Nokia 1100 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Nokia 1100 (71 pagina’s), behorend tot de categorie Mobiel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 81 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Nokia 1100 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag
Product specificaties
| Merk: | Nokia |
| Categorie: | Mobiel |
| Model: | 1100 |
| Kleur van het product: | Zwart |
| Gewicht: | 86 g |
| Breedte: | 106 mm |
| Diepte: | 46 mm |
| Hoogte: | 20 mm |
| Bluetooth: | Nee |
| Resolutie: | 96 x 65 Pixels |
| MMS: | Nee |
| FM-radio: | Nee |
| Gesprekstijd (2G): | 4.5 uur |
| Frequentie: | 900, 1800 MHz |
| Type ringtone: | Monofoon |
| Camera achterzijde: | Nee |
| Standby time (2G): | 6.5 uur |
| Infrarood datapoort: | Nee |
| Type batterij: | BL-5C |
Handleiding Nokia 1100 – volledige tekst
CONFORMITEITSVERKLARINGNOKIA CORPORATION verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat het product Rh-18 conform is aan de bepalingen van de volgende Richtlijn van de Raad: 1999/5/EC.Een kopie van de conformiteitsverklaring kunt u vinden op de volgende website:http://www.nokia.com/phones/declaration_of_conformity/.Copyright © 2003 Nokia. Alle rechten voorbehouden.Onrechtmatige reproductie, overdracht, distributie of opslag van dit document of een gedeelte ervan in enige vorm zonder voorafgaande geschreven toestemming van Nokia is verboden.US Patent No 5818437 and other pending patents. T9 text input software Copyright (C) 1997-2003. Tegic Communications, Inc. All rights reserved.Nokia en Nokia Connecting People zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Nokia Corporation.
Namen van andere producten en bedrijven kunnen handelsmerken of handelsnamen van de respectievelijke eigenaren zijn.Nokia tune is een geluidsmerk van Nokia Corporation.Nokia voert een beleid dat gericht is op continue ontwikkeling. Nokia behoudt zich het recht voor zonder voorafgaande kennisgeving wijzigingen en verbeteringen aan te brengen in de producten die in dit document worden beschreven.In geen geval is Nokia aansprakelijk voor enig verlies van gegevens of inkomsten of voor enige bijzondere, incidentele, onrechtstreekse of indirecte schade.De inhoud van dit document wordt zonder enige vorm van garantie verstrekt. Tenzij vereist krachtens het toepasselijke recht, wordt geen enkele garantie gegeven betreffende de nauwkeurigheid,
betrouwbaarheid of inhoud van dit document, hetzij uitdrukkelijk hetzij impliciet, daaronder mede begrepen maar niet beperkt tot impliciete garanties betreffende de verkoopbaarheid en de geschiktheid voor een bepaald doel. Nokia behoudt zich te allen tijde het recht voor zonder voorafgaande kennisgeving dit document te wijzigen of te herroepen.De beschikbaarheid van bepaalde producten kan per regio verschillen. Neem hiervoor contact op met de dichtstbijzijnde Nokia leverancier.
Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved. 4InhoudsopgaveVOOR UW VEILIGHEID. 8Algemene informatie. 11Stickers in het pakket. 11Toegangscodes. 111. Aan de slag. 13Een SIM-kaart plaatsen. 13De batterij opladen. 15Toetsen en aansluitingen. 16Display en standby-modus. 17De covers verwisselen. 18Het draagkoordje bevestigen. 19Zaklantaarn. 202. Algemene functies. 21Opbellen. 21Bellen met behulp van het telefoonboek. 21Conferentiegesprekken. 21Opnieuw kiezen. 22Snelkeuze. 22Een oproep beantwoorden. 23Mogelijkheden tijdens een gesprek. 23Voicemailberichten beluisteren. 23De toetsen blokkeren. 24.
Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved. 8VOOR UW VEILIGHEIDLees deze eenvoudige richtlijnen. Het overtreden van de regels kan gevaarlijk of onwettig zijn. Meer informatie vindt u in deze handleiding.Schakel de telefoon niet in als het gebruik van mobiele telefoons verboden is of als dit storing of gevaar zou kunnen opleveren.VERKEERSVEILIGHEID HEEFT VOORRANGGebruik geen telefoon terwijl u een auto bestuurt. Parkeer de auto eerst.STORINGAlle draadloze telefoons zijn gevoelig voor storing. Dit kan de werking van de telefoon beïnvloeden.SCHAKEL DE TELEFOON UIT IN ZIEKENHUIZENVolg alle regels en aanwijzingen op.
Schakel de telefoon uit in de nabijheid van medische apparatuur.SCHAKEL DE TELEFOON UIT IN VLIEGTUIGENDraadloze telefoons kunnen storing veroorzaken.SCHAKEL DE TELEFOON UIT TIJDENS HET TANKENGebruik de telefoon niet in een benzinestation of in de buurt van brandstoffen of chemische stoffen.SCHAKEL DE TELEFOON UIT IN DE BUURT VAN EXPLOSIEVENGebruik de telefoon niet waar explosieven worden gebruikt. Houd u aan beperkende maatregelen en volg eventuele voorschriften of regels op.
9Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved.GEBRUIK DE TELEFOON VERSTANDIGGebruik de telefoon alleen zoals deze is bedoeld. Raak de antenne niet onnodig aan.DESKUNDIG ONDERHOUDLaat alleen bevoegd personeel het apparaat installeren of repareren.ACCESSOIRES EN BATTERIJENGebruik alleen goedgekeurde accessoires en batterijen. Sluit geen ongeschikte producten aan.WATERBESTENDIGHEIDDe telefoon is niet waterbestendig. Houd het apparaat droog.MAAK BACK-UPSVergeet niet om een back-up te maken van alle belangrijke gegevens.AANSLUITEN OP ANDERE APPARATENWanneer u het apparaat op een ander apparaat aansluit, moet u de gebruikershandleiding van dat apparaat lezen voor gedetailleerde veiligheidsinstructies. Sluit geen ongeschikte producten aan.BELLENControleer of de telefoon is ingeschakeld. Toets het net- en abonneenummer in en druk op Oproep. Als u een gesprek wilt beëindigen, drukt u op Eind.
Als u een oproep wilt beantwoorden, drukt u op Opnemen.ALARMNUMMER KIEZENControleer of de telefoon is ingeschakeld. Houd tweemaal enkele seconden ingedrukt om het scherm leeg te maken. Toets het alarmnummer in en druk op Oproep. Geef op waar u zich bevindt. Beëindig het gesprek niet voordat u daarvoor toestemming hebt gekregen.
Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved. 10■NetwerkdienstenDe draadloze telefoon zoals beschreven in deze handleiding is goedgekeurd voor gebruik in de netwerken EGSM 900 en GSM 1800.De beschikbaarheid van dualbandis afhankelijk van het netwerk. Vraag uw netwerkexploitant of u zich op deze dienst kunt abonneren.Sommige functies die in deze handleiding worden beschreven zijn netwerkdiensten. Dit zijn speciale diensten waarop u zich via uw netwerkexploitant kunt abonneren. U kunt pas gebruik maken van deze diensten nadat u zich via de exploitant van uw thuisnet op de gewenste dienst(en) hebt geabonneerd en u de gebruiksinstructies hebt ontvangen.Opmerking: Het is mogelijk dat sommige netwerken geen ondersteuning bieden voor bepaalde taalafhankelijke tekens en/of diensten.■Lader en accessoireControleer voor gebruik altijd het modelnummer van een oplader.
Deze apparatuur is bedoeld voor gebruik met de volgende voedingsbronnen: ACP-7, ACP-8, ACP-12, LCH-9 en LCH-12.Waarschuwing: Gebruik alleen batterijen, laders en accessoires die door de fabrikant van de telefoon zijn goedgekeurd voor gebruik met dit type telefoon.Het gebruik van andere types kan de goedkeuring en garantie doen vervallen en kan bovendien gevaarlijk zijn.Vraag uw leverancier naar de beschikbare goedgekeurde accessoires.Als u de stekker van een accessoire uit het stopcontact verwijdert, moet u aan de stekker trekken, niet aan het snoer.
11Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved.Algemene informatie■Stickers in het pakketDe stickers bevatten belangrijke informatie voor service en klantenondersteuning. Bewaar deze stickers op een veilige plaats.Bevestig de sticker op de uitnodigingskaart voor Club Nokia die ook in het pakket zit.Bevestig de sticker op uw garantiekaart.■Toegangscodes•Beveiligingscode: deze code, die bij de telefoon wordt geleverd, beveiligt de telefoon tegen onbevoegd gebruik. De standaardcode is 12345.Zie Beveiligingsinstellingen op pagina 51 voor meer informatie.•PIN-code: deze code, die bij de SIM-kaart wordt geleverd, beveiligt de kaart tegen onbevoegd gebruik.
Als u de optie PIN-code vragen in het menu Beveiligingsinstellingen activeert (zie Beveiligingsinstellingen op pagina 51), wordt naar de code gevraagd telkens als de telefoon wordt ingeschakeld.Als u driemaal na elkaar een onjuiste PIN-code invoert, wordt de SIM-kaart geblokkeerd. U moet de PUK-code invoeren om de blokkering van de SIM-kaart op te heffen en een nieuwe PIN-code in te stellen.
Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved. 12•PIN2-code: de PIN2-code die bij sommige SIM-kaarten geleverd wordt, is nodig om toegang te krijgen tot bepaalde functies, zoals kostentellers. Als u driemaal achter elkaar een onjuiste PIN2-code invoert, wordt PIN2-code geblokkeerd in het display weergegeven en wordt u naar de PUK2-code gevraagd.Wijzig de beveiligingscode, PIN-code en PIN2-code in Toegangscodes wijzigen in het menu Beveiligingsinstellingen (zie Beveiligingsinstellingen op pagina 51). Houd de nieuwe codes geheim en bewaar ze op een veilige plaats uit de buurt van de telefoon.•PUK-code en PUK2-code: deze codes worden mogelijk bij de SIM-kaart geleverd. Als dit niet het geval is, neemt u contact op met de serviceprovider.
13Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved.1. Aan de slag■Een SIM-kaart plaatsen• Houd alle kleine SIM-kaarten buiten bereik van kleine kinderen.• De SIM-kaart en de contactpunten van de kaart kunnen gemakkelijk door krassen of buigen worden beschadigd. Wees daarom voorzichtig wanneer u de kaart vastpakt, plaatst of verwijdert.• Voordat u de SIM-kaart installeert, controleert u of de telefoon is uitgeschakeld en niet op de lader of een ander apparaat is aangesloten, waarna u de batterij verwijdert.1. Druk de vergrendeling in (1), schuif de achtercover naar voren (2) en neem deze van de telefoon.2. Verwijder de batterij door deze bij de uitsparing uit de telefoon te tillen (3). 3. Verwijder de SIM-kaarthouder door deze bij de uitsparing uit de telefoon te tillen. Klap
Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved. 14de houder open (4). Druk de SIM-kaart voorzichtig in de SIM-kaartsleuf (5). Zorg ervoor dat de goudkleurige contactpunten op de kaart omlaag zijn gericht en dat de afgeronde hoek zich rechts bevindt. Sluit de SIM-kaarthouder en klik deze vast.4. Lijn de goudkleurige contactpunten op de batterij uit met de overeenkomstige contactpunten op de telefoon en druk op het tegenovergestelde uiteinde van de batterij totdat deze vastklikt (6).5. Lijn de onderkant van de achtercover uit met de onderkant van de telefoon (7) en druk op de bovenkant van de achtercover om deze vast te klikken (8).
15Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved.■De batterij opladenLaad de batterij niet op als een van de covers van de telefoon is verwijderd. 1. Steek de stekker van de lader in de aansluiting op de onderkant van de telefoon.2. Sluit de lader aan op een gewone wandcontactdoos. De indicatiebalk voor de batterij begint te schuiven.• Het opladen van een BL-5C-batterij met de lader ACP-7 duurt 3,5 uur.•Als Laadt niet op wordt weergegeven, wacht u een ogenblik. Vervolgens koppelt u de lader los, sluit u deze opnieuw aan en probeert u het nogmaals. Als de batterij nu nog niet wordt opgeladen, neemt u contact op met uw leverancier.3. Als de batterij volledig is opgeladen, stopt de indicatiebalk. Haal de stekker van de lader uit de wandcontactdoos en maak de lader los van de telefoon.TIPS VOOR EFFICIËNT GEBRUIK:De telefoon heeft een ingebouwde antenne.
Zoals voor alle radiozendapparatuur geldt, dient onnodig contact met de antenne te worden vermeden als de telefoon is ingeschakeld. Het aanraken van de antenne kan een nadelige invloed hebben op de gesprekskwaliteit en kan ervoor zorgen dat de telefoon meer stroom verbruikt dan noodzakelijk is. Door de antenne tijdens een gesprek niet aan te raken, optimaliseert u de prestaties van de antenne en de gesprekstijd van de telefoon.
Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved. 16■Toetsen en aansluitingen1. ZaklantaarnDe telefoon heeft een ingebouwde zaklantaarn. Zie Zaklantaarn op pagina 20.2.Navi-toets De functie van de Nokia Navi-toets wordt bepaald door de erboven weergegeven tekst. In deze gebruikershandleiding wordt het symbool gevolgd door de bijbehorende functietekst, bijvoorbeeld Menu of Selecteren.3.Aan/uit-toets Hiermee schakelt u de telefoon in en uit. Als de toetsen zijn geblokkeerd, wordt het display van de telefoon ongeveer 15 seconden verlicht als u op drukt.4. Bladertoetsen Hiermee kunt u door namen, telefoonnummers, menu's of instellingen bladeren. Ook kunt u hiermee het volume van de luidspreker aanpassen tijdens
17Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved.een gesprek. In de standby-modus geeft de lijst met laatstgekozen nummers weer en geeft de in de map Contacten opgeslagen namen en telefoonnummers weer.5. De wistoets/afsluittoets Hiermee kunt u tekens in het display wissen en verschillende functies afsluiten.6. - gebruikt u voor het invoeren van cijfers en letters. en worden voor verschillende bewerkingen in verschillende functies gebruikt. 1. Aansluiting voor de lader 2. Aansluiting voor de hoofdtelefoon3. Microfoon■Display en standby-modusDe hieronder beschreven indicatoren worden weergegeven wanneer de telefoon klaar is voor gebruik en er geen tekens door de gebruiker zijn ingevoerd. Het scherm wordt aangeduid als ‘standby-modus’. 1. Toont de naam of het operatorlogo van het netwerk waarin de telefoon wordt gebruikt.
Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved. 182. Toont de signaalsterkte van het cellulaire netwerk op uw huidige locatie.3. Toont de capaciteit van de batterij.4. Toont de huidige functie van de Nokia Navi-toets .■De covers verwisselenSchakel de telefoon altijd uit en zorg ervoor dat de telefoon niet met een oplader of ander apparaat is verbonden als u de cover wilt verwisselen. Raak geen elektronische componenten aan tijdens het verwisselen van de covers. Zorg er altijd voor dat u de covers weer bevestigt voordat u de telefoon opbergt of gebruikt.1. Verwijder de achtercover plus de batterij. Zie stap 1 en 2 in Een SIM-kaart plaatsen op pagina 13.2. Verwijder voorzichtig de voorcover, te beginnen vanaf de onderkant van de telefoon (3).
19Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved.3. Verwijder voorzichtig het toetsensjabloon (4). Druk het nieuwe toetsensjabloon beginnend aan de bovenzijde in de nieuwe voorcover (5). Breng het nieuwe toetsensjabloon op de juiste manier aan (6).4. Lijn de bovenkant van de voorcover uit met de bovenkant van de telefoon en druk op de voorcover om deze vast te klikken (7).5. Plaats de batterij en de achtercover terug. Zie stap 4 en 5 in Een SIM-kaart plaatsen op pagina 13.■Het draagkoordje bevestigenRijg het draagkoordje op de aangegeven manier (zie afbeelding) door de daarvoor bestemde oogjes en bevestig het koordje stevig.
Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved. 20■ZaklantaarnDe telefoon beschikt over een ingebouwde zaklantaarn. Wanneer de zaklantaarn is ingeschakeld, wordt weergegeven in het display. Voor het gebruik van de zaklantaarn beschikt u over de volgende opties:• Houd ingedrukt in de standby-modus. De zaklantaarn gaat uit wanneer u loslaat. U kunt de zaklantaarn ook onafgebroken laten branden door tweemaal op te drukken. Druk eenmaal op om de zaklantaarn weer uit te schakelen. • Druk op Menu, selecteer Extra's en Zaklantaarn, en selecteer Aan of Uit. • Druk tijdens een gesprek op en Opties en selecteer Zaklant. aan of Zaklantaarn uit.
21Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved.2. Algemene functies■Opbellen1. Toets het netnummer en telefoonnummer in. Internationaal bellen: Voeg een "+" toe door tweemaal op te drukken en voeg de landcode toe, vóór het netnummer (verwijder zo nodig de voorafgaande 0).Druk op om het laatst ingevoerde cijfer te wissen.2. Druk op Oproep om het nummer te bellen. Druk op om het volume van de luidspreker of hoofdtelefoon te verhogen of druk op om het volume te verlagen.3. Druk op Eind om het gesprek te beëindigen of het kiezen te onderbreken.Bellen met behulp van het telefoonboekDruk vanuit de standby-modus op om naar de gewenste naam te zoeken. Druk op Oproep om het nummer te bellen.ConferentiegesprekkenEen conferentiegesprek is een netwerkdienst waarbij maximaal vier personen aan hetzelfde gesprek kunnen deelnemen.
Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved. 221. Bel de eerste deelnemer. Toets het telefoonnummer in of haal het op uit het telefoonboek en druk op Bellen. 2. Als u een nieuwe deelnemer wilt bellen, drukt u op en Opties en selecteert u Nieuwe oproep.3. Wanneer de nieuwe oproep wordt beantwoord, voegt u deze toe aan het conferentiegesprek door op en Opties te drukken, waarna u Conferentie selecteert.4. Herhaal stap 1 tot en met 3 voor elke nieuwe deelnemer aan het gesprek.5. Druk op Eind om het conferentiegesprek te beëindigen.Opnieuw kiezenAls u een van de laatste tien gekozen telefoonnummers opnieuw wilt kiezen, drukt u vanuit de standby-modus eenmaal op , gaat u met of naar het gewenste telefoonnummer of de gewenste naam en drukt u op Oproep.SnelkeuzeDruk op Menu en selecteer achtereenvolgens Contacten en Snelkeuzen. Selecteer de gewenste toets ( tot en met ) en druk op Toewijz..
Geef aan of u de toets wilt toewijzen aan kiezen of aan SMS. Selecteer de gewenste naam en druk op Selecteren.Nadat het telefoonnummer aan een cijfertoets is toegewezen, kunt u het nummer op een van de volgende manieren met de snelkeuzetoets kiezen:• Druk op de gewenste cijfertoets en druk op Oproep, of
23Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved.•Als Snelkeuze is ingeschakeld, houdt u de gewenste snelkeuzetoets ingedrukt totdat het nummer is gekozen (zie Oproepinstellingen op pagina 47).■Een oproep beantwoordenDruk vanuit de standby-modus op .Neem op. Als u de oproep wilt doorschakelen of weigeren zonder op te nemen, drukt u op . ■Mogelijkheden tijdens een gesprekDruk tijdens een gesprek op en op Opties voor een van de volgende functies. Veel hiervan zijn netwerkdiensten. Microfoon uit of Microfoon aan, Standby of Uit standby, Nieuwe oproep, Opnemen, Weigeren, Einde alle opr., Contacten, DTMF zenden, Wisselen, Menu en Zaklant. aan of Zaklantaarn uit.■Voicemailberichten beluisterenVoicemail is een netwerkdienst. Neem contact op met de serviceprovider voor meer informatie en voor het voicemailnummer. U kunt uw voicemail bellen door ingedrukt te houden in de standby-modus.
Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved. 24■De toetsen blokkerenDoor de toetsen te blokkeren voorkomt u dat toetsen onopzettelijk worden ingedrukt.De toetsen blokkeren of vrijgeven: druk vanuit de standby-modus op Menu en vervolgens kort op .U kunt de telefoon ook zodanig instellen dat de blokkering automatisch na een bepaalde tijd wordt ingeschakeld. Zie Instellingen toetsblokkering op pagina 50. Als de toetsen geblokkeerd zijn, wordt in het display de indicator weergegeven.Opmerking: Wanneer de telefoon is vergrendeld, kunt u soms nog wel het alarmnummer kiezen dat is geprogrammeerd in het geheugen van uw telefoon (bijvoorbeeld 112 of een ander officieel alarmnummer). Toets het alarmnummer in en druk op Oproep. Het nummer wordt pas weergegeven nadat u het laatste cijfer hebt ingetoetst.
25Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved.3. Tekst intoetsenU kunt op twee verschillende manieren tekst intoetsen: via de normale tekstinvoer, aangeduid met , of via de methode voor tekstinvoer met woordenboek, aangeduid met .■Tekstinvoer met woordenboek in- en uitschakelenDruk tijdens het intoetsen van tekst op Opties en selecteer Woordenboek.• Als u tekstinvoer met woordenboek wilt inschakelen, selecteert u een taal in de lijst met opties voor het woordenboek.
Tekstinvoer met woordenboek is alleen beschikbaar voor de talen die vermeld worden in de lijst.• Als u wilt terugkeren naar normale tekstinvoer, selecteert u Woordenbk uit.Tip: U kunt tekstinvoer met woordenboek snel in- en uitschakelen door tijdens het intoetsen van tekst tweemaal op te drukken.■Tekstinvoer met woordenboekTekstinvoer met woordenboek is een gemakkelijke manier om tekst in te voeren.Deze tekstinvoer is gebaseerd op een ingebouwde woordenlijst, waaraan u nieuwe woorden kunt toevoegen.1. Toets het gewenste woord in door eenmaal op elke toets te drukken voor de gewenste letters. Het woord verandert na elke toetsaanslag. Als u bijvoorbeeld
Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved. 26‘Nokia’ wilt schrijven terwijl het Nederlandse woordenboek is geselecteerd, drukt u op , , , , . • Druk op om een teken links van de cursor te verwijderen. Als u het scherm wilt wissen, houdt u ingedrukt.• Als u wilt schakelen tussen hoofdletters en kleine letters, of tussen normale tekstinvoer en tekstinvoer met woordenboek, drukt u herhaaldelijk op en kijkt u naar de indicator boven in het display. • Als u wilt schakelen tussen letters en cijfers, houdt u ingedrukt.• U kunt een lijst met speciale tekens weergeven door ingedrukt te houden, het gewenste teken te selecteren en op Gebruik. te drukken.• Als u een cijfer wilt intoetsen, houdt u de gewenste cijfertoets ingedrukt. Als u meerdere cijfers wilt toevoegen, houdt u ingedrukt en toetst u de cijfers in.2.
Als het weergegeven woord het woord is dat u wilt, drukt u op en begint u met het volgende woord.• Als u een ander woord wilt, drukt u net zo vaak op totdat het gewenste woord verschijnt.. • Als "?" wordt weergegeven achter het woord, is het woord niet opgenomen in het woordenboek. Als u het woord wilt toevoegen aan het woordenboek, drukt u op Spellen, toetst u het woord in (via normale tekstinvoer) en drukt u op OK.
27Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved.Samengestelde woorden intoetsenToets het eerste deel van het woord in, druk op en toets het tweede deel in.■Normale tekstinvoerDruk net zo vaak op de toets met de gewenste letter totdat de letter wordt weergegeven.U kunt de volgende functies gebruiken voor het bewerken van de tekst:• Druk op om een spatie toe te voegen.• Als u een leesteken of speciaal teken wilt intoetsen, drukt u net zo vaak op totdat het teken verschijnt. U kunt ook op drukken, het gewenste teken selecteren en op Gebruik. drukken.• Als u de cursor naar links of rechts wilt verplaatsen, drukt u respectievelijk op of .• Druk op om een teken links van de cursor te verwijderen.
Als u het scherm wilt wissen, houdt u deze toets ingedrukt.• Als u wilt schakelen tussen hoofdletters en kleine letters, drukt u op .• Als u een cijfer wilt toevoegen, houdt u de gewenste toets ingedrukt. Als u wilt schakelen tussen letters en cijfers, houdt u ingedrukt.• Als u een letter wilt intoetsen die zich onder dezelfde toets bevindt als de vorige letter, drukt u op of (of wacht u tot de cursor verschijnt) en toetst u vervolgens de nieuwe letter in.
Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved. 284. MenufunctiesU kunt de hoofdfuncties in de menu’s op verschillende manieren gebruiken:Door te bladeren1. Druk op Menu vanuit de standby-modus.2. Druk op of om naar het gewenste hoofdmenu te gaan en druk op Selecteren om het menu te openen. Druk op om een hoofdmenu af te sluiten.3. Als het menu uit submenu’s bestaat, gaat u naar het gewenste submenu en drukt u op Selecteren om het te openen. Druk op om een submenu af te sluiten.Als u de wijzigingen die u in de menu-instellingen hebt aangebracht, niet wilt opslaan, houdt u ingedrukt.Via het indexnummerDe menu's, submenu's en opties zijn genummerd. Deze nummers worden indexnummers genoemd.Druk vanuit de standby-modus op Menu en toets binnen drie seconden het indexnummer in van het menu dat u wilt openen.
33Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved.■Berichten (menu 01)Berichten schrijvenU kunt berichten met meerdere delen (samengesteld uit verschillende gewone tekstberichten) schrijven en verzenden (netwerkdienst). Facturering is dan mogelijk gebaseerd op het aantal gewone berichten waaruit het bericht is samengesteld. Het aantal beschikbare tekens / het nummer van het huidige gedeelte van een bericht uit meerdere delen wordt rechtsboven in het display weergegeven, bijvoorbeeld 120/2. Als u gebruikmaakt van speciale (Unicode) tekens, zoals Cyrillische tekens, is het mogelijk dat er voor het bericht meer gedeelten dan anders nodig zijn. Bij tekstinvoer met woordenboek kan gebruik worden gemaakt van Unicode-tekens. U kunt alleen een bericht verzenden als het telefoonnummer van de berichtencentrale is opgeslagen in de telefoon. Zie Berichtinstellingen op pagina 39.1.
Druk vanuit de standby-modus op Menu en selecteer achtereenvolgens Berichten en Bericht schrijven.2. Toets het bericht in. Het aantal beschikbare tekens en het nummer van het huidige berichtdeel worden rechtsboven in het display weergegeven.3. Wanneer het bericht klaar is, drukt u op Opties, selecteert u Verzenden, toetst u het telefoonnummer van de ontvanger in en drukt u op OK. Als u het bericht naar verschillende personen wilt verzenden, selecteert u Verzendopties en Meer ontvang., gaat u naar de eerste ontvanger en drukt u op Verzend.. Herhaal deze procedure voor elke ontvanger.
Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved. 34Als u een bericht naar een vooraf gedefinieerde distributielijst wilt verzenden, selecteert u Verzendopties en Verz. naar lijst. Zie Distributielijsten op pagina 37 voor het definiëren en bewerken van distributielijsten.Overige opties zijn: Sjabloon invgn, Invoegopties, Kleine letters of Grote letters,Tekst wissen, Instructies, Editor afsluiten, Zendprofiel (zie Berichtinstellingen op pagina 39), Bericht opslaan , Verwijderen en Woordenboek.Opmerking: Wanneer u berichten verzendt via de SMS-dienst, is het mogelijk dat de woorden "Bericht verzonden" op het scherm worden weergegeven. Hiermee wordt aangegeven dat het bericht is verzonden naar het nummer van de berichtencentrale dat in de telefoon is geprogrammeerd. Dit wil dus niet zeggen dat het bericht is aangekomen op de doellocatie.
Uw netwerkexploitant kan u meer vertellen over SMS-diensten.Een tekstbericht lezen (Inbox)Wanneer u tekstberichten hebt ontvangen in de standby-modus, worden zowel het nummer van het nieuwe bericht als een weergegeven.1. Als u de berichten direct wilt lezen, drukt u op Lezen.Druk op als u de berichten later wilt bekijken. Ga naar het menu Inbox (menu 01-2) wanneer u de berichten wilt lezen.2. Gebruik de bladertoetsen om door het bericht te bladeren..3. Tijdens het lezen van het bericht kunt u op Opties drukken voor de volgende opties: Verwijderen, Antwoorden, Chatten, Bewerken, Gebruik nr., Doorsturen, Als herinnering, Kleine letters en Gegevens.
35Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved.Verzonden itemsIn het menu Verzonden items kunt u kopieën weergeven van de berichten die u hebt verzonden. Druk op Opties voor de volgende opties: Verwijderen, Bewerken, Gebruik nr., Doorsturen, Als herinnering , Kleine letters en Gegevens .ConceptenIn het menu Concepten kunt u de berichten weergeven die u hebt opgeslagen in het menu Bericht schrijven.Chatten Met deze dienst voor tekstberichten kunt u tekstboodschappen uitwisselen met anderen. Elk chatbericht wordt verzonden als een afzonderlijk tekstbericht. De berichten die tijdens een chatsessie worden ontvangen en verzonden, worden niet opgeslagen. Als u een chatsessie wilt starten, drukt u op Menu, selecteert u Berichten en Chatten, of selecteert u Opties en Chatten tijdens het lezen van een ontvangen tekstbericht. 1.
Toets het telefoonnummer van de andere persoon in of haal het op uit het telefoonboek en druk op OK.2. Toets een benaming voor de chat in en druk op OK.3. Toets het bericht in, druk op Opties en selecteer Verzenden.
Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved. 364. Het antwoord van de andere persoon wordt boven het verzonden bericht weergegeven. Als u het bericht wilt beantwoorden, drukt u op OK en herhaalt u stap 3 hierboven. Tijdens het schrijven van een bericht kunt u op Opties drukken en Chat-naam selecteren om de chatbenaming te bewerken of Chat-verleden om de vorige berichten te bekijken.Beeldberichten U kunt berichten ontvangen en verzenden die afbeeldingen bevatten (netwerkdienst). Beeldberichten worden opgeslagen in de telefoon. Elk beeldbericht bestaat uit diverse tekstberichten. Daarom kan het verzenden van een beeldbericht meer kosten dan het verzenden van een tekstbericht.Opmerking: Deze functie kan alleen worden gebruikt als dit door de netwerkexploitant of serviceprovider wordt ondersteund.
U kunt alleen beeldberichten ontvangen en weergeven op toestellen die deze functie ondersteunen.Een beeldbericht verzendenAls u het bericht onmiddellijk wilt bekijken, drukt u op Toon. Als u op Opties drukt, worden de volgende opties weergegeven voor het beeldbericht:Verwijderen, Antwoorden, Chatten, Tekst bewerk., Afb. opslaan, Als scr.saver, Gebruik nr., Als herinnering en Gegevens.
37Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved.DistributielijstenAls u geregeld berichten verzendt naar een vaste groep ontvangers, kunt u een distributielijst definiëren en deze gebruiken bij het verzenden van een bericht. U kunt zes distributielijsten met elk maximaal tien ontvangers definiëren. Naar iedere ontvanger afzonderlijk wordt een tekstbericht verzonden.U kunt een distributielijst toevoegen door op Menu te drukken en vervolgens Berichten en Distributielijsten te selecteren. Druk op Opties en selecteer Lijst toevoegen. Geef de gewenste naam voor de distributielijst op, druk op Opties en selecteer Lijst bekijken. Als u een contactpersoon aan de lijst wilt toevoegen, drukt u op Opties en selecteert u Naam toevoeg.. U kunt maximaal tien ontvangers aan een distributielijst toevoegen.
U kunt distributielijsten bekijken en bewerken door op Menu te drukken en vervolgens Berichten en Distributielijsten te selecteren. Als het bericht niet kan worden verzonden aan bepaalde geadresseerden in de distributielijst, wordt een rapport weergegeven met het aantal niet en wel gelukte verzendingen en niet gevonden namen. U kunt de gewenste categorie selecteren door te drukken op Selecteren.• Namen in de groep met niet-gevonden namen zijn namen in de distributielijst die uit het telefoonboek zijn verwijderd. U kunt ze uit de lijst verwijderen door op Verwijd. te drukken.•Met Opnieuw verz. verzendt u het bericht opnieuw naar de ontvangers voor wie de eerdere verzending is mislukt.
Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved. 38•Met Bekijken opent u een lijst met ontvangers voor wie de eerdere verzending is mislukt.Sjablonen Vooraf ingestelde berichten (‘sjablonen’) kunt u gebruiken voor het schrijven van een bericht. U kunt deze berichten bekijken of bewerken. Smileys U kunt smiley’s zoals ":-)" bewerken en opslaan om ze in berichten te gebruiken.Berichten verwijderen Druk op Menu en selecteer achtereenvolgens Berichten en Berichten verwijderen. Als u alle berichten uit alle mappen wilt verwijderen, selecteert u Gelezen ber. en drukt u op OK. Druk vervolgens op OK als Alle gel. ber. uit alle mappen verwijderen? wordt weergegeven. Als u alle gelezen berichten uit een map wilt verwijderen, gaat u naar de map en drukt u op OK. Druk vervolgens op OK als Gelezen berichten uit map verwijderen? wordt weergegeven.
De beschikbare instellingen zijn: Afleveringsrapporten, Antwoord via zelfde centrale en TekenondersteuningSelecteer Tekenondersteuning om te definiëren hoe de telefoon Unicode-tekens in tekstberichten moet afhandelen. 31. Het totaal aantal sets is afhankelijk van hoeveel sets uw SIM-kaart biedt.2. Het indexnummer van dit menu is afhankelijk van het aantal beschikbare sets. Hier wordt er-van uitgegaan dat er slechts één set beschikbaar is.3. De beschikbaarheid van dit menu is afhankelijk van de serviceprovider.
Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved. 40Als u de optie Volledig selecteert, worden alle Unicode-tekens (zoals ‘á’ en Cyrillische tekens) in een tekstbericht zonder omzetting naar een compatibele telefoon gezonden, als dit door uw netwerk wordt ondersteund.Als u Gereduceerd selecteert, probeert de telefoon de Unicode-tekens om te zetten naar de overeenkomstige niet-Unicode-tekens (‘ñ’ wordt ‘n’ of ‘á’ wordt ‘a’) en worden Griekse tekens in kleine letters omgezet in hoofdletters. Als er geen overeenkomstig niet-Unicode-teken bestaat, worden de tekens als Unicode-tekens verzonden.Infodienst Met deze netwerkdienst kunt u via het netwerk berichten over tal van onderwerpen ontvangen. Neem contact op met de serviceprovider voor meer informatie.Nummer voicemailbox U kunt uw voicemailnummer hier opslaan en wijzigen (netwerkdienst).
41Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved.■Contacten (menu 2)U kunt namen en nummers opslaan in het geheugen van de telefoon (het interne telefoonboek) of in het geheugen van de SIM-kaart (SIM-telefoonboek). Het interne telefoonboek kan 50 namen bevatten.Zoeken naar een naam en telefoonnummerDruk vanuit de standby-modus op Menu en selecteer achtereenvolgens Contacten en Zoeken. Toets het eerste teken (of tekens) in van de naam die u zoekt en druk op Zoeken. Druk op of om naar de gewenste naam te zoeken.Als de naam of het telefoonnummer is opgeslagen in het geheugen van de SIM-kaart, wordt rechtsboven in het display weergegeven. Is de naam of het telefoonnummer opgeslagen in het interne geheugen van de telefoon, dan wordt weergegeven.SNEL ZOEKEN: druk vanuit de standby-modus op en toets de eerste letter van de naam in.
Druk op of om naar de gewenste naam te zoeken.U kunt ook de volgende opties gebruiken:•Met Dienstnummers kunt u bellen naar de dienstnummers van uw serviceprovider als deze op de SIM-kaart zijn opgeslagen (netwerkdienst).•Met Info-nummers kunt u bellen naar de informatienummers van uw serviceprovider als deze op de SIM-kaart zijn opgeslagen (netwerkdienst).
Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved. 42•Met Contact toev. kunt u namen en telefoonnummers opslaan in het telefoonboek. • Met Verwijderen kunt u namen en telefoonnummers een voor een of alle tegelijk uit het telefoonboek verwijderen. •Met Bewerken kunt u de namen en nummers in Contacten bewerken.•Met Kopiëren kunt u namen en telefoonnummers een voor een of allemaal tegelijk vanuit het geheugen van de telefoon kopiëren naar het geheugen van de SIM-kaart of vice versa.•Met Toon toewijzen kunt u de telefoon instellen op de gewenste beltoon wanneer u een oproep van een bepaald telefoonnummer ontvangt. Selecteer het gewenste telefoonnummer of de gewenste naam en druk op Toewijz.. Deze functie werkt alleen wanneer zowel het netwerk als de telefoon de identiteit van de beller kunnen identificeren en verzenden.
• Met Tel.nr zenden kunt u iemands contactgegevens als OTA-bericht (over-the-air) verzenden indien deze functie door het netwerk wordt ondersteund.Instellingen voor ContactenDruk vanuit de standby-modus op Menu en selecteer achtereenvolgens Contacten en Instellingen. Selecteer vervolgens•Actief geheugen: om aan te geven of de namen en telefoonnummers moeten worden opgeslagen in de Telefoon of de SIM-kaart. Wanneer u van SIM-kaart verandert, wordt automatisch het SIM-kaart-geheugen geselecteerd.
43Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved.•Weergave Contacten: hiermee geeft u aan hoe de namen en telefoonnummers worden weergegeven, hetzij als Naam & nr (één naam en nummer per keer), hetzij als Contactenlijst (drie namen per keer).•Geheugenstatus: hiermee kunt u bekijken hoeveel namen en telefoonnummers momenteel in elk telefoonboek zijn opgeslagen en hoeveel namen en telefoonnummers nog kunnen worden opgeslagen.■Oproep-info (menu 3)Uw telefoon registreert gemiste, ontvangen en uitgaande oproepen, evenals de lengte en kosten van uw gesprekken.
U kunt ook de instellingen van een prepaid SIM-kaart bekijken en aanpassen (netwerkdienst).Als de telefoon ingeschakeld is en zich binnen het bereik van de netwerkdienst bevindt (en als het netwerk deze functie ondersteunt), worden gemiste en ontvangen oproepen geregistreerd.Laatste oproepenWanneer u op Opties drukt in het menu Gemiste oproepen, Ontvangen oproepen of Laatst gekozen nummers, kunt u het tijdstip van de oproep weergeven, het geregistreerde telefoonnummer wijzigen, weergeven of kiezen, het nummer toevoegen aan Contacten of het nummer verwijderen uit de lijst. U kunt ook een tekstbericht verzenden (SMS zenden).
Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved. 44Gesprekstellers en kostentellersOpmerking: De gespreksduur die door de netwerkexploitant in rekening wordt gebracht voor oproepen en diensten, kan variëren afhankelijk van de netwerkfuncties, afrondingen, belastingen, enzovoort.•Gespreksduur tonen: toont de geschatte duur van uw uitgaande en inkomende oproepen. U kunt deze tellers ook op nul zetten met de functie Timers op nul zetten.•Gesprekskosten: hiermee kunt u de kosten (bij benadering) van uw laatste gesprek of alle gesprekken weergegeven, uitgedrukt in eenheden zoals ingesteld met de functie Kosten tonen in •Instellingen gespreks kosten: met Kostenlimiet kunt u de gesprekskosten beperken tot het gewenste aantal kosteneenheden of valutaeenheden (netwerkdienst).
Met Kosten tonen in kunt u aangeven in welke kosteneenheid de resterende gesprekstijd wordt weergegeven (informeer bij uw serviceprovider naar de tarieven).•Prepaid-krediet: bij gebruik van een prepaid SIM-kaart kunt u alleen bellen wanneer de SIM-kaart voldoende saldo bevat (netwerkdienst). Opties: Weergave kredietinfo (resterende eenheden weergeven of verbergen in de standby-modus), Krediet beschikbaar (aantal resterende eenheden), Kosten laatste oproep en Status krediet.Opmerking: Als er geen kosteneenheden of valutaeenheden meer resteren, kunt u soms wel bellen naar het geprogrammeerde alarmnummer (bijvoorbeeld 112 of een ander officieel alarmnummer).
45Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved.■Tonen (menu 4)In dit menu kunt u de instellingen van het geselecteerde profiel wijzigen en kunt u zelf beltonen samenstellen. Zie Profielen (menu 5) op pagina 46.•Type beltoon: stelt de toon in die u hoort bij ontvangst van een oproep.•Beltoonvolume: stelt het volume in voor de beltonen en waarschuwingstonen.•Oproepsignaal: bepaalt hoe u wordt gewaarschuwd bij inkomende spraakoproepen.
Wanneer bijvoorbeeld Stil wordt geselecteerd, genereert de telefoon geen geluid bij ontvangst van een oproep en wordt weergegeven in de standby-modus.•Berichtensignaaltoon: stelt de toon in die u hoort bij ontvangst van een tekstbericht.•Toetsenvolume: stelt het volume voor toetsenbordtonen in.•Waarschuwingstonen: stelt waarschuwingssignalen in, bijvoorbeeld wanneer de capaciteit van de batterij laag is.•Trilsignaal: stelt de telefoon in op trillen wanneer u een spraakoproep of tekstbericht ontvangt.•Ritmisch knipperlicht: hiermee stelt u in dat de achtergrondverlichting van de telefoon knippert in het ritme van de geselecteerde beltoon of waarschuwingstoon voor berichten. Het trilalarm werkt niet wanneer de telefoon is aangesloten op een lader of bureaulader.
Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved. 46■Profielen (menu 5)U kunt de telefoontonen aanpassen voor verschillende gebeurtenissen en omgevingen. Pas eerst de groepen met instellingen en profielen naar wens aan. Vervolgens hoeft u alleen maar een profiel te activeren om het te gebruiken. Een profiel activeren en de instellingen wijzigenOpen het menu Profielen, selecteer het profiel en selecteer Activeren.Als u de instellingen van het geselecteerde profiel wilt wijzigen, selecteert u Aanpassen. Selecteer: Type beltoon, Beltoonvolume, Oproepsignaal, Berichtensignaaltoon, Toetsenvolume, Waarschuwingstonen, Trilsignaal, Ritmisch knipperlicht, Screensaver of Naam wijz. (niet beschikbaar onder Normaal).
Selecteer de gewenste optie en druk op OK.U kunt ook de instellingen van het geselecteerde profiel wijzigen met Tooninstellingen (zie Tonen (menu 4) op pagina 45.Tip: Ga als volgt te werk om snel een profiel te activeren vanuit de standby-modus of tijdens een gesprek: druk kort op de toets , ga naar het gewenste profiel en druk op OK.■Instellingen (menu 6)In dit menu kunt u diverse instellingen van de telefoon aanpassen. U kunt ook enkele menu-instellingen terugzetten op hun standaardwaarden door Fabrieksinstellingen terugzetten te selecteren.
47Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved.TijdsinstellingenKlok Hiermee kunt u de klok instellen op weergave van de huidige tijd in de standby-modus, kunt u de tijd aanpassen en een keuze maken tussen de 12-uurs en 24-uurs notatie. Als u de batterij uit de telefoon hebt gehaald, moet u de tijd wellicht opnieuw instellen.Datum instellenHiermee stelt u de juiste datum in. Als u de batterij uit de telefoon hebt gehaald, moet u de datum wellicht opnieuw instellen.Datum en tijd autom. aanp. Deze netwerkdienst werkt de datum en tijd bij op basis van de huidige tijdzone. Het automatisch bijwerken van de datum en tijd heeft geen invloed op de tijd die u hebt ingesteld voor de wekker of de notities. Deze behouden de lokale tijd.
Door het bijwerken van de datum en tijd kunnen ingestelde alarmtijdstippen verlopen.Oproepinstellingen •Doorschakelen: Hiermee schakelt u inkomende oproepen door naar uw voicemailnummer of een ander telefoonnummer (netwerkdienst).Selecteer de gewenste doorschakeloptie, bijvoorbeeld Doorschakelen indien in gesprek om oproepen door te schakelen wanneer u in gesprek bent of wanneer u een oproep weigert.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Nokia 1100 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Mobiel Nokia
Handleiding Mobiel
Nieuwste handleidingen voor Mobiel