Nokia 1101 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Nokia 1101 (75 pagina’s), behorend tot de categorie Mobiel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 74 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Nokia 1101 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/75
Gebruikershandleiding voor
Nokia 1101
9238186
Uitgave 1

Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Nokia
Categorie: Mobiel
Model: 1101
Kleur van het product: Zilver
Gewicht: 86 g
Breedte: 106 mm
Diepte: 46 mm
Hoogte: 20 mm
Capaciteit van de accu/batterij: 850 mAh
Bluetooth: Nee
Resolutie: 96 x 65 Pixels
FM-radio: Nee
Gesprekstijd (2G): 3 uur
Frequentie: 900/1800 MHz
Type ringtone: Monofoon
Camera achterzijde: Nee
Muziekspeler: Nee
Standby time (2G): 300 uur
Infrarood datapoort: Nee
Netwerkverbindingen: EGSM, GSM
Batterijtechnologie: Lithium-Ion (Li-Ion)
Type batterij: BL-5C

Handleiding Nokia 1101 – volledige tekst

CONFORMITEITSVERKLARINGNOKIA CORPORATION verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat het product RH-75 conform is aan de bepalingen van de volgende Richtlijn van de Raad: 1999/5/EG.Een kopie van de conformiteitsverklaring kunt u vinden op de volgende website:http://www.nokia.com/phones/declaration_of_conformity/.Copyright © 2003-2005 Nokia. Alle rechten voorbehouden.Onrechtmatige reproductie, overdracht, distributie of opslag van dit document of een gedeelte ervan in enige vorm zonder voorafgaande geschreven toestemming van Nokia is verboden.US Patent No 5818437 and other pending patents. T9 text input software Copyright (C) 1997-2005. Tegic Communications, Inc. All rights reserved.Nokia en Nokia Connecting People zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Nokia Corporation.

Nokia voert een beleid dat gericht is op continue ontwikkeling. Nokia behoudt zich het recht voor zonder voorafgaande kennisgeving wijzigingen en verbeteringen aan te brengen in de producten die in dit document worden beschreven.In geen geval is Nokia aansprakelijk voor enig verlies van gegevens of inkomsten of voor enige bijzondere, incidentele, onrechtstreekse of indirecte schade.De inhoud van dit document wordt zonder enige vorm van garantie verstrekt. Tenzij vereist krachtens het toepasselijke recht, wordt geen enkele garantie gegeven betreffende de nauwkeurigheid, betrouwbaarheid of inhoud van dit document, hetzij uitdrukkelijk hetzij impliciet, daaronder mede begrepen maar niet beperkt tot impliciete garanties betreffende de verkoopbaarheid en de geschiktheid voor een bepaald doel.

4Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved. InhoudsopgaveVOOR UW VEILIGHEID. 8Algemene informatie. 12Stickers in het pakket. 12Toegangscodes. 121. Aan de slag. 14Een SIM-kaart plaatsen. 14De batterij opladen. 16Normale gebruikspositie. 16Toetsen en aansluitingen. 18Display en stand-bymodus. 19De covers verwisselen. 20Het draagkoordje bevestigen. 21Zaklantaarn. 212. Algemene functies. 22Bellen. 22Bellen met behulp van het telefoonboek. 22Een conferentiegesprek voeren. 22Opnieuw kiezen. 23Snelkeuze. 23Een oproep beantwoorden. 24Mogelijkheden tijdens een gesprek. 24Voicemailberichten beluisteren. 24De toetsen blokkeren. 25.

6Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved. Instellingen (menu 6). 43Tijdsinstellingen. 43Oproep-instellingen. 44Telefoon-instellingen. 45Toebehoren-instellingen. 46Instellingen toetsblokkering. 47Beveiligingsinstellingen. 47Fabrieksinstellingen terugzetten. 49Wekker (menu 7). 49Herinneringn (menu 8). 50Spelletjes (menu 9). 50Extra's (menu 10). 51Rekenmachine. 51Stopwatch. 52Timer-functie. 53Composer. 53Screensaver. 54Zaklantaarn. 54SIM-diensten (menu 11). 54WAP-diensten (Diensten - menu 12). 55Basisstappen voor het gebruik van WAP-diensten. 55De telefoon instellen voor een WAP-dienst. 56Verbinding maken met een WAP-dienst. 58Bladeren door de pagina's van een WAP-dienst. 59Een WAP-verbinding verbreken. 61Weergave-instellingen van WAP-pagina's. 61Bookmarks opslaan en beheren. 62Dienstinbox. 63Het cachegeheugen leegmaken. 64Beveiligingscertificaten. 64.

8Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.VOOR UW VEILIGHEIDLees deze eenvoudige richtlijnen. Het niet opvolgen van de richtlijnen kan gevaarlijk of onwettig zijn. Lees de volledige gebruikershandleiding voor meer informatie.Schakel de telefoon niet in als het gebruik van mobiele telefoons verboden is of als dit storing of gevaar zou kunnen opleveren.VERKEERSVEILIGHEID HEEFT VOORRANGHoud u aan de lokale wetgeving. Houd terwijl u rijdt uw handen vrij om uw voertuig te besturen. De verkeersveiligheid dient uw eerste prioriteit te hebben terwijl u rijdt.STORINGAlle draadloze telefoons kunnen gevoelig zijn voor storing. Dit kan de werking van de telefoon negatief beïnvloeden.SCHAKEL DE TELEFOON UIT IN ZIEKENHUIZENHoud u aan alle mogelijke beperkende maatregelen.

Schakel de telefoon uit in de nabijheid van medische apparatuur.SCHAKEL DE TELEFOON UIT IN VLIEGTUIGENHoud u aan alle mogelijke beperkende maatregelen. Draadloze apparatuur kan storingen veroorzaken in vliegtuigen.SCHAKEL DE TELEFOON UIT TIJDENS HET TANKENGebruik de telefoon niet in een benzinestation of in de buurt van brandstoffen of chemische stoffen.

9Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.SCHAKEL DE TELEFOON UIT IN DE BUURT VAN EXPLOSIEVENHoud u aan alle mogelijke beperkende maatregelen. Gebruik de telefoon niet waar explosieven worden gebruikt.GEBRUIK DE TELEFOON VERSTANDIGGebruik de telefoon alleen in de normale positie zoals in de productdocumentatie wordt uitgelegd. Raak de antenne niet onnodig aan.DESKUNDIG ONDERHOUDDit product mag alleen door deskundigen worden geïnstalleerd of gerepareerd.TOEBEHOREN EN BATTERIJENGebruik alleen goedgekeurde toebehoren en batterijen. Sluit geen incompatibele producten aan.WATERBESTENDIGHEIDDe telefoon is niet waterbestendig.

Houd het apparaat droog.MAAK BACK-UPSMaak een back-up of een gedrukte kopie van alle belangrijke gegevens die in de telefoon zijn opgeslagen.AANSLUITEN OP ANDERE APPARATENWanneer u het apparaat op een ander apparaat aansluit, dient u eerst de handleiding bij het apparaat te raadplegen voor uitgebreide veiligheidsinstructies. Sluit geen incompatibele producten aan.BELLENControleer of de telefoon ingeschakeld en operationeel is. Toets het net- en abonneenummer in en druk op Oproep. Als u een gesprek wilt beëindigen, drukt u op Eind. Als u een oproep wilt beantwoorden, drukt u op Neem op.

10Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.ALARMNUMMER KIEZENControleer of de telefoon ingeschakeld en operationeel is. Houd de wistoets/afsluittoets tweemaal enkele seconden ingedrukt om het scherm leeg te maken. Voer het alarmnummer in en druk op Oproep (met behulp van de Navi-toets ). Geef op waar u zich bevindt. Beëindig het gesprek pas wanneer u daarvoor toestemming hebt gekregen.■NetwerkdienstenOm de telefoon te kunnen gebruiken, moet u zijn aangemeld bij een aanbieder van draadloze diensten. Veel van de functies van dit apparaat zijn afhankelijk van de functies die beschikbaar zijn in het draadloze netwerk. Deze netwerkdiensten zijn mogelijk niet in alle netwerken beschikbaar. Het kan ook zijn dat u specifieke regelingen moet treffen met uw serviceprovider voordat u de netwerkdiensten kunt gebruiken.

Mogelijk krijgt u van uw serviceprovider extra instructies voor het gebruik van de diensten en informatie over de bijbehorende kosten. Bij sommige netwerken gelden beperkingen die het gebruik van netwerkdiensten negatief kunnen beïnvloeden. Zo bieden sommige netwerken geen ondersteuning voor bepaalde taalafhankelijke tekens en diensten.Het kan zijn dat uw serviceprovider verzocht heeft om bepaalde functies uit te schakelen of niet te activeren in uw apparaat. In dat geval worden deze functies niet in het menu van uw apparaat weergegeven. Neem contact op met uw serviceprovider voor meer informatie.■Lader en accessoireControleer voor gebruik altijd het modelnummer van een lader. Dit apparaat is bedoeld voor gebruik met de volgende voedingsbronnen: ACP-7, ACP-8, ACP-12, LCH-9 en LCH-12.

11Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.Waarschuwing: Gebruik alleen batterijen, laders en accessoires die zijn goedgekeurd door de fabrikant van de telefoon voor gebruik met dit type telefoon. Het gebruik van andere types kan de goedkeuring en garantie doen vervallen en kan bovendien gevaarlijk zijn.Vraag uw leverancier naar de beschikbare goedgekeurde accessoires.Als u het snoer van een accessoire losmaakt, moet u aan de stekker trekken, niet aan het snoer.

12Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.Algemene informatie■Stickers in het pakketDe stickers bevatten belangrijke informatie voor service en klantenondersteuning. Bewaar deze stickers op een veilige plaats.Bevestig de sticker op de uitnodigingskaart voor Club Nokia die ook in het pakket zit.Bevestig de sticker op uw garantiekaart.■Toegangscodes•Beveiligingscode: deze code, die bij de telefoon wordt geleverd, beveiligt de telefoon tegen onbevoegd gebruik. De standaardcode is 12345.Zie Beveiligingsinstellingen op pagina 47 voor meer informatie.•PIN-code: deze code, die bij de SIM-kaart wordt geleverd, beveiligt de kaart tegen onbevoegd gebruik.

Schakel PIN-code vragen in het menu Beveiligingsinstellingen in (zie Beveiligingsinstellingen op pagina 47) zodat naar de code wordt gevraagd telkens wanneer de telefoon wordt ingeschakeld.Als u driemaal na elkaar een onjuiste PIN-code invoert, wordt de SIM-kaart geblokkeerd. U moet de PUK-code invoeren om de blokkering van de SIM-kaart op te heffen en een nieuwe PIN-code in te stellen.

13Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.•PIN2-code: de PIN2-code die bij sommige SIM-kaarten geleverd wordt, is nodig om toegang te krijgen tot bepaalde functies, zoals kostentellers. Als u driemaal achter elkaar een onjuiste PIN2-code invoert, wordt PIN2-code geblokkeerd in het display weergegeven en wordt u naar de PUK2-code gevraagd.Wijzig de beveiligingscode, PIN-code en PIN2-code in Toegangscodes wijzigen in het menu Beveiligingsinstellingen (zie Beveiligingsinstellingen op pagina 47). Houd de nieuwe codes geheim en bewaar ze op een veilige plaats uit de buurt van de telefoon.•PUK-code en PUK2-code: deze codes worden mogelijk bij de SIM-kaart geleverd. Als dit niet het geval is, neemt u contact op met de serviceprovider.

14Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.1. Aan de slag■Een SIM-kaart plaatsen• Houd alle SIM-kaarten buiten bereik van kleine kinderen.• De SIM-kaart en de contactpunten van de kaart kunnen gemakkelijk door krassen of buigen worden beschadigd. Wees daarom voorzichtig wanneer u de kaart vastpakt, plaatst of verwijdert.• Voordat u de SIM-kaart installeert, controleert u of de telefoon is uitgeschakeld en niet op de lader of een ander apparaat is aangesloten, waarna u de batterij verwijdert.1. Druk de vergrendeling in (1), schuif de achtercover naar voren (2) en neem deze van de telefoon.2. Verwijder de batterij door deze bij de uitsparing uit de telefoon te tillen (3).

15Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.3. Verwijder de SIM-kaarthouder door deze bij de uitsparing uit de telefoon te tillen. Klap de houder open (4). Druk de SIM-kaart voorzichtig in de SIM-kaartsleuf (5). Zorg ervoor dat de goudkleurige contactpunten op de kaart omlaag zijn gericht en dat de afgeronde hoek zich rechts bevindt. Sluit de SIM-kaarthouder en klik deze vast.4. Lijn de goudkleurige contactpunten op de batterij uit met de overeenkomstige contactpunten op de telefoon en druk op het tegenovergestelde uiteinde van de batterij totdat deze vastklikt (6).5. Lijn de onderkant van de achtercover uit met de onderkant van de telefoon (7) en druk op de bovenkant van de achtercover om deze vast te klikken (8).

16Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.■De batterij opladenLaad de batterij niet op als een van de covers van de telefoon is verwijderd. 1. Steek de stekker van de lader in de aansluiting op de onderkant van de telefoon.2. Sluit de lader aan op een gewone wandcontactdoos. De indicatiebalk voor de batterij begint te schuiven.• Het opladen van een BL-5C-batterij met de lader ACP-7 duurt 3,5 uur.•Als Laadt niet op wordt weergegeven, wacht u een ogenblik. Vervolgens koppelt u de lader los, sluit u deze opnieuw aan en probeert u het nogmaals. Als de batterij nu nog niet wordt opgeladen, neemt u contact op met uw leverancier.3. Als de batterij volledig is opgeladen, stopt de indicatiebalk.

Haal de stekker van de lader uit de wandcontactdoos en maak de lader los van de telefoon.■Normale gebruikspositieGebruik de telefoon alleen in de normale gebruikspositie.Uw apparaat heeft een externe antenne.Opmerking: Zoals voor alle andere radiozendapparatuur geldt, dient onnodig contact met de antenne te worden vermeden als het apparaat is ingeschakeld. Het aanraken van de antenne kan

17Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.een nadelige invloed hebben op de gesprekskwaliteit en kan ervoor zorgen dat het apparaat meer stroom verbruikt dan noodzakelijk is. U kunt de prestaties van de antenne en de levensduur van de batterij optimaliseren door het antennegebied niet aan te raken wanneer u het apparaat gebruikt.

18Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.■Toetsen en aansluitingen1. ZaklantaarnDe telefoon heeft een ingebouwde zaklantaarn. Zie Zaklantaarn op pagina 21.2.Navi-toets De functie van de Nokia Navi-toets wordt bepaald door de erboven weergegeven tekst. In deze handleiding wordt aangenomen dat de Navi-toets alleen wordt gebruikt met de bijbehorende functietekst, bijvoorbeeld Menu of Select..3.Aan/uit-toets Hiermee schakelt u de telefoon in en uit. Als de toetsen zijn geblokkeerd, wordt het display van de telefoon ongeveer 15 seconden verlicht als u kort op de aan/uit-toets drukt.4. Bladertoetsen Hiermee kunt u door namen, telefoonnummers, menu's of instellingen bladeren. Ook kunt u hiermee het volume van de luidspreker aanpassen tijdens een gesprek. In de stand-bymodus geeft de bladertoets-omhoog de lijst

19Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.met laatstgekozen nummers weer en geeft de bladertoets-omlaag de in de map Contacten opgeslagen namen en telefoonnummers weer.5. De wistoets/afsluittoets Hiermee kunt u tekens in het display wissen en verschillende functies afsluiten.6. Met 0 - 9 kunt u cijfers en letters invoeren. * en # worden voor verschillende bewerkingen in verschillende functies gebruikt. 1. Aansluiting voor de lader 2. Aansluiting voor de hoofdtelefoon3. Microfoon■Display en stand-bymodusDe hieronder beschreven indicatoren worden weergegeven wanneer de telefoon klaar is voor gebruik en er geen tekens door de gebruiker zijn ingevoerd. Het scherm wordt aangeduid als 'stand-bymodus'. 1. Toont de naam of het operatorlogo van het netwerk waarin de telefoon wordt gebruikt.2.Toont de signaalsterkte van het cellulaire netwerk op uw huidige locatie.

20Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.3. Toont de capaciteit van de batterij.4. Toont de huidige functie van de Navi-toets.■De covers verwisselenSchakel de telefoon altijd uit en zorg ervoor dat de telefoon niet met een lader of ander apparaat is verbonden als u de cover wilt verwisselen. Raak de elektronische onderdelen niet aan terwijl u de covers verwisselt. Zorg er altijd voor dat u de covers weer bevestigt voordat u de telefoon opbergt of gebruikt.1. Verwijder de achtercover plus de batterij. Zie stap 1 en 2 in Een SIM-kaart plaatsen op pagina 14.2. Verwijder voorzichtig de voorcover, te beginnen vanaf de onderkant van de telefoon (3).3. Verwijder voorzichtig het toetsensjabloon (4). Druk het nieuwe toetsensjabloon beginnend aan de bovenzijde in de nieuwe voorcover (5). Breng het nieuwe toetsensjabloon op de juiste manier aan (6).

21Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.4. Lijn de bovenkant van de voorcover uit met de bovenkant van de telefoon en druk op de voorcover om deze vast te klikken (7).5. Plaats de batterij en de achtercover terug. Zie stap 4 en 5 in Een SIM-kaart plaatsen op pagina 14.■Het draagkoordje bevestigenRijg het draagkoordje op de aangegeven manier (zie afbeelding) door de daarvoor bestemde oogjes en bevestig het koordje stevig.■ZaklantaarnDe telefoon beschikt over een ingebouwde zaklantaarn. Wanneer de zaklantaarn is ingeschakeld, wordt weergegeven in het display.Voor het gebruik van de zaklantaarn beschikt u over de volgende opties:• Houd de wistoets/afsluittoets ingedrukt in de stand-bymodus. De zaklantaarn gaat uit wanneer u de wistoets/afsluittoets loslaat. U kunt de zaklantaarn ook onafgebroken laten branden door tweemaal op de wistoets/afsluittoets te drukken.

22Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.2. Algemene functies■Bellen1. Toets het netnummer en telefoonnummer in. Internationaal bellen: Voeg een '+' toe door tweemaal op * te drukken en voeg de landcode toe, vóór het netnummer (verwijder zo nodig de voorafgaande 0).Druk op de wistoets/afsluittoets om het laatst ingetoetste cijfer te verwijderen.2. Selecteer Oproep om het nummer te bellen. Druk op de bladertoets-omhoog om het volume van de luidspreker of hoofdtelefoon te verhogen of op de bladertoets-omlaag om het volume te verlagen.3. Selecteer Eind om het gesprek te beëindigen of het kiezen te onderbreken.Bellen met behulp van het telefoonboekDruk vanuit de stand-bymodus op de bladertoets-omlaag om naar de gewenste naam te zoeken.

Selecteer Oproep om het nummer te bellen.Een conferentiegesprek voerenEen conferentiegesprek is een netwerkdienst waarbij maximaal vier personen aan hetzelfde gesprek kunnen deelnemen.1. Bel de eerste deelnemer. Toets het telefoonnummer in of haal het op uit het telefoonboek en selecteer Bellen.

23Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.2. Als u een nieuwe deelnemer wilt bellen, drukt u op de wistoets/afsluittoets en selecteert u Opties > Nieuwe oproep.3. Wanneer de nieuwe oproep is beantwoord, voegt u deze toe aan het conferentiegesprek door op de wistoets/afsluittoets te drukken en Opties > Conferentie te selecteren.4. Herhaal stap 1 tot en met 3 voor elke nieuwe deelnemer aan het gesprek.5. Selecteer Eind om het conferentiegesprek te beëindigen.Opnieuw kiezenU kunt de laatste 10 telefoonnummers die u hebt gekozen, opnieuw kiezen door vanuit de stand-bymodus eenmaal op de bladertoets-omhoog te drukken, met de bladertoets-omhoog of -omlaag naar het gewenste telefoonnummer of de gewenste naam te gaan en vervolgens Oproep te selecteren.SnelkeuzeSelecteer Menu > Contacten > Snelkeuze. Selecteer de gewenste toets (toets 2 tot en met 9) met de bladertoets en selecteer Toewijz..

Geef aan of u de toets wilt toewijzen aan een oproep of aan SMS. Selecteer de gewenste naam en druk op Select..Nadat het telefoonnummer aan een cijfertoets is toegewezen, kunt u het nummer op een van de volgende manieren met de snelkeuzetoets kiezen:• Druk op de gewenste cijfertoets en selecteer Oproep, of

24Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.•Als Snelkeuze is ingeschakeld, houdt u de gewenste snelkeuzetoets ingedrukt totdat het nummer is gekozen (zie Oproep-instellingen op pagina 44).■Een oproep beantwoordenSelecteer Neem op vanuit de stand-bymodus. Als u de oproep wilt doorschakelen of weigeren zonder op te nemen, drukt u op de wistoets/afsluittoets. ■Mogelijkheden tijdens een gesprekDruk tijdens een gesprek op de wistoets/afsluittoets en selecteer Opties voor onder meer de volgende functies, waarvan er vele netwerkdiensten zijn: Microfoon uit of Microfoon aan, Standby of Uit standby, Nieuwe oproep, Opnemen, Weigeren, Einde alle opr., DTMF zenden, Contacten, Wisselen, Menu en Zaklamp aan of Zaklamp uit.■Voicemailberichten beluisterenVoicemail is een netwerkdienst. Neem contact op met de serviceprovider voor meer informatie en voor het voicemailnummer.

U kunt uw voicemail bellen door 1 ingedrukt te houden in de stand-bymodus. Zie Nummer voicemailbox op pagina 37 voor informatie over het wijzigen van het voicemailnummer.Zie Oproep-instellingen op pagina 44 om oproepen door te schakelen naar uw voicemail.

25Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.■De toetsen blokkerenDoor de toetsen te blokkeren voorkomt u dat toetsen onopzettelijk worden ingedrukt.De toetsen blokkeren of vrijgeven: selecteer Menu vanuit de stand-bymodus en druk vervolgens kort op *.U kunt de telefoon ook zodanig instellen dat de blokkering automatisch na een bepaalde tijd wordt ingeschakeld. Zie Instellingen toetsblokkering op pagina 47. Als de toetsen geblokkeerd zijn, wordt in het display de indicator weergegeven.Opmerking: Wanneer de toetsenvergrendeling is ingeschakeld, kunt u soms nog wel het geprogrammeerde alarmnummer kiezen. Toets het alarmnummer in en selecteer Oproep. Het nummer wordt pas weergegeven nadat u het laatste cijfer hebt ingetoetst.

26Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.3. Tekst invoerenU kunt op twee verschillende manieren tekst intoetsen: via de normale tekstinvoer, aangeduid met , of via de methode voor tekstinvoer met woordenboek, aangeduid met .■Tekstinvoer met woordenboek in- of uitschakelenDruk tijdens het intoetsen van tekst op Opties > Woordenboek.• Als u de modus voor tekstinvoer met woordenboek wilt instellen, moet u een taal selecteren in de lijst met woordenboekopties. Tekstinvoer met woordenboek is alleen beschikbaar voor de talen die vermeld worden in de lijst.• Als u wilt terugkeren naar normale tekstinvoer, selecteert u Woordenbk uit.Tip: u kunt tekstinvoer met woordenboek snel in- of uitschakelen door tijdens het intoetsen van tekst tweemaal op # te drukken.■Tekstinvoer met woordenboek gebruikenTekstinvoer met woordenboek is een gemakkelijke manier om tekst in te voeren.

Deze tekstinvoer is gebaseerd op een ingebouwd woordenboek, waaraan u nieuwe woorden kunt toevoegen.1. Toets het gewenste woord in door eenmaal op elke toets te drukken voor de gewenste letters. Het woord verandert na elke toetsaanslag. Als u bijvoorbeeld

27Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.'Nokia' wilt schrijven terwijl het Nederlandse woordenboek is geselecteerd, drukt u op 6, 6, 5, 4, 2.• Druk op de wistoets/afsluittoets om het teken links van de cursor te verwijderen. Als u het scherm wilt wissen, houdt u de wistoets/afsluittoets ingedrukt.• Als u wilt schakelen tussen hoofdletters en kleine letters, of tussen normale tekstinvoer en tekstinvoer met woordenboek, drukt u herhaaldelijk op * en kijkt u naar de indicator boven in het display. • Als u wilt schakelen tussen letters en cijfers, houdt u # ingedrukt.• U kunt een lijst met speciale tekens weergeven door * ingedrukt te houden, het gewenste teken te selecteren en op Gebruik. te drukken.• Als u een cijfer wilt intoetsen, houdt u de gewenste cijfertoets ingedrukt. Als u meerdere cijfers wilt toevoegen, houdt u # ingedrukt en toetst u de cijfers in.2.

Als het weergegeven woord het gewenste woord is, drukt u op 0 en begint u met het volgende woord.• Als u een ander woord wilt, drukt u net zo vaak op * totdat het gewenste woord verschijnt. • Als '?' wordt weergegeven achter het woord, is het woord niet opgenomen in het woordenboek. Als u het woord wilt toevoegen aan het woordenboek, selecteert u Spellen, toetst u het woord in (via normale tekstinvoer) en selecteert u OK.

28Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.Samengestelde woorden invoerenToets het eerste deel van het woord in, druk op de bladertoets-omlaag en toets het tweede deel in.■Normale tekstinvoer gebruikenDruk net zo vaak op de toets met de gewenste letter totdat de letter wordt weergegeven.U kunt de volgende functies gebruiken voor het bewerken van de tekst:• Druk op 0 om een spatie toe te voegen.• Als u een leesteken of speciaal teken wilt intoetsen, drukt u herhaaldelijk op 1 of drukt u op *, waarna u het gewenste teken selecteert en op Gebruik. drukt.• U verplaatst de cursor naar links door op de bladertoets-omhoog te drukken en naar rechts door op de bladertoets-omlaag te drukken.• Druk op de wistoets/afsluittoets om het teken links van de cursor te verwijderen.

Als u het scherm wilt wissen, houdt u deze toets ingedrukt.• Als u wilt schakelen tussen hoofdletters en kleine letters, drukt u op #.• Als u een cijfer wilt toevoegen, houdt u de gewenste toets ingedrukt. Als u wilt schakelen tussen letters en cijfers, houdt u # ingedrukt.• Als u een letter wilt intoetsen die zich onder dezelfde toets bevindt als de vorige letter, drukt u op de bladertoets-omlaag of de bladertoets-omhoog (of wacht u tot de cursor verschijnt) en toetst u vervolgens de nieuwe letter in.

29Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.4. MenufunctiesU kunt de hoofdfuncties in de menu's op verschillende manieren gebruiken:Door te bladeren1. Selecteer Menu in de stand-bymodus.2. Druk op de bladertoets-omhoog of -omlaag om naar het gewenste hoofdmenu te gaan en druk op Select. om het menu te openen. Druk op de wistoets/afsluittoets om een hoofdmenu af te sluiten.3. Als het menu submenu's bevat, gaat u naar het gewenste submenu en drukt u op Select. om het te openen. Druk op de wistoets/afsluittoets om een submenu af te sluiten.Als u de wijzigingen die u in de menu-instellingen hebt aangebracht, niet wilt opslaan, houdt u de wistoets/afsluittoets ingedrukt.Via het indexnummerDe menu's, submenu's en opties zijn genummerd.

Deze nummers worden indexnummers genoemd.Selecteer Menu vanuit de stand-bymodus en toets binnen drie seconden het indexnummer in van het menu dat u wilt openen. Doe hetzelfde voor submenu's.Als u bijvoorbeeld Wachtfunctie-opties wilt activeren, selecteert u Menu > 6 (voor Instellingen) > 2 (voor Oproep-instellingen) > 4 (voor Wachtfunctie-opties) > 1 (voor Activeren).Het indexnummer voor Berichten is 01.

30Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.■Berichten (menu 1)Berichten schrijvenU kunt berichten met meerdere delen (samengesteld uit verschillende gewone tekstberichten) schrijven en verzenden (netwerkdienst). Facturering is dan mogelijk gebaseerd op het aantal gewone berichten waaruit het bericht is samengesteld. Het aantal beschikbare tekens / het nummer van het huidige gedeelte van een bericht uit meerdere delen wordt rechtsboven in het display weergegeven, bijvoorbeeld 120/2. Als u gebruikmaakt van speciale tekens (Unicode), zoals Cyrillische tekens, is het mogelijk dat er voor het bericht meer gedeelten dan anders nodig zijn. Bij tekstinvoer met woordenboek kan gebruik worden gemaakt van Unicode-tekens. U kunt alleen een bericht verzenden als het telefoonnummer van de berichtencentrale is opgeslagen in de telefoon. Zie Bericht-instellingen op pagina 35.1.

Selecteer vanuit de stand-bymodus Menu > Berichten > Bericht schrijven.2. Toets het bericht in. Het aantal beschikbare tekens en het huidige berichtennummer wordt rechtsboven in het scherm weergegeven.3. Wanneer het bericht klaar is, selecteert u Opties > Verzenden, toetst u het telefoonnummer van de ontvanger in en selecteert u OK. Als u bericht naar meer verschillende personen wilt verzenden, selecteert uVerzendopties > Meer kopieën, gaat u naar de eerste ontvanger en selecteert u Verzend.. Herhaal deze procedure voor elke ontvanger.

31Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.Als u een bericht naar een vooraf gedefinieerde distributielijst wilt verzenden, selecteert u Verzendopties > Verz. naar lijst. Zie Distributielijsten op pagina 33 voor het definiëren en bewerken van distributielijsten.Overige opties zijn: Invoegopties, Sjabloon invgn, Kleine letters of Grote letters,Tekst wissen, Woordenboek, Instructies, Editor afsluiten, Zendprofiel (zie Bericht-instellingen op pagina 35), Bericht opslaan, Verwijderen en Woordenboek.Opmerking: Wanneer u berichten verzendt via de SMS-netwerkdienst, wordt de melding Bericht verzonden weergegeven. Deze melding betekent dat het bericht is verzonden naar het nummer van het berichtencentrum dat in uw telefoon is geprogrammeerd. Het wil niet zeggen dat het bericht op de bestemming is aangekomen.

Neem contact op met de netwerkexploitant voor meer informatie over SMS-diensten.Een tekstbericht lezen (Inbox)Wanneer u tekstberichten hebt ontvangen in de stand-bymodus, worden zowel het nummer van het nieuwe bericht als een weergegeven.1. Als u de berichten direct wilt lezen, selecteert u Lezen.Druk op de wistoets/afsluittoets als u de berichten later wilt lezen. Ga naar het menu Inbox (menu 01-2) wanneer u de berichten wilt lezen.2. Gebruik de bladertoetsen om door het bericht te bladeren.3. Tijdens het lezen van het bericht kunt u op Opties drukken voor de volgende opties: Verwijderen, Antwoorden, Chatten, Bewerken, Detail gebrkn, Doorsturen, Als herinnering, Kleine letters en Gegevens.

32Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.Verzonden itemsIn het menu Verzonden items kunt u kopieën weergeven van de berichten die u hebt verzonden. Selecteer Opties voor de volgende opties: Verwijderen, Bewerken, Detail gebrkn, Doorsturen, Als herinnering, Kleine letters en Gegevens.ConceptenIn het menu Concepten kunt u de berichten weergeven die u hebt opgeslagen in het menu Bericht schrijven.Chatten Met deze dienst voor tekstberichten kunt u tekstboodschappen uitwisselen met anderen. Elk chatbericht wordt verzonden als een afzonderlijk tekstbericht. De berichten die tijdens een chatsessie worden ontvangen en verzonden, worden niet opgeslagen. Als u een chatsessie wilt starten, selecteert u Menu > Berichten > Chatten, of selecteert u Opties > Chatten tijdens het lezen van een ontvangen tekstbericht. 1.

Toets het telefoonnummer van de andere persoon in of haal het op uit het telefoonboek en selecteer OK.2. Toets een benaming voor de chatsessie in en selecteer OK.3. Toets het bericht in en selecteer Opties > Verzenden. 4. Het antwoord van de andere persoon wordt boven het verzonden bericht weergegeven. Als u het bericht wilt beantwoorden, selecteert u OK en herhaalt u stap 3 hierboven.

33Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.Tijdens het schrijven van een bericht kunt u Opties > Chat-naam selecteren om de chatbenaming te bewerken of > Chat-verleden om de vorige berichten te bekijken.Beeldberichten U kunt berichten ontvangen en verzenden die afbeeldingen bevatten (netwerkdienst). Afbeeldingberichten worden opgeslagen in de telefoon. Elk afbeeldingbericht bestaat uit diverse tekstberichten. Het verzenden van een afbeeldingbericht kan dus meer kosten dan het verzenden van een tekstbericht.Opmerking: De functie voor beeldberichten kan alleen worden gebruikt als uw netwerkoperator of serviceprovider hiervoor ondersteuning biedt. Alleen telefoons die deze functie ondersteunen, kunnen beeldberichten ontvangen en weergeven.Een afbeeldingbericht ontvangenAls u het bericht onmiddellijk wilt bekijken, drukt u op Toon.

Als u op Opties drukt, worden de volgende opties weergegeven voor het afbeeldingbericht: Verwijderen, Antwoorden, Chatten, Tekst bewerk., Afb. opslaan, Als scr.saver, Gebruik nr., Als herinnering en Gegevens.DistributielijstenAls u geregeld berichten verzendt naar een vaste groep ontvangers, kunt u een distributielijst definiëren en deze gebruiken bij het verzenden van een bericht. U kunt zes distributielijsten met elk maximaal tien ontvangers definiëren. Naar iedere ontvanger afzonderlijk wordt een tekstbericht verzonden.

34Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.Als u een nieuwe distributielijst wilt toevoegen, selecteert u Menu > Berichten > Distributielijsten. Selecteer Opties > Lijst toevoegen. Geef de gewenste naam voor de distributielijst op en selecteer Opties > Lijst bekijken. Als u een contactpersoon aan de lijst wilt toevoegen, drukt u op Opties > Naam toevoeg.. U kunt maximaal tien ontvangers aan een distributielijst toevoegen. Als u distributielijsten wilt bekijken en bewerken, selecteert u Menu > Berichten > Distributielijsten. Als het bericht niet kan worden verzonden aan bepaalde geadresseerden in de distributielijst, wordt een rapport weergegeven met het aantal niet en wel gelukte verzendingen en niet gevonden namen. U kunt de gewenste categorie selecteren door Select.

te selecteren.• Namen in de groep met niet-gevonden namen zijn namen in de distributielijst die uit het telefoonboek zijn verwijderd. U kunt ze uit de lijst verwijderen door Verwijd. te selecteren.•Met Opnieuw verz. verzendt u het bericht opnieuw naar de ontvangers voor wie de eerdere verzending is mislukt.•Met Bekijken opent u een lijst met ontvangers voor wie de eerdere verzending is mislukt.Sjablonen Vooraf ingestelde berichten (sjablonen) kunt u gebruiken voor het schrijven van een bericht. U kunt deze berichten bekijken of bewerken.

35Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.Smileys U kunt smiley's zoals ':-)' bewerken en opslaan om ze in berichten te gebruiken.Berichten verwijderen Selecteer Menu > Berichten > Berichten verwijderen. Als u alle gelezen berichten uit alle mappen wilt verwijderen, selecteert u Gelezen ber. > OK. Selecteer OK wanneer daarna Alle gel. ber. uit alle mappen verwijderen? wordt weergegeven. Als u alle gelezen berichten uit een map wilt verwijderen, gaat u naar de map en selecteert u OK. Selecteer OK wanneer daarna Gelezen berichten uit map verwijderen? wordt weergegeven.

Bericht-instellingen U hebt de keuze uit twee soorten berichtenopties: instellingen die specifiek zijn voor elke instellingengroep (set) en instellingen die gelden voor alle tekstberichten.Profiel 1 (menu 1-11-1)1Een profiel is een verzameling instellingen voor het verzenden van tekst- en afbeeldingberichten.Elke set heeft de volgende instellingen: Nummer berichtencentrale, Berichten verzenden als, Geldigheid van berichten en Naam zendprofiel wijzigen. Dit 1. Het totaal aantal sets is afhankelijk van hoeveel sets uw SIM-kaart biedt.

De beschikbare instellingen zijn: Afleveringsrapporten, Antwoord via zelfde centrale en Tekenondersteuning.Selecteer Tekenondersteuning om te definiëren hoe de telefoon Unicode-tekens in tekstberichten moet afhandelen.2Als u de optie Volledig selecteert, worden alle Unicode-tekens (zoals 'á' en Cyrillische tekens) in een tekstbericht zonder omzetting naar een compatibele telefoon verzonden, als dit door uw netwerk wordt ondersteund.Als u Gereduceerd selecteert, probeert de telefoon de Unicode-tekens om te zetten naar de overeenkomstige niet-Unicode-tekens ('ñ' wordt 'n' of 'á' wordt 'a') en worden Griekse tekens in kleine letters omgezet in hoofdletters. Als geen overeenkomstig niet-Unicode-teken bestaat, worden de tekens als Unicode-tekens verzonden.Infodienst Met deze netwerkdienst kunt u via het netwerk berichten over tal van onderwerpen ontvangen.

Neem contact op met de serviceprovider voor meer informatie.1. Het indexnummer van dit menu is afhankelijk van het aantal beschikbare sets. Hier wordt er-van uitgegaan dat er slechts één set beschikbaar is.2. De beschikbaarheid van dit menu is afhankelijk van de serviceprovider.

37Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.Nummer voicemailbox U kunt uw voicemailnummer hier opslaan en wijzigen (netwerkdienst). DienstopdrachteneditorU kunt serviceverzoeken aan uw serviceprovider verzenden. Toets de gewenste tekens in. Houd # ingedrukt om te schakelen tussen letters en cijfers. Selecteer Zenden om het verzoek te verzenden.■Contacten (menu 2)U kunt namen en nummers opslaan in het geheugen van de telefoon (het interne telefoonboek) of in het geheugen van de SIM-kaart (SIM-telefoonboek). Het interne telefoonboek kan 50 namen bevatten.Zoeken naar een naam en telefoonnummerSelecteer vanuit de stand-bymodus Menu > Contacten > Zoeken. Toets het eerste teken (of tekens) in van de naam die u zoekt en selecteer Zoeken.

Druk op de bladertoets-omhoog of -omlaag om naar de gewenste naam te zoeken.Als de naam of het telefoonnummer is opgeslagen in het geheugen van de SIM-kaart, wordt rechtsboven in het display weergegeven. Is de naam of het telefoonnummer opgeslagen in het interne geheugen van de telefoon, dan wordt weergegeven.

38Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.SNEL ZOEKEN: Druk vanuit de stand-bymodus op de bladertoets-omlaag en toets de eerste letter van de naam in. Gebruik de bladertoets-omhoog of -omlaag om naar de gewenste naam te zoeken.U kunt ook de volgende opties gebruiken:•Met Dienstnummers kunt u bellen naar de dienstnummers van uw serviceprovider als deze op de SIM-kaart zijn opgeslagen (netwerkdienst).•Infonummers om te bellen naar de informatienummers van uw serviceprovider als deze op de SIM-kaart zijn opgeslagen (netwerkdienst).•Met Contact toev. kunt u namen en telefoonnummers opslaan in het telefoonboek. • Met Verwijderen kunt u namen en telefoonnummers een voor een of alle tegelijk uit het telefoonboek verwijderen.

•Met Bewerken kunt u de namen en nummers in Contacten bewerken.•Met Kopiëren kunt u namen en telefoonnummers een voor een of allemaal tegelijk vanuit het geheugen van de telefoon kopiëren naar het geheugen van de SIM-kaart of vice versa.•Met Toon toewijzen kunt u de telefoon instellen op de gewenste beltoon wanneer u een oproep van een bepaald telefoonnummer ontvangt. Selecteer het gewenste telefoonnummer of de gewenste naam en druk op Toewijz.. Deze functie werkt alleen wanneer zowel het netwerk als de telefoon de identiteit van de beller kunnen identificeren en verzenden. •Met Tel.nr zenden kunt u iemands contactgegevens als OTA-bericht (over-the-air) verzenden indien deze functie door het netwerk wordt ondersteund.

Wanneer u van SIM-kaart verandert, wordt automatisch het SIM-kaart-geheugen geselecteerd.•Weergave Contacten: om aan te geven hoe de namen en nummers in de telefoonlijst moeten worden weergegeven, hetzij Naam & nr (één naam en één telefoonnummer tegelijkertijd), hetzij Contactenlijst (drie namen tegelijkertijd).•Geheugenstatus: hiermee kunt u bekijken hoeveel namen en telefoonnummers momenteel in elk telefoonboek zijn opgeslagen en hoeveel namen en telefoonnummers nog kunnen worden opgeslagen.■Oproep-info (menu 3)Uw telefoon registreert gemiste, ontvangen en uitgaande oproepen, en de lengte en kosten van uw gesprekken.

U kunt ook de instellingen van een prepaid SIM-kaart bekijken en aanpassen (netwerkdienst).Als de telefoon is ingeschakeld en zich binnen het bereik van de netwerkdienst bevindt (en als het netwerk deze functies ondersteunt), worden gemiste en ontvangen oproepen geregistreerd.

40Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.Laatste oproepenAls u Opties selecteert in het menu Gemiste oproepen, Ontvangen oproepen of Laatst gekozen nummers, kunt u het tijdstip van de oproep zien, kunt u het geregistreerde telefoonnummer bewerken, bekijken of bellen, en kunt u het toevoegen aan Contacten of het uit de lijst verwijderen. U kunt ook een tekstbericht verzenden (SMS zenden).Gesprekstellers en kostentellersOpmerking: De uiteindelijke rekening van de serviceprovider voor oproepen en diensten, kan variëren, afhankelijk van de netwerkfuncties, afrondingen, belastingen, enzovoort.•Gespreksduur tonen: toont de geschatte duur van uw uitgaande en inkomende oproepen.

U kunt deze tellers ook op nul zetten met de functie Timers op nul zetten.•Gesprekskosten: hiermee kunt u de kosten (bij benadering) van uw laatste gesprek of alle gesprekken weergegeven, uitgedrukt in eenheden zoals ingesteld met de functie Kosten tonen in. •Instellingen gespreks kosten: met Kostenlimiet kunt u de gesprekskosten beperken tot het gewenste aantal kosteneenheden of valuta-eenheden (netwerkdienst). Met Kosten tonen in kunt u aangeven in welke kosteneenheid de resterende gesprekstijd wordt weergegeven (informeer bij uw serviceprovider naar de tarieven).•Prepaid-krediet: bij gebruik van een prepaid SIM-kaart kunt u alleen bellen wanneer de SIM-kaart voldoende saldo bevat (netwerkdienst). Opties:

41Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.Weergave kredietinfo (resterende eenheden weergeven of verbergen in de stand-bymodus), Krediet beschikbaar (aantal resterende eenheden), Kosten laatste gesprek en Status krediet.Opmerking: Als er geen kosteneenheden of valuta-eenheden meer resteren, kunt u soms nog wel bellen naar het geprogrammeerde alarmnummer.■Tonen (menu 4)In dit menu kunt u de instellingen van het geselecteerde profiel wijzigen en kunt u zelf beltonen samenstellen. Zie Profielen (menu 5) op pagina 42.•Type beltoon: stelt de toon in die u hoort bij ontvangst van een oproep.•Beltoonvolume: stelt het volume in voor de beltonen en waarschuwingstonen.•Oproepsignaal: bepaalt hoe u wordt gewaarschuwd bij inkomende spraakoproepen.

Wanneer bijvoorbeeld Stil wordt geselecteerd, genereert de telefoon geen geluid bij ontvangst van een oproep en wordt weergegeven in de stand-bymodus.•Berichtensignaaltoon: stelt de toon in die u hoort bij ontvangst van een tekstbericht.•Toetsenvolume: stelt het volume voor toetsenbordtonen in.•Waarschuwingstonen: stelt waarschuwingssignalen in, bijvoorbeeld wanneer de capaciteit van de batterij laag is.•Trilsignaal: stelt de telefoon in op trillen wanneer u een spraakoproep of tekstbericht ontvangt.

42Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.•Ritmisch knipperlicht: hiermee stelt u in dat de achtergrondverlichting van de telefoon knippert in het ritme van de geselecteerde beltoon of waarschuwingstoon voor berichten. Het trilalarm werkt niet wanneer de telefoon is aangesloten op een lader of bureaulader. ■Profielen (menu 5)U kunt de telefoontonen aanpassen voor verschillende gebeurtenissen en omgevingen. Pas eerst de groepen met instellingen en profielen naar wens aan. Vervolgens hoeft u alleen maar een profiel te activeren om het te gebruiken.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Nokia 1101 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden




Handleiding Mobiel Nokia

Nokia

Nokia 9100 Handleiding

17 Augustus 2022
Nokia

Nokia 8250 Handleiding

16 Augustus 2022
Nokia
Nokia
Nokia

Nokia N95 Handleiding

7 Februari 2022
Nokia

Nokia N91 Handleiding

8 Februari 2022
Nokia

Nokia e55 Handleiding

1 December 2021
Nokia

Nokia x3 Handleiding

8 Februari 2022
Nokia

Nokia C1-02 Handleiding

3 Februari 2022

Handleiding Mobiel

Nieuwste handleidingen voor Mobiel

Htc

HTC s740 Handleiding

14 Februari 2024
Htc

HTC Radar Handleiding

14 Februari 2024
Htc

HTC snap Handleiding

14 Februari 2024
Htc

HTC p6300 Handleiding

14 Februari 2024
Htc

HTC p3600 Handleiding

14 Februari 2024
Htc

HTC P3300 Handleiding

14 Februari 2024
Fysic

Fysic F15 Handleiding

23 Oktober 2023