, wordt PIN2-code geblokkeerd in het display weergegeven en wordt u naar de PUK2-code gevraagd.Wijzig de beveiligingscode, PIN-code en PIN2-code in Toegangscodes wijzigen in het menu Beveiligingsinstellingen (zie pagina 51). Houd de nieuwe codes geheim en bewaar ze op een veilige plaats uit de buurt van de telefoon.•PUK-code en PUK2-code: deze codes worden mogelijk bij de SIM-kaart geleverd. Als dit niet het geval is, neemt u contact op met de serviceprovider.Als u tienmaal na elkaar een onjuiste PUK-code invoert, kan de SIM-kaart niet meer worden gebruikt.Als u tienmaal na elkaar een onjuiste PUK2-code invoert, is de PIN2-code niet meer geldig en kunt u niet langer gebruik maken van de diensten waarvoor een PIN2-code vereist is.
Aan de slag13Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved.1. Aan de slag■Toetsen en schermindicatoren1. Aan/uit-toets: Hiermee schakelt u de telefoon in en uit.Als het telefoonboek of menufuncties geactiveerd zijn, of als de toetsen zijn geblokkeerd, wordt het display van de telefoon enkele seconden verlicht als u op deze toets drukt.2. NaviTM-toets: De functie van de toets is afhankelijk van de tekst die boven de toetsen wordt weergegeven, bijvoorbeeld Menu in de standby-modus. 3. Bladertoetsen: , , en Met deze toetsen kunt u door namen, telefoonnummers, menu’s of instellingen bladeren. Met de toetsen Links en Rechts kunt u het volume van de luidspreker aanpassen tijdens een gesprek.4. Wistoets: Hiermee sluit u elke functie af. Met deze toets wist u nummers van het display.
Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved. 145. Met – kunt u cijfers en letters invoeren. Als u ingedrukt houdt, wordt het nummer van uw voicemailbox gebeld (netwerkdienst).■Een SIM-kaart en batterij plaatsen• Houd alle kleine SIM-kaarten buiten bereik van kleine kinderen.• De SIM-kaart en de contactpunten van de kaart kunnen gemakkelijk door krassen of buigen worden beschadigd. Wees daarom voorzichtig wanneer u de kaart vastpakt, plaatst of verwijdert.• Verwijder de batterij voordat u de SIM-kaart plaatst. Voordat u de batterij verwijdert, moet u de telefoon uitschakelen en alle accessoires verwijderen.1. Druk op de ontgrendelingsknop (1) en open en verwijder de achtercover (2).2. Verwijder de batterij door deze bij de uitsparing uit de telefoon te tillen (3). 3. Verwijder de SIM-kaarthouder door deze voorzichtig met uw vinger uit de uitsparing uit de telefoon te tillen.
Aan de slag15Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved.4. Plaats de SIM-kaart. Let er op dat de gemarkeerde hoek zich rechtsboven bevindt en dat het goudkleurige contact naar beneden is gericht (6).5. Sluit de SIM-kaarthouder (7) en klik deze vast.6. Plaats de batterij en de achtercover terug.■De batterij opladenLaad de batterij niet op als de cover van de telefoon is verwijderd. Bewaar de telefoon altijd met bevestigde cover.1. Steek de stekker van de lader in de aansluiting aan de onderzijde van de telefoon. 2. Sluit de lader aan op een gewone wandcontactdoos. Op het display begint de indicatiebalk voor de batterij te schuiven.• De telefoon kan tijdens het laden gewoon worden gebruikt als deze is ingeschakeld.• Het opladen van een lege BL-5C-batterij met de lader ACP-7 duurt 3,5 uur.•Als Laadt niet op wordt weergegeven, wacht u een ogenblik.
Vervolgens koppelt u de lader los, sluit u deze opnieuw aan en probeert u het nogmaals. Als de batterij nu nog niet wordt opgeladen, neemt u contact op met uw leverancier.3. Als de batterij volledig is opgeladen, stopt de indicatiebalk. Haal de stekker van de lader uit de wandcontactdoos en maak de lader los van de telefoon.
Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved. 16■De telefoon in- en uitschakelenHoud enkele seconden ingedrukt.Waarschuwing: Schakel de telefoon niet in als het gebruik van mobiele telefoons verboden is, of als dit storing of gevaar zou kunnen opleveren.TIPS VOOR EFFICIËNT GEBRUIK:De telefoon heeft een ingebouwde antenne. Zoals voor alle radiozendapparatuur geldt, dient onnodig contact met de antenne te worden vermeden als de telefoon is ingeschakeld. Het aanraken van de antenne kan een nadelige invloed hebben op de gesprekskwaliteit en kan ervoor zorgen dat de telefoon meer stroom verbruikt dan noodzakelijk is. Door de antenne tijdens een gesprek niet aan te raken, optimaliseert u de prestaties van de antenne en de gesprekstijd van de telefoon.■Display in standby-modus1. Operatorlogo (netwerkdienst).2. Signaalsterkte van het cellulaire netwerk op uw huidige positie.3.
Aan de slag17Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved.Overige belangrijke indicatorenU hebt een tekst- of afbeeldingbericht ontvangen.Er klinkt geen belsignaal wanneer u een oproep of een tekstbericht ontvangt.De toetsen zijn geblokkeerd. De alarmklok is geactiveerd. ■De covers verwisselenOpmerking: Schakel de telefoon altijd uit en zorg ervoor dat de telefoon niet met een oplader of een ander apparaat is verbonden als u de cover wilt wisselen. Zorg er altijd voor dat u de covers weer bevestigt voordat u de telefoon opbergt of gebruikt.1. Druk op de ontgrendelingsknop (1) en open en verwijder de achtercover (2).
Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved. 182. Verwijder voorzichtig de voorcover (3).3. Plaats het toetsenbordelement in de nieuwe voorcover (4).4. Lijn de bovenkant van de voorcover uit met de bovenkant van de telefoon en druk op de voorcover om deze vast te klikken (5).5. Plaats de achtercover op de telefoon en schuif de cover naar boven totdat deze vastklikt (6).
Algemene functies19Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved.2. Algemene functies■Opbellen1. Toets het netnummer en telefoonnummer in.Internationaal bellen: voeg een “+” toe door tweemaal op te drukken en voeg de landcode toe, vóór het netnummer (verwijder zo nodig de voorafgaande 0).Druk op om het cijfer links van de cursor te verwijderen.2. Druk op Oproep om het nummer te bellen. Druk op om het volume van de luidspreker of hoofdtelefoon te verhogen of druk op om het volume te verlagen.3. Druk op Eind om het gesprek te beëindigen of het kiezen te onderbreken.Bellen met behulp van het telefoonboekDruk vanuit de standby-modus op om naar de gewenste naam te gaan. Druk op Oproep om het nummer te bellen.ConferentiegesprekkenEen conferentiegesprek is een netwerkdienst waarbij maximaal vier personen aan hetzelfde gesprek kunnen deelnemen.
Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved. 201. U belt naar de eerste deelnemer door het telefoonnummer in te toetsen of door dit op te halen uit het telefoonboek en Oproep te drukken.2. Als u een nieuwe deelnemer wilt bellen, drukt u op en selecteert u Opties en Nieuwe oproep.3. Wanneer de nieuwe oproep wordt beantwoord, voegt u deze toe aan het conferentiegesprek door op Opties te drukken en Conferentie te selecteren.4. Druk op Opties, selecteer Nieuwe oproep en herhaal stap 3 voor elke nieuwe deelnemer aan het gesprek.5. Druk op Opties en selecteer Oproep beëind.
om het conferentiegesprek te beëindigen.Opnieuw kiezenAls u een van de laatste twintig gekozen telefoonnummers opnieuw wilt kiezen, drukt u vanuit de standby-modus eenmaal op , gaat u met of naar het gewenste telefoonnummer of de gewenste naam en drukt u op Oproep.SnelkeuzeDruk op Menu en selecteer achtereenvolgens Contacten en Snelkeuzen. Selecteer de toets die u wilt gebruiken en de naam waaraan u de toets wilt toewijzen en druk op Toewijz.Nadat het telefoonnummer aan een cijfertoets is toegewezen, kunt u het nummer dat u wilt bellen of waarnaar u een bericht wilt verzenden op een van de volgende manieren met de snelkeuzetoets kiezen:
Algemene functies21Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved.• Druk op de gewenste cijfertoets en druk op Oproep of•Als Snelkeuzen is ingeschakeld, houdt u de gewenste snelkeuzetoets ingedrukt totdat het nummer is gekozen of de berichteneditor is gestart (zie Oproepinstellingen op pagina 47).Een oproep beantwoordenDruk vanuit de standby-modus op Opnemen. Als u de oproep wilt weigeren, drukt u op .Mogelijkheden tijdens een gesprekWanneer u op drukt en Opties kiest, zijn tijdens het gesprek de volgende opties beschikbaar, afhankelijk van de aard van het gesprek dat wordt gevoerd: Microfoon uit of Microfoon aan, Standby of Uit standby, Opnemen, Weigeren, Menu, Luidspreker of Telefoon en Contacten. Bovendien kunnen de volgende netwerkdiensten worden gebruikt: Nieuwe oproep, Einde alle opr., DTMF zenden, Wisselen en Oproep beëind.Voicemailberichten opvragenVoicemail is een netwerkdienst.
Neem contact op met de netwerkoperator voor meer informatie en voor het voicemailnummer. U kunt uw voicemail bellen door ingedrukt te houden in de standby-modus. Zie Nummer voicemailbox op pagina 38 voor informatie over het wijzigen van het voicemailnummer.Zie Doorschakelen in Oproepinstellingen op pagina 47 om oproepen door te schakelen naar uw voicemail.
Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved. 22Toetsen blokkerenDoor de toetsen te blokkeren voorkomt u dat toetsen onopzettelijk worden ingedrukt.De toetsen blokkeren of vrijgeven: druk vanuit de standby-modus op Menu en vervolgens kort op .U kunt de telefoon ook zodanig instellen dat de blokkering automatisch na een bepaalde tijd wordt ingeschakeld. Zie Telefooninstellingen op pagina 48. Als de toetsen geblokkeerd zijn, wordt in het display de indicator weergegeven.Opmerking: Wanneer de telefoon is vergrendeld, kunt u soms nog wel het alarmnummer kiezen dat is geprogrammeerd in het geheugen van uw telefoon (bijvoorbeeld 112 of een ander officieel alarmnummer). Toets het alarmnummer in en druk op (Oproep). Het nummer wordt pas weergegeven nadat u het laatste cijfer hebt ingetoetst.
Tekst intoetsen23Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved.3. Tekst intoetsenU kunt op twee verschillende manieren tekst intoetsen: via de normale tekstinvoer, aangeduid met , of via de methode voor tekstinvoer met woordenboek, aangeduid met .■Tekstinvoer met woordenboek in- en uitschakelenDruk tijdens het intoetsen van tekst op Opties en selecteer Woordenboek.• Als u tekstinvoer met woordenboek wilt inschakelen, selecteert u een taal in de lijst met opties voor het woordenboek. Tekstinvoer met woordenboek is alleen beschikbaar voor de talen die vermeld worden in de lijst.• Als u wilt terugkeren naar normale tekstinvoer, selecteert u Woordenbk uit.■Tekstinvoer met woordenboekTekstinvoer met woordenboek is een gemakkelijke manier om tekst in te toetsen.Deze tekstinvoer is gebaseerd op een ingebouwd woordenboek, waaraan u nieuwe woorden kunt toevoegen. 1.
Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved. 24• Druk op om een teken links van de cursor te verwijderen. Als u het scherm wilt wissen, houdt u deze toets ingedrukt.• Als u wilt schakelen tussen hoofdletters en kleine letters, of tussen normale tekstinvoer en tekstinvoer met woordenboek, drukt u herhaaldelijk op en kijkt u naar de indicator boven in het display. Houd ingedrukt om te schakelen tussen hoofdletters en kleine letters en cijfers.• Als u een leesteken wilt intoetsen, drukt u eenmaal op en vervolgens op totdat het gewenste teken wordt weergegeven.• U kunt een lijst met speciale tekens weergeven door ingedrukt te houden, het gewenste teken te selecteren en op Gebruik te drukken.• Als u een cijfer wilt toevoegen, houdt u de gewenste cijfertoets ingedrukt. Als u meerdere cijfers wilt toevoegen, houdt u ingedrukt en toetst u de cijfers in.2.
Als het juiste woord wordt weergegeven, drukt u op en begint u met het volgende woord.• Als u een ander woord wilt, drukt u net zo vaak op totdat het gewenste woord verschijnt. • Als “?” wordt weergegeven achter het woord, is het woord niet opgenomen in het woordenboek. Als u het woord wilt toevoegen aan het woordenboek, drukt u op Spellen, toetst u het woord in via normale tekstinvoer (zie pagina 25) en drukt u op OK.Druk op Opties om de functies Suggesties en Invoegopties te activeren. Onder Invoegopties kunt u de functies Woord invoeg., Nr. invoegen en Symbool inv. selecteren.
Tekst intoetsen25Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved.Samengestelde woorden intoetsenToets het eerste deel van het woord in, druk op en toets het tweede deel in.■Normale tekstinvoerVoor het intoetsen van tekst drukt u op de toets met het gewenste teken totdat het teken verschijnt. U kunt de volgende functies gebruiken voor het bewerken van de tekst:• Druk op om een spatie toe te voegen.• Als u een leesteken of speciaal teken wilt intoetsen, drukt u net zo vaak op totdat het teken verschijnt. U kunt ook op drukken, het gewenste teken selecteren en op Gebruik. drukken.• Als u de cursor naar links of rechts wilt verplaatsen, drukt u respectievelijk op of . Druk op of om de cursor omhoog of omlaag te verplaatsen.• Druk op om een teken links van de cursor te verwijderen.
Als u het scherm wilt wissen, houdt u deze toets ingedrukt.• Als u wilt schakelen tussen hoofdletters en kleine letters, drukt u op .• Als u een cijfer wilt toevoegen, houdt u de gewenste toets ingedrukt. Als u wilt schakelen tussen letters en cijfers, houdt u ingedrukt.• Als de volgende letter die u wilt invoeren zich onder dezelfde toets bevindt als de huidige letter, wacht u tot de cursor verschijnt of drukt u op en toetst u de letter in.
Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved. 264. Menufuncties■Overzicht van de menufuncties1. Berichten1. Bericht schrijven2. Inbox3. Concepten14. Verzonden items5. Chatten6. Beeldberichten7. Distributielijsten8. Sjablonen9. Smiley’s10.Selectieve berichten11.Berichten verwijderen12.Berichtenteller13.Berichtinstellingen14.Infodienst15.Nummer voicemailbox21. Wordt mogelijk niet weergegeven als u de functie Bericht opslaan nog niet hebt gebruikt.2. Wordt mogelijk niet weergegeven als het voicemailnummer door de netwerkoperator op de SIM-kaart is opgeslagen.
Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved. 30■Menufuncties activeren met behulp van indexnummersDe menu’s, submenu’s en opties zijn genummerd. Deze nummers worden indexnummers genoemd.Druk vanuit de standby-modus op Menu en toets binnen drie seconden het indexnummer in van het menu dat u wilt openen. Doe hetzelfde voor submenu’s.Het indexnummer voor Berichten is 01.■Berichten (menu 01)U kunt berichten schrijven en verzenden die uit meerdere delen1 bestaan (netwerkdienst). Het verzenden van samengestelde berichten kan duurder zijn dan het verzenden van gewone berichten. Als u speciale tekens (Unicode) gebruikt, zijn voor het bericht mogelijk meer delen nodig dan normaal. Bij tekstinvoer met woordenboek kan gebruik worden gemaakt van Unicode-tekens.
In de Berichtenteller kunt u zien hoeveel SMS-berichten vanaf uw telefoon zijn verzonden.Opmerking: Wanneer u berichten verzendt via de SMS-dienst, wordt de melding Bericht verzonden weergegeven. Hiermee wordt aangegeven dat het bericht is verzonden naar het nummer van de berichtencentrale dat in de telefoon is geprogrammeerd. Het wil niet zeggen dat het bericht op de bestemming is aangekomen. Neem contact op met de netwerkexploitant voor meer informatie over SMS-diensten.1. Met de Nokia 2300 kunt u berichten opstellen die veel langer zijn dan de normale berichtlengte die door uw serviceprovider wordt ondersteund.
Menufuncties31Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved.Tekstberichten intoetsen en verzendenU kunt alleen een bericht verzenden als het telefoonnummer van de berichtencentrale is opgeslagen in de telefoon. Zie Berichtinstellingen op pagina 37.1. Toets het bericht in. Het aantal beschikbare tekens en het nummer van het huidige berichtdeel worden rechtsboven in het display weergegeven.2. Wanneer het bericht klaar is, drukt u op Opties, selecteert u Verzenden, toetst u het telefoonnummer van de ontvanger in en drukt u op OK.Als u het bericht naar verschillende personen wilt verzenden, selecteert u Verzendopties en Meer ontvang., gaat u naar de eerste ontvanger en drukt u op Verzenden. Herhaal deze stap voor elke ontvanger en druk op om terug te keren naar de berichteneditor.
Als u een bericht naar een vooraf gedefinieerde distributielijst wilt verzenden, selecteert u Verzendopties en Verz. naar lijst. Zie Distributielijsten op pagina 34 voor het definiëren en bewerken van distributielijsten.Andere opties zijn onder meer Invoegopties, Sjabloon invgn, Bericht opslaan en Verwijderen. Als Bericht opslaan is geselecteerd, wordt dit bericht opgeslagen in de map Concepten.3. Nadat een bericht is verzonden, wordt een kopie van het bericht opgeslagen in de map Verzonden items.
Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved. 32Een tekstbericht lezenWanneer u tekstberichten hebt ontvangen in de standby-modus, worden zowel het nummer van het nieuwe bericht als het symbool weergegeven.1. Druk op Toon om de berichten direct te bekijken.Druk op als u de berichten later wilt bekijken. Ga naar het menu Inbox wanneer u de berichten wilt lezen.2. Gebruik en om door de berichten te bladeren.3. Tijdens het lezen van het bericht kunt u op Opties drukken voor de volgende opties: Verwijderen, Antwoorden, Chatten, Bewerken, Gebruik nr., Als herinnering, Doorsturen, Gegevensen Toev. aan lijst. Zie het volgende gedeelte voor meer informatie over chatten.ChattenDruk vanuit de standby-modus op Menu en selecteer achtereenvolgens Berichten en Chatten om een chatsessie te starten.
U kunt een chatsessie ook starten door tijdens het lezen van een ontvangen tekstbericht Chatten te kiezen in de lijst Opties.1. Toets het telefoonnummer van de andere persoon in of haal het op uit het telefoonboek en druk op OK.Als u chat met de persoon waarmee u het laatst hebt gechat, wordt een deel van de inhoud van de laatste chatsessie weergegeven.2. Toets een benaming voor de chatsessie in en druk op OK.
Menufuncties33Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved.3. Toets het bericht in, druk op Opties en selecteer Verzenden. 4. Het antwoord van de andere persoon wordt boven het verzonden bericht weergegeven.• Als u het bericht wilt beantwoorden, drukt u op OK en herhaalt u stap 3 hierboven. • Druk op Opties en selecteer de optie Chat-naam als u de chatbenaming wilt wijzigen.Chatten verloopt via SMS-berichten en elk chatbericht wordt verzonden als een afzonderlijk SMS-bericht. De berichten die tijdens een chatsessie worden ontvangen en verzonden, worden niet opgeslagen. BeeldberichtenU kunt berichten ontvangen en verzenden die afbeeldingen bevatten (netwerkdienst). Als u een afbeeldingbericht wilt maken, gaat u naar de map Beeldberichten en selecteert u de afbeelding die u wilt verzenden. Druk op Opties en selecteer Verzenden.
Afbeeldingberichten zijn samengesteld uit verschillende tekstberichten. Het verzenden van een afbeeldingbericht kan dus meer kosten dan het verzenden van een tekstbericht.Opmerking: U kunt deze functie alleen gebruiken als deze wordt ondersteund door uw netwerkexploitant. U kunt alleen afbeeldingsberichten ontvangen en weergeven op toestellen die deze functie ondersteunen.
Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved. 34Wanneer u een afbeeldingbericht ontvangtAls u het bericht direct wilt bekijken, drukt u op Toon. Als u het bericht later wilt bekijken, drukt u op . Het ongelezen bericht wordt opgeslagen in de map Inbox.Wanneer u een nieuw afbeeldingbericht opslaat, vervangt u het afbeeldingbericht dat standaard in de telefoon is geïnstalleerd.Opties voor het verzenden van afbeeldingberichtenDruk tijdens het lezen van een afbeeldingbericht op Opties en selecteer Verwijderen, Antwoorden, Chatten, Gebruik nr., Als herinnering of Gegevens. U kunt bovendien de volgende opties selecteren:•Tekst bewerk. om de tekst in het ontvangen afbeeldingbericht te bewerken.•Afb. opslaan om het bericht op te slaan in de map Beeldberichten.
Wanneer u dit doet, moet u een van de vooraf geïnstalleerde afbeeldingen selecteren, die zal worden vervangen door de nieuwe afbeelding.•Als scr.saver om de ontvangen afbeelding in te stellen als de screensaver van het actieve profiel.DistributielijstenAls u geregeld berichten verzendt naar een vaste groep ontvangers, kunt u een distributielijst voor deze ontvangers definiëren en deze lijst gebruiken bij het verzenden van een bericht. U kunt zes distributielijsten maken met maximaal tien ontvangers per lijst. Wanneer u berichten verzendt via een distributielijst, worden afzonderlijke berichten verzonden naar alle leden in de lijst.
Menufuncties35Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved.U kunt distributielijsten bekijken en bewerken door vanuit de standby-modus op Menu te drukken en vervolgens Berichten en Distributielijsten te selecteren.Druk op Opties en selecteer•Lijst bekijken om de namen in de geselecteerde distributielijst weer te geven.•Lijst toevoegen om een nieuwe distributielijst toe te voegen.•Hernoem lijst om de naam van de geselecteerde distributielijst te wijzigen.•Bericht verz. om het bericht te verzenden via de distributielijst.•Lijst verwijd. om de geselecteerde distributielijst te verwijderen.Activeer de lijstweergave met de optie Lijst bekijken als u de inhoud van de distributielijst wilt bewerken. Druk op Opties en bewerk de inhoud van de distributielijst met de volgende opties:•Con.
toevoegen om een naam toe te voegen aan de distributielijst.•Contact wissen om de geselecteerde naam uit de distributielijst te verwijderen.Druk op Opties en selecteer achtereenvolgens Verzendopties en Verz. naar lijst om een bericht te verzenden naar de ontvangers in een distributielijst. Tijdens het verzenden wordt op het display de voortgang en het aantal nog te verzenden berichten weergegeven. Wanneer berichten niet kunnen worden verzonden, wordt een rapport weergegeven met het aantal wel en niet verzonden berichten en de namen die niet werden gevonden (namen die niet meer in uw telefoonboek staan). Druk op Select. en selecteer
Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved. 36•Opnieuw verz. om het bericht opnieuw te verzenden naar de ontvangers die het bericht nog niet hebben ontvangen.•Bekijken om een lijst weer te geven van ontvangers waarnaar het bericht niet kon worden verzonden.SjablonenU kunt vooraf ingestelde berichten (‘sjablonen’) gebruiken voor het schrijven van een bericht. U kunt deze berichten bekijken of bewerken. U kunt een nieuwe sjabloon maken door een bestaande sjabloon te bewerken.Smiley’sU kunt smiley’s zoals “:-)” bewerken en opslaan om ze in berichten te gebruiken.Selectieve berichtenDe berichten die zijn gefilterd met de optie Select. nummer worden hier opgeslagen. Er kunnen maximaal tien berichten in deze map worden opgeslagen.
Als de map vol is, wordt het oudste bericht automatisch vervangen door een nieuw inkomend bericht.Berichten verwijderenU kunt alle berichten in de mappen Gelezen ber., Inbox, Concepten, Select. ber. of Verzond. items wissen.
Menufuncties37Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved.BerichtentellerDe teller toont het aantal SMS-berichten dat vanaf de telefoon werd verzonden en door de telefoon werd ontvangen. Selecteer Alles, Verzonden of Ontvangen onder Tellers wissen als u de tellers weer op nul wilt zetten.BerichtinstellingenU hebt de keuze uit twee soorten berichtinstellingen: instellingen die specifiek zijn voor elke instellingengroep (‘set’) en instellingen die voor alle tekstberichten gelden.ProfielEen profiel is een verzameling instellingen voor het verzenden van tekst- en beeldberichten.Elke set heeft de volgende instellingen: Nummer berichtencentrale, Berichten verzenden als, Geldigheid van berichten en Naam zendprofiel wijzigen. Neem contact op met uw serviceprovider voor meer informatie over deze instellingen.
U hebt het nummer van de berichtencentrale nodig om tekst- en beeldberichten te verzenden. Dit nummer krijgt u van uw netwerkoperator.AlgemeenDe instellingen in dit submenu zijn van toepassing op alle tekstberichten die u verzendt, ongeacht de gekozen set. De beschikbare instellingen zijn: Afleveringsrapporten (hiermee geeft u aan of u een afleveringsbericht wilt ontvangen telkens wanneer u een bericht verzendt), Antwoord via zelfde centrale (hiermee geeft u aan of u een ontvangen bericht wilt beantwoorden via dezelfde
Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved. 38berichtencentrale, netwerkdienst), Tekenondersteuning (hiermee geeft u aan welke codering wordt gebruikt bij het verzenden van SMS-berichten).InfodienstVia deze netwerkdienst kunt u berichten over diverse onderwerpen ontvangen van het netwerk. Raadpleeg uw netwerkoperator voor meer informatie.Nummer voicemailboxU kunt uw voicemailnummer hier opslaan en wijzigen (netwerkdienst). Dienstopdrachten- editorU kunt dienstopdrachten aan uw netwerkoperator verzenden (netwerkdienst). Toets de gewenste tekens in. Houd ingedrukt om te schakelen tussen letters en cijfers. Druk op Zenden om het verzoek te verzenden.■Contacten (menu 2)U kunt namen en nummers opslaan in het geheugen van de telefoon (het interne telefoonboek) en in het geheugen van de SIM-kaart (het externe telefoonboek). Het interne telefoonboek kan 50 namen bevatten.
Menufuncties39Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved.1. Toets het eerste teken (of tekens) in van de naam die u zoekt en druk op Zoeken.2. Druk op of om naar de gewenste naam te zoeken.Als de namen of de telefoonnummers zijn opgeslagen in het geheugen van de SIM-kaart, wordt rechtsboven in het display weergegeven. Zijn de namen of telefoonnummers opgeslagen in het interne geheugen van de telefoon, dan wordt weergegeven.•Contact toev. om namen en telefoonnummers op te slaan in het interne telefoonboek op de SIM-kaart.•Verwijderen om namen en telefoonnummers een voor een te verwijderen uit het geselecteerde telefoonboek (Eén voor één) of (Alles verwijd.) om alles in één keer te verwijderen. U moet de beveiligingscode opgeven als u alles in één keer wilt verwijderen.
Zie Toegangscodes op pagina 11 en Beveiligingsniveau in Beveiligingsinstellingen op pagina 51 voor meer informatie over de beveiligingscode. Als u Alles verwijd. selecteert wanneer Actief geheugen (zie Instellingen op pagina 45) is ingesteld op Telefoon, worden alle namen en nummers verwijderd die in het geheugen van de telefoon zijn opgeslagen. Als Actief geheugen is ingesteld op SIM-kaart worden alle namen en nummers verwijderd die op de SIM-kaart zijn opgeslagen.•Bewerken om de opgeslagen namen en telefoonnummers te wijzigen.
Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved. 40•Met Kopiëren kunt u namen en telefoonnummers één voor één (Eén voor één) of allemaal tegelijk (Alle tegelijk) vanuit het geheugen van de telefoon kopiëren naar het geheugen van de SIM-kaart of vice versa. Als een naam al in het telefoonboek staat bij een ander telefoonnummer, wordt aan het eind van de naam een cijfer toegevoegd.•Met Toon toewijzen kunt u de telefoon instellen op de gewenste beltoon wanneer u een oproep van een bepaald telefoonnummer ontvangt. Selecteer de gewenste naam of het gewenste telefoonnummer en druk op Toewijz. Deze functie werkt alleen wanneer het nummer van de beller door het netwerk kan worden geïdentificeerd en naar uw telefoon kan worden verzonden.•Tel.nr zenden om contactgegevens in een bericht als visitekaartje te verzenden naar een compatibel apparaat (netwerkdienst).
•Instellingen om de instellingen van het telefoonboek aan te passen:•Actief geheugen: selecteer of de namen en telefoonnummers moeten worden opgeslagen in de Telefoon of de SIM-kaart. Wanneer u van SIM-kaart verandert, wordt automatisch het SIM-kaart-geheugen geselecteerd.•Weergave Contacten: selecteer of de namen en telefoonnummers worden weergegeven als Contactenlijst of Naam & nr.•Geheugenstatus: ga naar SIM-kaart: of Telefoon: om te bekijken hoeveel namen (of telefoonnummers) zijn opgeslagen en hoeveel er nog kunnen worden opgeslagen in het geheugen van de SIM-kaart of de telefoon.•Snelkeuzen om telefoonnummers in het telefoonboek toe te wijzen aan snelkeuzetoetsen. Zie Snelkeuze op pagina 20.
Menufuncties41Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved.•Select. nummer om de lijst met telefoonnummers van verzenders waarvan de berichten en oproepen worden gefilterd weer te geven en te bewerken. De gefilterde berichten worden rechtstreeks opgeslagen in de map Selectieve berichten (zie Selectieve berichten op pagina 36). Inkomende oproepen van de nummers in deze lijst activeren geen beltoon of trilalarm, ongeacht de modus waarin de telefoon zich bevindt.
Als u deze oproepen niet beantwoordt, worden ze opgeslagen in de map Gemiste oproepen onder Oproep-info.•Dienstnummers om te bellen naar de dienstnummers van uw netwerkoperator als deze op de SIM-kaart zijn opgeslagen.•Info-nummers om te bellen naar de informatienummers van uw netwerkoperator als deze op de SIM-kaart zijn opgeslagen.■Oproep-info (menu 3)In dit menu kunt u de geregistreerde telefoonnummers zien en worden de duur en kosten van uw gesprekken weergegeven (netwerkdienst).
U kunt ook de instellingen van een prepaid SIM-kaart bekijken en aanpassen (netwerkdienst).Als de telefoon ingeschakeld is en zich binnen het bereik van de netwerkdienst bevindt (en als het netwerk deze functie ondersteunt), worden gemiste en ontvangen oproepen geregistreerd.Opmerking: De gespreksduur die door de netwerkexploitant in rekening wordt gebracht voor oproepen en diensten kan variëren afhankelijk van de netwerkfuncties, afrondingen, belastingen, enzovoort.
Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved. 42In de menu’s Gemiste oproepen, Ontvangen oproepen en Laatst gekozen nummers kunt u bladeren door op of te drukken. Druk tweemaal op om het geregistreerde telefoonnummer te bellen. Druk op Opties en geef aan of u de duur van het gesprek wilt weergeven, het geregistreerde telefoonnummer wilt bewerken of weergeven, het telefoonnummer wilt toevoegen aan het telefoonboek of wilt verwijderen uit de lijst.
U kunt ook een tekstbericht verzenden (SMS zenden).Selecteer•Gemiste oproepen om tot tien geregistreerde telefoonnummers weer te geven van gemiste oproepen.•Ontvangen oproepen om tot tien geregistreerde telefoonnummers weer te geven van ontvangen oproepen.•Laatst gekozen nummers om tot twintig telefoonnummers weer te geven die u hebt gebeld of hebt geprobeerd te bellen.•Laatste oproepen verwijderen om alle telefoonnummers en namen te verwijderen uit de menu’s Gemiste oproepen, Ontvangen oproepen en Laatst gekozen nummers.•Gespreksduur tonen om de duur van uitgaande en inkomende berichten weer te geven. Selecteer Duur laatste gesprek, Duur ontv. oproepen, Duur gedane oproepen of Totale duur gesprekken.
Menufuncties43Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved.•Instellingen gesprekskosten om de instellingen voor de gesprekskosten aan te passen. Met de functie Kostenlimiet kunt u de gesprekskosten beperken tot een bepaald aantal kosteneenheden of valuta-eenheden (netwerkdienst). Met de functie Kosten tonen in kunt u aangeven in welke kosteneenheid de resterende gesprekstijd wordt weergegeven (informeer bij uw serviceprovider naar de tarieven).•Prepaid-krediet om de status van prepaid krediet weer te geven (netwerkdienst). Als u gebruik maakt van een voorafbetaalde SIM-kaart, kunt u alleen gesprekken voeren als de SIM-kaart voldoende kredieteenheden bevat.
Opties: Weergave kredietinfo (resterende eenheden weergeven of verbergen in de standby-modus), Krediet beschikbaar (aantal resterende eenheden), Kosten laatste oproep en Status krediet.•Berichtenteller om het aantal SMS-berichten weer te geven dat vanaf de telefoon is verzonden en door de telefoon werd ontvangen. De teller kan terug op nul worden gezet.Opmerking: Als er geen kosteneenheden of valutaeenheden meer resteren, kunt u soms wel bellen naar het geprogrammeerde alarmnummer (911, 112 of een ander officieel alarmnummer).■Tonen (menu 4)In dit menu kunt u de beltonen van het geselecteerde profiel wijzigen door de volgende instellingen aan te passen: Type beltoon, Beltoonvolume, Oproepsignaal, Berichtensignaaltoon, Toetsenvolume, Waarschuwingstonen, Trilsignaal en Ritmisch knipperlicht.
Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved. 44•Trilsignaal: u kunt een trilalarm instellen voor inkomende oproepen en SMS-berichten. •Ritmisch knipperlicht: wanneer u deze optie inschakelt, knipperen de lampjes van de telefoon op het ritme van het huidige SMS-waarschuwingssignaal of op het ritme van het waarschuwingssignaal van de inkomende oproep.In uw telefoon zijn een aantal beltonen voorgeprogrammeerd. Vijf beltonen zijn polyfone beltonen. De overige tonen zijn monofone tonen.De polyfone beltonen zijn beschermd door eigendomsrecht en kunnen niet worden gedownload. ■Profielen (menu 5)U kunt alle beltonen instellen door de gewenste instellingengroep (het ’profiel’) te selecteren.Een profiel activeren en de instellingen wijzigen1. Open het menu Profielen, ga naar de gewenste functie en druk op Select. 2.
Menufuncties45Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved.4. Ga naar de gewenste optie en druk op Select.5. Als u het profiel wilt instellen om een bepaalde tijd (maximaal 24 uur) actief te zijn, selecteert u Tijdelijk en stelt u de gewenste eindtijd in. Wanneer de ingestelde tijd voor het profiel verstrijkt, wordt het vorige profiel (waarvoor geen tijd was ingesteld) geactiveerd.U kunt ook de instellingen van het geselecteerde profiel wijzigen met Tonen (zie Tonen (menu 4) op pagina 43.■Instellingen (menu 6)In dit menu kunt u verschillende instellingen van de telefoon aanpassen. U kunt ook enkele menu-instellingen terugzetten op hun standaardwaarden door Fabrieksinstellingen terugzetten te selecteren.Instellingen rechterbladertoetsU kunt uw favoriete functies toevoegen aan de lijst die is toegewezen aan de rechterbladertoets.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Nokia 2300 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Mobiel Nokia
Handleiding Mobiel
Nieuwste handleidingen voor Mobiel