Morrison Novara 300ST Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Morrison Novara 300ST (88 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 35 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Morrison Novara 300ST of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Morrison |
| Categorie: | Grasmaaier |
| Model: | Novara 300ST |
Handleiding Morrison Novara 300ST – volledige tekst
13569160 - Morrison European Lawnmower Owner’s Manual - November ‘09ESPAÑOL ITALIANO DEUTSCH FRANÇIS NEDERLANDS ENGLISHDEZE HANDLEIDING OMVAT EEN REEKS VERSCHILLENDE MAAIERS. HET KAN ZIJN DAT SOMMIGE ONDERDELEN ERVAN NIET VOOR UW MAAIER GELDEN. BELANGRIJK: Bewaar deze instructies en het motorboekje op een veilige plaats om ze in de toekomst te kunnen raadplegen. Ze bevatten belangrijke informatie over uw maaier. VEILIGHEIDS- INSTRUCTIESLEES ALLE INSTRUCTIES VOORDAT U UW MAAIER GEBRUIKT. TRAINING1. Lees de gebruiks- en onderhoudshandleiding zorgvuldig door. Zorg dat u goed vertrouwd bent met de bedieningshendels en het juiste gebruik van de machine. Zorg dat u weet hoe u de maaier moet stopzetten en hoe de hendels snel zijn te ontkoppelen in een noodsituatie. 2. Laat deze maaier nooit gebruiken door kin-deren of mensen die niet op de hoogte zijn van deze instructies. 3.
Houd iedereen op afstand wanneer u gaat maaien, met name kleine kinderen en huis-dieren. VOORBEREIDING1. Inspecteer de plek waar de mahine gebruikt zal worden grondig en verwijder alle stenen, stokken, draden, botten en andere vreemde voorwerpen voor het maaien, want ze kunnen door het mes omhoog worden gegooid. 2. Gebruik de machine nooit wanneer u bloots-voets bent of open sandalen draagt. Draag altijd stevige schoenen en een lange broek. Het is raadzaam om een geschikte werkbril te dragen. 3. Controleer de brandstof voordat u de motor start. Rook niet terwijl u de motor van brandstof voorziet. Vul de tank niet binnenshuis, verwijder nooit de brandstofdop van de brandstoftank en voeg geen brandstof toe terwijl de motor draait of voordat u hem een paar minuten heeft laten afkoelen nadat hij heeft gedraaid. Verwijder eventuele gemorste brandstof voordat u de motor start. 4.
Zorg altijd dat u stevig staat, houd de hendel stevig vast en wandel; ren nooit. Loop nooit achteruit terwijl u het gras maait. BEDIENING1. Zet alle bedieningshendels in de vrijloop voordat u de motor start. 2. Kantel de machine niet wanneer u de motor start. 3. Start de motor voorzichtig terwijl u uw voeten ver van de messen verwijderd houd. 4. Houd uw handen of voeten nooit dichtbij of onder draaiende onderdelen. Blijf altijd weg bij het mes en de grasuitlaat. 5. Wijzig het toerental van de motor niet en laat de motor niet op te hoge snelheid draaien. Teveel snelheid is gevaarlijk en verkort de lev-ensduur van de maaier. 6. Stop de motor wanneer u een oprit, pad of grindpad moet oversteken. 7. Maai niet over zware of vaste voorwerpen heen, want het contact met het mes kan ern-stige schade veroorzaken aan de motoren en doet de garantie vervallen. 8.
Stop, nadat u een vreemd voorwerp heeft geraakt, de motor, maak de kabel los van de bougie, controleer de maaier grondig op schade en repareer de schade voordat u de maaier weer start en gebruikt. 9. Als de maaier abnormaal begint te trillen, stop dan de motor, maak de kabel los van de bougie en onderzoek onmiddellijk wat de oorzaak is. Trillen duidt in het algemeen op problemen. 10. Stop de motor altijd voordat u bij de maaier wegloopt, zelfs als dit maar even is, voordat u het motorhuis schoonmaakt en wanneer u reparatie- of inspectiewerkzaamheden verricht. 11. Zorg er bij het reinigen, repareren of inspecteren voor dat het mes en alle draaiende onderdelen gestopt zijn en dat de motor tijd heeft gehad om af te koelen. Ontkoppel de bougiekabel en houd de kabel weg bij de bougie om ongewild starten te voorkomen. 12. Laat de motor niet binnenshuis draaien.
Wees uiterst voorzichtig wanneer u op een helling van richting verandert. Maai geen zeer steile hellingen. 15. Gebruik de maaier nooit zonder de juiste, door de fabrikant meegeleverde beschermkap-pen, deflectoren of andere veiligheidsmiddelen. 16. Pak de maaier nooit vast en draag hem nooit terwijl de motor loopt. 17. Als de maaier voorzien is van een brand-stofkraan, schakel deze dan na het maaien uit en zet de gashendel op de laagste stand om de motor langzaam uit te laten draaien tot hij stopt. ONDERHOUD 1. Controleer voor gebruik het mes (de messen) en de bout(en) op slijtage en schade. Vervang versleten of beschadigde messen en bouten in paren om het evenwicht niet te verstoren. BESCHADIGDE MESSEN EN VERSLETEN BOUTEN VORMEN EEN ERNSTIG GEVAAR. 2. Zorg dat alle schroeven, bouten en moeren goed zijn vastgedraaid om te zorgen dat de maaier veilig is voor gebruik. 3.
Berg de maaier nooit op terwijl zich nog brandstof in de tank bevindt in een gebouw waar de gasdampen een open vuur of vonk kunnen bereiken. Laat de motor afkoelen alvorens hem in een afgesloten ruimte op te slaan. 4. Bewaar de brandstof in een goedgekeurde jerrycan, veilig en buiten het bereik van kinderen op een koele, goed geventileerde plaats. 5. Houd de motor vrij van gras, bladeren of teveel vet om brandgevaar te verkleinen. DE MAAIER OPBERGEN Het handvat kan ingeklapt worden om ruimte te besparen. HET HANDVAT INKLAPPEN. Ontgrendel de hendel(s) van het handvat en schuif de bovenzi-jde naar de motor toe. Ergo Shift modellen kunnen ook opgeslagen worden door het handvat naar boven te schu-iven.
14569160 - Morrison European Lawnmower Owner’s Manual - November ‘09DE MAAIER MONTERENZie de volgende onderdelen voor het voorbere-iden van de maaier voor het eerste gebruik. De beugel monteren•De motor voorbereiden•De grasopvangbak monteren•NB – in de beschrijvingen worden de linker- en rechterzijden van de maaier gezien vanuit de gebruikspositie achter de beugel. DE BEUGEL BEVESTIGEN In sommige gevallen kan de beugel geheel losgemaakt worden van het motorhuis van de maaier, terwijl het bovenste handvat nog aan de bedieningskabel van de aandrijving vastzit. Verwijder de maaier en handvaten voorzichtig samen uit de doos om schade aan de bedien-ingskabel van de aandrijving te voorkomen.
Het ‘borgschroef’ handvat monterenHet onderste handvat wordt aan de grasmaaier bevestigd met behulp van de vier bouten die zich in de handvatklemmen bevinden, twee aan elke kant, zoals aangegeven door ‘A’ in de onderstaande afbeelding. Om het onder-ste handvat aan de grasmaaier te bevestigen moeten de bouten door het onderste handvat worden gedraaid en het handvat vervolgens aan het motorhuis van de grasmaaier worden bevestigd en de moeren aan de binnenzijde van de klemmen worden vastgedraaid met behulp van een A/F dopsleutel van 13mm. Bevestig nu het bovenste handvat aan het onderste handvat. Bevestig de twee lange bouten vanaf de bin-nenkant door de openingen in het onderste handvat met de ronde koppen dicht tegen de buis. Schuif de gaten in het bovenste hand-vat over de twee lange bouten. Zorg dat het gashandvat zich aan de rechterkant bevindt.
Bevestig de plastic knop aan de buitenkant van de bout van het onderste handvat zoals hieronder weergegeven en draai hem met de hand vast tot het bovenste handvat op zijn plaats klikt. Het ‘grendel’ handvat monterenDe meeste van deze modellen zijn volledig gemonteerd wanneer ze worden verpakt, dus ze hoeven alleen uit de verpakking te worden gehaald.
Draai vervolgens het handvat naar de bedieningspositie en sluit de grendel(s). Op sommige grasmaaiers worden de grendel handvaten voor verzending omgedraaid. Om ze om te draaien moet de schroef aan het eind van de kabel worden losgedraaid met een A/F dopsleutel van 13mm en het grendel handvat naar buiten getrokken en 180 gedraaid. Draai de moer weer vast tot het handvat stevig op zijn plaats klikt en niet beweegt bij gebruik. THE ‘ERGO’ HANDLEHet ‘Ergo’ handvat kan op de gewenste hoogte worden afgesteld. Ontgrendel gewoon beide handvaten, breng het bovenste handvat op de gewenste hoogte en vergrendel hem opnieuw. Als de grasmaaier schroefsluitingen heeft, draai dan de bouten stevig met de klok mee vast om het handvat vast te zetten. Ergo ShiftSommige handvaten kunnen naar voren worden gedraaid zodat de achterste flap gemakkelijk kan worden bereikt.
Druk de voethendel naar beneden u en druk op de beugel tot u weer-stand voelt – in een bijna verticale positie v. De beugel kan teruggezet worden in de maaistand zonder de voethendel te gebruiken. DE MOTOR VOORBEREIDEN LEES DE HANDLEIDING VAN DE MOTOR-FABRIKANT DOOR EN ZORG DAT U DEZE BEGRIJPT VOORDAT U DE GRASMAAIER IN GEBRUIK NEEMT. TWEETAKTMOTOREN rvereisen geen speciale smeermaatregelen op voorwaarde dat u steeds het juiste brandstof/oliemengsel gebruikt. OLIEViertakt (cyclus) motoren worden zonder olie verscheept. Zet de maaier waterpas, schroef de olie vuldop los en giet langzaam olie in het oliereservoir. Vul met olie tot de markering “vol” op de oliepeilstok. De inhoud van de tank is ongeveer 600 ml. Gebruik SAE30 motorolie. Schroef de peilstok weer stevig op zijn plaats nadat u het oliepeil heeft gecontroleerd en voor-dat u de motor aanzet.
Controle van het oliepeil als de motor niet met een peilstok is uitgerust. DE MOTOROLIE VERVERSEN Het oliepeil van VIERTAKTMOTOREN moet na 8 uur gebruik (of dagelijks) worden gecon-troleerd en de olie moet na 50 uur gebruik worden ververst.
15569160 - Morrison European Lawnmower Owner’s Manual - November ‘09ESPAÑOL ITALIANO DEUTSCH FRANÇIS NEDERLANDS ENGLISHBRANDSTOF Zie het motorinstructieboekje voor de •brandstofverhouding van tweetaktmo-toren. Houd bij het vullen van de tank rekening met mogelijke uitzetting van de brandstof, door 5mm ongevuld te laten. MOTOR Door regelmatig een paar kleine controles uit te voeren voorkomt u defecten en gaat uw maaier langer zonder problemen mee. Voer het in de motorhandleiding beschreven periodieke onder-houd uit en controleer regelmatig of alle bouten van de motor nog goed vastzitten. NB: DE MOTORFABRIKANT IS VERANT-WOORDELIJK VOOR DE GARANTIE OP DE MOTOR, NIET MORRISON. UW GESPECIA-LISEERDE MORRISON SERVICE DEALER KAN U WEL ASSISTEREN MET ZAKEN DIE VERWIJZEN NAAR DE GARANTIE VAN DE MOTORDE MOTOR BEDIENEN MOTORBEDIENINGDeze is bevestigd bovenop de handgreep.
Hij bedient de choke, indien aanwezig (voor een koude start) en bepaalt de gekozen snelheid van de motor. Voor alle modellen geldt dat de handgreep voorwaarts gedrukt moet worden voor vol gas. Het is niet nodig de snelheid van de motor constant aan te passen terwijl u maait, want de handgreep behoudt de door u gekozen snelheid, zelfs als de grasmaaiomstandigheden veran-deren. De standen CHOKE (koude start), SNEL, LANGZAAM en STOP zijn meestal aangegeven. Indien STOP niet is aangegeven, duw dan de handgreep een stand verder dan LANGZAAM om de motor te laten stoppen. NB: Sommige modellen zijn voorzien van een Operator Presence Control (OPC) arm aan de bovenkant van de handgreep. Deze moet tegen de handgreep worden gedrukt voordat de motor wordt gestart. De motor zal onmiddellijk stoppen wanneer de arm wordt losgelaten. Sommige bedieningselementen hebben sym-bolen in plaats van woorden.
Als uw motorbediening niet de aanduiding CHOKE of het choke symbool heeft , dan heeft u een Pulsa Prime motor. (zie “DE MO-TOR STARTEN, MODELLEN MET EEN HAND-MATIGE START”). MOTORKABEL. Deze MOET altijd correct zijn afgesteld om de motor gemakkelijk te kunnen starten en veilig stop te zetten. Als een koude motor moeilijk start, moet u de huls op de klem van de regelkabel aan de motorzijde bijstel-len. Raadpleeg uw motorinstructieboekje voor een gedetailleerde beschrijving. Stel de motor uitsluitend af met het handvat in de normale bedieningsstand. Controleer na het afstellen of de gashendel in de uiterste stand van de regelhefboom volledig is gesloten en of de ontstekingsonderbreker wordt geactiveerd in de andere stand. STARTEN Controleer of de motor goed is voorbereid (zie boven) en dat de brandstofkraan (indien aanwezig) naar de “ON” stand is gedraaid.
We raden u aan om iedere keer voordat u gaat maaien het oliepeil te controleren. MODELLEN MET EEN HANDMATIGE START. Als de motor niet recentelijk heeft gedraaid, zet u de bedieningsknop in de “CHOKE” stand. Voor Pulse Prima motoren (waarbij geen “CHOKE” stand is aangegeven op de bedieningsknop) drukt u drie keer krachtig op de ontstekingsknop aan de zijkant van de motor naast de carbura-teur, zie de handleiding van de motorfabrikant (doe dit ook als u de tank net heeft gevuld nadat de tank leeg was). Ga aan de rechterkant van de maaier staan, zet uw voet op de maaier en trek langzaam aan het startkoord tot u weer-stand voelt en trek dan krachtig om terugslag te voorkomen. Herhaal dit tot de motor start. Trek niet met een harde ruk aan het koord, voordat het koord volledig is opgerold. Als de motor is gestart en op temperatuur is gekomen, duwt u de bedieningshandgreep in de gewenste stand.
Indien de motor niet start doordat hij is “verzopen” duw de handgreep dan naar de “LANGZAAM” stand en trek zes keer aan het startkoord om het teveel aan olie kwijt te raken.
MOTOREN MET ELEKTRISCHE ONTSTEKING. Volg de procedure voor modellen met een hand-matige start, maar denk eraan om de choke niet te gebruiken wanneer de motor warm is. Ga, in plaats van aan het startkoord te trekken, bij de beugel staan en draai de sleutel geheel met de klok mee. Als de motor start, laat u de sleutel los en springt deze terug in de oorspronkelijke stand. Laat de starter niet gedurende lange periodes in bedrijf zijn om de accu niet uit te modellenPETROL VAPOUR IS HIGHLY FLAMMABLEAND ExPLOSIVE. HANDLE WITH ExTREMECARE. STORE IN AN APPROVED CONTAIN-ER. DO NOT FILL TANK WHEN ENGINE IS WARNINGBENZINEDAMPEN ZIJN ZEER ONTVLAM-BAAR EN ExPLOSIEF. GA ER UITERMATE VOORZICHTIG MEE OM. SLA DE BRAND-STOF OP IN EEN DAARVOOR BESTEMDE JERRYCAN. VUL DE TANK NOOIT WAN-NEER DE MOTOR NOG DRAAIT OF NOG TE HEET IS. HOUD GEEN OPEN VUUR, BRANDENDE LUCIFERS OF SIGARETTEN DICHTBIJ.
VUL DE TANK BUITEN IN DE OPEN LUCHT. VEEG GEMORSTE BEN-ZINE GOED AF EN HOUD DE MAAIER OP AFSTAND VAN BEZINEDAMPEN VOORDAT U DE MOTOR START. WAARSCHUWING. CAUTIONLET OPAls er een blauwe plug onder de benzinedop zit moet deze worden verwijderd. Hij is alleen aangebracht voor transportdoeleinden. LET OPGEBRUIK ALTIJD SCHONE NIEUWE BRANDSTOF, bij voorkeur loodvrij en met een octaangehalte van minimaal 91. Viertakt motoren gebruiken pure benzine. Tweetakt motoren MOETEN een benzine/oliemengsel gebruiken. Zie het motorinstructieboekje voor details. Meng altijd de tweetakt brandstof goed door elkaar door olie en benzine in een schone jerrycan te schudden voordat u de tank van de motor vult. Gebruik ALLEEN TWEETAKT OLIE voor het mengsel. Wij on-traden het gebruik van multi-viscose olie en/of kant-en-klare mengsels. Als er een blauwe plug onder de benzinedop zit moet deze worden verwijderd.
Alwaysdisconnect the spark plug wire and make sure itcannot accidentally contact the spark plug beforeWARNINGZorg, voordat u uw maaier opnieuw afstelt, dat de motor uit is en dat het mes volledig STILSTAAT. Ont-koppel altijd de bougiekabel en controleer of hij niet per ongeluk een ontstekingsvonk kan veroorzaken voordat u onderdelen onder het motorhuis aanraakt. WAARSCHUWING LAAT DE MOTOR NOOIT BINNENSHUIS OF IN EEN SLECHT GEVENTILEERDE RUIMTE DRAAIEN. DE UITLAATGASSEN BEVATTEN KOOLMONOxIDE, EEN REUKLOOS EN DODELI-JK GAS. HOUD UW HANDEN, VOETEN, HAAR EN LOSHANGENDE KLEDINGSTUKKEN VER VERWIJDERD VAN BEWEGENDE DELEN. WAARSCHUWING.
16569160 - Morrison European Lawnmower Owner’s Manual - November ‘09putten. Voor een langere levensduur van uw starter moet hij niet langer dan 15 seconden per volle minuut worden gebruikt. Als de accu leeg is en de starter niet werkt, dan kunt u de maaier handmatig starten zoals eerder beschreven. U moet ten minste 20 minuten onafgebroken maaien om de accu op te laden. Wanneer de motor start en een korte periode is opgewarmd, stel dan de juiste snelheid in. Indien de motor niet start omdat hij verzopen is, stel dan in op LANGZAAM en trek zes keer aan het startkoord om de overtollige brandstof kwijt te raken. ACCU De accu van grasmaaiers met elektrische ontsteking wordt tijdens het maaien automatisch door de motor bijgeladen, zodat hij verder geen speciale aandacht vereist.
Gebruik voor extra bijladen uitsluitend een lader die een gestabi-liseerde en constante spanning (maximaal 15 volt) en een maximale stroom van 3 ampère levert. Een volledige laadcyclus neemt drie uur in beslag met een lader van 3 ampère of een volledige nacht met de gebruikelijke ‘druppel-lader’. Als uw grasmaaier niet regelmatig wordt gebruikt, raden wij u aan de accu ongeveer eenmaal per maand bij te laden. STOPPEN Zet de bedieningshandgreep in de stop stand. BEDIENING Om de aandrijving van de grasmaaier in te schakelen, duwt u gewoon de bedieningsbeugel tegen de handgreep. Door de druk op de beugel te verminderen schakelt u het aandrijfmecha-nisme uit. Uiteraard kunt u de grasmaaier ook als duwmodel gebruiken door de handgreep op de normale manier te hanteren. AANPASSING VAN DE AANDRIJFKABELDraai het regelwiel tegen de klok in om de druk van de hendel te verhogen.
OPERATOR PRESENCE CONTROL (OPC) ARMDit is een veiligheidsvoorziening waarmee de motor snel kan worden stopgezet als de gebruiker het handvat loslaat. Om de motor te starten trekt u de arm naar achteren en houdt u hem tegen de beugel.
MODELLEN MET VARIABELE SNELHEIDSommige modellen zijn voorzien van een extra schakelaar aan de zijkant van het handvat om de rijsnelheid van de maaier te veranderen zonder de snelheid van de motor te wijzigen. Deze schakelaar kan in acht standen worden gezet. Duw de hendel naar voren om de rijsnel-heid te verhogen en naar achteren om lang-zamer te gaan. DEZE HENDEL MAG ALLEEN WORDEN BEWOGEN WANNEER DE MOTOR DRAAIT. [Als hij per ongeluk achteruit wordt gezet terwijl de motor in de vrijloop draait zal de aandrijfriem slap worden en gaan slippen. Duw, om weer wrijving te krijgen, de hendel naar voren in de vrijloop terwijl de motor draait. ]De snelheid kan worden veranderd ongeacht of de maaier in beweging is of niet. DE GRASOPVANGBAK MONTAGE VAN DE GRASOPVANGBAKEr zijn drie soorten opvangbakken:A. GrasopvangzakB. Kunststof grasopvangbakC.
Aero Catcher (bovendelen van kunst stof met stoffen zijpanelen)A. OPVANGZAKSchuif de zak over het draadframe. Schuif 1. de kunststof clip onder de dwarsstang van het frame (waarvan een handvat wordt gevormd) en haak de klem op de dwar-sstang. Het kan zijn dat u een schroeven-draaier nodig heeft om het ene uiteinde van de klem te openen om het over het draadframe heen te trekken. Schuif de zij- en voorclips in het frame en 2. haak ze op dezelfde manier aan het draad. Bevestig het metalen voorstukje aan de 3. opvangzak door het met bouten aan de plaat aan de onderkant van het frame te bevestigen. Het onderste paneel van de opvangzak moet tussen de plaat en het voorstukje worden ingepast, zoals afgebeeld. Draai de schroeven vanaf de bovenkant vast met de schroeven onder het voorstukje en draai ze stevig vast. TIPS VOOR GEMAKKELIJK STARTEN Zet de maaier op een verharde oprit of een 1.
verhard pad waarbij het mes het gras niet raakt. Als u op het gazon moet starten, ga dan naar een reeds gemaaid deel en/of verhoog de maaihoogte. Start de maaier niet op grint. Start een warme motor in de LANGZAAM 2. stand.
Use in a well ventilat-ed area as explosive gases can be vented dur-ing charge or discharge. Do not make direct con-tact between the terminals as this will create. WARNINGAccu’s bevatten bijtende vloeistoffen en giftige bestand-delen en dienen met de nodige voorzichtigheid te worden behandeld. Houd ze altijd buiten het bereik van kinderen. Demonteer ze niet, gooi ze niet in het vuur en voorkom door-boring, vervorming en verbranding. Gebruik ze uitsluitend in goed verlichte ruimtes, aangezien bij laden of ontladen explosieve gassen kunnen vrijkomen. Vermijd direct contact tussen de twee klemmen om overdadige hitte en mogelijke brand te voorkomen. WAARSCHUWING SP armCAUTIONAdjust only to provide positive drive. Excesspressure will cause cable and belt stretch. LET OPPas de aandrijfkabel enkel in positieve zin aan. Te strak aanspannen kan resulteren in een uitgerekte kabel en riem.
17569160 - Morrison European Lawnmower Owner’s Manual - November ‘09ESPAÑOL ITALIANO DEUTSCH FRANÇIS NEDERLANDS ENGLISHB. OPVANGBAK VAN KUNSTSTOFEr zijn twee soorten. Bij de ene is het bovenste deksel en handvat reeds op de bovenkant van de opvangbak bevestigd terwijl deze onderdelen bij de andere nog moeten worden gemonteerd. Als bij uw opvangbak deze onderdelen al zijn gemonteerd, begin dan bij stap 4. Plaats de bovenkap (A) op een stevige 1. vlakke ondergrond met het gaas naar boven. Til de achterkant op terwijl u de bovenkap 2. vasthoudt (B) met de holle kant tegenover het gaas en maak de voorste clips met de haken vast. Draai de achterkant van het deksel naar beneden terwijl u ze vast blijft houden en druk het naar beneden tot het draad op het deksel in de openingen in de bak haakt. 3. Zoek de “F” op het handvat en zorg 3. dat deze zich naast de “F” op de bak bev-indt.
Bevestig het handvat door het stevig in de vierkante openingen in de bovenkant van het deksel te drukken. Draai de bak om, om te controleren of het draadframe op het handvat geheel vastzit en druk de uitsteeksels op het omhulsel terug op hun plaats om het handvat vast te makenZet de bovenkap op een stevige werkbank 4. met de open kant naar boven. Gebruik geen tafel die door krassen kan worden beschadigd. Zet de onderkap omgekeerd op de 5. bovenkap en zorg er goed voor dat de twee delen precies op één lijn zijn en dat de draadclips op één lijn zijn met de bijbehorende sleuven en druk de achterste handvaten samen. Terwijl u de opvangbak omgekeerd 6. houdt, beweegt u de bak zodanig dat het voorstukje en het achterste handvat door de hoek van de werkbank wordt gesteund (zie diagram) en de bak vastzit tussen uw lichaam en de werkbank. Sla met de vlakke hand op de bovenkap 7.
bovenop het deel dat door de werkbank wordt ondersteund. Nu moet u horen dat het draad in de sleuf klikt – als dat niet zo is, controleer dan of het wel op één lijn zit en sla nogmaals, iets harder.
Terwijl u van links naar rechts werkt en 8. beginnend bij het achterste handvat, draait u rond de bak, en maakt u alle clips vast terwijl de clip door de rand van de werk-bank ondersteund wordt. Controleer ten slotte zorgvuldig of alle clips 9. goed vastzitten. C. AERO CATCHERTerwijl u de kunststof bovenkap onderste-1. boven houdt, voert u de twee uiteinden van het draadframe eerst door de linker en re-chter lus op de onderkant van de opvang-bak, en daarna in de betreffende ankero-peningen. Dan zwenkt u het frame omlaag, zodat het tegen de bovenkap aanligt. 2. Monteer beide frameschroeven (de 2. schroeven die het dichtst bij de bovenkap zitten) en draai ze goed vast. De aangegoten haak aan de voorkant van 3. het onderpaneel van de opvangbak kan nu op het horizontale deel van het draadframe worden geklemd. Zwenk het onderpaneel op zijn plaats, 4.
waarbij u tegelijkertijd de verbindingsstrip in de sleuf op de kunststof bovenkap duwt. Begin in het midden van de strip en werk van daaruit naar buiten toe, totdat de hele strip vast zit. De sleuven in de strip moeten op een lijn liggen met de nokjes in de sleuf. Trek de stof van de opvangbak aan om te voorkomen dat de strip uit de sleuf kan schuiven. Monteer de twee resterende schroeven op 5. het draadframe. DE OPVANGBAK PLAATSEN Ga aan de rechterkant van de grasmaaier staan en til de greep van de veiligheidskap of de Smart Chute met uw rechterhand op, totdat deze ongeveer evenwijdig is met het handvat. Breng de grasopvangbak met de linkerhand op zijn plaats aan de achterzijde van de gras-maaier.
18569160 - Morrison European Lawnmower Owner’s Manual - November ‘09LEDIGENVerwijder het gras uit de opvangbak door deze verticaal te houden. De bak is voor dat doel van een speciale greep voorzien, en de stoffen opvangbak neemt u bij de achterzijde van het stalen frame vast. Schud de bak indien nodig om deze helemaal leeg te maken. GRASOPVANGBAK - NIVEAU-INDICATOR Sommige grasopvangbakken zijn voorzien van een niveau-indicator die aangeeft hoeveel gras de bak bevat. De indicator functioneert allen als de motor in een versnelling staat om het gras te maaien. Wanneer de opvangbak leeg is, is de indicator helemaal groen. Naarmate de bak meer wordt gevuld, verschijnt een rode zone die steeds toeneemt. Als de opvangbak overvol is, veroorzaakt dit een verstopping van de uitlaatopening of een kleine “lekkage” vooraan aan de opvangbak.
Door ervaring met het type gras dat u maait en de maaiomstandigheden leert u snel op welk punt in de rode zone u het best de opvangbak leeg kunt maken. Spoel de opvangbak grondig uit na elk gebruik, zodat de indicator optimaal blijft functioneren. ONDERHOUD VAN DE GRASOPVANGBAKSTOFFEN OPVANGBAKKEN. Bij deze opvangbak-ken moet, voor een efficiënte opvang van het gemaaide gras, de lucht vrij door de stoffen zak kunnen stromen. Was de zak zonodig om het gaas opnieuw vrij te maken. Leg een stoffen zak niet in de zon als deze niet wordt gebruikt. De zak kan probleemloos nat worden opgeborgen, maar een lange blootstelling aan rechtstreeks zonlicht leidt tot voortijdige verwering van het materiaal. Laat gedurende langere perioden geen gemaaid gras in de opvangbak achter. GEGOTEN KUNSTSTOF OPVANGBAKKEN.
Ook bij deze opvangbakken is een vrije luchtstroom noodzakelijk om het gras efficiënt op te vangen. Houd het gaas voor de luchtuitlaat vrij door dit regelmatig met de tuinslang af te spoelen. Laat geen gemaaid gras in de opvangbak achter.
MAAIHOOGTEREGELINGDe maaihoogteregeling vindt plaats op één punt en wordt voor alle vier wielen tegelijkertijd ingesteld. Om de hoogte in te stellen pakt u de grasmaaier vast met één hand en trekt u met de andere hand de hendel naar buiten en zet deze in de gewenste stand. MAAIACCESSOIRESVoor maaien zonder opvangbak is een gasde-flector bij uw dealer verkrijgbaar. Overbodig voor modellen met ‘Smart Chute’. MAAIADVIESDe beste tijd om te maaien is in de voormiddag. Tegen die tijd heeft het gras de kans gehad om te drogen en wordt het pas gemaaide, kwetsbare gras niet rechtstreeks aan de zon blootgesteld. Met het oog op een gezonde groei mag het gras niet te kort worden gemaaid. Gebruik van de laagste stand kan leiden tot vernietiging van de grasmat, waardoor onkruid de kans krijgt zich te ontwikkelen.
Breng variatie aan in uw maaipatroon door de ene week uw gazon in noord-zuid richting te maaien en de andere week van oost naar west. Dit voorkomt het pletten en verkorrelen van het gras. Houd voor de beste resultaten het maaimes altijd scherp. Een bot mes heeft de neiging het gras uit de grond te trekken in plaats van het te snijden. Bij het maaien van erg lang gras werkt maaien op een hoge opstelling van de maaier, gevolgd door maaien op een lagere afstelling (bij voorkeur ongeveer een dag later) tijdbes-parend. Probeert niet te veel gras tegelijkertijd te maaien. Dit kan een buitensporige belasting van de motor veroorzaken en bovendien ten koste gaan van het mulchingresultaat. Maai tijdens het mulchen niet op de laagste twee of drie standen. Om de beste resultaten bij het mulchen te verkrijgen maait u slechts het bovenste 1/3 deel (of minder) van het gras.
Lager maaien heeft een nadelig effect op het mulching-resultaat. Bij het keren van de grasmaaier aan het eind van een strook kan er tijdens het mulchen sprake zijn van gras dat niet is gemulcht.
Tijdens het keren wordt de grasmaaier op een natuurli-jke wijze iets gekanteld, zodat de luchtstroom die het gras in positie houdt voor het nogmaals snijden gedurende korte tijd afneemt. Nadat u klaar bent met het maaien van het gazon kunt u dan alleen de bochten maaien, zodat het ge-maaide gras dat daar ligt niet meer zichtbaar is. Verwijder regelmatig eventueel aangekoekt gras uit de maaikamer. Zo blijft het maairesultaat optimaal, vooral tijdens het mulchen. Vermijd het maaien wanneer het gras nat is. Nat gras heeft de neiging aan elkaar te klitten en belemmert het mulchen. Als het gemaaide gras niet wordt opgevangen, maai dan in een patroon waarbij het gemaaide gras op eerdere gemaaide banen terechtkomt. Dus als de maaier het gras aan de linkerzijde uitwerpt, zorgt dan dat de volgende baan aan de rechterzijde van de voorgaande baan komt en andersom.
Als de grasmaaier vaak zonder grasopvangbak wordt gebruikt, zult u merken dat een acces-soire (de ‘chute’, voor de meeste modellen ver-krijgbaar bij uw dealer) een geschikt hulpmiddel is om het gemaaide gras beter te verspreiden. Gebruik de linkerkant van de maaier wanneer er dichtbij obstakels zoals bomen of vlak langs de grond van het grasveld (waar geen ondergrond voor de wielen is) moet worden gemaaid. Op deze manier hangen de messen dan op een ef-ficiënte manier over, zodat op moeilijke plaatsen toch kan worden gemaaid. MAAIADVIES—‘Smart Chute’Met de ‘Smart Chute’ kunt u maaien of mulchen zonder opvangbak. Open gewoon de ‘deur’ aan de linkeronderzijde van de ‘Smart Chute’ zodat het gras veilig en netjes aan de linkerzijde van de machine wordt gedeponeerd. Voor nat, zwaar of erg lang gras stelt u de maaihoogte in op stand 4 of hoger om aankoeken van het ge-maaide gras te voorkomen.
DO NOT REMOVE THEGRASS DEFLECTOR OR HOLD THE SAFETYFLAP UP WHILE MOWING. UITVOEROPENINGEN MOETEN TE ALLEN TIJDE WORDEN AFGEDEKT. VERWIJDER DE GRASDEFLECTOR NIET EN HOUD DE VEILIG-HEIDSKAP NOOIT OPEN TIJDENS HET MAAIENWAARSCHUWING SMART CHUTEOPENSMART CHUTE CLOSEDON CATCHERSMART CHUTE GESLOTEN SMART CHUTE OPEN.
19569160 - Morrison European Lawnmower Owner’s Manual - November ‘09ESPAÑOL ITALIANO DEUTSCH FRANÇIS NEDERLANDS ENGLISH AANBRENGEN VAN HET MULCHBLOK Zet de motor uit. 1. Zorg dat de grasuitlaat en de onderzijde 2. van de grasmaaier schoon zijn. Zie NA HET MAAIEN. Til de veiligheidskap op, neem het 3. mulchblok bij de handgreep en plaats het hoekige deel in de grasuitlaat aan de rech-terzijde van de grasmaaier. Let er bij grasmaaiers met een open achter-kant op dat de achterzijde van het blok op de achteras rust alvorens de kap te sluiten. Zorg er bij het plaatsen van het blok op een grasmaaier met een grasuitlaat voor dat de nok aan de linkerzijde ervan in de sleuf onderaan de zijkant van de uitlaat wordt geschoven alvorens de kap te sluiten. Raadpleeg voor tips over mulchen het gedeelte ‘Maaiadvies’.
MAAIERS MET HAKSELAARAls u de hakseltrechter gebruikt, plaats de gr-asmaaier dan op een vlakke ondergrond. Denk eraan dat het gehakselde materiaal sporen in de bodem achterlaat. Breng de opvangbak aan alvorens de grasmaaier in te schakelen en stel de maaihoogte in op de laagste stand. Con-troleer of de hakselinvoertrechter vrij is en of de invoerkap goed functioneert. Takken tot 35 mm kunnen met de hakseltrechter worden gehakseld. Voer alleen vers, groen hout in. GEEN hard of gedroogd hout versnipperen. Hard en/of droog houdt kan als gevolg van buit-ensporige belasting onherstelbare schade aan de machine veroorzaken. Controleer of er geen spijkers of vreemde voorwerpen tussen het te verkleinen materiaal zitten. Voer het materiaal voorzichtig in de invoertrech-ter. Draag stevige handschoenen, schoeisel en bescherm uw oren en ogen.
Maak de opvangbak regelmatig leeg om ophoping van versnipperd materiaal in de motorbehuizing te voorkomen. Ruim het afval rond de machine regelmatig op om de afkoeling niet te belemme-ren en de kans op brand te voorkomen. Stop de motor alvorens de opvangbak te verwijderen. NA HET MAAIEN REINIGEN MODELLEN MET EEN CYCLOWASH-AANSLUITING.
Stop de motor en verwijder de grasopvangbak. Sluit een tuinslang aan op de cyclowash-aanslu-iting en start de motor. Spoel gedurende twee tot drie minuten met een krachtige waterstraal. Stop de motor en verwijder de grasopvangbak. Spoel de grasopvangbak uit. MODELLEN ZONDER EEN CYCLOWASH-AANSLUITING. Stop de motor en verwijder de grasopvang-bak. Start de motor. Blijf op ruime afstand van de maaidelen en sluit een tuinslang op het sproeistuk aan. Spoel gedurende twee tot drie minuten met een krachtige waterstraal. Spoel de grasopvangbak uit. MODELLEN ZONDER EEN CYCLOWASH-AANSLUITING. Stop de motor en maak de bougiekabel los zodra het mes volledig tot stil-stand is gekomen. Verwijder de grasopvangbak en kantel de maaier volgens de voorschriften in het onderhoudsgedeelte van het instructie-boekje (bougie aan de bovenzijde). Spoel de onderzijde van de grasmaaier met een tuinslang schoon.
Spoel de grasopvangbak uit. MESSEN BESCHADIGDE MESSEN EN VERSLETEN BOUTEN VORMEN ERNSTIGE RISICO’S. Controleer regelmatig of de bevestigingsbouten van het mes goed vastzitten. Controleer regelmatig de toestand van de bouten, vooral als de grasmaaier een vreemd voorwerp heeft geraakt of als deze trilt. Als geen aandacht aan het mes wordt besteed, heeft dit een onvoldoende maairesultaat tot gevolg. Uw erkende dealer zal het mes graag voor slijpen of vervangen, of als u dat wilt, de onderdelen leveren zodat u het zelf kunt doen. ONDERHOUD VAN DE MESSEN. DE STANG EN DE CIRKELMESSEN. Verwijder de bougiekabel en houd deze 1. zo ver weg dat er geen vonken kunnen overspringen. Kantel de maaier volgens de voorschriften 2. in het onderhoudsgedeelte van het instruc-tieboekje. Houd daarbij de bougie aan de bovenzijde. STANGMESSEN Verwijder de centrale 3. bout en de pakkingring.
Verwijder het tussenplaatje en daarna het 4. mes. Slijp en balanceer het oude mes of monteer een nieuw mes. Monteer alles terug in de omgekeerde volgorde.
Let er daarbij op dat het tussenplaatje weer op de juiste plaats komt. QUICK CUT-MES/QUADCUT®-MES. Volg de stappen 1 en 2 zoals hierboven aange-geven. De snijpunten kunnen worden verwijderd en vervangen door de meshouder van de maai-er te verwijderen. Let op de volgorde waarin de onderdelen worden gedemonteerd. Let er bij het opnieuw monteren van de meshouder op dat de sleuven op de juiste plaats zitten en vervang de montagebouten als deze slijtage verschijnselen vertonen. Quick Cut-mesCyclowash-aansluitingWARNINGNever use the ‘Smart Chute’ on the catcher withits door open. This could cause damage or injuryto property or bystanders. Gebruik de ‘Smart Chute’ op de opvangbak nooit met geopende deur om beschadiging van eigendommen of persoonlijk letsel te voorkomen. WAARSCHUWING Blijf bij gebruik van de hakseltrechter met uw voeten uit de buurt de machine.
20569160 - Morrison European Lawnmower Owner’s Manual - November ‘09Quadcut®-mesHAKSELMES. Volg de aanwijzingen op deze bladzijde 1. voor de verwijdering van het staaf- of schijfmes. Nadat de meshouder van de krukas is ver-2. wijderd plaatst u deze in een bankschroef om het hakselmes te verwijderen. Slijp en balanceer het oude mes of mon-3. teer een nieuw mes. Controleer tegelijk-ertijd het maaimes. Monteer alles terug in de omgekeerde 4. volgorde en lijn de spie af op de uitsparing in het mes en de mesaandrijving. BLADE REPLACEMENT TORQUE SETTINGS:-Middenbout van het mes 45 - 50 Nm (33 - 37 ft. lb)Vier bouten hakselmes 9 - 11 Nm (6. 6 - 8 ft. lb)Bout snijpunten 20 - 25 Nm (15 - 18 ft. lb)ONDERHOUD VAN DE MOTOR Raadpleeg het instructieboekje van de mo-tor voor de onderhoudsaanwijzingen van de fabrikant. DE MOTOROLIE VERVERSEN.
Hoewel de meeste motoren zijn voorzien van een aftapopening aan de onderzijde, is het gemakkelijker om de oliepeilstok te verwijderen en de maaier te kantelen. Vang de afgewerkte olie op in een daarvoor geschikte opvangbak, bijvoorbeeld een roomijsbak. ONTSTEKING. Uw motor is voorzien van een niet uit elkaar te halen solide ontstekingsmechanisme dat geen onderhoud behoeft, afgezien van het af en toe controleren van de bougies. Wij adviseren de bougies steeds na 50 gebruiksuren te reinigen en af te stellen en ze steeds na 100 gebruik-suren te vervangen (zie motorinstructieboekje). LUCHTFILTER. Een schoon filterpatroon, indien correct gemon-teerd, is ESSENTIEEL voor een lange levensd-uur van de motor. Reinig het filter steeds na 25 gebruiksuren (onder moeilijke omstandigheden zelfs vaker) volgens de aanwijzingen in het motorinstructieboekje. DEMPER.
Een verroeste of beschadigde demper kan gelu-idsoverlast veroorzaken. Controleer de demper regelmatig en vervang deze uitsluitend door een originele vervangingsdemper. ONDERHOUD VAN DE AANDRIJVING ROTAROLA. Telkens na 25 uur-Verwijder de bouten van het riemhuis en smeer de ketting.
Telkens na 100 uur – Verwijder het buitenste riemhuis en ontkoppel de buitenste ketting van de verbindingsschakel, trek het kettingwiel bovenaan uit het binnenste riemhuis. Verwijder het binnenste riemhuis en smeer de ketting. ANDERE MODELLEN MET ZELFAANDRIJVING. Telkens na 100 uur - Verwijder elk achterwiel door de wieldop te verwijderen en de 8mm ny-loc-moer en de pakkingring los te halen, waarbij u het wiel op de as laat. Verwijder de veerring zonder deze te veruit te rekken en verwijder de pakkingring en het tandwiel. Smeer de pal y, de tandwielopening z, en het wielstel {. TLet bij het opnieuw monteren op de exacte monta-gevolgorde en plaats de tandwielen niet aan de tegenovergestelde kant van de grasmaaier. VERSNELLINGSBAK. De versnellingsbak van deze modellen is hele-maal dicht en vereist geen onderhoud. Houd wel buitenkant schoon. RIEMAFSTELLING MODELLEN MET ÉÉN SNELHEID.
(Behalve zelfaangedreven modellen met hakselaar & Rotorola)Kantel de grasmaaier met de bougie aan de bovenzijde om toegang te krijgen tot de versnel-lingsbak. Gebruik twee 10mm AF sleutels, en draai de schroef die de beugel van de versnel-lingsbak op zijn plaats houdt net voldoende los zodat de versnellingsbak op zijn as kan draaien. Draai de versnellingsbak totdat spanning van de aandrijfriem goed is en zet de versnellingsbak in de nieuwe positie door de beugel en de schroef weer stevig vast te draaien. ZELFAANGEDREVEN MODELLEN MET HAK-SELAAR EN ROTOROLA Deze zijn voorzien van een spanrol. Om deze in te stellen draai de klemschroef of -moer waarmee de V-vormige spanrolhouder is beves-tigd los en schuif de houder in het chassis. Draai de schroef of de moer weer vast als de juiste spanning is bereikt. MODELLEN MET VARIABELE SNELHEID.
Kantel de motor NIET zoals hierboven bes-chreven voor de modellen met één snelheid. Modellen met variabele snelheid zijn voorzien van een stelschroef op de kabel die van de snelheidsregeling naar het aandrijfmecha-nisme loopt.
Deze stelschroef hoeft alleen te worden aangepast als de slag van de snelhe-idsregelingshendel niet overeenkomt met het volledige bereik van de beschikbare rijsnel-heden. De stelschroef bestaat uit drie onderdelen, twee eindaansluitingen, die zijn bevestigd aan de onderste en bovenste buitenkabels, en een centraal deel dat d. m. v. rechtse en linkse draden op de eindaansluitingen is aangesloten. Houdt de eindaansluitingen stil, draai het centrale deel zodat de einden uit elkaar worden geduwd, waardoor de snelheid verhoogt. Door de eindaansluitingen dichter bij elkaar te brengen wordt de snelheid lager. Met behulp van deze in-stelling kan een te lage riemspanning of slijtage van de riem worden gecompenseerd. PROBLEEMOngelijk op slecht gemaaid gras. Veel grashoopjes op gemaaide strook. VERMOEDELIJKE OORZAAKMes is bot. Maaihoogte is te laag ingesteld voor het betref-fende gras.
Engine not running at full speed. Underside of the mower’s deck is clogged with wet grass clippings. OPLOSSINGSlijp het mes. Stel de maaihoogte eerst in op ongeveer een derde van de lengte van het gras. Na-dien kunt u de gewenste hoogte instellen. Zet de gashendel helemaal open. Spoel de onderzijde van de grasmaaier met een tuinslang schoon. Zie NA HET MAAIEN. STORINGSTABELHoofdkantoor1-37 Mt Wellington Highway, Panmure,PO Box 14 349Auckland 1060Nieuw-ZeelandCAUTION. LET OPDE BOUGIES NIET SCHUREN. Schuurkorrels kunnen dan namelijk in de motor terechtkomen en ernstige schade veroorzaken. GEBRUIK UITSLUIT-END DE CORRECTE VERVANGENDE BOUGIES zoals aangegeven in het motorinstructieboekje.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Morrison Novara 300ST stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Grasmaaier Morrison
Handleiding Grasmaaier
Nieuwste handleidingen voor Grasmaaier