Monacor PA-6020Z Handleiding

Monacor Receiver PA-6020Z

Bekijk gratis de handleiding van Monacor PA-6020Z (64 pagina’s), behorend tot de categorie Receiver. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 23 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Monacor PA-6020Z of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag


Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Monacor
Categorie: Receiver
Model: PA-6020Z

Handleiding Monacor PA-6020Z – volledige tekst

36ELA-mengversterkerDeze handleiding is bedoeld voor installateurs van geluidsinstallaties (hoofdstuk 4 tot 7) en voor gebruikers zonder specifieke vakkennis (hoofdstuk 8). Lees de handleiding grondig door, alvorens het apparaat in gebruik te nemen, en bewaar ze voor latere raadpleging. Op pagina 2 vindt u een overzicht van alle bedieningselementen en de aansluitingen. 1 Overzicht van de bedienings- elementen en aansluitingen1. 1 Mengversterker PA-6010Z /PA-6020Z1 Afsluitplaat voor de moduleopening; hier kan een module van MONACOR worden ingestoken, bijv. tuner, cd-speler, geheugen voor digitale boodschappen2 Volumeregelaar voor elk van de ingangs-kanalen CH 1– CH 5Regelaar CH 1 dient ook om het geluids- volume van de tafelmicrofoons PA 4300PTT te regelen. Regelaar CH 2 dient ook om het geluids- volume van de commandomicrofoons PA-2400RC te regelen.

(uitzondering met de PA-6010Z: ☞hoofdstuk 8. 7. 1)3 Regelaars lage en hoge tonen voor het instellen van de klank voor elk van de in-gangskanalen CH 1– CH 54 Regelaars lage en hoge tonen voor het instellen van de klank voor een plug-in-module5 Toets CHIME om de gong te activeren6 Volumeregeling van het gongsignaal7 Geluidsvolumeregeling TEL PAGING voor een signaalbron op de ingangsklemmen PAGING IN (24)8 Volumeregeling van de sirene9 Toetsen voor het in- en uitschakelen van het sirenegeluid herhaald stijgende en dalende toon na het stijgen aangehouden toon10 Controle-led PROTECT; brandt bij het uit-vallen van de versterker, bijv.

15 Het uitgangsniveau weergevenCLIP: Oversturingsaanduiding16 alleen PA-6010Z:volumekeuzeschakelaar telkens voor de zones 1–10OFF: Zone uit17 Netsnoer voor aansluiting op een stopcon-tact (230 V/ 50 Hz)18 Steekschroefklemmen (aftrekbaar) voor de 100-V-luidsprekers van de zones 1–10 of 1– 20Belangrijk: Elke uitgang is alleen met een sinusvermogen tot 100 W (PA-6020Z) of 60 W (PA-6010Z) belastbaar. De belasting van alle aan-gesloten 100 V-luidsprekers mag samen in geen geval de waarde van 600 W overschrijden.

19 Schroefklemmen AC POWER REMOTE voor het afstandsbediend in- en uitscha-kelen van de versterker via een sluitcontact20 Schroefklemmen DC POWER voor een noodvoeding (⎓ 24 V)21 Steekschroefklemmen LOW IMP voor een laagohmige luidspreker met een minimale impedantie van 4 Ω, onafhankelijk van de zoneselectieBelangrijk: Deze uitgang nooit gelijktijdig met de 100 V-uitgangen (18, 22) gebruiken; de versterker zou overbelast kunnen worden. 22 Steekschroefklemmen HIGH IMP voor het aansluiten van 100 V-luidsprekers, onaf-hankelijk van de zoneselectieBelangrijk: De belasting op deze uitgang mag met de luidsprekers op de zone-uitgangen (18) samen in geen geval hoger zijn dan 600 W; de versterker zou overbelast kunnen worden. 23 Zekering voor de noodvoeding van 24 VVervang een gesmolten zekering uitslui-tend door een zekering van hetzelfde type.

24 Steekschroefklemmen PAGING IN voor de aansluiting van een signaalbron met lijnniveau-uitgang voor aankondigingen met verhoogde prioriteit (☞tabel afb. 5 in hoofdstuk 3)25 Steekschroefklemmen E / M MESSAGE CONTROL voor het aansluiten van een sluitcontact om een bericht te activeren (bijv. noodbericht), wanneer een berich-tengeheugen (bijv. PA-1120DMT) geïn-stalleerd is. 26 Aansluitmogelijkheid, bijv.

voor een ap-paraat om de klank te bewerken, via 6,3 mm-stekkerbussen PRE OUT en AMP INHet gebruik van de bus AMP IN onder-breekt de interne signaalverbinding met de eindversterker27 Aansluitingen REC voor een opnameap-paraat zoals cinch-jacksDe bussen zijn als L (links) en R (rechts) be-schikbaar voor stereo-opnameapparatuur. Omdat de versterker monostabiel werkt, zijn de signalen op beide bussen identiek. 28 Ingangen LINE IN voor de kanalen CH 4 en CH 5 als cinch-jacks; de bussen zijn voor stereo-signaalbronnen als L (links) en R(rechts) beschikbaar. Omdat de ver-sterker monofoon werkt, wordt het mo-nomastersignaal intern steeds op basis van de stereosignalen gevormd.

38Nederlands2 VeiligheidsvoorschriftenDe apparaten (versterkers PA-6010Z, PA-6020Z en microfoons PA-2400RC en PA-4300PTT) zijn in overeenstemming met alle relevante Europese Richtlijnen en dragen daarom de -markering. WAARSCHUWINGDe netspanning van de versterkers is levensge-vaarlijk. Open ze daarom niet en zorg dat u niets in de ventilatieopeningen steekt. U loopt immers het risico van een elektri-sche schok. Tijdens het gebruik staan de luidsprekeraan-sluitingen (18, 21, 22) onder een spanning tot 100 V die bij aanraking gevaarlijk kan zijn. Wijzig de aansluitingen alleen, als de versterker van het stroomnet en de nood-voeding is gekoppeld• De apparaten zijn enkel geschikt voor gebruik binnenshuis; vermijd druip- en spatwater en plaatsen met een hoge vochtigheid. Het toegestane omgevings-temperatuurbereik bedraagt 0 – 40 °C. • Plaats geen bekers met vloeistof zoals drinkglazen enz.

op de apparatuur. • De warmte die in de versterkers ontstaat, moet door ventilatie worden afgevoerd. Dek daarom de ventilatieopeningen niet af. • Schakel de apparaten niet in en koppel ze onmiddellijk van de voedingsspanning,1. wanneer een apparaat of het netsnoer zichtbaar beschadigd is,2. wanneer u een defect vermoedt nadat het apparaat bijvoorbeeld gevallen is. 3. wanneer het apparaat slecht functio-neert. De apparaten moeten in elk geval hersteld worden door een gekwalificeerd vakman. • Een beschadigd netsnoer mag alleen in een werkplaats worden vervangen. • Trek de stekker nooit aan het snoer uit het stopcontact, maar aan de stekker zelf. • Verwijder het stof met een droge, zachte doek. Gebruik zeker geen water of che-micaliën.

Wanneer de apparaten definitief uit bedrijf worden genomen, bezorg ze dan voor verwerking aan een plaat-selijk recyclagebedrijf. 3 Toepassingen en toebehorenDe versterkers PA-6010Z en PA-6020Z met een sinusvermogen van elk 600 W zijn speci-aal ontworpen voor het gebruik in 100 V-ge-luidsinstallaties.

voor aanduiding van een aankondiging met selecteerbare gong-melodie (2 tonen, 4 tonen)– 2 sireneklanken voor alarmering– 1 ingang voor 24 V-noodvoeding in geval van bedrijf bij stroomuitvalIn de uitbreidingsopening (1) kunt u bijv. een van de volgende plug-inmodules van MONACOR plaatsen:PA-1120DMT berichtengeheugen voor 6 aankondigingen, met scha-kelklokPA-1140RCD radio / cd-spelerPA-1200C schakelklokPA-1200RDSU FM / MW-radio met USB-audiospelerDoor de prioriteit van de ingangen te bepalen, verhoogt de verstaanbaarheid van belangrij-ke aankondigingen.

Hierbij worden signalen van een ingang met lagere rang automatisch gedempt, als er een aankondiging via een ingang met hogere rang volgt. De hiërarchie is de volgende:Rang Ingang1(hoog)Noodbericht uit berichtengeheugen (jumper MS2 = PRI en contact „E/M Message Control“ gesloten)Gong2 PA-4300PTT (PRIORITY = ON)Plug-inmodule (jumper MS2 = PRI)3 Ingangen CH 1– CH 3 (MIC PRIORITY = ON)PA-4300PTT (PRIORITY = OFF, MIC PRI. 1 = ON)PA-2400RC (MIC PRIORITY 2 = ON. )PAGING IN4 Ingangen CH 1– CH 3 (MIC PRIORITY = OFF)PA-4300PTT (PRIORITY = OFF, MIC PRI. 1 = OFF)Sirenes5(laag)Plug-inmodule (jumper MS2=SLAVE)Ingangen CH 4 en CH 5➄ Prioriteit van de ingangen4 Keuze van de gongmelodieVoor het type gongsignaal dat via de toets CHIME (5) of een tafelmicrofoon PA-4300PTT kan worden geactiveerd, zijn twee varianten mogelijk.

Om de gongmelodie te wijzigen:1) Koppel de versterker van het net en van de noodvoeding. 2) Neem de afsluitplaat (1) van de modu-leopening of van een plug-inmodule die in de opening steekt. 3) Steek de jumper MS1 die via de opening in de frontplaat toegankelijk is, op de printplaat overeenkomstig om (☞ afbeel-ding6). Stand 2T: 2-tonenmelodie Stand 4T: 4-tonenmelodieOpmerking: Onafhankelijk van deze instelling kan op de commandomicrofoons PA-2400RC een eigen gongmelodie geselecteerd worden. 4) Sluit de opening met de afsluitplaat op-nieuw af of plaats de plug-inmodule er weer in. MS 1MS1: CHIME4T2TMS2: PACK PRIORITYSLAVEPRIAudio G +➠ModuleMS 2➅ Selectie van de gongmelodie en moduleprioriteit5 Prioriteit van de plug-inmoduleVoordat de plug-inmodule in de opening (1) wordt ingebouwd, stelt u de prioriteit van de module in.

De jumpers voor deze instel-ling is bij een ingebouwde module niet meer toegankelijk. 1) Koppel de versterker van het net en van de noodvoeding. 2) Schroef de afsluitplaat (1) voor de modu-leopening los.

3) Steek de jumper MS2 die via de opening in de frontplaat toegankelijk is, op de print-plaat overeenkomstig om (☞afbeelding 6). Stand “SLAVE”: Het signaal van de plug- inmodule heeft de laagste prioriteit. Stand “PRI”: Het signaal van de modu-le heeft verhoogde prioriteit (vgl. tabel figuur 5 in hoofdstuk 3). Deze instelling is aanbevolen voor het berichtengeheugen PA-1120DMT, zodat bijv. achtergrond- muziek bij een opgevraagde aankondiging gedempt wordt. Belangrijk: Als via een commandomicrofoon PA-2400RC of het schakelcontact E / M MESSAGE CONTROL (25) een (nood)bericht uit de PA-1120DMT moet worden gestart, dan moet de jumper in de stand “PRI” steken. Het geluid van het bericht wordt anders onderdrukt. 4) Monteer de module zoals beschreven in de handleiding ervan. Het aansluitsnoer voor de voedingsspan-ning en het audiosignaal wordt in afb. 6.

40Nederlands7. 2. 3 Paging-ingangDe ingang PAGING IN (24) met verhoogde prioriteit (☞tabel afb. 5 in hoofdstuk 3) biedt een bijkomende mogelijkheid voor het aansluiten van een monogeluidsbron met lijnniveau (bijv. een microfoon met voorver-sterker of de lijnniveau-uitgang van een tele-fooninstallatie). De steekschroefklemmen zijn gebalanceerd bedraad. 7. 3 StereogeluidsbronnenSluit apparaten met een stereo-uitgang (bv. cd-speler) aan op de cinch-jacks LINE IN (28) van de ingangen CH 4 of CH 5. Omdat de ver-sterker monofoon werkt, worden het linker en rechter stereokanaal naar een monosignaal gemengd. De signalen van de ingangen CH 4 en CH 5 hebben de laagste prioriteit en worden door een signaal op een ingang met hogere prio-riteit automatisch gedempt (☞tabel figuur 5 in hoofdstuk 3). 7.

4 Tafelmicrofoon PA-4300PTTMet deze tafelmicrofoon (afzonderlijk toebe-horen, ☞figuur 3) kunnen er aankondigin-gen gedaan worden in de PA-zones die op de versterker zijn geselecteerd. Het echter ook mogelijk om aankondigingen met erg hoge prioriteit, ongeacht de geselecteerde zone op de versterker, in alle zones weer te geven. 1) Verbind de jack OUTPUT (40) van de tafelmicrofoon met de RJ-45-aansluiting PA-4300PTT (35) van de versterker. 2) Op elke PA-4300PTT-microfoon kunt u weer een volgende microfoon aansluiten. Verbind hiervoor de aansluiting LINK (41) met de aansluiting OUTPUT (40) van een andere PA-4300PTT etc. tot maximaal 3 tafelmicrofoons en de versterker met el-kaar verbonden zijn. De totale lengte van de aansluitleiding mag niet meer dan 1000 m bedragen.

Opgelet: Schakel de versterker uit, demp de uitgangen of draai de MASTER-regelaar (11) in de stand “0”, om de schakelaar te bedienen. Zo vermijdt u luide schakelploppen. 6) Selecteer met de schakelaar MIC PRIORITY (36) met nummer 1 of de prioriteit voor de tafelmicrofoons verhoogd moet zijn (on-derste stand ON) of niet (bovenste stand). Deze instelling geldt echter alleen voor de PA-4300PTT waarop de schakelaar PRIORI-TY is uitgeschakeld (☞hoofdstuk 8. 6. 1). 7. 5 Commandomicrofoon PA-2400RCMet deze commandomicrofoon (afzonderlijk toebehoren, ☞afb. 4) , kunnen aankondi-gingen met hoogste prioriteit gedaan wor-den (☞tabel afb. 5 in hoofdstuk 3). Daarbij kunt u op de PA-2400RC telkens selecteren, in welke PA-zone de aankondiging hoorbaar moet zijn. Bovendien is het mogelijk om opgeslagen berichten uit de plug-inmodule PA-1120DMT op te vragen.

De signalen van de commandomicro-foons worden met het signaal van de ingang CH 2 gemengd. De volumeregelaar (2) en de klankregelaars (3) van kanaal CH 2 beïnvloe-den zo beide signalen. 1) Stel via de schakelaar nr. 6 van het rech-ter DIP-schakelblok (48) aan de achterzij-de van de commandomicrofoon in, met welke versterker de commandomicrofoon gebruikt wordt: Stand ON: PA-6010Z (10 zones) bovenste stand: PA-6020Z (20 zones)2) Verbind de jack OUTPUT (46) van de commandomicrofoon met de RJ-45-bus PA-2400RC (34) van de versterker. Op elke commandomicrofoon kunt u opnieuw een andere microfoon aansluiten. Verbind hiervoor de aansluiting LINK (45) met de aansluiting OUTPUT (46) van een andere PA-2400RC etc. tot maximaal 32 com-mandomicrofoons en de versterker met elkaar verbonden zijn. De totale lengte van de leiding mag niet meer dan 1000 m bedragen.

3) Zorg voor een correcte afsluiting van de leiding om storingen bij de signaalover-dracht te vermijden. Hiervoor plaatst u op het laatste apparaat van de ketting de 6de schakelaar TERMINATION van het DIP-schakelblok (47) in de onderste stand (ON).

Bij alle andere apparaten moet de schakelaar in de bovenste stand blijven staan. 4) De commandomicrofoons worden via de versterker gevoed. Bij aansluiting van meer dan 3 commandomicrofoons op een versterker of bij gebruik van een te lange kabelverbinding, volstaat de voedings-spanning niet. De led AMP POWER (55) geeft de voe-dingsspanning via de versterker aan. Als deze led knippert, dan is de voedingsspan-ning te laag. In dit geval sluit u op de bus 24 V⎓ (44) een stabiele netadapter met een laagspanningsstekker 5,5 / 2,1 mm (buiten- / binnendiameter) aan. Let hierbij op de correcte polariteit: centercontact =.

⊕De voedingsspanning die via de net-adapter wordt geleverd, wordt via de aan-sluitingen OUTPUT (46) en LINK (45) ook aan de daarop aangesloten commandomi-crofoons doorgestuurd, zodat deze geen eigen netadapter nodig hebben, als de eer-ste voldoende groot is (stroomverbruik per PA-2400RC: 130 mA). 5) Stel op de versterker met de schakelaar MIC PRIORITY (36) met het nummer 2 een verhoogde prioriteit (onderste positie ON) in. 7. 5. 1 Apparaatadressen instellenOm de communicatie tussen de versterker en de commandomicrofoons vlot te laten verlopen, moeten aan alle aangesloten PA-2400RC-apparaten verschillende databus-adressen worden toegewezen. Dit gebeurt (als binaire code) met de schakelaars 1– 5 “ID” van het DIP-schakelblok (47) aan de ach-terzijde van de commandomicrofoon.

Opmerking: Stel de adressen steeds in bij uitgescha-kelde versterker, omdat een adreswijziging tijdens het gebruik niet herkend wordt. 7. 6 Opnameapparaat, monitorsysteemEen opnameapparaat, een monitorsysteem of een bijkomende versterkerinstallatie kan op de jacks REC (27) aangesloten worden. Hier is het mengsignaal van alle ingangen onafhanke-lijk van de regelaar MASTER (11) beschikbaar. De cinch-jacks zijn als L (links) en R (rechts) beschikbaar voor stereo-opnameapparatuur. Omdat de versterker monostabiel werkt, zijn de signalen op beide bussen identiek.

PA-6010Z: Neem hoofdstuk 8. 7. 1 in acht. 7. 7 Externe signaalbewerkingVoor de externe klank- of dynamiekbewer-king kunt u bijv. een equalizer of compressor via de jacks PRE OUT en AMP IN (26) op de signaalweg aansluiten. 1) Verbind de ingang van het apparaat met de jack PRE OUT om het signaal te bewerken. 2) Verbind de uitgang van het apparaat met de jack AMP IN. Door het gebruik van de jack AMP IN wordt de interne verbinding tussen de voorverster-ker en de eindversterker voor de volumere-gelaar MASTER (11) onderbroken. PA-6010Z: Neem hoofdstuk 8. 7. 1 in acht. 7. 8 SchakelingangenVoor de afstandsbesturing van de verster-ker via schakelcontacten zijn de volgende schroefklemparen beschikbaar. 7. 8. 1 Afstandsbediend in- en uitschakelenOm de versterker afstandsbediend in en uit te schakelen, verbindt u een sluitcontact met de klemmen POWER REMOTE (19).

Opmerking: Bij een gesloten POWER REMOTE- contact kunt u de versterker niet uitschakelen met de schakelaar POWER (13). 7. 8. 2 AlarmingangVia een sluitcontact op de klemmen E / M MESSAGE CONTROL (25) wordt de versterker voor een noodbericht ingeschakeld (als hij al niet in gebruik is) en alle zone-uitgangen wor-den geselecteerd; bij het model PA-6010Z is het volume van het noodbericht onafhankelijk van de ingestelde zonevolumes. Als er be-richtengeheugenmodule (bijv. PA-1120DMT) geïnstalleerd is, kan automatisch een opge-slagen noodbericht (geheugenplaats M6) weergegeven worden. Deze ingang kan bijv. met de schakeluitgang van een alarminstallatie worden verbonden.

41Nederlands7. 9 Net- en noodvoedingAls de versterker bij een eventuele stroomuit-val verder moet werken, sluit u op de klem-men DC POWER (20) een 24 V-noodvoeding aan. Tot slot verbindt u het netsnoer (17) met een stopcontact (230 V/ 50 Hz). 8 BedieningPlaats de regelaar MASTER (11) in de mini-mumstand, voordat u het apparaat de eerste keer inschakelt. Zo vermijdt u een te hoog geluidsvolume. 8. 1 In- / uitschakelenBij aansluiting op het stroomnet staat de versterker bij ontbrekende noodvoeding in de stand-bymodus. De led STANDBY (12) brandt. Om in te schakelen, drukt u op de schakelaar POWER (13). De led ON brandt nu in plaats van de led STAND BY. Om uit te schakelen (stand-bymodus) drukt u opnieuw op de scha-kelaar POWER. Via een schakelcontact op de klemmen POWER REMOTE (19) kunt u het apparaat ook afstandsbediend in- en uitschakelen.

Opmerking: Bij een gesloten POWER REMOTE- contact kunt u de versterker niet met de schakelaar POWER (13) uitschakelen. Als de versterker ook op een noodvoeding is aangesloten, blijft hij steeds ingeschakeld. Met de schakelaar POWER kunt u dan ge-woon schakelen tussen netstroom (schakelaar ingedrukt) en de noodvoeding (schakelaar uitgedrukt). 8. 2 Keuze van de PA-zonesAlle gewenste zone-uitgangen kunnen bijv. voor een aankondiging of achtergrondmuziek afzonderlijk worden in- en uitgeschakeld. Bij de PA-6010Z is bovendien een individuele aanpassing van het zonevolume mogelijk. 8. 2. 1 PA-6020Z1) Om een zone in te schakelen, drukt u op de overeenkomstige toets Z1– Z 20 (14). Een led boven de toets brandt bij inge-schakelde uitgang. 2) Om een zone uit te schakelen, houdt u de betreffende toets ingedrukt, tot de led erboven uitgaat.

2 PA-6010ZSelecteer met de draaischakelaar Z1– Z10 (16) voor elke zone-uitgang het volume (niveau 1– 5) of schakel de zone uit (positie OFF). Deze instelling heeft geen invloed op het geluids-volume– van een via de schakelingang E / M MESSAGE CONTROL (25) geactiveerd noodbericht,– van een aankondiging via een tafelmi-crofoon PA-4300PTT met de instelling PRIORITY = ON,– een aankondiging via een commandomi-crofoon PA-2400RC. 8. 3 De ingangskanalen instellen1) Om de volgende instellingen te kunnen doorvoeren, schakelt u ten minste een zone-uitgang in en draait u de regelaar voor het totale geluidsvolume MASTER (11) voor de helft open. 2) Stel voor de ingangskanalen CH 1 tot CH 5 het geluidsvolume met de overeenkomsti-ge regelaar (2) in. Plaats de regelaars van niet-gebruikte ingangen in de stand “0”.

Een bijkomende niveaucorrectie kan via de wijziging van de ingangsversterking met de regelaars GAIN (30) op de achterzij-de van de versterker doorgevoerd worden. Gebruik hiervoor een kleine schroeven-draaier. Stel met de regelaars BASS en TREBLE (3) telkens de optimale klank in. 3) De klank van een plug-inmodule kan met de regelaars PACK BASS en TREBLE (4) worden geoptimaliseerd. 4) Stel het geluidsvolume voor een op de klemmen PAGING IN (24) aangesloten signaalbron met de regelaar TEL PAGING LEVEL (7) in. Als hier geen signaalbron is aangesloten, draait u de regelaar in de stand “0”. 5) Stel het gewenste totale geluidsvolume in met de regelaar MASTER (11). De led-ketting (15) toont het niveau van het mengsignaal dat met de regelaar MAS-TER is ingesteld. Als de led CLIP brandt, is het signaal vervormd.

In dit geval draait u de regelaar MASTER of de volumeregelaar van de betrokken ingang overeenkomstig terug. OPGELET Stel het volume nooit te hoog in. Langdurige blootstelling aan hoge volumes kan het gehoor beschadigen. Het gehoor raakt aangepast aan hoge vo-lumes die na een tijdje niet meer zo hoog lijken.

Draai het volume daarom niet verder open, zelfs nadat u eraan gewoon bent. 8. 4 Het gongsignaal activerenAls er via een van de ingangen CH 1– CH 5 een gongsignaal moet weerklinken, bv. om een aankondiging in te leiden, drukt u kort op de toets CHIME (5). Het geluidsvolume van het gongsignaal kan via de regelaar CHIME LEVEL (6) worden ingesteld (keuze van de gong- melodie ☞ hoofdstuk 4). Corrigeer zo nodig het geluidsvolume met de regelaar MASTER(11). 8. 5 SireneOm het sirenegeluid in of uit te schakelen, drukt u op een van de beide sireneschake-laars (9): herhaald stijgende en dalende toon na het stijgen aangehouden toonEr kan slechts één sirene tegelijk weerklinken. Het geluidsvolume van de sirene kan via de regelaar SIREN LEVEL (8) worden ingesteld. Corrigeer zo nodig het geluidsvolume met de regelaar MASTER (11). 8.

6 Tafelmicrofoon PA-4300PTTVoor aankondigingen met een PA-4300PTT:1) Bepaal met de toets (14) of met de Z1– Z 20 draaischakelaars Z1-Z10 (16) van de ver-sterker in welke PA-zones de aankondiging hoorbaar moet zijn (☞hoofdstuk 8. 2). Opmerking: Als de schakelaar PRIORITY (38) op de microfoon op ON staat, heeft de zoneselectie die op de versterker is ingesteld, geen invloed op deze tafelmicrofoon. 2) Draai de regelaar voor het geluidsvolume (2) van de ingang CH 1 op de versterker voor de eerste aankondiging tot ongeveer in de helft open. 3) Houd de spreektoets TALK (43) op de microfoon ingedrukt, wacht evt. op het gongsignaal (☞ hoofdstuk 8. 6. 1, instel-ling “CHIME”) en spreek in de microfoon (42). De controle-led TALK boven de toets brandt.

Met het overschrijden van een be-paald spreekvolume worden de signalen van de ingangen met lage prioriteit au-tomatisch uitgeschakeld (☞hoofdstuk3 en 7. 4). Opmerking: Als de schakelaar PRIORITY (38) op de microfoon op ON staat, worden de overige ingangssignalen reeds met het indrukken van de spreektoets uitgeschakeld.

4) Corrigeer zo nodig het volume van de aan-kondiging met de regelaar CH 1 (2) en stel met de regelaars BASS en TREBLE (3) de optimale klank in. Corrigeer zo nodig het geluidsvolume met de regelaar MASTER (11). 5) De led BUSY boven de spreektoets geeft aan, dat er reeds via een andere tafelmi-crofoon gesproken wordt. 8. 6. 1 Instellingen op de PA-4300PTTMet de schakelaars op de achterzijde van de tafelmicrofoon kunt u volgende instellingen doorvoeren:CHIME (37) – Met de schakelaar in de stand ON is bij het indrukken van de toets TALK (43) eerst het gongsignaal van de verster-ker (☞hoofdstuk 8. 4) hoorbaar. PRIORITY (38) – Met de schakelaar in de stand ON worden met het indrukken van de toets TALK alle zone-uitgangen inge-schakeld. Met de schakelaar in de boven-ste stand is de aankondiging daarentegen alleen hoorbaar in de zones die momenteel op de versterker zijn ingeschakeld.

MASTER / SLAVE (39) – Als er meerdere tafel-microfoons PA-4300PTT op een versterker in gebruik zijn, hebben de microfoons met de instelling MASTER voorrang op deze met instelling SLAVE.

42Nederlands8. 7 Commandomicrofoon PA-2400RCVoor aankondigingen met een PA-2400RC:1) Voordat u de eerste aankondiging doet, draait u de volumeregelaar MIC (50) aan de achterzijde van de commandomicro-foon ongeveer tot de helft open. Gebruik hiervoor een kleine schroevendraaier. Draai de volumeregelaar (2) voor de ingang2 eveneens eerst in de middelste stand. 2) Selecteer met de toetsen Z1– Z10 / Z 20 (54) op voorhand de PA-zones waar de aan-kondiging hoorbaar moet worden. Bij de geselecteerde zones brandt de led boven de toets. Als een zone weer uitgeschakeld moet worden, drukt u opnieuw op de betref-fende toets, zodat de led uitgaat. Om alle zones van een rij in of uit te schakelen, drukt u op de toets ALL CALL van deze rij. Om terug te schakelen naar de vorige zoneselectie van de rij, drukt u opnieuw op de toets ALL CALL.

Als de led BUSY (55) knippert, dan wordt op dat ogenblik een aankondiging via een andere commandomicrofoon of tafelmicrofoon PA-4300PTT gedaan. Een gelijktijdige aankondiging via meerdere commandomicrofoons is niet mogelijk. Een aankondiging kan echter door een commandomicrofoon met hogere priori-teit onderbroken worden (voor de instel-ling van de prioriteit ☞hoofdstuk 8. 7. 3, “PRIORITY”). 3) Houd de spreektoets TALK (52) ingedrukt, wacht evt. op het gongsignaal ( ☞hoofd-stuk 8. 7. 3, instelling “CHIME”) en spreek in de microfoon (51). De controle-led boven de toets brandt en de versterker schakelt naar de zone-uitgangen die op de commandomicrofoon geselecteerd wer-den, en doet dit zolang de spreektoets in-gedrukt wordt. De led SIGNAL (55) brandt tijdens het spreken of het gongsignaal. De ingangssignalen met lagere prioriteit wor-den automatisch uitgeschakeld ( ☞tabel afb.

5 in hoofdstuk 3). 4) Indien nodig corrigeert u het volume van de aankondiging met de regelaar van de ingang CH 2. Bij gebruik van meerdere commandomicrofoons kunt u onderlinge volumeverschillen instellen de regelaars MIC (50).

Corrigeer zo nodig het geluids-volume met de regelaar MASTER (11). Opmerking: Bij de PA-6010Z gelden de beschreven functie van de ingangsregelaar CH 2, van de regelaar MASTER evenals het uitschakelen van andere signa-len uitsluitend als er meer dan 2 zones zijn geselec-teerd ( ☞hoofdstuk 8. 7. 1). 8. 7. 1 Extra versterker in de PA-6010ZMet een bijkomende 60 W-versterker in de PA-6010Z zijn via de commandomicrofoon PA-2400RC onafhankelijke aankondigingen mogelijk, als er niet meer dan twee zones worden geselecteerd. In de plaats van het mengsignaal uit de hoofdversterker worden deze aankondigingen naar de uitgangen van de geselecteerde zones geschakeld. Daardoor kan in een of twee zones een aankondiging plaatsvinden, terwijl bijv. in andere zones mu-ziek hoorbaar blijft.

Het volgende geldt voor deze aankondigin-gen:– De versterking is alleen afhankelijk van de instelling van de regelaar REMOTE (33) en van de regelaar MIC (50) op de betreffende commandomicrofoon. De volumeregelaar (2) voor de ingang CH 2 en de regelaar MASTER hebben hierop geen invloed. – Er is geen mogelijkheid tot instellen van de klank. – Het signaal wordt niet via het aansluitpunt PRE OUT / AMP IN (26) gevoerd. – De aankondigingen geraken niet op de uitgangen HIGH IMP (22), LOW IMP (21) en REC (27). – Een via het schakelcontact E / M MESSAGE CONTROL (25) geactiveerde weergave van een noodbericht heeft voorrang. – Een aankondiging via een tafelmicrofoon PA-4300PTT heeft voorrang, wanneer de schakelaar PRIORITY ervan op ON staat. – Een op de PA-2400RC gestarte weergave uit het berichtengeheugen PA-1120DMT gebeurt steeds via de hoofdversterker.

Bij drie of meer geselecteerde zones wordt de aankondiging automatisch via de volumere-gelaar en klankregelaar van de ingang CH 2, de regelaar MASTER en de hoofdversterker gevoerd. 8. 7. 2 GroepsgeheugenIn elke PA-2400RC kan een willekeurige selectie van zone-uitgangen als groep worden opgeslagen en opnieuw opgevraagd.

1) Selecteer alle gewenste zones van de groep met de toetsen Z1– Z10 / Z 20 (54). 2) Houd de toets RECALL (53) ingedrukt, zodat de led ON (55) knippert. Laat de toets los, als de led niet meer knippert. De groep is nu opgeslagen. 3) Om de opgeslagen groep op te vragen, drukt u kort op de toets RECALL. 4) Om terug te keren naar de selectie die vóór het opvragen van de groep gold, drukt u nogmaals kort op de toets RECALL. 8. 7. 3 Verdere instellingen opdePA 2400RCDe DIP-schakelblok (48) aan de achterzijde van de commandomicrofoon biedt volgende opties (ON = onderste schakelpositie):PRIORITY – Met de schakelaar in de stand ON heeft de PA-2400RC voorrang op de andere microfoons waarbij deze functie niet is ingeschakeld, en kan hij de aankon-digingen ervan onderbreken.

COMPRESSION – Met de schakelaar in de stand ON wordt de dynamiek van het mi-crofoonsignaal gereduceerd om vervor-mingen bij luid spreken te verminderenCHIME – Met de schakelaar in de stand ON weerklinkt bij drukken op de toets TALK (52) meteen een gongsignaal, waarvan u de melodie via de volgende twee schake-laars selecteert. 4 TONE – Met de schakelaar in de stand ON is het gongsignaal met 4 tonen geselecteerd. 2 TONE – Met de schakelaar in de stand ON is het gongsignaal met 2 tonen geselec-teerd als de schakelaar “4 TONE” zich in de bovenste stand bevindt. Het geluidsvolume van het gongsignaal kan via de regelaar CHIME (49) met behulp van een kleine schroevendraaier ingesteld wor-den. 9 Beveiligingscircuits en foutsignalisatieDe vermogensversterker van de PA-6010Z en van de PA-6020Z is uitgerust met een beveiligingscircuit tegen overbelasting en oververhitting.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Monacor PA-6020Z stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden